Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Informatie Beheer Groep vanaf 1994

Type Archiefselectielijst
Publication 2008-08-21
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

In artikel 48 van de wet en artikel 6.8 van het Besluit wordt de IB-Groep als beheerder van het BPI aangewezen. Ook de bewaartermijnen zijn in het Besluit vastgelegd (art. 6.7): in het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen opgenomen gegevens worden verwijderd vijftig jaar na de inwerkingtreding van de wet. Daarmee bestaat zekerheid dat gedurende de periode dat een persoon inburgeringsplichtig kan zijn (tussen het 16e en 65e levensjaar), de gegevens beschikbaar blijven. Deze termijn is noodzakelijk om voorkomen dat personen, die eerder als niet inburgeringsplichtig zijn aangemerkt, later alsnog worden opgeroepen. Als gegevens niet langer relevant zijn voor dit doel worden ze geschoond. Na vijftig jaar kan met zekerheid worden gesteld dat alle personen die nu worden opgenomen in het BPI op grond van hun leeftijd niet meer inburgeringsplichtig zijn, waarmee het bestand zijn functie heeft verloren.

Als gegevens niet langer relevant zijn voor het doel van het bestand worden ze geschoond. De IB-Groep verwijdert de gegevens van een in het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen opgenomen persoon, indien de betrokkene:

Deze gegevens zullen overeenkomstig de gestelde termijn in Wbp twee jaar na beëindiging actieve relatie worden geschoond.

In artikel 6.7 staat dat het bestand wordt opgeheven op 1 januari 2057. Immers na vijftig jaar kan met zekerheid worden gesteld dat alle personen die nu worden opgenomen in het BPI op grond van hun leeftijd niet meer inburgeringsplichtig zijn, waarmee het bestand zijn functie heeft verloren.

Het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen en het Informatiesysteem Inburgering vormen samen de informatiebestanden Inburgering.

Het ISI heeft ten doel om gegevens te verstrekken aan – onder andere – het college van burgemeester en wethouders, de IB-Groep en de IND, die van belang zijn voor de wettelijke uitoefening van taken op basis van de Wet inburgering. Verder zal het ISI gegevens genereren die door de verantwoordelijke ministers gebruikt worden met het oog op de evaluatie van bestaand beleid en de voorbereiding van toekomstig beleid (artikel 47, tweede lid, onderdeel c, van de wet).

De IB-Groep is verantwoordelijk voor het beheer van ISI (art. 47 van de wet en art. 6.8 Besluit). In artikel 6.3 van het Besluit worden de bewaartermijnen genoemd. De bewaartermijn bedraagt in beginsel twintig jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de gegevens in het ISI zijn vastgelegd. Na het verstrijken van de termijn mogen de kenmerken van de gegevens, die herleidbaar zijn tot een individuele natuurlijke persoon niet meer in het systeem voorkomen. De op individuele natuurlijke personen herleidbare gegevens worden eveneens verwijderd indien de betrokken persoon is overleden.

Ten aanzien van in het Informatiesysteem inburgering opgeslagen gegevens over personen die niet (langer) inburgeringsplichtig zijn (als gevolg van vrijstellingen, ontheffingen of behaalde examenresultaten), is een afzonderlijke bewaartermijn van vijftig jaren neergelegd. Deze langere bewaartermijn is gebaseerd op de gedachte dat de desbetreffende persoon gedurende het tijdvak van zijn leven dat hij inburgeringsplichtig kan zijn (van zijn 16e tot zijn 65e levensjaar) niet meer opgeroepen wordt op basis van uit de wet voortvloeiende verplichtingen. Daarnaast worden gegevens die betrekking hebben op een tijdelijk of definitief niet invorderbare schuld langer bewaard. Gerekend vanaf de dag waarop de gegevens van deze persoon in het ISI zijn opgenomen, is het mogelijk dat de bewaartermijn van 20 jaar hiervoor te kort is (art.6.3 Besluit).

De volgende gegevens worden na verloop van vijftig jaar verwijderd:

sociaal-fiscaalnummer;

naamgegevens;

adresgegevens;

woonplaats;

geboortedatum;

gegevens die betrekking hebben op gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht;

gegevens die betrekking hebben op een ontheffing van de inburgeringsplicht;

de datum waarop het inburgeringsdiploma is behaald;

gegevens over een tijdelijke of definitief niet invorderbare schuld terzake van een lening.

De termijnen vangen aan op de dag waarop de gegevens in het Informatiesysteem Inburgering zijn opgenomen.

In principe komt het Informatiesysteem inburgering in aanmerking voor vernietiging (art. 6.3 Besluit). Echter vanwege het maatschappelijk en historisch belang van dit gegevensbestand, komen de gegevens voor eeuwige bewaring in aanmerking. Dit betekent dat de persoonsgegevens na 20 jaar weliswaar uit het bestand moeten worden verwijderd, maar dit zegt niet dat deze gegevens ook vernietigd moet worden. Ze moeten slechts uit het systeem worden verwijderd en kunnen daarna overeenkomstig de Archiefwet 1995 langer worden bewaard. Dit is ook beschreven in de Memorie van toelichting op artikel 6.3 van het Besluit Inburgering. Na de wettelijke bewaartermijn van vijftig jaar zal de IB-Groep het bestand ISI moeten overdragen aan het Nationaal Archief. Voor de archiefbescheiden met persoonsgegevens zal dan een beperking van openbaarheid worden opgenomen.

Voor inburgeraars die op eigen initiatief, zonder voorafgaande afspraken met de gemeente, starten met het inburgeringstraject, de zogenaamde ‘zelfmelders’, zal de IB-Groep fungeren als informatie- en registratiecentrum. Ook in het land zullen servicebalies ingericht worden waar mensen terecht kunnen met hun vragen op het gebied van inburgering.

Er wordt van de inburgeringsplichtige verwacht dat deze mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving verwerft. Tevens moet de inburgeringsplichtige er zorg voor dragen dat hij het inburgeringsexamen behaalt (art. 7 van de wet). Het behalen van het inburgeringsexamen is een resultaatsverplichting die geldt voor iedere inburgeringsplichtige om zijn maatschappelijke positie maar in veel gevallen ook zijn rechtspositie in Nederland te kunnen versterken.

Ook op vrijwillige basis kan deelgenomen worden aan het inburgeringsexamen, het gaat dan bijvoorbeeld om vrijwillige inburgeraars. Dit zijn niet inburgeringsplichtigen die wel het inburgeringsexamen willen afleggen (Regeling vrijwillige inburgering, Stcrt. 2006, 244).

Het inburgeringsexamen bestaat uit een praktijkdeel en een centraal deel.

In artikel 13, derde lid, van de wet is vastgelegd dat het inburgeringsexamen bestaat uit een praktijkdeel en een centraal deel. Het praktijkdeel omvat een examen in de functionele taalvaardigheid in het Nederlands, gerelateerd aan veel voorkomende praktijksituaties. Het centraal deel omvat een elektronisch praktijkexamen, een toets gesproken Nederlands en een examen kennis van de Nederlandse samenleving.

Het praktijkexamen kan op verschillende manieren worden afgenomen: door middel van een assessment, een portfolio of een combinatie van een assessment en een portfolio. Assessments kunnen uitsluitend worden afgelegd bij een aangewezen exameninstelling. Portfolio’s kunnen zowel door een aangewezen exameninstelling als door de IB-Groep worden beoordeeld.

Aangewezen exameninstellingen die het praktijkexamen afnemen (een onderwijsinstelling of een andere aangewezen instelling) geven het resultaat door aan de IB-Groep. De IB-Groep registreert dit gegeven in het ISI, evenals het resultaat van een door haar zelf beoordeeld portfolio.

De examens van het centraal deel van het inburgeringsexamen (het elektronisch praktijkexamen, de toets gesproken Nederlands en het examen in de kennis van de Nederlandse samenleving) kunnen alleen afgenomen worden door de IB-Groep, die hiertoe is aangewezen in artikel 15, tweede lid, van de wet. Hiertoe heeft de IB-Groep verspreid door het land meerdere examenlocaties ingericht.Voor het centrale deel moet de inburgeraar zich aanmelden bij de IB-Groep.De IB-Groep treft speciale voorzieningen voor examenkandidaten met een psychische of lichamelijkebelemmering of verstandelijke handicap (art. 3.5, lid 1 van het Besluit).

De IB-Groep registreert in ISI de examenresultaten, de inschrijving voor de examens, de oproeping voor examens, de deelname aan examens en de logistieke gegevens.

Vreemdelingen die Nederlander willen worden, kunnen vanaf 2 januari 2007 het inburgeringsexamen gaan doen voordat zij hun naturalisatieverzoek indienen. Het inburgeringsexamen vervangt de naturalisatietoets.

De organisatie van het inburgeringsexamen in het kader van naturalisatie is uitgebreider dan de standaard inburgeringsexamen. Zo zullen er in het buitenland examens gefaciliteerd moeten worden.

Sommige inburgeraars kunnen een beroep doen op vrijstelling van een of meer examens door indiening van een verzoek om vrijstelling. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer ze over een diploma of getuigschrift beschikken die recht geeft op vrijstelling.

Op grond van artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de wet is degene die beschikt over een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diploma, certificaat of ander document, niet inburgeringsplichtig. Daarnaast bepaalt artikel 5, derde lid, van de wet dat de inburgeringsplichtige die beschikt over een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen diploma, certificaat of ander document, is vrijgesteld van een deel van het inburgeringsexamen.

Slechts diploma’s, certificaten en andere soortgelijke documenten die ten minste aan de in of krachtens afdeling 6 van hoofdstuk 2 van het Besluit (artikelen 2.9 en 2.10) vastgestelde niveaus van kennis van de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving voldoen, komen in aanmerking om bij of krachtens dit besluit te worden aangewezen als uitzonderingsgrond voor de inburgeringsplicht of vrijstellingsgrond voor een onderdeel van het inburgeringsexamen.Het Besluit bevat een opsomming van diploma’s, certificaten en andere documenten waarvan het bezit tot een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht kan leiden.

Ten behoeve van de uitvoering daarvan is door de IB-Groep te Groningen een ‘modellenboek” ontwikkeld, waarin zoveel mogelijk Nederlandse diploma’s en getuigschriften staan vermeld die onder de in dit Besluit genoemde vrijstellingen vallen. Dit modellenboek wordt ook op internet gepubliceerd. Op grond hiervan kunnen betrokkenen in beginsel zelf vaststellen of men in het bezit is van een Nederlands diploma of getuigschrift waarvoor een vrijstelling geldt. Het enkele feit dat het document niet in het modellenboek voorkomt, betekent nog niet dat het document niet tot vrijstelling leidt. Wanneer het diploma niet in het modellenboek voorkomt, kan dit diploma aan de gemeente worden overgelegd en deze kan dan, zo nodig na raadpleging van de IB-Groep,antwoorden op de vraag of het diploma tot een vrijstelling leidt. Voor een beoordeling of het bezit van een niet-Nederlands diploma, certificaat of ander soortgelijk document onder een van de in deze afdeling geregelde vrijstellingen valt, zal de bezitter zo nodig een vergelijking kunnen laten uitvoeren door de IB-Groep. Voordat een vergelijking kan worden uitgevoerd, moet het desbetreffende document zijn gelegaliseerd. Na de inwerkingtreding van het nieuwe inburgeringsstelsel zal een lijst ontstaan met daarop de niet-Nederlandse diploma’s, certificaten en andere documenten die in ieder geval onder de vrijstelling vallen. Ook deze lijst zal via internet raadpleegbaar kunnen zijn.

In de Wet inburgering (art. 13 en 14 ) is bepaald dat de kandidaat die is geslaagd voor het inburgeringsexamen een diploma krijgt. Het diploma wordt blijkens het eerste lid van artikel 3.10 van het Besluit, als regel uitgereikt door de IB-Groep. Dat de IB-Groep als enige verantwoordelijk is voor de uitreiking van het diploma, staat niet in de weg dat het diploma in voorkomende gevallen ook bijvoorbeeld tijdens een door de gemeente georganiseerde ceremoniële plechtigheid kan worden uitgereikt. De IB-Groep blijft echter verantwoordelijk. Kandidaten die vrijstelling hebben voor het gehele inburgeringsexamen, krijgen geen diploma. Kandidaten die vrijstelling hebben voor een of enkele examens van het inburgeringsexamen krijgen een diploma, indien zij de bewijzen van vrijstelling overleggen tezamen met de (positieve)uitslagen van de examens waarvan ze niet zijn vrijgesteld.

In het derde lid is bepaald dat duplicaten van diploma’s uitsluitend door de IB-Groep worden verstrekt. De IB-Groep zal de kosten die zijn gemoeid met de verstrekking van duplicaten doorberekenen aan de aanvrager.

De IB-Groep voert tevens de wettelijke taken inzake het organiseren en registreren (beoordelen) van de korte vrijstellingstoets uit. De toets is gericht op een snelle, eenvoudige en uniforme beoordeling van de vraag of iemand evident reeds voldoende is ingeburgerd. De toets is uiteraard met name van belang voor inburgeringsplichtigen die oudkomer zijn. Met name onder deze groep zullen zich immers personen bevinden, die, hoewel zij niet aan de hand van de formele criteria kunnen aantonen reeds voldoende te zijn ingeburgerd, dat feitelijk wel zijn. Tegen een in de Regeling inburgering vastgestelde bijdrage kunnen zij bij de IB-Groep een toets afleggen die vervolgens een vrijstelling van de inburgeringsplicht kan opleveren.

De toets wordt door Onze Minister vastgesteld door middel van een door de IB-Groep beheerd geautomatiseerd systeem (vierde lid van art. 2.7 Besluit), aan de hand waarvan de IB-Groep ook de resultaten van de toets vaststelt (zesde lid).

De toets is een geïntegreerde toets van de Nederlandse taalvaardigheid en van de kennis van de Nederlandse samenleving en wordt elektronisch afgenomen. Het vijfde lid geeft op hoofdlijnen de gang van zaken bij het afnemen vande toets. De toets wordt afgenomen op één van de examenlokaties die de IB-Groep voor de afname van de inburgeringsexamens beheert. Deze examenlokaties bevinden zich verspreid over het land. Hun aantal kan door de IB-Groep naar gelang het aanbod van kandidaten voor de toets en het inburgeringsexamen worden verhoogd of verlaagd. Nadat de kandidaat zich heeft aangemeld en de terzake verschuldigde kosten heeft voldaan, bepaalt de IB-Groep wanneer en op welke lokatie de toets wordt afgenomen.Indien de toets wordt gehaald, komt men in aanmerking voor een door de IB-Groep af te geven document, dat ingevolge artikel 2.3, eerste lid, onderdeel l, vrijstelling oplevert van de inburgeringsplicht.

De inburgeringsplichtige die met goed gevolg het inburgeringsexamen heeft afgerond, heeft mogelijk recht op een vergoeding van de overheid. Om inburgeringsplichtigen te stimuleren een hoger taalvaardigheidsniveau te bereiken, is voorzien in de verstrekking van een vergoeding aan inburgeringsplichtigen die binnen de gestelde termijn het staatsexamen NT2 (programma I of II) hebben behaald en daardoor zijn vrijgesteld van de verplichting het inburgeringsexamen te behalen.

De IB-Groep, registreert en handelt het recht op de vergoeding af. Als vastgesteld wordt dat aan de inburgeringsplichtige een vergoeding mag worden toegewezen, gaat de IB-Groep over tot uitbetaling en/of verrekening van de vergoeding. De totale waarde van de vergoeding is nooit hoger dan het maximum dat in de wet is vastgelegd.

De vergoeding die kan worden verstrekt kent drie varianten:

De eerste variant is een forfaitair bedrag van € 650. Deze vergoeding wordt ingevolge artikel 4.19 van het Besluit verstrekt binnen acht weken nadat de gewezen inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen heeft behaald.

De tweede variant van de vergoeding is opgenomen in artikel 4.17, eerste lid, onderdeel b van het Besluit en verder uitgewerkt in artikel 4.20. Deze vergoeding is gerelateerd aan de gemaakte kosten. Hieraan ligt ten grondslag het gegeven dat de hoogte van de met de voorbereiding op het inburgeringsexamen gemoeide kosten niet voor alle inburgeringsplichtigen gelijk is aangezien de inspanningen om het examen te behalen kunnen verschillen naar gelang de persoonlijke omstandigheden, het beginniveau en de leercompetenties van de betrokkene.

Uitsluitend de inburgeringsplichtige die een cursus inkoopt bij een aanbieder die in het bezit is van een keurmerk dan wel certificaat,komt in aanmerking voor deze vergoeding.

De kostengerelateerde vergoeding wordt slechts toegekend voor de examenkosten samen met de kosten van de cursus. De omvang van deze vergoeding is thans in de Regeling inburgering bepaald op 70% van de gemaakte kosten met een maximum van € 3000. Dit betreft uitsluitend de kosten die de inburgeringsplichtige heeft gemaakt op het moment dat hij inburgeringsplichtig was. In artikel 4.20 is vastgelegd dat deze vergoedingsvariant ambtshalve of op aanvraag wordt verstrekt. Ambtshalve verstrekking is mogelijk indien de IB-Groep al facturen in haar bezit heeft ten behoeve van de lening. Evenals de forfaitaire vergoeding wordt de kostengerelateerde vergoeding verstrekt binnen acht weken nadat de gewezen inburgeringsplichtige het examen heeft behaald. Een eventueel resterend gedeelte van de vergoeding kan op aanvraag worden verstrekt. Dit kan het geval zijn, indien de inburgeringsplichtige een gedeelte van zijn cursus zelf heeft betaald en een gedeelte uit de lening heeft bekostigd.

Indien de IB-Groep nog geen facturen van de inburgeringsplichtige heeft ontvangen, wordt de gehele kostengerelateerde vergoeding op aanvraag toegekend. Op een aanvraag wordt binnen acht weken beslist.

De kostengerelateerde vergoeding wordt slechts toegekend voorzover het bedrag daarvan de forfaitaire vergoeding te boven gaat (artikel 4.20, eerste lid). Er is geen sprake van cumulatie van vergoedingen. De inburgeringsplichtige heeft dus slechts recht op één vergoeding.

De derde variant is de extra forfaitaire vergoeding.

Deze vergoeding bedraagt € 270. Deze vergoeding is bestemd voor oudkomers die bij het inburgeringsexamen het taalvaardigheidsniveau A2 behalen. Dit is een hoger niveau dan het voorgeschreven A1 niveau (art. 4.17, derde lid van het Besluit).

Om voor de vergoeding in aanmerking te komen, moet de gewezen inburgeringsplichtige binnen de in artikel 18, eerste lid, van de wet genoemde termijn van drie jaar het inburgeringsexamen (indien het een oudkomer betreft desgewenst op A2-niveau) hebben behaald. Omdat inburgeringsplichtigen aan wie een gedeeltelijke vrijstelling op de inburgeringsplicht is verleend wel het inburgeringsexamen moeten afleggen, komen zij eveneens in aanmerking voor de vergoeding. De vergoeding wordt eenmalig verstrekt.

Een inburgeringsplichtige kan bij de IB-Groep, een lening afsluiten. De lening kan door de inburgeringsplichtige uitsluitend worden aangewend om de facturen te betalen die uit het inburgeringstraject zullen voortvloeien, voor het volgen van opleidingen of voor het volgen van opleidingen en het afleggen van examens. Met betrekking tot het staatsexamen NT2 wordt de lening alleen toegekend voor de kosten van de cursus. De kosten voor het afleggen van het staatsexamen zelf worden immers reeds gesubsidieerd door de overheid.

De lening kan alleen worden verstrekt indien de inburgeringsplichtige een cursus inkoopt bij een instelling waarvan de kwaliteit middels een keurmerk dan wel certificaat is gewaarborgd.

De lening wordt aangegaan voor ten hoogste drie jaar (dat wil zeggen 36 kalendermaanden) gerekend vanaf de eerste van de maand volgend op de eerste uitbetaling. Zonder beperking van de leenperiode zou het mogelijk zijn voor onbeperkte duur (binnen het in de Regeling inburgering vastgestelde maximale leenbedrag)te lenen. Dit zou mede gezien het feit dat de lening rentedragend wordt verstrekt voor de inburgeringsplichtige financieel onverantwoord zijn.

Bij het beperken van de leenperiode is gekozen voor een termijn van maximaal drie jaar omdat binnen deze termijn het inburgeringsexamen moet kunnen worden behaald. Verder is dit het moment waarop de aanloopfase, die voorafgaat aan de terugbetalingsperiode, aanvangt.

De terugbetalingsperiode begint op grond van artikel 17, eerste lid, van de wet jo. artikel 4.6, derde lid, van dit Besluit op de eerste dag van de maand volgend op zes maanden nadat drie jaar zijn verstreken sedert de eerste verstrekking van de lening. Indien eerder het inburgeringsexamen is behaald, is dat op de eerste dag van de maand volgend op zes maanden nadat het inburgeringsexamen is behaald.

Door de maximale termijn van de lening op drie jaar te stellen is er geen overlap met de terugbetalingsperiode. Het aflossen doorkruist daarmee niet het verstrekken van de lening. Bij het einde van de leenperiode is duidelijk welk bedrag de inburgeringsplichtige in totaal heeft geleend. Op basis daarvan kan dan de in totaal verschuldigde rente worden berekend en de maandelijkse aflossingstermijnen worden bepaald.

Er wordt een lening verstrekt indien de betrokken persoon op het moment van de aanvraag inburgeringsplichtig is. De aanspraak op de lening vervalt niet indien nadien de inburgeringsplicht eindigt.

In de Regeling inburgering wordt de omvang van de lening nader geregeld. Deze bedraagt ten hoogste € 5000, waarbij de precieze omvang van het bedrag per persoon afhangt van de kosten die de inburgeringsplichtige ten behoeve van zijn cursus of examen maakt.

De aanvraag voor een lening moet worden ingediend bij de IB-Groep, de aanvraag moet worden ondertekend , met daarin vermeld naam, adres, dagtekening en het verzoek om een lening. De lening kan in beginsel te allen tijde worden aangevraagd. In aanvulling op artikel 4:2 Awb is bepaald dat de aanvrager ook zijn sociaal-fiscaalnummer moet verstrekken. Tezamen met de aanvraag moet hij voorts een ondertekende verklaring indienen waarin hij de IB-Groep machtigt de maandelijkse termijnen die hij op grond van artikel 4.8 of 4.11 van het Besluit moet terugbetalen automatisch van zijn bankrekening af te schrijven (tweede lid). Daardoor wordt een meer efficiënte terugvordering van de lening vergemakkelijkt.

Als bij de aanvraag verzuimd is de vereiste gegevens over te leggen, kan de IB-Groep besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten. Hiertoe kan echter alleen worden besloten nadat de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een bepaalde termijn de gegevens alsnog te verstrekken (artikel 4:5, eerste lid,Awb). De termijn waarbinnen de IB-Groep op grond van artikel 4.4 van het Besluit een beschikking moet geven, wordt alsdan opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld met de verzochte gegevens (artikel 4:15 Awb).

De IB-Groep bepaalt binnen acht weken of de aanvraag voor de lening wordt ingewilligd. Daarbij is aangesloten bij de termijnen die ook in de WSF 2000 worden gehanteerd (vgl. artikel 3.19, tweede lid, van die wet wat betreft de toekenning van de studiefinanciering en artikel 6.10, vierde lid, van die wet wat betreft de vaststelling van de draagkracht van de debiteur).De beschikking vermeldt de maximale hoogte van de lening. In de Regeling inburgering wordt bepaald dat de lening maximaal € 5000 kan bedragen. De wijze waarop de lening door de IBGroep moet worden betaald, wordt eveneens geregeld in de Regeling inburgering. De termijn waarbinnen de lening moet worden betaald bedraagt ten hoogste 36 maanden vanaf het moment van de eerste uitbetaling (artikel 4.2).

Artikel 16, derde lid, van de wet bepaalt dat de verstrekte lening, vermeerderd met de daarover berekende rente, door de inburgeringsplichtige moet worden terugbetaald. In het eerste lid van het onderhavige artikel is de duur van de terugbetalingsperiode geregeld. Deze is bepaald op ten hoogste drie jaar, dus 36 kalendermaanden. De toevoeging ‘ten hoogste’ maakt het mogelijk bij een geringe schuld een kortere terugbetalingsperiodete hanteren.

Op grond van het tweede lid kan de terugbetalingsperiode door de IB-Groep worden verlengd indien de debiteur niet in staat is de vastgestelde termijn te betalen en de IB-Groep naar aanleiding van een verzoek van de debiteur om draagkrachtvaststelling, de maandelijkse termijn aanpast. De terugbetalingsperiode kan in dat geval ten hoogste zeven jaar beslaan.

De aanvang van de terugbetalingsperiode is geregeld in artikel 17, eerste lid, van de wet jo. artikel 4.6, derde lid, van dit Besluit. De terugbetalingsperiode vangt aan op de eerste dag van de maand volgend op zes maanden nadat drie jaar zijn verstreken sedert de eerste verstrekking van de lening. Indien eerder het inburgeringsexamen is behaald, is dat op de eerste dag van de maand volgend op zes maande nadat het inburgeringsexamen is behaald. De periode van zes maanden is een aanloopfase die voorafgaat aan de terugbetalingsperiode. De aanloopfase begint dus op de eerste van de maand drie jaar na verstrekking van de lening dan wel, indien eerder het inburgeringsexamen is behaald, op de eerste van de maand nadat het inburgeringsexamen is behaald.

In het vierde lid is vastgelegd dat gedurende de aanloopfase geen aflossingsplicht bestaat en dat er in deze fase wel rente wordt berekend over de opgebouwde schuld. Aflossen mag wel gedurende de aanloopfase. De aanloopfase stelt de inburgeringsplichtige in de gelegenheid voorafgaand aan de terugbetalingsperiode een draagkrachtmeting aan te vragen.

De aflossing geschiedt in beginsel op annuïteitenbasis: een vast bedrag dat maandelijks wordt betaald. Daarbij neemt overeenkomstig het geval is bij hypotheken op annuïteitenbasis het in het aflossingsbedrag begrepen rentebestanddeel maandelijks af en het in dat bedrag begrepen aflossingsbestanddeel maandelijks toe (vgl. artikel 6.9 WSF 2000).

Voor de debiteur die onvoldoende draagkrachtig is om de overeenkomstig dit artikel berekende maandelijks termijn te voldoen, is in de artikelen 4.9en volgende van het Besluit een aparte procedure opgenomen. Deze procedure voorziet erin bij het bepalen van de hoogte van de maandelijkse termijn rekening te houden met de inkomenssituatie.

In het derde lid wordt voorzien in de mogelijkheid bij ministeriële regeling nadere voorschriften te geven ten aanzien van de hoogte van de maandelijkse termijnen en de wijze waarop deze worden berekend.

Teneinde te voorkomen dat de kosten die met het innen van de aflossingsbedragen gemoeid zijn hoger zijn dan de bedragen die afgelost moeten worden, is in de Regeling inburgering een minimumbedrag dat maandelijks moet worden afgelost vastgesteld, te weten € 15.

Binnen acht weken na aanvang van de aanloopfase (dus twee maanden nadat het examen is behaald dan wel drie jaar de lening is verstrekt), krijgt de debiteur van de IB-Groep een beschikking waarin het bedrag dat moet worden terugbetaald alsmede de termijn waarbinnen dat moet gebeuren, is vastgesteld. Omdat de terugbetalingsverplichting pas over vier maanden in gaat heeft de debiteur nog ruimschoots de tijd een verzoek om draagkrachtvaststelling te doen (zie artikel 4.9 Besluit). Op dit verzoek moet de IB-Groep binnen acht weken beslissen. Als de debiteur vanaf de eerste termijn op basis van draagkracht wil betalen heeft hij dus twee maanden de tijd om deze aan te vragen. De debiteur kan hier overigens ook gedurende de terugbetalingsperiode om vragen.

Zo nodig kan de debiteur in deze periode ook overwegen tegen de beschikking overeenkomstig de Awb in bezwaar of beroep te gaan. Dit betekent dat hij binnen zes weken alsdan bij de IB-Groep bezwaar tegen deze beschikking kan aantekenen (artikel 6:4 Awb e.v.). Het bezwaar schort niet de werking van de beschikking waartegen het is gericht (artikel 6:16 Awb). Indien het bezwaar ongegrond is verklaard, kan hij in beroep gaan bij de administratieve rechter (artikel 8:1 Awb e.v.).

De debiteur die op grond van zijn draagkracht niet in staat is de vastgestelde termijn te betalen, wordt in staat gesteld het bedrag op basis van zijn draagkracht in plaats van de vastgestelde termijn te betalen. Het kan dan gaan om een debiteur die van aanvang af daartoe onvoldoende draagkrachtig blijkt te zijn dan wel tijdens de terugbetalingsperiode een terugval in inkomen ondervindt. De debiteur kan dan bij de IB-Groep een verzoek indienen om zijn draagkracht vast te stellen voor de resterende terugbetalingsperiode. Indien blijkt dat zijn draagkracht lager is dan de vastgestelde termijn, zal deze termijn daaraan worden aangepast.

In de Regeling inburgering worden regels gesteld omtrent de gevallen waarin de debiteur in verzuim is, de IB-Groep de debiteur kan aanmanen en vervolgens tot (dwang-)invordering kan overgaan.

Artikel 4.13 voorziet in een procedure om het resterende bedrag dat moet worden terugbetaald, kwijt te schelden. De inburgeringsplichtige dient hiertoe een aanvraag in te dienen. In de Regeling Inburgering wordt de kwijtscheldingsregeling beperkt tot het geval waarin een inburgeringsplichtige asielzoeker niet meer inburgeringsplichtig is omdat het land van herkomst veilig is. In dit geval dient het mogelijk te zijn de rest van de schuld kwijt te schelden. Op grond van artikel 17, derde lid, van de wet gaat bij kwijtschelding de over het kwijtgescholden bedrag opgebouwde rente op het tijdstip van kwijtschelding teniet.

Nog resterende schuld gaat in twee situaties teniet. Allereerst bij het einde van de terugbetalingsperiode voor zover er nog een schuld resteert omdat de maandelijkse termijn is verlaagd naar aanleiding van een draagkrachtmeting (artikel 4.11, tweede lid). Achterstallige termijnen die de debiteur overeenkomstig artikel 4.8 of 4.11 nog heeft te voldoen, vallen hier uiteraard niet onder. Voorts gaat de schuld te niet in geval van overlijden van de debiteur. In dat geval gaat de volledige, nog resterende schuld te niet, dus ook mogelijke achterstallige termijnen. Indien de schuld te niet gaat, gaat eveneens de over dat bedrag opgebouwde rente op dat tijdstip te niet (vgl. artikel 17, derde lid van de wet).

Gepardonneerden die in de opvang verblijven kunnen onder bepaalde voorwaarden een persoonsvolgend budget (PVB) aanvragen bij de IB-Groep.

Met het persoonsvolgend budget kan de PVB-gerechtigde, desgewenst in fasen, een modulair opgebouwd inburgeringsprogramma inkopen bij een cursusinstelling en kan hij het inburgeringsexamen of het staatsexamen inkopen bij een exameninstelling.

De IB-Groep betaalt dan de facturen voor het inburgeringsprogramma en eenmalig de kosten van het inburgeringsexamen of het staatsexamen van dit budget.

De aanvraag kan vanaf 1 januari 2008 en uiterlijk tot en met 31 december 2008 ingediend worden. De IB-Groep controleert of de aanvrager voldoet aan de gestelde criteria zoals deze in art. 4 van de Regeling persoonsvolgend budget voor inburgering in de opvang zijn vastgesteld. Binnen acht weken na ontvangst geeft de IB-Groep een beschikking. De beschikking vermeldt de hoogte van het persoonsvolgend budget. Deze is maximaal 4.480 euro per persoon. Ook controleert de IB-Groep of de ingediende facturen voldoen aan de criteria, zoals die in art. 4 en 7 van de Regeling persoonsvolgend budget voor inburgering in de opvang zijn vastgesteld. Indien de factuur juist is, wordt deze binnen vier weken na ontvangst betaald. Van iedere betaling krijgt de PVB-gerechtigde van de IB-Groep een overzicht waarin het resterende persoonsvolgend budget inzichtelijk wordt gemaakt.

Een PVB-gerechtigde heeft aanspraak op het persoonsvolgend budget gedurende een periode van ten hoogste drie jaar gerekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de verstrekking van het persoonsvolgend budget.

De gegevens betreffende de PVB-gerechtigde worden in het Informatiesysteem Inburgering opgenomen.

14.3 Belangrijkste nieuwe wet- en regelgeving

14.4 Handelingen en waarderingen

Handeling: Het registreren van personen in het Bestand Potentiële Inburgeraars (BPI)

Periode: 2007–

Product: Brondocumenten

Opmerking: A. De bewaartermijn van deze eenmalig verzamelde gegevens is gesteld op vijftig jaar. Daarmee bestaat zekerheid dat gedurende de periode dat een persoon inburgeringsplichtig kan zijn (tussen het 16e en 65e levensjaar), de gegevens beschikbaar blijven. Deze termijn is noodzakelijk om te voorkomen dat personen, die eerder als niet inburgeringsplichtig zijn aangemerkt, later alsnog worden opgeroepen. Als gegevens niet langer relevant zijn voor dit doel worden ze geschoond. Na vijftig jaar kan met zekerheid worden gesteld dat alle personen die nu worden opgenomen in het BPI op grond van hun leeftijd niet meer inburgeringsplichtig zijn, waarmee het bestand zijn functie heeft verloren. In artikel 6.7 van het Besluit wordt aangegeven dat het bestand wordt opgeheven op 1 januari 2057.

B. Echter, als gegevens niet langer relevant zijn voor het doel van het bestand worden ze geschoond. De IB-Groep verwijdert de gegevens volgens de Wet bescherming persoonsgegevens twee jaar na beëindiging van de actieve relatie, van een in het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen opgenomen persoon, indien de betrokkene:

a. is overleden;

b. blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen of uit Nederland is vertrokken;

of

c. in het Informatiesysteem Inburgering wordt opgenomen (art. 6.6 Besluit).

Waardering: A. V 50 jaar na de inwerkingtreding van de wet (2057)

B. V 2 jaar na het beëindigen van de actieve relatie

Handeling: Het periodiek verstrekken van gegevens uit BPI aan partners binnen de inburgeringsketen

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art. 48, lid 2; Besluit inburgering, art. 6.5, lid 2 en 4

Opmerking: Persoonsgegevens die zijn opgenomen in het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen worden slechts ter beschikking gesteld aan het college, de IB-Groep (interne systemen zoals CIOP) en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Er kunnen door de verantwoordelijke Minister andere instanties worden aangewezen waaraan eveneens gegevens uit het BPI worden verstrekt.

Waardering: V 5 jaar na het beëindigen van de actieve relatie (aansluiting op handeling 147)

Handeling

Het aan de verantwoordelijke ministers doen toekomen van de in BPI vastgelegde gegevens tbv beleids- en beheerinformatie

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art. 48, lid 2c

Product: De gegevens kunnen (alleen) in geaggregeerde vorm gebruikt worden om beleids- en beheerinformatie aan de ministers te verstrekken.

Waardering: B (5) voor geaggregeerde gegevens

V 50 jaar voor de overige gegevens

Handeling: Het registreren van personen in het Informatie Systeem Inburgering (ISI)

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art. 47; Besluit inburgering art. 6.3 en 6.8

Product: Brondocumenten

Opmerking: In het Besluit inburgering, art. 6.3 wordt aangegeven dat het bestand voor vernietiging in aanmerking komt. Twintig jaar voor persoonsgegevens, vijftig jaar voor overige gegevens. Echter vanwege het maatschappelijk en historisch belang van dit gegevensbestand, komen de gegevens voor eeuwige bewaring in aanmerking. Dit betekent dat de IB-Groep na de wettelijke bewaartermijn van vijftig jaar het bestand zal moeten overdragen aan het Nationaal Archief. (Memorie van toelichting op art. 6.3 van het Besluit). Voor de archiefbescheiden met persoonsgegevens zal dan een beperking van openbaarheid worden opgenomen..

Waardering: B (5)

Handeling

Het periodiek verstrekken van gegevens uit ISI aan partners binnen de inburgeringsketen

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art. 47, lid 2; Besluit inburgering, art. 6.2

Waardering: V 5 jaar na het beëindigen van de actieve relatie (zie handeling 181)

Handeling

Het aan de verantwoordelijke ministers doen toekomen van de in ISI vastgelegde gegevens tbv beleids- en beheerinformatie

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art. 47, lid 2 b en c

Waardering: B (5) voor geaggregeerde gegevens

V 50 jaar voor de overige gegevens

Handeling: Het instellen van steunpunten inburgering

Periode: 2007–

Bron: Inrichtingsvoorstel Service Centrum Inburgering

Product: Bijvoorbeeld instellingsbeschikkingen van steunpunten inburgering

Opmerking: Hierbij wordt gebruik gemaakt van bestaande steunpunten. Zie handeling 11.

Waardering: V 7 jaar

Handeling

Het organiseren en faciliteren van het inburgeringsexamen

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art. 13; Besluit inburgering, artt. 3.2 en 3.5

Product: Algemene administratieve neerslag zoals:

Aanmeldingsformulieren, ontvangstbevestigingen aanmeldingen, oproepen, planningen, roosters, richtlijnen, procesverbalen, correspondentie; verslagen, examenmaterialen, informatiemateriaal, portfolio’s.

Opmerking: A. De brondocumenten worden vijf jaar bewaard, verg handeling 164

B. De gegevens met betrekking tot de organisatie en de logistiek van het inburgeringsexamen worden opgenomen in ISI.

Waardering: A. V 5 jaar (brondocumenten)

B. B (5) zie opmerking handeling 183

Handeling: Het instellen van een commissie waarbij examens inburgering kunnen worden afgelegd

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art. 13; Besluit inburgering art. 3.11

Product: Instellingsbesluiten

Waardering: V 5 jaar (verg.handeling 165)

Handeling: Het instellen van een commissie van beroep bij examens inburgering

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art. 13; Besluit inburgering art. 3.12

Product: Instellingsbesluiten

Waardering: V 5 jaar (verg.handeling 170)

Handeling: Het vastleggen en bewaren van examenresultaten

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art 13; Besluit inburgering art. 6.1, tweede lid

Product: Uitslaglijsten, cijferlijsten, getuigschriften, rapporten

Opmerking: Aangewezen exameninstellingen die het praktijkexamen afnemen geven het resultaat door aan de IB-Groep. De IB-Groep registreert dit gegeven in het ISI, evenals het resultaat van een door haar zelf beoordeeld portfolio.

De IB-Groep registreert daarnaast de resultaten van de centrale deelexamens en het eindresultaat in het ISI. In het geval dat een inburgeringsplichtige in het ISI inmiddels blijkt te beschikken over een diploma en daarmee voldoet aan de inburgeringsplicht wordt dit door de gemeente of de IB-Groep doorgegeven en registreert de IB-Groep dit gegeven in het ISI.

Waardering: V 50 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het organiseren en faciliteren van de naturalisatietoets

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art. 13; Besluit inburgering, artt. 3.2 en 3.5

Product: Algemene administratieve neerslag zoals:

Aanmeldingsformulieren, ontvangstbevestigingen aanmeldingen, oproepen, planningen, roosters, richtlijnen, procesverbalen, correspondentie; verslagen,examenmaterialen, informatiemateriaal, portfolio’s.

Opmerking: A. De brondocumenten worden vijf jaar bewaard, verg handeling 164

B. De gegevens met betrekking tot de organisatie en de logistiek van de naturalisatietoets worden opgenomen in ISI.

Waardering: A. V 5 jaar (brondocumenten)

B. B (5), zie opmerking handeling 183

Handeling: Het beoordelen van diploma’s of getuigschriften in het kader van vrijstelling

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art. 5, eerste lid, onderdeel c; Besluit inburgering, art.2.4

Product: Adviezen en vrijstellingen

Opmerking: A. De IB-Groep beoordeelt of een voorgelegd diploma/getuigschrift overeenkomt met de vastgestelde criteria. In overeenstemming met reeds vastgestelde handelingen (handeling 152) is de waardering gesteld op 10 jaar.

B. De vrijstelling zelf wordt in ISI geregistreerd.

Waardering: A. V 10 jaar (adviezen)

B. B (5), zie opmerking handeling 183

Handeling: Het registreren van diploma’s en getuigschriften in een modellenboek

Periode: 2007–

Grondslag: Nota van toelichting Besluit inburgering, algemeen, lid 4

Product: Diploma’s en getuigschriften

Opmerking: De IB-Groep ontwikkelt een diplomamodellenboek met daarin een opsomming van diploma’s die recht geven op vrijstelling op grond van het Besluit Inburgering.

Waardering: V 10 jaar na beëindiging wet

Handeling: Het publiceren van een overzicht diploma’s of getuigschriften die recht geven op vrijstelling

Periode: 2007–

Grondslag: Nota van toelichting Besluit inburgering, algemeen, lid 4

Product: Publicatie

Waardering: V 2 jaar

Handeling: Het verstrekken van diploma’s en duplicaten aan geslaagde kandidaten

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, artt. 13 en 14; Besluit inburgering art.3.10

Product: Diploma’s en duplicaten

Opmerking: De kandidaat die is geslaagd voor het inburgeringsexamen krijgt een diploma. Het diploma wordt blijkens het eerste lid van artikel 3.10 van het Besluit uitgereikt door de IB-Groep. In het derde lid is bepaald dat duplicaten van diploma’s uitsluitend door de IB-Groep worden verstrekt. De IB-Groep zal de kosten die zijn gemoeid met de verstrekking van duplicaten doorberekenen aan de aanvrager.De diplomagegevens worden in ISI geregistreerd.

Waardering: V 50 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het organiseren van de korte vrijstellingstoets

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art. 5; Besluit inburgering art. 2.7

Product: Te denken valt aan: aanmeldingsformulieren, ontvangstbevestigingen aanmeldingen, oproepen, planningen, roosters, informatiemateriaal.

Opmerking: A. De brondocumenten worden vijf jaar bewaard.

B. De gegevens met betrekking tot de organisatie en de logistiek van de korte vrijstellingsregeling worden opgenomen in ISI.

Waardering: A. V 5 jaar (brondocumenten)

B. B (5) (gegevens), zie opmerking handeling 183

Handeling: Het vastleggen en bewaren van de resultaten korte vrijstellingstoets

Periode: 2007–

Grondslag: Besluit inburgering, art.2.7

Product: Vrijstellingsdocumenten

Opmerking: De IB-Groep registreert de resultaten van de korte vrijstellingsregeling in het ISI. Indien de toets wordt gehaald, komt men in aanmerking voor een door de IB-Groep af te leveren document dat vrijstelling oplevert van de inburgeringsplicht.

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het toekennen van forfaitaire vergoedingen

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art.18;Besluit inburgering, artt. 4.17 t/m 4.21

Product: Beschikkingen

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het toekennen van kostengerelateerde vergoedingen

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art.18;besluit inburgering, artt. 4.17 t/m 4.21

Product: Beschikkingen

Opmerking: De inburgeringsplichtige ontvangt onder voorwaarden een vergoeding voor een door de minister vast te stellen gedeelte van de gemaakte kosten.

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het toekennen van extra forfaitaire vergoedingen

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art.18;Besluit inburgering, art. 4.17 , lid 3

Product: Beschikkingen

Opmerking: Deze vergoeding is bestemd voor oudkomers die bij het inburgeringsexamen het taalvaardigheidsniveau A2 behalen. Dit is een hoger niveau dan

het voorgeschreven A1 niveau.

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het voeren van de financiële administratie betreffende alle aspecten van vergoedingen

Periode: 2007–

Product: Brondocumenten

Opmerking: Het gaat hier om de brondocumenten als facturen en boekingen. De beschikkingen worden geregistreerd in ISI. Sluit aan bij handeling 75 en de algemene wet rijksbelastingen.

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het beslissen op een verzoek om factuur inburgeringstraject uit lening te betalen

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art.16; Besluit inburgering, art. 4.1

Product: Beschikkingen

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het toekennen van een lening

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, art.16; Besluit inburgering, artt. 4.1–4.3

Product: Beschikkingen

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het vaststellen van de omvang van de schuld van een debiteur

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, artt.16 en 17; Besluit inburgering, artt. 4.5 t/m 4.14

Product: Beschikkingen

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het vaststellen van de termijnbedragen voor terugbetaling van de schuld

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, artt. 16 en 17; Besluit inburgering, artt. 4.5 t/m 4.14

Product: Beschikkingen

Opmerking: Het betreft ook wijziging van de termijnbedragen. Eventueel wordt de inningstermijn bekort.

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het invorderen van de verschuldigde termijnbedragen van de debiteuren

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, artt.16 en 17; Besluit inburgering, artt. 4.5 t/m 4.14

Product: Incassobestand

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het vaststellen van de draagkracht van de debiteur in het kader van terugbetaling van schuld

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, artt.16 en 17; Besluit inburgering, artt. 4.5 t/m 4.14

Product: Beschikkingen

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het invorderen van niet tijdig voldane termijnbedragen van de debiteuren

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, artt.16 en 17; Besluit inburgering, artt. 4.5 t/m 4.14

Waardering: V 50 jaar na opname gegevens in ISI (zie art. 6.3, lid 1j)

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot kwijtschelding van schulden

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, artt.16 en 17; Besluit inburgering, artt. 4.5 t/m 4.14

Product: Beschikkingen

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het teniet verklaren van het schuldrestant lening aan het einde van de inningsperiode of bij overlijden van de debiteur

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, artt.16 en 17; Besluit inburgering, artt. 4.5 t/m 4.14.

Product: Beschikkingen

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het voeren van de financiële administratie betreffende alle aspecten van leningen

Periode: 2007–

Grondslag: Wet inburgering, artt.16 en 17; Besluit inburgering, artt. 4.5 t/m 4.14.

Product: Aanvragen leningen, facturen. declaraties (deurwaarders), bankafschriften ed.

Opmerking: Het gaat hier om de brondocumenten als declaraties, aanvragen ed.

De beschikkingen worden geregistreerd in ISI. Sluit aan bij handeling 75 en de algemene wet rijksbelastingen.

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het beslissen op een verzoek om factuur inburgeringsprogramma uit persoonsvolgend budget te betalen

Periode: 2008

Grondslag: Regeling persoonsvolgend budget voor inburgering in de opvang, artt. 4 en 7

Product: Beschikkingen

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het toekennen van een persoonsvolgend budget

Periode: 2008–

Grondslag: Regeling persoonsvolgend budget voor inburgering in de opvang, artt. 3, 4 en 5

Product: Beschikkingen

Waardering: V 20 jaar na opname gegevens in ISI

Handeling: Het voeren van de financiële administratie betreffende alle aspecten van persoonsvolgend budget

Periode: 2008–

Grondslag: Regeling persoonsvolgend budget voor inburgering in de opvang, artt. 4, 5 en 7

Product: Aanvragen persoonsvolgend budget, facturen ed.

Opmerking: Het gaat hier om de brondocumenten als declaraties, aanvragen ed. De beschikkingen worden geregistreerd in ISI. Sluit aan bij handeling 75 en de algemene wet rijksbelastingen.

Waardering: V 7 jaar

Bijlagen

A. Afkortingen

AOB: Adviesbureau voor Opleiding en Beroep

BAK: Basisadministratie Klant

BAMA: Bachelor/master-structuur

BBL: Beroepsbegeleidende leerweg

BOL: Beroepsopleidende leerweg

BPI: Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen

BRON: Basisregister Onderwijsnummer

BSD: Basisselectiedocument

BSF: Besluit studiefinanciering

BTOS: Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

BUS: Bewijs van uitschrijving

BVE: Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

CBAP: Centraal Bureau Aanmelding en Plaatsing

CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek

CCAP: Centrale Commissie Aanmelding en Plaatsing

CEVO: Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven

Cfi: Centrale financiële instellingen

CIOP: Centraal Identificatiesysteem Onderwijsgerelateerde Personen

CITO: Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling

CMPO: Centraal Meldpunt Overledenen

COLO: Vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven

CRI-HO: Centraal Register Inschrijving Hoger Onderwijs

CROHO: Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs

CWI: Centrum voor Werk en Inkomen

EER: Europese Economische Ruimte

ERR: ExamenResultatenRegister

EU: Europese Unie

GBA: Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens

HAVO: Hoger algemeen voortgezet onderwijs

HBO-raad: Hoger beroepsonderwijs-raad, vereniging van hogescholen

HONK: Hoger Onderwijs Nieuwe Klantprocessen

IB-Groep: Informatie Beheer Groep

IcDW: Informatiecentrum Diplomawaardering

IDW: Internationale Diplomawaardering

ILS: Inning Langlopende Schulden

ISI: Informatiesysteem Inburgering

KB: Koninklijk Besluit

KNHG: Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap

LBO: Lager beroepsonderwijs

LCW: Les- en cursusgeldwet

LNV: Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (sinds medio 2003: Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) (ministerie van –)

MAVO: Middelbaar algemeen voortgezet onderwijs

NA: Nationaal Archief

NT2: Nederlands als tweede taal

NUFFIC: De Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs

NvT: Nota van Toelichting

OALT: Onderwijs in Allochtone Levende Talen

OCenW: Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. In 2003 werd de naam van het ministerie gewijzigd in OCW, Onderwijs , Cultuur en Wetenschap

OV: Openbaar vervoer

OVSK: OV-studentenkaart

OWVO: Overgangswet Voortgezet onderwijs

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

PVB: Persoonsvolgend budget

RAD: Rijksarchiefdienst

RAL: Regeling aanmelding en loting hoger onderwijs

RAS: Regeling aanmelding en selectie hoger onderwijs

RASP: Registratie Aanmelding Selectie en Plaatsing

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

SABO: Samenwerkingsverband voor Algemeen voortgezet en Beroepsonderwijs

SPD: Staatspraktijkdiploma

STB: Systeem terugbetalingen

Stb.: Staatsblad

Stcrt.: Staatscourant

SVB: Sociale Verzekeringsbank

ULCW: Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet

VBO: Voorbereidend beroepsonderwijs

VMBO: Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs

VO: Voortgezet onderwijs

VSNU: Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten

VWO: Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs

WBP: Wet bescherming persoonsgegevens

WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs

WEC: Wet op de expertisecentra

WHW: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

WI: Wet inburgering

WIN: Wet inburgering nieuwkomers

WPO: Wet op het primair onderwijs

WSF: Wet op de studiefinanciering

WSF-2000: Wet studiefinanciering 2000

WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

WTS: Wet tegemoetkoming studiekosten

WVC: Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

WVI: Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank

WVO: Wet op het voortgezet onderwijs

ZBO: Zelfstandig Bestuursorgaan

B. Lijst van geraadpleegde personen

De volgende personen hebben middels gesprekken of teksttoetsing een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het voorliggende document:

Algemeen, beleid, verantwoording

Henk van Kappen (juridisch beleidsadviseur)

Aramis Jean Pierre (functionaris voor de gegevensbescherming IB-Groep)

Eva Vegt (privacy-officer Klantenservice)

Paul Harmsen (bedrijfsjurist, afdeling Juridisch Control en Beleid )

Serge Mientjes (juridisch beleidsadviseur)

Studiefinanciering & tegemoetkoming studiekosten

Henk van Kappen (studiefinanciering)

Peter Jager (tegemoetkoming studiekosten)

Jacob Sopacua (OV-studentenkaart)

Piet Koehorst (proceseigenaar toekennen studiefinanciering, OV-studentenkaart en tegemoetkoming studiekosten)

Steven v/d Graaf (proceseigenaar Inning langlopende schulden, Deurwaarderstraject en wettelijk innen tegemoetkoming studiekosten; systeemeigenaar OV-studentenkaart)

Inning lesgeld

Erika Hollander (systeemeigenaar Les en Cursusgeld Systeem)

Piet Koehorst (proceseigenaar tegemoetkoming les- en cursusgelden)

Steven v/d Graaf (proceseigenaar Deurwaarderstraject)

Aanmelding, selectie, plaatsing

Jan van der Klei (Centraal Bureau Aanmelding en Plaatsing, CBAP)

Jaap Kuipers (CBAP)

Inge Draaisma (CBAP)

Marie-José Beeldstroo (CBAP)

Renée van der Maat-Portman (Second Opinion en Complex)

Simon Gorter (proceseigenaar Aanmelding, selectie en plaatsing)

Bijhouden onderwijsgerelateerde registers

Arjen Admiraal (CRI-HO, BRON)

Johan Bos (CIOP)

Rob Marrink (CROHO)

Henk Bakker (proceseigenaar CRI-HO en BRON )

Simon Gorter (proceseigenaar CIOP, CROHO en alumniregistratie)

Diplomawaardering/erkenning

Bart Straatman (afdeling Diploma-erkenning en -Legalisatie , D&L)

Dayo Hooning van Duijvenbode (D&L)

Greet Landman (D&L)

Dethmer Drenth (juridisch control/concerntaken)

Jan van den Boogaard (auditor /concerntaken)

Babette van Veen (Procesbeheer)

Auko Lemstra (Procesbeheer)

Steven v/d Graaf (proceseigenaar Diplomawaardering)

Organisatie examens

Bert Werkman (Onderwijsservice)

Wim Molema (proceseigenaar organisatie examens)

Henk Bakker (proceseigenaar Examenresultatenregister)

Inburgering

Aramis Jean Pierre (functionaris voor de gegevensbescherming IB-Groep)

Arno Overmars (beleid/Inburgering)

Cees-Jan Visser (beleid/Inburgering)

Mohammed el Hamdaoui (beleid/Inburgering)

Pauline Coppes (beleid/Inburgering)

Karin Visser (beroep/Inburgering)

Sander van der Meulen (projectleider Administratieve Organisatie/Inburgering)

Bert Werkman (operationeel manager examens/Inburgering)

Ronald Agema (proceseigenaar Inburgering).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)