Wetboek van Strafvordering BES
Indien verhaal is genomen op een periodieke uitkering, die ingevolge enig wettelijk voorschrift niet vatbaar is voor beslag, kan telkens ten hoogste een vijfde gedeelte van de uitkering tot betaling van het uit hoofde van de veroordeling verschuldigde bedrag worden bestemd. Overigens strekt het verhaal zich niet uit tot gelden, waarvan bij wettelijke regeling bepaald is dat zij niet voor inbeslagneming vatbaar zijn.
Iedere belanghebbende kan zich binnen zeven dagen na de betekening van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde kennisgeving bij met redenen omkleed bezwaarschrift verzetten tegen het verhaal. Artikel 630, derde lid, is op dit verzet van toepassing.
Een ieder, behoudens de veroordeelde, is verplicht desgevorderd aan het openbaar ministerie de inlichtingen te verstrekken, die naar het redelijk oordeel van het openbaar ministerie noodzakelijk zijn ten behoeve van de toepassing van het eerste lid van dit artikel. De artikelen 251 en 252 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 632
Indien niet in beslag genomen voorwerpen verbeurd zijn verklaard, dan wel openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de veroordeelde is bevolen, vinden de artikelen 615, tweede, derde en vierde lid, en 628 overeenkomstig toepassing.
Wanneer binnen de daarvoor bepaalde termijn noch uitlevering van de voorwerpen, noch betaling van de geschatte waarde plaatsheeft, dan wel de kosten van openbaarmaking niet worden betaald, vinden de artikelen 629 tot en met 631 overeenkomstig toepassing.
Artikel 633
Verbeurdverklaring van vorderingen wordt ten uitvoer gelegd door betekening van de uitspraak aan de schuldenaar.
Artikel 634
Indien de maatregel bedoeld in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES is opgelegd, vinden de artikelen 615, tweede en derde lid, 628 tot en met 631 overeenkomstig toepassing.
Op de vordering van het openbaar ministerie, of op het schriftelijke verzoek van de veroordeelde of van een benadeelde derde, kan de rechter die de in het eerste lid genoemde maatregel heeft opgelegd, het daarin vastgestelde bedrag en de bevolen vervangende hechtenis verminderen of kwijtschelden. Is het bedrag reeds betaald of verhaald dan kan de rechter bevelen dat het geheel of gedeeltelijk zal worden teruggegeven of aan een door hem aangewezen derde uitgekeerd. Het bevel laat ieders recht op het teruggegeven of uitgekeerde bedrag onverlet.
Wanneer blijkt dat een hoger bedrag is vastgesteld dan de som van het werkelijke voordeel, geeft de rechter een beschikking strekkende tot vermindering of teruggave, ten minste gelijk aan het verschil.
Tot vermindering of kwijtschelding als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden besloten op grond van omstandigheden die zich na de uitspraak hebben voorgedaan, of die ten tijde daarvan niet, of niet volledig, aan de rechter bekend waren.
De rechter beslist, het openbaar ministerie gehoord, na verhoor of behoorlijke oproeping van de veroordeelde en, zo deze het verzoek heeft gedaan, de benadeelde derde.
De vordering en het verzoek, bedoeld in het tweede lid, kunnen niet meer worden gedaan nadat drie jaren zijn verstreken sedert de dag waarop het bedrag, of het laatste gedeelte daarvan, is betaald of verhaald.
De rechter kan ambtshalve bevelen dat de maatregel, hangende zijn beslissing, niet ten uitvoer zal worden gelegd. Het bevel wordt onverwijld ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
De beschikking wordt aan de veroordeelde en, zo zij op verzoek van een derde is gewezen, ook aan deze betekend. Zij is niet aan enig gewoon rechtsmiddel onderworpen.
Artikel 635
Indien het openbaar ministerie overeenkomstig artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht BES voorwaarden stelt ter voorkoming van de strafvervolging, bepaalt het daarbij de termijn waarbinnen aan die voorwaarden moet zijn voldaan, en zo nodig tevens de plaats waar dat moet geschieden. De gestelde termijn kan worden verlengd.
Artikel 635a
Indien de officier van justitie overeenkomstig artikel 503b een schikking met de verdachte of veroordeelde aangaat, bepaalt hij de termijn waarbinnen aan de termen van die schikking moet worden voldaan.Tot dat tijdstip is de termijn waarbinnen ingevolge artikel 503a, eerste lid, een vordering aanhangig moet zijn gemaakt geschorst. Door voldoening aan die termen vervalt het recht tot indiening van de vordering of is, indien die vordering reeds is ingediend, de zaak van rechtswege geëindigd.
Wanneer na voldoening aan die termen, bedoeld in het eerste lid, blijkt van omstandigheden die de toepasselijkheid van de maatregel bedoeld in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES zouden hebben uitgesloten, kan de gewezen verdachte of veroordeelde de officier van justitie verzoeken om teruggave van betaalde geldbedragen of overgedragen voorwerpen.
Binnen veertien dagen nadat de gewezen verdachte of veroordeelde kennis heeft gekregen van de beslissing op een overeenkomstig het tweede lid gedaan verzoek, kan hij schriftelijk beklag doen bij het gerecht waarbij de officier van justitie is geplaatst.
Het beklag kan ook worden gedaan wanneer dertig dagen zijn verstreken sedert de indiening van het verzoek en inmiddels daarop niet is beslist.
Acht het gerecht het beklag gegrond, dan beveelt het de teruggave van betaalde geldbedragen of overgedragen voorwerpen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
Afdeling Vierde. Rechtsgeding tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen
Artikel 636
Indien iemand die tot het ondergaan van straf is aangehouden, blijft ontkennen de veroordeelde te zijn, of indien daaromtrent niettegenstaande erkentenis twijfel blijft bestaan, beslist de rechter die in eerste aanleg van het strafbare feit heeft kennisgenomen, of hij al dan niet de veroordeelde is.
Artikel 637
Tot het onderzoek wordt, op de vordering van het openbaar ministerie, in een door de rechter te bepalen terechtzitting met de meeste spoed overgegaan.
Het openbaar ministerie doet de aangehoudene, de getuigen die van zijnentwege zullen worden verhoord en die waarop de aangehoudene zich beroept, dagvaarden. Het tweede lid van artikel 287 vindt met betrekking tot al deze getuigen overeenkomstig toepassing.
Indien het openbaar ministerie weigert een getuige te dagvaarden, kan de rechter op het verzoek van de aangehoudene, de dagvaarding bevelen. Het tweede tot en met vijfde lid van artikel 289 vinden in het laatste geval overeenkomstig toepassing.
Indien de zaak bij de rechter in eerste aanleg is aangebracht, wordt de aangehoudene door de rechter een raadsman toegevoegd. Ten aanzien van de raadsman gelden de bepalingen van de Tweede Titel van het Tweede Boek.
Artikel 638
Het onderzoek en de beslissing geschieden overeenkomstig de bepalingen van de Vierde Titel van het Vijfde Boek. Artikel 424 vindt overeenkomstig toepassing.
Artikel 639
Indien de rechter de identiteit niet aanneemt, gelast hij de invrijheidstelling. In het andere geval wordt de tenuitvoerlegging geacht te zijn aangevangen op het ogenblik van de vrijheidsontneming.
Artikel 640
De vonnissen houdende beslissingen omtrent de identiteit, zijn vatbaar voor zodanig beroep als tegen de vonnissen waarbij over het strafbare feit uitspraak werd gedaan, openstond.
Het beroep wordt naar de gewone regelen ingesteld en behandeld. Het onderzoek en de beslissing geschieden overeenkomstig de Vierde Titel van het Vijfde Boek.
Artikel 641
Ten aanzien van personen die tot het ondergaan van enige maatregel zijn aangehouden, vindt deze afdeling overeenkomstig toepassing, met dien verstande, dat, indien de identiteit wordt aangenomen, tot toepassing van de maatregel wordt overgegaan.
Afdeling Vijfde. Wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen
Artikel 642
De kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen, als in dit wetboek en het Wetboek van Strafrecht BES voorzien, geschiedt, tenzij bij wettelijke regeling anders is bepaald of toegelaten, door toezending van een gewone of aangetekende brief over de post.
Artikel 643
Betekening van gerechtelijke mededelingen vindt alleen plaats in de gevallen bij wettelijke regeling bepaald.
Dagvaardingen en aanzeggingen die aan het openbaar ministerie zijn opgedragen, worden steeds betekend.
In alle gevallen waarin een gerechtelijke mededeling moet worden betekend, geschiedt de betekening door uitreiking van een gerechtelijk schrijven.
De uitreiking van het gerechtelijk schrijven, als bedoeld in het derde lid, wordt door het openbaar ministerie opgedragen aan een deurwaarder of ambtenaar van politie.
Ingeval de met de betekening belaste ambtenaar noch de verdachte, noch een van diens huisgenoten aan zijn woon- of verblijfplaats aantreft, zal hij een afschrift van het gerechtelijk schrijven terstond terhandstellen aan de officier van justitie bij het gerecht in eerste aanleg waar de rechter waarvoor gedagvaard wordt, zitting houdt. De officier van justitie zal het oorspronkelijk schrijven voor gezien tekenen en het afschrift zo mogelijk aan de verdachte doen toekomen, zonder dat van ontvangst door deze in rechte zal behoeven te blijken.
Indien de verdachte geen bekende woon- of verblijfplaats in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft, geschiedt de betekening van het gerechtelijk schrijven door middel van aanplakking van het afschrift aan het gebouw, waar de rechter waarvoor gedagvaard wordt, zitting houdt.
Bij bekende verblijfplaats van de verdachte in het buitenland wordt het gerechtelijk schrijven door tussenkomst van de procureur-generaal aan zijn ambtgenoot in het andere land ter betekening verzonden.
Artikel 644
De uitreiking geschiedt:
- a. aan hen die in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de strafzaak waarop het uit te reiken stuk betrekking heeft, rechtens hun vrijheid is ontnomen: in persoon;
- b. aan alle anderen: in persoon of, indien betekening in persoon niet is vereist en het stuk wordt aangeboden in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aan hun woon- of verblijfplaats en zij daar niet worden aangetroffen, aan degene die zich in het huis bevindt en die zich bereid verklaart om het stuk onverwijld aan hem voor wie het bestemd is te doen toekomen. Onder woon- of verblijfplaats wordt mede begrepen het adres waarop de persoon voor wie het schrijven bestemd is op de dag van aanbieding stond ingeschreven in het bevolkingsregister.
Artikel 645
In het belang van een goede uitvoering van de artikelen 642, 643 en 644 kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere voorschriften worden gegeven.
Artikel 646
Van iedere uitreiking, als bedoeld in artikel 643, wordt een akte opgemaakt, waarin zijn vermeld:
- a. de autoriteit van welke het gerechtelijk schrijven uitgaat;
- b. het nummer van het schrijven;
- c. de persoon voor wie het schrijven bestemd is;
- d. de persoon aan wie het is uitgereikt;
- e. de ambtenaar die het heeft uitgereikt;
- f. de plaats van uitreiking;
- g. de dag en het uur van uitreiking;
De akte wordt door hen die met de uitreiking zijn belast, ieder voor zover het zijn bevindingen en handelingen betreft, ter plaatse van die bevindingen en handelingen in persoon opgemaakt op de eed afgelegd bij de aanvaarding van hun bediening en terstond ondertekend.
Het model van de akte wordt vastgesteld door het openbaar ministerie. Dit kan nadere voorschriften geven in het belang van een goede uitvoering van dit artikel.
Artikel 647
De betekening is nietig, indien de uitreiking niet heeft plaatsgehad overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 643, 644 en 646.
De nietigheid wordt gedekt door vrijwillige verschijning ter zitting van degene voor wie het schrijven bestemd was.
Titel II. Kosten
Artikel 648
Aan de gewezen verdachte of zijn erfgenamen wordt uit 's Rijks kas een vergoeding toegekend voor de kosten, die ingevolge het bij en krachtens het Besluit tarief justitiekosten strafzaken bepaalde ten laste van de gewezen verdachte zijn gekomen, voor zover de aanwending van die kosten het belang van het onderzoek heeft gediend of door de intrekking van dagvaardingen of rechtsmiddelen door het openbaar ministerie nutteloos is geworden.
Het bedrag van de vergoeding wordt op verzoek van de gewezen verdachte of zijn erfgenamen vastgesteld. Het verzoek moet worden ingediend binnen drie maanden na het eindigen van de zaak bij de president van het Hof van Justitie. Deze kan een van de rechters die over de zaak hebben gezeten, tot de vaststelling van de vergoeding aanwijzen. De rechter geeft voor het bedrag van de vergoeding een bevelschrift van tenuitvoerlegging af.
Degenen, die het verzoek hebben ingediend, kunnen worden gehoord. Indien zij dit verlangen, worden zij gehoord, althans daartoe behoorlijk opgeroepen.
Uitbetaling geschiedt door of vanwege Onze Minister van Financiën.
Een en ander vindt overeenkomstige toepassing op rechtsgedingen tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen en op de behandeling van klaagschriften, als bedoeld in de artikelen 150 tot en met 151.
Artikel 649
Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel, maar niet indien de gewezen verdachte is schuldig verklaard zonder oplegging van enige straf of maatregel, wordt aan de gewezen verdachte of zijn erfgenamen uit 's Rijks kas een vergoeding toegekend voor zijn ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, berekend op de voet van het bij en krachtens Besluit tarief justitiekosten strafzaken bepaalde.
Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel, maar niet indien de gewezen verdachte is schuldig verklaard zonder oplegging van enige straf of maatregel, kan aan de gewezen verdachte of zijn erfgenamen uit 's Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor de schade, die hij ten gevolge van hem niet toe te rekenen tijdverzuim door het voorbereidend vooronderzoek en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede in de kosten van een raadsman. Een vergoeding voor de kosten van een raadsman gedurende de verzekering en de voorlopige hechtenis is hierin begrepen. Een vergoeding voor deze kosten kan voorts worden toegekend in het geval dat de zaak eindigt met oplegging van straf of maatregel op grond van een feit, waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing voor ouders van een minderjarige verdachte, die zijn opgeroepen ingevolge artikel 489, eerste lid.
De artikelen 178, vijfde lid, en 648 tweede tot en met vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Indien de gewezen verdachte na het indienen van zijn verzoek overleden is, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen.
Artikel 650
De kosten van uitlevering of overbrenging van voorwerpen ingevolge een bevel van de rechter-commissaris of van de officier van justitie worden door de rechter-commissaris dan wel de officier van justitie begroot en aan de betrokken persoon uit ’s Rijks kas vergoed.
De rechter-commissaris of de officier van justitie geeft daarvoor een bevelschrift van tenuitvoerlegging af.
Artikel 648, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 651
Deze wet wordt aangehaald als: Wetboek van Strafvordering BES.
Artikel 652
Degenen die op het moment van inwerkingtreding van deze wet bevoegd zijn tot de opsporing van strafbare feiten, behouden deze bevoegdheid voor de duur van maximaal vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet.
Artikel 5a
Waar in dit wetboek de bevoegdheid wordt gegeven tot het horen, verhoren of ondervragen van personen, wordt daaronder, met uitzondering van bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, mede begrepen horen, verhoren of ondervragen per videoconferentie, waarbij een directe beeld- of geluidsverbinding tot stand komt tussen de betrokken personen.
De voorzitter van het college, de rechter, de rechter-commissaris of de ambtenaar die met de leiding over het horen, verhoren of ondervragen is belast, beslist of van videoconferentie gebruik gemaakt wordt, waarbij het belang van het onderzoek in aanmerking wordt genomen. Alvorens te beslissen wordt de te horen persoon of diens raadsman en in voorkomende gevallen de officier van justitie, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken over de toepassing van videoconferentie. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hierover nadere regels worden gesteld.
Tegen de beslissing om van videoconferentie gebruik te maken staat geen afzonderlijk rechtsmiddel open.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:
- a. de eisen waaraan de techniek van videoconferentie dient te voldoen, onder meer met het oog op de onschendbaarheid van vastgelegde waarneming;
- b. de controle op de naleving van de eisen, bedoeld onder a.
Titel II. Legaliteitsbeginsel
Titel III. Het openbaar ministerie en de bevoegdheid van de rechter
Titel IV. Rechterlijk bevel tot vervolging of verdere vervolging van strafbare feiten
Titel V. Schorsing van de vervolging
Titel VI. Behandeling door de raadkamer
Titel VII. Rechterlijke voorzieningen bij dringende noodzaak
Titel VIII. Algemeen voorschrift met betrekking tot rechterlijke beslissingen
Titel IX. Geheimhouding
Titel X. Beëdiging
Boek Tweede. De verdachte en zijn raadsman
Titel I. De verdachte
Afdeling Eerste. Begripsomschrijving
Afdeling Tweede. Rechtskundige bijstand
Afdeling Derde. Zwijgrecht
Afdeling Vierde. Processtukken
Artikel 50a
De verdachte kan de officier van justitie dan wel, indien een gerechtelijk vooronderzoek is geopend, de rechter-commissaris schriftelijk en gemotiveerd verzoeken de door hem aangeduide processen-verbaal of andere voorwerpen bij de processtukken te voegen. Op een dergelijk verzoek wordt zo spoedig mogelijk beslist.
Afwijzing van een verzoek als bedoeld in het eerste lid geschiedt schriftelijk en onder opgave van redenen. Van deze beslissing kan de verdachte binnen drie dagen in beroep komen bij de rechter-commissaris dan wel, indien de afwijzing door de rechter-commissaris is geschied, bij het Hof van Justitie.
Afdeling Vijfde. Behandeling binnen een redelijke termijn
Titel II. De raadsman
Afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Afdeling Tweede. Keuze van de raadsman
Afdeling Derde. Toevoeging van een raadsman
Par. 1. Algemene bepalingen
Par. 2. Vervanging van de toegevoegde raadsman
Par. 5. Beloning en vergoeding van kosten
Afdeling Vierde. Bevoegdheden van de raadsman betreffende het verkeer met de verdachte en de kennisneming van processtukken
Boek Derde. Enige bijzondere dwangmiddelen
Titel II. Staandehouding en aanhouding
Titel III. Betreden van plaatsen ter aanhouding
Titel IV. Onderzoek aan lichaam en kleding
Titel V. Ophouding voor verhoor
Titel VII. Inverzekeringstelling
Titel VIII. Voorlopige hechtenis
Afdeling Eerste. Bewaring
Afdeling Tweede. Gevangenhouding en gevangenneming
Afdeling Vijfde. Tenuitvoerlegging en opheffing van bevelen tot voorlopige hechtenis
Afdeling Zevende. Voorlopige hechtenis bij einduitspraken
Afdeling Tiende. Schorsing en opschorting van de voorlopige hechtenis
Artikel 114a
Indien de opheffing geschiedt wegens het niet nakomen van voorwaarden, kan bij de beslissing tot opheffing de zekerheid vervallen worden verklaard aan de Staat.
De beslissing geldt als een onherroepelijke uitspraak van de burgerlijke rechter en wordt als zodanig ten uitvoer gelegd.
Indien de verdachte zich na de opheffing van de schorsing aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis onttrekt, wordt, indien dit nog niet is gebeurd, de zekerheid vervallen verklaard aan de Staat. De zekerheid wordt eveneens, ook zonder dat de opheffing van de schorsing is bevolen, vervallen verklaard aan de Staat, indien de verdachte de voorwaarde bedoeld in artikel 111, tweede lid, onderdeel b, niet nakomt. De beslissing wordt ambtshalve of op vordering van het openbaar ministerie gegeven. Het tweede lid is van toepassing.
Titel IX. Inbeslagneming
Afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Afdeling Tweede. Inbeslagneming door opsporingsambtenaren of bijzondere personen
Tweede afdeling A. De inbeslagneming op grond van artikel 119a
Afdeling Derde. Inbeslagneming door de rechter-commissaris
Afdeling Vierde. Bewaring van inbeslaggenomen voorwerpen
Afdeling Vijfde. Teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen
Afdeling Zesde
Afdeling Zevende. Beklag over inbeslagneming
Titel X. Binnentreden in woningen
Titel XI. Betreden van enkele bijzondere plaatsen
Titel XII. Handhaving van de orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen
Titel XIV
Titel XV. Opneming ter observatie
Titel XVI. Strafrechtelijk financieel onderzoek
Titel XVII. Bijzondere bevoegdheden tot opsporing
Algemene bepalingen
Artikel 177ka
De officier van justitie doet aan de betrokkene schriftelijk mededeling van de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in de titels XVIII en XIX, zodra het belang van het onderzoek dat toelaat. De mededeling blijft achterwege, indien uitreiking van de mededeling redelijkerwijs niet mogelijk is.
Als betrokkenen in de zin van het eerste lid worden aangemerkt:
- a. de persoon ten aanzien van wie een van de bevoegdheden van Titel XVIII of XIX is uitgeoefend;
- b. de gebruiker van een communicatiedienst als bedoeld in artikel 177r, eerste lid;
- c. de rechthebbenden, bedoeld in de artikelen 177l, tweede lid, 177p, eerste lid en 177q, tweede lid.
Indien de betrokkene de verdachte is, kan mededeling achterwege blijven, indien hij op grond van de processtukken met de bevoegdheidstoepassing op de hoogte kan komen.
Artikel 177kb
Zolang de zaak niet is geëindigd, bewaart de officier van justitie de processen-verbaal en andere voorwerpen, waaraan gegevens kunnen worden ontleend die zijn verkregen door toepassing van een bevoegdheid als bedoeld in titels XVIII en XIX, voor zover die niet bij de processtukken zijn gevoegd, en houdt deze ter beschikking van het onderzoek.
Zodra twee maanden verstreken zijn nadat de zaak geëindigd is en de laatste mededeling, bedoeld in artikel 177ka, is gedaan, doet de officier van justitie de processen-verbaal en andere voorwerpen, bedoeld in het eerste lid, vernietigen. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.
Met een zaak die geëindigd is, wordt bij de toepassing van het tweede lid gelijkgesteld een voorbereidend onderzoek dat naar redelijke verwachting niet tot een zaak zal leiden.
Artikel 177kc
De officier van justitie kan schriftelijk bepalen dat gegevens die zijn verkregen door toepassing van een bevoegdheid als bedoeld in titel XVIII en XIX, kunnen worden gebruikt voor een ander strafrechtelijk onderzoek dan waartoe de bevoegdheid is uitgeoefend.
Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, behoeven de gegevens, in afwijking van artikel 177kb, tweede lid, niet te worden vernietigd, totdat het andere onderzoek is geëindigd.
Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid worden alle stukken, die betrekking hebben op de uitoefening van de betreffende bevoegdheid bij de processtukken van de nieuwe zaak gevoegd.
Artikel 177kd
Bij algemene maatregel van bestuur, kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de wijze waarop de processen-verbaal en andere voorwerpen, die zijn verkregen door toepassing van een bevoegdheid als bedoeld in titel XVIII en XIX, worden bewaard en vernietigd en omtrent de wijze waarop de mededeling, bedoeld in artikel 177ka, wordt gedaan.
Artikel 177ke
Degene tot wie een vordering als bedoeld in de artikelen 177r, derde lid, 177s en 177t of een bevel als bedoeld in artikel 177v is gericht neemt in belang van het onderzoek geheimhouding in acht omtrent al hetgeen hem terzake van de vordering bekend is.
Titel XVIII. Bijzondere bevoegdheden
Afdeling Derde. Pseudo-koop of -dienstverlening
Afdeling Vierde. Stelselmatig inwinnen van informatie
Afdeling Zesde. Opnemen en onderzoek communicatie
Afdeling Zevende. Vorderen van gegevens
Afdeling Achtste. Steunbevoegdheden
Titel XIX. Bijstand aan opsporing door burgers
Afdeling Eerste. Burgerpseudokoop of -dienstverlening en inwinning van informatie
Afdeling Tweede. Burgerinfiltratie
Titel XX. Doorlaten
Titel XXI. Verkennend onderzoek
Titel XXII. Schadevergoeding wegens toepassing van dwangmiddelen
Boek Vierde. Opsporingsonderzoek, gerechtelijk vooronderzoeken daarna te nemen beslissingen
Titel I. Het opsporingsonderzoek
Afdeling Eerste. De ambtenaren
Afdeling Tweede. Aangiften en klachten
Afdeling Derde. Opgave als benadeelde partij
Afdeling Vierde. Beslissing omtrent al dan niet vervolgen
Titel II. De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken
Afdeling Eerste. Benoeming en ontslag
Afdeling Tweede. Verrichtingen van de rechter-commissaris in het algemeen
Titel III. Gang van het gerechtelijk vooronderzoek
Afdeling Eerste. De vordering van de officier van justitie
Afdeling Tweede. Instellen van het gerechtelijk vooronderzoek
Afdeling Vierde. Het verhoor van de getuige
Afdeling Vijfde. Bedreigde getuigen
Afdeling Zesde. Deskundigen
Afdeling Zevende. Sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek
Titel IV. Beslissing omtrent al dan niet verdere vervolging
Boek Vijfde. De terechtzitting
Titel I. Het aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting in eerste aanleg
Titel II. Bezwaarschrift tegen de dagvaarding
Titel III. Het aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting in hoger beroep
Titel IV. Behandeling ter terechtzitting
Afdeling Eerste. Algemene bepaling
Afdeling Tweede. Onderzoek van de zaak op de terechtzitting
Afdeling Vijfde. Beraadslaging en uitspraak
Afdeling Zesde. Zaken ad informandum
Afdeling Zevende. Gevolgen van normschendingen
Titel V. Berechting van overtredingen in eerste aanleg
Boek Zesde. Rechtsmiddelen
A. Gewone Rechtsmiddelen
Titel I. Verzet tegen einduitspraken
Titel III. Hoger beroep van beschikkingen
Bezwaarschriften
Titel IV. Aanwenden van gewone rechtsmiddelen
Titel V. Intrekking en afstand van gewone rechtsmiddelen
B. Buitengewoon rechtsmiddel
Titel VI. Herziening van vonnissen
Boek Zevende. Enige rechtsplegingen van bijzondere aard
Titel I. Strafvordering ter zake van ambtsmisdrijven
Titel II. Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen
Afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen, die op het tijdstip waarop de vervolging tegen hen is aangevangen, de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt
Titel III. Berechting van verdachten, bij wie tijdens het begaan van het feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van de geestvermogens bestond
Titel IV. Verschoning en wraking van rechters
Titel V. Vervolging en berechting van rechtspersonen en andere samenwerkingsverbanden
Titel VI. Strafvordering buiten het rechtsgebied van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afdeling Eerste. Algemeen
Afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen
Afdeling Derde. Verplichting van de schipper
Titel VII. Rechterlijke bevelen tot handhaving van de openbare orde
Titel VIII. Internationale rechtshulp
Afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Artikel 563a
De rechter-commissaris kan, op vordering van de officier van justitie uitvoering geven aan een verzoek tot verhoor per videoconferentie door bevoegde buitenlandse autoriteiten, onder zijn leiding, van een getuige of deskundige. Indien een toepasselijk verdrag daarin voorziet kan tevens uitvoering worden gegeven aan een verzoek om, in het kader van de opsporing en vervolging van strafbare feiten, een verdachte per videoconferentie te verhoren.
Tenzij een toepasselijk verdrag anders bepaalt, zijn de bepalingen in dit wetboek inzake een verzoek tot verhoor van een verdachte, getuige of deskundige door de rechter-commissaris van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van het verzoek tot verhoor per videoconferentie.
Afdeling Tweede. Feiten begaan aan boord van luchtvaartuigen
Titel IX. Overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen
Afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Afdeling Tweede
A. Voorlopige maatregelen tot vrijheidsontneming
B. Inbeslagneming
Afdeling Derde. Procedure
Par. 1. Behandeling van buitenlandse verzoeken tot tenuitvoerlegging
Par. 2. Behandeling van verzoeken van Bonaire, Sint Eustatius en Saba tot tenuitvoerlegging in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba van in een vreemde staat opgelegde sancties
Par. 3. Gerechtelijke procedure
Geldboeten
Onmiddellijke tenuitvoerlegging
Afdeling Vierde. Overdracht van de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Par. 1. Van Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitgaande verzoeken
Par. 2. Tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba gerichte verzoeken
Par. 3. Overbrenging
Afdeling Vijfde. Slotbepalingen
Boek Achtste. Tenuitvoerlegging en kosten
Titel I. Tenuitvoerlegging
Afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Afdeling Tweede. Uitvoerbaarheid van beslissingen
Afdeling Derde. Tenuitvoerlegging van bevelen tot vrijheidsontneming en veroordelende vonnissen
Afdeling Vierde. Rechtsgeding tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen
Afdeling Vijfde. Wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen
Titel II. Kosten
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)