Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Type Circulaire Bes
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 230
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De bevestiging van de optieverklaring van de optant die voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (als de optant minderjarig is) of c, RWN kan niet worden geweigerd als op grond van het gedrag van de optant ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Verdragsverplichtingen verzetten zich in die gevallen tegen een weigering.

6a-5. Toelichting ad artikel 6a, vijfde lid

6a-6. Toelichting ad artikel 6a, zesde lid

Artikel 7

6a-2-a. toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a

Bijlage

Wettekst:

Zij beslist binnen dertien weken na de inontvangstneming van de verklaring; deze termijn kan éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd.

6-6. Toelichting ad artikel 6, zesde lid

6-6. Toelichting ad artikel 6, zesde lid

Dus, bij verkrijging van het Nederlanderschap door optie is in principe geen sprake van wijziging van de namen, tenzij:

6-7. Toelichting ad artikel 6, zevende lid

6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid

6a-2-b. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder b

BW-NL: artikelen 1:5; 1:253aa; 1:253sa en 1:253t

paragraaf 3.2.4. Wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder

paragraaf 3.2.3. Medeverlening (artikel 11, eerste lid, RWN)

6a-5. Toelichting ad artikel 6a, vijfde lid

6a-2-b. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder b

6a-3. Toelichting ad artikel 6a, derde lid

De optiebevestiging van een optieverklaring geschiedt door Onze Minister (lees:IND-BES). Onze Minister (lees: IND-BES). Deze beoordeelt of de optant, die gebruik maakt van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN en die tevens een andere nationaliteit of nationaliteiten bezit:

6a-4. Toelichting ad artikel 6a, vierde lid

De autoriteit besluit na ontvangst van het advies van Onze Minister schriftelijk op de verkrijging van het Nederlanderschap.

6a-5. Toelichting ad artikel 6a, vijfde lid

RRWN: artikel VII.2

Artikel 7

paragraaf 3.2.6. Uitsluitend schriftelijk verzoek

paragraaf 2. Nadere regelgeving in het BvvN

paragraaf 3.2.1. Meerderjarige verzoeker

paragraaf 3.2.2. Zelfstandig verzoek van minderjarigen (artikelen 10 en 11, vierde lid, RWN)

paragraaf 3.2.3. Medeverlening (artikel 11, eerste lid, RWN)

paragraaf 3.2.6. Uitsluitend schriftelijk verzoek

Paragraaf 3.3. Te verstrekken gegevens

paragraaf 3.7.4. Buitenbehandelingstelling

Paragraaf 3.5.6. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten

paragraaf 3.7.1. Beoordeling bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij verzoeken om naturalisatie ingediend op of ná 1 maart 2009)

paragraaf 3.4.4. Bereidheidsverklaring afstand

Paragraaf 3.5. Over te leggen documenten

paragraaf 3.12.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie

Kennis over de actuele nationaliteit van de te naturaliseren vreemdeling is noodzakelijk omdat aan de hand daarvan wordt beoordeeld of de verzoeker na het verkrijgen van het Nederlanderschap afstand moet doen van de oorspronkelijke nationaliteit. Deze afstandsplicht is in beginsel een voorwaarde voor de naturalisatie.

paragraaf 3.10. Bezwaar

Paragraaf 3.5.4. Buitenlandse akte(n) (van de burgerlijke stand)

Indien reeds in het verleden gelegaliseerde (en soms tevens geverifieerde) documenten zijn overgelegd en verwerkt in de basisadministratie persoonsgegevens of in een akte van de burgerlijke stand, wordt afgezien van het wederom overleggen van dezelfde documenten. Echter, in geval van op goede gronden gerezen twijfel of indien na de verwerking van de gegevens de vereisten van legalisatie en verificatie zijn verscherpt, dienen opnieuw originele gelegaliseerde documenten te worden overgelegd.

Paragraaf 3.5.7. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten

paragraaf 3.6. Inontvangstneming verzoek

paragraaf 3.12.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid

paragraaf 3.7. Beoordeling volledigheid van het verzoek

paragraaf 3.7.3. Beoordeling verplichting afleggen naturalisatietoets

8-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 3.10. Bezwaar

paragraaf 2.2. Toelating bij vergunning verleend

paragraaf 3.12.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie

Artikel 8

paragraaf 3.1. Aantonen verblijfsrecht

paragraaf 3.12.5. Procedurele aspecten na uitreiking

paragraaf 2. Procedure

Artikel 8

8-1-a. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 2.1.1. De voorlichtingsfase

paragraaf 2.2.3. Het certificaat bij gedeeltelijke vrijstelling

paragraaf 3. Verblijfsrecht

paragraaf 2.2.2. Gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets als gevolg van de invoering van de tweetalige naturalisatietoets per 1 januari 2011

Paragraaf 3.1. Polygamie

paragraaf 2.3. Ontheffing van de naturalisatietoets

paragraaf 2. Verzoekers die de bereidverklaring en de verklaring van verbondenheid moeten afleggen

8-1-c. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c

2.3.2.2. te volgen procedure bij de IND

Paragraaf 2.1.2. Aanvraagfase

Paragraaf 2.2. Volledige vrijstelling van de naturalisatietoets

paragraaf 2.2.2. Gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets als gevolg van de invoering van de tweetalige naturalisatietoets per 1 januari 2011

paragraaf 3. Ondertekenen bereidverklaring (model 2.30)

8-2. Toelichting ad artikel 8, tweede lid

8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid

9-1-a. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.1. Oud-Nederlanders en voormalig Nederlands onderdanen-niet-Nederlander

8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid

8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid

8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

Paragraaf 1. Algemeen

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

Paragraaf 2. Staatloosheid

Paragraaf 6. Afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden

9-1-a. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a

paragraaf 2. Afwijzing indien ten aanzien van de verzoeker is geconcludeerd dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is

Paragraaf 5.8. Vijfjaartermijn

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 6. Afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden

Paragraaf 5.2. Transacties

Paragraaf 5.2. Transacties

Paragraaf 5.7. Jeugdigen

Paragraaf 5.12. Gratie

paragraaf 3.3. Volgens de nationaliteitswetgeving van veel Staten geldt dat eerst dan afstand van de nationaliteit kan worden gedaan nadat een andere nationaliteit is verkregen (bijvoorbeeld ter voorkoming van staatloosheid)

paragraaf 3.3. Volgens de nationaliteitswetgeving van veel Staten geldt dat eerst dan afstand van de nationaliteit kan worden gedaan nadat een andere nationaliteit is verkregen (bijvoorbeeld ter voorkoming van staatloosheid)

9-3-c. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder c

Artikel 10

paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden

paragraaf 5.3. De verzoeker is wél bereid afstand te doen

9-4. Toelichting ad artikel 9, vierde lid

paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen

9-3-b. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder b

paragraaf 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit

paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend

paragraaf 3.3. Blokkeringstermijnen

Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties

9-3-a. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder a

9-3-c. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder c

9-3-c. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder c

9-3-d. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder d

11-3. Toelichting ad artikel 11, derde lid

Artikel 10

paragraaf 1. Algemeen

12-alg. Toelichting algemeen

Artikel 11

11-6. Toelichting ad artikel 11, zesde lid

11-5. Toelichting ad artikel 11, vijfde lid

Artikel 12

paragraaf 1.2. Categoriale vrijstelling van optiegelden

paragraaf 1.3. Nederlandse kinderen

12-1. Toelichting ad artikel 12, eerste lid

paragraaf 2. Naamswijziging

paragraaf 1. Optiegelden

paragraaf 1.4. In een enkel geval geen optiegelden verschuldigd

paragraaf 2.2. Tarieven C en D

paragraaf 2.4. Tarief H

Artikel 14

13-2. Toelichting ad artikel 13, tweede lid

paragraaf 4.1. Voornemenprocedure

paragraaf 4.1. Voornemenprocedure

paragraaf 4.2. Besluit tot intrekking van het Nederlanderschap

paragraaf 5.2. Administratieve verwerking van het besluit tot intrekking door de ontvangende autoriteit

paragraaf 2.1.3. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c

2.4.2. Bewijslast

2.4.4. Algemeen belang

14-3. Toelichting ad artikel 14, derde lid

paragraaf 1.4. Situatie tot 1 april 2003

Paragraaf 2.2

Paragraaf 2. Voorwaarden intrekking van het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid

14-5. Toelichting ad artikel 14, vijfde lid

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 16

paragraaf 2.2. Afstand Nederlanderschap door minderjarigen tussen de 12 en 16 jaar

16-1-c. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c

14-7. Toelichting ad artikel 14, zevende lid

16-1-a. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 1.1. Verlies Nederlanderschap wegens niet (tijdig) verwerpen van een (te) ontvangen vreemde nationaliteit

Paragraaf 1.2. Ondanks vrijwillige verkrijging andere nationaliteit geen verlies Nederlanderschap

16-2-g. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder g

paragraaf 4. Delen van kinderen in de afstand

paragraaf 5. opmaken verklaring en ontvangstbevestiging

16-1-d. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 2. Intrekking van het Nederlanderschap

3.5. Peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets

Artikel 22b

22-1. Toelichting ad artikel 22, eerste lid

Dit artikellid is niet van toepassing op optieverklaringen die zijn afgelegd vóór 1 oktober 2010.

Van de optant die een optieverklaring aflegt op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN wordt verlangd dat hij het mogelijke doet om zijn andere nationaliteit(en) te verliezen dan wel zich bereid verklaart om na de verkrijging van het Nederlanderschap het mogelijk te zullen doen om die nationaliteit te verliezen (artikel 6a, eerste lid, RWN). Dit is alleen anders als de optant valt onder een van de uitzonderingscategorieën (zie de toelichting bij artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a t/m d RWN) (artikel 30b BvvN).

Indien de optant, ondanks zijn eerdere verklaring bereid te zijn tot het doen van afstand van zijn andere nationaliteit(en), na de verkrijging van het Nederlanderschap heeft nagelaten al het mogelijke te doen om zijn andere nationaliteit(en) te verliezen, kan de Minister van Justitie overgaan tot intrekking van het besluit waarbij het Nederlanderschap is verkregen (artikel 30d BvvN).

Het Nederlanderschap gaat verloren vanaf de datum van het intrekkingsbesluit. Er is geen sprake van terugwerkende kracht.

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d, RWN (artikel 70, eerste lid, BvvN).

De heer C is gehuwd met mevrouw D. De heer C is in het bezit van het Nederlanderschap en mevrouw D is in het bezit van de Zuid-Afrikaanse nationaliteit. Zij wonen sinds 14 februari 2015 in de Verenigde Staten van Amerika. Op 12 december 2022 verkrijgen zowel de heer C als mevrouw D vrijwillig de Amerikaanse nationaliteit. De heer C verliest hierdoor van rechtswege het Nederlanderschap op 12 december 2022 ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN. Hij heeft niet de nationaliteit van het land van zijn echtgenote verkregen, want de echtgenote is Zuid-Afrikaanse.

Wettekst:

Het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op de verkrijger

15-2. Toelichting ad artikel 15, tweede lid

15-3. Toelichting ad artikel 15, derde lid

15-4. Toelichting ad artikel 15, vierde lid

15-3. Toelichting ad artikel 15, derde lid

20-alg. Toelichting algemeen

Paragraaf 3.5.4. In het verleden overgelegde buitenlandse akten

Paragraaf 3.5.6. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten

Paragraaf 3.5.2. Buitenlands reisdocument

paragraaf 3.4.4. Bereidheidsverklaring afstand

Paragraaf 3.5.5. In het verleden overgelegde buitenlandse akten

paragraaf 3.11. (hoger) beroep

Paragraaf 3.5.7. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten

Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige (gelegaliseerde/van apostille voorziene) documenten kan worden vrijgesteld de persoon die wegens bewijsnood niet in staat is dergelijke documenten over te leggen. Indien geen sprake is van bewijsnood, wordt geen vrijstelling verleend.

Artikel 8

paragraaf 3.7.3. Beoordeling verplichting afleggen naturalisatietoets

Paragraaf 3.8.1. Onderzoek juistheid verstrekte persoonsgegevens

paragraaf 2.1. Toelating van rechtswege

8-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 3.1. Aantonen verblijfsrecht

paragraaf 3.12.3. Afleggen verklaring van verbondenheid

paragraaf 3.1. Aantonen verblijfsrecht

8-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 2.2.1. Gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets

paragraaf 3.4. Minderjarigen

8-1-a. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 3.2. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten

paragraaf 2.3.1. Beleid en procedure bij beroep op ontheffing van de naturalisatietoets wegens een belemmering

8-1-c. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c

8-1-d. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d

paragraaf 3. Ondertekenen bereidverklaring (model 2.30)

Paragraaf 2.1.2. Aanvraagfase

Paragraaf 2.2. Volledige vrijstelling van de naturalisatietoets

Paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander

2.3.2.3. Rol van en procedure bij de Gezaghebber

paragraaf 3. Opneming in de Nederlandse samenleving (hiermee wordt bedoeld de samenleving van Bonaire, Sint Eustatius of Saba)

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 5. Niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid

paragraaf 1. Algemeen

8-2. Toelichting ad artikel 8, tweede lid

Paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander

8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid

Paragraaf 5.1. Misdrijven

Paragraaf 5.6. Buitenlandse feiten

8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid

Paragraaf 1. Samenvatting openbare-ordebeleid

Paragraaf 5.12. Gratie

paragraaf 4. Bewijsstukken

9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 5.7. Jeugdigen

Paragraaf 5.12. Gratie

paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend

Paragraaf 7. Procedure bij naturalisatie

Paragraaf 7.2. Gegevens van de Justitiële documentatiedienst bij naturalisatie

Paragraaf 7.3. Verzoek aan de IND

paragraaf 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit

paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend

9-2. Toelichting ad artikel 9, tweede lid

paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden

paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel

paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen

paragraaf 3.5.3. Substantieel financieel nadeel (verhouding tussen overig vermogen en verlies van vermogensrechtelijke rechten)

paragraaf 3.5.3. Substantieel financieel nadeel (verhouding tussen overig vermogen en verlies van vermogensrechtelijke rechten)

Paragraaf 4. Bewijsstukken

paragraaf 3.1. Advisering

paragraaf 1. Algemeen

9-3. toelichting ad artikel 9, derde lid

Paragraaf 1. Algemeen

9-3-a. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder a

9-4. Toelichting ad artikel 9, vierde lid

11-6. Toelichting ad artikel 11, zesde lid

Artikel 12

11-3. Toelichting ad artikel 11, derde lid

paragraaf 2.1. Koninkrijks belang c.q. belang van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba (staatsbelang, economisch en cultureel)

paragraaf 3. Topsporters

paragraaf 1.2. Geslachtsnaam minderjarige kinderen

paragraaf 1.1. Geslachtsnaam gehuwde vrouwen

11-3. Toelichting ad artikel 11, derde lid

11-3. Toelichting ad artikel 11, derde lid

11-4. Toelichting ad artikel 11, vierde lid

11-6. Toelichting ad artikel 11, zesde lid

paragraaf 2. Naamswijziging

paragraaf 2.5. Categoriale vrijstelling van leges

paragraaf 3. De namen worden op uiteenlopende wijze gespeld in documenten van gelijke rangorde

Paragraaf 3. Wijziging van uitsluitend voornamen

Paragraaf 2.3. Belangenafweging

paragraaf 2. Algemeen

paragraaf 2.1.3. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c

2.5.4. Algemeen belang

15-1-c. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c

paragraaf 1.2. Intrekking geen terugwerkende kracht

15-1-a. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a

paragraaf 2.1.2. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b

paragraaf 2.1.2. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b

Paragraaf 2.2. In mindere mate een belangenafweging in het kader van artikel 14, tweede lid RWN

2.4.4. Algemeen belang

Paragraaf 1. Algemene wettelijke uitgangspunten

paragraaf 2. Intrekking wegens vreemde krijgsdienst

paragraaf 2. Intrekking wegens vreemde krijgsdienst

paragraaf 5. opmaken verklaring en ontvangstbevestiging

Artikel 15

15-1-a. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 1.2. Ondanks vrijwillige verkrijging andere nationaliteit geen verlies Nederlanderschap

Paragraaf 1.3. Een andere nationaliteit/statenopvolging

16-2-a. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder a

Paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 6. Berichtgeving aan andere autoriteiten

paragraaf 1.2. Verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap

Paragraaf 8. Feitelijk afstand van de oorspronkelijke nationaliteit voor datum intrekkingsbesluit

15-1-e. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder e

Zie de toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, RWN, paragraaf 1.1.

Met de uitzondering van artikel 15, tweede lid, aanhef en onder c, RWN is beoogd te komen tot het wegnemen van een drempel voor het aannemen van de nationaliteit van de andere echtgenoot in ‘nationaliteitsrechtelijk gemengde huwelijken’. Om diverse redenen werd het wenselijk geacht dat de Nederlandse echtgenoot in een dergelijk geval de nationaliteit van de andere echtgenoot verkrijgt. Daardoor krijgt betrokkene alle rechten en plichten van een staatsburger van het land waarvan hij de nationaliteit verwerft (het land van de echtgenoot) en kan hij volledig integreren en deelnemen aan het politieke leven in dat land. Om die wenselijk geachte stap te vergemakkelijken is, als uitzondering op de hoofdregel van het verlies van Nederlanderschap bij naturalisatie in een ander land, in de RWN bepaald dat in dat geval het Nederlanderschap behouden blijft.15Zie TK 1997-1998, 25 891 (R1609), nr. 3, p 1-3.

15-3. Toelichting ad artikel 15, derde lid

Artikel 22b

paragraaf 2.10.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie

Artikel 9

Paragraaf 5.4. Voeging

Paragraaf 1. Algemeen

8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid

Paragraaf 4. Afwijzing als er serieuze verdenkingen bestaan dat de vreemdeling een misdrijf heeft gepleegd waarop nog een sanctie kan volgen

Paragraaf 3. Afwijzing als de verblijfstitel op grond van de WTU-BES kan worden ingetrokken

Paragraaf 5.3. Cumulatie van sancties

Paragraaf 5.4. Voeging

Paragraaf 5.5. Taakstraffen

Paragraaf 5.7. Jeugdigen

9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b

9-3-a. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder a

paragraaf 3.8. De verzoeker heeft – naar hij stelt en aantoont – bijzondere en objectief waardeerbare redenen om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit

paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel

Artikel 10

paragraaf 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit

paragraaf 2. Voorbeelden van bijzondere gevallen

paragraaf 5. Procedure afstandsverplichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN

Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties

paragraaf 3.2. Niveau van sportbeoefening

9-3-b. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder b

paragraaf 3.5. Beslissing

Paragraaf 2.2. Humanitaire redenen

paragraaf 2. Voorbeelden van bijzondere gevallen

11-4. Toelichting ad artikel 11, vierde lid

paragraaf 2.3. Tarieven F en G

12-1. Toelichting ad artikel 12, eerste lid

11-7. Toelichting ad artikel 11, zevende lid

13-2. Toelichting ad artikel 13, tweede lid

paragraaf 1.2. Categoriale vrijstelling van optiegelden

paragraaf 1.2. Categoriale vrijstelling van optiegelden

paragraaf 1.2. Categoriale vrijstelling van optiegelden

paragraaf 2.1.3. Naturalisatiebesluit van op of na 1 april 2003

paragraaf 2.1. Gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie

Paragraaf 2.1.2.3. Artikel 205 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht

2.5.5. Peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets

paragraaf 5. Administratieve handelingen na intrekking Nederlanderschap

Paragraaf 1.1. Overgangsrecht

paragraaf 2.1. Misdrijven bedoeld in het tweede lid

2.4. Evenredigheidstoets Unieburgerschap

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2. Tot inontvangstneming bevoegde autoriteit

paragraaf 2.1. Belangenafweging

paragraaf 6. Berichtgeving aan andere autoriteiten

Paragraaf 2.1. Belangenafweging

2.2.3. Individueel belang

Paragraaf 3. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap

Paragraaf 3. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap

15a-a. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)

14-10. Toelichting ad artikel 14, tiende lid

paragraaf 1. Vrijwillige verkrijging

Paragraaf 1.3. Een andere nationaliteit/statenopvolging

paragraaf 2.2. Afstand Nederlanderschap door minderjarigen tussen de 12 en 16 jaar

Paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.2. Verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap

paragraaf 2. Overgangsrecht artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 2. Intrekking van het Nederlanderschap

21-alg. Toelichting algemeen

22-1. Toelichting ad artikel 22, eerste lid

17-alg. Toelichting algemeen

Artikel 15 , tweede lid, aanhef en onder c, RWN is dus niet van toepassing als twee echtelieden met de Nederlandse nationaliteit gelijktijdig, op dezelfde dag, een andere nationaliteit verkrijgen. De echtelieden zijn in die situatie niet gehuwd met een persoon die de andere nationaliteit (al) ‘bezit’.16Zie de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 februari 2011 (ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7378).

De heer A is gehuwd met mevrouw B. Beiden zijn in het bezit van het Nederlanderschap. Zij wonen sinds 2018 in het Verenigd Koninkrijk. Op 10 januari 2023 verkrijgen zowel de heer A als mevrouw B tegelijkertijd vrijwillig de Britse nationaliteit. Het echtpaar verliest hierdoor van rechtswege het Nederlanderschap op 10 januari 2023 ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN.

De heer C is gehuwd met mevrouw D. De heer C is in het bezit van het Nederlanderschap en mevrouw D is in het bezit van de Zuid-Afrikaanse nationaliteit. Zij wonen sinds 14 februari 2015 in de Verenigde Staten van Amerika. Op 12 december 2022 verkrijgen zowel de heer C als mevrouw D vrijwillig de Amerikaanse nationaliteit. De heer C verliest hierdoor van rechtswege het Nederlanderschap op 12 december 2022 ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN. Hij heeft niet de nationaliteit van het land van zijn echtgenote verkregen, want de echtgenote is Zuid-Afrikaanse.

De periode bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt geacht niet te zijn onderbroken indien de betrokkene gedurende een periode korter dan één jaar zijn hoofdverblijf in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten heeft, dan wel in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is.

Wettekst:

De periode bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt geacht niet te zijn onderbroken indien de betrokkene gedurende een periode korter dan één jaar zijn hoofdverblijf in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten heeft, dan wel in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is.

Zie de toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, RWN, paragraaf 1.3 en paragraaf 2.

De regeling van artikel 15, tweede lid, RWN die in bepaalde gevallen verlies van het Nederlanderschap door vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit uitsluit, is zonder nadere beperking in strijd met volkenrechtelijke verplichtingen die Nederland heeft ten aanzien van bepaalde staten.

De periode, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt gestuit door de verstrekking van een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap dan wel van een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart in de zin van de Paspoortwet. Vanaf de dag der verstrekking begint een nieuwe periode van dertien jaren te lopen. Indien het Nederlanderschap is herkregen op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder p, begint de periode te lopen op de dag dat de optie is bevestigd.

15a-alg. Toelichting algemeen

Artikel 15a

15a-alg. Toelichting algemeen

15a-a. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)

15a-alg. Toelichting algemeen

11-6. Toelichting ad artikel 11, zesde lid

paragraaf 2. De naam slechts bestaat uit één bestanddeel (zogenaamde roepnaam)

paragraaf 2. Naturalisatiegelden

Artikel 13

paragraaf 1.3. Ontheffing van optiegelden

Paragraaf 1. Intrekkingsmogelijkheid bij fraude beperkt tot 12 jaar na uitvaardigen Koninklijk Besluit

paragraaf 3. Administratieve handelingen voorafgaand aan het intrekkingsbesluit

paragraaf 4.1. Voornemenprocedure

Paragraaf 4.2.2. Vreemdelingrechtelijke gevolgen van intrekking van het Nederlanderschap

paragraaf 5. Administratieve handelingen na intrekking Nederlanderschap

paragraaf 2. Algemeen

paragraaf 2.1. Misdrijven bedoeld in het tweede lid

paragraaf 2.1.2.1. Artikel 83 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht

2.2.6. Weging belangen

paragraaf 2. Intrekking wegens vreemde krijgsdienst

paragraaf 2.1. Belangenafweging

paragraaf 1. Vrijwillige verkrijging

15a-b. Toelichting ad artikel 15A, aanhef en onder b (Toescheidingsovereenkomst Nederland/Suriname)

16-1-a. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a

paragraaf 5. opmaken verklaring en ontvangstbevestiging

paragraaf 7. Verdere administratieve afhandeling

paragraaf 1.2. Verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap

Paragraaf 4. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap

15-2. Toelichting ad artikel 15, tweede lid

Zie de toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, RWN, paragraaf 1.1 en paragraaf 1.2.

Het verlies van het Nederlanderschap treedt overigens ook niet in op grond van het artikel 15A RWN, maar op grond van de rechtstreeks werkende bepaling van het Verdrag van Straatsburg of van de TOS.

16-alg. Toelichting algemeen

15a-a. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)

De wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder van het kind kan op verzoek een zienswijze omtrent de (mede)verkrijging van het Nederlanderschap naar voren brengen. Verschijning in persoon is niet voorgeschreven, maar verdient wel de voorkeur. De wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder wordt mondeling (indien aanwezig bij optieverklaring) of schriftelijk gewezen op de mogelijkheid een zienswijze omtrent de (mede)verkrijging te geven (zie de toelichting bij artikel 2, vierde lid, RWN).

De optieverklaring dient op schrift te worden gesteld (artikel 6, eerste lid, RWN) en door de betrokkene of, in het voorkomende geval, door zijn wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde te worden ondertekend (artikel 3, derde lid, BvvN). In de verklaring dienen de minderjarige kinderen en de kindskinderen, voor wie medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt beoogd, te worden vermeld (artikel 6, achtste lid, RWN). Als beide ouders op hetzelfde moment een optieverklaring afleggen, worden in beide optieverklaringen alle kinderen opgenomen waarvoor medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt gewenst. Hierdoor wordt voorkomen dat een kind niet in de verkrijging van het Nederlanderschap deelt, omdat het bij toeval in de optieverklaring is vermeld van de ouder die niet aan de voorwaarden voldoet.

paragraaf 2.3.2. Ontvangstbevestiging

paragraaf 2.2.4. Af te leggen verklaringen

paragraaf 2.4.2. Beoordeling of aan de (overige) voorwaarden wordt voldaan

In de regel legt degene aan wie de optiebevestiging wordt uitgereikt de verklaring van verbondenheid mondeling af. Zie artikel 60a, vierde lid, BvvN. Echter, indien van de optant redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling aflegt, kan Onze Minister (lees: IND-BES) bepalen dat de optant de verklaring van verbondenheid schriftelijk aflegt. Zie artikel 60a, vijfde lid, BvvN. Indien bij het afleggen van de optieverklaring reeds door de IND-BES geconstateerd is dat van een optant redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling aflegt, wordt hiervan door een aantekening gemaakt in het optiedossier. Dan zal betrokkene wel de bereidverklaring ondertekenen, hij is immers bereid om een verklaring van verbondenheid af te leggen en dit een voorwaarde voor optie. Deze informatie kan vervolgens bij het toezenden van de uitnodigingbrief voor de naturalisatieceremonie gebruikt worden door bijvoorbeeld alvast de schriftelijke verklaring van verbondenheid toe te sturen.

Enkele optanten zijn niet verplicht de verklaring verblijf en gedrag te ondertekenen

paragraaf 2.2.5. (overige) over te leggen documenten

paragraaf 2.7.2.3. Bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond

paragraaf 2.8. (hoger) beroep

Paragraaf 2.2.5.2. Buitenlands reisdocument

Paragraaf 2.2.5.3. Bewijsnood geldig buitenlands reisdocument (paspoort)

paragraaf 2.10.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid

paragraaf 2.3. Inontvangstneming optieverklaring

paragraaf 2.3.2. Ontvangstbevestiging

paragraaf 2.4.2.3. Geen gevaar voor de openbare orde, etc.

paragraaf 2.10.5.1. Terugmelding

Paragraaf 2.10.5.2. Administratieve verwerking en archivering van de bevestiging

paragraaf 2.7.2.3. Bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond

Paragraaf 2.10.5.2. Administratieve verwerking en archivering van de bevestiging

paragraaf 2.10.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie

Paragraaf 2.1. Weigering optiebevestiging wegens strafrechtelijk(e) delict(en)

paragraaf 2.10.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid

6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid

Paragraaf 2.10.5.1. Terugmelding

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2.1. Weigering optiebevestiging wegens strafrechtelijk(e) delict(en)

De openbare orde van openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba verzet zich tegen het polygaam gehuwd zijn van Nederlanders. Het rechtsbeginsel van monogamie komt onder andere tot uiting in artikel 1:33 BW-BES en artikel 1:69 BW-BES. Deze artikelen bepalen respectievelijk dat een man slechts met een vrouw, de vrouw slechts met een man kan zijn getrouwd en dat een polygaam huwelijk nietig kan worden verklaard.

Bijlage

6a-3. Toelichting ad artikel 6a, derde lid

Bijlage

paragraaf 3. Procedure naturalisatie

Artikel 7

6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid

6-7. Toelichting ad artikel 6, zevende lid

6a-2-c. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder c

6a-1. Toelichting ad artikel 6a, eerste lid

6a-2-a. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a

6a-2-c. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder c

6a-3. Toelichting ad artikel 6a, derde lid

De autoriteit bedoeld in artikel 6, derde lid, beoordeelt of de vreemdeling heeft voldaan aan het vereiste, genoemd in het eerste lid, of dat de vreemdeling een beroep toekomt op een van de uitzonderingen, genoemd in het tweede lid. Indien dit het geval is en ook aan de overige vereisten is voldaan, bevestigt zij schriftelijk de verkrijging van het Nederlanderschap.

6a-4. Toelichting ad artikel 6a, vierde lid

paragraaf 2. Nadere regelgeving in het BvvN

paragraaf 3.1. Voorlichtingsfase

paragraaf 3.2. Indiening verzoek om naturalisatie

paragraaf 3.7.4. Buitenbehandelingstelling

paragraaf 3.2.5. Gemachtigde

Paragraaf 3.3. Te verstrekken gegevens

paragraaf 3.8.2. Toetsing voorwaarden (mede)naturalisatie/naamsvaststelling en naamswijziging

Paragraaf 3.5. Over te leggen documenten

Paragraaf 3.5.1. Algemeen

paragraaf 3.12.4.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen

paragraaf 3.7.2. Beoordeling verschuldigdheid naturalisatiegelden

Paragraaf 3.5.6. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten

paragraaf 3.6.1. Bevoegdheid in ontvangst nemen van verzoeken

paragraaf 3.6.1. Bevoegdheid in ontvangst nemen van verzoeken

paragraaf 3.7.1. Beoordeling bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij verzoeken om naturalisatie ingediend op of ná 1 maart 2009)

paragraaf 3.12. Naturalisatieceremonie

paragraaf 3.12.1. De oproeping

paragraaf 3. Verblijfsrecht

paragraaf 3.1. Aantonen verblijfsrecht

paragraaf 3.12.4.1. Zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen

paragraaf 3.12.5. Procedurele aspecten na uitreiking

paragraaf 3.2. Beoordelingsmoment

paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2.2.1. Gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets

paragraaf 2.2.3. Het certificaat bij gedeeltelijke vrijstelling

paragraaf 3. Ondertekenen bereidverklaring (model 2.30)

paragraaf 3.3. Weigering tot opneming in Nederlandse samenleving (hiermee wordt bedoeld de samenleving van Bonaire, Sint Eustatius of Saba)

Paragraaf 5. Afwijzing als in de periode van vijf jaar direct voorafgaande aan het verzoek om naturalisatie of het afleggen van de optieverklaring (of de beslissing daarop) een sanctie ter zake van een misdrijf is opgelegd of ten uitvoer gelegd

Paragraaf 7.2. Gegevens van de Justitiële documentatiedienst bij naturalisatie

Paragraaf 2. Staatloosheid

Paragraaf 5.7. Jeugdigen

Paragraaf 5.1. Misdrijven

Paragraaf 5.3. Cumulatie van sancties

Paragraaf 5.7. Jeugdigen

Paragraaf 5.12. Gratie

paragraaf 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)

paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend

paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend

9-3-d. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder d

11-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 3.4. Advies Onze Minister (na overleg met de Staatssecretaris van VWS)

9-4. Toelichting ad artikel 9, vierde lid

9-5. Toelichting ad artikel 9, vijfde lid

paragraaf 3.3. Blokkeringstermijnen

11-5. Toelichting ad artikel 11, vijfde lid

paragraaf 2.3. Belangenafweging

paragraaf 2. Naamswijziging

Paragraaf 3. Wijziging van uitsluitend voornamen

paragraaf 2.1. Tarieven naturalisatiegelden

paragraaf 2.5. Categoriale vrijstelling van leges

Paragraaf 1. Intrekkingsmogelijkheid bij fraude beperkt tot 12 jaar na uitvaardigen Koninklijk Besluit

paragraaf 2.1.1. Gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie

2.5.5. Peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets

14-2. Toelichting ad artikel 14, tweede lid

2.4.1. Rechten Unieburgerschap

Paragraaf 1.2. Ondanks vrijwillige verkrijging andere nationaliteit geen verlies Nederlanderschap

Paragraaf 1.3. Een andere nationaliteit/statenopvolging

2.2.2. Bewijslast

14-5. Toelichting ad artikel 14, vijfde lid

Paragraaf 2.2. Evenredigheidstoets Unieburgerschap

16-2-b. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder b

2.2.4. Algemeen belang

15-1-b. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b

paragraaf 6. Berichtgeving aan andere autoriteiten

16-2-e. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder e

15-1-e. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder e

15-3. Toelichting ad artikel 15, derde lid

RWN: artikel 1.2

Geen.

Hoofdregel van Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg is dat vrijwillige verkrijging van de nationaliteit van een ander verdragsland automatisch leidt tot verlies van de oorspronkelijke nationaliteit. Dit betekent dat een meerderjarige Nederlander, die vrijwillig de nationaliteit van een ander verdragsland verkrijgt, het Nederlanderschap verliest, ook al zou hij behoren tot een van de categorieën, genoemd in artikel 15, tweede lid, RWN, tenzij de nationaliteit wordt verkregen van een land dat was aangesloten bij het 2e protocol (verdrag gaat immers boven de wet). Het verlies vloeit rechtstreeks voort uit het verdrag.

De regeling van artikel 15, tweede lid, RWN die in bepaalde gevallen verlies van het Nederlanderschap door vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit uitsluit, is zonder nadere beperking in strijd met volkenrechtelijke verplichtingen die Nederland heeft ten aanzien van bepaalde staten.

Die volkenrechtelijke verplichtingen volgen uit:

De verplichtingen uit het Verdrag van Straatsburg en de TOS hebben voorrang boven de regeling neergelegd in de RWN, met name in artikel 15, tweede lid, RWN.

Het verlies van het Nederlanderschap treedt overigens ook niet in op grond van het artikel 15A RWN, maar op grond van de rechtstreeks werkende bepaling van het Verdrag van Straatsburg of van de TOS.

Artikel 22

15a-a. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)

16-1-a. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a

Artikel III

15a-a. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)

paragraaf 4.1. Voornemenprocedure

Paragraaf 4.2.1. Besluit tot intrekking van het Nederlanderschap

Paragraaf 1. Algemene wettelijke uitgangspunten

14-5. Toelichting ad artikel 14, vijfde lid

Paragraaf 2.1.2.2. Artikel 134a van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht

2.2.2. Bewijslast

2.2.2. Bewijslast

Artikel 15

Paragraaf 2. Rijkswet inperking gevolgen Brexit (terugtreden Verenigd Koninkrijk uit de EU)

paragraaf 2. Overgangsrecht artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c

15-1-d. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d

15-1-e. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder e

15a-alg. Toelichting algemeen

Bij het Verdrag van Straatsburg zijn op dit moment alleen Nederland en Oostenrijk partij. Bij het op 2 februari 1993 te Straatsburg tot stand gekomen Tweede Protocol (Trb. 1994, 265), dat een uitzondering biedt op de verliesgronden uit het Verdrag van Straatsburg, is sinds 4 juni 2010 alleen Nederland partij (zie verder de toelichting op artikel 15A, aanhef en onder a, RWN).

Denemarken: van 17 december 1972 tot 26 augustus 2015;

Hoofdregel van Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg is dat vrijwillige verkrijging van de nationaliteit van een ander verdragsland automatisch leidt tot verlies van de oorspronkelijke nationaliteit. Dit betekent dat een meerderjarige Nederlander, die vrijwillig de nationaliteit van een ander verdragsland verkrijgt, het Nederlanderschap verliest, ook al zou hij behoren tot een van de categorieën, genoemd in artikel 15, tweede lid, RWN, tenzij de nationaliteit wordt verkregen van een land dat was aangesloten bij het 2e protocol (verdrag gaat immers boven de wet). Het verlies vloeit rechtstreeks voort uit het verdrag.

Van verlies als bedoeld in Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg is alleen sprake bij verkrijging van de nationaliteit van landen waarvoor het Verdrag van Straatsburg in werking is getreden en die Hoofdstuk I van het Verdrag toepassen of toegepast hebben.

Artikel 24

26-3. Toelichting ad artikel 26, derde lid

23-2. Toelichting ad artikel 23, tweede lid

23-3. Toelichting ad artikel 23, derde lid

paragraaf 5.1. De verzoeker valt onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9

Paragraaf 1. Algemeen

10-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 3.8. De verzoeker heeft – naar hij stelt en aantoont – bijzondere en objectief waardeerbare redenen om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit

Artikel 11

paragraaf 2.4. Niet bijzondere gevallen

10-alg. Toelichting algemeen

10-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 1.3. Nederlandse kinderen

Artikel 12

Artikel 13

paragraaf 1.4. Correctie van kennelijke misslagen in het koninklijk besluit

paragraaf 1.2. Categoriale vrijstelling van optiegelden

paragraaf 2.3. Tarieven F en G

Paragraaf 3. Betaling van de verschuldigde optie- en naturalisatiegelden

paragraaf 2.2. Intrekking Nederlanderschap wegens valse verklaringen, bedrog of verzwijging van relevante feiten

paragraaf 3.4.2. Vaststelling van het inkomen en vermogen

9-2. Toelichting ad artikel 9, tweede lid

9-3-a. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder a

paragraaf 5.1. De verzoeker valt onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9

9-5. Toelichting ad artikel 9, vijfde lid

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 3. Topsporters

paragraaf 1.1. Tarieven

14-1. Toelichting ad artikel 14, eerste lid

paragraaf 5.1. Verzending, uitreiking en publicatie van het intrekkingsbesluit

paragraaf 2.1. Belangenafweging

Paragraaf 2.2

15-3. Toelichting ad artikel 15, derde lid

2.2.5. Peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets

paragraaf 2. Tot inontvangstneming bevoegde autoriteit

paragraaf 6. Berichtgeving aan andere autoriteiten

paragraaf 1.3. Onderbreking van het hoofdverblijf langer dan een jaar

Paragraaf 2. Intrekking van het Nederlanderschap

15-4. Toelichting ad artikel 15, vierde lid

15-4. Toelichting ad artikel 15, vierde lid

Partijen bij Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg (nu en in het verleden):

Nederland (gehele Koninkrijk): vanaf 10 juni 1985;

Oostenrijk: vanaf 1 september 1975;

22-2. Toelichting ad artikel 22, tweede lid

26-1. Toelichting ad artikel 26, eerste lid

24-alg. Toelichting algemeen

Duitsland: van 18 december 1969 tot 22 december 2002;

Italië: van 10 juni 1985 tot 4 juni 2010 (geldt ook voor Tweede Protocol, zie hieronder);

Artikel 25

Artikel 26

paragraaf 2.2.2. Uitsluitend schriftelijk optieverklaring afleggen

paragraaf 2.3.4. Beoordeling volledigheid optieverklaring/inverzuimstelling

paragraaf 2.2.4.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 1.36)

paragraaf 2.2.5.6. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten

Paragraaf 2.2.5.7. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten

paragraaf 2.4.2.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij optieverklaringen afgelegd op of ná 1 maart 2009)

paragraaf 2.4.2.4. Naamsvaststelling en naamskeuze bij optie

paragraaf 2.5. Bevestiging

Paragraaf 2.2.5.5. In het verleden overgelegde buitenlandse akten

paragraaf 2.3. Inontvangstneming optieverklaring

paragraaf 2.3.3. Beoordeling verschuldigdheid optiegelden

paragraaf 2.10. Naturalisatieceremonie

paragraaf 2.5. Bevestiging

Paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2.10.4.1. Zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen

6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid

paragraaf 2.10.5. Procedurele aspecten na uitreiking

Paragraaf 2.10.5.1. Terugmelding

6-9. Toelichting ad artikel 6, negende lid

6a-2-b. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder b

6a-3. Toelichting ad artikel 6a, derde lid

paragraaf 3.1. Voorlichtingsfase

6a-2-d. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder d

6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid

7-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 3.2. Indiening verzoek om naturalisatie

paragraaf 3.2.5. Gemachtigde

6a-2-c. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder c

6a-2-d. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder d

6a-4. Toelichting ad artikel 6a, vierde lid

6a-5. Toelichting ad artikel 6a, vijfde lid

paragraaf 3.7.4. Buitenbehandelingstelling

paragraaf 3.6.1. Bevoegdheid in ontvangst nemen van verzoeken

paragraaf 3.4. Af te leggen verklaringen

paragraaf 3.4.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 2.30)

paragraaf 3.8.2. Toetsing voorwaarden (mede)naturalisatie/naamsvaststelling en naamswijziging

Paragraaf 3.4.3. Verklaring verblijf en gedrag

Paragraaf 3.5.1. Algemeen

paragraaf 3.12.4.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen

Paragraaf 3.5.6. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten

8-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 3.12. Naturalisatieceremonie

paragraaf 3.8.2. Toetsing voorwaarden (mede)naturalisatie/naamsvaststelling en naamswijziging

paragraaf 3.11. (hoger) beroep

paragraaf 2.2. Toelating bij vergunning verleend

paragraaf 2.2. Toelating bij vergunning verleend

paragraaf 3.3. Reden tot intrekking/niet-verlenging/einde van de verblijfsvergunning

paragraaf 3. Verblijfsrecht

paragraaf 2.2. Toelating bij vergunning verleend

paragraaf 3.3. Reden tot intrekking/niet-verlenging/einde van de verblijfsvergunning

paragraaf 3.3. Weigering tot opneming in Nederlandse samenleving (hiermee wordt bedoeld de samenleving van Bonaire, Sint Eustatius of Saba)

Paragraaf 2.1.1. De voorlichtingsfase

Paragraaf 3.2. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten

paragraaf 2.3.2. Beleid en procedure bij beroep op het ondanks geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kunnen worden geacht het examen te behalen

Bijlage

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 3. Afwijzing als de verblijfstitel op grond van de WTU-BES kan worden ingetrokken

Paragraaf 5.9. Geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straffen

Paragraaf 5.10. Sepots en voorwaardelijke sepots

Artikel 9

Paragraaf 5.5. Taakstraffen

Paragraaf 5.8. Vijfjaartermijn

paragraaf 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)

Paragraaf 3. Uitzonderingscategorieën

Paragraaf 7.4. Afwijzing als ernstige vermoedens bestaan dat verzoeker een gevaar vormt voor de veiligheid van het Koninkrijk

Paragraaf 3. Uitzonderingscategorieën

paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen

paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen

paragraaf 2. Voorbeelden van bijzondere gevallen

paragraaf 5.2. De verzoeker valt niet onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9 en is niet bereid afstand te doen en doet een beroep op een van de uitzonderingen 3.4 tot en met 3.8

paragraaf 3.5. Beslissing

Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties

paragraaf 3.5. Beslissing

paragraaf 3. Topsporters

11-8. Toelichting ad artikel 11, achtste lid

10-alg. Toelichting algemeen

11-alg. Toelichting algemeen

Artikel 12

Paragraaf 1. Namenreeks of naamsketen

Paragraaf 1. Algemene wettelijke uitgangspunten

paragraaf 1.4. In een enkel geval geen optiegelden verschuldigd

paragraaf 2.3. Tarieven F en G

Paragraaf 3. Betaling van de verschuldigde optie- en naturalisatiegelden

paragraaf 5.2. Administratieve verwerking van het besluit tot intrekking door de ontvangende autoriteit

14-5. Toelichting ad artikel 14, vijfde lid

14-7. Toelichting ad artikel 14, zevende lid

paragraaf 2.1.3. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c

Paragraaf 1.3. Een andere nationaliteit/statenopvolging

Paragraaf 2. Rijkswet inperking gevolgen Brexit (terugtreden Verenigd Koninkrijk uit de EU)

3.5. Peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets

paragraaf 1.3. Onderbreking van het hoofdverblijf langer dan een jaar

19-alg. Toelichting algemeen

Artikel 15a

België: van 19 juli 1991 tot 28 april 2008;

Frankrijk: van 28 maart 1968 tot 5 maart 2009 (geldt ook voor Tweede Protocol, zie hieronder);

Luxemburg: van 12 november 1971 tot 9 juli 2009;

16-1-b. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 2. Kind geboren vóór 1 januari 1985, Nederlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003

Paragraaf 5. Uitzondering: de vader is geen Nederlander (kind geboren op of na 1 januari 1985; vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003)

Paragraaf 4. Kind geboren op of na 1 januari 1985, buitenlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003

4-2. Toelichting ad artikel 4, tweede lid

4-2. Toelichting ad artikel 4, tweede lid

4-4. Toelichting ad artikel 4, vierde lid

4-5. Toelichting ad artikel 4, vijfde lid

Artikel 5

5-alg. Toelichting algemeen

5a-alg. Toelichting algemeen

Artikel 5c

5c-alg. Toelichting algemeen

5b-2. Toelichting ad artikel 5b, tweede lid

Artikel 6

Paragraaf 3.2. Bewijsmiddelen

paragraaf 3. Vereiste van opvoeding en verzorging door de Nederlandse man

6-1-d. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d

6-1-e. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e

6-1-i. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.2.1. Gevolgen van het huwelijk voor de nationaliteit van de vrouw

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1.2.1.1. Gehuwde vrouw: huwelijk in periode tot 1 maart 1964

paragraaf 1.3. De vader is niet-Nederlander ten tijde van geboorte van kind

paragraaf 1.4. Voorbeelden: welke situaties vallen onder deze optiemogelijkheid

paragraaf 1.2.2. Geboorte uit een ongehuwde vrouw met de Nederlandse nationaliteit

paragraaf 1.2.2. Geboorte uit een ongehuwde vrouw met de Nederlandse nationaliteit

paragraaf 1.3. De vader is niet-Nederlander ten tijde van geboorte van kind

Een kind wordt in 1976 in Amsterdam geboren als kind van een ongehuwde Nederlandse moeder. Het verkrijgt daardoor de Nederlandse nationaliteit op grond van artikel 1 sub c WNI 1892. In 1978 trouwt de moeder in Australië met een Australische man. Het kind wordt hierdoor op tweejarige leeftijd gewettigd. Deze wettiging wordt erkend op grond van de CIEC-overeenkomst inzake wettiging door huwelijk. Het kind wordt door deze wettiging het juridisch kind van deze man vanaf de datum van het huwelijk en verkrijgt daardoor de Australische nationaliteit. Hij wordt door de wettiging geacht nooit de Nederlandse nationaliteit te hebben bezeten op grond van artikel 2ter WNI 1892, en hij wordt hiermee vreemdeling.

6-1-j. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder j

paragraaf 1.1. Verkrijging Nederlanderschap door adoptie onder de WNI

paragraaf 1.3. Bezit Nederlandse nationaliteit adopiefmoeder ten tijde van onherroepelijk uitspraak

Voorwaarde is ook dat op het moment dat adoptieuitspraak onherroepelijk werd, de adoptiefmoeder de Nederlandse nationaliteit bezat. Het Nederlanderschap heeft zij in de meeste gevallen door geboorte van rechtswege verkregen (door bijvoorbeeld afstamming van een Nederlandse vader; zie paragraaf 2.1). Als eerste zal bekeken moeten worden waar de adoptiefmoeder is geboren of heeft gewoond. Als dat in Nederland is, dan is er een persoonskaart in Nederland aanwezig waaruit haar nationaliteit zal blijken. Als de adoptiefmoeder in het buitenland is geboren of nooit in Nederland heeft gewoond dan zijn de afstammings- en nationaliteitsgegevens op de persoonskaart van haar ouders relevant om te bepalen of de adoptiefmoeder het Nederlanderschap heeft verkregen door geboorte of anderszins.

paragraaf 1.2. Afstamming door geboorte

paragraaf 1.2. Afstamming door geboorte

paragraaf 1.2. Bewijs biologisch vaderschap erkenner

6-1-l. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder l

paragraaf 1.2. Bewijs biologisch vaderschap erkenner

In beginsel is de bewijsvoering ter zake van het biologisch vaderschap hierbij vrij.

Een uit een Oekraïnse ongehuwde vrouw geboren kind wordt op 10-jarige leeftijd in 2009 in Rotterdam erkend door een Duitse man. Deze Duitse man is in 1980 in Duitsland geboren staande een huwelijk van een Duitse vader en een Nederlandse moeder. Zij heeft niet de Duitse nationaliteit verkregen na dit huwelijk.

paragraaf 1.3. Vereiste documenten

Voorts eist onderdeel o dat eerst de optiegerechtigde adoptiefouder van het kind het Nederlanderschap verkrijgt. Daarna pas kan het kind gebruik maken van de optiemogelijkheid in onderdeel o. Alleen als deze optiegerechtigde adoptieouder is overleden en dus niet het Nederlanderschap heeft kunnen verkrijgen kan er ook geopteerd worden.

2.1. Rechten Unieburgerschap

2.3. Peildatum unierechtelijke evenredigheidstoets

2.4.1. Beroep op schending van het familie- of gezinsleven en het belang van het kind

Paragraaf 3. Procedure voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel

paragraaf 2. Procedure

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2.2.1.1. Meerderjarige optant

paragraaf 2.2.1.2

Paragraaf 2.2.5.2. Buitenlands reisdocument

paragraaf 2.3.1. Bevoegdheid in ontvangst nemen optieverklaringen

paragraaf 2.10.1. De oproeping

paragraaf 2.10.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie

paragraaf 2.7. Bezwaar

paragraaf 2.3.1. Bevoegdheid in ontvangst nemen optieverklaringen

paragraaf 2.10.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid

paragraaf 2.3.4. Beoordeling volledigheid optieverklaring/inverzuimstelling

paragraaf 2.10.5. Procedurele aspecten na uitreiking

paragraaf 2.4.2.5. Onderzoek naar zienswijze kind/wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder

Paragraaf 2.4.2.6. Adviesprocedure bij optieverklaring op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder p, RWN

6-6. Toelichting ad artikel 6, zesde lid

6-4. Toelichting ad artikel 6, vierde lid

6-6. Toelichting ad artikel 6, zesde lid

Paragraaf 2.10.5.2. Administratieve verwerking en archivering van de bevestiging

Paragraaf 2.10.5.2. Administratieve verwerking en archivering van de bevestiging

6-4. Toelichting ad artikel 6, vierde lid

Artikel 6a

6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid

6-9. Toelichting ad artikel 6, negende lid

7-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 3.2.1. Meerderjarige verzoeker

paragraaf 3.2.4. Wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder

paragraaf 3.4.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 2.30)

paragraaf 3.11. (hoger) beroep

Paragraaf 3.9. Overdracht naturalisatiedossier aan de IND in het Europese deel van het Koninkrijk

Paragraaf 3.8.1. Onderzoek juistheid verstrekte persoonsgegevens

Paragraaf 3.5.2. Buitenlands reisdocument

paragraaf 3.6. Inontvangstneming verzoek

paragraaf 3.7.2. Beoordeling verschuldigdheid naturalisatiegelden

paragraaf 3.7.2. Beoordeling verschuldigdheid naturalisatiegelden

8-1-d. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 2.1.1. De voorlichtingsfase

paragraaf 1.1. Oud-Nederlanders en voormalig Nederlands onderdanen-niet-Nederlander

2.3.2.3. Rol van en procedure bij de Gezaghebber

Paragraaf 3. Afwijzing als de verblijfstitel op grond van de WTU-BES kan worden ingetrokken

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 5.11. Schadevergoeding

Paragraaf 3. Afwijzing als de verblijfstitel op grond van de WTU-BES kan worden ingetrokken

paragraaf 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)

paragraaf 3.1. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat, wier wetgeving bepaalt dat de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit leidt tot het verlies van die nationaliteit. Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen

paragraaf 3.7. Voor de verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat hij zich wendt tot de autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, geldt de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit niet

paragraaf 3.8. De verzoeker heeft – naar hij stelt en aantoont – bijzondere en objectief waardeerbare redenen om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit

paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend

Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties

paragraaf 2. Voorbeelden van bijzondere gevallen

paragraaf 2.2. Tarieven C en D

Artikel 12

paragraaf 2. Naamswijziging

paragraaf 4. Naamswijziging bij minderjarige kinderen

paragraaf 1. Algemeen

15-1-c. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 1.1. Stuiting van de verliestermijn

Denemarken: van 17 december 1972 tot 26 augustus 2015;

Dat betekent bijvoorbeeld, dat een Nederlander, die op 20 augustus 2007 vrijwillig de Deense nationaliteit heeft verkregen, op dat moment op grond van Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg automatisch zijn Nederlandse nationaliteit verloor.

Artikel 22c

Het verlies op grond van Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg geldt niet als het betreffende verdragsland ook partij is bij het Tweede Protocol tot wijziging van het Verdrag van Straatsburg (Trb. 1994, nr. 265). Het Tweede Protocol maakt het voor elke verdragsluitende partij mogelijk om in bepaalde gevallen door middel van de eigen interne wetgeving de hoofdregel van het verdrag uit te sluiten, waarbij elke staat, die ratificeert, zelf ten aanzien van die gevallen bepaalt in welke mate van dat recht gebruik wordt gemaakt. De gevallen als hier bedoeld, zijn:

25-alg. Toelichting algemeen

24-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 2.3. Inontvangstneming optieverklaring

paragraaf 2.10.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie

paragraaf 2.3.1. Bevoegdheid in ontvangst nemen optieverklaringen

paragraaf 2.3.2. Ontvangstbevestiging

paragraaf 2.4.2. Beoordeling of aan de (overige) voorwaarden wordt voldaan

paragraaf 2.6.2. Bevestiging ten aanzien van de ouder/weigering bevestiging medeverkrijging

paragraaf 2.10.3. Afleggen verklaring van verbondenheid

paragraaf 2.10.4.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen

Bijlage

6-5. Toelichting ad artikel 6, vijfde lid

6a-1. Toelichting ad artikel 6a, eerste lid

Paragraaf 2.10.5.2. Administratieve verwerking en archivering van de bevestiging

6a-2-a. toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a

6a-1. Toelichting ad artikel 6a, eerste lid

6-6. Toelichting ad artikel 6, zesde lid

6-9. Toelichting ad artikel 6, negende lid

Artikel 7

paragraaf 3.2.4. Wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder

Paragraaf 3.5.6. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten

Paragraaf 3.8.1. Onderzoek juistheid verstrekte persoonsgegevens

paragraaf 3.7.4. Buitenbehandelingstelling

paragraaf 3.12.5. Procedurele aspecten na uitreiking

paragraaf 3.1. Aantonen verblijfsrecht

Artikel 8

8-1-b. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 2.3. Ontheffing van de naturalisatietoets

paragraaf 2.3.1. Procedure bij beroep op ontheffing van de naturalisatietoets wegens een belemmering

paragraaf 2.3.2. Beleid en procedure bij beroep op het ondanks geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kunnen worden geacht het examen te behalen

paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 4. Afleggen verklaring van verbondenheid

Paragraaf 2.1.1. De voorlichtingsfase

Paragraaf 2.2. Volledige vrijstelling van de naturalisatietoets

8-1-e. Toelichting ad artikel 8, eerste lid en onder e

Paragraaf 5. Afwijzing als in de periode van vijf jaar direct voorafgaande aan het verzoek om naturalisatie of het afleggen van de optieverklaring (of de beslissing daarop) een sanctie ter zake van een misdrijf is opgelegd of ten uitvoer gelegd

Artikel 9

Artikel 9

9-alg. Toelichting algemeen

Paragraaf 5.9. Geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straffen

Paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 3.4. Verzoeker zal – naar hij aantoont – voor het doen van afstand een bedrag aan leges moeten betalen van zodanige hoogte dat hij daardoor een substantieel financieel nadeel zal lijden

paragraaf 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)

paragraaf 5.1. De verzoeker valt onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9

Paragraaf 1. Algemeen

9-5. Toelichting ad artikel 9, vijfde lid

11-7. Toelichting ad artikel 11, zevende lid

Paragraaf 3. Wijziging van uitsluitend voornamen

paragraaf 1. Optiegelden

Paragraaf 2.2. In mindere mate een belangenafweging in het kader van artikel 14, tweede lid RWN

paragraaf 2. Intrekking wegens vreemde krijgsdienst

Paragraaf 1. Algemene wettelijke uitgangspunten

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 3. Evenredigheidstoets verlies Unieburgerschap

15a-a. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)

Noorwegen: van 27 december 1969 tot 19 december 2019;

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)