Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 februari 2008, nr. P&O/2007/53275, houdende vaststelling van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 (Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008)
Bijlage. : Organisatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De bewindspersonen van het Ministerie zijn:
- –. minister, mevrouw dr. J. Bussemaker
- –. staatssecretaris, de heer S. Dekker
Het managementteam van het ministerie bestaat uit:
- –. de secretaris-generaal (SG)
- –. de plaatsvervangend secretaris-generaal (PSG)
- –. de directeuren-generaal (DG)
- –. de inspecteur-generaal van het Onderwijs (IGO).
De SG is ambtelijk verantwoordelijk voor het functioneren van het ministerie en voor de voorbereiding en uitvoering van het beleid waarvoor de politieke leiding de politieke verantwoordelijkheid draagt. De SG heeft als hoogste ambtenaar tot taak te zorgen voor een goede onderlinge afstemming van de verschillende beleidsterreinen en voor de uitvoering en uitvoerbaarheid van het ontwikkelde beleid.
De SG wordt in de ambtelijke leiding van het departement bijgestaan door een PSG. Deze vervangt hem bij zijn afwezigheid in al zijn taken en behartigt, namens de SG, de SG-taken op het gebied van het beheer van het departement. De PSG is verantwoordelijk voor de directies binnen haar kolom. Voor de inhoudelijke beleidsthema's van de directie Kennis is de SG echter eerste aanspreekpunt.
Daarnaast wordt hij in zijn taak bijgestaan door de directeuren-generaal Hoger Onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie (DGHBWE), de directeur-generaal Primair en Voortgezet Onderwijs (DGPV), de directeur-generaal Cultuur en Media (DGCM) en de directeur-generaal Dienst Uitvoering Onderwijs (DGDUO). Deze directeuren-generaal zijn ambtelijk verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de onder hen ressorterende directies en voor de samenhang tussen die beleidsterreinen. Zij kunnen daarnaast ambtelijk verantwoordelijk zijn voor één of meer specifieke beleidsonderwerpen of projecten, die niet zonder meer tot de hierboven genoemde beleidsterreinen kunnen worden gerekend. DGDUO heeft zitting in het managementteam, om zo te waarborgen dat de onder hem ressorterende uitvoeringsinstantie betrokken is bij de voorbereiding van en de besluitvorming over nieuw beleid en om de betrokkenheid van de DG's bij de uitvoerbaarheid van beleid te waarborgen.
De SG, de DGHBWE, de DGPV en de DGCM worden ondersteund door een stafbureau. Deze stafbureaus zijn verantwoordelijk voor de secretariële ondersteuning en/of persoonlijke ambtelijke ondersteuning aan de SG, de DGHBWE, de DGPV onderscheidenlijk de DGCM. De SG, de DGHBWE, de DGPV onderscheidenlijk de DGCM zijn direct-leidinggevende van de medewerkers van de stafbureaus.
Het Ministerie bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
- 3.1. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de SG:
- a. Inspecties:
- 1e. Inspectie van het onderwijs (Ivho)
- 2e. Erfgoedinspectie
- 3.2. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de pSG:
- 1e. Bestuursondersteuning en Advies (BOA)
- 2e. Communicatie (COM)
- 3e. Facilitair Management en ICT (FM/ICT)
- 4e. Financieel-Economische Zaken (FEZ)
- 5e. Kennis
- 6e. Personeel & Organisatie (P&O)
- 7e. Wetgeving en Juridische Zaken (WJZ)
- 3.3. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de DGPV:
- a. Beleidsdirecties gericht op het stelsel:
- 1e. Primair Onderwijs (PO)
- 2e. Voortgezet Onderwijs (VO)
- b. Beleidsdirecties gericht op een thema:
- 1e. Jeugd en Onderwijszorg
- 2e. Leraren
- c. Ondersteunend bureau voor de:
- 1e. College voor Examens (CVE)
- 2e. Onderwijsraad
- 3.4. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de DGHBWE:
- a. Beleidsdirecties gericht op het stelsel:
- 1e. Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO)
- 2e. Hoger Onderwijs & Studiefinanciering (HO&S)
- 3e. Onderzoek en Wetenschapsbeleid (OWB)
- b. Beleidsdirectie gericht op een thema:
- *. Emancipatie (DE)
- c. Ondersteunend bureau voor de:
- 1e. Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT)
- 2e. College van beroep voor het hoger onderwijs (CBHO)
- 3.5. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de DGCM:
- a. Beleidsdirecties gericht op het stelsel:
- 1e. Erfgoed en Kunsten (E&K)
- 2e. Media en Creatieve Industrie (M&C)
- b. Beleidsdirectie gericht op ondersteuning internationaal beleid:
- –. Internationaal Beleid (IB)
- c. Beleidsdirectie ingericht als buitendienst:
- Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)
- d. Baten-lastendienst:
- –. Nationaal Archief (NA)
- e. Ondersteunend bureau voor de:
- –. Raad voor Cultuur (RvC)
- 3.6. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de DGDUO:
- a. Baten-lastendienst:
- –. Dienst Uitvoering Onderwijs
De ondersteunende directies hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De directie BOA is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de sturing op de politiek- bestuurlijke en organisatorische samenhang van het departement zodat het verkeer tussen de politieke top en de ambtelijke organisatie goed verloopt. De directie is tevens verantwoordelijk voor de inhoudelijke, procesmatige, instrumentele en logistieke ondersteuning van de bewindslieden en de ambtelijke top. De directie is ook verantwoordelijk voor de behandeling van burgerbrieven, daarin zo nodig inhoudelijk bijgestaan door beleidsdirecties. Verder is de directie verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van veiligheid voor alle sectoren van het Ministerie.
De directie COM is verantwoordelijk voor de interne en externe communicatie van het departement.
De directie FM/ICT verzorgt kaderstellend beleid en centrale regieorganisatie-taken voor het concern OCW naast decentrale regieorganisatie-taken en ondersteuning voor het bestuursdepartement op het gebied van Facilitair management, Huisvesting, Inkoop, Duurzaamheid en services (telefoon, receptie, vervoer, beveiliging, post, archief, huishoudelijke zaken) en ICT (beleid en beheer en diensten conform productdienstencatalogus).
De directie FEZ is verantwoordelijk voor het begrotingsproces en bewaakt de uitkomsten daarvan. Tevens is de directie verantwoordelijk voor de interne planning & control cyclus van het Ministerie. Vanuit de financiële expertise ondersteunt zij bij alle aspecten van beleid en bedrijfsvoering. Dit gebeurt zowel op het niveau van de DG (DG control) als op het niveau van SG respectievelijk minister (Concern control). De directie is belast met de algemene beleidsvorming en advisering over toezicht. De directie is tevens verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein arbeidszaken.
De directie Kennis is verantwoordelijk voor het verbinden van beleidsvorming, wetenschap en praktijk. Daarmee wordt de kwaliteit van de beleidsvorming vergroot en wordt de relevantie van wetenschappelijk onderzoek op OCW-gebied versterkt. Door te werken aan het vergroten van het inzicht in de prestaties van de OCW-stelsels bij alle actoren, worden die actoren in staat gesteld de eigen prestaties te verhogen.
De directie P&O verzorgt binnen de door de rijksoverheid gegeven kaders:
- –. centrale regieorganisatie-, beleids- en adviestaken voor het Concern OCW/(p)SG en MT OCW;
- –. op directieniveau decentrale regieorganisatie- en adviestaken voor het management en de medewerkers van het bestuursdepartement en ook aan afzonderlijke diensten;
- –. administratieve beheertaken (concernbreed) voor zover niet ondergebracht in P-Direkt.
Tevens is de directie P&O verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het beheer van managementinformatie en het uitvoeren van planning en control-taken inclusief advies en rapportages op het gebied van de bedrijfsvoering (apparaatskosten en centrale budgetten).
De directie WJZ is verantwoordelijk voor de totstandkoming van de wet- en regelgeving van OCW. Voorts is de directie WJZ verantwoordelijk voor de advisering op het terrein van bestuurlijke en juridische aangelegenheden, voor de toetsing van internationale- en EU-regelgeving alsmede beleid en regels waarvan de totstandkoming tot de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de andere directies behoort.
De beleidsdirecties hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De directie PO is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling voor het primair onderwijs. Tevens is zij verantwoordelijk voor het OCW-beleid t.a.v. burgerschap, het onderwijs in het buitenland en de departementale inbreng ten aanzien van het minderheden- en asielzoekersbeleid.
Het beleidsterrein van het primair onderwijs omvat de scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs, en voortgezet speciaal onderwijs.
De directie VO is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling voor het voortgezet onderwijs. In samenhang daarmee ontwikkelt de directie beleidsvoorstellen op onderwijsinhoudelijk, financieel, bekostigingstechnisch, juridisch en personeels gebied. Tevens is zij verantwoordelijk voor de coördinatie van de inzet van het departement rond het jeugdbeleid voor de hele onderwijssector en meer in het bijzonder voor de operatie Jong en sport.
De directie is ten slotte verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling voor de onderwijsondersteuning en coördineert dit beleid voor de directies PO, VO en BVE.
Het beleidsterrein van het voortgezet onderwijs omvat de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo), het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo), voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), praktijkonderwijs en de landelijke ondersteunende instellingen (landelijke pedagogische centra: APS, CPS en KPC-groep, alsmede CITO en SLO).
De directie Jeugd en Onderwijszorg is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van Jeugd en Zorg, voor de sectoren primair onderwijs, voortgezet onderwijs, en beroepsonderwijs. De directie is in deze ook het aanspreekpunt voor de minister voor Jeugd en Gezin.
De directie Leraren is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van leraren voor alle onderwijssectoren. In het bijzonder is de directie gericht op de kwaliteitsbevordering van leraren en de terugdringing van het lerarentekort.
De beleidsdirecties van het DGHBWE hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De directie MBO is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie, en coördineert het beleid tegen voortijdig schoolverlaten.
De directie HO&S is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van hoger onderwijs, academische ziekenhuizen en studiefinanciering. De directie draagt zorg voor het hoger onderwijsstelsel en beheert wet- en regelgeving omtrent hoger onderwijs en studiefinanciering.
De directie OWB is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling ten aanzien van het publiek gefinancierde onderzoeksbestel en het bestuur van de door OCW gefinancierde onderzoeksorganisaties, de interdepartementale aangelegenheden op het gebied van het wetenschapsbeleid (inclusief de OCW inbreng in het Innovatieplatform en de CWTI), en het internationale wetenschaps- en technologiebeleid voor zover de minister van OCW daarvoor verantwoordelijk is. Ook is de directie beleidsmatig verantwoordelijk voor de Nederlandse Taal.
DE is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van emancipatie ter bevordering van de integratie van het emancipatiebeleid in het rijksbrede regeringsbeleid. De directie draagt tevens zorg voor de ondersteuning van het emancipatieproces in de samenleving (emancipatie subsidiebeleid).
Doel is de verhoging van de arbeidsparticipatie van vrouwen, meer vrouwen in topposities van overheid, onderwijs en bedrijfsleven, terugdringen van beloningsverschillen, maatschappelijke participatie van vrouwen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, meer meisjes in bèta, bestrijden van geweld tegen meisjes en vrouwen, actieve aanpak van homodiscriminatie, bevorderen combinatie arbeid en zorg tussen 7 en 7 en bijdragen aan verbetering van de positie van meisjes en vrouwen in de wereld.
De beleidsdirecties van het DGCM hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De directie E&K is verantwoordelijk voor beleidsontwikkeling op het terrein van erfgoed en kunsten en voert beleid ten aanzien van instellingen waarmee een subsidierelatie wordt onderhouden. Het beleid omvat de volgende disciplines: monumentenzorg, archeologie, musea, beeldende kunst, dans, muziek, muziektheater en theater.
De directie M&C is verantwoordelijk voor het beleid op terrein van media, bibliotheken, archieven en creatieve industrie. Doel van de directie is het waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-en informatieaanbod, dat toegankelijk is en blijft voor alle lagen van de bevolking. Daarnaast is de directie verantwoordelijk voor de ondersteuning van de ontwikkeling van de creatieve industrie via fondsen, kennisborging en netwerkvorming. M&C coördineert het topsectorenbeleid creatieve industrie in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken.
De directie IB is verantwoordelijk voor de inbreng van Nederland overal waar onderwerpen op het terrein van OCW in internationale verbanden aan de orde zijn. Omgekeerd brengt de directie relevante informatie uit het buitenland op de tafel van betrokken directies binnen het ministerie – en via hen – van relevante delen van het onderwijs-, onderzoek- en cultuurveld.
De RCE voert, namens de minister, de Monumentenwet 1988 uit en fungeert als kenniscentrum voor de instandhouding van het archeologische, gebouwde en cultuurlandschappelijke erfgoed van Nederland. De dienst is (mede) verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling en het uitvoeren van het beleid met betrekking tot het cultureel erfgoed en fungeert als kennisinstituut voor de bescherming van waardevolle sporen van menselijke bewoning.
De dienst draagt in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zorg voor de kunstcollectie van het Rijk voor zover niet ondergebracht bij rijksmusea en streeft ernaar deze optimaal toegankelijk te maken.
De dienst is (mede)verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid voor roerend cultureel erfgoed en fungeert op dat terrein als kenniscentrum.
De dienst ontwikkelt en verspreidt kennis die het beheer en behoud van de erfgoedcollectie ondersteunt en verbetert en die de betekenis daarvan duidt en kenbaar maakt.
De RCE voert, namens de minister, de wet- en regelgeving op het terrein van de erfgoedzorg uit en fungeert als kenniscentrum voor de instandhouding van het archeologische, gebouwde en cultuurlandschappelijke erfgoed van Nederland. De dienst is (mede) verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling en het uitvoeren van het beleid met betrekking tot het cultureel erfgoed en fungeert als kennisinstituut voor de bescherming van waardevolle sporen van menselijke bewoning.
De dienst is (mede)verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid voor roerend cultureel erfgoed en fungeert op dat terrein als kenniscentrum.
De dienst draagt in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zorg voor de kunstcollectie van het Rijk voor zover niet ondergebracht bij rijksmusea en streeft ernaar deze optimaal toegankelijk te maken.
De dienst ontwikkelt en verspreidt kennis die het beheer en behoud van de erfgoedcollectie ondersteunt en verbetert en die de betekenis daarvan duidt en kenbaar maakt.
DUO is de hoofduitvoerder van OCW en voert de volgende kerntaken uit:
- •. Het bekostigen van onderwijsinstellingen: de bekostiging van erkende onderwijsinstellingen in het PO, VO, BVE en HO.
- •. Studiefinanciering, tegemoetkoming schoolkosten en inning debiteuren: het financieren van studerenden aan erkende en aangewezen onderwijsinstellingen in het VO, BVE en HO. Het nemen van een besluit over de toekenning van financiering op basis van het volgen van onderwijs. Het op basis van een toekenning financiering of contractafspraken uitbetalen van geld aan een student. Het op basis van ontvangen financiering of betaalverplichtingen anderszins, afhandelen van vorderingen op studenten.
- •. Diploma’s en examens: het afgeven, erkennen, legaliseren en beheren van diploma’s en examens. Het verzorgen van het proces van aanmelding, selectie en plaatsing voor het hoger onderwijs. Het organiseren van staatsexamens.
- •. Wettelijke basisregisters: het beheren en onderhouden van de wettelijk voorgeschreven basisregisters: BRIN, BROI, BRON, CRIHO en CROHO.
- •. Informatiediensten: het verstrekken en beheren van onderwijsinformatie ten behoeve van beleid en onderwijsveld.
Hiernaast voert DUO aanvullende werkzaamheden uit voor tweeden en derden. De omvang werken voor tweeden en derden wordt jaarlijks in de MA tussen SG en DG DUO overeengekomen. De basis voor afspraken hierover wordt gevormd door het kader ‘werken voor tweeden en derden’.
Voor de uitvoering van de activiteiten beschikt DG DUO over een eigen bedrijfsvoering binnen de OCW- en rijkskaders. DG DUO komt in afstemming met de MT OCW leden tot een ondernemingsplan. Dit plan wordt tweejaarlijks herijkt. Tevens brengt DUO een publicitair jaarverslag uit.
De inspecties hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De Erfgoedinspectie ziet toe op de naleving van:
- –. wet- en regelgeving op het gebied van het behoud en beheer van de rijkscollectie en van beschermde cultuurgoederen;
- –. de Archiefwet en andere regelgeving op het gebied van het archiefbeheer door overheidsorganen;
- –. de Monumentenwet 1988 en andere regelgeving op het gebied van archeologische monumenten, opgravingen en vondsten;
- –. de Monumentenwet 1988 en Besluiten op het gebied van beheer en behoud van gebouwde monumenten en beschermde stads en dorpsgezichten.
Zij rapporteert via de secretaris-generaal aan de bewindspersoon over de bevindingen en doet daarbij aanbevelingen.
De Ivho heeft de volgende taken:
- –. het beoordelen van de kwaliteit van het onderwijs door het uitvoeren van periodiek kwaliteitsonderzoek, waarbij gelet wordt op de in de wet vermelde kwaliteitsaspecten.
- –. via het toezicht stimuleren van de kwaliteit van het onderwijs en de eigen verantwoordelijkheid van scholen en instellingen.
- –. rapporteren over de ontwikkelingen in het onderwijs, in het bijzonder de kwaliteit daarvan, op instellings- en op stelselniveau.
- –. het beoordelen van de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitvoering van de taken, opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders bij of krachtens hoofdstuk 1, afdelingen 3 en 6, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
- –. het beoordelen van de financiële rechtmatigheid door in ieder geval het verrichten van onderzoek naar de controlerapporten van de door het bevoegd gezag aangewezen accountant, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en de rechtmatigheid van het financieel beheer van de bekostigde onderwijsinstellingen.
- –. verrichten van overige bij of krachtens de wet aan de inspectie opgedragen taken.
Voor alle onderwijssectoren geldt dat de inspectie jaarlijks, op basis van artikel 23, lid 8 van de Grondwet, in het Onderwijsverslag rapporteert over de staat van het onderwijs.
Het NA voert de Archiefwet en het Archiefbesluit uit en functioneert als kenniscentrum op het gebied van digitalisering, conservering en beheer van archieven, als gedocumenteerde verschijningsvorm van het cultureel erfgoed.
Er zijn de volgende bureaus die onafhankelijke of zelfstandige organisaties ondersteunen:
- 11.1. Onderwijsraad (OR)
- 11.2. Raad voor Cultuur (RvC)
- 11.3. Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT)
- 11.4. College voor Examens (CVE)
- 11.5. College van beroep voor het hoger onderwijs (CBHO)
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 14d. Rijksinkoop en departementale inkoopfunctie
De Coördinerend Directeur Inkoop (CDI) is verantwoordelijk voor het goed functioneren van het CDI/CPO-stelsel binnen het Ministerie. De CDI wordt betrokken bij alle grote en/of risicovolle inkooptrajecten en wordt in de gelegenheid gesteld deze vooraf te beoordelen, conform de interdepartementale afspraken die dienaangaande gemaakt zijn in het Uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst en binnen het CDI/CPO-stelsel.
De directeur-generaal DUO is gemandateerd tot het verrichten van aankopen ten behoeve van alle budgethouders van het Ministerie.
Bijlage. Organisatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De bewindspersonen van het ministerie zijn:
- –. dr. mr. R.M. Letschert, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- –. drs. J.Z.C.M. Tielen, Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De bestuursraad van het ministerie bestaat uit:
- –. de secretaris-generaal (SG)
- –. de plaatsvervangend secretaris-generaal (pSG)
- –. de directeuren-generaal (DG)
- –. de inspecteur-generaal van het Onderwijs (IGO).
De SG is ambtelijk verantwoordelijk voor het functioneren van het ministerie en voor de voorbereiding en uitvoering van het beleid waarvoor de politieke leiding de politieke verantwoordelijkheid draagt. De SG heeft als hoogste ambtenaar tot taak te zorgen voor een goede onderlinge afstemming van de verschillende beleidsterreinen en voor de uitvoering en uitvoerbaarheid van het ontwikkelde beleid. Als hoogste ambtenaar is de SG ook voorzitter van het Decentraal georganiseerd overleg (DGO), en kan zich daarin laten vervangen door de pSG. De SG is voorzitter van de bestuursraad.
De SG is met het oog op de Comptabiliteitswet 2016 en de Aanwijzingen inzake Rijksinspecties beheersmatig verantwoordelijk voor:
- –. de directie Financieel Economische Zaken
- –. de Inspectie van het onderwijs
- –. de Inspectie Overheidsinformatie & Erfgoed
De pSG is beheersmatig verantwoordelijk voor de directies:
- –. Wetgeving & Juridische Zaken
- –. Communicatie
- –. Kennis
- –. Organisatie & Bedrijfsvoering
- –. Bestuursondersteuning & Advies, en
- –. het Bureau Rijkscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld
De SG wordt in zijn taak bijgestaan door de directeuren-generaal Hoger Onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie (DGHBWE), de directeur-generaal Funderend Onderwijs (DGFO), de directeur-generaal Cultuur en Media (DGCM) en de directeur-generaal Dienst Uitvoering Onderwijs (DGDUO). Deze directeuren-generaal zijn ambtelijk verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de onder hen ressorterende directies en voor de samenhang tussen die beleidsterreinen. Zij kunnen daarnaast ambtelijk verantwoordelijk zijn voor één of meer specifieke beleidsonderwerpen of projecten, die niet zonder meer tot de hierboven genoemde beleidsterreinen kunnen worden gerekend.
DGDUO en de IGO hebben zitting in de Bestuursraad, om zo te waarborgen dat deze betrokken zijn bij OCW-brede organisatorische vraagstukken en de besluitvorming daarover. Ook kunnen zij op deze wijze op grond van hun deskundigheid inbreng hebben in beleidsinhoudelijke gedachtevorming, en de randvoorwaarden voor uitvoering en toezicht in beleidsontwikkeling bevorderen.
De SG, de pSG, de DGHBWE, de DGFO en de DGCM worden ondersteund door stafbureaus. Deze stafbureaus zijn verantwoordelijk voor de secretariële ondersteuning en/of persoonlijke ambtelijke ondersteuning aan de SG, de pSG, de DGHBWE, de DGFO onderscheidenlijk de DGCM.
Het Ministerie bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
- 3.1. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de SG:
- a. Inspecties:
- 1e. Inspectie van het onderwijs (Ivho)
- 2e. Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed
- b. Regeringscommissaris grensoverschrijdend seksueel gedrag en seksueel geweld
- 3.2. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de DGFO:
- a. Beleidsdirecties gericht op het stelsel:
- 1e. Onderwijspersoneel en Primair Onderwijs (OPO)
- 2e. Onderwijsprestaties en Voortgezet Onderwijs (OVO)
- 3e. Kansengelijkheid en Onderwijsondersteuning (KO)
- b. Ondersteunend bureau voor de:
- 1e. College voor toetsen en examens (CvTE)
- 2e. Onderwijsraad
- 3.3. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de DGHBWE:
- a. Beleidsdirecties gericht op het stelsel:
- 1e. Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO)
- 2e. Hoger Onderwijs & Studiefinanciering (HO&S)
- 3e. Onderzoek en Wetenschapsbeleid (OWB)
- b. Beleidsdirectie gericht op een thema:
- *. Emancipatie (DE)
- c. Ondersteunend bureau voor de:
- 1e. Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI)
- 2e. College van beroep voor het hoger onderwijs (CBHO)
- 3.4. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de DGCM:
- a. Beleidsdirecties gericht op het stelsel:
- 1e. Erfgoed en Kunsten (E&K)
- 2e. Media en Creatieve Industrie (M&C)
- b. Beleidsdirectie gericht op ondersteuning internationaal beleid:
- –. Internationaal Beleid (IB)
- c. Beleidsdirectie ingericht als buitendienst:
- Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)
- d. Baten-lastendienst:
- –. Nationaal Archief (NA)
- e. Ondersteunend bureau voor de:
- –. Raad voor Cultuur (RvC)
- –. Nederlandse Unesco Commissie
- 3.5. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de DGDUO:
- a. Baten-lastendienst:
- –. Dienst Uitvoering Onderwijs
De ondersteunende directies hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De directie BOA is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de sturing op de politiek- bestuurlijke en organisatorische samenhang van het departement zodat het verkeer tussen de politieke top en de ambtelijke organisatie goed verloopt. De directie is tevens verantwoordelijk voor de inhoudelijke, procesmatige, instrumentele en logistieke ondersteuning van de bewindslieden en de ambtelijke top. De directie is ook verantwoordelijk voor de behandeling van burgerbrieven, daarin zo nodig inhoudelijk bijgestaan door beleidsdirecties. Verder is de directie verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van veiligheid voor alle sectoren van het Ministerie.
De directie COM is verantwoordelijk voor de interne en externe communicatie van het departement.
De Directie Organisatie & Bedrijfsvoering opereert vanuit de kaders die in SGO5-verband de afgelopen jaren zijn ontwikkeld voor een nieuwe inrichting van de hoofdtaken van de departementale bedrijfsvoering op de verschillende bedrijfsvoeringsdomeinen: strategisch advies en control, afnemer van generieke dienstverlening SSO, liaisonfunctie bij maatwerk en bedieningsgebied Hoftoren.
De directie is verantwoordelijk voor:
- –. de continuïteit, stabiliteit en doorontwikkeling van de generieke IV-voorzieningen, inclusief beleid (concern) en de tactisch/operationele advisering en ondersteuning van de OCW-medewerkers (gegevenseigenaren) van het bestuursdepartement binnen de algemene kaders en onder aansturing van de CIO OCW.
- –. de strategische advisering aan leden van de bestuursraad op de terreinen huisvesting, facilitair management en inkoop.
- –. strategisch en tactische advisering op het gebied van personeels- en organisatiewikkeling
- –. alle operationele personele, informatieve, formatieve en financiële administratieve processen, die de directie Organisatie & Bedrijfsvoering uitvoert ten behoeve van haar afnemers: het concern en het bestuursdepartement.
De directie FEZ is verantwoordelijk voor het begrotingsproces en bewaakt de uitkomsten daarvan. Tevens is de directie verantwoordelijk voor de interne planning & control cyclus van het Ministerie. Vanuit de financiële expertise ondersteunt zij bij alle aspecten van beleid en bedrijfsvoering. Dit gebeurt zowel op het niveau van de DG (DG control) als op het niveau van SG respectievelijk minister (Concern control). De directie is belast met de algemene beleidsvorming en advisering over toezicht. De directie is tevens verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein arbeidszaken.
De directie Kennis adviseert gevraagd en ongevraagd de ambtelijke en politieke top en de beleidsdirecties bij beleidsvorming voor de domeinen kennis, strategie, data, informatisering, projectmatig en programmatisch werken.
Kennis maakt analyses en verkenningen, ontsluit nationaal en internationaal onderzoek, data, en beleidsinformatie. De directie verbindt strategische vragen met beleidsopgaven, en bevordert via de Projectenpool goed projectmatig en programmatisch werken binnen OCW. Bovendien is Kennis verantwoordelijk voor advies over en het opstellen van strategisch informatiebeleid en controleert op de naleving daarvan.
De CIO-office ondersteunt de directeur Kennis in zijn rol als CIO OCW.
De directie WJZ is verantwoordelijk voor de totstandkoming van de wet- en regelgeving van OCW. Voorts is de directie WJZ verantwoordelijk voor de advisering op het terrein van bestuurlijke en juridische aangelegenheden, voor de toetsing van internationale- en EU-regelgeving alsmede beleid en regels waarvan de totstandkoming tot de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de andere directies behoort.
De beleidsdirecties hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
Elk talent telt en elk kind heeft recht op onderwijs om zo een goede start in het leven te maken. Vanuit deze opgave werkt de directie OPO aan verschillende onderwerpen. Zo is de directie OPO verantwoordelijk voor de brede opgave rondom onderwijspersoneel en voor de beleidsontwikkeling op een aantal andere terreinen voor het funderend onderwijs. Zoals nieuwkomersonderwijs, digitalisering in en van het onderwijs (en digitale geletterdheid) en de burgerschapsopgave. Verder gaat de directie over de deugdelijkheidseisen, het stichten, opheffen en in stand houden van scholen in het funderend onderwijs en coördineert de directie de inzet op Caribisch Nederland voor de DG kolom. Er wordt onder meer gewerkt met regio-coördinatoren voor het nieuwkomersonderwijs en er wordt nauw samengewerkt met de Realisatie Eenheid op het terrein van de aanpak van de tekorten van schoolleiders en leraren.
Daarnaast is in directie OPO de stelselkennis over het primair onderwijs opgenomen, waaronder de bekostiging, het curriculum en doorstroomtoets in het primair onderwijs. En het beleid ten aanzien van het Jonge Kind en de Voor- en Vroegschoolse educatie (VVE).
Daarnaast is de directie verantwoordelijkheid voor het onderhoud aan de wet op het primair onderwijs, waaronder de scholen voor basisonderwijs en speciaal basisonderwijs.
De directie OVO is verantwoordelijk voor de brede opgave rondom het verbeteren van de onderwijsprestaties in het funderend onderwijs. Dit gebeurt onder andere via het Masterplan Basisvaardigheden, het stimuleren van evidence-informed werken in het onderwijs, het verbeteren van onderwijshuisvesting en het onderwijstoezicht op scholen. Via o.a. onderwijs coördinatoren op het terrein van taal, rekenen, burgerschap & digitale geletterdheid en regio coördinatoren wordt hier ook direct met scholen actief aan gewerkt. Daarnaast is in de directie OVO de stelselkennis over het voortgezet onderwijs opgenomen, waaronder de bekostiging, het curriculum en examens in het voortgezet onderwijs.
Daarnaast is de directie verantwoordelijkheid voor het onderhoud aan de wet op voortgezet onderwijs, waaronder de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo), het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo), voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), praktijkonderwijs en de landelijke ondersteunende instellingen (landelijke pedagogische centra: APS, CPS en KPC-groep, alsmede CITO en SLO).
De directie KO is verantwoordelijk voor de brede opgave rondom kansengelijkheid in het funderend onderwijs. De directie heeft de volgende missie: ‘ieder kind kan zich, ondanks omstandigheden, optimaal ontwikkelen – passend bij wat die wil, kan en is – zodat die mee kan doen in de maatschappij. Ook als daar (extra) ondersteuning voor nodig is’. In deze directie zijn dan ook de onderwerpen kansengelijkheid, Gelijke Kansen Alliantie, speciaal onderwijs, inclusief onderwijs, pro, residentieel onderwijs, passend onderwijs en onderwijs en zorg belegd.
De programmadirectie MDT is opgericht naar aanleiding van het Regeerakkoord van het Kabinet Rutte IV waarbij het programma is overgegaan van VWS naar OCW. Het programma beoogt jongeren in staat te stellen een bijdrage te leveren aan de samenleving door het invoeren van een vrijwillige maatschappelijke diensttijd (van maximaal 6 maanden). Het programma realiseert onder meer beleid dat gericht is op het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid en maatschappelijke kansen van jongeren.
De beleidsdirecties van het DGHBWE hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De directie MBO is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie, en coördineert het beleid ter bestrijding van voortijdig schoolverlaten.
De directie HO&S is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van hoger onderwijs, academische ziekenhuizen en studiefinanciering. De directie draagt zorg voor het hoger onderwijsstelsel en beheert wet- en regelgeving omtrent hoger onderwijs en studiefinanciering.
De directie OWB is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling ten aanzien van het publiek gefinancierde onderzoeksbestel en het bestuur van de door OCW gefinancierde onderzoeksorganisaties, de interdepartementale aangelegenheden op het gebied van het wetenschapsbeleid (inclusief de OCW inbreng in het Innovatieplatform en de CWTI), en het internationale wetenschaps- en technologiebeleid voor zover de minister van OCW daarvoor verantwoordelijk is. Ook is de directie beleidsmatig verantwoordelijk voor de Nederlandse Taal.
DE is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van emancipatie ter bevordering van de integratie van het emancipatiebeleid in het rijksbrede regeringsbeleid. De directie draagt tevens zorg voor de ondersteuning van het emancipatieproces in de samenleving (emancipatie subsidiebeleid).
Doel is de verhoging van de arbeidsparticipatie van vrouwen, meer vrouwen in topposities van overheid, onderwijs en bedrijfsleven, terugdringen van beloningsverschillen, maatschappelijke participatie van vrouwen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, meer meisjes in bèta, bestrijden van geweld tegen meisjes en vrouwen, actieve aanpak van homodiscriminatie, bevorderen combinatie arbeid en zorg tussen 7 en 7 en bijdragen aan verbetering van de positie van meisjes en vrouwen in de wereld.
De beleidsdirecties van het DGCM hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De directie E&K is verantwoordelijk voor beleidsontwikkeling op het terrein van erfgoed en kunsten en voert beleid ten aanzien van instellingen waarmee een subsidierelatie wordt onderhouden. Het beleid omvat de volgende disciplines: monumentenzorg, archeologie, musea, beeldende kunst, dans, muziek, muziektheater en theater.
De directie M&C is verantwoordelijk voor het beleid op terrein van media, bibliotheken, archieven en creatieve industrie. Doel van de directie is het waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-en informatieaanbod, dat toegankelijk is en blijft voor alle lagen van de bevolking. Daarnaast is de directie verantwoordelijk voor de ondersteuning van de ontwikkeling van de creatieve industrie via fondsen, kennisborging en netwerkvorming. M&C coördineert het topsectorenbeleid creatieve industrie in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken.
De directie IB is verantwoordelijk voor de inbreng van Nederland overal waar onderwerpen op het terrein van OCW in internationale verbanden aan de orde zijn. Omgekeerd brengt de directie relevante informatie uit het buitenland op de tafel van betrokken directies binnen het ministerie – en via hen – van relevante delen van het onderwijs-, onderzoek- en cultuurveld.
De RCE voert, namens de minister, de wet- en regelgeving op het terrein van de erfgoedzorg uit en fungeert als kenniscentrum voor de instandhouding van het archeologische, gebouwde en cultuurlandschappelijke erfgoed van Nederland. De dienst is (mede) verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling en het uitvoeren van het beleid met betrekking tot het cultureel erfgoed en fungeert als kennisinstituut voor de bescherming van waardevolle sporen van menselijke bewoning.
De dienst is (mede)verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid voor roerend cultureel erfgoed en fungeert op dat terrein als kenniscentrum.
De dienst draagt in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zorg voor de kunstcollectie van het Rijk voor zover niet ondergebracht bij rijksmusea en streeft ernaar deze optimaal toegankelijk te maken.
De dienst ontwikkelt en verspreidt kennis die het beheer en behoud van de erfgoedcollectie ondersteunt en verbetert en die de betekenis daarvan duidt en kenbaar maakt.
DUO is de hoofduitvoerder van OCW en voert de volgende kerntaken uit:
- •. Het bekostigen van onderwijsinstellingen: de bekostiging van erkende onderwijsinstellingen in het PO, VO, BVE en HO.
- •. Studiefinanciering, tegemoetkoming schoolkosten en inning debiteuren: het financieren van studerenden aan erkende en aangewezen onderwijsinstellingen in het VO, BVE en HO. Het nemen van een besluit over de toekenning van financiering op basis van het volgen van onderwijs. Het op basis van een toekenning financiering of contractafspraken uitbetalen van geld aan een student. Het op basis van ontvangen financiering of betaalverplichtingen anderszins, afhandelen van vorderingen op studenten.
- •. Diploma’s en examens: het afgeven, erkennen, legaliseren en beheren van diploma’s en examens. Het verzorgen van het proces van aanmelding, selectie en plaatsing voor het hoger onderwijs. Het organiseren van staatsexamens.
- •. Wettelijke basisregisters: het beheren en onderhouden van de wettelijk voorgeschreven basisregisters: BRIN, BROI, BRON, CRIHO en CROHO.
- •. Informatiediensten: het verstrekken en beheren van onderwijsinformatie ten behoeve van beleid en onderwijsveld.
Hiernaast voert DUO aanvullende werkzaamheden uit voor tweeden en derden. De omvang werken voor tweeden en derden wordt jaarlijks in de MA tussen SG en DG DUO overeengekomen. De basis voor afspraken hierover wordt gevormd door het kader ‘werken voor tweeden en derden’.
Voor de uitvoering van de activiteiten beschikt DG DUO over een eigen bedrijfsvoering binnen de OCW- en rijkskaders. DG DUO komt in afstemming met de MT OCW leden tot een ondernemingsplan. Dit plan wordt tweejaarlijks herijkt. Tevens brengt DUO een publicitair jaarverslag uit.
De inspecties hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed heeft als taak toe te zien op de naleving van:
- a). Het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 ten aanzien van het beheer van overheidsinformatie en archieven door overheidsorganen;
- b). het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet BES ten aanzien van de zorg voor en het beheer van overheidsinformatie en archieven in Caribisch Nederland;
- c). het bepaalde bij of krachtens de Erfgoedwet. Dit betreft onder meer:
- •. het stelsel van de archeologische monumentenzorg, waaronder certificering, opgravingen, vondsten en archeologische rijksmonumenten, op land en op zee;
- •. het stelsel van de gebouwde en groene monumentenzorg, waaronder de instandhouding van rijksmonumenten door professionele organisaties voor monumentenbehoud (POM’s);
- •. behoud en beheer van de rijkscollectie;
- •. beschermde cultuurgoederen en verzamelingen in particulier en kerkelijk bezit;
- •. in- en uitvoer van wettelijk beschermde cultuurgoederen van Nederland, EU-lidstaten en partijen bij de UNESCO-verdragen van 1954 en 1970;
- d). Het bepaalde bij of krachtens de Sanctiewet 1977 (Sanctieregeling Irak 2004 II en Sanctieregeling Syrië 2012).
De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed verleent vergunningen voor uitvoer van cultuurgoederen die uit de EU worden uitgevoerd (artikel 4.23 Erfgoedwet, Verordening (EG) 116/2009), en is aangewezen als centrale autoriteit in de zin van Richtlijn 2014/60/EU.
De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed beschikt over een aantal inspecteurs dat is aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. Zij zijn op grond van artikel 8.4 van de Erfgoedwet belast met de opsporing van bepaalde strafbare feiten met betrekking tot cultureel erfgoed.
De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed voert haar toezichtstaken uit overeenkomstig de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties. Zij informeert de beleidsonderdelen van het ministerie en uitvoeringsdiensten over de uitvoering van bestaande regels en de werking van beleid in de praktijk, en informeert de beleidsinhoudelijk verantwoordelijke minister, zo nodig rechtstreeks, over haar bevindingen, oordelen, adviezen en andere relevante gegevens.
Op grond van genoemde Aanwijzingen en artikel 25b, tweede lid, van de Archiefwet biedt de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed jaarlijks een verslag aan over de wijze waarop toezicht is gehouden en over de resultaten van het toezicht.
De inspectie heeft de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht. Voor alle onderwijssectoren geldt voorts dat de inspectie jaarlijks het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in artikel 23, achtste lid, van de Grondwet, vaststelt.
Het NA voert de Archiefwet en het Archiefbesluit uit en functioneert als kenniscentrum op het gebied van digitalisering, conservering en beheer van archieven, als gedocumenteerde verschijningsvorm van het cultureel erfgoed.
Er zijn de volgende bureaus die onafhankelijke of zelfstandige organisaties ondersteunen:
- 11.1. Onderwijsraad (OR)
- 11.2. Raad voor Cultuur (RvC)
- 11.3. Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI)
- 11.4. College voor toetsen en examens (CvTE)
- 11.5. Nederlandse Unesco Commissie
- 11.6. Regeringscommissaris grensoverschrijdend seksueel gedrag en seksueel geweld
- 12.1. De Directeur Kennis is chief information officer (CIO) voor het ministerie.
- 12.2. De CIO heeft de volgende hoofdtaken:
- a. Het inrichten van een CIO-stelsel voor het ministerie;
- b. de ambtelijke en politieke leiding gevraagd en ongevraagd adviseren over de doelstelling, uitvoering, kosten en risico’s van grote ICT-trajecten;
- c. oordelen over de start van ICT-trajecten en op kritieke momenten tijdens de uitvoering daarvan;
- d. opstellen en actueel houden van de departementale strategie, beleid en visie op geautomatiseerde informatievoorziening en ICT en deze ontwikkelen en onderhouden, vanuit de rijksbreed afgesproken kaders, de departementale architectuur en standaarden;
- e. bewaken van de samenhang in informatievoorziening en ICT-projecten binnen het ministerie;
- f. het opstellen, beheren en zorgdragen voor de uitvoering van een meerjarig informatieplan voor het ministerie met een financiële paragraaf in samenhang met integraal portfoliomanagement en levenscyclusmanagement;
- g. toezicht houden op de naleving van de rijksbrede kaders binnen het ministerie en het stellen van eisen aan projectbeheersingsmethodieken op basis van de rijksbrede kaders, en ondersteunen van audits, reviews en second opinions;
- h. het aanmelden van activiteiten bij het Adviescollege ICT-toetsing, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Instellingsbesluit Adviescollege ICT-toetsing.
- 12.3. De CIO wordt ondersteund door een CIO-office, onderdeel van de afdeling Strategisch Informatiebeleid (SIB) van de directie Kennis. Het afdelingshoofd SIB is tevens plaatsvervangend CIO.’
- 12.4. De departementale de Chief Information Security Officer (CISO OCW) maakt tevens deel uit van deze CIO-office.
- 12.5. Alle dienstonderdelen (BD, IvhO, NA, RCE en DUO) hebben een CIO, een CISO en een operationeel verantwoordelijke voor Informatievoorziening (IV).
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)