Besluit van 16 oktober 2007, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies ten behoeve van de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling (Besluit stimulering duurzame energieproductie)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 228
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de waarde voor elektriciteit gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.

3.

Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

4.

Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kWh is geproduceerd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kWh dat in een vorig jaar minder is geproduceerd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kWh bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal geproduceerde kWh dat opgeteld wordt bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar.

5.

Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, voor een categorie van productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.

6.

Indien een subsidie-ontvanger uitsluitend hernieuwbare warmte produceert wordt voor de berekening van de subsidie in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, genomen het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor de producent kan aantonen dat hij met zijn productie-installatie voor hernieuwbare warmte in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare warmte heeft geproduceerd die nuttig is gebruikt.

7.

Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op de eigen installatie heeft ingevoed.

Artikel 49

De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in artikel 43a, of het basisbedrag, bedoeld artikel 44, en de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.

§ 5.1. Algemeen

Artikel 50

De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 2, derde lid, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.

Artikel 51

1.

Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per kWh opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag.

2.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per kWh voor hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit bepaald.

3.

Het maximum tenderbedrag bedraagt maximaal de gemiddelde kosten per kWh voor het produceren van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit per categorie van productie-installaties.

Artikel 52

1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in artikel 54, en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 55a, een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties of per soort toepassing van de warmte.

2.

Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basisenergieprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.

3.

Indien op grond van het eerste lid aparte basisprijzen per kWh worden vastgesteld per soort toepassing van warmte geldt voor het aantal kWh met een soort toepassing bij de toepassing van de artikelen 53, 54, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, en 55a de basisenergieprijs of energieprijs voor de betreffende soort toepassing.

Artikel 53

1.

Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in artikel 51, eerste lid, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

2.

De basisenergieprijs of basisenergieprijzen, bedoeld in artikel 52, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

Artikel 54

1.

Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:

2.

De energieprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor de betreffende soort energie, die kan worden gecorrigeerd voor een bepaalde periode waarin de waarde voor de betreffende soort energie negatief is. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.

3.

In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.

4.

Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 52 verschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.

5.

Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 52 verschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.

6.

Indien het ingevolge het eerste of derde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.

Artikel 55

1.

De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:

2.

Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de waarde voor elektriciteit gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.

3.

Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

4.

Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kWh is geproduceerd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kWh dat in een vorig jaar minder is geproduceerd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kWh bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal geproduceerde kWh dat opgeteld wordt bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar.

5.

Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid voor een categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.

6.

Indien een subsidie-ontvanger uitsluitend hernieuwbare warmte produceert wordt voor de berekening van de subsidie in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, genomen het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor de producent kan aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare warmte in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare warmte heeft geproduceerd die nuttig is gebruikt.

7.

Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op de eigen installatie heeft ingevoed.

§ 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel 56

1.

Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel, dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen een of meer categorieën productie-installaties worden aangewezen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend.

3.

Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat per openstellingsperiode of per kalenderjaar per adres waarop een productie-installatie is of wordt geplaatst maximaal één aanvraag kan worden ingediend.

4.

Een aanvraag tot subsidieverlening bevat gegevens over:

5.

Bij ministeriële regeling kan voor categorieën productie-installaties worden bepaald dat aan het vierde lid, onderdeel d, niet behoeft te zijn voldaan, in welk geval bij die regeling aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld aan de documenten die krachtens het vierde lid bij een subsidieaanvraag moeten worden gevoegd.

6.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een haalbaarheidsstudie of de vergunningen die vereist zijn voor de realisatie van de productie-installatie bij een aanvraag worden gevoegd. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar categorie productie-installatie, op te wekken vermogen of aan te vragen subsidiebedrag en kunnen eisen worden gesteld waaraan de haalbaarheidsstudie moet voldoen.

7.

Bij ministeriële regeling kunnen indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag andere gegevens die een aanvraag bevat of andere bescheiden die bij een aanvraag moeten worden gevoegd, worden vastgesteld. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar categorie productie-installatie, op te wekken vermogen of aan te vragen subsidiebedrag.

Artikel 57

1.

Onze Minister beslist op een aanvraag:

2.

De in het eerste lid genoemde perioden kunnen éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd.

3.

Indien een gebundelde aanvraag niet leidt tot subsidieverlening door Onze Minister, kan een gebundelde aanvraag worden behandeld als één aanvraag.

4.

Indien Onze Minister aan de aanvrager van een gebundelde aanvraag subsidie verstrekt, verstrekt Onze Minister per productie-installatie die onderdeel is van de gebundelde aanvraag een beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 58

1.

Ingeval van verdeling op volgorde van binnenkomst, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, voor de toepassing van dit artikel, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst geldt.

2.

Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh, of de maximale vermindering van broeikasgas in kg zou worden overschreden, worden steeds de aanvragen om subsidie met het laagste rangschikkingsbedrag, uitgedrukt in euro per 1000 kg vermindering van broeikasgas geacht eerder te zijn ontvangen. Indien honorering van alle aanvragen om subsidie met het laagste rangschikkingsbedrag, uitgedrukt in euro per 1000 kg vermindering van broeikasgas die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh of de maximale vermindering van broeikasgas in kg zou worden overschreden, stelt Onze Minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.

3.

Het rangschikkingsbedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door:

4.

De omrekenfactor, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld en kan verschillen per categorie productie-installaties.

5.

Bij ministeriële regeling wordt bepaald of bij toepassing van het derde lid, onderdeel a, de basiselektriciteitsprijs, de basisenergieprijs of het basisbroeikasgasbedrag respectievelijk de langetermijnelektriciteitsprijs, de langetermijngasprijs, de langetermijnenergieprijs of het langetermijnbroeikasgasbedrag worden gehanteerd.

6.

Aanvragen die worden ontvangen op werkdagen na 17.00 uur of andere dagen, worden aangemerkt als ontvangen op de eerstvolgende werkdag.

7.

Bij de toepassing van het tweede lid:

Artikel 59

1.

Onze Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

2.

Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat Onze Minister afwijzend beslist op een aanvraag indien geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de afwijzingsgronden, bedoeld in het eerste lid.

4.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat Onze Minister in ieder geval afwijzend beslist op een aanvraag waarbij het tenderbedrag dusdanig hoog is dat de toekenning ervan bij de rangschikking op tenderbedrag leidt tot een overschrijding van het subsidieplafond.

5.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat Onze Minister afwijzend beslist op een aanvraag indien bij de gelijktijdige toepassing van verschillende procedures als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, van de Wet windenergie op zee aan de aanvrager vergunning is verleend op grond van een procedure zonder subsidieverlening.

Artikel 60

1.

Onze Minister rangschikt de aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 59 afwijzend wordt beslist zodanig dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt indien:

2.

Voor de rangschikking kunnen bij ministeriële regeling regels worden vastgesteld met betrekking tot:

3.

Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen.

4.

Indien honorering van alle aanvragen die gelijk zijn gerangschikt ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond of het aantal producenten, bedoeld in het zevende lid, zou worden overschreden, stelt Onze Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.

5.

Een gebundelde aanvraag wordt voor de toepassing van dit artikel behandeld als één aanvraag.

6.

Ten behoeve van de rangschikking van aanvragen om subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee kan Onze Minister het door de producent opgegeven tenderbedrag met een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag verminderen, dat gerelateerd is aan de afstand van een productie-installatie tot de kust.

7.

Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties het aantal producenten waaraan subsidie wordt verleend, worden beperkt.

§ 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 61

1.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie zo spoedig mogelijk na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. Bij ministeriële regeling wordt de periode vastgesteld waarbinnen de subsidie-ontvanger de productie-installatie in gebruik moet nemen. Deze periode kan per categorie productie-installaties verschillen.

2.

Een subsidie-ontvanger mag, behoudens ontheffing van Onze Minister, tot de datum van ingebruikname van een productie-installatie een beschikking tot subsidieverlening niet overdragen aan een derde.

3.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de beschikking tot subsidieverlening wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat:

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels over de uitvoeringsovereenkomst worden gesteld.

Artikel 62

1.

De subsidie-ontvanger realiseert en exploiteert de productie-installatie overeenkomstig de gegevens zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie.

2.

De verplichting bedoeld in het eerste lid, geldt tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

3.

Onze Minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van de realisatie of exploitatie van de productie-installatie in afwijking van de gegevens zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie op voorafgaand verzoek van de subsidie-ontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. Een ontheffing wordt niet verleend voor zover dit zou inhouden dat de subsidie-ontvanger de productie-installatie later in gebruik neemt dan twee jaar na de dag waarop krachtens artikel 61, eerste lid, de productie-installatie in gebruik dient te zijn genomen.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvanger worden opgelegd, die kunnen verschillen per categorie of vermogen van productie-installaties.

5.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvanger worden opgelegd in het geval dat:

6.

In het geval voor een categorie productie-installaties een opbrengstgrensbedrag als bedoeld in artikel 12a, artikel 20a, artikel 29a of artikel 45a is vastgesteld, zijn voor het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en dat binnen dat aantal kWh daadwerkelijk door de subsidie-ontvanger is geproduceerd, met inachtneming van de toepassing van artikel 15, derde lid, artikel 23, derde lid, artikel 32, derde lid of artikel 48, derde lid, garanties van oorsprong verstrekt.

Artikel 63

1.

In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidie-ontvanger de verplichting tot het indienen van ten hoogste één maal per kalenderjaar van een tussentijds voortgangsverslag worden opgelegd dat betrekking heeft op:

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het tussentijds voortgangsverslag.

Artikel 64

De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan Onze Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

Artikel 65

De subsidie-ontvanger verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle bescheiden, gegevens of inlichtingen die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie.

§ 8. Voorschotten

Artikel 66

1.

Voor een subsidie waarvoor een beschikking tot subsidieverlening geldt, verstrekt Onze Minister ambtshalve maximaal één maal per jaar een voorschot.

2.

Onze Minister verstrekt het eerste voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert niet eerder dan nadat de subsidie-ontvanger op aanvraag bij Onze Minister een rekening heeft geopend overeenkomstig artikel 73, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998, artikel 66i, tweede lid, van de Gaswet, artikel 3 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong of artikel 25, tweede lid, van de Warmtewet.

Artikel 67

1.

Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit produceert bedraagt het product van:

met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in artikel 14, vierde lid, dan wel artikel 22, vierde lid.

2.

Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbaar gas produceert bedraagt het product van:

met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in artikel 31, vierde lid, dan wel artikel 39, vierde lid.

3.

Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert bedraagt het product van:

met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in artikel 47, vierde lid, dan wel artikel 54, vierde lid.

4.

Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die broeikasgas vermindert bedraagt het product van:

met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kg broeikasgas en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in artikel 55i, derde lid, dan wel artikel 55p, derde lid.

5.

Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh dan wel kg broeikasgas waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in artikel 15, derde of vierde lid, 23, derde of vierde lid, 32, derde of vierde lid, 40, derde of vierde lid, 48, derde of vierde lid, of 55, derde of vierde lid, dan wel kg broeikasgas als bedoeld in artikel 55j, derde of vierde lid of artikel 55q, derde of vierde lid, bij opgeteld kan worden.

6.

Indien de meetgegevens niet beschikbaar zijn in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt in afwijking van het eerste en derde lid het voorschot uiterlijk vastgesteld in het eerstvolgende kalenderjaar nadat de meetgegevens beschikbaar zijn.

Artikel 68

1.

Onze Minister verstrekt de in de artikelen 67, eerste, tweede, derde en vierde lid, en67a, eerste, tweede, derde en vierde lid, bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat voor een bepaalde categorie productie-installaties het voorschot in een jaarlijks bedrag wordt verstrekt. De som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag bedraagt niet meer dan 80% van het product van:

2.

Indien de som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder dan wel meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld, kan Onze Minister na afloop van het kalenderjaar of bij het vaststellen van de subsidie terugvorderen of dit verrekenen met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen.

3.

In afwijking van het tweede lid kan Onze Minister, indien het een subsidie-ontvanger betreft die hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte produceert of broeikasgas vermindert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond vanartikel 12a, artikel 20a, artikel 29a, artikel 45a of artikel 55ga een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld en het jaarlijkse bedrag dat in een kalenderjaar is verstrekt of de som van de maandelijkse bedragen die in een kalenderjaar zijn verstrekt meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het betreffende kalenderjaar is vastgesteld, het te veel verstrekte bedrag terugvorderen tot ten hoogste de som van:

4.

Het teveel verstrekte bedrag, bedoeld in het derde lid, bedraagt het verschil tussen het jaarlijkse bedrag dat in het betreffende kalenderjaar is verstrekt of de som van de maandelijkse bedragen dat in het betreffende kalenderjaar is verstrekt en het voorschot dat na afloop van het betreffende kalenderjaar is vastgesteld.

5.

Indien na toepassing van het derde lid nog vastgesteld voorschot verschuldigd is door de subsidieontvanger, verrekent Onze Minister het verschuldigde voorschot met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen, tenzij het op grond van artikel 15a, tweede lid, artikel 23a, tweede lid, artikel 32a, tweede lid, artikel 48a, tweede lid, of artikel 55ja, tweede lid, vastgestelde bedrag nul bedraagt.

6.

In afwijking van het tweede lid verrekent Onze Minister, indien het een subsidie-ontvanger betreft die hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte produceert of broeikasgas vermindert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 12a, artikel 20a, artikel 29a, artikel 45a of artikel 55ga een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, en het jaarlijkse bedrag dat in een kalenderjaar is verstrekt of de som van de maandelijkse bedragen die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het betreffende kalenderjaar is vastgesteld, het te weinig verstrekte voorschot met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen.

7.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de berekening van de maandelijkse bedragen en van het jaarlijkse bedrag, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de voorschotten worden teruggevorderd of verrekend als bedoeld in het tweede, derde, vijfde en zesde lid.

Artikel 69

Onze Minister verstrekt geen voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

§ 9. Subsidievaststelling

Artikel 70

1.

De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen zes maanden na het tijdstip waarop periode waarover subsidie wordt verstrekt, bepaald in de beschikking tot subsidieverlening, is verstreken.

2.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld.

3.

De aanvraag gaat vergezeld van de door Onze Minister aangegeven bescheiden.

Artikel 71

1.

Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

2.

Indien de correcties bedoeld in artikel 14, vierde lid, artikel 22, vierde lid, artikel 31, vierde lid, artikel 39, vierde lid, artikel 47, vierde lid, artikel 54, vierde lid, artikel 55i, derde lid, of artikel 55p, derde lid, voor het laatste jaar waarin de subsidiabele productie heeft plaatsgevonden nog niet zijn vastgesteld op het moment dat de aanvraag bedoeld in artikel 70, eerste lid, is ingediend, wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, opgeschort tot de dag nadat de desbetreffende correcties zijn vastgesteld.

§ 8. Voorschotten

Artikel 72

Onze Minister publiceert zo snel mogelijk na 1 januari 2016, en vervolgens telkens na vijf jaar, een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.

Artikel 73

Voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor subsidie is verstrekt op basis van een aanvraag om subsidie die is ingediend in 2011 wordt bij de toepassing van het artikel 32, eerste lid, onderdeel a, ten eerste, of artikel 40, eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een transmissie- of distributiesysteem voor gas heeft laten invoeden.

Artikel 74

2.

Bij subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, kunnen de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, en 20, eerste lid, en het bedrag, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, en 22, eerste lid, worden vermenigvuldigd met de factor 1,25, indien dit voor een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is bepaald. Deze categorie productie-installaties wordt in dat geval niet aangewezen als productie-installatie als bedoeld in artikel 15, derde en vierde lid.

3.

Op aanvragen om subsidie die in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 november 2020 zijn ingediend, op subsidies die in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 juli 2020 zijn verleend en op subsidies die in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 november 2020 zijn vastgesteld blijft het recht van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk vóór 1 november 2020.

Artikel 75

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 76

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 3.4. Subsidie voor innovatieve windenergie op zee

Artikel 24a

1.

Onze Minister kan op aanvraag aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee op een innovatiekavel subsidie verstrekken voor de kosten van de bijzondere en risicovolle inzet van een innovatieve productie-installatie. Dit laat de mogelijkheid om subsidie te verstrekken als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onverlet.

2.

Op subsidie als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, zijn paragraaf 1, 6, 7, en 9 en artikel 69 van toepassing en is artikel 4 van overeenkomstige toepassing. De overige bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing.

§ 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas

§ 4.2. Subsidie volgorde binnenkomst

§ 4.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 5. Subsidie voor hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

§ 5.2. Subsidie volgorde binnenkomst

§ 5.1. Algemeen

§ 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag

§ 5a. Subsidie voor projecten in andere lidstaten

§ 5a. Subsidie voor projecten in andere lidstaten

§ 8. Voorschotten

§ 8. Voorschotten

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 55a

De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in artikel 51, en de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 52, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.

§ 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag

§ 5b. Subsidie voor vermindering broeikasgas

§ 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

§ 10. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 5a

Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a of b, en er daardoor voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, twee of meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie of dezelfde vorm van vermindering van broeikasgas, wordt in een kalenderjaar de hernieuwbare elektriciteit, het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte dan wel de vermindering van broeikasgas die onder een later afgegeven beschikking extra wordt geproduceerd respectievelijk is verminderd, subsidiabel indien de subsidiabele productie van de eerder afgegeven beschikking of beschikkingen volledig is benut.

§ 3. Subsidie voor hernieuwbare elektriciteit

§ 3.1. Algemeen

§ 3.2. Subsidie volgorde binnenkomst

§ 3.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas

§ 3.4. Subsidie voor innovatieve windenergie op zee

§ 3.4. Subsidie voor innovatieve windenergie op zee

§ 4.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 5. Subsidie voor hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

§ 5.1. Algemeen

§ 5.1. Algemeen

Artikel 43a

1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, kan per fase een fasebedrag per kWh worden vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit.

2.

Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn al dan niet volledige aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in artikel 44, in welk geval dit basisbedrag geldt.

3.

Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties een fasebedrag worden vastgesteld dat afwijkt van het fasebedrag vastgesteld op grond van het eerste lid.

§ 5.2. Subsidie volgorde binnenkomst

§ 5a. Subsidie voor projecten in andere lidstaten

Artikel 55b

1.

Aan de producent van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie productie-installaties die zich bevinden in een lidstaat waarmee een samenwerking is overeengekomen als bedoeld in artikel 9 van de richtlijn (EU) 2018/2001, kan subsidie worden verleend.

2.

Het bepaalde bij of krachtens de paragrafen 1 tot en met 5 van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat:

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel, waarbij in ieder geval regels kunnen worden gesteld over de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover, de verplichtingen van de subsidie-ontvanger, de vaststelling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.

§ 5a. Subsidie voor projecten in andere lidstaten

§ 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

§ 9. Subsidievaststelling

§ 9. Subsidievaststelling

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 63a

1.

In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidie-ontvanger de verplichting worden opgelegd een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring te overleggen in verband met de duurzaamheid van biomassa en de reductie van broeikasgassen door het gebruik van biomassa bij energietoepassingen en de volledigheid van de vereiste, krachtens artikel 11a.2 van de Wet milieubeheer afgegeven conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering.

2.

Jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaringen worden afgegeven op grond van een overeenkomstig het vijfde lid aangewezen verificatieprotocol.

3.

Bij ministeriële regeling wordt bepaald of de conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering worden afgegeven op grond van:

4.

Conformiteitsbeoordelingsverklaringen die worden afgegeven op grond van het tweede lid of krachtens het derde lid, aanhef en onderdelen b en c, worden slechts afgegeven door een conformiteitsbeoordelingsinstantie die is erkend overeenkomstig artikel 2 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen. Op de erkenning, bedoeld in de vorige zin, zijn de artikelen 3 tot en met 9 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen van overeenkomstige toepassing, en op de erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie, bedoeld in de vorige zin, zijn de artikelen 17 en 18 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar wordt gesproken over categorie vaste biomassa moet worden gelezen biomassa.

5.

Bij ministeriële regeling worden de verificatieprotocollen, bedoeld in het tweede en derde lid, onderdeel c, aangewezen. Onze Minister maakt de verificatieprotocollen op een door hem aan te wijzen website bekend.

6.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de conformiteitsbeoordelingsverklaring.

§ 9. Subsidievaststelling

§ 10. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 24b

1.

Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per innovatiekavel een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en artikel 24a, eerste lid.

2.

Bij ministeriële regeling kan een periode worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen om subsidie voor een innovatiekavel ontvangen moeten zijn.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verstrekking van subsidie als bedoeld in het eerste lid, die kunnen afwijken van de artikelen, bedoeld in artikel 24a, tweede lid en van de artikelen 6, derde lid, 23, 24 en 70, eerste lid. In ieder geval kunnen regels worden gesteld over de productie-installaties waarvoor deze subsidie wordt verstrekt, de vorm van de subsidie, de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover en het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.

4.

Een ministeriële regeling die op grond van het derde lid afwijkt van dit besluit, wordt vastgesteld voor een periode van ten hoogste 5 jaar.

Artikel 24c

1.

Onze Minister verdeelt het subsidieplafond, bedoeld in artikel 24b, eerste lid, op basis van rangschikking.

2.

Bij ministeriële regeling worden criteria voor rangschikking van de aanvragen vastgesteld.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot wegingsfactoren voor de criteria, bedoeld in het tweede lid.

§ 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas

§ 4.2. Subsidie volgorde binnenkomst

§ 4.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 5. Subsidie voor hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)