Wet van 17 mei 2010 tot invoering van de regelgeving met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

Type Wet Bes
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 92
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Indien een schriftelijk stuk in het Papiaments ofwel het Engels is opgesteld, verstrekken de in artikel 4b, eerste lid, bedoelde organen en personen daarvan op verzoek van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die ingezetene is van of gevestigd is in de openbare lichamen een vertaling in de Nederlandse taal, tenzij het verstrekken tot een onevenredige belasting van het bestuurlijk verkeer zou leiden.

2.

Het orgaan of de persoon kan voor het vertalen een vergoeding van ten hoogste de kosten verlangen.

3.

Voor het vertalen kan geen vergoeding worden verlangd, indien het schriftelijk stuk:

  • a. de notulen van de vergadering van de eilandsraad inhoudt, en het belang van de verzoeker rechtstreeks bij het genotuleerde is betrokken, dan wel de notulen van de vergadering van de eilandsraad inhoudt, en de vaststelling van een eilandsverordening of beleidsregels betreft, of
  • b. een besluit of andere handeling inhoudt waarbij de verzoeker belanghebbende is.
Artikel 4j
1.

Een schriftelijk stuk in het Papiaments of in het Engels wordt tevens in de Nederlandse taal opgesteld, indien het:

  • a. algemeen verbindende voorschriften of beleidsregels inhoudt, of
  • b. is opgesteld ter directe voorbereiding van de onder a genoemde voorschriften of regels.
2.

De bekendmaking, mededeling of terinzagelegging van een schriftelijk stuk als bedoeld in het eerste lid geschiedt in ieder geval ook in de Nederlandse taal, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.

Hoofdstuk 5. Toepassing noodbevoegdheden buiten een noodtoestand in Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Hoofdstuk 6. Delegatiegrondslagen

§ 1. Minister voor Jeugd en Gezin

§ 2. Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

§ 3. Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

§ 4. Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage. , bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Minister van Verkeer en Waterstaat

A Regelingen die de status van wet verkrijgen

A Regelingen die de status van wet verkrijgen

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

C Regelingen die de status van ministeriële regeling verkrijgen

A Regelingen die de status van wet verkrijgen

A Regelingen die de status van wet verkrijgen

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

C Regelingen die de status van ministeriële regeling verkrijgen

A Regelingen die de status van wet verkrijgen

A Regelingen die de status van wet verkrijgen

Minister voor Wonen, Wijken en Integratie

C Regelingen die de status van ministeriële regeling verkrijgen

A Regelingen die de status van wet verkrijgen

A Regelingen die de status van wet verkrijgen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 18.4.7a

Voor de toepassing van de artikelen 18.4.7b, 18.4.7c, 18.4.7d, 18.4.7e, 18.4.7f, 18.4.7g, 18.4.7h en 18.4.7i wordt verstaan onder:

  • –. aanbieder van jeugdzorg: de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of een samenwerkingsverband dat op Bonaire, Sint Eustatius of Saba daartoe door het Rijk gefinancierde jeugdzorg verleent;
  • –. calamiteit: niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de jeugdzorg of (gezins)voogdij en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een jeugdige of een ouder heeft geleid;
  • –. dossier: geheel van schriftelijke of elektronisch vastgelegde gegevens met betrekking tot de verlening van door het rijk gefinancierde jeugdzorg of (gezins)voogdij aan een jeugdige of ouder;
  • –. geweld bij de verlening van jeugdzorg of de uitvoering van (gezins)voogdij: lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld jegens een jeugdige of een ouder, of bedreiging daarmee, door iemand die werkzaam is voor een aanbieder van jeugdzorg of een (gezins)voogdij-instelling, of door een andere jeugdige of ouder met wie de jeugdige of ouder gedurende het etmaal of een dagdeel bij de aanbieder van jeugdzorg of (gezins)voogdij- instelling verblijft;
  • –. (gezins)voogdij-instelling: instelling die gezinsvoogdij verleent en voogdij uitoefent;
  • –. jeugdige: een persoon die:
  • 1°. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, of
  • 2°. de leeftijd van drieëntwintig jaren nog niet heeft bereikt en voor wie:
  • –. voortzetting van jeugdzorg, die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, noodzakelijk is, of voor wie vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is gebleken dat jeugdzorg noodzakelijk is, of
  • –. na beëindiging van jeugdzorg die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van jeugdzorg noodzakelijk is;
  • –. jeugdzorg: ondersteuning van en hulp aan jeugdigen, hun ouders, stiefouders of anderen, die een jeugdige als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden, bij opgroei- en opvoedingsproblemen of bij dreigende zodanige problemen;
  • –. Onze Ministers: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Veiligheid en Justitie;

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage. , bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Minister van Algemene Zaken

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Minister van Algemene Zaken

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Defensie

Minister van Economische Zaken

Minister van Financiën

Minister voor Jeugd en Gezin

Minister van Justitie

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

B Regelingen die de status van algemene maatregel van bestuur verkrijgen

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

B Regelingen die de status van algemene maatregel van bestuur verkrijgen

Minister van Verkeer en Waterstaat

B Regelingen die de status van algemene maatregel van bestuur verkrijgen

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

B Regelingen die de status van algemene maatregel van bestuur verkrijgen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 18.4.7b
1.

Een aanbieder van jeugdzorg verleent verantwoorde jeugdzorg. Onder verantwoorde jeugdzorg wordt verstaan: jeugdzorg van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige.

2.

De verlening van verantwoorde jeugdzorg omvat mede de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van jeugdzorg.

Artikel 18.4.7c
1.

De (gezins)voogdij-instelling voert verantwoorde gezinsvoogdij uit en oefent verantwoorde voogdij uit. Onder verantwoorde (gezins)voogdij wordt verstaan: (gezins)voogdij van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige.

2.

De verlening van verantwoorde (gezins)voogdij omvat mede de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van (gezins)voogdij.

Artikel 18.4.7d
1.

De aanbieder van jeugdzorg en de (gezins)voogdij-instelling doen aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 18.4.7e, eerste lid, onverwijld melding van:

  • a. iedere calamiteit die gedurende de verlening van jeugdzorg of gedurende de uitvoering van (gezins)voogdij heeft plaatsgevonden, en
  • b. geweld gedurende de verlening van jeugdzorg of de uitvoering van (gezins)voogdij.
2.

De aanbieder van jeugdzorg en de (gezins)voogdij-instelling verstrekken bij en naar aanleiding van een melding als bedoeld in het eerste lid aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 18.4.7e, eerste lid, de gegevens, daaronder begrepen persoonsgegevens, gegevens betreffende de gezondheid en andere bijzondere persoonsgegevens, die voor het onderzoeken van de melding en voor het onderzoeken van de kwaliteit van de jeugdzorg of (gezins)voogdij, verleend voor, tijdens en na de gemelde calamiteit of het gemelde geweld noodzakelijk zijn.

3.

Voor zover bij het onderzoeken van een melding gegevens van een jeugdige ter beschikking van de ambtenaren, bedoeld in artikel 18.4.7e, eerste lid, zijn gekomen, ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is, geldt gelijke verplichting voor de betrokken ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.

Artikel 18.4.7e
1.

De ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd zijn belast:

  • –. met het verrichten van onderzoeken naar de kwaliteit in algemene zin van de jeugdzorg en van de aanbieders van jeugdzorg alsmede, waar nodig, het aangeven en bevorderen van middelen ter verbetering daarvan;
  • –. met het toezicht op de uitvoering door de voogdijraad van de in het Burgerlijk Wetboek BES aan de voogdijraad opgedragen taken, en
  • –. met het verrichten van onderzoeken naar de kwaliteit in algemene zin van de (gezins)voogdij, de (gezins)voogdij-instellingen en de voogdijraad, alsmede waar nodig, het aangeven en bevorderen van middelen ter verbetering daarvan.
2.

De ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd houden, in afwijking van het eerste lid, geen toezicht op de naleving van de taak, genoemd in artikel 1:240, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek BES.

3.

De ambtenaren, genoemd in het eerste lid, nemen bij de vervulling van hun taak de instructies van Onze Ministers in acht.

4.

De Inspectie gezondheidszorg en jeugd verricht haar taak uit eigen beweging of op verzoek van een van Onze Ministers.

Artikel 18.4.7f
1.

Indien een van Onze Ministers van oordeel is dat artikel 18.4.7b, artikel 18.4.7c, artikel 18.4.7d of de krachtens artikel 18.4.7i gestelde regels niet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze worden nageleefd, kan hij de aanbieder van jeugdzorg, dan wel de (gezins)voogdij-instelling een aanwijzing geven.

2.

In de aanwijzing geeft de Minister die het aangaat met redenen omkleed aan welke maatregelen de aanbieder van jeugdzorg of de (gezins)voogdij-instelling moet nemen met het oog op de naleving van artikel 18.4.7b, artikel 18.4.7c, artikel 18.4.7d of de krachtens artikel 18.4.7i gestelde regels.

3.

De aanwijzing bevat de termijn waarbinnen de aanbieder van jeugdzorg of de (gezins)voogdij-instelling aan de aanwijzing moet voldoen.

4.

Indien het nemen van maatregelen in verband met gevaar voor de veiligheid, gevaar voor de gezondheid of gevaar voor ernstige aantasting van overige belangen van de jeugdigen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kunnen de ambtenaren, bedoeld in artikel 18.4.7e, eerste lid, een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door een van Onze Ministers kan worden verlengd.

5.

De aanbieder van jeugdzorg en de (gezins)voogdij-instelling zijn verplicht binnen de daarbij gestelde termijn aan de aanwijzing, onderscheidenlijk onmiddellijk aan het bevel te voldoen.

6.

Mandaat tot het verlengen van de geldigheidsduur van een bevel wordt niet verleend aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 18.4.7e, eerste lid.

Artikel 18.4.7g

De Minister die het aangaat is bevoegd een last onder bestuursdwang op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met een krachtens artikel 18.4.7f gegeven aanwijzing of bevel.

Artikel 18.4.7h
1.

De ambtenaren, bedoeld in artikel 18.4.7e, eerste lid, verwerken gegevens ten behoeve van de taken bedoeld in artikel 18.4.7d en 18.4.7e, eerste lid.

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, kunnen persoonsgegevens zijn, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de taken van de ambtenaren, bedoeld in artikel 18.4.7d en 18.4.7e, eerste lid.

3.

Tot de persoonsgegevens kunnen gegevens behoren betreffende iemands etnische of culturele achtergrond, seksuele leven of gezondheid, alsmede strafrechtelijke gegevens.

4.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden niet verwerkt voor andere doeleinden dan genoemd in het tweede lid of daarmee verenigbare doeleinden en worden daar waar mogelijk verwerkt op een wijze die waarborgt dat zij niet tot een persoon herleidbaar zijn.

5.

De aan de in artikel 18.4.7e, eerste lid, bedoelde ambtenaren toekomende bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:16 en 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht, hebben mede betrekking op dossiers.

6.

Voor zover de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift tot geheimhouding van het dossier verplicht is, kan de beroepsbeoefenaar deze verplichting, in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet inroepen tegenover de ambtenaren, bedoeld in artikel 18.4.7e, eerste lid. Op deze ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de betrokken beroepsbeoefenaar.

Artikel 18.4.7i

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent jeugdzorg in de openbare lichamen, met inbegrip van de toegang, het aanbod, de kwaliteit, de bekostiging en een bijdrage in de kosten van de jeugdzorg.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage. , bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

A Regelingen die de status van wet verkrijgen

A Regelingen die de status van wet verkrijgen

B Regelingen die de status van algemene maatregel van bestuur verkrijgen

Minister voor Wonen, Wijken en Integratie

A Regelingen die de status van wet verkrijgen

A Regelingen die de status van wet verkrijgen

B Regelingen die de status van algemene maatregel van bestuur verkrijgen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 18.4.5a

Derden die beroepshalve beschikken over inlichtingen die noodzakelijk kunnen worden geacht om een situatie van huiselijk geweld of kindermishandeling te beëindigen of de veiligheidssituatie, in geval van een redelijk vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling, te beoordelen, kunnen aan een AMHK als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit maatschappelijk ondersteuning en bestrijding huiselijk geweld en kindermishandeling BES deze inlichtingen verstrekken zonder toestemming van degene die het betreft en indien nodig met doorbreking van de plicht tot geheimhouding op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van hun ambt of beroep.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage. , bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Minister van Verkeer en Waterstaat

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

C Regelingen die de status van ministeriële regeling verkrijgen

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

C Regelingen die de status van ministeriële regeling verkrijgen

Minister voor Wonen, Wijken en Integratie

C Regelingen die de status van ministeriële regeling verkrijgen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)