Regeling van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 maart 2009, MEVA/BO-2819721, houdende regels inzake de periodieke registratie op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-10-01
State In force
Source BWB
artikelen 18
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 8, tweede lid, onderdeel b, en zevende lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1.

Voor de opname van een aantekening in een van de registers op basis van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wet is een periodiek registratie certificaat vereist waaruit blijkt dat betrokkene beschikt over de voor het betrokken beroep benodigde kerncompetenties, genoemd in de artikelen 4, 5, 6a tot en met 6h. Het periodiek registratie certificaat is op het moment van het indienen van de aanvrage voor opname van een aantekening in een van de registers op basis van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wet, niet ouder dan twee jaar.

2.

Het periodiek registratie certificaat wordt verstrekt door een onderwijsinstelling die opleidingen verzorgt die leiden tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register van fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige, arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut physician assistant, orthopedagoog-generalist of klinisch technoloog. Het periodiek registratie certificaat wordt verstrekt indien blijkt dat de beroepsbeoefenaar beschikt over alle voor het betrokken beroep benodigde kerncompetenties, genoemd in de artikelen 4, 5, 6a tot en met 6h, op het niveau van de initiële opleiding die recht geeft op inschrijving in een van de hiervoor genoemde registers.

3.

De te volgen scholing houdt verband met het beroep waarvoor een aantekening in het register wordt aangevraagd en is gericht op het verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden in de kerncompetenties, genoemd in de artikelen 4, 5, 6a tot en met 6h.

4.

Bij de aanvraag tot opneming in het register van een aantekening van de datum bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wet overlegt betrokkene het periodiek registratie certificaat, dat tenminste gegevens bevat met betrekking tot:

5.

Voor de opname van een aantekening in een van de registers op basis van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wet, kan in plaats van een periodiek registratie certificaat worden overgelegd:

Artikel 3

1.
2.

Indien de werkzaamheden worden uitgeoefend in een ander beroep dan het beroep waarvoor betrokkene is geregistreerd in het bedoelde register, geldt naast de in het eerste lid genoemde eisen, de eis dat de werkzaamheden worden verricht op tenminste hetzelfde niveau als het niveau van de opleiding tot het beroep dat leidt tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register, waarin betrokkene is geregistreerd.

Artikel 4

Voor het beroep van fysiotherapeut gelden de volgende kerncompetenties en kernvaardigheden:

Artikel 5

1.

Voor het beroep van verloskundige gelden de volgende kerncompetenties en kernvaardigheden:

2.

Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de verloskundige in staat is om een anamnese af te nemen op basis van de zorgvraag, op methodische wijze de gezondheidstoestand dan wel de dreigende of reeds bestaande gezondheidsproblemen van een vrouw in kaart te brengen en op grond van de verzamelde informatie en eventueel lichamelijk onderzoek een diagnose te stellen.

3.

Het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de verloskundige in staat is om, op grond van de resultaten van onderzoek en bevindingen, problemen en risico’s met betrekking tot de vrouw te inventariseren en om in samenspraak met haar besluiten te nemen over de in te stellen behandeling, dan wel advies of voorlichting te geven dan wel te verwijzen naar een andere zorgverlener.

De verloskundige stelt een behandelplan op, bespreekt dat met de vrouw en consulteert of verwijst zo nodig naar andere deskundigen.

4.

Het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de verloskundige in staat is om, op methodische wijze en in samenwerking met de vrouw, verloskundige zorg te verlenen, de vrouw te begeleiden en het behandelplan naar de laatste stand van de kennis uit te voeren.

5.

Het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de verloskundige in staat is om periodiek de effecten van de zorginterventies op de gezondheidstoestand van de vrouw te evalueren en het behandelplan zodanig bij te stellen dat optimale resultaten bereikt kunnen worden.

Artikel 6

1.

Voor het beroep van verpleegkundige gelden de volgende kerncompetenties en kernvaardigheden:

2.

Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de verpleegkundige in staat is snel inzicht te krijgen in de zorgbehoefte van de cliënt. De verpleegkundige kan daarbij verantwoordelijkheid dragen voor het zelfstandig verzamelen en interpreteren van gegevens rond een individuele cliënt en het interpreteren en registreren van de effecten hiervan. Naar aanleiding hiervan kan de verpleegkundige de benodigde verpleegkundige activiteiten en interventies plannen en uitvoeren.

3.

Het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de verpleegkundige aan de hand van standaardprocedures en combinaties van procedures de dreigende of bestaande gezondheidsproblemen van de cliënt kan onderkennen en rekeninghoudend daarmee de verpleegkundige zorg kan plannen en uitvoeren.

4.

Het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde aspect is zodanig ingericht dat een verpleegkundige in staat is een verpleegproces in een verpleegplan neer te leggen. Tevens is de verpleegkundige in staat een eigen werkplanning te maken, voorwaarden te formuleren die wenselijk zijn voor de te verlenen zorg en efficiënt en kostenbewust om te gaan met beschikbare materiële en financiële middelen.

5.

Het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de verpleegkundige in staat is tot het verlenen van basiszorg zowel op somatisch als op psychosociaal gebied, zoals het helpen van een cliënt bij persoonlijke verzorging, opname van voeding en vocht, uitscheiding, mobiliteit en het bewaken van vitale functies, het toedienen van medicijnen, het beïnvloeden van de lichaamstemperatuur en het verzorgen van wonden. Ook is een verpleegkundige in staat tot het uitvoeren van verpleegtechnische handelingen, zoals het geven van subcutane, intramusculaire en intraveneuze injecties, het verrichten van blaascatheterisaties bij volwassenen en venapuncties, het inbrengen van een maagsonde of infuus, het verrichten van een hielprik bij neonaten, het toedienen van zuurstof en het uitzuigen van mond- en keelholten. De verpleegkundige kan de vereiste basiszorg en verpleegtechnische handelingen efficiënt en met flexibiliteit uitvoeren.

6.

Het in het eerste lid, onderdeel e, genoemde aspect is zodanig ingericht dat een verpleegkundige in staat is om periodiek de effecten van de zorgverlening op de gezondheidstoestand van de cliënt te evalueren en het behandelplan zodanig bij te stellen dat optimale resultaten bereikt kunnen worden. De verpleegkundige roept de beroepsbeoefenaar die de cliënt heeft toegewezen in consult, wanneer er sprake is van veranderingen in de zorgvraag of in de omgeving van de cliënt die de competentie of de verantwoordelijkheid van de verpleegkundige te boven gaan.

Artikel 7

1.

Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van de fysiotherapeut wordt aangewezen het verzorgen van onderwijs in het centrale vakgebied fysiotherapie, voor zover onderwijs gegeven wordt in de vakken genoemd in artikel 3, eerste lid, van het Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied fysiotherapeut en voor zover het onderwijs wordt gegeven aan een onderwijsinstelling die opleidingen verzorgt die leiden tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register van fysiotherapeut.

2.

Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van de verloskundigen wordt aangewezen het verzorgen van onderwijs dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in de competenties genoemd in artikel 4, eerste tot en met vijfde lid, van het Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied verloskundige 2008 en voor zover het onderwijs wordt gegeven aan een onderwijsinstelling die opleidingen verzorgt die leiden tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register van verloskundige, bedoeld in artikel 3 van de wet.

3.

Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van de verpleegkundige wordt aangewezen het verzorgen van onderwijs in het centrale vakgebied verpleegkunde, voor zover onderwijs gegeven wordt in de vakken genoemd in artikel 3, eerste lid, van het Besluit opleidingseisen verpleegkundige 2011 en voor zover het onderwijs wordt gegeven aan een onderwijsinstelling die opleidingen verzorgt die leiden tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register van verpleegkundige, bedoeld in artikel 3 van de wet, dan wel voor zover het onderwijs wordt gegeven in het kader van:

4.

Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van de arts wordt aangewezen het verzorgen van onderwijs dat gericht is op het verwerven van competenties als bedoeld in artikel 3 van het Besluit opleidingseisen arts, voor zover het onderwijs wordt gegeven aan een onderwijsinstelling die opleidingen verzorgt die leiden tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register van artsen bedoeld in artikel 3 van de wet, dan wel voor zover het onderwijs wordt gegeven in het kader van een specialistenopleiding, die leidt tot een wettelijk erkende specialistentitel als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet.

5.

Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van de tandarts wordt aangewezen het verzorgen van onderwijs dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in `de aspecten van de tandheelkundige beroepsuitoefening als bedoeld in artikel 3 van het Besluit opleidingseisen tandarts en voor zover het onderwijs wordt gegeven aan een onderwijsinstelling die opleidingen verzorgt die leiden tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register van tandartsen bedoeld in artikel 3 van de wet, dan wel voor zover het onderwijs wordt gegeven in het kader van een specialistenopleiding, die leidt tot een wettelijk erkende specialistentitel als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet.

6.

Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van de apotheker wordt aangewezen: het verzorgen van onderwijs in het centrale vakgebied farmacie, voor zover onderwijs gegeven wordt in de vakken genoemd in artikel 3, tweede lid, van het Besluit opleidingseisen apotheker en voor zover het onderwijs wordt gegeven aan een onderwijsinstelling die opleidingen verzorgt die leiden tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register van apothekers bedoeld in artikel 3 van de wet, dan wel voor zover het onderwijs wordt gegeven in het kader van een specialistenopleiding, die leidt tot een wettelijk erkende specialistentitel als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet.

7.

Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van gezondheidszorgpsycholoog wordt aangewezen het verzorgen van onderwijs als bedoeld in :

8.

Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van psychotherapeut wordt aangewezen het verzorgen van onderwijs als bedoeld in:

9.

Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van physician assistant wordt aangewezen het verzorgen van onderwijs dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in de competenties genoemd in artikel 5 van het Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied physician assistant en voor zover het onderwijs wordt gegeven aan een onderwijsinstelling die opleidingen verzorgt die leiden tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register van physician assistant, bedoeld in artikel 3 van de wet.

10.

Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van orthopedagoog-generalist wordt aangewezen het verzorgen van onderwijs dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheden in de competenties als bedoeld in:

11.

Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van klinisch technoloog wordt aangewezen het verzorgen van onderwijs dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in de competenties genoemd in de artikelen 3 en 4 van het Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied klinisch technoloog, voor zover het onderwijs wordt gegeven aan een onderwijsinstelling die opleidingen verzorgt die leiden tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register van klinisch technologen, bedoeld in artikel 3 van de wet.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling periodieke registratie Wet BIG.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6a

1.

Voor het beroep van arts gelden de volgende kerncompetenties en kernvaardigheden:

2.

De in het eerste lid, onderdeel a, b en c, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zo uitgevoerd dat de arts in staat is een probleemanalyse te maken, een differentiaal diagnose op te stellen, een diagnostisch plan op te stellen en uit te voeren en op basis van de verkregen gegevens een diagnose te stellen.

3.

De in het eerste lid, onderdeel c en d, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zo uitgevoerd dat de arts in staat is een plan voor begeleiding en behandeling op te stellen, dit plan te bespreken met de cliënt en relevante derden en het uit te voeren.

4.

De in het eerste lid, onderdeel e, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zo uitgevoerd dat de arts in staat is periodiek de effecten van zorginterventies op de gezondheidstoestand van de cliënt te evalueren en het plan voor begeleiding en behandeling zodanig bij te stellen dat optimale resultaten bereikt kunnen worden.

5.

De kerncompetenties en kernvaardigheden, genoemd in het eerste lid, richten zich op vraagstukken rondom gezondheid en ziekte, bedoeld in artikel 3 van het Besluit opleidingseisen arts.

6.

Bij de uitvoering van de in het eerste lid genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden:

Artikel 6b

1.

Voor het beroep van tandarts gelden de volgende kerncompetenties en kernvaardigheden:

2.

Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde aspect wordt zodanig ingericht dat de tandarts in staat is op methodische wijze de toestand dan wel de dreigende of reeds bestaande klachten van een cliënt in kaart te brengen en op grond van de verzamelde informatie, een mondonderzoek of röntgenonderzoek, een diagnose te stellen.

3.

Het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde aspect wordt zodanig ingericht dat de tandarts in staat is om op basis van de diagnose de tandheelkundige behandeling te bepalen die het beste tegemoet komt aan de bevordering van de mondgezondheid van de cliënt.

4.

Het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde aspect wordt zodanig ingericht dat de tandarts in staat is om:

5.

De in het eerste lid, onderdeel d, genoemde aspecten worden zodanig ingericht dat de tandarts in staat is om periodiek de effecten van zorginterventies op de gezondheidstoestand van de cliënt te evalueren en het behandelplan zodanig bij te stellen dat optimale resultaten bereikt kunnen worden.

Artikel 6c

1.

Voor het beroep van apotheker gelden de volgende kerncompetenties en kernvaardigheden:

2.

De in het eerste lid, onderdeel a, genoemde aspecten worden zodanig ingericht dat de apotheker in staat om op basis van de door de arts gestelde diagnose een farmacotherapeutische behandeling voor de cliënt zelfstandig uit te voeren, deze behandeling te bespreken met de cliënt en relevante derden.

3.

De in het eerste lid, onderdeel b, genoemde aspecten worden zodanig ingericht dat de apotheker in staat is om de zorgverlener zodanig te informeren en de cliënt zodanig te begeleiden dat een optimaal geneesmiddelengebruik, inclusief therapietrouw, wordt bereikt.

4.

De in het eerste lid, onderdeel c, genoemde aspecten worden zodanig ingericht dat de apotheker in staat is om chemische en fysische reacties die geneesmiddelen of substanties daarvan als gevolg van temperatuur, vocht en licht kunnen ondergaan te vertalen in bewaar- en gebruiksinstructies die voldoen aan de relevante kwaliteitseisen.

5.

De in het eerste lid, onderdeel d, genoemde aspecten worden zodanig ingericht dat de apotheker in staat is om aan de hand van de uitslag van wetenschappelijk, laboratorium- en klinisch onderzoek de werking en bijwerkingen van geneesmiddelen te beoordelen en deze te interpreteren voor de individuele situatie van een cliënt.

Artikel 6d

1.

Voor het beroep van gezondheidszorgpsycholoog gelden de volgende kerncompetenties en kernvaardigheden:

2.

Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde aspect wordt zodanig ingericht dat de gezondheidszorgpsycholoog in staat is om de psychische gezondheid van een cliënt op methodische wijze in kaart te brengen en op basis van verzamelde informatie, een diagnose, dan wel een differentiaal diagnose te stellen.

3.

Het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde aspect wordt zodanig ingericht dat de gezondheidszorgpsycholoog in staat is om op basis van de uitkomsten van de anamnese en het psychodiagnostisch onderzoek de meest in aanmerking komende vorm van psychologische behandeling of begeleiding te bepalen.

4.

Het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde aspect wordt zodanig ingericht dat de gezondheidszorgpsycholoog in staat is om op methodische wijze en in samenwerking met de cliënt veel voorkomende psychologische en orthopedagogische behandelingen toe te passen en naar de laatste stand van kennis zorg en of begeleiding te verlenen.

5.

Het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde aspect wordt zodanig ingericht dat de gezondheidszorgpsycholoog in staat is om periodiek de effecten van de zorginterventies op de geestelijke gezondheidstoestand van de cliënt te evalueren en het behandelplan zodanig bij te stellen dat optimale resultaten bereikt kunnen worden.

Artikel 6e

1.

Voor het beroep van psychotherapeut gelden de volgende kerncompetenties en kernvaardigheden:

2.

Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde aspect wordt zodanig ingericht dat de psychotherapeut in staat is om op basis van verzamelde gegevens over de zorgvraag en de wensen van de cliënt en door middel van anamnese en diagnostiek, de problematiek van de cliënt in kaart te brengen.

3.

Het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde aspect wordt zodanig ingericht dat de psychotherapeut in staat is om, op basis van de uitkomst van het diagnostisch onderzoek, de meest in aanmerking komende vorm van psychotherapeutische behandeling voor de cliënt te bepalen.

4.

Het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde aspect wordt zodanig ingericht dat de psychotherapeut in staat is om, op basis van de diagnostiek en de indicatiestelling, in overleg met de cliënt, gezamenlijke doelstellingen van de behandeling te formuleren.

5.

Het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde aspect wordt zodanig ingericht dat de psychotherapeut in staat is om psychotherapeutische methoden systematisch toe te passen en door middel van psychotherapeutische interventies, de stemming, cognities of gedragingen van de cliënt te beïnvloeden.

6.

Het in het eerste lid, onderdeel e, genoemde aspect wordt zodanig ingericht dat de psychotherapeut in staat is om periodiek de effecten van de psychotherapeutische behandelingen op de psychische gezondheidstoestand van de cliënt te evalueren en het behandelplan zodanig bij te stellen dat optimale resultaten bereikt kunnen worden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 7a

1.

Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van een van de in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg genoemde beroepen, worden aangewezen de werkzaamheden die worden verricht ten behoeve van een beroepsgerelateerde promotie ter verkrijging van de graad Doctor.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6f

1.

Voor het beroep van physician assistant gelden de volgende kerncompetenties en kernvaardigheden:

2.

Het in het eerste lid, onderdeel a, b en c genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden zijn zodanig ingericht dat de physician assistant in staat is bij beperkt complexe zorgvragen een probleemanalyse te maken, een differentiaal diagnose op te stellen, een diagnostisch plan op te stellen en uit te voeren en op basis van de verkregen gegevens een diagnose te stellen binnen eigen deskundigheidsgebied. Ook is de physician assistant in staat tot het verrichten van handelingen waartoe de physician assistant op grond van artikel 36 van de Wet BIG bevoegd is. En is de physician assistant in staat tot het verlenen van spoedeisende hulp, het bewaken van vitale lichaamsfuncties en waar nodig het treffen van maatregelen ter herstel daarvan.

3.

Het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zo uitgevoerd dat de physician assistant in staat is om op grond van de resultaten van onderzoek en bevindingen, bij problemen en risico’s bij de patiënt te verwijzen naar, consulteren van en met artsen en andere gezondheidszorgmedewerkers en paramedici samen te werken.

4.

Het in het eerste lid, onderdeel e, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zo uitgevoerd dat de physician assistant in staat is een plan voor begeleiding op te stellen gericht op advies, voorlichting en verlenen van preventieve zorg.

5.

De kerncompetenties en kernvaardigheden, genoemd in het eerste lid, richten zich op vraagstukken rondom gezondheid en ziekte, bedoeld in artikel 5 van het opleidingseisen en deskundigheidsgebied physician assistant.

6.

Bij de uitvoering van de in het eerste lid genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6g

1.

Voor het beroep van orthopedagoog-generalist gelden de volgende kerncompetenties en kernvaardigheden:

2.

De in het eerste lid, onderdeel a, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zodanig ingericht dat de orthopedagoog-generalist in staat is om een compleet diagnostisch beeld te vormen door middel van dialogische, systeemgerichte en veranderingsgerichte diagnostiek resulterend in beslissingen over interventies.

3.

De in het eerste lid, onderdeel b, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zodanig ingericht dat de orthopedagoog-generalist in staat is om in samenspraak met de cliënt en diegenen die betrokken zijn bij de opvoeding en ontwikkeling van de cliënt een passend behandelings- of begeleidingsplan op te stellen, dat periodiek wordt geëvalueerd en indien nodig tussentijds aangepast.

4.

De in het eerste lid, onderdeel c, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zodanig ingericht dat de orthopedagoog-generalist in staat is om orthopedagogische begeleiding en behandelingen op een systematische en methodische wijze uit te voeren.

5.

De in het eerste lid, onderdeel d, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zodanig ingericht dat de orthopedagoog-generalist in staat is om leerkrachten en zorg- en hulpverleners die betrokken zijn bij het opstellen en evalueren van een behandelings- of begeleidingsplan van een cliënt te begeleiden, aan te sturen of te ondersteunen.

Artikel 6h

1.

Voor het beroep van klinisch technoloog gelden de volgende kerncompetenties en kernvaardigheden:

2.

De in het eerste lid, onderdeel a tot en met c, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zodanig ingericht dat de klinisch technoloog in staat is om, in samenwerking met de cliënt en, indien nodig, andere zorgverleners, een probleemanalyse te maken en een differentiaal diagnose of behandelplan op te stellen op basis van verkregen gegevens binnen het eigen deskundigheidsgebied.

3.

De in het eerste lid, onderdeel a tot en met c, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zodanig ingericht dat de klinisch technoloog in staat is om in samenwerking met de cliënt en andere zorgverleners de diagnostische of therapeutische handelingen te verrichten en naar de laatste stand van kennis zorg te verlenen. Hierbij betrekt de klinisch technoloog in zijn rol als technisch-medisch deskundige waar mogelijk het beschikbare wetenschappelijke kennis. De klinisch technoloog is in staat tot het verrichten van handelingen waartoe de klinisch technoloog op grond van artikel 36 van de Wet BIG bevoegd is.

4.

De in het eerste lid, onderdeel a tot en met c en e, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zodanig ingericht dat de klinisch technoloog in staat is om de effecten van zorginterventies op de gezondheidstoestand van de cliënt te evalueren en het behandelplan zodanig bij te stellen dat optimale resultaten bereikt kunnen worden.

5.

De in het eerste lid, onderdeel d en e, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zodanig ingericht dat de klinisch technoloog in staat is om een diagnose of behandelplan te bespreken met de cliënt, de familie of andere zorgverleners, en het behandelplan uit te voeren. Hierbij houdt de klinisch technoloog rekening met de fysieke en emotionele belastbaarheid van de cliënt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)