Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 februari 2009, nr. DGM/K&L2009006710, houdende regels inzake aanwijzing van investeringen die in het belang zijn van het Nederlandse milieu (Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 8
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Toelichting: Een emissiemeting wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd is (periodieke metingen) volgens EU normen NEN-EN 14792 en NEN-EN 15259.

Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt:

Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘aanvullende voorwaarden’ (onder het kopje Algemene voorwaarden) voor meer informatie over bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1100

Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassa, biochemie of toepassing van natuurlijke vezels, mits het geen gangbare toepassing betreft. Denk bijvoorbeeld aan het als grondstof gebruiken van bermgras of plantenresten uit de land- of tuinbouw, ter vervanging van het gebruik van primaire, niet duurzame biomassa of niet hernieuwbare grondstoffen.

De teelt en verwerking van primaire biomassastromen komt onder F 1100 niet in aanmerking. Onder voedingsmiddel wordt zowel humane als dierlijke voeding verstaan. Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Thema-overstijgende milieu-innovatie

1.1. Biobased economy

Bio-based economy

Preventie van water- en grondstoffengebruik

Substitutie van water en grondstoffen

Recycling van afval(water) en grondstoffen

Inzameling van afval(water)

1.5. Toepassen van recyclaat (recycle)

Ketenaanpak

Ketenaanpak

1.6. Betere afvalscheiding (recycle)

Veehouderij

Landbouwapparatuur

3.5. Spoorvervoer

Visserij

Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten

Mobiliteit

Transportpreventie

Wegvervoer

3.7. Distributie van alternatieve brandstoffen

Scheepvaart

CO2-uitstoot

Klimaat en lucht

Vliegverkeer

3.4. Mobiele werktuigen

Distributie van alternatieve brandstoffen

CO2-uitstoot

Co2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijnstof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur

Fijn stof

Fijn stof

Mobiele werktuigen

Overige luchtverontreiniging

4.6. Overige luchtverontreiniging

Ecosystemen en biodiversiteit

Oppervlaktewater

3.6. Luchtvervoer

Gevaarlijke stoffen

Bebouwde omgeving

4.1. Co2-uitstoot

Materiaalgebruik

Installaties en civiele voorzieningen

F 1101

Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassa tot biobased plastics. Denk bijvoorbeeld aan de productie van plastics uit landbouwresten, zoals aardappelschillen en bietenpunten.

De teelt en verwerking van primaire biomassastromen komt onder bedrijfsmiddel F 1101 niet in aanmerking. Van het verstoren van de recycling van reguliere plastics kan bijvoorbeeld sprake zijn als biobased plastics in samenstelling niet gelijk zijn aan plastics van fossiele grondstoffen en daardoor de kwaliteit van recyclaat negatief beïnvloeden. Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

F 1106

Productiesysteem met micro-organismen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Grondstoffen en afval

Bio-basedeconomy

Preventie van water- en grondstoffengebruik

Substitutie van water en grondstoffen

Substitutie van water en grondstoffen

Verwerking van afval(water)

Inzameling van afval(water)

2.2. Veehouderij

Glastuinbouw

Ketenaanpak

Landbouwapparatuur

Aquacultuur

Visserij

3.6. Luchtvervoer

Mobiliteit

Wegvervoer

Wegvervoer

Scheepvaart

Mobiele werktuigen

Spoorvervoer

4.5. Vluchtige organische stoffen (VOS)

Klimaat en lucht

Overige broeikasgassen

CO2-uitstoot

Fijn stof

Vluchtige organische stoffen (VOS)

Overige luchtverontreiniging

Ruimtegebruik

3.2. Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

Oppervlaktewater

Bodem en grondwater

Vluchtige organische stoffen (VOS)

Bebouwde omgeving

DuBo

DuBo

Installaties en civiele voorzieningen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a. Willekeurige afschrijving milieu-investeringen

Als milieubedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, indien:

Artikel 2a. Afwijkingsgronden

In afwijking van de artikelen 1a en 2 worden bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, dan wel investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan niet aangewezen indien:

Artikel 3a. Transparantie

1.

Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die actief is in de sector van primaire landbouwproductie, meer bedraagt dan € 10.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens, genoemd in bijlage III van de Landbouwvrijstellingsverordening, bekend.

2.

Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die actief is in de sector verwerking van landbouwproducten, de sector afzet van landbouwproducten of de bosbouwsector, meer bedraagt dan € 100.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens, genoemd in bijlage III van de Landbouwvrijstellingsverordening, bekend.

3.

Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die actief is in de sector van productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten, meer bedraagt dan € 10.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens, genoemd in bijlage III van de Visserijvrijstellingsverordening, bekend.

4.

Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die actief is in andere sectoren dan die genoemd in het eerste tot derde lid , meer bedraagt dan € 100.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens, genoemd in bijlage III van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, bekend.

Bijlage. bij de artikelen 1a en 2 van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2a. Bedrijfsmiddelen met middelvoorschrift

1. Grondstoffen- en watergebruik

Biobased economy

Circulaire economie, bio-based economy, hernieuwbare grondstoffen, preventie van water- en grondstoffengebruik, vervanging van niet-duurzame grondstoffen, recycling, afvalverwerking, waterzuivering

Bio-based economy

1.2. Producten slimmer maken en gebruiken (refuse, rethink, reduce)

Substitutie van water en grondstoffen

1.6. Betere afvalscheiding (recycle)

Ketenaanpak

1.7. Voorkomen van emissies uit afvalstoffen

Kassen, stallen, landbouwwerktuigen, aquacultuur, visserij, verwerkingsapparatuur

2. Voedselvoorziening en landbouwproductie

Veehouderij

Landbouwapparatuur

Mobiliteit

4.2. Overige broeikasgassen

4.6. Overige luchtverontreiniging

Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie

3. Mobiliteit

4.2. Overige broeikasgassen

Mobiele werktuigen

Spoorvervoer

Distributie van alternatieve brandstoffen

CO2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijn stof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur

Overige broeikasgassen

3. Mobiliteit

Vluchtige organische stoffen (VOS)

Overige luchtverontreiniging

4.4. Fijn stof

Vluchtige organische stoffen (VOS)

Distributie van alternatieve brandstoffen

Oppervlaktewater

Ecosystemen en biodiversiteit

Bebouwde omgeving

DuBo, gebouwen, bedrijfsterreinen, bouwmaterialen, installaties, civiele voorzieningen

Oppervlaktewater

6.1. Duurzame gebouwen

Installaties en civiele voorzieningen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Circulaire economie

Substitutie van water en grondstoffen

1.4. Recycling (recycle)

Verwerking van afval(water)

1.6. Betere afvalscheiding (recycle)

Voedselvoorziening en landbouwproductie

Kassen, stallen, landbouwwerktuigen, aquacultuur, visserij, verwerkingsapparatuur

Landbouwapparatuur

Aquacultuur

3.4. Mobiele werktuigen

Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten

2.3. Landbouwapparatuur

Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

Mobiele werktuigen

Spoorvervoer

Distributie van alternatieve brandstoffen

2.6. Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten

4.6. Overige luchtverontreiniging

Overige broeikasgassen

Zure depositie

Scheepvaart

Overige luchtverontreiniging

Ruimtegebruik

4.2. Overige broeikasgassen

Bodem en grondwater

Gevaarlijke stoffen

3.4. Mobiele werktuigen

DuBo

Materiaalgebruik

Installaties en civiele voorzieningen

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Substitutie van water en grondstoffen

Recycling van afval(water) en grondstoffen

Verwerking van afval(water)

Ketenaanpak

Voedselvoorziening en landbouwproductie

Veehouderij

Landbouwapparatuur

Aquacultuur

4.3. Zure depositie

Mobiliteit

Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie

Wegvervoer

Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

2.5. Visserij

3.1. Wegvervoer

5.3. Klimaatadaptatie in gebouwde omgeving

Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

3.5. Spoorvervoer

Overige broeikasgassen

Zure depositie

Overige luchtverontreiniging

Ecologische systemen, biodiversiteit, oppervlaktewater, grondwater, bodem, gevaarlijke stoffen, externe veiligheid

5. Ruimtegebruik

Overige luchtverontreiniging

Overige broeikasgassen

Zure depositie

DuBo, gebouwen, bedrijfsterreinen, bouwmaterialen, installaties, civiele voorzieningen

DuBo

Materiaalgebruik

4.4. Fijn stof

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Toelichting: Voorbeelden van met micro-organismen geproduceerde grondstoffen zijn grondstoffen voor de productie van: basischemie, oliën, bestrijdingsmiddelen, bindmiddelen, kleur-, geur- of smaakstoffen en antioxidanten.

F 1200

Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren moet aangetoond worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet.

Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor innovatieve nieuwe technieken die het gebruik van grondstoffen verminderen, waardoor per vervaardigd product minder grondstoffen nodig zijn. Denk bijvoorbeeld aan:

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

A 1201

Grondstofbesparende productieapparatuur

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor technieken die het gebruik van grondstoffen verminderen, waardoor per vervaardigd product minder grondstoffen nodig zijn. Denk bijvoorbeeld aan:

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

B 1202

Grondstofbesparende industriële apparatuur

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor industriële apparatuur die wordt gebruikt voor productieprocessen, anders dan het vervaardigen van producten. Denk bijvoorbeeld aan apparatuur die minder oplosmiddelen of andere chemicaliën gebruikt. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Zie bedrijfsmiddel F 1200 en A 1201 voor grondstofbesparende apparatuur voor het vervaardigen van producten.

F 1211

3D-printer voor duurzamer produceren

Toelichting: Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt dat om vast te stellen of een investering in aanmerking komt voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, wordt verzocht een referentie-investering op te geven. De referentie-investering betreft de investering in een bedrijfsmiddel dat gangbaar is voor de betreffende toepassing, in dit geval de productie van vergelijkbare producten of onderdelen. Wanneer het bijvoorbeeld gangbaar is om vergelijkbare producten te produceren met een freesmachine, dan is dit de referentie-investering de aanschaf van een dergelijke machine. De steun die kan worden verleend is gebaseerd op de bijkomende investeringskosten ten opzichte van het minder milieuvriendelijke alternatief. Wanneer het produceren van dezelfde producten met een andere techniek dan een 3D-printer geen reëel alternatief is, komt de investering in een 3D-printer niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 1301

Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor apparatuur die gebruikt wordt om onderdelen van producten te demonteren en voor te bereiden voor hergebruik in nieuwe producten of recycling tot grondstoffen. Denk bijvoorbeeld aan demontagerobots voor telefoons en voorzieningen voor het uit demonteren van producten, zoals vangrails of zonnepanelen, tot herbruikbare of recyclebare onderdelen.

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

A 1340

Waterbesparende voorziening of installatie

F 1400

Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren moet aangetoond worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet. Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte wat gangbaar is.

Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong. Onder chemische recycling wordt verstaan een proces waarbij de afvalstof op moleculair niveau wordt afgebroken in kleinere eenheden of wordt opgelost, met als oogmerk de verkregen kleinere of opgeloste eenheden in te zetten bij de productie van nieuwe materialen of grondstoffen al dan niet vergelijkbaar met de materialen waaruit de afvalstof bestaat, maar niet zijnde brandstoffen. Onder hoogwaardigere recycling wordt verstaan een recycling waarbij de afvalstof wordt bewerkt tot recyclaat dat de kwaliteit van primaire grondstoffen dichter benadert dan recyclaat dat is geproduceerd met voor de afvalstof gangbare recyclingprocessen. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke, scheidingsinstallaties (zoals inductiescheiding, toepassen visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding, dubbele vacuümfiltratie voor extrusie van kunststofgranulaat en XRF-technologie) of recyclinginstallaties voor lithiumaccu’s.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische recycling van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

A 1401

Recyclingapparatuur

Toelichting: Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte van wat gangbaar is.

Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong. Onder chemische recycling wordt verstaan een proces waarbij de afvalstof op moleculair niveau wordt afgebroken in kleinere eenheden (of wordt opgelost), met als oogmerk de verkregen kleinere (of opgeloste) eenheden in te zetten bij de productie van nieuwe materialen of grondstoffen al dan niet vergelijkbaar met de materialen waaruit de afvalstof bestaat, maar niet zijnde brandstoffen. Onder hoogwaardigere recycling wordt verstaan een recycling waarbij de afvalstof wordt bewerkt tot recyclaat dat de kwaliteit van primaire grondstoffen dichter benadert dan recyclaat dat is geproduceerd met voor de afvalstof gangbare recyclingprocessen. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Klimaat en lucht

Overige broeikasgassen

Zure depositie

Ruimtegebruik

Bodem en grondwater

Gevaarlijke stoffen

Bebouwde omgeving

Materiaalgebruik

4.3. Zure depositie

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Preventie van water- en grondstoffengebruik

Voedselvoorziening en landbouwproductie

Glastuinbouw

Veehouderij

Landbouwapparatuur

Aquacultuur

Visserij

5. Gebouwde omgeving en klimaatadaptatie

Mobiliteit

Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie

Wegvervoer

Scheepvaart

Mobiele werktuigen

Vervoer over het spoor

3.7. Distributie van alternatieve brandstoffen

3.2. Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

Co2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijnstof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur

Co2-uitstoot

Overige broeikasgassen

Zure depositie

4.5. Vluchtige organische stoffen (VOS)

Ruimtegebruik

5.3. Leefomgeving

Ecosystemen en biodiversiteit

Bodem en grondwater

Gevaarlijke stoffen

Gebouwde omgeving

DuBo, gebouwen, bedrijfsterreinen, bouwmaterialen, installaties, civiele voorzieningen

DuBo

Bedrijfsterreinen

5. Ruimtegebruik

Installaties en civiele voorzieningen

Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke. Ook recyclinginstallaties die recyclen volgens de criteria voor voorkeursrecycling, zoals gedefinieerd in het Landelijk afvalbeheerplan 2017-2029 (LAP3), komen in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische recycling van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

F 1409

Apparatuur voor de chemische recycling van afvalstoffen

Toelichting: Onder chemische recycling wordt verstaan een proces waarbij de afvalstof op moleculair niveau wordt afgebroken in kleinere eenheden (of wordt opgelost), met als oogmerk de verkregen kleinere (of opgeloste) eenheden in te zetten bij de productie van nieuwe materialen of grondstoffen al dan niet vergelijkbaar met de materialen waaruit de afvalstof bestaat, maar niet zijnde brandstoffen. Onder zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH). Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Onder potentiële zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die mogelijk voldoet aan de criteria voor een zeer zorgwekkende stof, maar nog niet als een zeer zorgwekkende stof is geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Op de website van het RIVM worden lijsten bijgehouden van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen of potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn.

Voorbeelden van chemische recycling zijn onder andere pyrolyse, vergassen, solvolyse, solvent-based purification (SBP) en superkritische (water)vergassing. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie uit chemische recycling tot een grondstof komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel F 1461 voor depolymerisatie-installaties voor polyesterafval.

B 1445

Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater

F 1490

Recyclinginstallatie voor luiers

Toelichting: Onder recyclaat wordt verstaan een stof of materiaal ontstaan uit afvalstoffen waarvoor geldt dat deze zonder verdere verwerking toegepast kan worden als grondstof. Dit kan nog een afvalstof zijn of al einde-afval als aan de voorwaarden hiervan wordt voldaan.

A 1500

Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor apparatuur die noodzakelijk is om gerecyclede grondstoffen toe te passen tijdens het vervaardigen van een product. Denk bijvoorbeeld aan apparatuur om het aandeel gerecycled materiaal in een product te verhogen of aanpassingen van bestaande productieapparatuur waardoor hiermee ook producten die volledig uit gerecycled materiaal bestaan geproduceerd kunnen worden.

Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

F 1561

Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor apparatuur om plastic zwerfafval te recyclen. Denk bijvoorbeeld aan voorzieningen voor recyclingapparatuur voor kunststoffen om de vervuiling van plastic zwerfafval te verwijderen.

A 1600

Scheidingsapparatuur voor afvalstoffen

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor apparatuur om gemengde afvalstromen beter te scheiden, waardoor meer of hoogwaardigere grondstoffen worden teruggewonnen of het risico op afvalbranden afneemt. Ook het van recyclebare afvalstoffen scheiden van niet-recyclebare afvalstoffen komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking. Denk bijvoorbeeld aan apparatuur voor het op soort kunststof en kleur scheiden van gemengde kunststoffen, detectieapparatuur op basis van inductie voor non-ferrometalen en roestvast staal, detectieapparatuur op basis van near-infrared spectroscopy (NIR) voor zwarte afvalstoffen of biologisch afbreekbare plastics, detectieapparatuur voor batterijen of (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, vision technologie, magnetic density separation (MDS) of röntgenfluorescentie (XRF).

Zie bedrijfsmiddelen F 1400 en A 1401 voor scheidingsapparatuur die onderdeel uitmaakt van een recyclinginstallatie.

F 1700

Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Onder zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH). Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Onder potentiële zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die mogelijk voldoet aan de criteria voor een zeer zorgwekkende stof, maar nog niet als een zeer zorgwekkende stof is geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Op de website van het RIVM worden lijsten bijgehouden van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen of potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn.

Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 2605

Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen

Toelichting: Onder keten wordt verstaan het geheel van winnen van grondstoffen, maken van producten, gebruiken van producten en het beheren van de afvalstoffen die vrijkomen bij of na de hiervoor genoemde activiteiten.

F 2715

Apparatuur voor de winning van eiwit

Toelichting: Onder keten wordt verstaan het geheel van winnen van grondstoffen, maken van producten, gebruiken van producten en het beheren van de afvalstoffen die vrijkomen bij of na de hiervoor genoemde activiteiten.

A 4000

Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren moet aangetoond worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet. Dat de techniek voor het eerst wordt toegepast in Nederland kan worden aangetoond door bijvoorbeeld contractuele vastlegging of een verklaring van de leverancier. Onder industrieel wordt verstaan grootschalig en met een hoge mate van mechanisering en automatisering.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4002

Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Onder een nageschakelde emissiereducerende techniek wordt een techniek verstaan waarbij sprake is van het filteren, scheiden, afvangen, binden of opnemen van reeds gevormde milieugevaarlijke stoffen. Bestaande nageschakelde technieken zouden ten gevolge van het aanpassen of vervangen van het productieproces, deels of volledig kunnen komen te vervallen.

Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de bepaling van de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Voorbeelden van technieken zijn het gebruik van andere grondstoffen of een gewijzigde routing, productie- of bewerkingsmethode waardoor schadelijke emissies worden voorkomen. Naast het beperken van luchtemissies kan de beperking van emissie naar bodem of water worden gestimuleerd als deze onderdeel zijn van deze investering.

Met milieugevaarlijke stoffen worden stoffen bedoeld zoals genoemd in milieuwet en -regelgeving, waaronder fijnstof. Zie bijvoorbeeld de stoffen genoemd in de bijlagen III en VIA van het Besluit activiteiten leefomgeving of de lijsten op echa.europa.eu/nl/information-on-chemicals.

Zie bedrijfsmiddelen F 4100, F 4200, F 4201 voor het reduceren van broeikasgassen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Voor maatregelen die primair zijn getroffen voor een beter binnenmilieu (in de bedrijfsruimte waar personeel werkt) kunnen arbo-verplichtingen gelden.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4003

Apparatuur voor vermindering van emissies tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-) technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen. Voorbeelden zijn apparatuur die filters in bedrijf kan houden tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering of een parallel geschakeld filter waardoor in geval van uitval toch sprake is van emissiereductie. Met milieugevaarlijke stoffen worden stoffen bedoeld zoals genoemd in milieuwet en -regelgeving, waaronder fijnstof. Zie bijvoorbeeld de stoffen genoemd in de bijlagen III en VIA van het Besluit activiteiten leefomgeving of de lijsten op echa.europa.eu/nl/information-on-chemicals.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4100

Apparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-emissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4101

Apparatuur voor het afvangen van CO2 voor nuttige toepassing

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen verstaan. Gangbare toepassingen, met uitzondering van toepassingen in de tuinbouw, zoals het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4102

Apparatuur voor het transport van afgevangen CO2 voor nuttige toepassing

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen verstaan. Gangbare toepassingen in de tuinbouw en bij het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen verstaan. Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is apparatuur voor de toepassing van CO2 als grondstof in basischemie of in bouwmaterialen (zoals in beton). Het over land uitstrooien van CO2 bindende mineralen en gangbare toepassingen zoals het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

F 4111

Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

Toelichting: Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is de elektrolyse van water voor de productie van waterstof en zuurstof. Ook de binding van waterstof met koolstofcomponenten (zoals CO2) tot een basischemicalie kan gemeld worden onder dit bedrijfsmiddel. CO2 wordt niet beschouwd als een fossiele grondstof.

Zie bedrijfsmiddelcode 270403 van de energie-investeringsaftrek voor productie van waterstof als brandstof.

Let op: mocht u voor uw investering subsidie hebben gekregen vanuit de subsidieregeling Opschaling Waterstofproductie middels Elektrolyse (OWE), dan kunt u waarschijnlijk geen gebruik meer maken van de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Met de subsidie heeft u waarschijnlijk al de maximale staatssteun ontvangen die vanuit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) gegeven mag worden aan een investering.

F 4200

Apparatuur voor emissiereductie van lachgas en methaan

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-equivalent broeikasgasemissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4201

Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Grondstoffen- en watergebruik

Preventie van water- en grondstoffengebruik

Recycling van afval(water) en grondstoffen

1.5. Toepassen van recyclaat (recycle)

2.2. Veehouderij

Voedselvoorziening en landbouwproductie

2. Voedselvoorziening en landbouwproductie

Veehouderij

Landbouwapparatuur

5.2. Duurzaam bouwen

Visserij

Verwerkingsapparatuur voor voedsel en agrarische producten

Mobiliteit

Wegvervoer

Vervoer over het spoor

Luchtvervoer

Klimaat en lucht

Fijnstof

Vluchtige organische stoffen (VOS)

Overige luchtverontreiniging

Ruimtegebruik

Ecosystemen en biodiversiteit

Bodem en grondwater

Gevaarlijke stoffen

Gebouwde omgeving

DuBo

Toelichting: Bedrijfsmiddel B 1405 betreft de terugwinning van grondstoffen ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Toelichting: Voorbeelden van apparatuur voor de vervanging van gefluoreerde broeikasgassen zijn gesloten plasmareinigingssysteem op basis van fluorgas in plaats van bijvoorbeeld NF3, voor extractietechnieken of als isolatiegas in productieprocessen. Voorbeelden van gefluoreerde broeikasgassen zijn HFK’s en PFK’s, SF6 en NF3.

Zie de bedrijfsmiddelen D 4208 en A 4210 voor het vervangen van SF6 in schakelsystemen en bedrijfsmiddel F 5410 voor detectieapparatuur voor gefluoreerde broeikasgassen.

Zie voor halogeenvrije koudemiddelen in stationaire koelinstallaties of warmtepompen de energie-investeringsaftrek (EIA).

F 4305

NOx-emissie reducerende techniek

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel D 4315 voor selectieve (katalytische) reductie-installaties (SCR of SNCR). Onder industrieel wordt verstaan grootschalig en met een hoge mate van mechanisering en automatisering.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Bedrijfsterreinen

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op BREEAM.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of

inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

G 6120

# Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

Infrastructuur en gebouwgebonden materiaalgebruik

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld.

Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6121

# Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

G 6125

# Zeer duurzaam gerenoveerd of nieuw utiliteitsgebouw volgens LEED

Installaties en civiele voorzieningen

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld.

Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over LEED is beschikbaar op usgbc.org en bouwcertificering.org. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op

tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6126

# Duurzaam gerenoveerd of nieuw utiliteitsgebouw volgens LEED

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem.

Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over LEED is beschikbaar op usgbc.org en bouwcertificering.org. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

G 6127

*** Verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International**

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem.

Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over DGNB is beschikbaar op dgnb-system.de. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6128

*** Zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International**

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem.

Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over DGNB is beschikbaar op dgnb-system.de. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6130

# (Zeer) duurzaam utiliteitsgebouw conform Milieulijst 2020, 2021 of 2022

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) zoals vermeld in bedrijfsmiddel 6115, 6120 of 6125, zoals deze luidde in het jaar waarin de eerste melding voor de investering in het gebouw(deel) is gedaan, in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Vervolginvesteringen in een duurzaam gebouw(deel), niet zijnde vervolginvesteringen in het jaar van de eerst gemelde investering, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor dit bedrijfsmiddel worden gemeld. Uitsluitend vervolginvesteringen voor investeringen gemeld onder bedrijfsmiddel 6115, 6120 of 6125 van de Milieulijst 2020, 2021 of 2022 komen in aanmerking onder bedrijfsmiddel D 6130.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

E 6211

Duurzaam beton(product) van ten minste 30% gerecycled materiaal

De investering in het duurzame beton(product) komt voor ten hoogste de volgende bedragen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

€ 50 per kubieke meter beton bij uitsluitend vervanging van de zand- en grindfractie,

€ 75 per kubieke meter beton als ook 20% van het cement is vervangen door gerecycled cement.

Een investering in beton(producten) met gerecycled materiaal als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6211 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6212

Duurzame recyclebare POCB- of EPDM-dakbedekking

Een investering in duurzame recyclebare dakbedekking als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6212 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 6214

Betontegel van ten minste 75% gerecycled materiaal

D 6215

Lignine-asfalt

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 1115 voor productieapparatuur voor lignine-asfalt.

F 6216

Geopolymeer betontegel met ten minste 70% gerecycled materiaal

Een investering in geopolymeer betontegels op basis van gerecycled materiaal als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6216 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

E 6217

Circulaire staalconstructie met terugnamegarantie

Een investering in een circulaire staalconstructie met terugkoopgarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6217 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 6218

Isolatiemateriaal van 100% gerecycled polystyreen

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in isolatiemateriaal van gerecycled polystyreen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel B 6218 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 6219

Kalkhennep op basis van hydraatkalk

Een investering in kalkhennep op basis van hydraatkalk als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6219 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 6220

CO2 gebonden bouwmaterialen met ten minste 40% gerecycled materiaal

Een investering in CO2 gebonden bouwmaterialen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel D 6220 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6221

Gerefurbishte plafondplaten

Een investering in gerefurbishte plafondplaten als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6221 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 6222

*** Circulaire wand- of vloerpanelen met terugnamegarantie**

Een investering in circulaire wand- of vloerpanelen met terugnamegarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6222 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 6223

*** Geëxpandeerd cellulose ester spouwmuurisolatie**

Een investering in isolatiemateriaal van geëxpandeerd cellulose-ester als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6223 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

E 6224

*** Houtvezelisolatieplaten op basis van reststromen**

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 30 per vierkante meter in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Een investering in houtvezelisolatieplaten op basis van reststromen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6224 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 6226

*** Circulaire binnendeur met terugnamegarantie**

Een investering in een circulaire binnendeur met terugnamegarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6226 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 450 per bedrijfsmiddel worden ten minste 6 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 6310

Akoestische panelen van schapenwol

E 6318

# Circulaire keuken met terugnamegarantie

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6319

Modulair herbruikbaar wandsysteem

Toelichting: Het wandsysteem mag niet verbonden zijn aan het plafond, vloer of muur. Hieronder wordt verstaan dat het wandsysteem of onderdelen daarvan niet zijn geschroefd, gekit, gelijmd of anderszins verbonden aan het plafond, vloer of muur. Een wandsysteem dat tussen het plafond, vloer of muur geklemd wordt kan wel onder A 6319 gemeld worden.

E 6320

*** Demontabel herbruikbaar wandsysteem met vlaskern**

Toelichting: Het wandsysteem of onderdelen daarvan mogen met schroeven verbonden zijn aan plafond, vloer of muur, maar mogen niet gekit, gelijmd of op een andere manier verbonden zijn aan plafond, vloer of muur.

A 6321

*** Cleanroom met herbruikbare wandpanelen en terugnamegarantie**

Het bedrijfsmiddel komt voor 30% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in een cleanroom met herbruikbare wandpanelen en terugnamegarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6321 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 6325

# Circulair matras met terugnamegarantie

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

F 6330

Inpandig muurbegroeiingsysteem

F 6340

Composteerbaar vloerkleed met terugnamegarantie

F 6341

Lichtgewicht naaldvilt tapijttegels op basis van gerecycled textiel en biomassa

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.

B 6342

Circulair tapijt met terugnamegarantie

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.

De kosten voor het verwijderen van bestaande vloerbedekking, het voorbereiden van de ondergrond en het leggen van het tapijt of de tapijttegels komen niet in aanmerking.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)