Regeling spoorwegpersoneel 2011

Type Ministeriële regeling
Publication 2019-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 21
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Elke treindienstleider met een hart-vaataandoening moet instructies krijgen om bij het optreden van acute klachten het werk direct over te dragen aan collega’s. Hiertoe moet er sprake zijn van een zeker ziekte-inzicht. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat veel hartpatiënten moeite hebben met de voorgeschreven medicatie. Het hoort bij de eigen verantwoordelijkheid van de treindienstleider dat hij therapietrouw is en dit is als een voorwaarde voor veiligheidsgeschiktheid te beschouwen.

Ischemische hartziekten

Hypertensie

Afkapwaarden hypertensie per meetmethode. Uit CBO richtlijn Cardiovasculair Risico Management 2010

Bij een lege artis vastgestelde hypertensie met een cardiovasculair risico >10% of bij secundaire orgaanschade moet er overleg plaats vinden met de arts-deskundige om te om te bepalen of verder onderzoek (bijv. een NPO) geïndiceerd is.

Hartfalen

NYHA klasse III en IV zijn ongeschikt.

Geopereerde congenitale hartaandoeningen

Meestal zullen geopereerde congenitale aandoeningen een rol spelen bij de initiële keuring en zal er extra aandacht gegeven moeten worden aan het reguliere psychologische onderzoek. Daar deze groep in het verloop van het leven een grotere kans heeft op het optreden van ritmestoornissen zal er, in tegenstelling tot de normale gang van zaken, periodiek ook op jonge leeftijd geëvalueerd moeten worden middels anamnese en ecg.

Ritme- en geleidingsstoornissen

Overlevers van een hartstilstand moeten worden verwezen naar de arts-deskundige om te evalueren of een NPO geïndiceerd is.

Pacemakers

Pacemakers die goed functioneren zijn geen belemmering voor de functie van treindienstleider. Wel is het aan te bevelen om communicatieapparatuur (telefoons) op 40 cm van de pacemaker te houden. Dat betekent dat de telefoon niet aan de kant van de geïmplanteerde pacemaker gehouden moet worden. Bij problemen t.g.v. de onderliggende pathologie zullen die mede beoordeeld moeten worden.

ICD

Het hebben van een ICD is meestal geen belemmering voor de functie van treindienstleider.

Wel is het aan te bevelen om communicatieapparatuur (telefoons) op 40 cm van de ICD te houden. Dat betekent dat de telefoon niet aan de kant van de geïmplanteerde ICD gehouden moet worden. Bij problemen t.g.v. de onderliggende pathologie zullen die mede beoordeeld moeten worden.

Restgroep

Voor cardiale aandoeningen, hier niet genoemd, zoals bijv. het Brugada-syndroom, lange QT syndroom, pulmonale hypertensie, een status na harttransplantatie enz. zal er overleg moeten plaatsvinden met de arts-deskundige.

5. Neurologische aandoeningen

Neurologische aandoeningen kunnen een negatieve invloed uitoefenen op cognitieve functies, in het bijzonder aandacht, concentratie maar ook op fysieke handelingsbekwaamheid.

Basaal onderzoek om te screenen

Doel van zowel het primaire als het periodieke vervolgonderzoek is het vaststellen of uitsluiten van neurologische aandoeningen die de veiligheidsgeschiktheid negatief kunnen beïnvloeden.

Basisonderzoek

Aanvullend onderzoek

Zowel bij de initiële keuring, als na elk grand mal insult, moet er een neuropsychologisch onderzoek plaatsvinden om de cognitieve vaardigheden te laten (her)beoordelen om vast te stellen of betrokkene aan de veiligheidseisen voldoet. Ook minder opvallende epileptische fenomenen zoals ‘absences’ (kortdurende epilepsieaanvallen met bewustzijnsdaling of -verlies zonder trekkingen) zijn riskant omdat ze niet direct opvallen en toch kunnen leiden tot niet tijdig en adequaat waarnemen en reageren op veiligheidskritische signalen, waardoor riskante situaties op het spoor kunnen ontstaan. Omdat absences zich feitelijk altijd al in de jeugd manifesteren zal dit gegeven bekend worden tijdens afname van de anamnese (Wegrakingen gehad?). Het beleid is conform het algemene beleid bij epilepsie.

CVA/TIA

Veel aneurysma’s zijn symptoomloos (ongeveer 2% van de normale populatie blijkt een aneurysma te hebben) en worden ‘bij toeval’ gevonden. In dat geval is een aneurysma met een diameter van < 5 mm, mits symptoomloos en niet op een riskante plaats, indien het specialistisch onderzoek gunstig is, geen reden betrokkene af te keuren.

De meeste patiënten die lijden aan chronische of progressieve neurologische aandoeningen zullen door duidelijk duidbare beperkingen niet voldoen aan de veiligheidseisen voor de functie van treindienstleider. Patiënten met ernstige stationaire defecttoestanden, zoals hersenletsel na trauma capitis, (traumatische) dwarslaesie, spasticiteit, resttoestanden na hemiplegie, hyperkinetisch syndromen, Parkinson enz. zijn in de regel ongeschikt. Indien de beperkingen gering zijn en inzet wordt overwogen moet altijd de arts-deskundige geraadpleegd worden.

Migraine

Algemene opmerkingen

De veiligheidsgeschiktheid van treindienstleiders met Diabetes Mellitus kan door verschillende factoren negatief beïnvloed worden:

Ongeschikt indien;

Algemene voorwaarden voor goedkeuring:

Basaal onderzoek om te screenen

Glucosemeting nuchter

Informatie van de behandelaar opvragen. Voor een goede beoordeling van de veiligheidsgeschiktheid van de treindienstleider met Diabetes is een aantal basisgegevens nodig:

Algemeen

Een goede schildklierfunctie is essentieel voor de normale ontwikkeling en behoud van de cognitieve functie gedurende het leven. Een verminderde schildklierfunctie vermindert en verslechtert de cognitie en de stemming. Een bestaande schildklierfunctiestoornis, met name hypothyreoïdie, voorkomt dat het brein adequaat van energie (glucose) wordt voorzien. Energie die nodig is voor essentiële hersenfuncties.

Gezonde keurling

Keurling met een bekende schildklierstoornis

Onderzoeksmethoden bij schildklieraandoeningen

Ongeschikt indien:

Geschikt na overleg indien:

7. Syncope

Algemene opmerkingen

De aanpak bij een syncope is gericht op het vaststellen of de syncope een gevolg is van afwijkingen die naast het veroorzaken van syncopes ook cognitieve stoornissen kunnen veroorzaken. In ieder geval moet onderzoek gedaan worden naar cardiologische, neurologische en endocriene oorzaken. Bij twijfel kan beoordeling gevraagd worden aan de arts-deskundige.

Als dat niet duidelijk is, maakt de syncope een treindienstleider ongeschikt totdat er wel duidelijkheid is over de oorzaak. Zodra deze is vastgesteld wordt op basis van die oorzaak, de mogelijke invloed daarvan op het cognitief functioneren en de recidiefkans de geschiktheid beoordeeld.

Indien geen medische oorzaak is vast te stellen is overleg met de arts-deskundige gewenst. Een neuropsychologisch onderzoek kan dan worden overwogen, zeker bij frequent optredende syncopes.

8. Obstructief Slaap Apnoe syndroom (OSAS)

Algemene opmerkingen

Basaal onderzoek om te screenen

Specialistisch onderzoek:

Polysomnografie/ambulante monitoring ter bepaling van AHI’s

9. Geneesmiddelen, alcohol en drugs

Algemeen opmerkingen

Medicatie, alcohol en drugs kunnen acuut of bij voortduring aanleiding geven tot bewustzijns-stoornissen of -verlies, vermindering van de waakzaamheid of het concentratievermogen, handelingsonbekwaamheid, verlies van het evenwichts- of coördinatievermogen en verlies van waarnemingsvermogen. De functie van treindienstleider omvat veel van deze elementen en is dus ‘at risk’ bij medicijn- of drugsgebruik.

Voor de beoordeling van veiligheidsgeschiktheid is het van belang te weten of de (aspirant) treindienstleider al dan niet regelmatig gebruik maakt van geneesmiddelen die de veiligheidsgeschiktheid nadelig kunnen beïnvloeden. Het is raadzaam (of bij voorkeur verplicht te stellen) dat geneesmiddelengebruik bij de bedrijfsarts wordt gemeld, zodat deze over de veiligheidsgeschiktheid en dus inzetbaarheid kan adviseren. Vooral medicatie die een dempende of stimulerende werking heeft op het centrale zenuwstelsel, maar ook antihistaminica en andere geneesmiddelen kunnen belemmerend en gevaarlijk zijn. Speciale aandacht behoeft een combinatie en daardoor mogelijke interactie van meerdere geneesmiddelen die elkaar, ook in hun bijwerkingen, kunnen beïnvloeden.

Basaal onderzoek om te screenen

Informatiebronnen

Categorie I: Weinig negatieve invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van < 0,5 g/l (< 0,5‰).

Categorie III: Ernstige of potentieel gevaarlijke invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van > 0,8 g/l (> 0,8‰).

Beoordeling en advies

Halfwaardetijd en stapeling

De halfwaardetijd maakt een beoordeling mogelijk van de werkingsduur en een mogelijk stapelingseffect. Inname met een tussentijd van ongeveer de halfwaardetijd leidt tot een feitelijke dosis van 1,5 maal de ingenomen dosis. Inname met een tussentijd van de halve halfwaardetijd leidt tot een feitelijke dosis van 2,5 maal de ingenomen dosis.

dosis inname 1 dd 10 mg met een T1/2 van 15–25 uur > feitelijke dosis is 15 mg

Er kan met enige terughoudendheid rekening worden gehouden met een zekere gewenning aan het geneesmiddel. Hierbij is van belang dat de objectieve beleving van gewenning vooral tot uiting komt in vermindering van sufheid en loom gevoel en toename van het reactievermogen. Subjectief treedt echter slechts weinig gewenning op met betrekking tot vigilantie-taken. Dit gegeven maakt dat een subjectieve gewenning van de patiënt geen garantie biedt voor geschiktheid voor veiligheidstaken! Bij sommige geneesmiddelen (en b.v. alcohol) zal zelfs overschatting optreden van de door betrokkene zelf ervaren (rij)geschiktheid.

Alcohol/drugs

Aangetoond overmatig alcoholgebruik c.q. misbruik, alsmede druggebruik, leidt tot ongeschiktheid voor veiligheidsdienst. Vermoeden op alcohol/drugafhankelijkheid kan blijken uit de (hetero)anamnese. Indien betrokkene aannemelijk of aantoonbaar is gestopt met misbruik, dient een recidiefvrije periode van een jaar te zijn gepasseerd voordat deze door middel van een herkeuring – op basis van een specialistisch rapport – geschikt kan worden geacht. Een strenge opstelling van de keurend arts is aangewezen, gezien de gevaren die het gebruik van deze middelen opleveren voor de spoorwegveiligheid. Indien betrokkene bij verdenking op alcohol/drugafhankelijkheid ontkent, kan volgens de door het CBR ontwikkelde methodiek een (poli)klinische beoordeling volgen. Deze beoordeling houdt een gestructureerde psychiatrische beoordeling in, alsmede bloedonderzoek naar leverfuncties en CDT.

Bijlage 3. behorende bij artikel 2, derde lid, van de Regeling spoorwegpersoneel 2011

Treindienstleiders mogen niet lijden aan een medische aandoening en geen medicatie, drugs of stoffen tot zich nemen die zouden kunnen leiden tot:

2.1. Algemene opmerkingen

2.2. Visusafwijkingen en gezichtsveld

(test volgens Ishihara):

2.5. Adaptatie

2.6. Nader oordeel aangewezen gespecialiseerde keuringsarts

3. Audiologie

Daartussen, alsmede bij sterk éénzijdig gehoorverlies: advies arts-deskundige

Deze afwijzing kan tijdelijk zijn indien het gehoorverlies het gevolg is van een behandelbare afwijking.

4. Hart en vaatziekten

Hieronder vallen alle hartafwijkingen die gepaard gaan met een verminderde hartfunctie en/of een verhoogd risico hebben op acute circulatiestoornissen.

Niet geschikt

Twijfelachtig geschikt

Ten aanzien van aangeboren hartafwijkingen en (verworven) klepgebreken, moet beoordeeld zijn of er een te objectiveren verstoring is van de haemodynamische toestand (Linker Ventrikel-functie, drukgradiënt c.q. mate van insufficiëntie).

Epilepsie en TIA maken, evenals Migraine, Méniere, wegrakingen e.c.i. en ernstige hyperventilatie, maken twijfelachtig geschikt. Overleg met een aangewezen gespecialiseerde keuringsarts is noodzakelijk.

Met betrekking Epilepsie en TIA moet betrokkene minstens twee jaren zonder medicatie en aanvalsvrij zijn.

6. Orthopaedie

7. Endocrinologie

7.1. Diabetes Mellitus:

Beoordeling vindt plaats door bepaling van de bloedglucosewaarde.

Complicaties (zoals bijvoorbeeld visus-afname) worden aan de hand van de desbetreffende functie-eisen beoordeeld.

Geschikt:

Een niet-nuchtere capillaire bloedglucosespiegel ≤ 7,7 mmol/l. Bij eventueel herhalen is een nuchtere bepaling betrouwbaarder; norm hierbij is ≤ 5,5 (in veneus bloed zijn de waarden plus/minus 19% hoger).

Geschikt onder voorwaarden

Diabetes mellitus die wordt behandeld met orale medicatie is toegestaan, mits:

Ongeschikt

Een keurling moet (al dan niet behandeld) euthyreotisch zijn. Is iemand anderhalf jaar medicamenteus stabiel ingesteld en zijn er met name geen cardiovasculaire complicaties opgetreden, dan moet hij als sollicitant normaal belastbaar worden geacht, ook voor lichamelijk zwaar werk.

9. Psychiatrie

Doorgemaakte psychosen of, meer in het algemeen, perioden met ernstige oordeels- en kritiekstoornissen, al dan niet samenhangend met een bipolaire stoornis of manie in engere zin, maken meestal ongeschikt. Overleg met dan wel nader onderzoek door een arts-deskundige is noodzakelijk.

Medicijngebruik mag geen invloed hebben op de veiligheidsgeschiktheid. Bij twijfel is overleg met een aangewezen gespecialiseerde keuringsarts noodzakelijk. Beoordeling zal dan mede (kunnen) geschieden op basis van vigilantie-tests, uitgevoerd door een psychologische keuringsinstantie.

Aangetoond overmatig alcoholgebruik c.q. misbruik, alsmede druggebruik, leidt altijd tot (tijdelijke) ongeschiktheid. Geschiktverklaring na behandeling vindt plaats na beoordeling van het behandelingsresultaat en het terugvalrisico. Hiertoe kan het oordeel van een psychologische keuringsinstantie worden ingeroepen.

Bijlage 4. behorende bij artikel 3 van de Regeling spoorwegpersoneel 2011

Psychologische eisen veiligheidsfuncties hoofdspoorweginfrastructuur

Dimensies

Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)