Wetboek van Strafrecht BES

Type Wet Bes
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 757
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bedelarij of landlooperij, gepleegd door drie of meer personen boven den leeftijd van zestien jaren, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden.

Artikel 453

Indien tijdens het plegen van een der in de twee vorige artikelen omschreven overtredingen nog geen jaar is verloopen sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens eene van die overtredingen onherroepelijk is geworden, kan de straf worden verdubbeld.

Artikel 454

Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  • 1°. hij die zonder daartoe gerechtigd te zijn een Nederlandschen adellijken titel voert of een Nederlandsch ordeteeken draagt;
  • 2°. hij die zonder ‘s Konings verlof, waar dit vereischt wordt, een vreemd ordeteeken, titel, rang of waardigheid aanneemt;
  • 3°. hij die, door het bevoegd gezag naar zijn naam wordt gevraagd, een valschen naam opgeeft.

Artikel 454a

Hij die in het openbaar kleedingstukken of onderscheidingsteekenen draagt of voert, welke uitdrukking zijn van een bepaald staatkundig streven, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 454b

Hij, die zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt van woorden, uitdrukkingen of kentekenen, die aanduiden of de indruk wekken, dat zij optreden is bevorderd dan wel de steun of de erkenning geniet van rijkswege, vanwege een openbaar lichaam, vanwege Nederland een buitenlandse mogendheid of een volkenrechtelijke organisatie, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 454c

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt van het roode kruis teken of van de woorden «Rode Kruis» of «Kruis van Genève», of van daarmede door de wetten en gebruiken van de oorlog gelijkgestelde tekens of woorden,wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 455

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt, zij het ook met eene geringe afwijking, van een naam of van een onderscheidingsteeken, waarvan het gebruik krachtens wettelijk voorschrift uitsluitend aan eenige vereniging of aan het personeel van eenige vereeniging of aan het personeel van den geneeskundigen dienst des legers is toegekend, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste eene maand of een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 455bis

De bestuurder of commissaris van eene naamloze vennootschap, eene besloten vennootschap of een ander in haar dienst, die in strijd handelt met eenige wettelijk voorschrift betreffende de vermelding van den naam, de plaats van vestiging of het kapitaal der vennootschap, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 455ter

De bestuurder van eene naamloze vennootschap of eene besloten vennootschap, die niet voldoet aan enige hem bij Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES opgelegde verplichting betreffende het register van aandeelhouders, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 455quater

De bestuurder van een naamloze vennootschap,of besloten vennootschap die niet voldoet aan eenige hem bij Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES opgelegde verplichting betreffende het opmaken van de balans en de winst- en verliesrekening met toelichting, de openbaarmaking of nederlegging ter inzage van enig stuk, of de aankondiging van dergelijke nederlegging, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee jaar of geldboete van de derde categorie.

Artikel 455quinquies

[vervallen]

Artikel 456

Hij die, niet toegelaten tot de uitoefening van een beroep, waartoe bij wet eene toelating wordt gevorderd, buiten noodzaak dat beroep uitoefent, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Hij die, toegelaten tot de uitoefening van een beroep waartoe bij wet eene toelating wordt gevorderd, buiten noodzaak in de uitoefening van dat beroep de grenzen zijner bevoegdheid overschrijdt, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Indien tijdens het plegen van een overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van de geldboete, in het geval van het eerste lid hechtenis van ten hoogste twee maanden, in het geval van het tweede lid hechtenis van ten hoogste eene maand worden opgelegd.

Artikel 457

Met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft de goud- of zilversmid, kashouder, horlogemaker, rijwielhandelaar, uitdrager, opkooper of tagrijn:

  • 1°. die geen doorlopend register houdt of in het door hem gehouden niet onverwijld aantekeningen houdt van alle door hem gekochte, ingeruilde, als geschenk aangenomen, of in pand, gebruik of bewaring genomen goederen, of daarin niet onverwijld vermeldt de koopprijs of andere voorwaarden van verkrijging, de namen en woonplaatsen dergenen van wie degenen uit wier handen de goederen zijn verkregen, of die nalaat dat register op eerste aanvrage ter inzage te vertonen aan de gezaghebber of een door hem aangewezen ambtenaar;
  • 2°. die enig bij algemene maatregel van bestuur, gegeven voorschrift omtrent het daarvan te houden register overtreedt.

Artikel 457bis

Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft de goud- of zilversmid, kashouder, horlogemaker, rijwielhandelaar, uitdrager, opkooper of tagrijn:

  • 1°. die eenig voorwerp koopt, inruilt, als geschenk aanneemt of in pand, gebruik of bewaring neemt van of uit handen van een kind dat den leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
  • 2°. die eenig voorwerp koopt, inruilt, als geschenk aanneemt of in pand, gebruik of bewaring neemt van of uit handen van iemand van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij is opgenomen in een strafinrichting, opvoedingsgesticht, weeshuis of psychiatrisch ziekenhuis;
  • 3°. die eenig voorwerp koopt, inruilt, als geschenk aanneemt of in pand, gebruik of bewaring neemt van of uit handen van een hem onbekend persoon, tenzij blijkt dat diens naam en woonplaats juist zijn opgegeven of dat de opgaven betreffende diens naam en woonplaats redelijkerwijs als juist mochten worden aanvaard;
  • 4°. die nalaat behoorlijke voorzorgsmaatregelen te nemen of behoorlijk toezicht te oefenen of te doen oefenen, om te voorkomen dat een voor hem handelende persoon een feit begaat als onder n°. 1–3 omschreven;
  • 5°. voor of door wien eenig voorwerp dat hij hem door of vanwege justitie of politie met duidelijke omschrijving schriftelijk als door misdrijf aan den rechthebbende onttrokken of verloren is aangegeven, wordt verkocht, ingeruild, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik of bewaring genomen;
  • 6°. die aan een hem schriftelijk uitgereikten last van of vanwege de gezaghebber tot het gedurende een daarbij aangegeven tijd, veertien dagen niet te boven gaande, bewaren of in bewaring gegeven van eenig voorwerp dat hij onder zich heeft, of aan eene hem hij dien last gegeven aanwijzing geen gevolg geeft;
  • 7°. die nalaat de van hem bij schriftelijke vordering van of vanwege de gezaghebber gevraagde opgaven betreffende door hem gekochte, ingeruilde, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik, genomen goederen binnen den termijn, bij de vordering gesteld, naar waarheid te verschaffen.

Dezelfde straf wordt opgelegd aan den voor een goud- of zilversmid, kashouder, horlogemaker, rijwielhandelaar, uitdrager, opkooper of tagrijn handelenden persoon, die een feit begaat, als in het voorgaande lid onder n°. 1–3 omschreven.

De schuldige kan worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij de overtreding begaan heeft.

Voor de toepassing van n°. 3 van het eerste lid wordt een persoon als onbekend aangemerkt, indien degene die het voorwerp heeft gekocht, ingeruild, als geschenk heeft aangenomen of in pand, gebruik of bewaring genomen, dien persoon aan de gezaghebber of aan een door dezen aangewezen ambtenaar op eerste aanvrage niet voldoende aanduidt.

Artikel 457ter

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft hij die van opkoopen een beroep of eene gewoonte maakt, zonder daarvan te voren de gezaghebber of een door hem aangewezen ambtenaar schriftelijk in kennis te hebben gesteld.

Artikel 458

Hij die er zijn beroep van maakt aan personen nachtverblijf te verschaffen en geen doorloopend register houdt, of nalaat in dat register aan te teekenen of te doen aanteekenen de namen,beroep of betrekking, woonplaats, dag van aankomst en van vertrek van de personen, die een nacht in zijn huis hebben doorgebracht, of die nalaat dat register op aanvrage te vertoonen, aan de gezaghebber of aan den door dezen aangewezen ambtenaar, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van geldboete, hechtenis van ten hoogste zes dagen wordt opgelegd.

Artikel 459

Met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  • 1°. hij die van een krijgsman beneden den rang van officier goederen behoorende tot de kleeding, uitrusting of wapening koopt, inruilt, als geschenk aanneemt, in pand, gebruik of bewaring neemt, of zoodanige goederen voor een krijgsman beneden den rang van officier verkoopt, ruilt, ten geschenke, in pand, gebruik of bewaring geeft, zonder schriftelijke vergunning door of vanwege den bevelvoerenden officier afgegeven;
  • 2°. hij die, een gewoonte makende van het koopen van zoodanige goederen, de bij algemene maatregel van bestuur, gegeven voorschriften omtrent het daarvan te houden register niet naleeft.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens eene dezer overtredingen onherroepelijk is geworden, kunnen de straffen worden verdubbeld.

Artikel 460

Hij die drukwerken of andere voorwerpen in een vorm die ze op munt- of bankbiljetten, op muntspeciën, op van rijksmerken voorziene platina, gouden of zilveren werken, op postzegels of op reisdocumenten, identiteitsbewijzen als bedoeld in artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES of andere identiteitsbewijzen die afgegeven zijn door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang Nederlandse identiteitskaarten of vervangende Nederlandse identiteitskaarten doet gelijken, vervaardigt, verspreidt of ter verspreiding in voorraad heeft, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 461

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft hij die den inhoud van hetgeen door middel van een onder zijn beheer staand of door hem gebruikt ontvangtoestel voor draadloze telegrafie of telefonie is opgevangen en, naar hij redelijkerwijs moet vermoeden, niet voor hem of voor het publiek bestemd is, hetzij aan een ander mededeelt, indien hij redelijkerwijs moet vermoeden, dat dan openlijke bekendmaking van den inhoud volgen zal en zoodanige bekendmaking volgt, hetzij openlijk bekend maakt.

Artikel 461a

Hij die openlijk of door verspreiding van enig geschrift ongevraagd een voorwerp als verkrijgbaar dan wel als bij hem voorhanden aanwijst en daarbij de aandacht vestigt op de geschiktheid daarvan als technisch hulpmiddel voor het heimelijk afluisteren, aftappen of opnemen van gesprekken, telecommunicatie of andere gegevensoverdracht door een geautomatiseerd werk of als onderdeel van zulk een hulpmiddel, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 462

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden wordt gestraft:

  • 1°. hij die, surseance van betaling verkregen hebbende, eigenmachtig daden verricht, waartoe de medewerking van bewindvoerders bij wet wordt gevorderd;
  • 2°. de bestuurder of commissaris eener vennootschap, vereniging of stichting,welke surseance van betaling verkregen heeft, die eigenmachtig daden verricht,waartoe de medewerking van bewindvoerders bij wet wordt gevorderd.

Titel I. Overtredingen betreffende de algemeene veiligheid van personen en goederen

Artikel 463

Hij die, wettelijk als getuige, als deskundige of als tolk opgeroepen, wederrechtelijk wegblijft, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 464

Hij die, in zaken van minderjarigen of onder curateele te stellen of gestelde personen of van hen die in een psychiatrisch ziekenhuis zijn opgenomen, als bloedverwant, aangehuwde,* echtgenoot, voogd, curator, voor den rechter geroepen om te worden gehoord, noch in persoon noch, waar dit is toegelaten, door tusschenkomst van een gemachtigde verschijnt, zonder geldige reden van verschooning, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 465

Hij die, bij het bestaan van gevaar voor de algemeene veiligheid van personen of goederen of bij ontdekking van een misdrijf op heeter daad, het hulpbetoon weigert dat de openbare macht van hem vordert en waartoe hij, zonder zich aan dadelijk gevaar bloot te stellen, in staat is, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Deze bepaling is, ingeval van gevorderd hulpbetoon bij ontdekking van een misdrijf op heeter daad, niet van toepassing op hem die dat hulpbetoon weigert ten einde gevaar van vervolging te ontgaan of af te wenden van een zijner bloedverwanten of aangehuwden in rechte linie, of in den tweeden of derden graad der zijlinie, of van zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot.

Artikel 465a

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft hij, die:

  • 2°. nadat hem buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een aangehouden verdachte of een inbeslaggenomen voorwerp is overgeleverd, dan wel
  • 3°. nadat hij buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba op last van de officier van justitie een persoon heeft aangehouden, niet onverwijld en op de snelst mogelijke wijze de officier van justitie kennis geeft van de gegevens, bedoeld in artikel 522, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering BES, of nalaat te trachten ten spoedigste aanwijzing van de officier van justitie te verkrijgen als bedoeld in het derde lid van dat artikel.

Artikel 466

Hij die eene bekendmaking, vanwege het bevoegd gezag in het openbaar gedaan, wederrechtelijk afscheurt, onleesbaar maakt of beschadigt, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 466a

Met geldboete van de tweede categorie wordt gestraft:

  • 2°. hij die het brandmerk, de benaming of kentekens op een teboekstaand schip, voorgeschreven in de onder 1° genoemde algemene maatregel van bestuur, verwijdert, verandert dan wel onduidelijk of onzichtbaar maakt op een andere wijze dan volgens de algemene maatregel van bestuur, geoorloofd is;

Artikel 466b

Hij die een reisdocument, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES of een ander identiteitsbewijs dat afgegeven is door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang, dat hij voorhanden heeft, waarvan hij niet de houder is, of dat ingevolge een wettelijke bepaling moet worden ingeleverd, niet terstond wanneer hem dit mondeling door een daartoe bevoegde ambtenaar is bevolen, danwel binnen veertien dagen, nadat hem dit bij aangetekend schrijven in persoon is medegedeeld, inlevert, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.

Artikel 466c

Hij die, anders dan door valsheid in geschrift, aan degene door wie of door wiens tussenkomst enige verstrekking of tegemoetkoming wordt verleend, gegevens verstrekt die naar hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden niet met de waarheid in overeenstemming zijn, wordt, indien deze gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 466d

Hij die, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, nalaat tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, wordt, indien deze gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Titel IV. Overtredingen betreffende den burgerlijken staat

Artikel 467

Hij die niet voldoet aan eene wettelijke verplichting tot aangifte aan den ambtenaar van den burgerlijken stand voor de registers van geboorte of overlijden, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 468

1.

De bedienaar van den godsdienst die, voordat partijen hem hebben doen blijken dat haar huwelijk ten overstaan van den ambtenaar van den burgerlijken stand is voltrokken, eenige godsdienstige plechtigheid daartoe betrekkelijk verricht, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

2.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste twee maanden worden opgelegd.

Titel II. Overtredingen betreffende de openbare orde

Artikel 469

Hij die, getuige van het oogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat dezen die hulp te verleenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zich zelven of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verleenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van den hulpbehoevende volgt, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie.

Titel II. Overtredingen betreffende de openbare orde

Artikel 470

Met hechtenis van ten hoogste zes dagen of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  • 1°. hij die in het openbaar of op eene openbaren weg zichtbare plaats ongekleed of niet voldoende gekleed verschijnt;
  • 2°. hij die in het openbaar voor de eerbaarheid aanstootelijke woorden uit;
  • 3°. hij die op eene van den openbaren weg zichtbare plaats voor de eerbaarheid aanstootelijke woorden of teekeningen stelt.

De terreinen en fabrieken op de plantages en gronden worden als openbare plaatsen beschouwd.

Artikel 471

Met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  • 1°. hij die op of aan plaatsen, voor openbaar verkeer bestemd, eenig geschrift, waarvan de leesbaarheid gestelde titel, omslag of inhoud geschikt is om de zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen, of eenige afbeeldingen of eenig voorwerp, geschikt om zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen, openlijk ten toon stelt, aanbiedt of aanslaat;
  • 2°. hij die op of aan plaatsen, voor openbaar verkeer bestemd, de inhoud van eenig geschrift, geschikt om de zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen, openlijk ten gehore brengt.

Met dezelfde straf wordt gestraft:

  • 1°. hij die eenig geschrift, eenige afbeelding of eenig voorwerp, geschikt om de zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen aan een minderjarige aanbiedt, blijvend of tijdelijk afstaat, in handen geeft of vertoont;
  • 2°. hij die de inhoud van een zoodanig geschrift in tegenwoordigheid van een minderjarige ten gehore brengt.

Artikel 472

[vervallen]

Artikel 473

Vervallen

Artikel 474

Hij die zich in kenlijken staat van dronkenschap op den openbaren weg bevindt, wordt gestraft met geldboete de eerste categorie.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke of de in artikel 442 omschreven overtreding onherroepelijk is geworden, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboete van de eerste categorie.

Bij tweede herhaling binnen een jaar nadat de eerste veroordeeling wegens herhaling onherroepelijk geworden is, wordt hechtenis van ten hoogste twee weken opgelegd.

Bij derde of volgende herhalingen gepleegd telkens binnen een jaar nadat de laatste veroordeeling wegens tweede of volgende herhaling onherroepelijk geworden is, wordt hechtenis opgelegd van ten hoogste drie maanden.

Artikel 475

De verkoper van alcoholhoudende drank of zijn vervanger die in de uitoefening van het beroep aan iemand beneden de achttien jaren alcoholhoudende drank toedient of verkoopt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de tweede catgorie.

Artikel 476

Hij die zonder vergunning van de bevoegde autoriteit, indien vereist, leenhuizen op pand of zekerheid opricht of houdt of zich niet houdt aan de voorwaarden, hem bij of na het geven der vergunning opgelegd, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 477

Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  • 1°. hij die nodeloos een dier pijn of letsel veroorzaakt, nodeloos een dier kwelt of nodeloos de gezondheid van een dier benadeelt;
  • 2°. hij die nodeloos aan een dier, dat geheel of ten dele aan hem toebehoort en onder zijn toezicht staat, of aan een dier, tot welks verzorging hij verplicht is, de nodige verzorging onthoudt.

Tot de in het voorgaande lid strafbaar gestelde feiten wordt gerekend:

  • a. een dier arbeid doen verrichten, welke kennelijk zijn krachten te boven gaat of waartoe het uit hoofde van zijn toestand ongeschikt is;
  • b. een dier vervoeren of doen vervoeren zonder dit het nodige levensonderhoud te verschaffen of te doen verschaffen;
  • c. het castreren van een dier anders dan door een dierenarts of door een persoon, die daartoe bevoegd verklaard is door of vanwege het bestuurscollege van het eilandgebied binnen welke de castratie wordt uitgevoerd;
  • d. rundvee vervoeren, terwijl het is aangebonden met een halstouw of een hoorntouw, anders dan aan de hand;
  • e. bij verlossing van een koe een krachttoestel of dierlijke trekkracht gebruiken;
  • f. een hond als trekkracht gebruiken;
  • g. de oorschelpen van een hond verkleinen;
  • h. de staartwervelkolom van een paard verkorten;
  • i. in de snuit van een varken een ander voorwerp dan een gladde en roestvrije agrave aan te brengen of aangebracht te laten.

Het dier kan, indien het de schuldige toebehoort, worden verbeurdverklaard.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen drie jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een der strafbare feiten, omschreven in dit artikel of in artikel 265, onherroepelijk is geworden, kan hechtenis van ten hoogste drie maanden worden opgelegd.

Artikel 477bis

Met hechtenis van ten hoogste twee weken of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft, hij, die anders dan krachtens vergunning ingevolge artikel 1a van de Wet hazardspelen BES I:

  • 1°. hanengevecht houdt of gelegenheid tot het houden van hanengevecht geeft;
  • 2°. het publiek gelegenheid tot het bijwonen van hanengevecht geeft.

Artikel 478

Hij die gebruik maakt van eene in strijd met de bepaling van artikel 266 opengestelde gelegenheid tot hazardspel, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan in plaats van de geldboete hechtenis van ten hoogste eene maand worden opgelegd.

Artikel 479

Hij die zijn bedrijf maakt van waarzeggen, voorspellen of droomen uitleggen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboete van de eerste categorie.

Titel VII. Overtredingen betreffende de veldpolitie

Artikel 480

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zijn niet-uitvliegend pluimgedierte laat loopen in tuinen of op een eenigen grond die bezaaid, bepoot of beplant is, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 481

Hij die, die zonder daartoe gerechtigd te zijn, vee laat loopen in tuinen, op eenig weiland, op eenigen grond die hetzij bezaaid, bepoot of beplant is, hetzij ter bezaaiing, bepoting of beplanting is gereedgemaakt of waarvan de oogst nog niet is weggehaald, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 482

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, loopt of rijdt op eenigen grond die bezaaid, bepoot of beplant is, of die ter bezaaiing, bepoting of beplanting is gereedgemaakt of op eenig weiland, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 483

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, over eens anders grond waarvan de toegang op eene voor hem blijkbare wijze door den rechthebbende is verboden, loopt, rijdt of vee laat loopen, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Titel VII. Overtredingen betreffende de veldpolitie

Artikel 484

De ambtenaar, bevoegd tot de uitgifte van afschriften of uittreksels van vonnissen, die zoodanig afschrift of uittreksel uitgeeft alvorens het vonnis behoorlijk is onderteekend, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 485

De ambtenaar die zonder verlof van het bevoegd gezag afschrift maakt of uittreksel neemt van geheime overheidsbescheiden of die bekend maakt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 486

Met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft de gewezen ambtenaar die zonder verlof van het bevoegd gezag:

  • 1°. overheidsbescheiden onder zich houdt;
  • 2°. afschriften maakt of uittreksels neemt van geheime overheidsbescheiden of die bekend maakt.

Artikel 487

Het hoofd van een gesticht, bestemd tot opsluiting van veroordeelden, voorloopig aangehoudenen of gegijzelden, of van een opvoedingsgesticht of psychiatrisch ziekenhuis, die iemand in het gesticht opneemt of houdt, zonder zich het bevel van de bevoegde macht of de rechtelijke uitspraak te hebben laten vertoonen, of die nalaat van deze opneming en van het bevel of de uitspraak op grond waarvan zij geschiedt, in zijne registers de vereischte inschrijving te doen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 488

Vervallen

Artikel 489

De ambtenaar van den burgerlijken stand die nalaat vóór de voltrekking van een huwelijk zich de bewijsstukken of verklaringen te laten geven die door enig wettelijk voorschrift worden gevorderd, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 490

De ambtenaar van den burgerlijken stand die in strijd handelt met eenig wettelijk voorschrift of voorschrift omtrent de registers of de akten van den burgerlijken stand of omtrent de formaliteiten voor of bij voltrekking van een huwelijk, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 491

De ambtenaar van den burgerlijken stand die nalaat eene akte in de registers in te schrijven of eene akte op een los blad schrijft, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 491a

Hij die het bepaalde bij artikel 541 van het Wetboek van Strafvordering BES overtreedt wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 492

Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  • 1°. de ambtenaar van den burgerlijken stand die nalaat het bevoegd gezag de opgaven te doen die eenig wettelijk voorschrift van hem vordert;
  • 2°. de ambtenaar die nalaat aan den ambtenaar van den burgerlijken stand de opgaven te doen die eenig wettelijk voorschrift van hem vordert.

Artikel 492a

Onder ambtenaar van de burgerlijke stand wordt ten aanzien van de artikelen 490–492 verstaan een ieder die ingevolge enig wettelijk voorschrift met de bewaring van een register van de burgerlijke stand is belast.

Titel III. Overtreding betreffende het openbaar gezag

Artikel 493

De schipper van een Nederlands vaartuig, die vertrekt alvorens de bij wet vereiste monsterrol is opgemaakt en geteekend, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 494

De schipper van een Nederlands vaartuig die niet alle door of krachtens wettelijke bepalingen gevorderde scheepspapieren, boeken, bescheiden of andere gegevensdragers aan boord heeft, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 495

Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  • 1°. de schipper van een Nederlandsch vaartuig die niet zorgt, dat aan boord van zijn vaartuig de bij wet vereiste dagboeken overeenkomstig de wettelijke voorschriften worden gehouden of die dagboeken niet vertoont wanneer en waar de wet dit vordert.
  • 2°. de schipper van een Nederlands vaartuig die het register van strafbare feiten, bedoeld in artikel 542 van het Wetboek van Strafvordering BES, niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften houdt of niet vertoont wanneer en waar de wettelijke voorschriften dit vorderen.
  • 3°. de eigenaar, de rompbevrachter, boekhouder of schipper van een Nederlandsch vaartuig die weigert aan belanghebbenden op hunne aanvrage inzage of, tegen betaling van de kosten, afschrift te verstrekken van de aan boord van het vaartuig gehouden dagboeken.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens een dezer overtredingen onherroepelijk is geworden, kan in plaats van de geldboete hechtenis van ten hoogste twee maanden worden opgelegd.

Artikel 496

De schipper van een Nederlands vaartuig die niet voldoet aan zijne wettelijke verplichting betreffende de inschrijving en kennisgeving van geboorten of sterfgevallen die gedurende eene zeereis plaats hebben, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 497

De schipper of schepeling die niet in acht neemt de wettelijke voorschriften vastgesteld tot voorkoming van aanvaring of aandrijving, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 497a

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt, zij het ook met een geringe afwijking, van een onderscheidingsteken, waarvan het gebruik krachtens wettelijke regeling uitsluitend aan hospitaalschepen, aan sloepen van zodanige schepen of aan kleine vaartuigen voor de hospitaaldienst bestemd, is toegekend, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 498

De schipper van een Nederlands vaartuig, die niet voldoet aan de verplichtingen, hem opgelegd in het tweede lid van artikel 456 van het Wetboek van Koophandel BES, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 499

Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

Artikel 500

De eigenaar, de rompbevrachter en de schipper van een Nederlands vaartuig, aan boord waarvan personen als schepelingen werkzaam zijn in strijd met het verbod van artikel 506 van het Wetboek van Koophandel BES, worden gestraft met geldboete van de eerste categorie voor iederen persoon, die aldus werkzaam is.

Artikel 501

[vervallen]

Artikel 502

[vervallen]

Titel V. Overtreding betreffende hulpbehoevenden

Artikel 84d

Onder een ander, of een kind bij of kort na de geboorte, van het leven beroven wordt begrepen: het doden van een vrucht die naar redelijkerwijs verwacht mag worden in staat is buiten het moederlichaam in leven te blijven.

Slotbepaling

boek Tweede. Misdrijven

Titel I. Misdrijven tegen de veiligheid van den Staat

Titel II. Misdrijven tegen de Koninklijke waardigheid

Titel III. Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen

Titel IV. Misdrijven betreffende de uitoefening van staatsplichten en staatsrechten

Titel II. Misdrijven tegen de Koninklijke waardigheid

Titel VI. Tweegevecht

Titel VII. Misdrijven waardoor de algemeene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht

Titel VIII. Misdrijven tegen het openbaar gezag

Titel IX. Meineed

Titel X. Valschheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten

Titel XI. Valschheid in zegels en merken

Titel XII. Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken

Titel XIII. Misdrijven tegen den burgerlijken staat

Titel XIV. Misdrijven tegen de zeden

Titel XV. Verlating van hulpbehoevenden

Titel XVI. Beleediging

Titel XVII. Schending van geheimen

Titel XVIII. Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid

Titel XIX. Misdrijven tegen het leven gericht

Titel XVIII. Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid

Artikel 312a

1.

Hij die een vrouw een behandeling geeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor zwangerschap kan worden afgebroken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie.

2.

Indien het feit de dood van de vrouw ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren opgelegd of geldboete van de vierde categorie.

3.

Indien het feit is begaan zonder toestemming van de vrouw, wordt gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren opgelegd of geldboete van de vijfde categorie.

4.

Indien het feit is begaan zonder toestemming van de vrouw en tevens haar dood ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren opgelegd of geldboete van de vijfde categorie.

5.

Het in het eerste lid bedoelde feit is niet strafbaar, indien de behandeling is verricht door:

Titel XIXa. Afbreking van zwangerschap

Titel XXI. Veroorzaken van den dood of van lichamelijk letsel door schuld

Titel XIX. Misdrijven tegen het leven gericht

Titel XXIII. Afpersing en afdreiging

Titel XXIV. Verduistering

Titel XXV. Bedrog

Titel XXVI. Benadeeling van schuldeischers en rechthebbenden

Titel XXV. Bedrog

Titel XXVIII. Ambtsmisdrijven

Titel XXIX. Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven

Titel XXX. Begunstiging

Titel XXXa. Witwassen

Titel XXXb. Financieren van terrorisme

boek Derde. Overtredingen

Titel I. Overtredingen betreffende de algemeene veiligheid van personen en goederen

Titel II. Overtredingen betreffende de openbare orde

Titel I. Overtredingen betreffende de algemeene veiligheid van personen en goederen

Titel V. Overtreding betreffende hulpbehoevenden

Titel IV. Overtredingen betreffende den burgerlijken staat

Titel VII. Overtredingen betreffende de veldpolitie

Titel VII. Overtredingen betreffende de veldpolitie

Titel IX. Scheepvaartovertredingen

Titel VI. Overtredingen betreffende de zeden

Artikel 435e

1.

Als schuldig aan het financieren van terrorisme wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie:

  • a. hij die zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen verzamelt, verwerft, voorhanden heeft of aan een ander verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf;
  • b. hij die zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen verzamelt, verwerft, voorhanden heeft of aan een ander verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een van de misdrijven omschreven in:
  • –. de artikelen 97 tot en met 102, 114, 123, 129, 130, 146, 163, 167, 167a, 167c, 170, 177, 178, 300, 301 en 302, indien het feiten betreft die worden gepleegd door middel van het opzettelijk wederrechtelijk tot ontlading of ontploffing brengen van een springstof of ander voorwerp, of het laten vrijkomen, verspreiden of inwerken van een voorwerp, waardoor levensgevaar, gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of aanzienlijke materiële schade te duchten is.
2.

Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

Titel XXXb. Financieren van terrorisme

boek Derde. Overtredingen

Titel I. Overtredingen betreffende de algemeene veiligheid van personen en goederen

Titel II. Overtredingen betreffende de openbare orde

Titel III. Overtreding betreffende het openbaar gezag

Titel V. Overtreding betreffende hulpbehoevenden

Titel VIII. Ambtsovertredingen

Titel IX. Scheepvaartovertredingen

Slotbepaling

Artikel 236a

1.

Hij die biometrische kenmerken of biometrische persoonsgegevens valselijk opmaakt of vervalst met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of te doen gebruiken in gevallen waarin die kenmerken of persoonsgegevens worden gebruikt voor het vaststellen van iemands identiteit, teneinde zijn identiteit te verhelen of de identiteit van een ander te verhelen of misbruiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2.

Met dezelfde straf wordt gestraft hij die in gevallen waarin biometrische kenmerken of biometrische persoonsgegevens worden gebruikt voor het vaststellen van iemands identiteit, opzettelijk gebruik maakt van valse of vervalste biometrische kenmerken of biometrische persoonsgegevens als waren deze echt en onvervalst met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van een ander te misbruiken of opzettelijk gebruik maakt van biometrische kenmerken of biometrische persoonsgegevens van een ander met het oogmerk om de verdenking van een strafbaar feit op de ander of niet op hem te doen ontstaan.

3.

Artikel 230, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 236b

Hij die opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruikt met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van de ander te verhelen of misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Titel XIII. Misdrijven tegen den burgerlijken staat

Titel XIV. Misdrijven tegen de zeden

Titel XIII. Misdrijven tegen den burgerlijken staat

Titel XVI. Beleediging

Titel XVII. Schending van geheimen

Titel XVIII. Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid

Titel XIX. Misdrijven tegen het leven gericht

Titel XX. Mishandeling

Titel XIX. Misdrijven tegen het leven gericht

Titel XIXa. Afbreking van zwangerschap

Titel XXV. Bedrog

Titel XXIII. Afpersing en afdreiging

Titel XXV. Bedrog

Titel XXVIII. Ambtsmisdrijven

Titel XXIX. Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven

Titel XXX. Begunstiging

boek Derde. Overtredingen

Titel I. Overtredingen betreffende de algemeene veiligheid van personen en goederen

Titel XXX. Begunstiging

Titel III. Overtreding betreffende het openbaar gezag

Titel IV. Overtredingen betreffende den burgerlijken staat

Titel VI. Overtredingen betreffende de zeden

Titel VII. Overtredingen betreffende de veldpolitie

Titel VIII. Ambtsovertredingen

Titel IV. Overtredingen betreffende den burgerlijken staat

Slotbepaling

Artikel 448a

1.

Hij die voorwerpen binnen een gesticht of een afdeling daarvan waarop de Wet beginselen gevangeniswezen BES van toepassing is, brengt of tracht te brengen waarvan het bezit binnen dat gesticht of die afdeling verboden is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

2.

Met dezelfde straf wordt gestraft hij die niet overeenkomstig de daarvoor geldende regels voorwerpen binnen een gesticht of afdeling als bedoeld in het eerste lid brengt of tracht te brengen.

Titel XXX. Begunstiging

Titel III. Overtreding betreffende het openbaar gezag

Titel V. Overtreding betreffende hulpbehoevenden

Titel VI. Overtredingen betreffende de zeden

Titel VIII. Ambtsovertredingen

Titel IV. Overtredingen betreffende den burgerlijken staat

Slotbepaling

Algemene bepalingen

Artikel 79a

Ten aanzien van degene die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van twaalf jaren doch nog niet die van achttien jaren heeft bereikt, zijn de artikelen in de vorige titels van dit boek van toepassing voor zover daarvan niet in deze titel wordt afgeweken.

Artikel 79b

1.

Ten aanzien van degene die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van zestien jaren doch nog niet die van achttien jaren heeft bereikt, kan de rechter de artikelen 79a tot en met 79z buiten toepassing laten en recht doen overeenkomstig de bepalingen in de voorgaande titels vervat, indien hij daartoe grond vindt in de ernst van het begane feit, de persoonlijkheid van de dader alsmede in de omstandigheden waaronder het feit is begaan.

2.

Bij toepassing van het eerste lid kan levenslange gevangenisstraf niet worden opgelegd.

Artikel 79c

Ten aanzien van degene die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de leeftijd van achttien jaren doch nog niet die van eenentwintig jaren heeft bereikt, kan de rechter, indien hij daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan, recht doen overeenkomstig de artikelen 79a tot en met 79z.

Artikel 79d

1.

De verjaringstermijn van het recht tot strafvordering, genoemd in artikel 72, eerste lid, wordt ten aanzien van misdrijven tot de helft van de daar bedoelde duur ingekort.

2.

Het recht tot strafvordering voor misdrijven waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, verjaart in twintig jaren.

Transactie

Artikel 79e

1.

De opsporingsambtenaar die daartoe door de officier van justitie is aangewezen, kan na verkregen toestemming door de officier van justitie aan de verdachte voorstellen dat deze deelneemt aan een project. De deelneming strekt tot voorkoming van toezending van het opgemaakte proces-verbaal aan de officier van justitie. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de strafbare feiten aangewezen die op deze wijze kunnen worden afgedaan.

2.

Bij een voorstel als bedoeld in het eerste lid deelt de opsporingsambtenaar de verdachte mede dat hij niet verplicht is aan het project deel te nemen en licht hem in over de mogelijke gevolgen van niet-deelneming. Het voorstel, de mededeling en de inlichtingen over de mogelijke gevolgen worden daarbij de verdachte tevens schriftelijk ter hand gesteld.

3.

De officier van justitie geeft algemene aanwijzingen omtrent de wijze van afdoening ingevolge het eerste lid. Deze aanwijzingen betreffen in ieder geval:

  • a. de projecten en de categorieën van strafbare feiten die, gelet op de aard van deze projecten, in aanmerking komen voor deze wijze van afdoening;
  • b. de duur van de deelneming, afhankelijk van de aard van het strafbare feit en het project en
  • c. de wijze waarop de toestemming van de officier van justitie kan worden verkregen.
4.

De duur van de deelneming is ten hoogste twintig uren.

5.

De opsporingsambtenaar doet in geval van misdrijf aan de rechtstreeks belanghebbende die hem bekend is, onverwijld mededeling van de datum waarop hij die voorstellen heeft gedaan.

6.

Indien de opsporingsambtenaar, bedoeld in het eerste lid, van oordeel is dat de verdachte naar behoren aan een project heeft deelgenomen, stelt hij de officier van justitie en de verdachte hiervan schriftelijk in kennis. Daarmee vervalt het recht tot strafvordering, behalve indien een bevel wordt gegeven als bedoeld in artikel 25 van het Wetboek van Strafvordering BES. In dat geval houdt de rechter, indien hij een straf oplegt, rekening met de voltooide deelneming.

Artikel 79f

Bij toepassing van artikel 76 kan de officier van justitie tevens als voorwaarde stellen dat de verdachte zich zal richten naar de aanwijzingen van de reclassering voor een daarbij te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden;

Straffen en maatregelen

Artikel 79g

1.

In plaats van de op een feit gestelde straffen worden de straffen en maatregelen opgelegd, in deze Titel voorzien.

2.

Een hoofdstraf kan zowel afzonderlijk als tezamen met een andere hoofdstraf of met bijkomende straffen worden opgelegd.

3.

Een maatregel kan zowel afzonderlijk als tezamen met hoofdstraffen, met bijkomende straffen en met andere maatregelen worden opgelegd.

Artikel 79h

1.

De hoofdstraffen zijn:

  • a. in geval van misdrijf: jeugddetentie of geldboete;
  • b. in geval van overtreding: geldboete.
2.

De bijkomende straffen zijn:

  • a. verbeurdverklaring;
  • b. ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen;
  • c. ontzetting van bepaalde rechten.
3.

De maatregelen zijn:

  • a. plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
  • b. onttrekking aan het verkeer;
  • c. ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel;
  • d. schadevergoeding.

Jeugddetentie

Artikel 79i

1.

De duur van de jeugddetentie is:

  • a. voor degene die ten tijde van het begaan van het misdrijf de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt: ten minste een dag en ten hoogste twaalf maanden, en
  • b. overigens ten hoogste vierentwintig maanden, doch voor strafbare feiten waarop een gevangenisstraf van maximaal dertig jaren dan wel een levenslange gevangenisstraf is gesteld: ten hoogste vier jaren.
2.

De duur van de jeugddetentie wordt in de rechterlijke uitspraak aangewezen in dagen, weken, maanden of jaren.

3.

De artikelen 30 en 31 zijn bij veroordeling tot jeugddetentie van overeenkomstige toepassing.

Artikel 79j

1.

Indien de straf jeugddetentie is opgelegd, draagt Onze Minister van Justitie de tenuitvoerlegging op aan een door Onze Minister van Justitie aangewezen inrichting.

2.

De rechter die de straf heeft opgelegd, kan de jeugdige aan wie een jeugddetentie is opgelegd, ambtshalve voorwaardelijk in vrijheid stellen. In geval van een voorwaardelijke invrijheidstelling wordt een proeftijd bepaald van ten hoogste twee jaren.

3.

Bij toepassing van het tweede lid zijn de artikelen 79p tot en met 79u zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

4.

De jeugdige aan wie een jeugddetentie is opgelegd wordt voorwaardelijk in vrijheid gesteld wanneer hij tweederde gedeelte daarvan heeft ondergaan. In geval van een voorwaardelijke invrijheidstelling wordt een proeftijd bepaald van ten hoogste twee jaren.

Artikel 79k

De straf van jeugddetentie kan door de rechter die de straf heeft opgelegd op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de veroordeelde geheel of gedeeltelijk worden vervangen door een van de straffen genoemd in artikel 9 indien de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf geheel of gedeeltelijk zou moeten plaatsvinden nadat de veroordeelde de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en deze naar het oordeel van de rechter niet meer voor een zodanige straf in aanmerking komt.

Geldboete

Artikel 79l

1.

Het bedrag van de geldboete is ten minste USD 0,50 en ten hoogste USD 280. Artikel 27b is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de rechter bij elke geldboete kan bepalen dat het bedrag in gedeelten kan worden voldaan. De rechter stelt daarbij de hoogte van elk van die gedeelten vast.

2.

De rechter beveelt bij de uitspraak waarbij geldboete wordt opgelegd, dat voor het geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast.

3.

Indien geen of geen volledige betaling van het bedrag van de geldboete heeft plaatsgevonden en geen of geen volledig verhaal mogelijk is, kan de rechter die de straf heeft opgelegd het nog te betalen bedrag op vordering van het openbaar ministerie vervangen door jeugddetentie. De rechter, die de vervangende jeugddetentie heeft bevolen, kan de duur van de eerder opgelegde vervangende jeugddetentie ook wijzigen, tenzij deze reeds is aangevangen.

4.

Indien de veroordeelde de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, legt de rechter vervangende hechtenis op, tenzij naar zijn oordeel de veroordeelde in aanmerking komt voor vervangende jeugddetentie.

5.

De duur van de vervangende jeugddetentie of vervangende hechtenis is ten minste één dag en ten hoogste drie maanden. Voor elke volle USD 28 van de nog te betalen geldboete wordt niet meer dan één dag opgelegd. Door betaling van het nog te betalen bedrag vervalt de vervangende jeugddetentie of de vervangende hechtenis.

Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

Artikel 79m

1.

De maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen kan worden opgelegd, indien

  • a. het een misdrijf betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten;
  • b. de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist, en
  • c. de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.
2.

De maatregel kan ook worden opgelegd indien de verdachte het feit wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens niet volledig kan worden toegerekend.

3.

De rechter legt de maatregel slechts op na een daartoe strekkend, met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van een of meer gedragsdeskundigen die de betrokkene hebben onderzocht. Indien dit advies eerder dan een jaar voor de aanvang van de terechtzitting is gedagtekend kan de rechter hier slechts gebruik van maken met instemming van het openbaar ministerie en de verdachte.

4.

Het derde lid blijft buiten toepassing indien de betrokkene weigert medewerking te verlenen aan het onderzoek dat ten behoeve van het advies moet worden verricht. Voor zover mogelijk maken de gedragsdeskundigen gezamenlijk dan wel ieder van hen afzonderlijk over de reden van weigering rapport op. De rechter doet zich zoveel mogelijk een ander advies of rapport, dat hem over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de oplegging van de maatregel kan voorlichten en aan de totstandkoming waarvan de betrokkene wel bereid is om medewerking te verlenen, overleggen.

5.

Indien de maatregel is opgelegd draagt, draagt Onze Minister van Justitie de tenuitvoerlegging op aan een door Onze Minister van Justitie aangewezen inrichting.

6.

De maatregel geldt voor de tijd van twee jaar. De termijn gaat in nadat de rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden. De maatregel vervalt bij het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak waarbij de betrokkene wederom een dergelijke maatregel wordt opgelegd.

7.

De termijn van de maatregel loopt niet:

  • a. gedurende de tijd dat aan de veroordeelde uit anderen hoofde rechtens zijn vrijheid is ontnomen en gedurende de tijd dat hij uit zodanige vrijheidsbeneming ongeoorloofd afwezig is.
  • b. wanneer de veroordeelde zich langer dan een week ongeoorloofd afwezig is uit de plaats die voor de tenuitvoerlegging van de maatregel is aangewezen.
8.

De rechter, die de maatregel heeft opgelegd, kan de maatregel te allen tijde, na advies te hebben ingewonnen van de reclassering, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk beëindigen. De artikelen 79p tot en met 79u zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 79n

1.

De rechter die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de maatregel is opgelegd, kan op vordering van het openbaar ministerie de termijn, bedoeld in artikel 79m, zesde lid, telkens met ten hoogste twee jaren verlengen. Op de vordering tot verlenging dient voor de afloop van de termijn te worden beschikt, doch in ieder geval drie maanden na afloop van die termijn.

2.

Verlenging van de termijn van de maatregel is slechts mogelijk voor zover de maatregel daardoor de duur van vier jaar niet te boven gaat, tenzij de maatregel is opgelegd aan een verdachte als bedoeld in artikel 79m, tweede lid. In zodanig geval is verlenging mogelijk voor zover de maatregel de duur van zes jaar niet te boven gaat.

3.

De verlenging is slechts mogelijk, indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Artikel 79m, eerste lid, onder b en c, is van overeenkomstige toepassing. De verlenging is niet mogelijk indien gebruik is gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 79o.

4.

Artikel 79m, derde en vierde lid is van overeenkomstige toepassing.

Voorwaardelijke oplegging

Artikel 79o

1.

In geval van veroordeling tot jeugddetentie, vervangende jeugddetentie daaronder niet begrepen, tot geldboete, tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, kan de rechter bepalen dat deze of een gedeelte daarvan, niet zal worden ten uitvoer gelegd.

2.

In geval van veroordeling tot jeugddetentie of in geval van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, met toepassing van het eerste lid, kan de rechter tevens geldboete opleggen.

Artikel 79p

1.

De rechter die bepaalt dat een door hem opgelegde straf of maatregel niet zal worden ten uitvoer gelegd, stelt daarbij een proeftijd vast van ten hoogste twee jaren.

2.

De proeftijd gaat in zodra de uitspraak waarbij een bevel als in artikel 79o, eerste lid bedoeld is gegeven, onherroepelijk is geworden. De bijzondere voorwaarden gelden echter pas indien deze door of vanwege het openbaar ministerie aan de veroordeelde in persoon zijn betekend.

3.

De proeftijd loopt niet gedurende de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

Artikel 79q

1.

Toepassing van artikel 79o geschiedt onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Bovendien kunnen bijzondere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende, worden gesteld. Deze mogen de vrijheid van de veroordeelde zijn godsdienst of levensovertuiging te belijden en de staatkundige vrijheid niet beperken. De rechter kan de werking van de bijzondere voorwaarden beperken tot een bij de uitspraak te bepalen tijdsduur binnen de proeftijd.

2.

Als bijzondere voorwaarde kan worden gesteld dat de veroordeelde zich zal laten opnemen in een inrichting gedurende een door de rechter te bepalen termijn, korter dan de proeftijd.

Artikel 79r

1.

Met het toezicht op de naleving van de voorwaarden is het openbaar ministerie belast.

2.

De rechter kan aan de reclassering of, in bijzondere gevallen en na overleg met de reclassering, aan een particulier persoon, opdragen aan de veroordeelde ter zake van de naleving van de bijzondere voorwaarden hulp en steun te verlenen.

3.

De rechter kan, indien de veroordeelde ingevolge artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES onder toezicht is gesteld, aan de gezinsvoogd opdragen aan de veroordeelde ter zake van de naleving van de bijzondere voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Artikel 79s

1.

De rechter die de voorwaarde heeft gesteld, kan na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van veroordeelde, de proeftijd verkorten of deze eenmaal verlengen. De verlenging geschiedt met ten hoogste één jaar.

2.

Evenzo kan de in het eerste lid bedoelde rechter gedurende de proeftijd of gedurende de tijd dat deze is geschorst, in de gestelde bijzondere voorwaarden of in de termijn waartoe deze voorwaarden in haar werking binnen de proeftijd zijn beperkt, wijziging brengen, deze voorwaarden opheffen, alsnog bijzondere voorwaarden stellen en een opdracht als bedoeld in artikel 79r, tweede en derde lid, geven, wijzigen of opheffen.

3.

De gewijzigde bijzondere voorwaarden gelden zodra deze door of vanwege het openbaar ministerie aan de veroordeelde in persoon zijn betekend.

Artikel 79t

1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 79s kan de rechter, indien enige gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd en hij daartoe termen vindt, na ontvangst van de vordering van het openbaar ministerie:

  • a. gelasten dat de niet ten uitvoer gelegde straf of maatregel, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd;
  • b. al of niet onder instandhouding of wijziging van de voorwaarden gelasten dat een gedeelte van de niet ten uitvoer gelegde straf of maatregel, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd.
2.

Artikel 17f is verder van overeenkomstige toepassing.

3.

Artikel 79k is van overeenkomstige toepassing.

Procedure

Artikel 79u

1.

Indien op grond van enige bepaling in deze titel door de rechter een beslissing wordt genomen geldt het volgende:

  • a. Indien er sprake is van een vordering van het openbaar ministerie dagvaardt het openbaar ministerie de veroordeelde met een met reden omklede vordering. Is door de veroordeelde enig verzoek aan de rechter gericht, dan dagvaardt het openbaar ministerie ten spoedigste nadat het verzoekschrift door de griffier in zijn handen is gesteld met een met redenen omklede conclusie. Indien de rechter ambtshalve voornemens is zijn beslissing te wijzigen dan dagvaardt het openbaar ministerie de veroordeelde ten spoedigste nadat hij daaromtrent vanwege de griffie heeft vernomen.
2.

Indien de veroordeelde op het tijdstip dat de procedure bedoeld in het eerste lid is ingesteld, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, zijn daarenboven de artikelen 488 tot en met 490, 497 en 498 van het Wetboek van Strafvordering BES van overeenkomstige toepassing.

3.

In afwijking van het in het eerste lid van toepassing verklaarde artikel 17k geldt dat hoger beroep in de gevallen van beslissingen op grond van de artikel 79n wel is toegelaten.

Slotbepalingen

Artikel 79v

1.

De kosten van jeugddetentie en van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen komen ten laste van het rijk.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen als bedoeld in artikel 79h en de rechtspositie van jeugdigen.

3.

Tevens kunnen daarbij regels worden gesteld voor de verstrekking van overheidswege van een bijdrage in de bekostiging van de voorbereiding en uitvoering van projecten als bedoeld in artikel 79e.

Artikel 79w

1.

De straffen en maatregelen als bedoeld in deze Titel, zijn voor poging, voorbereiding, deelneming en medeplichtigheid dezelfde als die voor het voltooide misdrijf.

2.

Bij samenloop worden meer feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd, voor de toepassing van straffen en maatregelen als één feit aangemerkt. Artikel 65 is met betrekking tot straffen van toepassing.

Titel IX. Beteekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen

Slotbepaling

boek Tweede. Misdrijven

Titel I. Misdrijven tegen de veiligheid van den Staat

Titel III. Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen

Titel IV. Misdrijven betreffende de uitoefening van staatsplichten en staatsrechten

Titel V. Misdrijven tegen de openbare orde

Titel VI. Tweegevecht

Titel VII. Misdrijven waardoor de algemeene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht

Titel VIII. Misdrijven tegen het openbaar gezag

Titel IX. Meineed

Titel X. Valschheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten

Titel XI. Valschheid in zegels en merken

Titel XII. Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken

Titel XIV. Misdrijven tegen de zeden

Titel XV. Verlating van hulpbehoevenden

Titel XVI. Beleediging

Titel XVII. Schending van geheimen

Titel XIX. Misdrijven tegen het leven gericht

Titel XIXa. Afbreking van zwangerschap

Titel XIXa. Afbreking van zwangerschap

Titel XXI. Veroorzaken van den dood of van lichamelijk letsel door schuld

Titel XXII. Diefstal en strooperij

Titel XXIII. Afpersing en afdreiging

Titel XXIV. Verduistering

Titel XXVI. Benadeeling van schuldeischers en rechthebbenden

Titel XXVII. Vernieling of beschadiging van goederen

Titel XXVIII. Ambtsmisdrijven

Titel XXIX. Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven

Titel XXXa. Witwassen

Titel XXXb. Financieren van terrorisme

Titel XXXb. Financieren van terrorisme

boek Derde. Overtredingen

Titel II. Overtredingen betreffende de openbare orde

Titel III. Overtreding betreffende het openbaar gezag

Titel IV. Overtredingen betreffende den burgerlijken staat

Titel VII. Overtredingen betreffende de veldpolitie

Titel VIII. Ambtsovertredingen

Titel IX. Scheepvaartovertredingen

Slotbepaling

Artikel 286g

1.

Hij die seksuele handelingen verricht met een ander, terwijl hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat die ander zich onder de in artikel 286f, eerste lid, onder 1°, bedoelde omstandigheden beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

2.

De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie indien degene ten aanzien van wie het in het eerste lid omschreven feit wordt gepleegd een persoon is die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

Titel XIXa. Afbreking van zwangerschap

Titel XXI. Veroorzaken van den dood of van lichamelijk letsel door schuld

Titel XXII. Diefstal en strooperij

Titel XXIV. Verduistering

Titel XXV. Bedrog

Titel XXVI. Benadeeling van schuldeischers en rechthebbenden

Titel XXVII. Vernieling of beschadiging van goederen

Titel XXVIII. Ambtsmisdrijven

Titel XXIX. Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven

Titel XXXa. Witwassen

Titel XXXb. Financieren van terrorisme

Titel XXXb. Financieren van terrorisme

boek Derde. Overtredingen

Titel I. Overtredingen betreffende de algemeene veiligheid van personen en goederen

Titel III. Overtreding betreffende het openbaar gezag

Titel V. Overtreding betreffende hulpbehoevenden

Titel V. Overtreding betreffende hulpbehoevenden

Titel VII. Overtredingen betreffende de veldpolitie

Titel VIII. Ambtsovertredingen

Titel IX. Scheepvaartovertredingen

Slotbepaling

Artikel 298b

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)