Besluit van 22 december 2011 tot wijziging van enige fiscale uitvoeringsbesluiten

Type AMvB
Publication 2013-01-01
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Artikel I

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.

Artikel II

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965.

Artikel III

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965.

Artikel IV

1.

Ten aanzien van een werknemer ten aanzien van wie de bewijsregel, bedoeld in artikel 10ea van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, of, voor zover de inhoudingsplichtige een keuze heeft gemaakt als bedoeld in artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964, de bewijsregel, bedoeld in artikel 9 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 zoals dat luidde op 31 december 2010, op 31 december 2011 wordt toegepast:

2.

Ingeval de werknemer, bedoeld in het eerste lid, na 31 december 2011 door een andere inhoudingsplichtige wordt tewerkgesteld, wordt die inhoudingsplichtige voor de toepassing van het eerste lid geacht dezelfde inhoudingsplichtige te zijn als de inhoudingsplichtige door wie de werknemer op 31 december 2011 werd tewerkgesteld.

Artikel V

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971.

Artikel VI

Het besluit van 20 augustus 1971, houdende vrijstelling van vennootschapsbelasting voor lichamen bij welke de behartiging van een algemeen maatschappelijk belang op de voorgrond staat (Stb. 1971, 559), wordt ingetrokken.

Artikel VII

Wijzigt het Besluit fiscale eenheid 2003.

Artikel VIII

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956.

Artikel IX

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer.

Artikel X

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.

Artikel XI

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

Artikel XII

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel XIII

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belasting zware motorrijtuigen.

Artikel XIV

Wijzigt het Algemeen douanebesluit.

Artikel XV

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit accijns.

Artikel XVI

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit accijns.

Artikel XVII

Wijzigt Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken.

Artikel XVIII

Wijzigt het Besluit gegevensverstrekking Wet waardering onroerende zaken.

Artikel XIX

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag.

Artikel XX

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Artikel XXI

Wijzigt het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001.

Artikel XXII

Voor het kalenderjaar 2010 worden de artikelen 23 en 24 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 als volgt gelezen:

Artikel XXIII

1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2012, met dien verstande dat:

2.

In afwijking van het eerste lid treedt artikel VII in werking met ingang van de dag die is gelegen acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit is geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012, met dien verstande dat het voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2012.

3.

In afwijking van het eerste lid treden het in artikel II, onderdeel F, opgenomen artikel 10eb, vijfde lid, en het in artikel III, onderdeel C, opgenomen artikel 9a, vijfde lid, in werking met ingang van 1 januari 2013.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 21 november 2011, DV/2011/556;

Gelet op de artikelen 3.20, 5.20 en 10.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001, de artikelen 13bis, 18g, 31a en 39c van de Wet op de loonbelasting 1964, artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, artikel 21 van de Successiewet 1956, artikel 15 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, artikel 11 van de Wet op de omzetbelasting 1968, de artikelen 14b en 15 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, de artikelen 72 en 73 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, artikel 15 van de Wet belasting zware motorrijtuigen, artikel 1:4 van de Algemene douanewet, de artikelen 2a, 64, 65, 66, 66a, 70, 71, 71h en 82 van de Wet op de accijns, voor wat betreft de artikelen 2a, 66 en 66a van de Wet op de accijns mede in samenhang met artikel 70 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 10a en 38 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 31 en 37h van de Wet waardering onroerende zaken, de artikelen 59, 88a en 88b van de Wet belastingen op milieugrondslag en artikel 46 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen:

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 december 2011, No. W06.11.0500/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 21 december 2011, DB/2011/462;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)