Besluit van 24 juni 2010, houdende regels over het personeel van de brandweer, functies voor de bedrijfsbrandweer, functies binnen de GHOR en functies binnen de organisatie van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing en het overleg over het personeel van de brandweer (Besluit personeel veiligheidsregio’s)

Type AMvB
Publication 2017-12-01
State In force
Source BWB
artikelen 12
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 februari 2010, nr. 2009-0000506161, CZW/WVOB;

Gelet op de artikelen 18 en 31, vierde lid, van de Wet veiligheidsregio’s;

De Raad van State gehoord (advies van 15 april 2010, nr. W04.10.0062/1);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 21 juni 2010, nr. 2010-0000398206;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. functie: samenstel van te verrichten werkzaamheden;

Hoofdstuk 2. Functies

Artikel 2

1.

Bij ministeriële regeling worden voor het personeel van de brandweer regels gesteld over de functies, genoemd in de bijlagen 1 en 1A, en de daarbij behorende eisen over de bekwaamheid.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de volgende functies binnen de GHOR:

  • a. algemeen commandant geneeskundige zorg;
  • b. directeur publieke gezondheid, voor zover het de GHOR-taken betreft;
  • c. hoofd acute gezondheidszorg;
  • d. hoofd informatie geneeskundige zorg;
  • e. hoofd ondersteuning geneeskundige zorg;
  • f. hoofd publieke gezondheidszorg;
  • g. officier van dienst geneeskundig.
3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de volgende functies binnen de organisatie van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing:

  • a. calamiteitencoördinator meldkamer;
  • b. evaluator multidisciplinair oefenen;
  • c. informatiemanager commando plaats incident;
  • d. informatiemanager regionaal operationeel team;
  • e. leider commando plaats incident;
  • f. procesmanager multidisciplinair oefenen;
  • g. regionaal operationeel leider;
  • h. functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident;
  • i. functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team.
4.

Bij ministeriële regeling kunnen voor de bedrijfsbrandweer regels worden gesteld over de volgende functies:

  • a. bedrijfsbrandweer bestrijder petrochemie;
  • b. bedrijfsbrandweer bestrijder tankincidenten;
  • c. bedrijfsbrandweer bevelvoerder;
  • d. bedrijfsbrandweer bevelvoerder vliegtuigbrand;
  • e. bedrijfsbrandweer officier van dienst;
  • f. bedrijfsbrandweer officier van dienst vliegtuigbrand;
  • g. bedrijfsbrandweer manschap a;
  • h. bedrijfsbrandweer manschap a bestrijder vliegtuigbrand.

Artikel 3

1.

Bij de functies, genoemd in bijlage 1 en artikel 2, vierde lid, behoort een functiegerichte opleiding die wordt afgesloten met een examen.

2.

Voor de functies, genoemd in de bijlagen 1 en 1A, gelden van laag naar hoog de volgende rangen: brandwacht, hoofdbrandwacht, brandmeester, hoofdbrandmeester, commandeur, adjunct-hoofdcommandeur en hoofdcommandeur.

Artikel 4

1.

Een persoon is voorafgaand aan de uitoefening van een of meer functies, genoemd in bijlage 1, in het bezit van het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding.

2.

Onze Minister kan ontheffing verlenen voor het in het bezit zijn van het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van het diploma voor de functies brandweerduiker en duikploegleider.

3.

In afwijking van het eerste lid kan degene die een opleiding volgt tot een van de functies, genoemd in bijlage 1, als aspirant de desbetreffende functie uitoefenen, met uitzondering van de functies brandweerduiker en duikploegleider.

4.

Voorafgaand aan de uitoefening van de functies waarvoor dit in bijlage 1 is aangegeven, wordt een keuring als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de medische keuringen verricht ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van de keurling en van derden bij de uitoefening van de desbetreffende functie.

5.

Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de aspirant, bedoeld in het derde lid.

6.

Met het diploma, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een beroepskwalificatie, verkregen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, die een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met het diploma wordt nagestreefd.

Hoofdstuk 3. Overleg

Artikel 5

1.

Het overleg, bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de Wet veiligheidsregio’s, staat onder het voorzitterschap van Onze Minister. Onze Minister is bevoegd het voorzitterschap over te dragen aan een door hem aan te wijzen ambtenaar.

2.

Tot het overleg worden vertegenwoordigers toegelaten van:

  • b. andere organisaties, die naar het oordeel van Onze Minister representatief zijn voor het personeel van de brandweer en tegen wier toelating het algemeen belang zich niet verzet.
3.

Van de aanwijzing van een vertegenwoordiger als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan aan de voorzitter van het overleg.

4.

Schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot de Sectorcommissie, bedoeld in artikel 105, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, heeft van rechtswege ten gevolge schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot het overleg.

5.

Onze Minister kan een toelating van een organisatie tot het overleg krachtens het tweede lid, onderdeel b, intrekken, indien de organisatie naar het oordeel van Onze Minister niet meer representatief is dan wel het algemeen belang zich tegen verdere toelating verzet.

Artikel 6

1.

Het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten kan een vertegenwoordiger aanwijzen die als adviseur aan het overleg deelneemt.

2.

Deelnemers aan het overleg kunnen zich voor de behandeling van een bepaald onderwerp door een of meer deskundigen laten bijstaan.

Artikel 7

1.

De voorzitter van het overleg wijst een secretaris aan.

2.

De secretaris staat, onder leiding van de voorzitter, ten dienste van de voorzitter en de vertegenwoordigers van de centrales van overheidspersoneel en andere organisaties als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b.

Artikel 8

1.

Ter voorbereiding op in het overleg te nemen besluiten of ter uitwerking van in het overleg genomen besluiten kan de voorzitter in overleg met deelnemers aan het overleg een werkgroep instellen, waarin ook personen van buiten het overleg zitting kunnen hebben.

2.

De voorzitter wijst de voorzitter van de werkgroep aan.

3.

De secretaris van het overleg is tevens secretaris van de werkgroep.

Artikel 9

1.

Onze Minister bevordert slechts de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s, indien daarover overeenstemming bestaat tussen de voorzitter en de meerderheid van de centrales van overheidspersoneel, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder a.

2.

Iedere centrale van overheidspersoneel brengt één stem uit.

3.

Indien de stemmen staken, beslist Onze Minister of hij de totstandkoming van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, bevordert.

4.

De artikelen 110d tot en met 110k van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zijn van overeenkomstige toepassing indien het overleg niet tot een uitkomst zal leiden die de instemming van de voorzitter dan wel de meerderheid van de centrales zal hebben.

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10

1.

Het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding wordt gelijkgesteld met het diploma dat is behaald op basis van de examenreglementen overeenkomstig bijlage 2 bij dit besluit.

2.

Onder de examenreglementen, genoemd in het eerste lid, wordt verstaan: de examenreglementen, zoals deze luidden op de dag, voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio’s in werking treedt.

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Bijlage 1. behorende bij de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste en tweede lid, en artikel 4, vierde lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s (Functies met diplomavereiste)

Functies: Rang: Keuring
adviseur gevaarlijke stoffen commandeur ja
bevelvoerder brandmeester ja
brandweerduiker brandwacht of hoofdbrandwacht ja
centralist meldkamer maximaal brandmeester nee
chauffeur brandwacht of hoofdbrandwacht ja
commandant hoofdcommandeur nee
commandant van dienst adjunct-hoofdcommandeur ja
controleur brandpreventie maximaal hoofdbrandwacht nee
docent maximaal brandmeester nee
duikploegleider hoofdbrandwacht ja
gaspakdrager brandwacht of hoofdbrandwacht ja
hoofdofficier van dienst commandeur ja
instructeur maximaal brandmeester ja
manschap brandwacht of hoofdbrandwacht ja
medewerker brandpreventie maximaal brandmeester nee
meetplanleider commandeur ja
officier van dienst hoofdbrandmeester ja
specialist brandpreventie maximaal hoofdbrandmeester nee
specialist risico’s en veiligheid maximaal commandeur nee
verkenner gevaarlijke stoffen brandwacht of hoofdbrandwacht ja
voertuigbediener brandwacht of hoofdbrandwacht ja

Bijlage 1a. behorende bij de artikelen 2, eerste lid, en 3, tweede lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s (Functies zonder diplomavereiste)

Functies: Rang:
manager veiligheid maximaal adjunct-hoofdcommandeur
medewerker operationele voorbereiding maximaal brandmeester
medewerker opleiden en oefenen maximaal brandmeester
oefencoördinator maximaal brandmeester
operationeel manager maximaal hoofdbrandmeester
ploegchef maximaal brandmeester
specialist operationele voorbereiding maximaal commandeur
specialist opleiden en oefenen maximaal hoofdbrandmeester
strategisch manager maximaal adjunct-hoofdcommandeur
tactisch manager maximaal commandeur

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Bijlage 2. behorende bij artikel 10, eerste lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s (Gelijkwaardigheid diploma’s)

Diploma Gelijkwaardig aan Genoemd in Examenreglement
diploma adviseur gevaarlijke stoffen certificaat van de module waarschuwings- en verkenningsdienstdeskundige in combinatie met het certificaat van de module officier gevaarlijke stoffen artikel 2, onder h, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993 artikel 2, onder g, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993
diploma bevelvoerder diploma onderbrandmeester artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester
diploma brandweerduiker diploma brandwacht eerste klasse in combinatie met het diploma brandweerduiker artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse artikel 8 van het Examenreglement brandweerduiker 1995
diploma centralist meldkamer diploma brandweercentralist artikel 2, onder a, van het Examenreglement brandweercentralist 2005
diploma chauffeur diploma brandwacht eerste klasse in combinatie met het diploma brandweerchauffeur artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse artikel 10 van het Examenreglement brandweerchauffeur 1997
diploma commandant van dienst diploma commandeur of diploma hoofdbrandmeester artikel 12 van het Examenreglement commandeur 1998 of artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993
diploma controleur brandpreventie diploma hoofdbrandwacht, in combinatie met het certificaat van de module preventiecontrolefunctionaris artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht artikel 2, onder c, van het Examenreglement hoofdbrandwacht
diploma instructeur diploma instructeur artikel 6 van het Examenreglement instructeur 1993.
diploma duikploegleider diploma brandwacht eerste klasse in combinatie met het diploma duikploegleider artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse artikel 7 van het Examenreglement duikploegleider 2004
diploma gaspakdrager diploma brandwacht eerste klasse in combinatie met het certificaat van de module gaspakdrager artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse artikel 2, onder e, van het Examenreglement brandwacht eerste klasse
diploma hoofdofficier van dienst diploma hoofdbrandmeester artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993.
diploma manschap diploma brandwacht eerste klasse Artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse
diploma hoofdbrandwacht Artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht
diploma medewerker brandpreventie certificaat van de module preventie artikel 2, onder c, van het Examenreglement brandmeester
of
certificaat van de module preventie artikel 2, onder e, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993
diploma meetplanleider certificaat van de module waarschuwings- en verkenningsdienstdeskundige artikel 2, onder h, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993
in combinatie met
het certificaat van de module officier gevaarlijke stoffen artikel 2, onder g, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993
diploma officier van dienst diploma adjunct-hoofdbrandmeester artikel 13 van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993
diploma specialist brandpreventie certificaat van de module preventie artikel 2, onder e, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993
diploma specialist risico’s en veiligheid diploma veiligheidsmanager artikel 27 van het Examenreglement veiligheidsmanager 2004
of
in combinatie met het diploma hoofdbrandmeester: artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993
het certificaat van de module proactie en risicoanalyse artikel 2, onder e, van het Examenreglement veiligheidsmanager 2004
en
het certificaat van de module basisveiligheidsmanagement artikel 2, onder d, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993
diploma verkenner gevaarlijke stoffen diploma brandwacht eerste klasse artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse
in combinatie met
het certificaat van de module verkenner gevaarlijke stoffen artikel 2, onder d, van het Examenreglement hoofdbrandwacht
diploma voertuigbediener diploma brandwacht eerste klasse artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse
in combinatie met
het certificaat van de module pompbediener artikel 2, onder b, van het Examenreglement brandwacht eerste klasse.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)