Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 oktober 2009, nr. BO/BA/2009/23642, houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de plaatsvervangend Secretaris-Generaal ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit plaatsvervangend secretaris-generaal 2009 SZW)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-09-19
State In force
Source BWB
artikelen 44
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6, vijfde lid, aanhef en onderdeel a, en 23, eerste lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009;

Besluit:

§ 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§ 2. Organisatie

Artikel 2

1.

Onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorteren:

2.

Vervallen.

§ 3. Verantwoordelijkheden directeuren en afdelingshoofden

Artikel 3

1.

Elk van de directeuren is verantwoordelijk voor:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering, Financiën en Control.

Artikel 4

1.

De directeur van de directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel is verantwoordelijk voor:

2.

De directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel is tevens aangewezen als CDI. De CDI zorgt dat binnen SZW de sturing op inkoop zo is ingericht dat zij hiermee voldoet aan rijksbrede én departementale kaders en ontwikkelingen voor inkoop. De CDI adviseert rechtstreeks aan de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal.

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

§ 4. Bevoegdheden directeuren

Artikel 7

1.

Elk van de directeuren is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, overeenkomsten aan te gaan en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met de taken en verantwoordelijkheden van de directie, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal.

2.

Aan elke directeur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

3.

De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen en vaststellen van subsidies en rijksvergoedingen, het aangaan van verbetertrajecten en het korten op bevoorschotting, voor zover het de uitvoering betreft van regelingen op zijn werkterrein.

4.

De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat voorts de bevoegdheid tot het nemen van dwangsombesluiten die verband houden met het niet tijdig afdoen van een besluit, voor zover dit betrekking heeft op hun eigen verantwoordelijkheden.

5.

De in het eerste lid genoemde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan is beperkt tot overeenkomsten met een waarde per overeenkomst onder de laagste drempel voor aanbesteding conform de Europese aanbestedingsrichtlijnen, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst inclusief BTW:

6.

In aanvulling op het vijfde lid geldt voor de directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel dat deze bevoegd is om de volgende overeenkomsten aan te gaan tot een waarde van € 500.000,- per overeenkomst inclusief BTW:

7.

Vervallen.

8.

In aanvulling op het tweede lid, onderdeel a, geldt dat aan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging wordt verleend ten aanzien van het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met onder hem ressorterende functionarissen die vallen onder de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.

9.

In aanvulling op het tweede lid, onderdeel a, geldt dat aan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging wordt verleend ten aanzien van beslissingen in gerechtelijke procedures voor zover die betrekking hebben op de dienstbetrekking van de onder hem ressorterende functionarissen.

10.

In aanvulling op het vijfde lid geldt voor de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie dat deze bevoegd is om overeenkomsten met betrekking tot de schoonmaakdienstverlening aan te gaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst inclusief BTW.

§ 4. Bevoegdheden directeuren

Artikel 8

1.

De directeuren kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden slechts kunnen worden doorverleend aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen en slechts voor zover het betreft:

2.

In afwijking van het eerste lid kunnen de directeuren bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, doorverlenen aan functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal daar schriftelijk mee instemt.

3.

In afwijking van het eerste lid kan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging doorverlenen aan onder hem ressorterende functionarissen en functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder hem ressorterende functionarissen, tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, genoemde personeelsaangelegenheden, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal daar schriftelijk mee instemt.

4.

In afwijking van het eerste lid kan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging doorverlenen aan functionarissen die rechtstreeks onder hem ressorteren, ten aanzien van het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met onder hem ressorterende functionarissen die vallen onder de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal daar schriftelijk mee instemt.

5.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen directeuren, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de plaatsvervangend secretaris-generaal, hun vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan functionarissen van een ander organisatieonderdeel, mits de betreffende functionaris daarmee schriftelijk instemt.

6.

De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden.

Artikel 9

Het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit plaatsvervangend secretaris-generaal SZW 2009 wordt ingetrokken.

Artikel 10

Na de inwerkingtreding van deze regeling berust het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie BO SZW 2009 dat genomen is krachtens de artikelen 3, aanhef en onderdeel k, en 11 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal SZW 2009 op de artikelen 3, eerste lid, aanhef en onderdeel k, en 9 van deze regeling.

Artikel 11

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2009.

2.

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit plaatsvervangend secretaris-generaal 2009 SZW.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6a

Door vernummering vervallen.

§ 4. Bevoegdheden directeuren

Artikel 7a

1.

De directeur van de Directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering is bevoegd om besluiten te nemen over en stukken vast te stellen en te ondertekenen met betrekking tot het uitvoeren van bekostigingsactiviteiten die verband houden met de toekenning en de verrekening van subsidies, voorschotten en budgetten aan uitvoerende instellingen in het kader van subsidieregelingen waarvan de uitvoering aan de Directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering is opgedragen.

2.

De directeur van de Directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering is bevoegd tot het afsluiten van:

3.

In afwijking van artikel 7, vijfde lid, geldt voor de directeur van de Directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering dat deze bevoegd is om overeenkomsten aan te gaan tot een waarde van ten hoogste € 500.000,– per overeenkomst inclusief BTW.

4.

De directeur van de Directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering is bevoegd om beslissingen op bezwaarschriften te nemen die verband houden met de verantwoordelijkheden, genoemd in artikel 6A, eerste lid.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 10a

Met ingang van 1 april 2011 berust het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Agentschap SZW 2010 dat genomen is krachtens de artikelen 3, eerste lid, onderdeel k, en 18 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2010 op de artikelen 3, aanhef en onderdeel k, en 8 van deze regeling.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6b

Vervallen

Artikel 7b

Vervallen

§ 5. Slotbepalingen

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6c

1.

De Rijksschoonmaakorganisatie is verantwoordelijk voor:

2.

De directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie is verantwoordelijk voor het inzake van de Rijksschoonmaakorganisatie optreden als bestuurder in de zin van artikel 1 van de Wet op de ondernemingsraden.

§ 4. Bevoegdheden directeuren

§ 5. Slotbepalingen

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3a

Vervallen

Artikel 6a

1.

Het Agentschap SZW is verantwoordelijk voor:

2.

De directeur van het Agentschap SZW is verantwoordelijk voor de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van het Agentschap SZW, voor zover het niet gaat om centraal georganiseerde werkgeversverplichtingen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, onderdeel b, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009.

3.

De directeur van het Agentschap SZW is tevens verantwoordelijk voor het inzake van zijn directie optreden als bestuurder in de zin van artikel 1 van de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel 6d

De directeur Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering, is verantwoordelijk voor de aansturing van de samenwerkingsverbanden SZW en de uitvoering van subsidieregelingen en andere regelingen op het terrein van werk en inkomen.

Artikel 6e

Vervallen

Artikel 6f

Vervallen

Artikel 6g

Vervallen

§ 4. Bevoegdheden directeuren en afdelingshoofden

Artikel 7c

Elk van de afdelingshoofden is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, overeenkomsten aan te gaan en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met de taken en verantwoordelijkheden van de afdeling, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of de directeur Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering.

§ 5. Slotbepalingen

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 4. Bevoegdheden directeuren en afdelingshoofden

§ 5. Slotbepalingen

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6h

1.

De directeur van de directie CIO-office, Informatie voor Beleid en Bedrijfsvoering en Veiligheid is onverminderd het bepaalde in Beveiligingsvoorschrift Rijksdienst 2013, artikel 4 derde lid en de Algemene Verordening Gegevensbescherming, artikel 37 eerste lid, verantwoordelijk voor:

2.

De directeur CIO-office, Informatie voor Beleid en Bedrijfsvoering en Veiligheid is tevens CIO van het ministerie SZW. De CIO adviseert rechtstreeks aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie en de directeuren-generaal over informatievoorziening en ICT in brede zin.

Artikel 7d

Bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend secretaris-generaal besluit de plaatsvervangend secretaris-generaal, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, welke directeur diens taken en bevoegdheden waarneemt.

§ 5. Slotbepalingen

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6i

1.

De afdeling Bedrijfsvoering, Financiën en Control is ten behoeve van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal en de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende organisatieonderdelen, als genoemd in artikel 2, onderdelen a tot en met b en onderdeel g en de onder de secretaris-generaal ressorterende organisatieonderdelen, als genoemd in artikel 2 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal SZW 2009, onderdelen a tot en met c, verantwoordelijk voor:

2.

De aansturing van het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering, Financiën en Control berust bij de plaatsvervangend secretaris-generaal.

§ 4. Bevoegdheden directeuren en afdelingshoofden

§ 5. Slotbepalingen

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)