Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2011

Type ZBO-regeling
Publication 2012-10-03
State In force
Source BWB
artikelen 49
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 32, vijfde lid en 34, vierde lid van de Zorgverzekeringswet, hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering en hoofdstuk 3 van de Regeling zorgverzekering;

Heeft in zijn vergadering van 17 januari 2011 besloten:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

Deze beleidsregels verstaan onder:

Artikel 2. Algemene bepaling

Het college past de bepalingen uit het Besluit zorgverzekering en de Regeling zorgverzekering met betrekking tot de toekenning en vaststelling van de bijdrage aan de zorgverzekeraars toe met inachtneming van het bepaalde in deze beleidsregels.

Artikel 3. Zorgverzekeraars

Het college gaat bij de verdeling van de macro-deelbedragen 2011 en de berekening van de normatieve bedragen en de vereveningsbijdragen ervan uit dat alle zorgverzekeraars die gedurende 2010 actief zijn geweest ook in 2011 als zorgverzekeraar actief zullen zijn, tenzij zij voor 1 augustus 2010 aan het college hebben aangegeven dat zulks niet het geval zal zijn.

Artikel 4. Samenloop van klassen aard van het inkomen

Voor de indeling in de aard van het inkomenklasse deelt het college een verzekerde, die in meerdere klassen is in te delen, in op basis van de hierna genoemde volgorde:

Artikel 5. Indeling in FKG’s 2011 en DKG’s 2011

1.

Het college baseert de indeling in FKG’s 2011 op bijlage 6 en 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 september 2010 Z/F-3024689.

2.

Wanneer sprake is van samenloop van FKG’s wijst het college alle toepasselijke FKG’s toe met in achtneming van het volgende:

3.

Het college baseert de indeling in DKG’s 2011 op bijlage 8, bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 september 2010 Z/F-3024689.

Artikel 6. Indeling in regioklasse 2011 en sociaal economische statusklasse 2011

Wanneer van een verzekerde geen Nederlandse postcode bekend is – ondanks inspanningen van de zorgverzekeraar deze te administreren – zal het college als gewicht van de regioklasse, de GGZ-regioklasse en de sociaal economische statusklasse het gewicht nul hanteren.

Hoofdstuk II. Toekenning van de vereveningsbijdrage 2011 aan de zorgverzekeraar

Artikel 7. Raming van de verzekerdenaantallen 2011

1.

Uitgangspunt voor de raming is het persoonskenmerkenbestand 2010 dat de zorgverzekeraars op 1 juli 2010 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van deze opgaven is de datum van nominale premieprolongatie voor de maand juni 2010.

2.

Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2011, naar regioklasse 2011, naar GGZ-regioklasse 2011, naar éénpersoonsadresklasse 2011, naar jonger dan 18 jaarklasse 2011 en naar de verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder 2011, op het in het eerste lid genoemde persoonskenmerkenbestand 2010.

3.

Voor de vaststelling van de aard van het inkomenklasse baseert het college zich op de gepseudonimiseerde opgave van het UWV en de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2009.

4.

Voor de vaststelling van de sociaal economische statusklasse baseert het college zich op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst over het jaar 2008. Wanneer voor 2008 geen gegevens beschikbaar zijn baseert het college zich op gegevens over het jaar 2007.

5.

Voor de vaststelling van de GGZ kosten lage drempelklasse en de GGZ kosten hoge drempelklasse baseert het college zich op het GGZ kostenbestand dat door onderzoeksbureau APE voor de raming 2011 is gebruikt en dat op 24 juli 2010 bij het college is aangeleverd.

6.

Het college bepaalt per zorgverzekeraar het geraamde aantal verzekerden voor het macro-deelbedrag kosten van B-dbc’s, voor het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties als volgt:

7.

Het college bepaalt per zorgverzekeraar het geraamde aantal verzekerden voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als volgt:

8.

Het college bepaalt per verzekerde de zwaarte per FKG 2011 verder als volgt:

9.

Het college bepaalt per verzekerde de zwaarte per DKG 2011 verder als volgt:

10.

Vervolgens past het college per risicoklasse naar leeftijd en geslacht, aard van het inkomenklasse, regioklasse, GGZ-regioklasse, éénpersoonsadresklasse, sociaal economische statusklasse, GGZ kosten lage drempelklasse, GGZ kosten hoge drempelklasse en jonger dan 18 jaarklasse een ophoogfactor toe, zodanig dat opschaling plaatsvindt naar de macro verzekerdenraming voor 2011. Voor de risicoklassen FKG, FKG GGZ en DKG geldt dat het verschil per risicoklasse naar leeftijd en geslacht tussen het persoonskenmerkenbestand 2010 en de macro verzekerdenraming 2011 terechtkomt bij FKG 0 geen FKG, bij FKG GGZ 0 geen FKG GGZ en DKG 0 geen DKG.

11.

Tenslotte bepaalt het college per zorgverzekeraar het geraamde aantal verzekerden 2011 per zorgverzekeraar door per risicoklasse naar leeftijd en geslacht, FKG klasse, DKG klasse, aard van het inkomenklasse, regioklasse, GGZ regioklasse, éénpersoonsadresklasse, sociaal economische statusklasse, GGZ kosten lage drempelklasse, GGZ kosten hoge drempelklasse en jonger dan 18 jaarklasse de zwaarten zoals bepaald in het tiende lid per risicoklasse bij elkaar op te tellen.

12.

Het aantal verzekerden 2011 per zorgverzekeraar voor het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg met een FKG GGZ 0 geen FKG GGZ bepaalt het college door het geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2011 per zorgverzekeraar te verminderen met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2011 met een FKG GGZ 1.

13.

Het college bepaalt per zorgverzekeraar het geraamde aantal verzekerden voor de normatieve eigen risico opbrengst als volgt:

Artikel 8. De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van B-dbc’s en de berekening van het deelbedrag kosten van B-dbc’s

1.

Voor de verdeling van het macro-deelbedrag kosten van B-dbc’s hanteert het college de volgende gewichten als uitgangspunten:

2.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2011 per overeenkomstige risicoklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

3.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per FKG 2011 per overeenkomstige FKG met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden FKG 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.

4.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per DKG 2011 per overeenkomstige DKG met het geraamde aantal verzekerden per DKG 2011.

De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.

5.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2011 per overeenkomstige aard van het inkomenklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2011. Het college sommeert de uitkomsten per zorgverzekeraar en voegt deze toe aan het resultaat van het vierde lid.

6.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per regioklasse 2011 per overeenkomstige regioklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per sociaal economische statusklasse 2011 per overeenkomstige sociaal economische statusklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per sociaal economische statusklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

Het resultaat van het zevende lid wordt aangeduid als het deelbedrag kosten van B-dbc’s 2011.

Artikel 9. De verdeling van het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en de berekening van het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

1.

Voor de verdeling van het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp hanteert het college de volgende gewichten als uitgangspunten:

2.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2011 per overeenkomstige risicoklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

3.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per FKG 2011 per overeenkomstige FKG met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per FKG 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.

4.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per DKG 2011 per overeenkomstige DKG met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per DKG 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.

5.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2011 per overeenkomstige aard van het inkomenklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2011. Het college sommeert de uitkomsten per zorgverzekeraar en voegt deze toe aan het resultaat van het vierde lid.

6.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2011 per overeenkomstige regioklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per sociaal economische statusklasse 2011 per overeenkomstige sociaal economische statusklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per sociaal economische statusklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

Het resultaat van het zevende lid wordt aangeduid als het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2011.

Artikel 10. De verdeling van het macro-deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging en de berekening van het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging

1.

Het college bepaalt het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2011 als volgt:

2.

Indien het gemiddelde aantal verzekerden van een zorgverzekeraar in 2009 minder dan 10.000 bedraagt, wordt voor deze zorgverzekeraar bij de berekening bedoeld in het eerste lid uitgegaan van de gemiddelde kosten van ziekenhuisverpleging 2009 van alle zorgverzekeraars. Deze werkwijze wordt ook gevolgd wanneer de zorgverzekeraar geen juiste of geen volledige opgave over 2009 aan het college heeft gedaan of wanneer een opgave niet mogelijk is.

3.

Het college berekent per zorgverzekeraar het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2011 door het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging per geraamde verzekerde 2011 te vermenigvuldigen met het totaal aantal geraamde verzekerden 2011.

4.

Het resultaat van het derde lid wordt aangeduid als het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2011.

Artikel 11. De verdeling van het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg en de berekening van het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

1.

Voor de verdeling van het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg hanteert het college als uitgangspunten:

2.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per risicoklasse 2011 naar leeftijd en geslacht worden per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

3.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per FKG GGZ 2011 worden per overeenkomstige klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan de som van uitkomsten per zorgverzekeraar bedoeld in het tweede lid.

4.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2011 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per aard van het inkomenklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.

5.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per GGZ-regioklasse 2011 worden per overeenkomstige GGZ-regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per GGZ-regioklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.

6.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per sociaal economische statusklasse 2011 worden per overeenkomstige sociaal economische statusklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per sociaal economische statusklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per éénpersoonsadresklasse 2011 worden per overeenkomstige éénpersoonsadresklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per éénpersoonsadresklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per geneeskundige GGZ kosten lage drempelklasse 2011 worden per overeenkomstige GGZ kosten lage drempelklasse 2011 vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per GGZ kosten lage drempelklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per geneeskundige GGZ kosten hoge drempelklasse 2011 worden per overeenkomstige GGZ kosten hoge drempelklasse 2011 vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per GGZ kosten hoge drempelklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.

10.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per jonger dan 18 jaarklasse 2011 worden per overeenkomstige jonger dan 18 jaarklasse 2011 vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per jonger dan 18 jaarklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

11.

De som van het resultaat van het negende en tiende lid wordt aangeduid als het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2011.

Artikel 12. De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties en de berekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties

1.

Voor de verdeling van het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties hanteert het college als uitgangspunten:

2.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2011 worden per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

3.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per FKG 2011 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per FKG 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.

4.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per DKG 2011 worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per DKG 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.

5.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2011 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.

6.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2011 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per sociaal economische statusklasse 2011 worden per overeenkomstige sociaal economische statusklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per sociaal economische statusklasse 2011. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

Het resultaat van het zevende lid wordt aangeduid als deelbedrag kosten van overige prestaties 2011.

Artikel 13. De raming van de normatieve eigen risico opbrengst

1.

Voor de raming van de normatieve eigen risico opbrengst voor verzekerden zonder een FKG 1 tot en met 23 2011 hanteert het college als uitgangspunten:

2.

De gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per risicoklasse 2011 naar leeftijd en geslacht worden per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder zonder een FKG 1 tot en met 23, zoals bepaald in artikel 7, dertiende lid. De uitkomsten worden per risicoklasse 2011 per zorgverzekeraar gesommeerd.

3.

De gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2011 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per aard van het inkomenklasse 2011, zoals bepaald in artikel 7, dertiende lid, onder b. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.

4.

De gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per regioklasse 2011 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per regioklasse 2011, zoals bepaald in artikel 7, dertiende lid, onder b. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid. Het college vermindert de uitkomst met 0,08366 procent vanwege de geraamde gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder, voor wie als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

5.

Het college berekent de geraamde normatieve eigen risico opbrengst 2011 voor verzekerden met een FKG 1 tot en met 23 2011 per zorgverzekeraar door het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder met een FKG 1 tot en met 23 2011, bepaald in artikel 7, dertiende lid, onder a, te vermenigvuldigen met een bedrag van EUR 170 per verzekerde. Het college vermindert de uitkomst met 0,08366 procent van de uitkomst vanwege de geraamde gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder, voor wie als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

6.

De totale raming van de normatieve eigen risico opbrengst per zorgverzekeraar is de som van het resultaat van het vierde en het vijfde lid.

Artikel 14. De berekening van het normatieve bedrag en de berekening en toekenning van de vereveningsbijdrage

1.

Het college berekent het normatieve bedrag 2011 van een zorgverzekeraar als de som van het volgens dit hoofdstuk berekende deelbedrag kosten B-dbc’s 2011, het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2011, het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2011, het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2011 en het deelbedrag kosten van overige prestaties 2011.

2.

Het college raamt de opbrengst 2011 van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de geraamde aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder 2011 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2011. De nominale rekenpremie 2011 bedraagt EUR 1088 overeenkomstig artikel 3.6 van de Regeling zorgverzekering.

3.

Het college vermindert het resultaat van het tweede lid met 0,08366vanwege de geraamde gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

4.

Het college berekent de vereveningsbijdrage 2011 aan een zorgverzekeraar door op het normatieve bedrag 2011 de geraamde normatieve eigen risico opbrengst 2011 en de volgens het derde lid geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie 2011 in mindering te brengen.

5.

Het college berekent per zorgverzekeraar de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar 2011. Deze uitkering bedraagt het aantal geraamde verzekerden jonger dan 18 jaar vermenigvuldigd met EUR 50.

6.

Het college kent de vereveningsbijdrage 2011 ter hoogte van de bijdrage berekend in het vierde lid, aangevuld met het bedrag berekend in het vijfde lid, aan de zorgverzekeraar toe.

Artikel 15. Herberekeningen als gevolg van splitsing van de zorgverzekeraar

Indien een zorgverzekeraar na de toekenning van de vereveningsbijdrage 2011 besluit zich te splitsen, deelt de zorgverzekeraar aan het college mee hoe naar zijn verwachting de geraamde verzekerdenaantallen 2011 verdeeld zullen worden, over nieuwe dan wel bestaande zorgverzekeraars. Het college kan de toegekende vereveningsbijdrage herzien en de bijdragen aan nieuwe dan wel bestaande zorgverzekeraars toekennen, rekening houdend met de meegedeelde geraamde verzekerdenaantallen en het tijdstip waarop de splitsing wordt gerealiseerd.

Artikel 16. De herberekening en herziening van de toegekende bijdrage 2011

1.

Het college herberekent de toekenning van de vereveningsbijdrage op basis van de werkelijke verzekerdenaantallen 2011 volgens de opgaven van de zorgverzekeraars aan het college op 4 maart 2011.

2.

Het college bepaalt de herberekening van de toegekende vereveningsbijdrage 2011 als volgt: het college deelt het totaal aantal verzekerden uit de opgaven in het eerste lid door het totaal aantal verzekerden, zoals bepaald op grond van artikel 7, elfde lid en vermenigvuldigt het verkregen aantal met de bijdrage 2011 zoals toegekend op grond van artikel 14, zesde lid.

3.

Het college herziet de op grond van artikel 14, zesde lid, toegekende vereveningsbijdrage 2011overeenkomstig de herberekening uit het tweede lid.

Hoofdstuk III. De eerste voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 17. Bepaling van de verzekerdenaantallen 2011

1.

De zorgverzekeraars leveren het persoonskenmerkenbestand 2011 op 15 juni 2011 bij het college aan.

De zorgverzekeraars leveren het uitstroombestand 2011 op 1 juli 2012 bij het college aan.

2.

Voor de vaststelling van het aantal verzekerden 2011 en de verzekeringsduur per verzekerde per zorgverzekeraar baseert het college zich op het VPPKB 2011, zoals zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2012. Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2011 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, wordt die periode voor het vaststellen van de verzekeringsduur verdeeld naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.

3.

Voor de vaststelling van de vereveningskenmerken per verzekerde naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2011, naar regioklasse 2011, naar GGZ-regioklasse 2011, naar éénpersoonsadresklasse, naar jonger dan 18 jaarklasse en naar de verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder 2011, baseert het college zich op het persoonskenmerkenbestand 2011. In het geval een verzekerde niet is opgenomen in het persoonskenmerkenbestand 2011 maakt het college gebruik van de gegevens uit het VPPKB 2011.

4.

Voor de vaststelling van de aard van het inkomenklasse baseert het college zich voor de zelfstandigen op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst en voor de overige inkomstenbronnen op de gepseudonimiseerde opgave van het UWV. Voor de opgave van het UWV of de Belastingdienst naar inkomensbron in het jaar 2011, bedoeld in de vorige volzin, hanteert het college de peildatum 30 juni 2011. Indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, maakt het college voor verzekerden uit die gemeente indien mogelijk gebruik van de gegevens zoals bekend uit 2010, met als peildatum 30 juni 2010. Het college hanteert per verzekerde voor de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als gebruikt voor de opgave van het UWV.

5.

Voor de vaststelling van de sociaal economische statusklasse baseert het college zich voor het inkomen op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst over 2010. In het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2010, maakt het college gebruik van de opgave over 2009. In het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2009, maakt het college gebruik van de opgave over 2008.

6.

Voor de vaststelling van de GGZ-kosten lage drempelklasse en de GGZ-kosten hoge drempelklasse baseert het college zich op declaraties 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd.

7.

Het college bepaalt per zorgverzekeraar het aantal verzekerden voor het deelbedrag kosten van B-dbc’s, voor het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het deelbedrag kosten van overige prestaties als volgt. Voor elke verzekerde uit het VPPKB 2011 bepaalt het college in welke klasse een verzekerde valt. Het college classificeert de verzekerden naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht, naar aard van het inkomenklasse, naar regioklasse, naar FKG klasse, naar DKG klasse en naar sociaal economische statusklasse. Het college bepaalt de leeftijd op basis van de geboortemaand en het geboortejaar. Het college hanteert daarbij als peildatum 30 juni 2011.

8.

Het college bepaalt per zorgverzekeraar het aantal verzekerden voor het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als volgt:

9.

Vervolgens bepaalt het college per zorgverzekeraar het aantal verzekerden naar leeftijd en geslacht 2011. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid.

10.

Voor de voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per FKG 2011 per zorgverzekeraar als volgt:

11.

Voor de voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG 2011 per zorgverzekeraar als volgt:

12.

Het college bepaalt met behulp van opgaven van de Belastingdienst en het UWV en het persoonskenmerkenbestand 2011 de aantallen verzekerden per aard van het inkomenklasse 2011 en sociaal economische statusklasse 2011. In het geval een verzekerde niet is opgenomen in het persoonskenmerkenbestand 2011 maakt het college gebruik van de gegevens uit het VPPKB 2011. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid.

13.

Het college bepaalt met behulp van het VPPKB over 2011, de opgave van de Belastingdienst en de opgave van de zorgverzekeraars naar viercijferige postcode van het adres waar de verzekerde woonachtig is, de aantallen verzekerden naar regioklasse 2011 en de aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder naar GGZ regioklasse. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid.

14.

Het college bepaalt met behulp van het VPPKB over 2011, de opgave van de Belastingdienst en de opgave van de zorgverzekeraars van het adres waar de verzekerde woonachtig is, de aantallen verzekerden naar éénpersoonsadresklasse. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid.

15.

Het college bepaalt met behulp van de opgave door zorgverzekeraars per 1 juni 2012 van declaraties van dbc’s geneeskundige GGZ die in 2010 geopend zijn en van overige declaraties geneeskundige GGZ over 2010 de aantallen verzekerden naar de GGZ-kosten lage drempelklasse en de GGZ-kosten hoge drempelklasse.

16.

Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer of zonder geverifieerd burgerservicenummer uitsluitend in bij de vereveningskenmerken leeftijd en geslacht en regio.

Artikel 18. De voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van B-dbc’s 2011

1.

Het college bepaalt op basis van de opgave jaarstaat 2011 per 1 juni 2012 per zorgverzekeraar en voor het totaal van de zorgverzekeraars de kosten van B-dbc’s 2011, met inachtneming van de artikelen 3.11 en 3.12 van de Regeling zorgverzekering.

2.

Het college herberekent op basis van de uitkomsten verkregen na toepassing van artikel 17 het normatieve bedrag kosten van B-dbc’s 2011 voor het totaal van alle verzekerden 2011 van alle zorgverzekeraars op de wijze zoals beschreven in artikel 8.

3.

Het college berekent de schalingsfactor kosten van B-dbc’s 2011 door de kosten van B-dbc’s 2011, bepaald in het eerste lid, te sommeren over alle verzekeraars en deze te delen door het in het tweede lid herberekende normatieve bedrag kosten van B-dbc’s voor het totaal van alle verzekerden 2011 van alle zorgverzekeraars.

4.

Het college herberekent alle gewichten uit artikel 8, eerste lid door deze te vermenigvuldigen met de schalingsfactor kosten van B-dbc’s 2011 en deze uitkomsten vervolgens af te ronden op twee decimalen.

5.

Het college vermenigvuldigt de in het vierde lid herberekende gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2011 met de aantallen verzekerden per overeenkomstige risicoklasse 2011 per zorgverzekeraar. Het college sommeert de uitkomsten per zorgverzekeraar.

6.

De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per FKG 2011 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2011 zoals berekend in artikel 17, tiende lid, per FKG 2011 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7.

De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per DKG 2011 worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2011 zoals berekend in artikel 17, elfde lid, per DKG 2011 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2011 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2011 per aard van het inkomenklasse 2011 per zorgverzekeraar, zoals berekend in artikel 17, twaalfde lid. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9.

De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per regioklasse 2011 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per regioklasse 2011 per zorgverzekeraar, zoals berekend in artikel 17, dertiende lid. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.

10.

De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van B-dbc’s per verzekerde per sociaal economische statusklasse 2011 worden per overeenkomstige sociaal economische statusklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per sociaal economische statusklasse 2011 per zorgverzekeraar, zoals berekend in artikel 17, twaalfde lid. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het negende lid.

11.

Het resultaat van het tiende lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van B-dbc’s 2011.

12.

Voor de toepassing van artikel 3.20 van de Regeling zorgverzekering vermindert het college het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van B-dbc’s 2011 met de kosten van B-dbc’s 2011, zoals bepaald in het eerste lid.

Artikel 19. De voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2011

1.

Het college bepaalt op basis van de opgave jaarstaat 2011 per 1 juni 2012 per zorgverzekeraar en voor het totaal van de zorgverzekeraars de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2011 met inachtneming van de artikelen 3.11, 3.12 en 3.15 van de Regeling zorgverzekering.

2.

Het college herberekent op basis van de uitkomsten verkregen na toepassing van artikel 17 het normatieve bedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2011 voor het totaal van alle verzekerden 2011 van alle zorgverzekeraars op de wijze zoals beschreven in artikel 9.

3.

Het college berekent de schalingsfactor variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2011 door de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2011, bepaald in het eerste lid, te sommeren over alle verzekeraars en deze te delen door het in het tweede lid herberekende normatieve bedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp voor het totaal van alle verzekerden 2011 van alle zorgverzekeraars.

4.

Het college herberekent alle gewichten uit artikel 9, eerste lid, door deze te vermenigvuldigen met de schalingsfactor variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2011 en deze uitkomsten vervolgens af te ronden op twee decimalen.

5.

Het college vermenigvuldigt de in het vierde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2011 met de aantallen verzekerden per overeenkomstige risicoklasse 2011 per zorgverzekeraar. Het college sommeert de uitkomsten per zorgverzekeraar.

6.

De in het vierde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per FKG 2011 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2011 zoals berekend in artikel 17, tiende lid, per FKG 2011 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7.

De in het vierde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per DKG 2011 worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2011 zoals berekend in artikel 17, elfde lid, per DKG 2011 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

De in het vierde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2011 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2011 per aard van het inkomenklasse 2011 per zorgverzekeraar, zoals berekend in artikel 17, twaalfde lid. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9.

De in het vierde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2011 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per regioklasse 2011 per zorgverzekeraar, zoals berekend in artikel 17, dertiende lid. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.

10.

De in het vierde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde bij sociaal economische statusklasse 2011 worden per overeenkomstige sociaal economische statusklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per sociaal economische statusklasse 2011 per zorgverzekeraar, zoals berekend in artikel 17, twaalfde lid. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het negende lid.

11.

Het college calculeert per zorgverzekeraar 30 procent na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, verkregen in het eerste lid en het resultaat van het tiende lid.

12.

De som van het resultaat van het tiende en het elfde lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2011.

13.

Voor de toepassing van artikel 3.20 van de Regeling zorgverzekering trekt het college van het voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2011 af de kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2011, zoals bepaald in het eerste lid.

Artikel 20. De voorlopige herberekening van het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2011

1.

Het college bepaalt op basis van de opgave jaarstaat 2011 per 1 juni 2012 per zorgverzekeraar met inachtneming van de artikelen 3.11, 3.12 en 3.16 van de Regeling zorgverzekering, de vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2011.

2.

Het college herberekent het voorlopig deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2011 per zorgverzekeraar als volgt:

3.

Het college calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na op het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2011, verkregen in het eerste lid, en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging, verkregen in het tweede lid.

4.

De som van het resultaat van het tweede en het derde lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2011.

Artikel 21. De voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2011

1.

Het college bepaalt op basis van de opgave jaarstaat 2011 per 1 juni 2012 per zorgverzekeraar en voor het totaal van de zorgverzekeraars de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2011 voor verzekerden van 18 jaar en ouder, met inachtneming van de artikelen 3.11, 3.12 en 3.17 van de Regeling zorgverzekering.

2.

Het college bepaalt op basis van de opgave jaarstaat 2011 per 1 juni 2012 per zorgverzekeraar en voor het totaal van de zorgverzekeraars de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2011 voor verzekerden jonger dan 18 jaar, met inachtneming van de artikelen 3.11, 3.12 en 3.17 van de Regeling zorgverzekering.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)