Burgerlijk Wetboek BES Boek 8
De vervoerder bij een vervoerovereenkomst onder cognossement als bedoeld in artikel 377 is in ieder geval van alle aansprakelijkheid, welke dan ook, met betrekking tot de vervoerde zaken ontheven, tenzij een rechtsvordering wordt ingesteld binnen één jaar, welke termijn begint met de aanvang van de dag volgende op de dag van aflevering of de dag waarop de zaken hadden moeten zijn afgeleverd.
In afwijking van het eerste lid kunnen rechtsvorderingen tot verhaal op een derde zelfs na afloop van de in dat lid bedoelde termijn worden ingesteld gedurende een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag waarop degene die een zodanige rechtsvordering tot verhaal instelt ten aanzien van het van hemzelf gevorderde de zaak heeft geregeld of waarop hij te dien aanzien in rechte is aangesproken.
De in het eerste lid bedoelde termijn kan worden verlengd bij overeenkomst tussen partijen, gesloten nadat de gebeurtenis die de rechtsvordering heeft doen ontstaan, heeft plaatsgehad.
Artikel 1713
Behoudens artikel 1716 en in afwijking van artikel 1717 begint in geval van een door een afzender tegen een vervoerder ingestelde rechtsvordering ter zake van niet terbeschikkingstelling van het vervoermiddel of niet aanwezig zijn daarvan, de in artikel 1711 genoemde termijn met de aanvang van de dag, volgende op de dag dat het vervoermiddel ter beschikking gesteld had moeten zijn.
Artikel 1714
In afwijking van artikel 1717 en behoudens artikel 1719 begint de in artikel 1711 genoemde termijn met de aanvang van de dag, volgende op de dag van aflevering, indien het een rechtsvordering betreft ter zake van:
- a. het ten vervoer ter beschikking stellen of ontvangen van bepaalde zaken, verschaffen van opgaven, inlichtingen of documenten betreffende deze zaken, betrachten van zorg ten aanzien van deze documenten, adresseren van bepaalde zaken of aanbrengen van gegevens op die zaken of op hun verpakking;
- b. het laden, behandelen, stuwen, herstuwen, vervoeren, lossen, opslaan, vernietigen of onschadelijk maken van bepaalde zaken dan wel berokkenen van schade door die zaken of door in- of uitladen daarvan;
- c. het afleveren van bepaalde zaken, verschaffen van middelen tot onderzoek en natellen daarvan, betalen van vracht daarover of van onkosten of extra-vergoedingen in verband met deze zaken, vergoeden van de in artikel 488 bedoelde schade, en innen en afdragen van remboursgelden;
- d. het invullen, aanvullen, dateren, ondertekenen of afgeven van een cognossement, vrachtbrief, ontvangstbewijs of een soortgelijk document.
Artikel 1715
In afwijking van artikel 1717 en behoudens artikel 1719 is op een rechtsvordering door de vervoerder of de afzender ingesteld met betrekking tot materiaal, dat van de zijde van de afzender ter beschikking moet worden gesteld of is gesteld, artikel 1714 van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat in geval de vervoerder volgens de overeenkomst niet tot teruggave van het materiaal verplicht is onder de dag van aflevering daarvan mede wordt verstaan de dag, waarop dit materiaal te zijner beschikking werd gesteld.
Artikel 1716
In afwijking van de artikelen 1713 en 1717 begint de in artikel 1711 genoemde termijn in geval van een rechtsvordering ter zake van schade geleden door opzegging of door voortijdige beëindiging van de vervoerovereenkomst zonder opzegging, met de aanvang van de dag volgende op de dag dat de overeenkomst eindigt.
Artikel 1717
Behoudens de artikelen 1713 tot en met 1716, 1718, 1719 en 1822 begint in geval van een rechtsvordering gegrond op een tijdbevrachting, de in artikel 1711 genoemde termijn met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de uitvoering van de overeenkomst is geëindigd; in geval van een rechtsvordering gegrond op een reisbevrachting begint deze termijn met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de reis, naar aanleiding waarvan de vordering is ontstaan, is geëindigd.
Artikel 1718
In afwijking van artikel 1717 begint de in artikel 1711 genoemde termijn in geval van een rechtsvordering tot schadevergoeding, verschuldigd doordat aan een verplichting tot verwittigen of op de hoogte stellen niet werd voldaan, met de aanvang van de dag volgende op de dag waarop deze verplichting ontstond.
Artikel 1719
In afwijking van de artikelen 1714, 1715 en 1717 begint in geval van een door een vervoerder ingestelde rechtsvordering tot vergoeding van schade geleden door verlies of beschadiging van een vervoermiddel de in artikel 1711 genoemde termijn met de aanvang van de dag, volgende op die waarop het verlies of de beschadiging plaatsvond.
Artikel 1720
Behoudens artikel 1712 begint ten behoeve van een vervoerder of een afzender, voor zover deze verhaal zoekt op een partij bij een exploitatie-overeenkomst als bedoeld in artikel 361, voor hetgeen door hem aan een derde is verschuldigd, een nieuwe termijn van verjaring of verval, die drie maanden beloopt; deze termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op de eerste der volgende dagen:
- a. de dag waarop hij, die verhaal zoekt, aan de tot hem gerichte vordering heeft voldaan, of
- b. de dag waarop hij, die verhaal zoekt, ter zake in rechte is aangesproken, of
- c. de dag waarop de verjaring, waarop hij, die verhaal zoekt, beroep zou kunnen doen, is gestuit, of
- d. de dag waarop de termijn van de verjaring of het verval van de rechtsvordering waarvoor verhaal wordt gezocht, is verlopen, waarbij geen rekening wordt gehouden met een mogelijkerwijs door partijen overeengekomen verlenging.
Het eerste lid kan er niet toe leiden, dat de voor rechtsvorderingen, gegrond op de desbetreffende exploitatie-overeenkomst, geldende termijn van verjaring of verval eerder verstrijkt ten aanzien van de rechtsvordering tot verhaal die op die exploitatieovereenkomst is gegrond.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een overeenkomst, waarbij door de ene partij een vervoermiddel anders dan bij wijze van bevrachting, ter beschikking wordt gesteld van haar wederpartij, als exploitatie-overeenkomst aangemerkt en worden de partijen bij die overeenkomst aangemerkt als vervoerder en afzender.
Artikel 1721
Indien uit hoofde van de artikelen 1710 tot en met 1720 enige rechtsvordering in verschillende termijnen verjaart of vervalt dan wel te haren aanzien het begin van de termijn, waarbinnen de rechtsvordering verjaart of vervalt, verschilt, geldt die bepaling die de termijn van verjaring of verval het laatst doet eindigen.
Het eerste lid laat artikel 1712 onverlet.
Artikel 1722
De artikelen 1710 tot en met 1721 zijn van toepassing op overeenkomsten van gecombineerd goederenvervoer, met dien verstande, dat onder afzender mede de houder van een CT-document wordt verstaan en onder dag van aflevering, de dag van aflevering onder de overeenkomst van gecombineerd goederenvervoer.
Indien bij een overeenkomst van gecombineerd goederenvervoer aan hem die de rechtsvordering instelt niet bekend is waar de omstandigheid, die tot de rechtsvordering aanleiding gaf, is opgekomen, wordt die der in aanmerking komende bepalingen van verjaring of verval toegepast die voor hem de gunstigste is.
Nietig is ieder beding, waarbij van het tweede lid wordt afgeweken.
Afdeling 3. Bijzondere exploitatie-overeenkomsten
Artikel 1730
Een rechtsvordering gegrond op een overeenkomst als bedoeld in titel 5, afdeling 4, verjaart door verloop van één jaar.
De artikelen 1710, 1713 tot en met 1722 en 1750 tot en met 1754 zijn van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 2. Goederenvervoer
Artikel 1740
Behoudens artikel 1741 verjaart een op een overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen gegronde rechtsvordering door verloop van negen maanden.
De termijn begint te lopen met de aanvang van de dag, volgende op de dag van aflevering. Voor de vaststelling van deze dag vindt artikel 1710, onderdeel d, overeenkomstige toepassing. Is de rechtsvordering echter gegrond op artikel 62 of op artikel 63, dan wel op enig beding van gelijke strekking, dan begint deze termijn met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de opdrachtgever wist, dat de expediteur niet aan zijn verplichting tot het doen van mededelingen voldeed.
Is de rechtsvordering gegrond op artikel 65 of artikel 68, dan begint de termijn met de aanvang van de dag, volgende op de dag dat de overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen eindigt.
Artikel 1741
Ten behoeve van een partij bij een overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen, voor zover deze verhaal zoekt op haar wederpartij voor hetgeen door haar aan een derde is verschuldigd, begint een nieuwe termijn van verjaring of verval, die drie maanden beloopt; deze termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op de eerste der volgende dagen:
- a. de dag waarop hij, die verhaal zoekt, aan de tot hem gerichte vordering heeft voldaan, of
- b. de dag waarop hij, die verhaal zoekt, ter zake in rechte is aangesproken, of
- c. de dag waarop de verjaring, waarop hij, die verhaal zoekt, beroep zou kunnen doen, is gestuit, of
- d. de dag waarop de termijn van de verjaring of het verval van de rechtsvordering waarvoor verhaal wordt gezocht, is verlopen, waarbij geen rekening wordt gehouden met een mogelijkerwijs door partijen overeengekomen verlenging.
Het eerste lid kan er niet toe leiden, dat de voor rechtsvorderingen, gegrond op de desbetreffende overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen, geldende termijn van verjaring of verval eerder verstrijkt ten aanzien van de rechtsvordering tot verhaal die op die overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen is gegrond.
Afdeling 5. Vervoer van personen
Artikel 1750
Behoudens de artikelen 1751 tot en met 1754 verjaart een op een overeenkomst van personenvervoer als bedoeld in titel 5, afdeling 3, gegronde rechtsvordering door verloop van één jaar, welke termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de reiziger het vervoermiddel heeft verlaten of had moeten verlaten.
In afwijking van het eerste lid zijn op de verjaring van een rechtsvordering ter zake van het vervoer van bagage, geen hut- of handbagage in de zin van de artikel 500, noch een als bagage ten vervoer aangenomen voertuig of schip of levend dier zijnde, de artikelen 1710 tot en met 1722 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1751
Een rechtsvordering jegens de vervoerder ter zake van aan een reiziger overkomen letsel verjaart door verloop van drie jaren, welke termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op de dag van het de reiziger overkomen voorval of ongeval.
Een rechtsvordering jegens de vervoerder ter zake van dood van een reiziger verjaart door verloop van drie jaren, welke termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op de dag van overlijden van de reiziger, doch welke niet langer loopt dan vijf jaren beginnend met de aanvang van de dag, volgende op de dag van het de reiziger overkomen voorval of ongeval.
Artikel 1752
In geval van bevrachting strekkende tot het vervoer van personen zijn de artikelen 1713, eerste lid, 1716 tot en met 1719 en 1721 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1753
Een rechtsvordering jegens een vervoerder ter zake van dood of letsel van de reiziger of ter zake van hut- of handbagage in de zin van artikel 500, dan wel ter zake van een als bagage ten vervoer aangenomen voertuig, schip of levend dier vervalt indien de rechthebbende niet binnen een termijn van drie maanden aan de vervoerder kennis heeft gegeven van het aan de reiziger overkomen voorval of ongeval.
De in het eerste lid bedoelde termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op de dag van het voorval of ongeval.
Het eerste lid blijft buiten toepassing indien:
- a. de rechthebbende binnen de in het eerste lid genoemde termijn schriftelijk bij de vervoerder een vordering heeft ingediend;
- b. het voorval of ongeval te wijten is aan schuld van de vervoerder;
- c. van het voorval of ongeval geen kennis is gegeven of niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn kennis is gegeven, het één of het ander door omstandigheden, die niet voor rekening van de rechthebbende komen;
- d. de vervoerder binnen de in het eerste lid bedoelde termijn uit anderen hoofde kennis had van het voorval of ongeval.
Voor de toepassing van het eerste tot en met het derde lid wordt een omstandigheid als bedoeld in artikel 505 aangemerkt als een aan de reiziger overkomen voorval of ongeval.
Artikel 1754
Ten behoeve van een vervoerder van personen, een wederpartij van een zodanige vervoerder of een reiziger, voor zover deze verhaal zoekt op een partij bij een exploitatie-overeenkomst als bedoeld in artikel 361, dan wel op een reiziger voor hetgeen door hem aan een derde is verschuldigd, begint een nieuwe termijn van verjaring of verval, die drie maanden beloopt; deze termijn begint met de aan- vang van de dag, volgende op de eerste der volgende dagen:
- a. de dag waarop hij, die verhaal zoekt, aan de tot hem gerichte vordering heeft voldaan, of
- b. de dag waarop hij, die verhaal zoekt, ter zake in rechte is aangesproken, of
- c. de dag waarop de verjaring, waarop hij, die verhaal zoekt, beroep zou kunnen doen, is gestuit, of
- d. de dag waarop de termijn van de verjaring of het verval van de rechtsvordering waarvoor verhaal wordt gezocht, is verlopen, waarbij geen rekening wordt gehouden met een mogelijkerwijs door partijen overeengekomen verlenging.
Het eerste lid kan er niet toe leiden, dat de voor rechtsvorderingen, gegrond op de desbetreffende exploitatie-overeenkomst, geldende termijn van verjaring of verval eerder verstrijkt ten aanzien van de rechtsvordering tot verhaal die op die exploitatie- overeenkomst is gegrond.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een overeenkomst, waarbij door de ene partij een vervoermiddel anders dan bij wijze van bevrachting ter beschikking wordt gesteld van haar wederpartij, als exploitatie-overeenkomst aangemerkt en worden de partijen bij die overeenkomst aangemerkt als vervoerder en diens wederpartij of reiziger.
Afdeling 5. Vervoer van personen
Artikel 1770
Een rechtsvordering tussen de leden ener rederij als zodanig en tussen deze leden en de boekhouder als zodanig verjaart door verloop van vijf jaren.
Afdeling 8. Rechtsvorderingen jegens de kapitein
Artikel 1780
Een rechtsvordering tegen een kapitein ter zake van schade door hem toegebracht in de uitoefening van zijn werkzaamheden verjaart door verloop van twee jaren, welke termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op de dag waarop het schadeveroorzakende voorval plaatsvond.
Het eerste lid is niet van toepassing op rechtsvorderingen van de werkgever van de kapitein.
Afdeling 9. Aanvaring
Artikel 1790
Een rechtsvordering tot vergoeding van schade veroorzaakt door een voorval als bedoeld in titel 6, afdeling 1, verjaart, indien zij niet op een overeenkomst is gegrond, door verloop van twee jaren, welke termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op de dag van dit voorval.
Artikel 1791
Een rechtsvordering tot verhaal van een overschot als bedoeld in artikel 545, derde lid, verjaart door verloop van één jaar, welke termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de betaling van het overschot heeft plaatsgehad.
Artikel 1792
De verjaringstermijn, genoemd in artikel 1790, wordt verlengd met de dagen, gedurende welke het aansprakelijk geachte schip niet in beslag kon worden genomen binnen de staat, waarin de schuldeiser woont of de hoofdzetel van zijn bedrijf is gevestigd, met dien verstande echter dat:
- a. indien het schip binnen de termijn, gesteld in artikel 1790, aldus in beslag kon worden genomen, deze termijn met niet meer dan drie maanden wordt verlengd;
- b. indien het schip niet binnen de termijn, gesteld in artikel 1790 aldus in beslag kon worden genomen, deze termijn eindigt met de aanvang van de dag, volgende op die waarop drie maanden zijn verlopen sinds het eerste tijdstip, waarop dit beslag mogelijk was en in ieder geval met de aanvang van de dag, volgende op die waarop vijf jaren zijn verlopen sinds het tijdstip van het voorval, bedoeld in titel 6, afdeling 1.
Indien een rechtsvordering als bedoeld in artikel 1790 wordt ingesteld voor de aanvang van de dag, volgende op die waarop vijf jaren zijn verlopen sinds het tijdstip van het voorval, bedoeld in titel 6, afdeling 1, wordt vermoed dat het aansprakelijk geachte schip voordien niet in beslag kon worden genomen binnen de staat, waarin de schuldeiser woont of de hoofdzetel van zijn bedrijf is gevestigd.
Bij de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met een mogelijkerwijs door partijen overeengekomen verlenging van de in artikel 1790 gestelde termijn.
Afdeling 8. Rechtsvorderingen jegens de kapitein
Artikel 1820
Een rechtsvordering ter zake van betaling als bedoeld in artikel 551, onderdeel e, verjaart door verloop van twee jaren, welke termijn begint met de aanvang van de dag waarop de hulpverlening is beëindigd.
Onverminderd artikel 1701 kan de termijn worden verlengd door een verklaring van hem die de verjaring kan inroepen, gedaan nadat het feit dat de rechtsvordering heeft doen ontstaan heeft plaatsgehad.
In afwijking van het eerste lid kunnen rechtsvorderingen tot verhaal op een derde zelfs na afloop van de in dat lid bedoelde termijn worden ingesteld gedurende een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag waarop degene die een zodanige rechtsvordering tot verhaal instelt ten aanzien van het van hemzelf gevorderde een regeling heeft getroffen of waarop hij te dien aanzien in rechte is aangesproken.
Afdeling 5. Vervoer van personen
Artikel 1830
Een rechtsvordering tot berekening en omslag van een avarij-grosse, en die tot benoeming van een dispacheur hiertoe, verjaart door verloop van één jaar.
De termijn van deze verjaring begint met de aanvang van de dag, volgende op de dag van het einde van de onderneming.
Indien de avarij-grosse geheel of gedeeltelijk uit hulploon bestaat en de vordering tot betaling van dit hulploon is ingesteld binnen de daarvoor in de artikelen 1820 en 1823 gestelde termijn, doch na verloop van een termijn van negen maanden beginnende met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de in het eerste lid bedoelde termijn aanvangt, verjaren de in het eerste lid bedoelde rechtsvorderingen door verloop van een termijn van drie maanden, welke termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering tot betaling van hulploon is ingesteld.
Artikel 1831
Het recht homologatie dan wel herziening van een berekening en omslag van een avarij-grosse (dispache) te verzoeken vervalt door verloop van zes jaren, welke termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de dispache of een uittreksel daarvan aan belanghebbenden is meegedeeld.
Artikel 1832
Een rechtsvordering tot betaling van een bijdrage in avarij-grosse verjaart door verloop van één jaar.
De termijn van deze verjaring begint met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de dispache of een uittreksel daarvan dan wel, indien een verzoek tot herziening der dispache is gedaan, de naar aanleiding daarvan opgestelde dispache of een uittreksel daarvan aan partijen is meegedeeld, of aan dezen is meegedeeld dat deze dispache ter griffie van het gerecht in eerste aanleg is gedeponeerd, doch in geval van homologatie eerst op de dag dat de dispache bij in kracht van gewijsde gegane beschikking is gehomologeerd.
Algemene slotbepaling
Slotbepaling
Artikel 1322
In afwijking van de Wet luchtvervoer BES, is op het internationale vervoer van personen, bagage of goederen met luchtvaartuigen tegen betaling het op 28 mei 1999 te Montreal tot stand gekomen Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Trb. 2000, 32 en Trb. 2001, 91 en 107) van toepassing op:
- a. luchtvervoer tussen twee staten die partij zijn bij het verdrag;
- b. luchtvervoer dat aanvangt en eindigt binnen een staat die partij is bij het verdrag, mits er een tussenlanding plaatsvindt in een andere staat ongeacht of deze laatste partij is bij het verdrag.
Dit verdrag is eveneens van toepassing op:
- a. luchtvervoer door opeenvolgende luchtvervoerders welk vervoer partijen als een enkele handeling beschouwen,
- b. luchtvervoer verricht door een andere dan de contractuele vervoerder en
- c. luchtvervoer dat kosteloos door een luchtvaartonderneming wordt verricht.
Het verdrag bedoeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op luchtvervoer binnen het Koninkrijk der Nederlanden tussen en vanaf de openbare lichamen Bonaire, St. Eustatius en Saba.
VII. Slotbepalingen
Titel 20. Verjaring en verval
Afdeling 3. Slotbepaling
Afdeling 2. Goederenvervoer
Afdeling 3. Bijzondere exploitatie-overeenkomsten
Afdeling 4. Overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen
Afdeling 3. Bijzondere exploitatie-overeenkomsten
Afdeling 7. Rederij
Afdeling 8. Rechtsvorderingen jegens de kapitein
Afdeling 3. Bijzondere exploitatie-overeenkomsten
Afdeling 10. Hulpverlening
Afdeling 11. Avarij-grosse
Algemene slotbepaling
Slotbepaling
Afdeling 4. Aansprakelijkheid voor de kosten van het lokaliseren, markeren en opruimen van een wrak
Artikel 614
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. «Verdrag»: het op 18 mei 2007 te Nairobi tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake het opruimen van wrakken, 2007 (Trb. 2008,115);
- b. «wrak», «schip», «maritiem ongeval», «gevaar», «geregistreerde eigenaar», «Staat waar het schip geregistreerd is»: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Verdrag;
- c. «lokaliseren, markeren en opruimen»: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Verdrag.
Artikel 615
De geregistreerde eigenaar is, behoudens het bepaalde in deze afdeling, aansprakelijk voor de kosten van het lokaliseren, markeren en opruimen van het wrak overeenkomstig paragraaf 4.6, onderdeel 4.6.3 en 4.6.4, waar nodig in samenhang met hoofdstuk 4a, van de Wet maritiem beheer BES.
De geregistreerde eigenaar is niet op grond van deze afdeling aansprakelijk indien hij bewijst dat het maritiem ongeval dat tot het wrak geleid heeft:
- a. het gevolg is van een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog, opstand of een natuurverschijnsel van uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard;
- b. in zijn geheel is veroorzaakt door een handelen of nalaten door een derde met het oogmerk schade te veroorzaken; of
- c. in zijn geheel is veroorzaakt door nalatigheid of een andere onrechtmatige daad van een overheid of andere autoriteit die verantwoordelijk is voor het onderhoud van verlichting of andere navigatiehulpmiddelen bij de uitoefening van die taak.
Geen vordering tot vergoeding van de kosten bedoeld in het eerste lid, kan tegen de geregistreerde eigenaar worden ingesteld anders dan in overeenstemming met de bepalingen van deze afdeling.
Geen bepaling van dit artikel doet afbreuk aan enig recht van verhaal tegenover derden.
Artikel 616
De geregistreerde eigenaar is uit hoofde van deze afdeling niet aansprakelijk voor de kosten bedoeld in artikel 615, eerste lid, indien en voor zover de aansprakelijkheid voor dergelijke kosten in strijd zou zijn met:
- a. het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969, zoals gewijzigd;
- b. het Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in verband met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, 1996, zoals gewijzigd;
- c. het Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, 1960, zoals gewijzigd, of het Verdrag van Wenen inzake wettelijke aansprakelijkheid voor kernschade, 1963, zoals gewijzigd; of nationaal recht dat beperking van de aansprakelijkheid voor kernschade regelt of verbiedt; of
- d. het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, 2001, zoals gewijzigd;
mits het desbetreffende verdrag van toepassing en van kracht is.
Voor zover maatregelen uit hoofde van de Wet maritiem beheer BES worden aangemerkt als hulpverlening overeenkomstig het op 28 april 1989 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake hulpverlening, is dat verdrag van toepassing op kwesties omtrent het loon of de vergoeding verschuldigd aan de hulpverlener en met uitsluiting van de regels van deze afdeling.
Artikel 617
Vorderingen tot vergoeding van kosten als bedoeld in artikel 615, eerste lid, kunnen rechtstreeks worden ingesteld tegen de verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid heeft gesteld ter dekking van de aansprakelijkheid van de geregistreerde eigenaar voor kosten als bedoeld in artikel 615, eerste lid. In dit geval kan de verweerder, zelfs indien de geregistreerde eigenaar niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, zijn aansprakelijkheid beperken tot het bedrag berekend overeenkomstig artikel 755, eerste lid, onder c.
De verweerder komen alle verweermiddelen toe welke de geregistreerde eigenaar tegen de vorderingen zou hebben kunnen aanvoeren, doch hij kan geen beroep doen op de omstandigheid dat de geregistreerde eigenaar surseance van betaling is verleend, dat ten aanzien van de geregistreerde eigenaar de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is, of dat de geregistreerde eigenaar zich in staat van faillissement of vereffening bevindt. Hij kan zich voorts verweren met een beroep op het feit dat de kosten zijn veroorzaakt door opzettelijk wangedrag van de geregistreerde eigenaar zelf, doch andere verweermiddelen welke hij zou hebben kunnen aanvoeren tegen een door de geregistreerde eigenaar tegen hem ingestelde vordering komen hem niet toe.
De verweerder kan de geregistreerde eigenaar steeds in het geding roepen.
Titel 7. Beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen
V. Luchtrecht
Titel 15. Het luchtvaartuig
Afdeling 1. Rechten op luchtvaartuigen
Afdeling 2. Voorrechten op luchtvaartuigen
VII. Slotbepalingen
Titel 20. Verjaring en verval
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 2. Goederenvervoer
Afdeling 4. Overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen
Afdeling 7. Rederij
Afdeling 10. Hulpverlening
Afdeling 7. Rederij
Afdeling 9. Aanvaring
Artikel 1833
Het recht kosten uit hoofde van afdeling 4 van titel 6 te verhalen vervalt, wanneer niet binnen drie jaar na de datum waarop het gevaar is vastgesteld in overeenstemming met afdeling 4 van titel 6 een vordering wordt ingesteld. In geen geval kunnen vorderingen echter worden ingesteld na zes jaar na de datum van het maritiem ongeval dat tot het wrak heeft geleid. Indien het maritiem ongeval bestaat uit een reeks feiten, loopt de termijn van zes jaar vanaf de datum van het eerste feit.
Algemene slotbepaling
Slotbepaling
Afdeling 5. Aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie
Paragraaf 1. Algemene bepalingen en toepassingsgebied
Artikel 618
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. Verdrag: het op 23 maart 2001 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, 2001 (Trb. 2005, 329);
- b. Aansprakelijkheidsverdrag: het op 27 november 1992 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1992 (Trb. 1994, 229);
- c. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- d. schip, persoon, bunkerolie, preventieve maatregelen, voorval, schade door verontreiniging, scheepseigenaar, geregistreerd eigenaar en brutotonnage: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Verdrag.
Artikel 619
Deze afdeling is van toepassing op:
- a. schade door verontreiniging door bunkerolie veroorzaakt in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, de territoriale zee daaronder begrepen;
- b. schade door verontreiniging door bunkerolie veroorzaakt binnen de Exclusieve Economische Zone (EEZ) van de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;
- c. preventieve maatregelen, waar ook genomen, ter voorkoming of beperking van zodanige schade.
Deze afdeling is niet van toepassing op:
- a. schade door verontreiniging door bunkerolie zoals omschreven in het Aansprakelijkheidsverdrag, ongeacht of ten aanzien van die schade wel of geen schadevergoeding verschuldigd is ingevolge dat verdrag; en
- b. oorlogsschepen, ondersteuningsschepen van de marine of andere schepen die toebehoren aan of geëxploiteerd worden door een Staat en die in de betrokken periode uitsluitend worden gebruikt in overheidsdienst voor niet-commerciële doeleinden, behoudens voor zover de desbetreffende Staat anders heeft beslist en daaraan op de voet van artikel 4, derde lid, van het Verdrag genoegzaam uitvoering heeft gegeven.
Paragraaf 2. Aansprakelijkheid van de scheepseigenaar
Artikel 620
De scheepseigenaar op het tijdstip van het voorval is, behoudens het bepaalde in het derde en vierde lid, aansprakelijk voor schade door verontreiniging door bunkerolie veroorzaakt aan boord of afkomstig van het schip, met dien verstande dat indien het voorval bestaat uit een opeenvolging van feiten met dezelfde oorsprong, de aansprakelijkheid rust op degene die ten tijde van het eerste feit de scheepseigenaar was.
Indien meer dan een persoon aansprakelijk is op grond van het eerste lid, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk.
De scheepseigenaar is niet aansprakelijk indien hij bewijst dat:
- a. de schade door verontreiniging door bunkerolie het gevolg is van een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog, opstand of natuurverschijnsel van uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard;
- b. de schade door verontreiniging door bunkerolie geheel en al werd veroorzaakt door een handelen of nalaten van een derde met de opzet schade te veroorzaken; of
- c. de schade door verontreiniging door bunkerolie geheel en al werd veroorzaakt door onzorgvuldigheid of een andere onrechtmatige handeling van een overheid of andere autoriteit verantwoordelijk voor het onderhoud van vuurtorens of andere hulpmiddelen bij de navigatie, in de uitoefening van die functie.
Indien de scheepseigenaar bewijst dat de schade door verontreiniging door bunkerolie geheel of gedeeltelijk het gevolg is van een handelen of nalaten van de persoon die de schade heeft geleden, met het opzet de schade te veroorzaken, of van de schuld van die persoon, kan hij geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de aansprakelijkheid tegenover die persoon.
Geen vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging door bunkerolie kan tegen de scheepseigenaar worden ingesteld anders dan in overeenstemming met deze afdeling.
De scheepseigenaar heeft het recht van verhaal op derden die voor de schade uit anderen hoofde, anders dan uit overeenkomst, jegens de benadeelden aansprakelijk zijn.
Artikel 621
Wanneer zich een voorval voordoet waarbij twee of meer schepen zijn betrokken en er ten gevolge daarvan schade door verontreiniging door bunkerolie is ontstaan, zijn de eigenaren van alle daarbij betrokken schepen, tenzij deze ingevolge artikel 620 van aansprakelijkheid zijn ontheven, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die redelijkerwijs niet te scheiden is. Op de onderlinge verhouding van de eigenaren van de betrokken schepen is artikel 545, derde lid, laatste volzin, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 622
De scheepseigenaar en de persoon of de personen die verzekeren of een andere financiële zekerheid stellen, kunnen hun aansprakelijkheid per voorval beperken uit hoofde van titel 7.
Artikel 623
Vorderingen tot vergoeding van schade door verontreiniging door bunkerolie kunnen rechtstreeks worden ingesteld tegen de verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid heeft gesteld ter dekking van de aansprakelijkheid van de geregistreerde eigenaar wegens schade door dergelijke verontreiniging. In dit geval kan de verweerder, zelfs indien de scheepseigenaar op grond van artikel 622 niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, zijn aansprakelijkheid beperken tot het bedrag gelijk aan het verzekerde bedrag of het bedrag van de andere financiële zekerheid als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Verdrag.
De verweerder komen alle verweermiddelen toe welke de scheepseigenaar tegen de vorderingen zou hebben kunnen aanvoeren, doch hij kan geen beroep doen op de omstandigheid dat de scheepseigenaar surseance van betaling is verleend, dat ten aanzien van de scheepseigenaar de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is, of dat de scheepseigenaar zich in staat van faillissement of vereffening bevindt. Hij kan zich voorts verweren met een beroep op het feit dat de schade is veroorzaakt door opzettelijk wangedrag van de scheepseigenaar zelf, doch andere verweermiddelen welke hij zou hebben kunnen aanvoeren tegen een door de scheepseigenaar tegen hem ingestelde vordering komen hem niet toe.
De verweerder kan de scheepseigenaar steeds in het geding roepen.
Artikel 624
De geregistreerde eigenaar van een schip met een brutotonnage van meer dan 1.000 dat niet op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren, is verplicht om, indien het schip een haven of laad- of losplaats in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba aanloopt of verlaat, een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden voor het bedrag waartoe zijn aansprakelijkheid is beperkt, berekend overeenkomstig titel 7, ter dekking van zijn aansprakelijkheid overeenkomstig het bepaalde in deze afdeling en artikel 7 van het Verdrag.
De artikelen 646 tot en met 653 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op de geregistreerde eigenaar van een schip als bedoeld in het eerste lid.
Titel 7. Beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen
V. Luchtrecht
Titel 15. Het luchtvaartuig
Afdeling 1. Rechten op luchtvaartuigen
Afdeling 3. Slotbepaling
VII. Slotbepalingen
Titel 20. Verjaring en verval
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 4. Overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen
Afdeling 8. Rechtsvorderingen jegens de kapitein
Afdeling 10. Hulpverlening
Afdeling 11. Avarij-grosse
Afdeling 12. Vorderingen ter zake van kosten van het lokaliseren, markeren en opruimen van een wrak
Afdeling 13. Gevaarlijke stoffen aan boord van een zeeschip
Artikel 1834
Een rechtsvordering tot vergoeding van schade uit hoofde van afdeling 5 van titel 6 vervalt door verloop van drie jaren na de aanvang van de dag waarop de schade is ontstaan en in ieder geval door verloop van zes jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is ontstaan. Indien de gebeurtenis bestond uit een opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak, loopt de termijn van zes jaren vanaf de dag waarop het eerste van die feiten plaatsvond.
Algemene slotbepaling
Slotbepaling
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)