Wijzigingsgeschiedenis

Arbeidswet 2000 BES

7 versions · 2025-01-01
2025-01-01
Arbeidswet 2000 BES — arts. 2, 9, 11 y 10 más
2022-01-01
Arbeidswet 2000 BES — arts. 2, 9, 11 y 11 más
2021-01-01
Arbeidswet 2000 BES — arts. 2, 9, 11 y 20 más

Wijzigingen op 2021-01-01

@@ -52,7 +52,7 @@
- d. **rusttijd:** de tijd gedurende welke het verboden is arbeid te laten verrichten, anders dan bij wijze van overwerk;
- e. **schemawerk:** arbeid, niet zijnde overwerk, verricht volgens een periodiek werkrooster op verschillende, met het oog op de aard van de onderneming noodzakelijke, tijdstippen waardoor de arbeidstijd geheel of gedeeltelijk valt binnen de in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bedoelde rusttijd;
- e. **schemawerk:** arbeid, niet zijnde overwerk, verricht volgens een periodiek werkrooster op verschillende, met het oog op de aard van de onderneming noodzakelijke, tijdstippen waardoor de arbeidstijd geheel of gedeeltelijk valt binnen de in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2021-01-01&g=2021-01-01), bedoelde rusttijd;
- f. **overwerk:** arbeid, verricht gedurende de voor de werknemer geldende rusttijd, alsmede arbeid welke ten aanzien van de werknemer de op grond van deze wet of de daarop berustende bepalingen maximaal toegestane arbeidsduur per dag of per week overschrijdt;
@@ -64,7 +64,7 @@
1. Deze wet is niet van toepassing op werknemers van wie het bruto jaarinkomen meer bedraagt dan 260 maal het dagloon, bedoeld in [artikel 5, tweede lid, van de Wet ziekteverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=5).
2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inkomen verstaan: alle inkomsten uit arbeid in één onderneming, waaronder mede begrepen het naar tijdruimte vastgestelde loon, het vakantiegeld, provisie en winstbonussen en dergelijke, die als grondslag dienen voor de inkomstenbelasting, met uitzondering van de vergoeding voor overwerk en de toeslag, bedoeld in [artikel 11, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=11&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inkomen verstaan: alle inkomsten uit arbeid in één onderneming, waaronder mede begrepen het naar tijdruimte vastgestelde loon, het vakantiegeld, provisie en winstbonussen en dergelijke, die als grondslag dienen voor de inkomstenbelasting, met uitzondering van de vergoeding voor overwerk en de toeslag, bedoeld in [artikel 11, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=11&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
##### Artikel 4
@@ -104,7 +104,7 @@
- c. wekelijks tenminste twee maal het gedeelte van een dag, anders dan de rustdag bedoeld onder b, voorafgaand aan of volgend op 13.00 uur;
- d. feestdagen, als bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=6&artikel=23&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
- d. feestdagen, als bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=6&artikel=23&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
2. In afwijking van het eerste lid geldt als rusttijd voor de werknemer, die schemawerk verricht:
@@ -114,9 +114,9 @@
- c. wekelijks tenminste eenmaal het gedeelte van een dag, anders dan de rustdag bedoeld onder b, voorafgaand aan of volgend op 13.00 uur;
- d. feestdagen, als bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=6&artikel=23&z=2020-01-01&g=2020-01-01), voor zover de werknemer op die feestdagen niet conform zijn werkrooster arbeid verricht, met dien verstande dat de werknemer per kalenderjaar tenminste op vijf feestdagen is vrijgesteld van arbeid.
3. De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de rustdag van de werknemer, die schemawerk verricht, tenminste éénmaal per zeven weken op een zondag valt, een en ander met inachtneming van [artikel 2, tweede lid, onder h, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01). Bij collectieve arbeidsovereenkomst kan van het bepaalde in de eerste volzin worden afgeweken.
- d. feestdagen, als bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=6&artikel=23&z=2021-01-01&g=2021-01-01), voor zover de werknemer op die feestdagen niet conform zijn werkrooster arbeid verricht, met dien verstande dat de werknemer per kalenderjaar tenminste op vijf feestdagen is vrijgesteld van arbeid.
3. De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de rustdag van de werknemer, die schemawerk verricht, tenminste éénmaal per zeven weken op een zondag valt, een en ander met inachtneming van [artikel 2, tweede lid, onder h, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2021-01-01&g=2021-01-01). Bij collectieve arbeidsovereenkomst kan van het bepaalde in de eerste volzin worden afgeweken.
4. Het is verboden de werknemer arbeid te laten verrichten gedurende de voor hem geldende rusttijd, anders dan bij wijze van overwerk.
@@ -140,15 +140,15 @@
- b. geen consignatie wordt opgelegd op de dag of dagen waarop arbeid in nachtdienst wordt verricht.
4. In afwijking van [artikel 8, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bedraagt de arbeidsduur over een periode van 13 weken berekend niet meer dan 40 uur per week, indien de consignatie ook de periode tussen 0.00 uur en 6.00 uur bestrijkt.
4. In afwijking van [artikel 8, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2021-01-01&g=2021-01-01), bedraagt de arbeidsduur over een periode van 13 weken berekend niet meer dan 40 uur per week, indien de consignatie ook de periode tussen 0.00 uur en 6.00 uur bestrijkt.
5. Als arbeidstijd geldt tijdens de consignatie de werkelijk als gevolg van een oproep gewerkte tijd, met dien verstande dat de arbeid als gevolg van één oproep of meerdere oproepen binnen een half uur geacht wordt tenminste een half uur te duren. Indien na beëindiging van de arbeid als gevolg van een oproep binnen een half uur weer een oproep volgt, geldt die tussenliggende periode ook als arbeidstijd.
6. De arbeid, die voortvloeit uit de consignatie, telt niet mee voor de berekening van de totale arbeidsduur, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
7. Op de arbeid, die voortvloeit uit de consignatie, zijn de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=10&z=2020-01-01&g=2020-01-01) niet van toepassing.
8. De arbeid, die gedurende consignatie wordt verricht, is overwerk, waarvan de beloning geschiedt conform [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
6. De arbeid, die voortvloeit uit de consignatie, telt niet mee voor de berekening van de totale arbeidsduur, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
7. Op de arbeid, die voortvloeit uit de consignatie, zijn de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2021-01-01&g=2021-01-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=10&z=2021-01-01&g=2021-01-01) niet van toepassing.
8. De arbeid, die gedurende consignatie wordt verricht, is overwerk, waarvan de beloning geschiedt conform [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
9. Tenzij anders overeengekomen bij schriftelijke overeenkomst, betaalt de werkgever de werknemer aan wie consignatie is opgelegd, onverminderd het achtste lid en ongeacht of er daadwerkelijk oproepen zijn gedaan of arbeid als gevolg van een oproep is verricht, per dag, waarop die consignatie wordt opgelegd, een toeslag van één percent van zijn bruto-maandloon.
@@ -160,7 +160,7 @@
2. De arbeidsduur per nachtdienst, exclusief pauze, bedraagt ten hoogste acht uren.
3. In afwijking van [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bedraagt de arbeidsduur van de werknemer, die arbeid in nachtdienst verricht, over een periode van 13 weken berekend niet meer dan 40 uur per week.
3. In afwijking van [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2021-01-01&g=2021-01-01), bedraagt de arbeidsduur van de werknemer, die arbeid in nachtdienst verricht, over een periode van 13 weken berekend niet meer dan 40 uur per week.
4. De werkgever deelt de arbeid zo in, dat:
@@ -176,23 +176,23 @@
##### Artikel 13
Indien de werknemer in opdracht van de werkgever zijn werkzaamheden moet aanvangen op een tijdstip dat meer dan een uur afwijkt van de voor de werknemer geldende of gebruikelijke werktijd als aangegeven op de arbeidslijst bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=8&artikel=28&z=2020-01-01&g=2020-01-01), dan wel indien de werkgever voorziet dat de werknemer langer zal moeten werken dan de op die lijst aangeven arbeidsduur of dat van de op die lijst aangegeven tijdstippen zal moeten worden afgeweken anders dan bij wijze van overwerk, is de werkgever verplicht die opdracht tenminste twee maal 24 uren voorafgaand aan dat afwijkende tijdstip aan de werknemer kenbaar te maken.
Indien de werknemer in opdracht van de werkgever zijn werkzaamheden moet aanvangen op een tijdstip dat meer dan een uur afwijkt van de voor de werknemer geldende of gebruikelijke werktijd als aangegeven op de arbeidslijst bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=8&artikel=28&z=2021-01-01&g=2021-01-01), dan wel indien de werkgever voorziet dat de werknemer langer zal moeten werken dan de op die lijst aangeven arbeidsduur of dat van de op die lijst aangegeven tijdstippen zal moeten worden afgeweken anders dan bij wijze van overwerk, is de werkgever verplicht die opdracht tenminste twee maal 24 uren voorafgaand aan dat afwijkende tijdstip aan de werknemer kenbaar te maken.
### Hoofdstuk 3. Overwerk
##### Artikel 14
1. De arbeidsduur, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bedraagt inclusief overwerk ten hoogste 50 uren per week, berekend over een periode van vier weken, met dien verstande dat de arbeidsduur inclusief overwerk per dag niet meer dan 11 uren bedraagt en de arbeidsduur inclusief overwerk berekend over een periode van 13 weken niet meer dan 45 uren per week bedraagt.
2. De arbeidsduur bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bedraagt inclusief overwerk ten hoogste 55 uren per week, berekend over een periode van vier weken, met dien verstande dat de arbeidsduur inclusief overwerk per dag niet meer dan 11 uren bedraagt en de arbeidsduur inclusief overwerk berekend over een periode van 13 weken niet meer dan 50 uren per week bedraagt.
3. De arbeidsduur van de werknemer, die arbeid in nachtdienst verricht als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bedraagt inclusief overwerk maximaal negen uren per dag, met dien verstande dat de arbeidsduur inclusief overwerk berekend over een periode van 13 weken niet meer dan 45 uren per week bedraagt.
1. De arbeidsduur, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2021-01-01&g=2021-01-01), bedraagt inclusief overwerk ten hoogste 50 uren per week, berekend over een periode van vier weken, met dien verstande dat de arbeidsduur inclusief overwerk per dag niet meer dan 11 uren bedraagt en de arbeidsduur inclusief overwerk berekend over een periode van 13 weken niet meer dan 45 uren per week bedraagt.
2. De arbeidsduur bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2021-01-01&g=2021-01-01), bedraagt inclusief overwerk ten hoogste 55 uren per week, berekend over een periode van vier weken, met dien verstande dat de arbeidsduur inclusief overwerk per dag niet meer dan 11 uren bedraagt en de arbeidsduur inclusief overwerk berekend over een periode van 13 weken niet meer dan 50 uren per week bedraagt.
3. De arbeidsduur van de werknemer, die arbeid in nachtdienst verricht als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2021-01-01&g=2021-01-01), bedraagt inclusief overwerk maximaal negen uren per dag, met dien verstande dat de arbeidsduur inclusief overwerk berekend over een periode van 13 weken niet meer dan 45 uren per week bedraagt.
4. Voor de bepaling van de duur van overwerk wordt het totale aantal minuten overwerk telkens op halve uren naar boven afgerond.
5. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt overwerk, dat per dag minder dan 15 minuten duurt en dat geen regelmatig karakter draagt, niet als overwerk beschouwd.
6. Onze Minister is, onverminderd het bepaalde in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=3&artikel=17&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bevoegd te bepalen dat in een bepaalde onderneming, al dan niet ten aanzien van één of meerdere werknemers, overwerk, als bedoeld in het vijfde lid, als overwerk in de zin van deze wet moet worden beschouwd, indien hij oordeelt dat zulk overwerk binnen die onderneming, al dan niet ten aanzien van één of meerdere werknemers, een regelmatig karakter draagt.
6. Onze Minister is, onverminderd het bepaalde in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=3&artikel=17&z=2021-01-01&g=2021-01-01), bevoegd te bepalen dat in een bepaalde onderneming, al dan niet ten aanzien van één of meerdere werknemers, overwerk, als bedoeld in het vijfde lid, als overwerk in de zin van deze wet moet worden beschouwd, indien hij oordeelt dat zulk overwerk binnen die onderneming, al dan niet ten aanzien van één of meerdere werknemers, een regelmatig karakter draagt.
7. Bij collectieve arbeidsovereenkomst kan van het eerste, tweede en derde lid worden afgeweken.
@@ -202,25 +202,25 @@
2. Naast de overwerktoeslag, bedoeld in het eerste lid, moet aan de werknemer die geen schemawerk verricht, bovendien een overwerktoeslag worden betaald van:
- a. tenminste 25 percent van zijn uurloon, indien het overwerk wordt verricht gedurende de rusttijd als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01); dan wel
- b. tenminste 50 percent van zijn uurloon, indien het overwerk wordt verricht op diens rustdag, bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01); dan wel
- c. tenminste 100 percent van zijn uurloon, indien het overwerk wordt verricht op een feestdag, zulks inclusief het bepaalde in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
- a. tenminste 25 percent van zijn uurloon, indien het overwerk wordt verricht gedurende de rusttijd als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2021-01-01&g=2021-01-01); dan wel
- b. tenminste 50 percent van zijn uurloon, indien het overwerk wordt verricht op diens rustdag, bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2021-01-01&g=2021-01-01); dan wel
- c. tenminste 100 percent van zijn uurloon, indien het overwerk wordt verricht op een feestdag, zulks inclusief het bepaalde in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
3. Naast de overwerktoeslag, bedoeld in het eerste lid, moet aan de werknemer die schemawerk verricht, bovendien een overwerktoeslag worden betaald van:
- a. tenminste 25 percent van zijn uurloon, indien het overwerk wordt verricht gedurende de rusttijd als bedoeld in [artikel 9, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01); dan wel
- a. tenminste 25 percent van zijn uurloon, indien het overwerk wordt verricht gedurende de rusttijd als bedoeld in [artikel 9, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2021-01-01&g=2021-01-01); dan wel
- b. tenminste 25 percent van zijn uurloon, indien het overwerk wordt verricht op dezelfde dag als die waarop arbeid in nachtdienst wordt verricht; dan wel
- c. tenminste 50 percent van zijn uurloon, indien het overwerk plaatsvindt op de dag die volgens zijn werkrooster een rustdag is; dan wel
- d. tenminste 100 percent van zijn uurloon, indien het overwerk plaatsvindt op een feestdag, zulks inclusief het bepaalde in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
- d. tenminste 100 percent van zijn uurloon, indien het overwerk plaatsvindt op een feestdag, zulks inclusief het bepaalde in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
4. Bij collectieve arbeidsovereenkomst kunnen lagere toeslagen dan die genoemd in het eerste, tweede en derde lid, worden overeengekomen.
5. Indien het overwerk geen volle uren betreft, vindt, met inachtneming van [artikel 14, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2020-01-01&g=2020-01-01), evenredige compensatie op de voet van het eerste tot en met het derde lid plaats.
5. Indien het overwerk geen volle uren betreft, vindt, met inachtneming van [artikel 14, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2021-01-01&g=2021-01-01), evenredige compensatie op de voet van het eerste tot en met het derde lid plaats.
6. Bij schriftelijke overeenkomst kan worden overeengekomen dat de in dit artikel bedoelde compensatie voor overwerk geheel of gedeeltelijk in betaald verlof plaatsvindt op voet van de in het eerste tot en met het derde lid genoemde toeslagen.
@@ -238,244 +238,282 @@
Onze Minister is bevoegd het laten verrichten van overwerk binnen een bepaalde onderneming, al dan niet ten aanzien van een bepaalde werknemer of groep van werknemers, te verbieden, aan een maximum omvang te verbinden of hieraan voorwaarden te verbinden, indien hem dat met het oog op de gezondheid of het welzijn van die werknemer of werknemers wenselijk voorkomt, dan wel indien hij oordeelt, dat de behoefte aan overwerk binnen die onderneming het gevolg is van een structureel tekort aan werknemers binnen die onderneming.
### Hoofdstuk 3A. Arbeid door zwangere en bevallen werkneemsters
##### Artikel 18
Het is verboden kinderen, al dan niet tegen betaling en al dan niet op grond van een arbeidsovereenkomst, arbeid te laten verrichten.
##### Artikel 19
1. Voor de toepassing van [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=4&artikel=18&z=2021-01-01&g=2021-01-01) wordt onder arbeid mede verstaan alle werkzaamheden buiten een onderneming, met uitzondering van werkzaamheden:
- a. in of ten behoeve van het gezin, waarin het kind wordt opgevoed;
- b. in scholen, werkkampen en opvoedingsgestichten, mits deze werkzaamheden een opvoedkundig karakter dragen en niet in de eerste plaats gericht zijn op het behalen van een economisch voordeel.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden, worden bepaald dat voor de toepassing van [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=4&artikel=18&z=2021-01-01&g=2021-01-01) onder arbeid niet wordt verstaan: werkzaamheden, verricht door kinderen van twaalf jaar of ouder, die:
- a. noodzakelijk zijn voor het leren van een vak of beroep mits niet plaatsvindend voor 7.00 uur en niet na 19.00 uur;
- b. uit de aard ervan door kinderen plegen te worden verricht, mits niet plaatsvindend gedurende schooltijd en niet voor 7.00 uur en niet na 19.00 uur;
- c. lichamelijk of geestelijk geen hoge eisen stellen of een gevaarlijk karakter dragen, mits niet plaatsvindend gedurende schooltijd en niet voor 7.00 uur en niet na 19.00 uur.
### Hoofdstuk 5. Arbeid door jeugdigen
##### Artikel 20
Het is verboden jeugdigen arbeid te laten verrichten gedurende de tijd voorafgaand aan 7.00 uur en volgend op 19.00 uur.
##### Artikel 21
1. Het is verboden jeugdigen gevaarlijke arbeid te laten verrichten.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke arbeid tenminste als gevaarlijke arbeid moet worden aangemerkt voor de toepassing van het eerste lid.
### Hoofdstuk 6. Feestdagen
##### Artikel 22
1. De werknemer behoudt over een feestdag aanspraak op tenminste het loon dat hij op die dag gedurende de voor hem geldende normale arbeidstijd zou hebben verdiend, indien die dag geen feestdag zou zijn.
2. In afwijking van het eerste lid, heeft de werknemer, die daadwerkelijk schemawerk verricht op een feestdag, aanspraak op tenminste tweemaal het loon, dat hij op die dag gedurende de voor hem geldende normale arbeidstijd zou hebben verdiend, indien die dag geen feestdag zou zijn.
3. Iedere aanspraak op grond van dit artikel vervalt van rechtswege indien, de werknemer verplicht is werk te verrichten op een feestdag en hij deze verplichting zonder wettige reden geheel of gedeeltelijk niet nakomt.
4. De vergoeding van één of meer feestdagen mag niet in de vorm van een opslag op het loon worden uitgekeerd.
##### Artikel 23
1. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder feestdag:
- a. Nieuwjaarsdag;
- b. de datum vallende na de datum van de in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba afzonderlijk gehouden Carnavalsoptocht voor wat betreft die openbare lichamen;
- c. de Goede Vrijdag;
- d. de Eerste en Tweede Paasdag;
- e. de Hemelvaartsdag;
- f. de Pinksterzondag;
- g. de Eerste en Tweede Kerstdag;
- h. de dag waarop de verjaardag van de Koning officieel wordt gevierd;
- i. de Dag van de Arbeid;
- j. voor het openbaar lichaam Bonaire de dag waarop de viering van Dia di Rincon plaatsvindt;
- k. de datum 6 september voor het openbaar lichaam Bonaire, de datum 16 november voor het openbaar lichaam Sint Eustatius en de datum van de eerste vrijdag van december voor het openbaar lichaam Saba.
2. De Dag van de Arbeid wordt jaarlijks gevierd op 1 mei, tenzij die dag op een zondag valt of op die dag de verjaardag van de Koning officieel wordt gevierd, in welke gevallen de Dag van de Arbeid op de eerst volgende werkdag wordt gevierd.
3. Het bestuurscollege van een openbaar lichaam is bevoegd te bepalen dat in het openbaar lichaam de in het eerste lid onder b of k bedoelde feestdag op een andere datum wordt gevierd.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat andere dan in de vorige leden bedoelde dagen als feestdagen gelden.
### Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 24
1. In afwijking van de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2021-01-01&g=2021-01-01) en [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2021-01-01&g=2021-01-01) kan Onze Minister op een daartoe strekkend verzoek bij beschikking de arbeidsduur inclusief overwerk voor een onderneming voor een bepaalde tijd vaststellen op ten hoogste 60 uren per week, berekend over een periode van vier weken, voor zover dit voor die onderneming, gezien de bijzondere omstandigheden van het geval, noodzakelijk is voor een gezonde bedrijfsvoering.
2. Aan de beschikking bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
3. Wijzigingen in de werktijden, rusttijden en arbeidsduur in een onderneming, waarvoor een beschikking, bedoeld in het eerste lid, geldt, alsmede alle andere relevante wijzigingen in de bedrijfsvoering, worden niet doorgevoerd zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van Onze Minister. Onze Minister kan aan zijn goedkeuring nadere voorwaarden verbinden.
##### Artikel 25
1. Op huishoudelijk werk of persoonlijke diensten, verricht in dienst van een natuurlijke persoon in de huishouding van die persoon, zijn de [artikelen 8 tot en met 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2021-01-01&g=2021-01-01) niet van toepassing, met dien verstande dat ten aanzien van de werknemer, die bedoelde arbeid verricht, geldt dat:
- a. de arbeidsduur per dag ten hoogste 11 uren en per week ten hoogste 55 uren bedraagt;
- b. de werknemer in iedere periode van zeven dagen zijn wekelijkse rustdag geniet;
- c. de arbeidstijd tussen 6.00 uur en 22.00 uur ligt, tenzij de dienstbetrekking uitsluitend of hoofdzakelijk ziet op de verzorging van de natuurlijke persoon of één of meer van diens huisgenoten en deze verzorging uitsluitend of hoofdzakelijk dient plaats te vinden buiten de vorenbedoelde tijdstippen.;
- d. de werknemer na iedere vijf uur arbeid een pauze van tenminste een half uur geniet;
- e. de werknemer gedurende feestdagen is vrijgesteld van dienst met behoud van loon;
- f. dat arbeid, welke de dagelijkse of wekelijkse arbeidsduur bedoeld onder a, overschrijdt, alsmede arbeid, verricht buiten de arbeidstijd of gedurende diens pauze wordt beloond met een toeslag van 50 percent van het loon van de werknemer per gewerkt uur, waarbij afronding naar boven geschiedt op halve uren;
- g. dat arbeid verricht op de rustdag of op een feestdag wordt beloond met een toeslag van 100 percent van het loon van de werknemer per gewerkt uur, waarbij afronding naar boven geschiedt op halve uren.
2. De verplichtingen bedoeld in de [artikelen 28 tot en met 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=8&artikel=28&z=2021-01-01&g=2021-01-01), zijn niet van toepassing op de natuurlijke persoon, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 26
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder arbeid in een vol-continu bedrijf: arbeid, die niet uitsluitend een ondersteunend karakter draagt, en die wordt verricht in een onderneming waarbinnen naar de aard van het bedrijfs- of productieproces gedurende 24 uur per dag zonder onderbreking arbeid dient te worden verricht.
2. Ten aanzien van arbeid, verricht in een vol-continu bedrijf, geldt in afwijking van de desbetreffende bepalingen van deze wet, het volgende:
- a. [Artikel 9, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2021-01-01&g=2021-01-01), is niet van toepassing;
- b. In afwijking van [artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2021-01-01&g=2021-01-01), organiseert de werkgever de arbeid zodanig dat de rustdag van de werknemer tenminste éénmaal per dertien weken op zondag valt;
- c. In afwijking van [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=10&z=2021-01-01&g=2021-01-01), geldt dat de werkgever de werknemer op een dag waarop deze meer dan zes uren arbeid verricht een pauze van tenminste een half uur toestaat, tenzij de dienst dat niet toelaat;
- d. [Artikel 11, derde, vierde en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=11&z=2021-01-01&g=2021-01-01), is niet van toepassing;
- e. [Artikel 12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2021-01-01&g=2021-01-01), is niet van toepassing;
- f. [Artikel 14, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2021-01-01&g=2021-01-01), is niet van toepassing, met dien verstande dat de arbeidsduur inclusief overwerk per week in geen geval meer dan 60 uur bedraagt.
3. Onze Minister is bevoegd ten aanzien van een bepaalde onderneming te bepalen dat de in die onderneming verrichte arbeid niet wordt beschouwd als arbeid bedoeld in het eerste lid.
4. Niettegenstaande het bepaalde in het tweede lid is Onze Minister bevoegd ten aanzien van een werknemer of een groep van werknemers, die in een bepaalde onderneming arbeid als bedoeld in het eerste lid verrichten, aanvullende voorwaarden te verbinden ten aanzien van de arbeidsduur, de arbeidsduur inclusief overwerk, de werktijden, de pauze en de rusttijden, indien hem dat met het oog op de gezondheid of het welzijn van die werknemer of groep van werknemers wenselijk voorkomt.
##### Artikel 27
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van een bepaalde bedrijfstak of ten aanzien van een bepaalde soort arbeid nadere of afwijkende regels worden gesteld ten aanzien van de [artikelen 8 tot en met 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
### Hoofdstuk 8. Administratieve bepalingen
##### Artikel 28
1. In de onderneming wordt op een plaats, die vrij toegankelijk is voor de betrokken werknemers, een arbeidslijst op zodanige wijze opgehangen, dat daarvan gemakkelijk kennis kan worden genomen. De arbeidslijst geeft een systematisch overzicht van de verschillende binnen de onderneming aanwezige functies en het daarbij begrote personeelsbestand, alsmede van de binnen de onderneming gehanteerde werktijden of werkroosters en van de binnen de onderneming geldende rusttijden.
2. Indien de op de arbeidslijst vermelde arbeidstijden geheel of gedeeltelijk vallen binnen de in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2021-01-01&g=2021-01-01), bedoelde rusttijd, dan wel indien de arbeidslijst geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op werknemers, die schemawerk verrichten, zendt de werkgever onverwijld een afschrift van de arbeidlijst, alsmede bericht van iedere wijziging daarvan, toe aan Onze Minister.
3. Onze Minister is bevoegd de toepassing van de werktijden of een werkrooster, zoals opgenomen in de arbeidslijst, ten aanzien van een werknemer of een bepaalde groep werknemers in een onderneming geheel of gedeeltelijk te verbieden dan wel daaromtrent bindende aanwijzingen te geven, indien:
- a. hij oordeelt, dat de aard van de onderneming, bedoeld in [artikel 2, tweede lid onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2021-01-01&g=2021-01-01), arbeid gedurende de op de arbeidslijst vermelde arbeidstijden niet noodzakelijk maakt. Een en ander uitsluitend voor zover die arbeidstijden vallen binnen de in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2021-01-01&g=2021-01-01), bedoelde rusttijd; dan wel
- b. hem dat met het oog op de gezondheid of het welzijn van de betreffende werknemer of werknemers wenselijk voorkomt.
4. Indien er ten behoeve van de betreffende onderneming een beschikking, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=7&artikel=24&z=2021-01-01&g=2021-01-01), is afgegeven, wordt een afschrift daarvan aan de arbeidslijst gehecht, op zodanige wijze dat daarvan door de betrokken werknemers gemakkelijk kennis kan worden genomen.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden waaraan de arbeidslijst dient te voldoen.
##### Artikel 29
De werkgever overlegt op verzoek van Onze Minister een personeelsregister, waarin de namen, geboortedata en nationaliteiten van de werknemers in de onderneming vermeld staan. Van werknemers, die niet van rechtswege zijn toegelaten in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt het nummer en de datum van afgifte van de verblijfsvergunning vermeld.
##### Artikel 30
De werkgever overlegt op verzoek van Onze Minister een register van het binnen zijn onderneming verrichte overwerk over ten hoogste de afgelopen twaalf maanden. Het register geeft een overzicht van de namen van de werknemers, die overwerk hebben verricht, de data waarop het overwerk is verricht, de duur van het verrichte overwerk per werknemer en de voor het overwerk gegeven compensatie.
### Hoofdstuk 8. Administratieve bepalingen
##### Artikel 31
[vervallen]
##### Artikel 32
[vervallen]
### Hoofdstuk 10
##### Artikel 33
1. De werkgever draagt er zorg voor, dat in de onderneming geen arbeid wordt verricht in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet. Tevens draagt de werkgever er zorg voor, dat de voorwaarden, die door Onze Minister krachtens deze wet worden gesteld, nageleefd worden.
2. Met de werkgever bedoeld in het eerste lid, worden gelijkgesteld het hoofd en de bestuurder van de onderneming.
3. Gelijke verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, rusten op het toezichthoudend personeel, voor zover door de werkgever belast met de zorg voor de naleving van de in dat lid bedoelde bepalingen.
4. De werkgever dan wel het toezichthoudend personeel worden geacht aan de verplichtingen als bedoeld in het eerste respectievelijk derde lid te hebben voldaan, indien zij aantonen dat door hen de nodige bevelen zijn gegeven, de nodige maatregelen zijn genomen, de nodige middelen zijn verschaft en tevens het redelijkerwijze te vorderen toezicht is gehouden om de naleving te verzekeren van de bepalingen, voor de naleving waarvan zij verplicht zijn zorg te dragen.
##### Artikel 34
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de door Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
3. Bij de uitoefening van hun taak dragen de toezichthoudende ambtenaren een legitimatiebewijs bij zich. Desgevraagd tonen zij hun legitimatiebewijs aanstonds. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de toezichthoudende ambtenaar en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid.
4. De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn, uitsluitend voorzover dat voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd:
- a. alle inlichtingen te vragen;
- b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
- c. alle plaatsen, met uitzondering van woningen, zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van de daartoe door hen aangewezen personen;
- d. woningen of tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner te betreden.
5. Zonodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, verschaft met behulp van de sterke arm.
6. Op het binnentreden van woningen of van tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, is [titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028681&titeldeel=X) van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de [artikelen 155, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028681&artikel=155), [156, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028681&artikel=156), [157, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028681&artikel=157), [158, eerste lid, laatste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028681&artikel=158), en [160, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028681&artikel=160), en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur-generaal.
7. Een ieder is verplicht de in het eerste lid bedoelde ambtenaren en personen alle medewerking te verlenen die op grond van het vierde lid wordt gevorderd.
##### Artikel 35
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
### Hoofdstuk 10
##### Artikel 36
1. Hij, die opzettelijk de [artikelen 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [9, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=10&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=11&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=4&artikel=18&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2021-01-01&g=2021-01-01) of [21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2021-01-01&g=2021-01-01), overtreedt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren, een geldboete van de vijfde categorie of met beide straffen.
2. Hij, die een voorschrift, verplichting of voorwaarde, bij of krachtens deze wet gesteld, niet of niet volledig naleeft, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar, een geldboete van de vierde categorie of met beide straffen.
3. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven. De in het tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 37 t/m 41
[Vervallen]
##### Artikel 42
Alle ten gevolge van deze wet opgemaakte, overgelegde en over te leggen stukken zijn vrij van zegel en worden, indien registratie verplicht is gesteld, kosteloos geregistreerd.
##### Artikel 43
[vervallen]
##### Artikel 44
[vervallen]
##### Artikel 45
Deze wet wordt aangehaald als: Arbeidswet 2000 BES.
##### Artikel 17a. Arbeid in de nacht
1. De zwangere werkneemster kan niet worden verplicht arbeid te verrichten tussen 00.00 uur en 06.00 uur, tenzij de werkgever aannemelijk maakt dat dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd.
2. Ter uitvoering van het eerste lid wordt desgevraagd een schriftelijke verklaring overgelegd van een geneeskundige of een verloskundige waaruit blijkt dat de betrokken werkneemster zwanger is.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een werkneemster gedurende de periode van zes maanden na haar bevalling.
##### Artikel 17b. Arbeid in periode rond de bevalling
De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat een werkneemster:
- a. geen arbeid verricht binnen vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling, zoals die is aangegeven in een door de werkneemster aan de werkgever overgelegde schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige waaruit de vermoedelijke datum van bevalling blijkt. Het in de eerste zin bedoelde tijdvak wordt verlengd met het tijdvak, dat verloopt tussen de vermoedelijke datum van de bevalling en de werkelijke datum van de bevalling;
- b. geen arbeid verricht binnen zes weken na haar bevalling.
##### Artikel 17c. Recht op voed- en kolfverlof
1. Een werkneemster die een borstkind voedt, heeft, indien zij de werkgever hiervan in kennis heeft gesteld, gedurende de eerste negen levensmaanden van dat kind het recht de arbeid te onderbreken teneinde in de nodige rust en afzondering haar kind te zogen dan wel de borstvoeding te kolven. De werkgever biedt haar daartoe de gelegenheid en stelt, waar nodig, een geschikte af te sluiten besloten ruimte ter beschikking.
2. De onderbrekingen, bedoeld in het eerste lid, vinden plaats zo vaak en zo lang als nodig is, maar bedragen gezamenlijk ten hoogste een vierde van de dagelijkse arbeidsduur. De vaststelling van het tijdstip en de duur van de onderbrekingen vindt plaats door de betrokken werkneemster na overleg met de werkgever.
3. De duur van de onderbrekingen, bedoeld in dit artikel, geldt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen als arbeidstijd, waarover de werkneemster haar aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon behoudt.
### Hoofdstuk 4. Verbod van kinderarbeid
##### Artikel 18
Het is verboden kinderen, al dan niet tegen betaling en al dan niet op grond van een arbeidsovereenkomst, arbeid te laten verrichten.
##### Artikel 19
1. Voor de toepassing van [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=4&artikel=18&z=2020-01-01&g=2020-01-01) wordt onder arbeid mede verstaan alle werkzaamheden buiten een onderneming, met uitzondering van werkzaamheden:
- a. in of ten behoeve van het gezin, waarin het kind wordt opgevoed;
- b. in scholen, werkkampen en opvoedingsgestichten, mits deze werkzaamheden een opvoedkundig karakter dragen en niet in de eerste plaats gericht zijn op het behalen van een economisch voordeel.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden, worden bepaald dat voor de toepassing van [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=4&artikel=18&z=2020-01-01&g=2020-01-01) onder arbeid niet wordt verstaan: werkzaamheden, verricht door kinderen van twaalf jaar of ouder, die:
- a. noodzakelijk zijn voor het leren van een vak of beroep mits niet plaatsvindend voor 7.00 uur en niet na 19.00 uur;
- b. uit de aard ervan door kinderen plegen te worden verricht, mits niet plaatsvindend gedurende schooltijd en niet voor 7.00 uur en niet na 19.00 uur;
- c. lichamelijk of geestelijk geen hoge eisen stellen of een gevaarlijk karakter dragen, mits niet plaatsvindend gedurende schooltijd en niet voor 7.00 uur en niet na 19.00 uur.
### Hoofdstuk 5. Arbeid door jeugdigen
##### Artikel 20
Het is verboden jeugdigen arbeid te laten verrichten gedurende de tijd voorafgaand aan 7.00 uur en volgend op 19.00 uur.
##### Artikel 21
1. Het is verboden jeugdigen gevaarlijke arbeid te laten verrichten.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke arbeid tenminste als gevaarlijke arbeid moet worden aangemerkt voor de toepassing van het eerste lid.
### Hoofdstuk 6. Feestdagen
##### Artikel 22
1. De werknemer behoudt over een feestdag aanspraak op tenminste het loon dat hij op die dag gedurende de voor hem geldende normale arbeidstijd zou hebben verdiend, indien die dag geen feestdag zou zijn.
2. In afwijking van het eerste lid, heeft de werknemer, die daadwerkelijk schemawerk verricht op een feestdag, aanspraak op tenminste tweemaal het loon, dat hij op die dag gedurende de voor hem geldende normale arbeidstijd zou hebben verdiend, indien die dag geen feestdag zou zijn.
3. Iedere aanspraak op grond van dit artikel vervalt van rechtswege indien, de werknemer verplicht is werk te verrichten op een feestdag en hij deze verplichting zonder wettige reden geheel of gedeeltelijk niet nakomt.
4. De vergoeding van één of meer feestdagen mag niet in de vorm van een opslag op het loon worden uitgekeerd.
##### Artikel 23
1. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder feestdag:
- a. Nieuwjaarsdag;
- b. de datum vallende na de datum van de in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba afzonderlijk gehouden Carnavalsoptocht voor wat betreft die openbare lichamen;
- c. de Goede Vrijdag;
- d. de Eerste en Tweede Paasdag;
- e. de Hemelvaartsdag;
- f. de Pinksterzondag;
- g. de Eerste en Tweede Kerstdag;
- h. de dag waarop de verjaardag van de Koning officieel wordt gevierd;
- i. de Dag van de Arbeid;
- j. voor het openbaar lichaam Bonaire de dag waarop de viering van Dia di Rincon plaatsvindt;
- k. de datum 6 september voor het openbaar lichaam Bonaire, de datum 16 november voor het openbaar lichaam Sint Eustatius en de datum van de eerste vrijdag van december voor het openbaar lichaam Saba.
2. De Dag van de Arbeid wordt jaarlijks gevierd op 1 mei, tenzij die dag op een zondag valt of op die dag de verjaardag van de Koning officieel wordt gevierd, in welke gevallen de Dag van de Arbeid op de eerst volgende werkdag wordt gevierd.
3. Het bestuurscollege van een openbaar lichaam is bevoegd te bepalen dat in het openbaar lichaam de in het eerste lid onder b of k bedoelde feestdag op een andere datum wordt gevierd.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat andere dan in de vorige leden bedoelde dagen als feestdagen gelden.
### Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 24
1. In afwijking van de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2020-01-01&g=2020-01-01) kan Onze Minister op een daartoe strekkend verzoek bij beschikking de arbeidsduur inclusief overwerk voor een onderneming voor een bepaalde tijd vaststellen op ten hoogste 60 uren per week, berekend over een periode van vier weken, voor zover dit voor die onderneming, gezien de bijzondere omstandigheden van het geval, noodzakelijk is voor een gezonde bedrijfsvoering.
2. Aan de beschikking bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
3. Wijzigingen in de werktijden, rusttijden en arbeidsduur in een onderneming, waarvoor een beschikking, bedoeld in het eerste lid, geldt, alsmede alle andere relevante wijzigingen in de bedrijfsvoering, worden niet doorgevoerd zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van Onze Minister. Onze Minister kan aan zijn goedkeuring nadere voorwaarden verbinden.
##### Artikel 25
1. Op huishoudelijk werk of persoonlijke diensten, verricht in dienst van een natuurlijke persoon in de huishouding van die persoon, zijn de [artikelen 8 tot en met 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01) niet van toepassing, met dien verstande dat ten aanzien van de werknemer, die bedoelde arbeid verricht, geldt dat:
- a. de arbeidsduur per dag ten hoogste 11 uren en per week ten hoogste 55 uren bedraagt;
- b. de werknemer in iedere periode van zeven dagen zijn wekelijkse rustdag geniet;
- c. de arbeidstijd tussen 6.00 uur en 22.00 uur ligt, tenzij de dienstbetrekking uitsluitend of hoofdzakelijk ziet op de verzorging van de natuurlijke persoon of één of meer van diens huisgenoten en deze verzorging uitsluitend of hoofdzakelijk dient plaats te vinden buiten de vorenbedoelde tijdstippen.;
- d. de werknemer na iedere vijf uur arbeid een pauze van tenminste een half uur geniet;
- e. de werknemer gedurende feestdagen is vrijgesteld van dienst met behoud van loon;
- f. dat arbeid, welke de dagelijkse of wekelijkse arbeidsduur bedoeld onder a, overschrijdt, alsmede arbeid, verricht buiten de arbeidstijd of gedurende diens pauze wordt beloond met een toeslag van 50 percent van het loon van de werknemer per gewerkt uur, waarbij afronding naar boven geschiedt op halve uren;
- g. dat arbeid verricht op de rustdag of op een feestdag wordt beloond met een toeslag van 100 percent van het loon van de werknemer per gewerkt uur, waarbij afronding naar boven geschiedt op halve uren.
2. De verplichtingen bedoeld in de [artikelen 28 tot en met 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=8&artikel=28&z=2020-01-01&g=2020-01-01), zijn niet van toepassing op de natuurlijke persoon, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 26
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder arbeid in een vol-continu bedrijf: arbeid, die niet uitsluitend een ondersteunend karakter draagt, en die wordt verricht in een onderneming waarbinnen naar de aard van het bedrijfs- of productieproces gedurende 24 uur per dag zonder onderbreking arbeid dient te worden verricht.
2. Ten aanzien van arbeid, verricht in een vol-continu bedrijf, geldt in afwijking van de desbetreffende bepalingen van deze wet, het volgende:
- a. [Artikel 9, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is niet van toepassing;
- b. In afwijking van [artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01), organiseert de werkgever de arbeid zodanig dat de rustdag van de werknemer tenminste éénmaal per dertien weken op zondag valt;
- c. In afwijking van [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=10&z=2020-01-01&g=2020-01-01), geldt dat de werkgever de werknemer op een dag waarop deze meer dan zes uren arbeid verricht een pauze van tenminste een half uur toestaat, tenzij de dienst dat niet toelaat;
- d. [Artikel 11, derde, vierde en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=11&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is niet van toepassing;
- e. [Artikel 12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is niet van toepassing;
- f. [Artikel 14, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is niet van toepassing, met dien verstande dat de arbeidsduur inclusief overwerk per week in geen geval meer dan 60 uur bedraagt.
3. Onze Minister is bevoegd ten aanzien van een bepaalde onderneming te bepalen dat de in die onderneming verrichte arbeid niet wordt beschouwd als arbeid bedoeld in het eerste lid.
4. Niettegenstaande het bepaalde in het tweede lid is Onze Minister bevoegd ten aanzien van een werknemer of een groep van werknemers, die in een bepaalde onderneming arbeid als bedoeld in het eerste lid verrichten, aanvullende voorwaarden te verbinden ten aanzien van de arbeidsduur, de arbeidsduur inclusief overwerk, de werktijden, de pauze en de rusttijden, indien hem dat met het oog op de gezondheid of het welzijn van die werknemer of groep van werknemers wenselijk voorkomt.
##### Artikel 27
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van een bepaalde bedrijfstak of ten aanzien van een bepaalde soort arbeid nadere of afwijkende regels worden gesteld ten aanzien van de [artikelen 8 tot en met 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
### Hoofdstuk 8. Administratieve bepalingen
##### Artikel 28
1. In de onderneming wordt op een plaats, die vrij toegankelijk is voor de betrokken werknemers, een arbeidslijst op zodanige wijze opgehangen, dat daarvan gemakkelijk kennis kan worden genomen. De arbeidslijst geeft een systematisch overzicht van de verschillende binnen de onderneming aanwezige functies en het daarbij begrote personeelsbestand, alsmede van de binnen de onderneming gehanteerde werktijden of werkroosters en van de binnen de onderneming geldende rusttijden.
2. Indien de op de arbeidslijst vermelde arbeidstijden geheel of gedeeltelijk vallen binnen de in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bedoelde rusttijd, dan wel indien de arbeidslijst geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op werknemers, die schemawerk verrichten, zendt de werkgever onverwijld een afschrift van de arbeidlijst, alsmede bericht van iedere wijziging daarvan, toe aan Onze Minister.
3. Onze Minister is bevoegd de toepassing van de werktijden of een werkrooster, zoals opgenomen in de arbeidslijst, ten aanzien van een werknemer of een bepaalde groep werknemers in een onderneming geheel of gedeeltelijk te verbieden dan wel daaromtrent bindende aanwijzingen te geven, indien:
- a. hij oordeelt, dat de aard van de onderneming, bedoeld in [artikel 2, tweede lid onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), arbeid gedurende de op de arbeidslijst vermelde arbeidstijden niet noodzakelijk maakt. Een en ander uitsluitend voor zover die arbeidstijden vallen binnen de in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bedoelde rusttijd; dan wel
- b. hem dat met het oog op de gezondheid of het welzijn van de betreffende werknemer of werknemers wenselijk voorkomt.
4. Indien er ten behoeve van de betreffende onderneming een beschikking, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=7&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is afgegeven, wordt een afschrift daarvan aan de arbeidslijst gehecht, op zodanige wijze dat daarvan door de betrokken werknemers gemakkelijk kennis kan worden genomen.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden waaraan de arbeidslijst dient te voldoen.
##### Artikel 29
De werkgever overlegt op verzoek van Onze Minister een personeelsregister, waarin de namen, geboortedata en nationaliteiten van de werknemers in de onderneming vermeld staan. Van werknemers, die niet van rechtswege zijn toegelaten in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt het nummer en de datum van afgifte van de verblijfsvergunning vermeld.
##### Artikel 30
De werkgever overlegt op verzoek van Onze Minister een register van het binnen zijn onderneming verrichte overwerk over ten hoogste de afgelopen twaalf maanden. Het register geeft een overzicht van de namen van de werknemers, die overwerk hebben verricht, de data waarop het overwerk is verricht, de duur van het verrichte overwerk per werknemer en de voor het overwerk gegeven compensatie.
### Hoofdstuk 9. Bezwaar en beroep
##### Artikel 31
[vervallen]
##### Artikel 32
[vervallen]
### Hoofdstuk 10
##### Artikel 33
1. De werkgever draagt er zorg voor, dat in de onderneming geen arbeid wordt verricht in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet. Tevens draagt de werkgever er zorg voor, dat de voorwaarden, die door Onze Minister krachtens deze wet worden gesteld, nageleefd worden.
2. Met de werkgever bedoeld in het eerste lid, worden gelijkgesteld het hoofd en de bestuurder van de onderneming.
3. Gelijke verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, rusten op het toezichthoudend personeel, voor zover door de werkgever belast met de zorg voor de naleving van de in dat lid bedoelde bepalingen.
4. De werkgever dan wel het toezichthoudend personeel worden geacht aan de verplichtingen als bedoeld in het eerste respectievelijk derde lid te hebben voldaan, indien zij aantonen dat door hen de nodige bevelen zijn gegeven, de nodige maatregelen zijn genomen, de nodige middelen zijn verschaft en tevens het redelijkerwijze te vorderen toezicht is gehouden om de naleving te verzekeren van de bepalingen, voor de naleving waarvan zij verplicht zijn zorg te dragen.
##### Artikel 34
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de door Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
3. Bij de uitoefening van hun taak dragen de toezichthoudende ambtenaren een legitimatiebewijs bij zich. Desgevraagd tonen zij hun legitimatiebewijs aanstonds. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de toezichthoudende ambtenaar en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid.
4. De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn, uitsluitend voorzover dat voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd:
- a. alle inlichtingen te vragen;
- b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
- c. alle plaatsen, met uitzondering van woningen, zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van de daartoe door hen aangewezen personen;
- d. woningen of tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner te betreden.
5. Zonodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, verschaft met behulp van de sterke arm.
6. Op het binnentreden van woningen of van tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, is [titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028681&titeldeel=X) van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de [artikelen 155, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028681&artikel=155), [156, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028681&artikel=156), [157, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028681&artikel=157), [158, eerste lid, laatste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028681&artikel=158), en [160, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028681&artikel=160), en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur-generaal.
7. Een ieder is verplicht de in het eerste lid bedoelde ambtenaren en personen alle medewerking te verlenen die op grond van het vierde lid wordt gevorderd.
##### Artikel 35
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
### Hoofdstuk 11. Strafbepalingen
##### Artikel 36
1. Hij, die opzettelijk de [artikelen 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [9, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=10&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=2&artikel=11&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=4&artikel=18&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2020-01-01&g=2020-01-01) of [21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2020-01-01&g=2020-01-01), overtreedt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren, een geldboete van de vijfde categorie of met beide straffen.
2. Hij, die een voorschrift, verplichting of voorwaarde, bij of krachtens deze wet gesteld, niet of niet volledig naleeft, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar, een geldboete van de vierde categorie of met beide straffen.
3. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven. De in het tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 37 t/m 41
[Vervallen]
##### Artikel 42
Alle ten gevolge van deze wet opgemaakte, overgelegde en over te leggen stukken zijn vrij van zegel en worden, indien registratie verplicht is gesteld, kosteloos geregistreerd.
##### Artikel 43
[vervallen]
##### Artikel 44
[vervallen]
##### Artikel 45
Deze wet wordt aangehaald als: Arbeidswet 2000 BES.
2020-01-01
Arbeidswet 2000 BES — arts. 2, 9, 11 y 11 más
2013-07-01
Arbeidswet 2000 BES — arts. 2, 9, 11 y 11 más
2011-10-09
Arbeidswet 2000 BES — arts. 2, 3, 9 y 12 más
2010-10-10
Arbeidswet 2000 BES
original version Tekst op deze datum