Besluit van 2 juli 2010, houdende vaststelling van regels voor examens van beroepsopleidingen als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (Examenbesluit beroepsopleidingen WEB)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 51
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 16 maart 2010, nr. WJZ/196829 (4858), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 7.4.3a van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 3 van de Wet College voor examens;

De Raad van State gehoord (advies van 21 april 2010, nr. W05.10.0096/I);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 28 juni 2010, nr. WJZ/218936(4858), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6, onderdeel D, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt.

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • basisvakken: onderdelen van een taalschakeltraject waarvoor op grond van artikel 7.3.3, eerste lid, van de wet eindtermen zijn vastgesteld bij ministeriële regeling en die noodzakelijk zijn voor de toelating tot de beoogde vervolgopleiding;
  • examenonderdeel: onderdeel van het examen van een beroepsopleiding of een taalschakeltraject;
  • generieke examenonderdelen: examenonderdelen die de examinering betreffen van de generieke kwalificatie-eisen;
  • keuzedeel Engels: keuzedeel waarvan de eisen en het niveau overeenkomen met de eisen en het niveau van het onderdeel Engels van een kwalificatie;
  • keuzedeel Nederlandse taal: keuzedeel waarvan de eisen en het niveau overeenkomen met de eisen en het niveau van het onderdeel Nederlandse taal van een kwalificatie;
  • keuzedeel rekenen: keuzedeel waarvan de eisen en het niveau overeenkomen met de eisen en het niveau van het onderdeel rekenen van een kwalificatie;
  • maatwerkvakken: onderdelen van een taalschakeltraject waarvoor op grond van artikel 7.3.3, eerste lid, van de wet eindtermen zijn vastgesteld bij ministeriële regeling en die naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk zijn voor de toelating tot de beoogde vervolgopleiding;
  • onderdeel Engels: onderdeel Engels van een kwalificatie waarvoor op grond van artikel 17a, vierde lid, van dit besluit generieke kwalificatie-eisen zijn vastgesteld;
  • onderdeel loopbaan en burgerschap: onderdeel loopbaan en burgerschap van een kwalificatie waarvoor op grond van artikel 17a, derde lid, van dit besluit generieke kwalificatie-eisen zijn vastgesteld;
  • pilotexamen: centraal examen dat bij wijze van proef wordt afgenomen in een periode voorafgaand aan de invoering van centrale examinering voor het betreffende examenonderdeel overeenkomstig daarvoor bij of krachtens artikel 19 gestelde eisen;
  • specifieke examenonderdelen: examenonderdelen die de examinering betreffen van de specifieke kwalificatie-eisen die als kerntaken zijn opgenomen in het kwalificatiedossier van de beroepsopleiding waarin examen wordt gedaan;
  • specifieke kwalificatie-eisen: eisen die deel uitmaken van een bepaalde kwalificatie;
Artikel 2. Reikwijdte

Dit hoofdstuk is van toepassing op examens van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, van de wet.

Artikel 3. Het examen van een beroepsopleiding
1.

Het examen bestaat voor iedere beroepsopleiding uit generieke examenonderdelen, specifieke examenonderdelen en examenonderdelen die een keuzedeel betreffen.

2.

De generieke examenonderdelen betreffen de onderdelen:

  • a. Nederlandse taal;
  • b. rekenen;
  • c. loopbaan en burgerschap; en
  • d. voor zover het betreft de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding: Engels.
3.

Het examen bestaat voor ieder onderdeel van een beroepsopleiding uit een instellingsexamen of een centraal examen dan wel beide.

4.

Het derde lid is niet van toepassing op het onderdeel loopbaan en burgerschap. Het bevoegd gezag stelt de eisen waaraan de student voor dit onderdeel moet voldoen vast met inachtneming van het kwalificatiedossier.

5.

Indien voor een onderdeel van een beroepsopleiding gedeeltelijk centrale examinering plaatsvindt, wordt bij ministeriële regeling bepaald over welk gedeelte het instellingsexamen voor dat onderdeel zich uitstrekt.

Hoofdstuk II. Centraal examen

Artikel 4. Examenonderdeel rekenen

Vervallen

Artikel 5. Gedeeltelijk centrale examinering

Gedeeltelijk centrale examinering vindt plaats voor het onderdeel Nederlandse taal van de basisberoepsopleiding, de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding, en voor het onderdeel Engels van de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding en voor de daarmee wat betreft eisen en niveau overeenkomende keuzedelen.

Artikel 6. Taken College voor toetsen en examens
1.

Het college is belast met de volgende taken op het gebied van de centrale examinering:

  • a. het tot stand brengen en bij regeling vaststellen van syllabi overeenkomstig de voor de desbetreffende soort opleiding vastgestelde eindtermen of kwalificatiedossiers;
  • b. het vaststellen van het aantal toetsen, de tijdsduur en de aard van de toetsen, overeenkomstig de voor de desbetreffende soort opleiding vastgestelde eindtermen of kwalificatiedossiers;
  • c. het vaststellen van de wijze waarop en de vorm waarin de toetsen worden afgenomen;
  • d. het tijdig tot stand brengen en tijdig vaststellen van de opgaven;
  • e. het geven van regels voor digitale examinering;
  • f. het tot stand brengen en bij regeling vaststellen van de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores;
  • g. het geven van regels voor de omzetting van de scores in cijfers;
  • h. het geven van regels met betrekking tot de hulpmiddelen die gebruikt mogen worden bij het maken van opgaven;
  • i. het geven van regels voor een aangepaste wijze of vorm van examineren bij studenten met een handicap rekening houdend met de aard van de handicap;
  • j. het bij regeling vaststellen van een examenprotocol waarin de gang van zaken bij centrale examinering is vastgelegd, waaronder begrepen te nemen maatregelen bij onregelmatigheden begaan door studenten, het bewaren van het gemaakte examenwerk en de wijze waarop belanghebbenden kunnen kennisnemen van de beoordeling daarvan.
2.

Voor zover toetsen bestaan uit open vragen geeft het college tevens regels voor de uitvoering van de correctie.

3.

Het college stelt de tijdvakken vast waarin centrale examinering kan plaatsvinden. De vaststelling geschiedt voor aanvang van elk studiejaar na instemming van Onze Minister.

4.

De regelingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, g, i en j, alsmede het tweede lid, treden slechts in werking na goedkeuring door Onze Minister. Onze Minister kan zijn goedkeuring onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Artikel 7. Taak minister

Onze Minister zorgt ervoor dat de instellingen tijdig beschikken over de opgaven.

Artikel 8. Herkansing centraal examen
1.

Indien de student voor een centraal examen een waardering lager dan het cijfer 6 heeft behaald, heeft hij recht op ten minste één herkansing voor dit centraal examen of indien hij ingevolge artikel 3a, eerste lid, zijn examen op een hoger niveau heeft afgelegd, heeft hij recht op herkansing op het niveau van de desbetreffende beroepsopleiding.

2.

Indien de student voor een centraal examen een waardering van ten minste het cijfer 6 heeft behaald, heeft hij recht op één herkansing voor dit centraal examen, tenzij hij eerder gebruik heeft gemaakt van het recht op herkansing, bedoeld in het eerste lid. De student kan daarbij op zijn verzoek het desbetreffende examenonderdeel op een hoger niveau afleggen dan vastgesteld voor zijn beroepsopleiding.

3.

De student wordt binnen de voor hem geldende studieduur voor de eerste maal in de gelegenheid gesteld de herkansing af te leggen, tenzij hij geen gebruik heeft gemaakt van de voor hem vastgestelde eerste gelegenheid tot het afleggen van het centraal examen.

4.

Nadat de student gebruik heeft gemaakt van een herkansingsmogelijkheid voor een centraal examen wordt het hoogste door de student behaalde cijfer voor dit centraal examen gebruikt bij het bepalen van de eindwaardering, bedoeld in artikel 15.

5.

Indien een generiek examenonderdeel mede op een hoger niveau is afgelegd, en voor elk examenonderdeel ten minste het cijfer 6 is behaald, bepaalt de examencommissie in afwijking van het vierde lid in overleg met de student welk cijfer wordt gebruikt voor het bepalen van de eindwaardering, bedoeld in artikel 15. Artikel 3a, tweede lid, is niet van toepassing.

6.

De student heeft per tijdvak ten hoogste twee gelegenheden per referentieniveau tot het afleggen van een centraal examen of een herkansing daarvan.

Artikel 9. Gang van zaken bij centraal examen

De examencommissie zorgt er in ieder geval voor dat:

  • a. de opgaven van het centraal examen geheim blijven tot de aanvang van de toets waarbij de opgaven aan de studenten worden voorgelegd;
  • b. het nodige toezicht bij het centraal examen wordt uitgeoefend, en
  • c. het door het college vastgestelde examenprotocol in acht wordt genomen.
Artikel 10. Beoordeling, vaststelling score en cijfer centraal examen
1.

De examencommissie beoordeelt het gemaakte werk van het centraal examen overeenkomstig de door het college vastgestelde beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores.

2.

Bij de beoordeling van toetsen bestaande uit open vragen vindt de correctie plaats overeenkomstig de door het college vastgestelde regels.

3.

De examencommissie zet de scores in cijfers om overeenkomstig de daarvoor door het college vastgestelde regels.

Artikel 11. Niet volgens de regels afgenomen centraal examen
1.

Indien het centraal examen naar het oordeel van de inspectie niet volgens de geldende regels is afgenomen, kan zij besluiten dat het geheel of gedeeltelijk voor een of meer studenten opnieuw wordt afgenomen.

2.

De inspectie verzoekt het college zonodig nieuwe opgaven vast te stellen en te bepalen op welke wijze en door wie het examen zal worden afgenomen.

Artikel 12. Onvoorziene omstandigheden centraal examen

Indien door onvoorziene omstandigheden het centraal examen voor één of meer onderdelen van één of meer beroepsopleidingen niet op de voorgeschreven wijze kan worden afgenomen, beslist Onze Minister hoe in dat geval moet worden gehandeld.

Hoofdstuk III. Instellingsexamen

Artikel 13. Gang van zaken instellingsexamen

Het instellingsexamen vindt plaats overeenkomstig de door de examencommissie krachtens de wet vastgestelde regels.

Artikel 14. Waardering gedeeltelijk centrale examinering

Bij gedeeltelijk centrale examinering van een examenonderdeel worden de waarderingen voor zowel het instellingsexamen als het centraal examen uitgedrukt in cijfers uit de reeks 1 tot en met 10 met één decimaal.

Hoofdstuk IV. Uitslag van het examen

Artikel 15. Eindwaardering
1.

De eindwaardering voor een generiek examenonderdeel en het examen in een keuzedeel dat wat betreft eisen en niveau overeenkomt met een onderdeel rekenen, een onderdeel Nederlandse taal of het onderdeel Engels van een middenkaderopleiding of een specialistenopleiding wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks 1 tot en met 10. Indien de uitkomst van de berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

2.

De eindwaardering voor andere examenonderdelen wordt uitgedrukt op de wijze, genoemd in het eerste lid, of met een waardering uit een reeks:

  • a. die in ieder geval de waarderingen «onvoldoende», «voldoende» en «goed» bevat; en
  • b. waarin tevens uitsluitend de waarderingen «zeer slecht», «slecht», «ruim onvoldoende», «bijna voldoende», «ruim voldoende», «zeer goed» en «uitmuntend» kunnen worden opgenomen.
3.

Indien een examenonderdeel uitsluitend bestaat uit een centraal examen dan wel een instellingsexamen, is de waardering voor dat onderdeel tevens de eindwaardering voor dat onderdeel.

4.

Indien een examenonderdeel bestaat uit zowel een centraal examen als een instellingsexamen, bepaalt de examencommissie de eindwaardering voor dat onderdeel op het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor het instellingsexamen en het cijfer voor het centraal examen.

5.

In afwijking van het eerste lid wordt de eindwaardering voor het onderdeel loopbaan en burgerschap uitgedrukt in «niet voldaan» of «voldaan».

6.

In afwijking van het eerste lid wordt de eindwaardering voor het generieke examenonderdeel rekenen voor een entreeopleiding uitgedrukt in «niet voldaan» of «voldaan».

Artikel 16. Vaststelling uitslag

De examencommissie stelt de uitslag van het examen vast met inachtneming van artikel 17.

Artikel 17. Uitslag
1.

Onverminderd artikel 7.4.6, tweede lid, van de wet is het examen voor de entreeopleiding met goed gevolg afgelegd, indien:

  • a. voor alle specifieke examenonderdelen en het keuzedeel dat deel uitmaakt van de desbetreffende opleiding een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald;
  • b. voor het onderdeel loopbaan en burgerschap een eindwaardering «voldaan» is behaald; en
  • c. voor het onderdeel rekenen een eindwaardering «voldaan» is behaald.
2.

Onverminderd artikel 7.4.6, tweede lid, van de wet is het examen voor de basisberoepsopleiding en de vakopleiding met goed gevolg afgelegd, indien:

  • a. voor één van de generieke examenonderdelen Nederlandse taal en rekenen een eindwaardering van ten minste het cijfer 5 en voor het andere genoemde generieke examenonderdeel ten minste het cijfer 6 is behaald;
  • b. voor alle specifieke examenonderdelen een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald;
  • c. voor het onderdeel loopbaan en burgerschap een eindwaardering «voldaan» is behaald; en
  • d. voor het keuzedeel dat deel uitmaakt van de beroepsopleiding een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald of, indien twee of meer keuzedelen deel uitmaken van de beroepsopleiding, het volgende resultaat is behaald:
  • 1°. voor de keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een gemiddelde eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» behaald, en
  • 2°. voor ten minste de helft van de keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» behaald en voor de overige keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een eindwaardering van ten minste het cijfer 4 of een daarmee overeenkomende eindwaardering behaald.
3.

Onverminderd artikel 7.4.6, tweede lid, van de wet is het examen voor de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding met goed gevolg afgelegd, indien:

  • a. voor één van de generieke examenonderdelen Engels, Nederlandse taal en rekenen een eindwaardering van ten minste het cijfer 5 en voor de andere genoemde generieke examenonderdelen ten minste het cijfer 6 is behaald;
  • b. voor alle specifieke examenonderdelen een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald;
  • c. voor het onderdeel loopbaan en burgerschap een eindwaardering «voldaan» is behaald; en
  • d. voor het keuzedeel dat deel uitmaakt van de beroepsopleiding een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald of, indien twee of meer keuzedelen deel uitmaken van de beroepsopleiding, het volgende resultaat is behaald:
  • 1°. voor de keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een gemiddelde eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» behaald, en
  • 2°. voor ten minste de helft van de keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» behaald en voor de overige keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een eindwaardering van ten minste het cijfer 4 of een daarmee overeenkomende eindwaardering behaald.
4.

Het eerste tot en met derde lid zijn van toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 19, vierde lid.

Hoofdstuk V. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen

Artikel 18. Invoering examenonderdelen die een keuzedeel betreffen
1.

Het examen van een beroepsopleiding wordt voor de eerste maal ingedeeld met keuzedelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, bij beroepsopleidingen waarmee een student is aangevangen op of na 1 augustus 2016.

2.

Centrale examinering voor de keuzedelen rekenen en Nederlandse taal, die wat eisen en niveau overeenkomen met de gelijknamige generieke examenonderdelen, vindt plaats bij beroepsopleidingen vanaf het studiejaar 2016–2017, onverminderd artikel 4 zoals luidend op 1 augustus 2019.

3.

Centrale examinering voor het keuzedeel Engels, dat wat eisen en niveau overeenkomt met het gelijknamige generiek examenonderdeel, vindt plaats bij beroepsopleidingen vanaf het studiejaar 2017–2018.

Artikel 19. Pilot centrale examinering
1.

In één of meer studiejaren gelegen voor het studiejaar waarin krachtens artikel 18 centrale examinering voor de onderdelen Nederlandse taal, rekenen of Engels voor de eerste maal plaatsvindt, kan voor de onderdelen Nederlandse taal, rekenen en Engels bij wijze van proef geheel of gedeeltelijk centrale examinering plaatsvinden door middel van een pilotexamen. Het bevoegd gezag van een instelling beslist of bij die instelling pilotexamens plaatsvinden.

2.

Het resultaat van het pilotexamen, dat is afgenomen in het laatste studiejaar voorafgaande aan het studiejaar waarin centrale examinering voor de eerste maal plaatsvindt, levert voor de onderdelen Nederlandse taal, rekenen of Engels een vrijstelling van uitsluitend het centraal examen voor het betreffende onderdeel op indien:

  • a. het centraal examen is afgenomen nadat ten minste de helft van de voor de student geldende studieduur is verstreken; of
  • b. indien de voor de student geldende studieduur minder dan 24 maanden bedraagt en daarmee in afwijking van onderdeel a: het centraal examen is afgenomen vanaf het moment waarop de resterende periode van de voor die student geldende studieduur minder dan 12 maanden bedraagt; en
  • c. voor zover het pilotexamen het onderdeel Nederlandse taal betreft: voor dit pilotexamen ten minste het cijfer 6 is behaald.
3.

Bij vrijstelling voor de onderdelen Nederlandse taal, rekenen of Engels op grond van het tweede lid, telt de waardering voor het pilotexamen mee bij het bepalen van de eindwaardering, bedoeld in artikel 15.

4.

Indien een pilotexamen of uitsluitend een instellingsexamen voor de onderdelen Nederlandse taal of rekenen van een beroepsopleiding is afgenomen voordat centrale examinering van die onderdelen voor de student voor de eerste maal plaatsvindt, heeft de waardering daarvan met een cijfer lager dan 6 dan wel met «onvoldoende» geen gevolgen voor het behalen van het diploma.

5.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld omtrent pilotexamens.

Artikel 20. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Examen- en kwalificatiebesluit WEB.

Artikel 21. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Examenbesluit beroepsopleidingen WEB.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Hoofdstuk II. Examens

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. Centraal examen

Paragraaf 3. Instellingsexamen

Paragraaf 3. Instellingsexamen

Hoofdstuk III. Inhoud kwalificatiedossiers

Artikel 17a. Generieke kwalificatie-eisen
1.

Voor elke kwalificatie worden in het kwalificatiedossier generieke kwalificatie-eisen voor Nederlandse taal opgenomen overeenkomstig het desbetreffende referentieniveau, bedoeld in artikel 2, onderdelen h tot en met l, van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

2.

Voor elke kwalificatie worden in het kwalificatiedossier generieke kwalificatie-eisen voor rekenen opgenomen overeenkomstig het desbetreffende referentieniveau, bedoeld in artikel 3, onderdelen h tot en met l, van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

3.

Voor elke kwalificatie worden in het kwalificatiedossier generieke kwalificatie-eisen voor loopbaan en burgerschap opgenomen overeenkomstig bijlage 1 bij dit besluit.

4.

Voor elke kwalificatie voor het vierde niveau bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid, van de wet worden in het kwalificatiedossier generieke kwalificatie-eisen voor Engels opgenomen overeenkomstig de volgende referentieniveaus zoals opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit:

  • a. lezen en luisteren: B1,
  • b. schrijven, spreken en gesprekken voeren: A2.
Artikel 17b. Specifieke kwalificatie-eisen moderne vreemde talen

In het toelichtende deel van het kwalificatiedossier wordt aangegeven hoe de specifieke kwalificatie-eisen voor moderne vreemde talen zich verhouden tot de referentieniveaus zoals opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit.

Hoofdstuk IV. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen

Bijlage 1. Kwalificatie-eisen loopbaan en burgerschap bij artikel 17a, derde lid, van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB

1. Loopbaan

Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling draagt maatschappelijk gezien bij aan employability en ondernemerschap. Daarnaast draagt de loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling bij aan de persoonlijke ontplooiing.

Het gaat hierbij om het sturing geven aan het vinden van betekenisvol werk of vervolgonderwijs dat aansluit op de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven.

Daarvoor is nodig dat een deelnemer inzicht heeft in de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven. Maar het vereist ook oriëntatie op en inzicht in de mogelijkheden die de arbeidsmarkt biedt. De deelnemer is in staat de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven te vergelijken met gevraagde waarden en kwaliteiten van verschillende soorten werk. Ook oriëntatie op mogelijke doorstroomtrajecten in het vervolgonderwijs (hbo, een volgend niveau in het mbo of andere scholingsmogelijkheden) en op ondersteuningsmogelijkheden ten behoeve van de loopbaanontwikkeling zijn hierbij van belang. Op basis van de vergelijking komt de deelnemer tot weloverwogen keuzes en vervolgstappen om gemaakte keuzes te realiseren.

De elementen die bij loopbaanoriëntatie en -begeleiding aan bod komen zijn

1. Loopbaan

2.1. De politiek-juridische dimensie

Het gaat hierbij om het sturing geven aan het vinden van betekenisvol werk of vervolgonderwijs dat aansluit op de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven.

Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling draagt maatschappelijk gezien bij aan employability en ondernemerschap. Daarnaast draagt de loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling bij aan de persoonlijke ontplooiing.

Het gaat hierbij om het sturing geven aan het vinden van betekenisvol werk of vervolgonderwijs dat aansluit op de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven.

1. Loopbaan

Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling draagt maatschappelijk gezien bij aan employability en ondernemerschap. Daarnaast draagt de loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling bij aan de persoonlijke ontplooiing.

Het gaat hierbij om het sturing geven aan het vinden van betekenisvol werk of vervolgonderwijs dat aansluit op de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven.

Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling draagt maatschappelijk gezien bij aan employability en ondernemerschap. Daarnaast draagt de loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling bij aan de persoonlijke ontplooiing.

Algemeen

Het kwalificatie-onderdeel loopbaan en burgerschap bereidt studenten voor op het vormgeven van hun eigen loopbaan en op participatie in de maatschappij. In dat kader is het van belang dat studenten kritische denkvaardigheden ontwikkelen. Onder kritische denkvaardigheden wordt verstaan:

Het kwalificatie-onderdeel loopbaan en burgerschap bereidt studenten voor op het vormgeven van hun eigen loopbaan en op participatie in de maatschappij. In dat kader is het van belang dat studenten kritische denkvaardigheden ontwikkelen. Onder kritische denkvaardigheden wordt verstaan:

Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling draagt maatschappelijk gezien bij aan employability en ondernemerschap. Daarnaast draagt de loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling bij aan de persoonlijke ontplooiing.

Het gaat hierbij om het sturing geven aan het vinden van betekenisvol werk of vervolgonderwijs dat aansluit op de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven.

2.3. De sociaal-maatschappelijke dimensie

De elementen die bij loopbaanoriëntatie en -begeleiding aan bod komen zijn

De elementen die bij loopbaanoriëntatie en -begeleiding aan bod komen zijn

Hierbij gaat het om het adequaat functioneren op de arbeidsmarkt en binnen een bedrijf en om het verantwoord handelen op de consumptiemarkt. Voor het adequaat functioneren op de arbeidsmarkt en binnen een bedrijf is nodig dat een deelnemer zich algemeen aanvaarde regels en standaard (bedrijfs)procedures eigen maakt en zich daaraan houdt. De deelnemer kent de rechten en plichten van de beroepsbeoefenaar en stelt zich collegiaal op. Voor het functioneren als kritisch consument is nodig dat een deelnemer weet hoe hij informatie over producten en diensten kan verzamelen om een weloverwogen keuze te kunnen maken. Hij heeft inzicht in zijn eigen wensen in relatie met zijn financiële speelruimte. En het is nodig dat hij bij de aanschaf van producten en diensten afwegingen kan maken met betrekking tot maatschappelijke belangen zoals duurzaamheid en gezondheidsaspecten.

De politiek-juridische dimensie betreft de bereidheid en het vermogen om deel te nemen aan politieke besluitvorming. Hierbij gaat het om de participatie in formele zin (stemmen bij officiële verkiezingen) en meer (inter)actieve vormen van betrokkenheid bij besluitvorming op verschillende politieke niveaus (Europees, landelijk, regionaal, gemeentelijk, buurt). Maar ook om actuele, meer op issues gerichte vormen van politieke participatie, zoals duurzaamheid, veiligheid, internationalisering, ondernemerschap, interculturaliteit en levensbeschouwing.

Bijlage 2. Referentieniveaus moderne vreemde talen bij artikel 17a, vierde lid, en 17b van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB

1.. Beschrijving ERK-niveaus moderne vreemde talen A1, A2, B1 en B2

2.2. De economische dimensie

2.2. De economische dimensie

1.3. Vaardigheid Gesprekken voeren

Algemeen

Algemeen

1. Loopbaan

Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling draagt maatschappelijk gezien bij aan employability en ondernemerschap. Daarnaast draagt de loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling bij aan de persoonlijke ontplooiing.

Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling draagt maatschappelijk gezien bij aan employability en ondernemerschap. Daarnaast draagt de loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling bij aan de persoonlijke ontplooiing.

Het gaat hierbij om het sturing geven aan het vinden van betekenisvol werk of vervolgonderwijs dat aansluit op de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven.

Daarvoor is nodig dat een student inzicht heeft in de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven. Maar het vereist ook oriëntatie op en inzicht in de mogelijkheden die de arbeidsmarkt biedt. De student is in staat de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven te vergelijken met gevraagde waarden en kwaliteiten van verschillende soorten werk. Ook oriëntatie op mogelijke doorstroomtrajecten in het vervolgonderwijs (hbo, een volgend niveau in het mbo of andere scholingsmogelijkheden) en op ondersteuningsmogelijkheden ten behoeve van de loopbaanontwikkeling zijn hierbij van belang. Op basis van de vergelijking komt de student tot weloverwogen keuzes en vervolgstappen om gemaakte keuzes te realiseren.

De elementen die bij loopbaanoriëntatie en -begeleiding aan bod komen zijn

Hierbij gaat het om de zorg voor de eigen vitaliteit en fitheid. Daarbij is een belangrijke taak om de juiste afstemming te vinden tussen werken, zorgen (voor jezelf en voor anderen), leren en ontspannen.

De politiek-juridische dimensie betreft de bereidheid en het vermogen om deel te nemen aan politieke besluitvorming. Hierbij gaat het om de participatie in formele zin (stemmen bij officiële verkiezingen) en meer (inter)actieve vormen van betrokkenheid bij besluitvorming op verschillende politieke niveaus (Europees, landelijk, regionaal, gemeentelijk, buurt). Maar ook om actuele, meer op issues gerichte vormen van politieke participatie, zoals duurzaamheid, veiligheid, internationalisering, ondernemerschap, interculturaliteit en levensbeschouwing.

De politiek-juridische dimensie betreft de bereidheid en het vermogen om deel te nemen aan politieke besluitvorming. Hierbij gaat het om de participatie in formele zin (stemmen bij officiële verkiezingen) en meer (inter)actieve vormen van betrokkenheid bij besluitvorming op verschillende politieke niveaus (Europees, landelijk, regionaal, gemeentelijk, buurt). Maar ook om actuele, meer op issues gerichte vormen van politieke participatie, zoals duurzaamheid, veiligheid, internationalisering, ondernemerschap, interculturaliteit en levensbeschouwing.

Hiervoor is nodig dat een student inzicht heeft in de onderwerpen die voor hem van belang zijn en waarover politieke besluiten worden genomen, in de verschillende meningen en opvattingen die erover bestaan en in de verschillende belangen die daarbij een rol spelen. De student herkent en erkent de basiswaarden van onze samenleving zoals mensenrechten en acceptatie van diversiteit (onder meer etnische, religieuze, seksuele en gender diversiteit), leert omgaan met waardendilemma’s en hanteert de basiswaarden als richtlijn en uitgangspunt in zijn meningsvorming en bij zijn handelen.

De student heeft kennis over en inzicht in de volgende onderwerpen die bij de politiek-juridische dimensie aan bod komen: de kenmerken en het functioneren van een parlementaire democratie, de rechtsstaat en het rechtssysteem, de rol van de overheid, de belangrijkste politieke stromingen en hun maatschappelijke agenda’s, de rol en de invloed op de politieke besluitvorming van belangengroeperingen en maatschappelijke organisaties, de invloed van de Europese Unie op het Nederlandse overheidsbeleid en daarmee op de Nederlandse samenleving, en de rol en de invloed van de (massa)media.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3a. Hoger niveau van examinering
1.

Na toestemming van de examencommissie kan een student een generiek examenonderdeel afleggen op een hoger niveau dan vastgesteld voor zijn beroepsopleiding.

2.

Indien de student een generiek examenonderdeel op een hoger niveau heeft afgelegd, wordt het hierbij behaalde cijfer gebruikt voor de eindwaardering, bedoeld in artikel 15.

3.

Indien een student zijn generiek examenonderdeel Engels of Nederlandse taal op een hoger niveau aflegt, wordt het instellingsexamen op één niveau afgelegd.

4.

Het niveau waarop het instellingsexamen Nederlandse taal wordt afgelegd, is hetzelfde niveau als waarop het centraal examen wordt afgelegd.

Artikel 3b. Vrijstellingen examenonderdelen en delen daarvan
1.

De examencommissie kan vrijstelling verlenen van het afleggen van een examenonderdeel of een deel daarvan, op verzoek van de student.

2.

De examencommissie beslist met ten minste inachtneming van de wettelijk vastgestelde eisen voor de kwalificatie, voor het keuzedeel, en voor de vaststelling van de uitslag, bedoeld in artikel 17.

3.

Indien de examencommissie vrijstelling verleent, telt de eerder behaalde waardering mee voor de eindwaardering, bedoeld in artikel 15.

4.

De examencommissie beslist of de vrijstelling betrekking heeft op het gehele examenonderdeel, dan wel in voorkomend geval op het centraal examen, het instellingsexamen dan wel een deel van het instellingsexamen.

5.

De examencommissie verleent slechts vrijstelling van het examenonderdeel Nederlandse taal, rekenen of Engels of een deel daarvan, indien zij vaststelt dat de student reeds eerder examen heeft afgelegd op ten minste hetzelfde niveau als vastgesteld voor zijn beroepsopleiding:

  • a. als examenonderdeel van een andere beroepsopleiding, of van dezelfde beroepsopleiding bij een andere instelling; of
  • b. als eind- of staatsexamen of deeleindexamen zoals vastgesteld voor havo of vwo.

Paragraaf 2. Centraal examen

Artikel 7a. Moment van afname centraal examen

Vervallen

Artikel 14a. Vrijstelling instellingsexamen

Vervallen

Paragraaf 4. Uitslag van het examen

Hoofdstuk III. Inhoud kwalificatiedossiers

Hoofdstuk III. Kwalificatiedossiers, certificaten, keuzedelen en onderdelen als bedoeld in artikel 6.1.2a, van de wet

Artikel 18a. Tijdelijk afwijkende examenregeling en uitslagbepaling vanwege COVID-19 2020

Vervallen

Bijlage 1. Kwalificatie-eisen loopbaan en burgerschap bij artikel 17a, derde lid, van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB

Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling draagt maatschappelijk gezien bij aan employability en ondernemerschap. Daarnaast draagt de loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling bij aan de persoonlijke ontplooiing.

2.1. De politiek-juridische dimensie

Het gaat hierbij om het sturing geven aan het vinden van betekenisvol werk of vervolgonderwijs dat aansluit op de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven.

Algemeen

2.3. De sociaal-maatschappelijke dimensie

De student heeft kennis over en inzicht in de volgende onderwerpen die bij de politiek-juridische dimensie aan bod komen: de kenmerken en het functioneren van een parlementaire democratie, de rechtsstaat en het rechtssysteem, de rol van de overheid, de belangrijkste politieke stromingen en hun maatschappelijke agenda’s, de rol en de invloed op de politieke besluitvorming van belangengroeperingen en maatschappelijke organisaties, de invloed van de Europese Unie op het Nederlandse overheidsbeleid en daarmee op de Nederlandse samenleving, en de rol en de invloed van de (massa)media.

De student heeft kennis over en inzicht in de volgende onderwerpen die bij de politiek-juridische dimensie aan bod komen: de kenmerken en het functioneren van een parlementaire democratie, de rechtsstaat en het rechtssysteem, de rol van de overheid, de belangrijkste politieke stromingen en hun maatschappelijke agenda’s, de rol en de invloed op de politieke besluitvorming van belangengroeperingen en maatschappelijke organisaties, de invloed van de Europese Unie op het Nederlandse overheidsbeleid en daarmee op de Nederlandse samenleving, en de rol en de invloed van de (massa)media.

De economische dimensie is in twee deelgebieden uitgesplitst en heeft betrekking op

Hierbij gaat het om het adequaat functioneren op de arbeidsmarkt en binnen een bedrijf en om het verantwoord handelen op de consumptiemarkt. Voor het adequaat functioneren op de arbeidsmarkt en binnen een bedrijf is nodig dat een student zich algemeen aanvaarde regels en standaard (bedrijfs)procedures eigen maakt en zich daaraan houdt. De student kent de rechten en plichten van de beroepsbeoefenaar en stelt zich collegiaal op. Voor het functioneren als kritisch consument is nodig dat een student weet hoe hij informatie over producten en diensten kan verzamelen om een weloverwogen keuze te kunnen maken. Hij heeft inzicht in zijn eigen wensen in relatie met zijn financiële speelruimte. En het is nodig dat hij bij de aanschaf van producten en diensten afwegingen kan maken met betrekking tot maatschappelijke belangen zoals duurzaamheid en gezondheidsaspecten.

Bijlage 1. behorend bij artikel 17a, derde lid

1. Loopbaan

1.1. Vaardigheid Luisteren

1.2. Vaardigheid Lezen

2.4. De dimensie vitaal burgerschap

2. Burgerschap

De economische dimensie is in twee deelgebieden uitgesplitst en heeft betrekking op

De economische dimensie is in twee deelgebieden uitgesplitst en heeft betrekking op

Hierbij gaat het om het adequaat functioneren op de arbeidsmarkt en binnen een bedrijf en om het verantwoord handelen op de consumptiemarkt. Voor het adequaat functioneren op de arbeidsmarkt en binnen een bedrijf is nodig dat een student zich algemeen aanvaarde regels en standaard (bedrijfs)procedures eigen maakt en zich daaraan houdt. De student kent de rechten en plichten van de beroepsbeoefenaar en stelt zich collegiaal op. Voor het functioneren als kritisch consument is nodig dat een student weet hoe hij informatie over producten en diensten kan verzamelen om een weloverwogen keuze te kunnen maken. Hij heeft inzicht in zijn eigen wensen in relatie met zijn financiële speelruimte. En het is nodig dat hij bij de aanschaf van producten en diensten afwegingen kan maken met betrekking tot maatschappelijke belangen zoals duurzaamheid en gezondheidsaspecten.

De student heeft kennis over en inzicht in de volgende onderwerpen die bij de economische dimensie aan bod komen: de maatschappelijke functies en waardering van arbeid, de factoren die van invloed zijn op de bedrijfscultuur, de arbeidsverhoudingen in Nederland, de rol en de invloed van branche- of vakorganisaties, de rol van de overheid op het gebied van arbeid, de verzorgingsstaat en de consumentenmarkt, de belangrijkste principes van budgettering, kenmerken van duurzame consumptie en productie, de rol en de invloed van consumentenorganisaties, de invloed van de media op het bestedingspatroon van consumenten.

De sociaal-maatschappelijke dimensie heeft betrekking op de bereidheid en het vermogen om deel uit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 12a. Centraal examen en onvoldoende beheersing Nederlandse taal

De examencommissie kan in verband met onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal de duur van de desbetreffende toets van het centraal examen voor het onderdeel Nederlandse taal met ten hoogste 30 minuten verlengen ten aanzien van een student die met inbegrip van het studiejaar waarin hij examen aflegt, ten hoogste zes jaren onderwijs in Nederland heeft gevolgd en voor wie het Nederlands niet de moedertaal is.

Paragraaf 3. Instellingsexamen

Paragraaf 4. Uitslag van het examen

Hoofdstuk III. Inhoud kwalificatiedossiers

Hoofdstuk III. Kwalificatiedossiers, certificaten, keuzedelen en onderdelen als bedoeld in artikel 6.1.2a, van de wet

Artikel 18b. Tijdelijk afwijkende examenregeling en uitslagbepaling vanwege COVID-19
1.

Bij ministeriële regeling kan voor het examenonderdeel rekenen of het examenonderdeel dat een keuzedeel betreft, worden bepaald dat het bevoegd gezag kan beslissen dat het betreffende examenonderdeel geen deel uitmaakt van het examen van een beroepsopleiding.

2.

Het bevoegd gezag neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid uitsluitend indien dat noodzakelijk is om de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 te beperken voor de studenten of het personeel.

3.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. Deze regels betreffen in ieder geval:

  • a. het uiterste tijdstip waarop een student zijn diploma moet hebben behaald;
  • b. op welk examenonderdeel de bevoegdheid van toepassing is; en
4.

Na een beslissing als bedoeld in het tweede lid maakt het betreffende examenonderdeel in afwijking van artikel 3 geen deel uit van het examen en is op de student de uitslagbepaling van artikel 17 van toepassing met dien verstande dat het betreffende examenonderdeel niet behoeft te zijn afgelegd.

5.

Indien het gelet op de epidemiologische situatie vanwege de uitbraak van COVID-19 niet in het belang is van studenten om vast te houden aan de gestelde voorschriften omtrent het examen en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstellingen voor beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de wet, kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat dit artikel van overeenkomstige toepassing is op een ander generiek examenonderdeel dan rekenen.

Bijlage 1. Kwalificatie-eisen loopbaan en burgerschap bij artikel 17a, derde lid, van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB

1. Loopbaan

Daarvoor is nodig dat een deelnemer inzicht heeft in de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven. Maar het vereist ook oriëntatie op en inzicht in de mogelijkheden die de arbeidsmarkt biedt. De deelnemer is in staat de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven te vergelijken met gevraagde waarden en kwaliteiten van verschillende soorten werk. Ook oriëntatie op mogelijke doorstroomtrajecten in het vervolgonderwijs (hbo, een volgend niveau in het mbo of andere scholingsmogelijkheden) en op ondersteuningsmogelijkheden ten behoeve van de loopbaanontwikkeling zijn hierbij van belang. Op basis van de vergelijking komt de deelnemer tot weloverwogen keuzes en vervolgstappen om gemaakte keuzes te realiseren.

1. Loopbaan

2.1. De politiek-juridische dimensie

1. Loopbaan

Daarvoor is nodig dat een student inzicht heeft in de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven. Maar het vereist ook oriëntatie op en inzicht in de mogelijkheden die de arbeidsmarkt biedt. De student is in staat de eigen kwaliteiten, mogelijkheden, waarden en motieven te vergelijken met gevraagde waarden en kwaliteiten van verschillende soorten werk. Ook oriëntatie op mogelijke doorstroomtrajecten in het vervolgonderwijs (hbo, een volgend niveau in het mbo of andere scholingsmogelijkheden) en op ondersteuningsmogelijkheden ten behoeve van de loopbaanontwikkeling zijn hierbij van belang. Op basis van de vergelijking komt de student tot weloverwogen keuzes en vervolgstappen om gemaakte keuzes te realiseren.

2. Burgerschap

Hiervoor is nodig dat een student inzicht heeft in de onderwerpen die voor hem van belang zijn en waarover politieke besluiten worden genomen, in de verschillende meningen en opvattingen die erover bestaan en in de verschillende belangen die daarbij een rol spelen. De student herkent en erkent de basiswaarden van onze samenleving zoals mensenrechten en acceptatie van diversiteit (onder meer etnische, religieuze, seksuele en gender diversiteit), leert omgaan met waardendilemma’s en hanteert de basiswaarden als richtlijn en uitgangspunt in zijn meningsvorming en bij zijn handelen.

De student heeft kennis over en inzicht in de volgende onderwerpen die bij de economische dimensie aan bod komen: de maatschappelijke functies en waardering van arbeid, de factoren die van invloed zijn op de bedrijfscultuur, de arbeidsverhoudingen in Nederland, de rol en de invloed van branche- of vakorganisaties, de rol van de overheid op het gebied van arbeid, de verzorgingsstaat en de consumentenmarkt, de belangrijkste principes van budgettering, kenmerken van duurzame consumptie en productie, de rol en de invloed van consumentenorganisaties, de invloed van de media op het bestedingspatroon van consumenten.

Het kwalificatie-onderdeel loopbaan en burgerschap bereidt studenten voor op het vormgeven van hun eigen loopbaan en op participatie in de maatschappij. In dat kader is het van belang dat studenten kritische denkvaardigheden ontwikkelen. Onder kritische denkvaardigheden wordt verstaan:

Bijlage 2. Referentieniveaus moderne vreemde talen bij artikel 17a, vierde lid, en 17b van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB

2. Burgerschap

2.1. De politiek-juridische dimensie

De sociaal-maatschappelijke dimensie heeft betrekking op de bereidheid en het vermogen om deel uit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren.

Het gaat hier om het adequaat functioneren in de eigen woon- en leefomgeving, in zorgsituaties en in de school; om de acceptatie van diversiteit (onder meer etnische, religieuze, seksuele en gender diversiteit) en culturele verscheidenheid.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 12b. Aangepast examen rekenen bij ernstige rekenproblemen

Vervallen

Artikel 12c. Voorwaarden centraal examen ER voor het onderdeel rekenen

Vervallen

Paragraaf 3. Instellingsexamen

Paragraaf 4. Uitslag van het examen

Hoofdstuk IV. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen

Artikel 18c. Invoering rekenen als onderdeel uitslag examen
1.

Voor de student die voor 1 augustus 2022 een aanvang heeft gemaakt met zijn beroepsopleiding en deze opleiding uiterlijk heeft voltooid in de periode die overeenkomt met de voor hem geldende studieduur vermeerderd met twee studiejaren als bedoeld in artikel 7.2.4, zevende lid, van de wet:

2.

Het bepaalde in het eerste lid is ook van toepassing op de student die voor 1 augustus 2023 een aanvang heeft gemaakt met het tweede studiejaar van zijn beroepsopleiding, die voor 1 augustus 2024 een aanvang heeft gemaakt met het derde studiejaar van zijn beroepsopleiding of voor 1 augustus 2025 een aanvang heeft gemaakt met het vierde studiejaar van zijn beroepsopleiding, en deze opleiding uiterlijk heeft voltooid in de periode die overeenkomt met de voor hem geldende studieduur vermeerderd met twee studiejaren als bedoeld in artikel 7.2.4, zevende lid, van de wet.

Bijlage 1. Kwalificatie-eisen loopbaan en burgerschap bij artikel 17a, derde lid, van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB

1. Loopbaan

2.2. De economische dimensie

Het kwalificatie-onderdeel loopbaan en burgerschap bereidt studenten voor op het vormgeven van hun eigen loopbaan en op participatie in de maatschappij. In dat kader is het van belang dat studenten kritische denkvaardigheden ontwikkelen. Onder kritische denkvaardigheden wordt verstaan:

Bijlage 2. Referentieniveaus moderne vreemde talen bij artikel 17a, vierde lid, en 17b van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB

1.2. Vaardigheid Lezen

1.3. Vaardigheid Gesprekken voeren

2.2. De economische dimensie

Om adequaat te kunnen functioneren in de sociale omgeving is het nodig dat de student de aspecten van breed geaccepteerde sociale omgangsvormen kent en deze kan toepassen in verschillende situaties. De student heeft inzicht in de kenmerken van verschillende culturen. In zijn opvattingen en gedrag toont hij respect voor culturele verscheidenheid.

De student heeft kennis over en inzicht in de volgende onderwerpen die bij de sociaal-maatschappelijke dimensie aan bod komen: de grondrechten en plichten in Nederland, kenmerken van de verschillende (sub)culturen in Nederland, kenmerken van – en oorzaken van spanningen tussen – verschillende (sub)culturen en bevolkingsgroepen in Nederland, kenmerken van ethisch en integer handelen, en het doel en de invloed van sociale en professionele netwerken.

De dimensie vitaal burgerschap heeft betrekking op de bereidheid en het vermogen om te reflecteren op de eigen leefstijl en zorg te dragen voor de eigen vitaliteit als burger en werknemer.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 17c. Certificaten

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat aan een onderdeel of onderdelen van een kwalificatie of kwalificaties dan wel aan een keuzedeel of keuzedelen een certificaat is verbonden.

Artikel 17d. Omvang keuzedelen en onderdelen als bedoeld in artikel 6.1.2a, tweede lid, van de wet
1.

Bij ministeriële regeling wordt op voorstel van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven de studielast van elk keuzedeel vastgesteld. De studielast van een keuzedeel is 240, 480 of 720 klokuren.

2.

De totale studielast van de keuzedelen die deel uitmaken van een beroepsopleiding is ten minste

  • a. voor de entreeopleiding en de specialistenopleiding: 240 klokuren,
  • b. voor de basisberoepsopleiding: 480 klokuren,
  • c. voor de vakopleiding: 720 klokuren,
  • d. voor de middenkaderopleiding: 720 klokuren.
3.

Indien een of meer onderdelen als bedoeld in artikel 6.1.2a, tweede lid, van de wet deel uitmaken van de beroepsopleiding, worden 240 klokuren in mindering gebracht op de in het tweede lid, onder b, c en d, bedoelde minimum studielast van de keuzedelen.

4.

Voor de toepassing van artikel 7.2.7, tweede lid, van de wet wordt voor keuzedelen en onderdelen als bedoeld in artikel 6.1.2a, tweede lid, van de wet tezamen maximaal het in het tweede lid genoemde aantal klokuren uren studielast meegerekend.

Hoofdstuk IV. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen

Bijlage 1. Kwalificatie-eisen loopbaan en burgerschap bij artikel 17a, derde lid, van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB

2.1. De politiek-juridische dimensie

2.1. De politiek-juridische dimensie

Bijlage 2. Referentieniveaus moderne vreemde talen bij artikel 17a, vierde lid, en 17b van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB

2.2. De economische dimensie

1.2. Vaardigheid Lezen

De dimensie vitaal burgerschap heeft betrekking op de bereidheid en het vermogen om te reflecteren op de eigen leefstijl en zorg te dragen voor de eigen vitaliteit als burger en werknemer.

Hierbij gaat het om de zorg voor de eigen vitaliteit en fitheid. Daarbij is een belangrijke taak om de juiste afstemming te vinden tussen werken, zorgen (voor jezelf en voor anderen), leren en ontspannen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 15a. Meenemen examenresultaat keuzedeel

Vervallen

Hoofdstuk IIIA. Taalschakeltraject

Artikel 19a. Overgangsbepaling kwalificatie-eisen loopbaan en burgerschap

Voor de student die voor 1 augustus 2016 een aanvang heeft gemaakt met zijn beroepsopleiding, zijn de generieke kwalificatie-eisen inzake loopbaan en burgerschap uit bijlage 1 van toepassing zoals die bijlage luidde op 31 juli 2016.

Bijlage 1. behorend bij artikel 17a, derde lid

Bijlage 2. Referentieniveaus moderne vreemde talen bij artikel 17a, vierde lid, en 17b van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB

1.3. Vaardigheid Gesprekken voeren

2.3. De sociaal-maatschappelijke dimensie

2.3. De sociaal-maatschappelijke dimensie

2.. Toelichting referentieniveaus moderne vreemde talen

De student heeft kennis over en inzicht in de volgende onderwerpen die bij de dimensie vitaal burgerschap aan bod komen: de kenmerken van een gezonde leefwijze waaronder de nationale norm gezond bewegen en de aard, plaats en organisatie van gezondheidsbevorderende activiteiten in de samenleving en het arbeidsproces.

Om zorg te kunnen dragen voor de eigen gezondheid is het nodig dat de student zich bewust is van zijn eigen leefstijl, gezondheidsrisico’s van leefstijl en werk in kan schatten, op basis daarvan verantwoorde keuzes kan maken en activiteiten onderneemt die bijdragen aan een gezonde leefstijl. Het gaat naast bewegen en sport ook om aspecten als voeding, roken, alcohol, drugs en seksualiteit.

Afhankelijk van de beroepscontext, zoals beschreven in het kwalificatiedossier, is het mogelijk dat niet alle toelichtende schalen die onder een vaardigheid zijn genoemd even relevant zijn. Bijvoorbeeld: Onder de Vaardigheid «Luisteren» zijn vier toelichtende schalen opgenomen, namelijk:

Het is goed mogelijk dat voor een bepaald beroep het met name van belang is om gesprekken tussen moedertaalsprekers te kunnen verstaan en te kunnen luisteren naar aankondigingen en instructies.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 18a. Overgangsbepaling uitslagregeling in verband met de invoering van centrale examinering van het onderdeel Nederlandse taal

Vervallen

Bijlage 1. behorend bij artikel 17a, derde lid

2.1. De politiek-juridische dimensie

Bijlage 2. Referentieniveaus moderne vreemde talen bij artikel 17a, vierde lid, en 17b van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB

2.. Toelichting referentieniveaus moderne vreemde talen

Het is goed mogelijk dat voor een bepaald beroep het met name van belang is om gesprekken tussen moedertaalsprekers te kunnen verstaan en te kunnen luisteren naar aankondigingen en instructies.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 18b. Assistentopleiding

Vervallen

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 17e. Reikwijdte

Dit hoofdstuk is van toepassing op de examens van een taalschakeltraject.

Artikel 17f. Het examen van een taalschakeltraject
1.

Het examen van een taalschakeltraject bestaat uit de volgende examenonderdelen:

  • a. examenonderdelen basisvakken;
  • b. examenonderdelen maatwerkvakken;
  • c. examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij;
  • d. examenonderdeel leervaardigheden; en
  • e. examenonderdeel vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze.
2.

Het examen voor een basisvak of een maatwerkvak bestaat uit een instellingsexamen, met uitzondering van het examen voor de vakken «Nederlands als tweede taal ERK-niveau B1» en «Nederlands als tweede taal ERK-niveau B2» dat uit een staatsexamen als bedoeld in artikel 17h bestaat.

3.

Het examen voor het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij bestaat uit een examen als bedoeld in artikel 17i.

4.

Voor de examenonderdelen leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze stelt het bevoegd gezag eisen vast waaraan de deelnemer moet voldoen met inachtneming van de eindtermen die voor het taalschakeltraject zijn vastgesteld op grond van artikel 7.3.3, eerste lid, van de wet.

5.

Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag geen maatwerkvakken noodzakelijk zijn voor de toelating tot de beoogde vervolgopleiding, hoeft het examen van een taalschakeltraject in afwijking van het eerste lid niet uit maatwerkvakken te bestaan.

Artikel 17g. Vrijstellingen
1.

De examencommissie kan op verzoek van de deelnemer vrijstelling verlenen voor een examenonderdeel dat wordt geëxamineerd met een instellingsexamen of een deel daarvan, alsmede voor de examenonderdelen leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze of een deel daarvan.

2.

De examencommissie beslist met ten minste inachtneming van de eindtermen die voor het taalschakeltraject zijn vastgesteld op grond van artikel 7.3.3, eerste lid, van de wet, en met ten minste inachtneming van de eisen voor de vaststelling van de uitslag, bedoeld in de artikelen 17m en 17n.

3.

Indien de examencommissie vrijstelling verleent, telt de eerder behaalde waardering mee voor de eindwaardering, bedoeld in artikel 17k.

4.

De examencommissie kan op verzoek van de deelnemer een vrijstelling verlenen van het basisvak «Nederlands als tweede taal ERK-niveau B1» of een deel daarvan, indien de deelnemer beschikt over een van de volgende bewijsstukken, en daaruit blijkt dat ten minste een voldoende resultaat is behaald voor de examinering van de Nederlandse taal op het betreffende niveau:

  • a. een certificaat ter afronding van het examenonderdeel lezen, schrijven, luisteren of spreken van het staatsexamen Nederlands als tweede taal ERK-niveau B1, of een diploma van het staatsexamen Nederlands als tweede taal op ten minste niveau B1;
  • c. een van de volgende certificaten van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal:
  • i. Certificaat Profiel Maatschappelijk Formeel op ERK-niveau B1;
  • ii. Certificaat Profiel Zakelijk Professioneel op ERK-niveau B2;
  • iii. Certificaat Profiel Educatief Startbekwaam op ERK-niveau B2;
  • iv. Certificaat Profiel Educatief Professioneel op ERK-niveau C1; of
  • d. een buitenlands diploma of certificaat behaald bij een door de overheid van het land waar de opleiding is gevolgd erkende instelling, waaruit blijkt dat de deelnemer een of meerdere van de schriftelijke en mondelinge vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B1 beheerst.
5.

De examencommissie kan op verzoek van de deelnemer een vrijstelling verlenen van het basisvak of maatwerkvak «Nederlands als tweede taal ERK-niveau B2» of een deel daarvan, indien de deelnemer beschikt over een van de volgende bewijsstukken, en daaruit blijkt dat een voldoende resultaat is behaald voor de examinering van de Nederlandse taal op het betreffende niveau:

  • a. een certificaat ter afronding van het examenonderdeel lezen, schrijven, luisteren of spreken van het staatsexamen Nederlands als tweede taal ERK-niveau B2, of een diploma van het staatsexamen Nederlands als tweede taal op niveau B2;
  • c. een van de volgende certificaten van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal:
  • i. Certificaat Profiel Zakelijk Professioneel op ERK-niveau B2;
  • ii. Certificaat Profiel Educatief Startbekwaam op ERK-niveau B2;
  • iii. Certificaat Profiel Educatief Professioneel op ERK-niveau C1; of
  • d. een buitenlands diploma of certificaat behaald bij een door de overheid van het land waar de opleiding is gevolgd erkende instelling, waaruit blijkt dat de deelnemer een of meerdere van de schriftelijke en mondelinge vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B2 beheerst.

Paragraaf 2. Wijze van examinering

Artikel 17h. Vakken Nederlands als tweede taal ERK-niveau B1 of B2

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)