Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2012

Type ZBO-regeling
Publication 2012-05-03
State In force
Source BWB
artikelen 50
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 32, vijfde lid, 34, vierde lid en artikel 90 van de Zorgverzekeringswet, hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, de Regeling risicoverevening 2012 en de brief van de minister van VWS van 13 januari 2012, kenmerk Z-3099714;

Heeft in zijn vergadering van 19 maart 2012 besloten:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

Deze beleidsregels verstaan onder:

Artikel 2. Algemene bepaling

Het college past de bepalingen uit het Besluit zorgverzekering en de Regeling risicoverevening 2012 met betrekking tot de toekenning en vaststelling van de bijdrage aan de zorgverzekeraars toe met inachtneming van het bepaalde in deze beleidsregels.

Artikel 3. Zorgverzekeraars

Het college gaat bij de verdeling van de macro-deelbedragen 2012 en de berekening van de normatieve bedragen en de vereveningsbijdragen ervan uit dat alle zorgverzekeraars die gedurende 2011 actief zijn geweest ook in 2012 als zorgverzekeraar actief zullen zijn.

Hoofdstuk II. Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 4. Raming van de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrij segment, het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties

1.

Het college raamt de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment, voor het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2.

Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen op de macroverzekerdenraming 2012 en het PKB 2011.

3.

Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 15 juni 2011.

4.

Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest.

5.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2011met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011.

6.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming.

7.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

8.

Voor de indeling in een klasse van het criterium aard van het inkomen deelt het college een verzekerde, die in meerdere klassen is in te delen, in op basis van de hierna genoemde volgorde:

9.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen naar de macroverzekerdenraming.

10.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

11.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio naar de macroverzekerdenraming.

12.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op:

13.

Bij de bepaling van de FKG’s zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:

14.

Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG aan een verzekerde toe.

15.

Onverminderd het bepaalde in het veertiende lid hanteert het college voor de FKG Kanker een drempel van ten minste 3 receptregels. Beneden deze drempel kent het college geen FKG Kanker aan een verzekerde toe.

16.

Het college koppelt de opgave bedoeld in het twaalfde lid onderdeel b met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2011 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van de drempels bedoeld in het veertiende en vijftiende lid in welke FKG klassen de verzekerde valt. Aan de verzekerde koppelt het college een zwaarte van 1 voor de betreffende klasse.

17.

Bij samenloop van FKG’s wijst het college alle toepasselijke FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:

18.

Het college past per verzekerde per FKG 2012 een trendfactor toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling, zoals weergegeven in bijlage 1 van deze beleidsregels. Het college vermenigvuldigt de zwaarte, bepaald in het zestiende lid, met de prevalentieontwikkeling en berekent de uiteindelijke zwaarte voor de verzekerde voor de betreffende klasse. Het college past op verzekerden die in het PKB 2011 voor het eerst voorkomen per FKG de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe.

19.

Als een verzekerde niet in een FKG klasse 1 t/m 25 2012 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij FKG klasse 0.

20.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s naar de macroverzekerdenraming.

21.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op:

22.

Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave bedoeld in het vorige lid onderdeel b en het PKB 2010 per verzekerde in welke DKG klasse 1 tot en met 13 de verzekerde valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.

23.

Het college past op de verzekerden die in het PKB 2010 voor het eerst voorkomen per DKG de gemiddelde prevalentie naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2010 toe. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2011, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per DKG constant blijft.

24.

Als een verzekerde niet in een DKG klasse 1 tot en met 13 2012 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij DKG klasse 0.

25.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s naar de macroverzekerdenraming.

26.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot:

27.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES naar de macroverzekerdenraming.

28.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op:

29.

Het college herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2007, 2008 respectievelijk 2009 tot drempelbedragen MHK 2007, 2008 respectievelijk 2009.

30.

Het college bepaalt op basis van de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het PKB 2010 in welke MHK klasse een verzekerde valt.

31.

Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2011, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie per MHK klasse 1 tot en met 6 constant blijft.

32.

Als een verzekerde niet in een MHK klasse 1 tot en met 6 valt, deelt het college de verzekerde in bij MHK klasse 0.

33.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK naar de macroverzekerdenraming.

34.

Voor de toepassing van artikel 15 bepaalt het college per zorgverzekeraar het totaal aantal verzekerden.

35.

Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, aard van het inkomen en MHK.

Artikel 5. Raming van de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

1.

Het college raamt de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2.

Het college baseert zich bij de raming op de macroverzekerdenraming 2012 en het PKB 2011.

3.

Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB 2011met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 15 juni 2011.

4.

Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest.

5.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden onder de achttien jaar per zorgverzekeraar op het PKB 2011 met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011.

6.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd onder achttien jaar naar de macroverzekerdenraming.

7.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2011 met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011.

8.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming.

9.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

10.

Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid.

11.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen naar de macroverzekerdenraming.

12.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

13.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio naar de macroverzekerdenraming.

14.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium FKG GGZ per zorgverzekeraar op:

15.

Bij de bepaling van de FKG GGZ zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:

16.

Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG GGZ aan een verzekerde toe.

17.

Het college koppelt de opgave bedoeld in het veertiende lid onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempel bedoeld in het zestiende lid in welke FKG GGZ klassen de verzekerde valt. Aan de verzekerde koppelt het college een zwaarte van 1 voor de betreffende klasse.

18.

Het college past per verzekerde per FKG GGZ 2012 een trendfactor toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling, zoals weergegeven in bijlage 1 van deze beleidsregels. Het college vermenigvuldigt de zwaarte, bepaald in het vorige lid, met de prevalentieontwikkeling en herberekent de zwaarte voor de verzekerde voor de betreffende klasse. Het college zet verzekerden die in het PKB 2011 voor het eerst voorkomen per FKG GGZ op de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB.

19.

Als een verzekerde niet in de FKG GGZ klasse 1 tot en met 5 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij FKG GGZ klasse 0.

20.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG GGZ naar de macroverzekerdenraming.

21.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot:

22.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES naar de macroverzekerdenraming.

23.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres per zorgverzekeraar met betrekking tot de adresgegevens op het PKB 2011.

24.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres naar de macroverzekerdenraming.

25.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten lage drempel per zorgverzekeraar op het GGZ kostenbestand over 2009 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer dat door onderzoeksbureau APE voor de raming 2012 is gebruikt en dat op 24 juli 2011 bij het college is aangeleverd.

26.

Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen het GGZ kostenbestand, bedoeld in het vorige lid en het PKB 2010 per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.

27.

De verzekerden die in het PKB 2010 voor het eerst voorkomen, worden per GGZ-kosten lage drempelklasse op de gemiddelde prevalentie naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2010 gezet. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2011, waarbij de verzekerden een zwaarte krijgen dusdanig dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per GGZ-kosten lage drempelklasse constant blijft.

28.

Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij GGZ-kosten lage drempelklasse 0.

29.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-kosten lage drempel naar de macroverzekerdenraming.

30.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op het GGZ kostenbestand over 2009 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer dat door onderzoeksbureau APE voor de raming 2012 is gebruikt en dat op 24 juli 2011 bij het college is aangeleverd.

31.

Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen het GGZ kostenbestand, bedoeld in het vorige lid en het PKB 2010 per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten hoge drempel klasse 1 2012 valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.

32.

De verzekerden die in het PKB 2010 voor het eerst voorkomen worden per GGZ-kosten hoge drempelklasse op de gemiddelde prevalentie naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse gezet van de overige verzekerden in het PKB 2010. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2011, waarbij de verzekerden een zwaarte krijgen dusdanig dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per GGZ-kosten hoge drempelklasse constant blijft.

33.

Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten hoge drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij GGZ-kosten hoge drempelklasse 0.

34.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-kosten hoge drempel naar de macroverzekerdenraming.

35.

Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland jonger dan achttien jaar uitsluitend in bij GGZ verzekerden jonger dan achttien jaar.

36.

Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en aard van het inkomen.

Artikel 6. Raming van de verzekerdenaantallen 2012 voor de normatieve eigen risico opbrengst

1.

Het college raamt de verzekerdenaantallen 2012 voor de normatieve eigen risico opbrengst per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2.

Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen op de macroverzekerdenraming 2012 en het PKB 2011.

3.

Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie in de maand juni 2011, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 15 juni 2011.

4.

Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest.

5.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder met een FKG klasse 1 tot en met 25 per zorgverzekeraar op artikel 4, twaalfde tot en met negentiende lid van deze Beleidsregels.

6.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder met een FKG klasse 1 tot en met 25 naar de macroverzekerdenraming.

7.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 op artikel 4, twaalfde tot en met negentiende lid van deze Beleidsregels.

8.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2011 met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie in de maand juni 2011.

9.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 naar de macroverzekerdenraming.

10.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

11.

Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid.

12.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen naar de macroverzekerdenraming.

13.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

14.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor criterium regio naar de macroverzekerdenraming.

15.

Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van 18 jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en aard van het inkomen.

Artikel 7. De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment en de berekening van het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

1.

Voor de verdeling van het macro-deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment hanteert het college de volgende gewichten als uitgangspunten:

2.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per klasse naar leeftijd en geslacht 2012 per overeenkomstige klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per klasse naar leeftijd en geslacht 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

3.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per FKG klasse 2012 per overeenkomstige FKG met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden FKG 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.

4.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per DKG klasse 2012 per overeenkomstige DKG klasse met het geraamde aantal verzekerden per DKG klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.

5.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012 per overeenkomstige aard van het inkomenklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2012. Het college sommeert de uitkomsten per zorgverzekeraar en voegt deze toe aan het resultaat van het vierde lid.

6.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per regioklasse 2012 per overeenkomstige regioklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorproducten in het vrije segment per verzekerde per SES klasse 2012 per overeenkomstige SES klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per SES klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per MHK klasse 2012 per overeenkomstige MHK klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per MHK klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9.

Het resultaat van het achtste lid wordt aangeduid als het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012.

Artikel 8. De verdeling van het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en de berekening van het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

1.

Voor de verdeling van het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp hanteert het college de volgende gewichten als uitgangspunten:

2.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per klasse naar leeftijd en geslacht 2012 per overeenkomstige klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per klasse naar leeftijd en geslacht 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

3.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per FKG klasse 2012 per overeenkomstige FKG klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per FKG klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.

4.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per DKG klasse 2012 per overeenkomstige DKG klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per DKG klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.

5.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012 per overeenkomstige aard van het inkomenklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2012. Het college sommeert de uitkomsten per zorgverzekeraar en voegt deze toe aan het resultaat van het vierde lid.

6.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2012 per overeenkomstige regioklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per SES klasse 2012 per overeenkomstige SES klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per SES klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per MHK klasse 2012 per overeenkomstige MHK klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per MHK klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9.

Het resultaat van het achtste lid wordt aangeduid als het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012.

Artikel 9. De verdeling van het macro-deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging en de berekening van het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging

1.

Het college bepaalt het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012 als volgt:

2.

Indien het gemiddelde aantal verzekerden van een zorgverzekeraar in 2010 minder dan 10.000 bedraagt, wordt voor deze zorgverzekeraar bij de berekening bedoeld in het eerste lid uitgegaan van de gemiddelde vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2010 van alle zorgverzekeraars. Deze werkwijze wordt ook gevolgd wanneer de zorgverzekeraar een onjuiste of een onvolledige opgave over 2010 aan het college heeft gedaan of wanneer een opgave niet mogelijk is.

3.

Het college berekent per zorgverzekeraar het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012 door het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging per geraamde verzekerde 2012 te vermenigvuldigen met het totaal aantal geraamde verzekerden 2012.

4.

Het resultaat van het derde lid wordt aangeduid als het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012.

Artikel 10. De verdeling van het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg en de berekening van het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

1.

Voor de verdeling van het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg hanteert het college als uitgangspunten:

2.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per jonger dan 18 jaarklasse 2012 worden per overeenkomstige jonger dan 18 jaarklasse 2012 vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per jonger dan 18 jaarklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

3.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per klasse 2012 naar leeftijd en geslacht worden per overeenkomstige klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per klasse naar leeftijd en geslacht 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

4.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per FKG GGZ 2012 klasse worden per overeenkomstige klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan de som van uitkomsten per zorgverzekeraar bedoeld in het derde lid.

5.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per aard van het inkomenklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.

6.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per GGZ-regioklasse 2012 worden per overeenkomstige GGZ-regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per GGZ-regio klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per SES klasse 2012 worden per overeenkomstige SES klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per SES klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per éénpersoonsadresklasse 2012 worden per overeenkomstige éénpersoonsadresklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per éénpersoonsadresklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per geneeskundige GGZ kosten lage drempelklasse 2012 worden per overeenkomstige GGZ kosten lage drempelklasse 2012 vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per GGZ kosten lage drempelklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.

10.

De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per geneeskundige GGZ kosten hoge drempelklasse 2012 worden per overeenkomstige GGZ kosten hoge drempelklasse 2012 vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per GGZ kosten hoge drempelklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het negende lid.

11.

De som van het resultaat van het tweede en tiende lid wordt aangeduid als het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012.

Artikel 11. De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties en de berekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties

1.

Voor de verdeling van het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties hanteert het college als uitgangspunten:

2.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per klasse naar leeftijd en geslacht 2012 worden per overeenkomstige klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per klasse naar leeftijd en geslacht 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

3.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per FKG 2012 klasse worden per overeenkomstige FKG klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per FKG 2012 klasse. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.

4.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per DKG 2012 klasse worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per DKG 2012 klasse. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.

5.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.

6.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2012 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per SES klasse 2012 worden per overeenkomstige SES klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per SES klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8.

De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per MHK klasse 2012 worden per overeenkomstige MHK klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per MHK klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9.

Het resultaat van het achtste lid wordt aangeduid als deelbedrag kosten van overige prestaties 2012.

Artikel 12. De raming van de normatieve eigen risico opbrengst

1.

Het college berekent de geraamde normatieve eigen risico opbrengst 2012 voor verzekerden met een FKG klasse 1 tot en met 25 2012 per zorgverzekeraar door het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder met een FKG klasse 1 tot en met 25 2012, bepaald in artikel 6, vijfde lid te vermenigvuldigen met een bedrag van EUR 220 per verzekerde.

2.

Het college vermindert de uitkomst van het eerste lid met 0,08258 procent vanwege de geraamde gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder, voor wie op grond van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

3.

Voor de raming van de normatieve eigen risico opbrengst voor verzekerden zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 2012 hanteert het college als uitgangspunten:

4.

De gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per klasse 2012 naar leeftijd en geslacht worden per overeenkomstige klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25, zoals bepaald in artikel 6, achtste en negende lid van deze Beleidsregels. De uitkomsten worden per klasse 2012 per zorgverzekeraar gesommeerd.

5.

De gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per aard van het inkomenklasse 2012, zoals bepaald in artikel 6, tiende tot en met twaalfde lid van deze Beleidsregels. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.

6.

De gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per regioklasse 2012 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per regioklasse 2012, zoals bepaald in artikel 6, dertiende en veertiende lid van deze Beleidsregels. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7.

Het college vermindert de uitkomst van het zesde lid met 0,08258 procent vanwege de geraamde gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder, voor wie op grond van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

8.

De totale raming van de normatieve eigen risico opbrengst per zorgverzekeraar is de som van het resultaat van het tweede en het zevende lid.

Artikel 13. De berekening van het normatieve bedrag en de berekening en toekenning van de vereveningsbijdrage

1.

Het college berekent het normatieve bedrag 2012 van een zorgverzekeraar als de som van het volgens dit hoofdstuk berekende deelbedrag kosten dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012, het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012, het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012, het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 en het deelbedrag kosten van overige prestaties 2012.

2.

Het college raamt de opbrengst 2012 van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de geraamde aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2012.

3.

Het college vermindert het resultaat van het tweede lid met 0,08258 procent vanwege de geraamde gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor op grond van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

4.

Het college berekent de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar door op het normatieve bedrag 2012 de geraamde normatieve eigen risico opbrengst 2012 en de volgens het derde lid geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie 2012 in mindering te brengen.

5.

Het college berekent per zorgverzekeraar de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar 2012. Deze uitkering bedraagt het aantal geraamde verzekerden jonger dan 18 jaar vermenigvuldigd met EUR 50.

6.

Het college kent de vereveningsbijdrage 2012 ter hoogte van de bijdrage berekend in het vierde lid, aangevuld met het bedrag berekend in het vijfde lid, aan de zorgverzekeraar toe.

Artikel 14. Herberekeningen als gevolg van splitsing van de zorgverzekeraar

Indien een zorgverzekeraar na de toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 besluit zich te splitsen, deelt de zorgverzekeraar aan het college mee hoe naar zijn verwachting de geraamde verzekerdenaantallen 2012 verdeeld zullen worden, over nieuwe dan wel bestaande zorgverzekeraars. Het college kan de toegekende vereveningsbijdrage herzien en de bijdragen aan nieuwe dan wel bestaande zorgverzekeraars toekennen, rekening houdend met de meegedeelde geraamde verzekerdenaantallen en het tijdstip waarop de splitsing wordt gerealiseerd.

Artikel 15. De herberekening en herziening van de toegekende bijdrage 2012

1.

Het college herberekent de toekenning van de vereveningsbijdrage op basis van de werkelijke verzekerdenaantallen 2012 volgens de opgaven van de zorgverzekeraars aan het college op 7 maart 2012.

2.

Het college bepaalt de herberekening van de toegekende vereveningsbijdrage 2012 als volgt:

het college deelt het totaal aantal verzekerden uit de opgaven in het eerste lid door het totaal aantal verzekerden, zoals bepaald op grond van artikel 4, twaalfde lid en vermenigvuldigt deze uitkomst met de bijdrage 2012 zoals toegekend op grond van artikel 13, zesde lid van deze Beleidsregels.

3.

Het college herziet de op grond van artikel 13, zesde lid, toegekende vereveningsbijdrage 2012 overeenkomstig de herberekening uit het tweede lid.

Hoofdstuk III. De eerste voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage voor een zorgverzekeraar

Artikel 16. Bepaling van de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment, voor het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties

1.

Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment, voor het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2.

Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2012, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2013.

3.

Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2012 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.

4.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op:

5.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

6.

Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen, is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid van deze Beleidsregels.

7.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

8.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op:

9.

Bij de bepaling van de FKG’s zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:

10.

Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG aan een verzekerde toe.

11.

Onverminderd het bepaalde in het tiende lid hanteert het college voor de FKG Kanker een drempel van ten minste 3 receptregels. Beneden deze drempel kent het college geen FKG Kanker aan een verzekerde toe.

12.

Het college koppelt de opgave bedoeld in het achtste lid, onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2012 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van de drempels bedoeld in het tiende en elfde lid in welke FKG klassen 1 tot en met 25 de verzekerde valt, met inachtneming van het bepaalde met betrekking tot de samenloop van FKG’s, bedoeld in artikel 4, zeventiende lid.

13.

Als een verzekerde niet in een FKG klasse 1 tot en met 25 valt, deelt het college deze verzekerde in bij FKG klasse 0.

14.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op:

15.

Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave bedoeld in het dertiende lid, onderdeel b en het VPPKB per verzekerde in welke DKG klasse 1 tot en met 13 de verzekerde valt.

16.

Als een verzekerde niet in een DKG klasse 1 tot en met 13 valt, deelt het college deze verzekerde in bij DKG klasse 0.

17.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot:

18.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op:

19.

Het college herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2009, 2010 respectievelijk 2011 tot drempelbedragen MHK 2009, 2010 respectievelijk 2011.

20.

Het college bepaalt op basis van de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2012 in welke MHK-klasse een verzekerde valt.

21.

Als een verzekerde niet in een MHK-klasse 1 tot en met 6 valt, deelt het college deze verzekerde in bij MHK 0 Geen MHK.

22.

Voor de toepassing van artikel 21bepaalt het college per zorgverzekeraar het totaal aantal verzekerden.

23.

Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en regio.

24.

Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, aard van het inkomen en MHK.

Artikel 17. Bepaling van de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

1.

Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2.

Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2012, zoals zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2013.

3.

Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2012 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.

4.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden onder de achttien jaar per zorgverzekeraar op:

5.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op:

6.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

7.

Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid.

8.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

9.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium FKG-GGZ per zorgverzekeraar op:

10.

Bij de bepaling van de FKG GGZ zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:

11.

Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG GGZ aan een verzekerde toe.

12.

Het college koppelt de opgave bedoeld in het negende lid, onderdeel b met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2012 en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempel bedoeld in het elfde lid in welke FKG GGZ klassen 1 tot en met 5 de verzekerde valt.

13.

Als een verzekerde niet in een FKG GGZ klasse 1 tot en met 5 valt, deelt het college deze verzekerde in bij FKG GGZ klasse 0.

14.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)