Wet ongevallenverzekering BES

Type Wet Bes
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 45
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Inleidende bepalingen

Artikel 1

1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen personen, die op grond van het eerste lid niet de hoedanigheid van werknemer hebben, als werknemer worden aangemerkt en kunnen hiervoor nadere regels worden gesteld.

Vaststelling van het loon per dag

Artikel 2

1.

Indien het loon geheel of gedeeltelijk bestaat uit huisvesting, verstrekkingen in natura, onderricht of geldelijke uitkeringen waarvan de grootte niet bij voorbaat vaststaat zoals provisie, commissie, tantième, fooien, vergoeding voor aangenomen werk, bepalen werkgever en werknemer ter vaststelling van het loon per dag de gemiddelde waarde in het economisch verkeer daarvan met overeenkomstige toepassing van artikel 6C van de Wet loonbelasting BES.

2.

Indien sprake is van een uurloon en het aantal werkuren per week niet bij voorbaat vaststaat wordt het loon per dag vastgesteld aan de hand van het gemiddelde aantal werkuren per week in de periode van dertien weken voorafgaand aan het moment waarop de werknemer een ongeval is overkomen of, indien de dienstbetrekking voorafgaand aan het moment waarop het ongeval is overkomen minder dan dertien weken heeft geduurd, het gemiddelde aantal werkuren per week in die periode.

Uitkeringen

Artikel 3

1.

De werknemer aan wie een ongeval is overkomen heeft op grond van deze wet en ongeacht het voortduren van het dienstverband recht op een uitkering tegenover Onze Minister.

2.

De nagelaten betrekkingen van de werknemer, die als gevolg van een ongeval is overleden, hebben op grond van deze wet recht op een uitkering tegenover Onze Minister.

Geneeskundige behandeling en verpleging

Artikel 4

Vervallen

Recht op ongevallengeld

Artikel 5

1.

De werknemer, die als gevolg van het ongeval geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, heeft recht op een uitkering tegenover Onze Minister, ongevallengeld genaamd, met ingang van de dag na die van de melding van het ongeval.

2.

Bij gehele arbeidsongeschiktheid bedraagt het ongevallengeld per dag:

3.

Indien het loon met terugwerkend kracht is verhoogd, wordt voor de bepaling van het ongevallengeld met deze verhoging rekening gehouden vanaf het tijdstip dat de verhoging van het loon door de werkgever aan de werknemer is uitbetaald.

4.

Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bedraagt het ongevallengeld per dag gedurende de in het tweede lid genoemde tijdvakken een in een evenredige verhouding tot het percentage van de arbeidsongeschiktheid staand deel van de in het tweede lid genoemde percentages van het loon per dag.

5.

De werknemer heeft geen recht op ongevallengeld over de zondagen, of de daarvoor voor hem in de plaats tredende vrije dagen, terwijl de werknemer voor wie een werkweek van vijf dagen of minder geldt bovendien geen recht heeft op ongevallengeld over de vrije zaterdagen of de daarvoor voor hem in de plaats tredende vrije dagen.

6.

Wanneer de werknemer tijdens zijn arbeidsongeschiktheid van zijn werkgever loon ontvangt, wordt het ongevallengeld per dag verminderd met het bedrag, waarmede het ongevallengeld en het loon per dag tezamen het oorspronkelijke loon per dag overtreft.

9.

De nagelaten betrekkingen van een werknemer die als gevolg van een hem overkomen ongeval is overleden, hebben als tegemoetkoming in de begrafeniskosten recht op een uitkering ineens, bedragende USD 5 559 per 1 januari 2026: USD 760.

10.

De echtgenote, echtgenoot of ouder van de overledene, bedoeld in het zevende lid, onderdeel a, die een huwelijk aangaat, heeft recht op een uitkering ineens, bedragende het totaal van de periodieke uitkeringen waartoe zij of hij gerechtigd is, over twee jaren.

11.

De overleden werknemer wordt als kostwinner in de zin van het zevende lid, onderdeel a, aangemerkt voor zover de overleden werknemer geheel of in overwegende mate in het levensonderhoud van zijn of haar ouders voorzag.

12.

Tijdens het dienstverband is de werkgever in geval van arbeidsongeschiktheid van de werknemer verplicht een uitkering gelijk aan het ongevallengeld waarop de werknemer over de desbetreffende loontermijn tegenover Onze Minister recht heeft, aan de werknemer uit te betalen op de dag waarop het loon moet worden uitbetaald of zou moeten worden uitbetaald indien de werknemer niet arbeidsongeschikt zou zijn. De werkgever die op grond van deze verplichting de uitkering uitbetaalt, heeft, in plaats van de werknemer, tegenover Onze Minister recht op het desbetreffende ongevallengeld en op uitbetaling daarvan door Onze Minister. Indien de werkgever de uitkering niet tijdig uitbetaalt, keert Onze Minister het ongevallengeld aan de werknemer uit.

13.

Ingeval het ongevallengeld, bedoeld in het tweede lid, aan de werknemer persoonlijk door Onze Minister wordt uitbetaald, wordt de premie, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet Ziekteverzekering BES door Onze Minister op het ongevallengeld ingehouden.

14.

Onze Minister is bevoegd om op grond van verdragen, convenanten en andersoortige overeenkomsten met uitvoerders van instellingen van sociale voorzieningen, het ongevallengeld van een werknemer, hetzij periodiek, hetzij middels een uitkering ineens verstrekt, te verminderen ter ontneming van een ten onrechte verkregen voordeel van de werknemer op het gebied van sociale voorzieningen.

15.

Onze Minister is eveneens bevoegd om het ongevallengeld van een werknemer, hetzij periodiek, hetzij middels een uitkering ineens verstrekt, te verminderen ter ontneming van een ten onrechte verkregen voordeel van de werknemer op het gebied van de door Onze Minister uitbetaalde socialeverzekeringsuitkeringen.

16.

De in het veertiende en vijftiende lid bedoelde vermindering kan ineens geschieden indien het ten onrechte genoten voordeel niet groter is dan een derde deel van het door Onze Minister verstrekte ongevallengeld. In alle andere gevallen kan de vermindering niet meer bedragen dan een derde deel van het ongevallengeld.

17.

Voor zover het loon per dag meer heeft bedragen dan een door Onze Minister vastgesteld bedrag, blijft het bij de berekening van de uitkering buiten aanmerking.

Vaststelling van de uitkering

Artikel 6

1.

Onze Minister stelt op aanvraag, mede aan de hand van de geneeskundige beoordeling, vast of recht op ongevallengeld bestaat. De werkgever aan wie op grond van artikel 5, twaalfde lid, tweede zin, de uitkering wordt verstrekt informeert de werknemer zo spoedig mogelijk over de hiermee gemoeide aanspraak.

2.

Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door Onze Minister beschikbaar gesteld formulier.

3.

De behandelende geneeskundige deelt de bevindingen en zijn daaruit volgende voorschriften aan Onze Minister zodra de behandelende geneeskundige vaststelt dat de werknemer in verband met de gevolgen van het ongeval:

4.

Indien wordt vastgesteld dat de gewezen werknemer die recht heeft op ongevallengeld als bedoeld in artikel 5, eerste lid, niet of niet langer geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt dan wel verminderd arbeidsongeschikt is, wordt de uitkering beëindigd respectievelijk herzien met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand, volgend op het tijdstip waarop de herziene vaststelling van de arbeidsongeschiktheid heeft plaatsgevonden.

Artikel 7

1.

De werknemer heeft geen recht op uitkering of verliest dit recht:

2.

De nagelaten betrekkingen van de werknemer, die als gevolg van een hem overkomen ongeval is overleden, hebben geen recht op uitkering indien er sprake is van een van de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, c en h, evenmin als diegene van de nagelaten betrekkingen, die het de werknemer overkomen ongeval opzettelijk, door zijn grove schuld of onder de invloed van alcoholhoudende drank of bedwelmende middelen heeft veroorzaakt, en evenmin diegene die als nagelaten betrekking een uitreiziger zijn.

3.

Indien de werknemer of diens nagelaten betrekkingen tevens rechten ontlenen aan een buitenlandse soortgelijke wettelijke regeling worden de rechten, waarop op grond van deze wet aanspraak bestaat dienovereenkomstig verminderd.

4.

Indien de werknemer of diens nagelaten betrekkingen tevens recht hebben op pensioen op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES of op grond van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES worden de uitkeringen, waarop op grond van deze wet aanspraak bestaat, dienovereenkomstig verminderd met ingang van het tijdstip waarop twee jaren zijn verlopen na de dag van de melding van het ongeval bij Onze Minister, onderscheidenlijk in geval de aanspraak op ongevallengeld bestaat op grond van dezelfde gebeurtenis als die op grond waarvan het weduwen-, weduwnaars- of wezenpensioen werd toegekend of verhoogd. In het laatste geval komt slechts het bedrag waarmede het weduwen- of weduwnaarspensioen werd verhoogd voor vermindering in aanmerking.

5.

Voor de persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, herleeft, onverminderd de bepalingen van deze wet, het recht op uitkering op de dag dat niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat hij zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel p.

Vaststelling van de uitkering

Artikel 8

1.

Ter zake van de kosten verbonden aan deze wet is een premie verschuldigd, die gezamenlijk wordt geheven met de zorgverzekeringspremie.

2.

De premie, bedoeld in het eerste lid, wordt geheven naar een percentage van het loon van de werknemer.

3.

Het premiepercentage, bedoeld in het tweede lid, wordt met ingang van elk kalenderjaar voor de periode van één jaar vastgesteld bij ministeriële regeling in overeenstemming met Onze Minister van Financiën.

4.

Indien het loon met terugwerkende kracht is verhoogd, wordt voor de berekening van de premie met deze verhoging rekening gehouden vanaf het tijdstip dat de verhoging van het loon door de werkgever aan de werknemer is uitbetaald.

5.

De verschuldigde premie op grond van deze wet wordt door de inspecteur geheven van de werkgever door middel van afdracht op aangifte.

6.

De premie, bedoeld in het eerste lid, wordt geheven met overeenkomstige toepassing van hoofdstuk IV van de Wet loonbelasting BES, met dien verstande dat in plaats van «inhoudingsplichtige» telkens gelezen wordt «werkgever».

7.

De premie komt ten gunste van het Rijk.

8.

Ten laste van het Rijk, komen de door Onze Minister verstrekte uitkeringen op grond van deze wet en alle kosten verbonden aan de uitvoering van deze wet.

Artikel 8a

Voor zover op grond van deze wet niet anders is bepaald en in afwijking van artikel 14c is ten aanzien van de premieheffing op grond van artikel 8 en de invordering daarvan hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8b

Vervallen

Artikel 8c

Vervallen

Artikel 8d

Vervallen

Artikel 8e

Vervallen

Artikel 8f

Vervallen

Artikel 8g

Vervallen

Artikel 8h

Het is een ieder verboden hetgeen hem bij de uitvoering van deze wet of in verband daarmede, over inkomen, opbrengst, uitdelingen, medische gegevens en in het algemeen over de zaken of werkzaamheden van een ander, blijkt of medegedeeld wordt, verder bekend te maken dan nodig is voor de uitvoering van deze wet.

Invordering

Artikel 8i

1.

Invordering van de premie, de administratieve boete en al hetgeen de bank verder uit hoofde van deze landsverordening te vorderen heeft, heeft plaats volgens de regelen, welke van toepassing zijn op de invordering van de directe belastingen, met dien verstande dat de bank in plaats van de Ontvanger met de invordering is belast.

2.

De vordering wegens premie, met inbegrip van alle kosten, is bevoorrecht op alle goederen van de werkgever en gaat boven alle andere voorrechten met uitzondering van die ter zake van de directe belastingen, die van de artikelen 287 en 288, onder a, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede dat van artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover de daarbedoelde kosten zijn gemaakt na de voorlopige of definitieve aanslag.

3.

Aanslagen zijn invorderbaar vijftien dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet.

4.

Indien er sprake is van een geval als bedoeld in artikel 8b, vierde lid, is de aanslag terstond invorderbaar.

Eigen risico-dragers

Artikel 9

Vervallen

Vorderingen en aansprakelijkheid

Artikel 10

Vervallen

Artikel 10a

[vervallen]

Artikel 10b

[vervallen]

Artikel 10c

[vervallen]

Vorderingen en aansprakelijkheid

Artikel 11

1.

Een aanspraak op grond van deze wet vervalt, indien het ongeval niet binnen een jaar na de dag, waarop het de werknemer is overkomen, bij Onze Minister is gemeld.

2.

De termijnen van de uitkeringen, welke niet zijn ingevorderd binnen twee jaar na de eerste dag waarop zij konden worden ingevorderd, worden niet meer uitbetaald.

3.

Ieder beding, dat de aansprakelijkheid van de werkgever ingevolge de bepalingen van deze wet uitsluit of vermindert, is nietig

4.

Het is de werkgever verboden de voor hem uit de bepalingen van deze wet voortvloeiende kosten geheel of gedeeltelijk te verhalen op het loon van de werknemer.

5.

De werknemer, aan wie een ongeval is overkomen, doch die deswege niet arbeidsongeschikt is geworden, behoudt, indien hij ten behoeve van geneeskundige onderzoek of behandeling, noodzakelijk het verrichten van zijn arbeid onderbreekt, gedurende die tijd tegenover zijn werkgever recht op loon.

6.

De werknemer, die de uitkering in ontvangst neemt, wordt daardoor niet geacht van het recht op het hem eventueel meer toekomende afstand te hebben gedaan.

7.

Indien de werknemer of diens nagelaten betrekkingen in verband met het ongeval, op grond waarvan een uitkering als bedoeld in deze wet is toegekend, tegen de werkgever een rechtsvordering tot schadevergoeding heeft naar burgerlijk recht, wordt die vordering op grond van deze wet niet verloren, doch de rechter houdt bij de vaststelling van de schadevergoeding rekening met hetgeen op grond van deze wet aan de werknemer of diens nagelaten betrekkingen is toegekend.

8.

De persoon die is gehouden tot vergoeding van de schade die door de werknemer of diens nagelaten betrekkingen is geleden als gevolg van een ongeval, is voor de tegemoetkoming aan de werknemer of diens nagelaten betrekkingen toegekend op grond van deze wet aansprakelijk jegens degene te wiens laste die tegemoetkoming komt. Van degene die aansprakelijk is voor een periodieke uitkering op grond van deze wet kan door degene te wiens laste die uitkering komt, een daarmede overeenkomende uitkering ineens worden gevorderd.

9.

De tegemoetkoming is onvervreemdbaar, niet vatbaar voor verpanding of belening, evenmin voor executoriaal of conservatoir beslag, noch voor faillissementsbeslag, behalve tot verhaal van het verschuldigde wegens levering van levensbehoeften, verstrekt aan degene tegen wie het beslag gedaan wordt, en tot verhaal van onderhoud waartoe degene, die de uitkering geniet, ingevolge wettelijke regelingen is gehouden.

10.

De aansprakelijkheid, volgende uit de bepalingen van deze wet, van de niet binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba gevestigde werkgever wordt gedragen door zijn binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba gevestigde vertegenwoordiger.

Uitvoering, inlichtingen en toezicht

Artikel 12

1.

Onze Minister is belast met de uitvoering van deze wet, met dien verstande, dat de heffing van de premie geschiedt door de inspecteur en de invordering daarvan door de ontvanger.

2.

Eenieder is verplicht ten behoeve van de uitvoering uit eigen beweging of op verzoek aan Onze Minister inlichtingen te verstrekken, desverlangd schriftelijk. De door Onze Minister verlangde inlichtingen moeten binnen een door Onze Minister te stellen termijn worden verstrekt. De werknemer, dan wel diens nagelaten betrekkingen, gewezen werknemer en werkgever zijn verplicht uit eigen beweging aan Onze Minister inlichtingen te verstrekken waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering. Ook is eenieder verplicht de door Onze Minister gegeven aanwijzingen ten behoeve van de uitvoering van deze wet op te volgen.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verplichtingen uit het tweede lid.

Artikel 12a

1.

Onze Minister is belast met het toezicht op het bij of krachtens deze wet bepaalde en kan bij ministeriële regeling functionarissen belasten met het toezicht op deze wet.

2.

Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.18 en 5.19.

3.

Op het binnentreden in woningen of in tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, is Titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering BES van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur-generaal.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze van taakuitoefening van de functionarissen, aangewezen op grond van het eerste lid.

Artikel 13

Ter uitvoering van deze wet kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.

Artikel 14

Alle op grond van deze wet opgemaakte of overgelegde stukken, verzoekschriften en beschikkingen zijn vrij van het recht van zegel en van de formaliteit van registratie.

Bekendmaking beschikkingen

Artikel 14a

1.

Op overtreding van artikel 11, vierde lid, en het niet of niet tijdig nakomen van een van de verplichtingen gesteld bij de artikelen 5, twaalfde lid, eerste zin, 6, eerste lid, tweede zin, 8h, 12, tweede lid, en krachtens artikel 13 wordt een boete geheven van de tweede categorie.

2.

Onder het niet voldoen aan de verplichtingen van artikel 12, tweede lid, wordt mede verstaan het verstrekken van inlichtingen die onjuist zijn.

3.

Indien er sprake is van herhaling van eenzelfde overtreding binnen twee jaar wordt het maximum van de boetes, genoemd in het eerste lid, verdubbeld.

4.

De boete wordt geheven door een beschikking van Onze Minister.

Bezwaar en beroep

Artikel 15

1.

Overtreding van artikel 11, vierde lid, en het niet of niet tijdig nakomen van een van de verplichtingen gesteld bij de artikelen 5, twaalfde lid, eerste zin, 6, eerste lid, tweede zin, 8h, 12, tweede lid en krachtens artikel 13 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de derde categorie.

2.

Het opzettelijk, mondeling of schriftelijk verstrekken of doen verstrekken van inlichtingen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, die onjuist zijn alsmede het afleggen van een valse verklaring aan Onze Minister, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of een geldboete van de derde categorie.

3.

Het opzettelijk door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding bewegen van een werknemer om geen gebruik te maken van een hem op grond van deze wet toekomend recht wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van de derde categorie.

4.

De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen en de in het tweede en derde lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.

Artikel 15a

Een administratieve boete vervalt, indien degene aan wie de administratieve boete is opgelegd, wegens het feit op grond waarvan boete is verschuldigd, onherroepelijk is veroordeeld, is vrijgesproken of is ontslagen van rechtsvervolging.

Artikel 15b

1.

Met de opsporing van bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde functionarissen, belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister, aangewezen ambtenaren.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vereisten waaraan de op grond van het eerste lid aangewezen functionarissen dienen te voldoen.

Bekendmaking beschikkingen

Artikel 16

Deze wet wordt aangehaald als: Wet ongevallenverzekering BES.

Vaststelling van de uitkering

Vaststelling van de uitkering

Vorderingen en aansprakelijkheid

Administratieve sancties

Bekendmaking beschikkingen

Artikel 1a

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een uitbreiding dan wel een beperking worden gegeven ten aanzien van degene die als werknemer wordt beschouwd:

Vaststelling van het loon per dag

Uitkeringen

Geneeskundige behandeling en verpleging

Vorderingen en aansprakelijkheid

Vorderingen en aansprakelijkheid

Administratieve sancties

Administratieve sancties

Artikel 5a. Indexatie tegemoetkoming begrafeniskosten

1.

Indien uit de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindexcijfers voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba blijkt dat het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het lopende jaar, vergeleken met het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het voorafgaande jaar is gestegen of gedaald, stelt Onze Minister het bedrag vast, dat met ingang van 1 januari van het komende jaar in de plaats treedt van het in artikel 5, negende lid, genoemde bedrag. Onze Minister bepaalt welke consumentenprijsindexcijfers voor de toepassing van de eerste zin worden gebruikt. De consumentenprijsindexcijfers kunnen voor de onderscheiden openbare lichamen en voor belanghebbenden die woonachtig zijn buiten de openbare lichamen, verschillend zijn.

2.

Indien er naar het oordeel van Onze Minister bijzondere omstandigheden zijn, kan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, bij ministeriële regeling met ingang van een bij die regeling aan te geven datum worden gewijzigd.

3.

Het overeenkomstig het eerste lid herziene dan wel overeenkomstig het tweede lid gewijzigde of vastgestelde bedrag treedt in de plaats van het bedrag, genoemd in artikel 5, negende lid.

4.

Indien een wijziging als bedoeld in het tweede lid samenvalt met een herziening als bedoeld in het eerste lid, wordt het bedrag voorafgaande aan de wijziging herzien en geschiedt de herziening bij de in het tweede lid bedoelde ministeriële regeling.

Vaststelling van de uitkering

Premie

Uitvoering, inlichtingen en toezicht

Administratieve sancties

Bezwaar en beroep

Artikel 14b

1.

De bekendmaking van een beschikking geschiedt door toezending of uitreiking aan de belanghebbende.

2.

Indien de bekendmaking van de beschikking niet kan geschieden op de wijze als voorzien in het eerste lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.

3.

De beschikking vermeldt de dagtekening van de beslissing, de gronden waarop deze berust, alsmede waar beroep kan worden ingesteld.

Artikel 14c

1.

De belanghebbende kan tegen een beschikking op grond van deze wet beroep instellen bij het Gerecht, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet administratieve rechtspraak BES.

3.

Bij een bestuurlijke heroverweging van een beschikking op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel h, en tweede lid, is artikel 24, eerste en tweede lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES van overeenkomstige toepassing.

4.

Met betrekking tot een beschikking op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel h, en tweede lid, kan het Gerecht, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet administratieve rechtspraak BES, indien het bestuursorgaan niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 23 van de Wet administratieve rechtspraak BES, daaruit de gevolgtrekking maken die hem geraden voorkomt.

Artikel 14d

Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met dien verstande dat in artikel 3:5, eerste lid, in plaats van «besluiten» wordt gelezen «beschikkingen» en in de artikelen 3:6, tweede lid, 3:8 en 3:9 in plaats van «het besluit» wordt gelezen «de beschikking».

Advisering

Citeertitel

Artikel 12b

1.

Onverminderd voorschriften als gesteld op grond van artikel 7, eerste lid, onderdelen d of e, kunnen bij ministeriële regeling controlevoorschriften worden vastgesteld. Deze voorschriften gaan niet verder dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet.

2.

De werknemer, dan wel diens nagelaten betrekkingen en werkgever, zijn verplicht de voorschriften op te volgen en anderszins aan Onze Minister desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.

3.

De werknemer, dan wel diens nagelaten betrekkingen en werkgever, onthouden zich van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden.

Administratieve sancties

Advisering

Artikel 5b. Indexatie loon per dag waarnaar uitkering is berekend

1.

Het loon per dag waarnaar de uitkering is berekend, wordt voor de werknemer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van wie het dienstverband is geëindigd, herzien met ingang van de dag waarop en in de mate waarin het bedrag, genoemd in artikel 9, eerste lid, van de Wet minimumlonen BES wordt herzien.

2.

Onze Minister maakt in de Staatscourant bekend met ingang van welke dag en met welk percentage een herziening als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt.

3.

Een herziening van de uitkering als gevolg van een herziening van het dagloon vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.

4.

Onze Minister betaalt de herziene uitkering bij de eerstvolgende uitkeringsbetaling nadat de herziening, bedoeld in het eerste lid, heeft plaatsgevonden.

Premie

Strafbepalingen

Citeertitel

Artikel 5c

1.

De werknemer die ongevallengeld ontvangt is verplicht in voldoende mate te trachten mogelijkheden tot het verrichten van zijn normale arbeid bij de eigen werkgever te behouden of te verkrijgen.

2.

Ter naleving van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, is de werknemer in elk geval verplicht:

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op de ondersteuning van werknemers gericht op werkhervatting.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld waarbij bepaalde groepen werknemers worden vrijgesteld van verplichtingen bedoeld in dit artikel.

Artikel 6a

1.

De beschikking tot toekenning van de uitkering vermeldt het bedrag dat wordt verstrekt aan de werkgever, bedoeld in artikel 5, twaalfde lid, tweede zin, en indien de werkgever zijn verplichting, genoemd in artikel 5, twaalfde lid, eerste zin, niet naleeft, aan de werknemer.

2.

Een beschikking op grond van deze wet wordt gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.

3.

Deze redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer Onze Minister binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven, noch een mededeling als bedoeld in het vierde lid is gedaan.

4.

Indien de beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld.

Premie

Artikel 12c

1.

Onze Minister kan de betaling opschorten of schorsen, indien op grond van duidelijke aanwijzingen het oordeel is of het gegronde vermoeden bestaat, dat:

2.

Geen opschorting of schorsing vindt plaats indien het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op een uitkering.

3.

Voordat Onze Minister overgaat tot opschorting of schorsing van de betaling, heeft de werknemer of werkgever de gelegenheid een zienswijze bekend te maken voor zover:

4.

Onze Minister doet schriftelijk mededeling van de opschorting of schorsing.

Artikel 12d

1.

Onze Minister kan een beschikking herzien dan wel intrekken indien:

2.

Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan Onze Minister geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking afzien.

Artikel 12e

1.

Onze Minister is bevoegd een ten onrechte uitbetaalde uitkering terug te vorderen van diegene aan wie de uitkering is betaald, indien:

2.

In afwijking van artikel 203 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES, kan de werkgever het teruggevorderde bedrag niet verhalen op de werknemer, indien de terugvordering in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

Bezwaar en beroep

Strafbepalingen

Overgangsbepalingen

Artikel 15c

1.

Een herziening of intrekking van een beschikking op grond van artikel 12d, vindt uitsluitend plaats indien de herziening of intrekking ziet op een periode op of na de dag van inwerkingtreding van artikel VII, onderdeel Gc.

2.

Een terugvordering van een ten onrechte uitbetaalde uitkering op grond van artikel 12e, vindt uitsluitend plaats indien de terugvordering ziet op een periode op of na de dag van inwerkingtreding van artikel VII, onderdeel Gc.

Citeertitel

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)