Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 22 november 2007, nr. SAS 2007115642, Directoraat Generaal Milieubeheer, Directie Stoffen, Afvalstoffen en Straling, houdende regels voor de verlening van een tegemoetkoming in de immateriële schade aan personen bij wie ten gevolge van de blootstelling aan asbest mesothelioom is geconstateerd en deze blootstelling niet heeft plaatsgevonden als gevolg van arbeid in loondienst (Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom)

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 38
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op de tweede suppletore begrotingswet van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer voor het jaar 2007 en op artikel 31, tweede lid, onderdeel l, van de Wet werk en bijstand;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

In deze regeling wordt met de echtgenoot gelijkgesteld de geregistreerde partner en de persoon die op grond van artikel 1, derde lid, onderdeel a, en vierde tot en met zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet en de daarop berustende bepalingen mede als zodanig wordt aangemerkt.

3.

In deze regeling wordt niet als echtgenoot aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

§ 2. Het recht op en de hoogte van een tegemoetkoming

Artikel 2

Recht op een tegemoetkoming heeft een persoon:

Artikel 3

1.

Nabestaanden van de persoon, bedoeld in artikel 2, hebben recht op een tegemoetkoming, indien:

2.

In het geval van het eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, voor zover de persoon, bedoeld in artikel 2, de aanvraag om tegemoetkoming heeft ingediend, geschiedt de beoordeling welke persoon of personen met toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel i, als nabestaande wordt aangemerkt, op basis van de omstandigheden op het tijdstip van overlijden van de persoon, bedoeld in artikel 2.

3.

In het geval van het eerste lid, onderdeel b, voor zover de persoon, bedoeld in artikel 2, de aanvraag om tegemoetkoming niet heeft ingediend, geschiedt de beoordeling welke persoon of personen met toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel i, als nabestaande wordt aangemerkt, op basis van de omstandigheden op het tijdstip van de indiening van de aanvraag.

4.

Nabestaanden hebben alleen recht op een tegemoetkoming indien zij geen vergoeding van de immateriële schade in verband met het bij de in artikel 2 bedoelde persoon geconstateerde maligne mesothelioom of de geconstateerde asbestose hebben ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag hebben ontvangen dat lager is dan € 18.392,– ongeacht de vorm waarin die vergoeding is gedaan.

5.

In het geval van het eerste lid, onderdeel a, wordt de behandeling van de aanvraag ten behoeve van de nabestaanden voortgezet, tenzij deze schriftelijk te kennen geven daarop geen prijs te stellen.

6.

Voor zover er meer dan één nabestaande is, dragen de nabestaanden er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van deze regeling, het in ontvangst nemen van een tegemoetkoming daarbij inbegrepen.

Artikel 4

1.

De tegemoetkoming strekt tot tegemoetkoming in immateriële schade en bedraagt € 18.392,– .

2.

Voor zover de persoon, bedoeld in artikel 2, of diens nabestaanden in verband met het geconstateerde maligne mesothelioom of de geconstateerde asbestose reeds een vergoeding van de immateriële schade heeft of hebben ontvangen en die vergoeding lager is dan € 18.392,–, wordt de hoogte van de tegemoetkoming vastgesteld op het verschil tussen het ontvangen bedrag en € 18.392,– .

3.

Indien belasting ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001of premie voor de volksverzekeringen ingevolge de Wet financiering sociale verzekering verschuldigd is, wordt voor de toepassing van het tweede lid de hoogte van de vergoeding in aanmerking genomen nadat daarop de verschuldigde belasting en premie in mindering zijn gebracht.

§ 3. De aanvraag en informatieverplichtingen

Artikel 5

1.

De SVB stelt op aanvraag vast of recht op een tegemoetkoming bestaat.

2.

Een aanvraag om een tegemoetkoming wordt bij de SVB ingediend door middel van een door de SVB beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

3.

De persoon, bedoeld in artikel 2, verleent de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek om:

4.

Indien de SVB geen gebruik maakt van de volmacht, bedoeld in het derde lid, en de persoon, bedoeld in artikel 2, na het indienen van de aanvraag immateriële schadevergoeding ontvangt, doet die persoon hiervan onverwijld mededeling aan de SVB en betaalt hij de tegemoetkoming geheel, of wanneer de schadevergoeding lager is dan de tegemoetkoming, de tegemoetkoming voor dat deel, terug aan de SVB.

5.

Indien de aanvraag om tegemoetkoming wordt gedaan door een nabestaande, zijn het tweede tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

1.

De persoon, bedoeld in artikel 2, verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen bij de indiening van de aanvraag om tegemoetkoming in ieder geval:

2.

De persoon, bedoeld in artikel 2, verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen op verzoek of uit eigen beweging de overige inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van deze regeling en verleent ook overigens de medewerking die redelijkerwijs nodig is.

3.

Indien de nabestaanden in het geval van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een aanvraag om tegemoetkoming indienen, zijn het eerste en het tweede lid op hen van overeenkomstige toepassing.

4.

Indien de nabestaanden in het geval van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, een recht op een tegemoetkoming hebben, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing en verstrekken zij de SVB de inlichtingen en de bewijsstukken over de in verband met het geconstateerde maligne mesothelioom of de geconstateerde asbestose door hen reeds ontvangen vergoedingen van de immateriële schade.

5.

In het geval van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, kunnen nabestaanden tot en met 30 november 2008 een aanvraag om tegemoetkoming indienen.

§ 4. Betaling en terugvordering

Artikel 7

De tegemoetkoming wordt door de SVB zo spoedig mogelijk uitbetaald aan de persoon, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, of aan de nabestaanden, bedoeld in artikel 3.

Artikel 8

1.

De SVB herziet een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming of trekt dat in indien degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend of de nabestaande ervan:

2.

Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de SVB besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien.

3.

De tegemoetkoming die als gevolg van een besluit als bedoeld in het eerste lid ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt van degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend of de nabestaande ervan, teruggevorderd.

§ 5. Uitvoering en financiering

Artikel 9

1.

Deze regeling wordt uitgevoerd door de SVB.

2.

De SVB kan artikel 2, onderdeel i, voor zover het de aaneengeslotenheid van de periode van ten minste 10 jaar betreft, buiten toepassing laten of daarvan afwijken indien naar het oordeel van de SVB het belang van deze regeling daartoe noodzaakt.

Artikel 10

1.

De SVB kan over het recht op de tegemoetkoming advies vragen aan het instituut asbestslachtoffers.

2.

De SVB stelt de eisen vast waaraan het advies dient te voldoen en stelt een termijn binnen welke het advies wordt verwacht.

Artikel 11

1.

De SVB en het instituut asbestslachtoffers stellen een overeenkomst op betreffende de samenwerking en de werkwijze in het kader van de uitvoering van deze regeling.

2.

In de in het eerste lid bedoelde overeenkomst wordt ten minste vastgelegd:

Artikel 12

1.

De SVB verstrekt jaarlijks, vóór 1 juli, informatie aan de Minister over het vorige jaar met betrekking tot:

2.

Bij de informatie, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de SVB een raming van de lasten voor het komende kwartalen in het komende jaar, verbijzonderd naar de kosten die daartoe in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, worden gerekend.

Artikel 13

1.

De lasten van deze regeling worden gefinancierd uit een rijksbijdrage ten laste van de begroting van de Minister.

2.

Op de eerste dag van elk kwartaal draagt het Rijk de geraamde lasten over dat kwartaal af aan de SVB.

3.

Indien de dag, genoemd in het tweede lid, een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is, wordt de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is, in aanmerking genomen.

4.

Op de lasten van deze regeling komen in mindering:

Artikel 14

In afwijking van artikel 13 kan in bijzondere gevallen een hogere of een lagere afdracht dan die bedoeld in artikel 13, tweede lid, worden verstrekt.

Artikel 15

1.

De SVB dient jaarlijks vóór 1 juli de afrekening in bij de Minister met betrekking tot de kasuitgaven in het kader van deze regeling over het afgelopen kalenderjaar. Op grond van deze afrekening vindt een betaling ten gunste of ten laste van de SVB plaats.

2.

De Minister stelt jaarlijks vóór 1 september, na ontvangst van de jaarrekening met een verklaring over de rechtmatigheid, de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 13, eerste lid, definitief vast op de lasten van de SVB in het kader van deze regeling over het afgelopen kalenderjaar.

§ 6. Wijzigingen regelgeving

Artikel 16

Wijzigt deze regeling.

Artikel 17

Wijzigt de Regeling WWB.

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 18

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 december 2007.

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 4a

Een wijziging van de bedragen, vermeld in de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014, die op grond van artikel 19 van die regeling in de Staatscourant voor een bepaald kalenderjaar bekend zijn gemaakt, geldt met ingang van dat kalenderjaar in de plaats van de bedragen, genoemd in de artikelen 2, onderdeel g, 3, vierde lid, en 4, eerste en tweede lid.

§ 3. De aanvraag en informatieverplichtingen

§ 4. Betaling en terugvordering

§ 5. Uitvoering en financiering

§ 6. Wijzigingen regelgeving

§ 7. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2a

1.

Recht op een tegemoetkoming, onverminderd artikel 2, heeft een persoon:

2.

In afwijking van het eerste lid heeft een persoon geen recht op een tegemoetkoming indien de persoon voor het geconstateerde maligne mesothelioom reeds een tegemoetkoming op grond van artikel 2 heeft verkregen.

3.

De artikelen 2, onderdelen c en f tot en met i, 3 en 5 tot en met 7 zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 3. De aanvraag en informatieverplichtingen

§ 4. Betaling en terugvordering

§ 5. Uitvoering en financiering

§ 6. Wijzigingen regelgeving

§ 7. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)