Besluit van 14 mei 2008, houdende regels over de inschrijving en luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en de erkenning van bedrijven voor werkzaamheden die de luchtwaardigheid betreffen (Besluit luchtvaartuigen 2008)

Type AMvB
Publication 2024-02-20
State In force
Source BWB
artikelen 30
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze minister van Verkeer en Waterstaat van 4 januari 2008, nr. CEND/HDJZ-2007/1644, Hoofddirectie Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met de staatssecretaris van Defensie;

Gelet op

verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (PbEG L 240),

verordening (EG) nr. 1702/2003 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 september 2003 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (PbEU L 243),

verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PbEU L 315) en

– de artikelen 1.2, tweede en derde lid, 3.3, tweede lid, 3.7, 3.13, eerste en derde lid, 3.15, eerste lid, 3.19a, derde lid, 3.22, eerste lid, onder b, 3.23, 3.25, eerste tot en met derde lid, 3.26, eerste en derde lid, 3.29 en 3.31 van de Wet luchtvaart;

De Raad van State gehoord (advies van 31 januari 2008, nr. W09.08.00009/IV);

Gezien het nader rapport van Onze minister van Verkeer en Waterstaat van 8 mei 2008, nr. CEND/HDJZ/2008-437, Hoofddirectie Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met de staatssecretaris van Defensie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Definities en toepassingsgebied

Artikel 1

In dit besluit en in de op dit besluit gebaseerde regelingen wordt verstaan onder:

aanvullende geluidsverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 3.19c, tweede lid, van de wet;

aanvullend type-certificaat: type-certificaat van een aanpassing van het orginele ontwerp zoals vastgelegd in het orginele type-certificaat van het ongewijzigd product;

akkoordverklaring: door Onze Minister afgegeven verklaring waarmee hij akkoord gaat met het aantonen van de conformiteit van individuele producten, onderdelen en uitrustingsstukken overeenkomstig verordening (EU) nr. 748/2012, Part 21, section A, subpart F;

ARC: certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid dat periodiek wordt afgegeven door Onze minister of een daartoe erkende managementorganisatie voor permanente luchtwaardigheid, dat deel uitmaakt van een geldig BvL (EASA Form 15, Airworthiness Review Certificate);

blijvende luchtwaardigheid: alle processen waarmee gewaarborgd wordt dat het luchtvaartuig gedurende de gehele operationele levensduur voldoet aan de geldende normen voor luchtwaardigheid en zich in een toestand van veilige exploitatie bevindt;

BvL: Bewijs van Luchtwaardigheid;

certificaat, als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder b: certificaat ten aanzien van werkzaamheden die zijn opgenomen in de erkenning en die verband houden met de luchtwaardigheid en geluidsproductie van producten of onderdelen;

EASA-beperkt-BvL: bewijs van luchtwaardigheid voor een EASA-luchtvaartuig dat wel aan de eisen betreffende luchtwaardigheid volgens het ICAO-verdrag voldoet, maar niet aan de essentiële eisen inzake luchtwaardigheid zoals opgenomen in bijlage II en bijlage III bij de basisverordening;

EASA-standaard-BvL: bewijs van luchtwaardigheid voor een EASA- luchtvaartuig dat zowel aan de eisen betreffende luchtwaardigheid volgens het ICAO-verdrag als aan de essentiële eisen inzake luchtwaardigheid zoals opgenomen in bijlage II en bijlage III bij de basisverordening voldoet;

export-BvL: bewijs waarin de status van het luchtvaartuig betreffende de luchtwaardigheid wordt aangegeven, getoetst volgens de eisen van het importerende land;

gedelegeerde verordening (EU) nr. 2019/945: gedelegeerde verordening (EU) nr. 2019/945 van de Commissie van 12 maart 2019 inzake onbemande luchtvaartuigsystemen en uit derde landen afkomstige exploitanten van onbemande luchtvaartuigsystemen (PbEU 2019, L 152);

geluidscertificaat: certificaat als bedoeld in artikel 3.19a, eerste lid, van de wet;

geluidsverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 3.19c, eerste lid, van de wet;

gemotoriseerd schermvliegtuig: schermvliegtuig, zijnde een zweeftoestel zonder starre hoofdstructuur dat kan worden gedragen en slechts kan worden gestart en geland door gebruik te maken van de benen van de bestuurder, dat over een motor beschikt;

gyrokopter: gemotoriseerd luchtvaartuig met rotorbladen, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht kan worden gehouden door aerodynamische reactiekrachten op zijn rotorbladen, waarvan de rotorbladen niet door de motor worden aangedreven;

ICAO-staat: staat die het ICAO-verdrag heeft bekrachtigd;

ICAO-standaard-BvL: bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in het ICAO-verdrag;

ICAO Annex 8: bijlage 8 bij het ICAO-verdrag, betreffende de luchtwaardigheid van luchtvaartuigen;

lichte gyrokopter: gyrokopter met een maximum startmassa van niet meer dan 600 kg, een- of tweezitter;

MLA: (Micro Light Aeroplane) land-, amfibie- of watervliegtuig met niet meer dan twee zitplaatsen, een overtreksnelheid die niet hoger is dan 45 knopen gecalibreerde luchtsnelheid en een maximum startmassa van niet meer dan:

600 kg voor een landvliegtuig, inclusief een eventueel op het frame gemonteerd Total Recovery Parachute System;

650 kg voor een amfibie- of watervliegtuig, inclusief een eventueel op het frame gemonteerd Total Recovery Parachute System, mits een micro light die als watervliegtuig en als landvliegtuig gebruikt kan worden binnen beide daarvoor geldende massalimieten valt;

MLH: (Micro Light Helicopter) helikopter met niet meer dan twee zitplaatsen en een maximum startmassa van niet meer dan:

300 kg voor een landhelikopter, eenzitter;

450 kg voor een landhelikopter, tweezitter;

330 kg voor een amfibie- of waterhelikopter, eenzitter; of

495 kg voor een amfibie- of waterhelikopter, tweezitter, waarbij geldt dat een helikopter die als waterhelikopter en als landhelikopter gebruikt kan worden binnen beide daarvoor geldende massalimieten valt;

MOA-F: erkenning voor het onderhoud van vliegtuigen, helikopters en ballonnen of onderdelen daarvan, als bedoeld in verordening (EU) nr. 1321/2014, Part M, section A, subpart F (Maintenance Organisation Approval-F);

modelluchtvaartuig: luchtvaartuig, niet in staat een mens te dragen, en uitsluitend gebruikt voor luchtvaartvertoning, recreatie of sport;

Nederland: Europees deel van het Koninkrijk en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

onderdeel: elk deel dat is geïnstalleerd in of bevestigd aan een luchtvaartuig en dat bestemd is voor gebruik van dat luchtvaartuig tijdens de vlucht;

Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

paramotortrike: luchtvaartuig zonder starre hoofdstructuur, dat wordt gestart en geland door gebruik te maken van een wielconstructie en over een hulpmotor beschikt, met niet meer dan twee zitplaatsen en een maximum startmassa van niet meer dan:

Part 21: deel betreffende certificatieprocedures voor EASA-luchtvaartuigen, aanverwante producten en onderdelen (bijlage bij verordening (EU) nr. 748/2012);

Part M: deel betreffende de blijvende luchtwaardigheid van EASA-luchtvaartuigen (bijlage I bij verordening (EU) nr. 1321/2014);

POA: erkenning voor het vervaardigen van producten en onderdelen als bedoeld in Part 21, section A, subpart G (Production Organisation Approval);

product: luchtvaartuig, een voortstuwingsinrichting of een propeller;

RPA: op afstand bestuurd luchtvaartuig (remotely piloted aircraft), onbemand, niet zijnde een modelluchtvaartuig;

RPAS: RPA, het daarbij horend grondstation, het vereiste besturingssysteem en andere in het type ontwerp gespecificeerde componenten;

speciaal-BvL: bewijs van luchtwaardigheid voor luchtvaartuigen die buiten het kader van de basisverordening vallen en ook niet aan de eisen betreffende luchtwaardigheid volgens het ICAO-verdrag voldoen;

staat van ontwerp: ICAO-lidstaat die rechtsmacht heeft over de organisatie die verantwoordelijk is voor het ontwerp van een luchtvaartuig, zoals gedefinieerd in ICAO Annex 8;

Total Recovery Parachute System: reddingssysteem met valscherm voor het hele luchtvaartuig;

type-certificaat: het geheel van documenten omvattende het type-ontwerp, de operationele beperkingen, het gegevensblad, de luchtwaardigheidsregelgeving en alle andere voorschriften en beperkingen zoals voorgeschreven in de van toepassing zijnde eisen;

type-ontwerp: het geheel van documenten omvattende alle tekeningen en specificaties benodigd om de configuratie, de eigenschappen van het ontwerp vast te leggen, informatie over materialen, processen en productiemethodieken, luchtwaardigheidsbeperkingen ten behoeve van het onderhoud en alle gegevens die nodig zijn om de luchtwaardigheid en voor zover van toepassing de geluidsproductie vast te stellen van latere producten van het type;

verdrag: het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb.1973,109) (ICAO-verdrag);

verklaring van conformiteit: verklaring dat het luchtvaartuig of het onderdeel aan het goedgekeurde ontwerp voldoet (Statement of Conformity);

verordening (EU) nr. 748/2012: verordening van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (PB L224);

verordening (EU) nr. 1321/2014: verordening van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PbEU L 362);

wet: Wet luchtvaart.

Artikel 2

1.

Met uitzondering van het tweede, vierde en zesde lid, is dit besluit uitsluitend van toepassing op luchtvaartuigen, voortstuwingsinrichtingen, propellers, onderdelen en erkenningen bestemd voor de burgerluchtvaart.

2.

Dit besluit en hoofdstuk 3 van de wet zijn niet van toepassing op de volgende soorten luchtvaartuigen:

3.

Paragraaf 3.2.3 van de wet omtrent bewijzen van bevoegdheid voor onderhoud is niet van toepassing op de volgende soorten luchtvaartuigen:

4.

Bij regeling van Onze Minister dan wel Onze Minister van Defensie kunnen voorschriften en beperkingen worden opgenomen ten aanzien van de in het tweede en derde lid genoemde luchtvaartuigen.

5.

Artikel 3.5 van de wet is niet van toepassing op luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 3.6 van de wet.

6.

Het verbod, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onder b, van de wet, is niet van toepassing op militaire luchtvaartuigen die hetzij automatisch, hetzij op afstand worden bestuurd, en die worden gebruikt als doel voor schietoefeningen dan wel voor het slepen van een doel voor schietoefeningen mits wordt voldaan aan het volgende:

7.

Van overeenkomstige toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zijn:

met dien verstande dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld.

Hoofdstuk 2. Nationaliteit en inschrijving van luchtvaartuigen

Artikel 3

1.

In het Nederlandse register voor burgerluchtvaartuigen worden luchtvaartuigen ingeschreven:

2.

De aanvrager, die krachtens geldige titel een luchtvaartuig onder zich heeft, is:

3.

Onze Minister van Financiën kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid, onder b, bedoelde douaneformaliteiten. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Bij het niet naleven van een aan de ontheffing verbonden voorschrift kan Onze Minister van Financiën de ontheffing intrekken.

4.

Indien de aanvrager geen woonplaats heeft in Nederland dan wel, indien het om een rechtspersoon gaat, de statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging niet in Nederland is gevestigd, dient het beheer, bedoeld in het eerste lid, onder c, te worden uitgevoerd door een vertegenwoordiger van de aanvrager met woonplaats in Nederland, dan wel, door een nevenvestiging van de rechtspersoon in Nederland.

5.

Indien de aanvrager het in het eerste lid, onder c, bedoelde beheer heeft uitbesteed, rusten de verplichtingen terzake van de blijvende luchtwaardigheid op de in het vierde lid bedoelde vertegenwoordiger dan wel op de nevenvestiging als rechtspersoon.

6.

De aanvrager is gehouden aan de uitbesteding, bedoeld in het vijfde lid, het op schrift gestelde voorschrift te verbinden dat hij te allen tijde opdrachten kan verstrekken in verband met de naleving van de hem krachtens dit besluit terzake van de blijvende luchtwaardigheid opgedragen verplichtingen.

7.

Indien de aanvrager, bedoeld in het tweede lid, niet tevens de eigenaar is van het luchtvaartuig, schrijft Onze Minister het luchtvaartuig in het register voor burgerluchtvaartuigen in, tenzij de eigenaar afkomstig is uit een land waarmee Nederland de diplomatieke banden heeft verbroken.

Artikel 4

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot:

Hoofdstuk 3. Aanvullende type-certificaten

Artikel 5

Onze Minister kan op aanvraag een aanvullend type-certificaat afgeven voor een luchtvaartuig dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten of een luchtvaartuig als bedoeld in de onderdelen a, b en d van Bijlage I bij de basisverordening.

Artikel 6

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld betreffende:

Hoofdstuk 4. Bewijzen van luchtwaardigheid

Artikel 7

1.

Onze Minister kan op aanvraag de volgende bewijzen van luchtwaardigheid afgeven:

2.

Een bewijs als bedoeld in het eerste lid onder a is geldig voor het internationaal uitvoeren van vluchten.

3.

Een bewijs als bedoeld in het eerste lid, onder b, is slechts geldig voor het uitvoeren van vluchten binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam dan wel de delen van het vluchtinformatiegebied Curaçao en het vluchtinformatiegebied San Juan die zich boven het territoir van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevinden dan wel die delen waarvoor Onze Minister de verantwoordelijkheid voor het verzorgen van luchtverkeersdiensten heeft aanvaard.

4.

Een bewijs als bedoeld in het eerste lid, onder c, houdt, in combinatie met een bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in het eerste lid, onder a, of een bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald, een toestemming in tot het uitvoeren van vluchten.

5.

De voorschriften of beperkingen verbonden aan een bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in het eerste lid worden neergelegd op dat bewijs van luchtwaardigheid of in een bijlage bij dat bewijs van luchtwaardigheid.

Artikel 8

1.

Onze Minister geeft op aanvraag van de houder van een luchtvaartuig dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten, dan wel een luchtvaartuig als bedoeld in onderdeel b van bijlage I bij de basisverordening, of zijn vertegenwoordiger, een ICAO-standaard-BvL af indien het luchtvaartuig naar zijn oordeel voldoet aan een ontwerp dat is goedgekeurd door middel van:

en veilig gebruikt kan worden.

2.

Onze Minister geeft op aanvraag van de houder van een luchtvaartuig als bedoeld in de onderdelen a en d van bijlage I bij de basisverordening, of zijn vertegenwoordiger, een ICAO-standaard-BvL af indien:

3.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent het eerste en tweede lid.

Artikel 9

Onze Minister geeft op aanvraag van de houder van een luchtvaartuig een speciaal-BvL af indien het luchtvaartuig in staat is om op veilige wijze vluchten uit te voeren en voldoet aan bij ministeriële regeling daartoe te stellen eisen.

Artikel 10

1.

Onze Minister geeft op aanvraag van de houder van een nieuw luchtvaartuig een export-BvL af:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op gebruikte luchtvaartuigen, met uitzondering van onderdeel b, onder 3°, en met dien verstande dat de houder beschikt over een ICAO-standaard-BvL, een EASA-standaard-BvL of een EASA-beperkt-BvL, dan wel het luchtvaartuig in aanmerking komt voor een van deze bewijzen.

3.

Aan de eisen in het eerste lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 4° en het tweede lid, behoeft niet te worden voldaan, indien de bevoegde autoriteit van de staat van invoer daarmee instemt.

4.

In het geval beschreven in het derde lid, worden afwijkingen van het product ten opzichte van het type-certificaat op het exportbewijs als uitzonderingen opgenomen.

5.

De houder van een export-BvL is verplicht:

Artikel 11

1.

Een ICAO-standaard-BvL wordt afgegeven of verlengd voor een periode van ten hoogste 1 jaar.

2.

Een speciaal-BvL wordt afgegeven of verlengd voor een periode van ten hoogste 1 jaar.

3.

Een export-BvL wordt eenmalig afgegeven.

4.

In afwijking van het eerste lid wordt voor een luchtvaartuig dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten een ICAO-standaard-BvL afgegeven of verlengd voor ten hoogste 3 jaar.

5.

In afwijking van het tweede lid wordt voor een gemotoriseerd schermvliegtuig of paramotortrike met een leeggewicht, inclusief reddingsmiddelen, van ten hoogste 120 kg een speciaal-BvL afgegeven voor onbepaalde tijd.

Artikel 12

1.

De houder van een luchtvaartuig voorzien van een ICAO-standaard-BvL laat dat luchtvaartuig onderhouden overeenkomstig verordening (EU) nr. 1321/2014, Part M, door de houder van een erkenning inzake onderhoud als bedoeld in artikel 17, eerste lid dan wel door de houder van een bewijs van bevoegdheid inzake onderhoud ingevolge artikel 3.30 van de wet.

2.

Onderhoud van luchtvaartuigen met een speciaal-BvL geschiedt overeenkomstig de bij ministeriële regeling te stellen eisen.

Artikel 13

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent:

Hoofdstuk 5. Geluidscertificaten, geluidsverklaringen en aanvullende geluidsverklaringen

Artikel 14

1.

Onze Minister kan op aanvraag aan de houder van een luchtvaartuig een geluidscertificaat afgeven.

2.

Onze Minister vermeldt op een geluidscertificaat de gegevens die zijn vastgelegd ten behoeve van de afgifte van een type-certificaat en de eventueel van toepassing zijnde aanvullende type-certificaten.

3.

Indien de in het tweede lid bedoelde gegevens niet beschikbaar zijn, kan Onze Minister op een geluidscertificaat vermelden:

Artikel 15

1.

Op aanvraag van de houder van een luchtvaartuig waarvoor geen geluidseisen gelden kan Onze Minister voor het geluid relevante gegevens op een geluidsverklaring vermelden. Hiertoe legt de aanvrager met betrekking tot dat luchtvaartuig geluidsniveaus vast aan de hand van een naar het oordeel van Onze Minister adequate en betrouwbare meetmethode. De aanvrager verstrekt de gegevens over de geluidsniveaus aan Onze Minister.

2.

Onze Minister kan op aanvraag van de houder van een luchtvaartuig waarvoor geluidseisen gelden de voor het geluid relevante gegevens op een aanvullende geluidsverklaring vermelden. Hiertoe worden met betrekking tot dat luchtvaartuig geluidsniveaus vastgelegd en overgelegd aan de hand van een naar het oordeel van Onze Minister adequate en betrouwbare meetmethode.

Artikel 16

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent:

Hoofdstuk 6. Erkenningen

Artikel 17

1.

Onze Minister kan een erkenning verlenen voor werkzaamheden die verband houden met de luchtwaardigheid en de geluidsproductie van producten of onderdelen, met uitzondering van werkzaamheden die reeds onder een van de erkenningen als bedoeld in verordening (EU) nr. 1321/2014 en verordening (EU) nr. 748/2012 vallen.

2.

Onze Minister kan in bijzondere gevallen waarin naar zijn oordeel een POA niet toepasselijk is, een akkoordverklaring afgeven.

Artikel 18

1.

Onze Minister verleent op aanvraag een erkenning als bedoeld in artikel 17, eerste lid, indien:

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent het eerste lid.

3.

Een erkenning als bedoeld in artikel 17, eerste lid, geldt voor de in de erkenning genoemde werkzaamheden, producten dan wel categorieën onderdelen, waarvoor de houder de in artikel 19, eerste lid, bedoelde bevoegdheden heeft.

Artikel 19

1.

De houder van een erkenning als bedoeld in artikel 17, eerste lid, is bevoegd tot:

2.

De houder van een erkenning als bedoeld in artikel 17, eerste lid, is verplicht:

Artikel 20

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent:

Artikel 21

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot startinrichtingen voor luchtvaartuigen zonder voortstuwingsinrichtingen.

Hoofdstuk 7. Vergoedingen

Artikel 22

1.

Een vergoeding is verschuldigd voor:

2.

Bij ministeriële regeling wordt de hoogte van de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld.

3.

Bij ministeriële regeling wordt de wijze van betaling van de verschuldigde vergoeding vastgesteld.

Artikel 23

1.

De beslissing op een aanvraag voor de toepassing van de handelingen in artikel 22, eerste lid, met uitzondering van een aanvraag die betrekking heeft op een aanvullend type-certificaat en een ontwerpgoedkeuring, wordt slechts genomen nadat is gebleken dat de verschuldigde vergoeding is betaald.

2.

De beslissing op een aanvraag voor de toepassing van de handelingen in artikel 22, eerste lid, onder c, voor zover die betrekking heeft op aanvullende type-certificaten en een ontwerpgoedkeuring, wordt slechts genomen nadat is gebleken dat alle voorafgaande facturen ten aanzien van de gevraagde handeling, verstuurd tot 30 dagen voorafgaande aan de datum van de beslissing, zijn voldaan.

3.

Wanneer na de betaling van de verschuldigde vergoeding degene, die een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, heeft ingediend, verzoekt die aanvraag als niet ingediend te beschouwen, kan hem op zijn verzoek een, nader door Onze Minister in elk geval afzonderlijk te bepalen, bedrag worden terugbetaald.

Hoofdstuk 8. Overgangsbepalingen

Artikel 24

Onze Minister kan, met inachtneming van hoofdstuk II, deel 4 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 2019/945, op aanvraag besluiten conformiteitsbeoordelingsinstanties aan te melden.

Hoofdstuk 8. Conformiteitsbeoordelingsinstanties

Artikel 25

Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten de hierna genoemde regelingen op de daarbij vermelde artikelen van dit besluit :

Artikel 26

Het Besluit luchtvaartuigen wordt ingetrokken.

Artikel 27

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 28

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit luchtvaartuigen 2008.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1a

Dit besluit berust tevens op artikel 1.5 van de wet.

Artikel 1b

De aanvraag voor de afgifte van een bewijs van luchtwaardigheid, erkenning of hieraan gerelateerde certificaten of verklaringen als bedoeld in hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald wordt ingediend bij Onze Minister, tenzij bij of krachtens de basisverordening of de wet hiertoe een andere instantie is aangewezen.

Hoofdstuk 2. Nationaliteit en inschrijving van luchtvaartuigen

Hoofdstuk 3. Type-certificaten en aanvullende type-certificaten

Hoofdstuk 4. Bewijzen van luchtwaardigheid

Hoofdstuk 5. Geluidscertificaten, geluidsverklaringen en aanvullende geluidsverklaringen

Hoofdstuk 6. Erkenningen

Hoofdstuk 7. Vergoedingen

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)