Besluit van 22 mei 2012 houdende nadere regels met betrekking tot de financiële markten in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de financiële ondernemingen die op die markten werkzaam zijn (Besluit financiële markten BES)
- 1.2. de regels die gelden voor de inkoop en verkoop van, alsmede de terugbetaling op, deelnemingsrechten door de beleggingsinstelling, waaronder, in voorkomend geval, de regels die gelden wanneer de beleggingsinstelling een derde bij overeenkomst met taken inzake de administratie, inkoop, verkoop of bewaarneming van door haar uitgegeven deelnemingsrechten heeft belast;
- 1.3. door de beleggingsinstelling die de plicht heeft om deelnemingsrechten in te kopen, voor zover redelijkerwijs voorzienbaar: de gevallen waarin in het belang van de deelnemers de inkoop van de rechten van deelneming of de terugbetaling van de waarde van de deelnemingsrechten kunnen worden opgeschort;
- 1.4. voor zover van toepassing, de effectenbeurzen en de andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markten waar de effecten worden verhandeld waarin de beleggingsinstelling belegt;
- 1.5. de regels voor de waardering van de activa;
- 1.6. de vergoedingen en de uitgaven welke de beheerder van een beleggingsfonds ten laste van het fonds mag inhouden, alsmede de wijze van berekening van deze vergoedingen;
- 1.7. de aard van de voor rekening van de beleggingsmaatschappij komende kosten;
- 1.8. de wijze waarop wordt bepaald of de opbrengsten van de beleggingsinstelling worden uitgekeerd of herbelegd;
- 1.9. de gevallen waarin vergaderingen van deelnemers kunnen of moeten worden gehouden, de regelingen voor het oproepen van deze vergaderingen en de wijze waarop het stemrecht is geregeld;
- 1.10. de wijze waarop in de voorwaarden van de beleggingsinstelling wijzigingen kunnen worden aangebracht en in hoeverre hierbij de vergadering van deelnemers betrokken wordt;
- 1.11. de regels en de voorwaarden die gelden bij een vervanging van de beheerder van het beleggingsfonds;
- 1.12. vermelding van de regels en de voorwaarden die gelden bij een vervanging van de bewaarder.
- II. In de voorwaarden van de beleggingsinstelling wordt bepaald dat:
- 2.1. elk recht van deelneming van dezelfde soort recht geeft op een evenredig aandeel in het vermogen van de beleggingsinstelling voor zover dit aan de deelgerechtigden toekomt;
- 2.2. voor de beleggingsinstelling waarvan de deelnemingsrechten op verzoek van de deelnemers door haar vrij ingekocht en verkocht worden, voldoende waarborgen aanwezig dienen te zijn opdat, behoudens wettelijke bepalingen en de hierboven onder I.1.3. genoemde gevallen, aan de verplichting om in te kopen en te verkopen kan worden voldaan;
- 2.3. behalve ingeval van gratis verstrekking, deelnemingsrechten slechts worden uitgegeven indien de netto-uitgifteprijs binnen de vastgestelde termijnen in het vermogen van de beleggingsinstelling is gestort;
- 2.4. ingeval bewijzen van rechten van deelneming worden afgegeven, deze bewijzen door de beleggingsinstelling worden ondertekend;
- 2.5. de betaalbaarstelling van uitkeringen aan deelnemers, de samenstelling van de uitkeringen alsmede de wijze van betaalbaarstelling worden bekendgemaakt aan het adres van iedere deelnemer, of, indien deze adresgegevens onbekend zijn, op de website van de beleggingsinstelling, of, indien de beleggingsinstelling geen website heeft, in een advertentie in een prijscourant van de effectenbeurs waaraan de deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling zijn genoteerd;
- 2.6. een oproeping voor een vergadering van deelnemers geschiedt tenminste veertien dagen voor de aanvang van die vergadering, aan het adres van iedere deelnemer, of, indien deze adresgegevens onbekend zijn, op de website van de beleggingsinstelling, of, indien de beleggingsinstelling geen website heeft, in een advertentie in een prijscourant van de effectenbeurs waaraan de deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling zijn genoteerd;
- 2.7. een voorstel tot wijziging van de voorwaarden van de beleggingsinstelling wordt medegedeeld aan het adres van iedere deelnemer, of, indien deze adresgegevens onbekend zijn, op de website van de beleggingsinstelling, of, indien de beleggingsinstelling geen website heeft, in een advertentie in een prijscourant van de effectenbeurs waaraan de deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling zijn genoteerd;
- 2.8. wijziging van de voorwaarden van de beleggingsinstelling slechts met medeweten van de vergadering van deelnemers kan worden aangebracht;
- 2.9. wijziging van de voorwaarden van de beleggingsinstelling, waardoor rechten of zekerheden van de deelnemers worden verminderd of lasten aan hen worden opgelegd, eerst van kracht wordt drie maanden na de instemming door de Autoriteit Financiële Markten en dat binnen deze periode de deelnemers hun rechten van deelneming tegen de gebruikelijke voorwaarden kunnen royeren;
- 2.10. een voorstel tot opheffing van de beleggingsinstelling kenbaar moet worden gemaakt aan de vergadering van deelnemers;
- 2.11. mededeling wordt gedaan van een verzoek aan de toezichthoudende autoriteit ingevolge artikel 2:14, aanhef, van de wet, tot intrekking van de vergunning, of, indien deze adresgegevens onbekend zijn, op de website van de beleggingsinstelling, of, indien de beleggingsinstelling geen website heeft, in een advertentie in een prijscourant van de effectenbeurs waaraan de deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling zijn genoteerd;
- 2.12. de beheerder van het beleggingsfonds bij het beheren uitsluitend in het belang van de deelnemers optreedt;
- 2.13. indien de beheerder zijn voornemen te kennen geeft zijn functie neer te leggen, binnen een termijn van vier weken een vergadering van deelnemers wordt gehouden om in de benoeming van een nieuwe beheerder te voorzien;
- 2.14. bij de vereffening van het vermogen, bedoeld artikel 6:4, eerste lid, onderdeel d, in de beheerder van het beleggingsfonds aan de deelnemers rekening en verantwoording aflegt alvorens tot uitkering aan de deelnemers over te gaan.
Bijlage 2a. Onder depositogarantiestelsel uitgezonderde vorderingen uit deposito's
(Bijlage als bedoeld in artikel 10A:3, tweede lid)
Het depositogarantiestelsel is niet van toepassing op:
-
- Deposito's van:
- a. Diegenen die niet zijn een ingezetene als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES waarvan een persoonslijst is opgenomen in een basisadministratie als bedoeld in artikel 2 van die wet.;
- b. bestuurders van de betalingsonmachtige kredietinstelling;
- c. leden van het orgaan dat binnen de betalingsonmachtige kredietinstelling is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken binnen de onderneming;
- d. personen die voor ten minste tien procent in het kapitaal van de betalingsonmachtige kredietinstelling deelnemen;
- e. rechtspersonen die deel uitmaken van dezelfde groep als waartoe de betalingsonmachtige kredietinstelling behoort;
- f. bestuurders van rechtspersonen als bedoeld in onderdeel e, leden van organen die binnen die rechtspersonen zijn belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken binnen de onderneming, en personen die voor ten minste tien procent deelnemen in het kapitaal van een tot de groep, bedoeld in onderdeel e, behorende rechtspersoon;
- g. echtgenoten, geregistreerde partners en minderjarige kinderen van de in onderdelen b tot en met d en f bedoelde personen;
- h. ondernemingen en rechtspersonen die niet zijn ingeschreven in het handelsregister overeenkomstig het bepaalde in de Handelsregisterwet 2009 BES.
-
- Vorderingen uit door derden ten behoeve van personen als bedoeld onder 1 aangehouden deposito's.
-
- Deposito's van andere financiële ondernemingen.
-
- Deposito's van centrale en decentrale overheden of krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen.
-
- Deposito's waarvoor de schuldeiser van de betalingsonmachtige kredietinstelling zodanige rentetarieven of financiële voordelen heeft gekregen, dat die hebben bijgedragen tot de betalingsonmacht van de kredietinstelling.
-
- Deposito's uit hoofde van transacties in verband waarmee een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken wegens het witwassen van geld of het financieren van terrorisme.
-
- Schulden die voortvloeien uit accepten of promessen van de betalingsonmachtige kredietinstelling.
-
- Deposito's aangehouden bij een vestiging gelegen buiten de openbare lichamen.
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen ter zake waarvan in Nederlandse of buitenlandse financiële toezichtswetgeving regels zijn gesteld, welke gedraging of gedragingen die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
5. Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten
5.1. Persoonlijk
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 1:10a. (uitgezonderde aanbieders van betaal- of spaarrekeningen)
De wet is met betrekking tot het aanbieden van eurobetaal- of eurospaarrekeningen en daaraan verbonden betaal- of spaarfaciliteiten niet van toepassing op kredietinstellingen, elektronischgeldinstellingen of geldtransactiekantoren met zetel in het Europese deel van Nederland die op grond van artikel 2:3a, eerste of tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht in het Europese deel van Nederland zijn toegelaten tot de uitoefening van het bedrijf van betaaldienstverlener.
Hoofdstuk 2. Markttoegang
§ 1. Aanvraag van een vergunning
§ 2. Melden van wijzigingen
§ 3. Register financiële markten
§ 4. Buitenlandse verzekeraars en kredietinstellingen
Hoofdstuk 3. Bestuur, inrichting en bedrijfsuitoefening
§ 1. Beleidsbepalers
§ 2. Integere bedrijfsuitoefening
§ 3. Beheerste bedrijfsuitoefening
§ 4. Vakbekwaamheid
§ 5. Klachtbehandeling
§ 6. Uitbesteding aan derden
Hoofdstuk 4. Financiële waarborgen
§ 1. Inleidende bepalingen
§ 2. Minimumvermogen en solvabiliteit kredietinstellingen
§ 3. Minimum eigen vermogen en solvabiliteit overige financiële ondernemingen
§ 4. Liquiditeit beleggingsinstellingen en kredietinstellingen
§ 5. Technische voorzieningen
§ 6. Vermogensscheiding
§ 7. Beroepsaansprakelijkheidsverzekering tussenpersonen
§ 8. Geconsolideerd toezicht op kredietinstellingen
§ 9. Aanvullend toezicht op verzekeraars in een groep
Hoofdstuk 5. Boekhouding en rapportage
§ 1. Boekhouding en jaarrekening
§ 2. Staten
Hoofdstuk 6. Bepalingen betreffende specifieke categorieën financiële ondernemingen
§ 1. Beleggingsinstellingen
§ 2. Kredietinstellingen
§ 3. Verzekeraars
§ 4. Bemiddelaars
Hoofdstuk 7. Zorgvuldige dienstverlening
§ 1. Algemene bepalingen inzake informatieverstrekking
§ 2. Reclame-uitingen en andere onverplichte informatie
§ 3. Verplichte precontractuele informatie
§ 4. Informatieverstrekking gedurende de looptijd van een overeenkomst
§ 5. Kredietverlening
§ 6. Beloning van tussenpersonen
Hoofdstuk 8. Effectenverkeer
§ 1. Aanbieden van effecten
§ 2. Marktmisbruik
§ 3. Zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen
Hoofdstuk 9. Bestuurlijke boete
Hoofdstuk 10. Bijzondere prudentiële maatregelen verzekeraars
Hoofdstuk 10a. Depositogarantiestelsel
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
§ 1. Overgangsrecht
Artikel 11:1. (overgangsrecht in verband met Bazel II)
Een kredietinstelling met zetel in de openbare lichamen beschikt in afwijking van de bij of krachtens artikel 4:3 of 4:29 gestelde regels, tot 1 januari 2014 over voldoende solvabiliteit en liquiditeit, indien zij voldoet aan de artikelen 2.2 tot en met 2.5 van de Regeling financiële markten BES 2010, zoals deze regeling luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit.
§ 2. Wijziging van andere besluiten
Artikel 11:2. (Besluit bestuursorganen WNo en Wob)
Wijzigt het Besluit bestuursorganen WNo en Wob.
§ 3. Inwerkingtreding en citeertitel
Bijlage 1. In aanmerking te nemen antecedenten
1.1. Veroordelingen
2.1. Veroordelingen
Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
Bij vonnis is betrokkene in de openbare lichamen of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
2.3. (voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging
2.4. Andere feiten of omstandigheden
Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
2.3. (voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging
Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder vervolgd of voorwaardelijk niet of niet verder vervolgd, of is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.
2.4. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de toezichtautoriteit van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene, zoals blijkend uit door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland ter zake van daar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de onder 2.1 genoemde.
3. Financiële antecedenten
Aan de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is op grond van de Belastingwet BES een straf opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:
3.2. Zakelijk
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen op fiscaal gebied die redelijkerwijs voor de toezichtautoriteit van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
4. Toezichtantecedenten
Bijlage 3. Boetetabel
Bijlage als bedoeld in artikel 9:2
B. Besluit financiële markten BES
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 1. Inleidende bepalingen
§ 2. Financiering
Artikel 10a:12. (voorschot buitengewone bijdrage)
Indien van een kredietinstelling een buitengewone bijdrage zal worden geheven, kan de Nederlandsche Bank bepalen dat de kredietinstelling hierop een voorschot voldoet.
Het betaalde voorschot wordt verrekend met de verschuldigde buitengewone bijdragen.
Artikel 10a:13. (financiering bij ontoereikende buitengewone bijdragen)
De Stichting kan ten behoeve van het depositogarantiestelsel, voor het geval dat de buitengewone bijdragen niet onmiddellijk beschikbaar of ontoereikend zijn, overeenkomsten aangaan tot het verkrijgen van financiering van derden. De overeenkomsten behoeven de voorafgaande instemming van Onze Minister.
Het bestuur van de Stichting stelt een financieringsplan vast voor het verkrijgen van kortetermijnfinanciering voor het geval dat de buitengewone bijdragen niet onmiddellijk beschikbaar of toereikend zijn.
§ 3. Inwerkingstelling
Artikel 10a:14. (inwerkingstelling depositogarantiestelsel)
De Nederlandsche Bank besluit onverwijld tot inwerkingstelling van het depositogarantiestelsel ten aanzien van een kredietinstelling waaraan op grond van de wet vergunning is verleend tot uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling, met uitzondering van kredietverenigingen, indien:
- a. de kredietinstelling, om redenen die rechtstreeks verband houden met haar financiële positie, niet in staat is deposito's van depositohouders terug te betalen en zij daartoe ook op afzienbare termijn niet in staat kan worden geacht;
- b. een rechterlijke beslissing die rechtstreeks verband houdt met de financiële positie van de betrokken kredietinstelling, leidt tot onmogelijkheid voor depositohouders om hun vorderingen op de kredietinstelling te verhalen.
De Nederlandsche Bank geeft toepassing aan het eerste lid, aanhef en onder a, uiterlijk 21 dagen nadat zij voor het eerst heeft geconstateerd dat een kredietinstelling heeft nagelaten verschuldigde en betaalbare deposito’s onder de toepasselijke wettelijke en contractuele voorwaarden terug te betalen.
Artikel 10a:15. (mededeling besluit tot inwerkingstelling)
De Nederlandsche Bank doet van een besluit tot inwerkingstelling van het depositogarantiestelsel zo spoedig mogelijk mededeling in de Staatscourant, alsmede in andere media in de openbare lichamen.
De Nederlandsche Bank verzoekt de bewindvoerders of curatoren van de betalingsonmachtige kredietinstelling om in hun correspondentie met depositohouders te wijzen op de inwerkingstelling van het depositogarantiestelsel en op de in artikel 10A:16 bedoelde termijn voor indiening van een aanvraag tot vergoeding.
Artikel 10a:16. (aanvraag vergoeding)
Depositohouders kunnen uiterlijk een jaar na de datum van inwerkingstelling van het depositogarantiestelsel met gebruikmaking van een daartoe door de Nederlandsche Bank verkrijgbaar te stellen formulier een aanvraag indienen tot toekenning van een vergoeding van gegarandeerde deposito’s.
Aanvragen, ingediend na het verstrijken van de termijn, genoemd in het eerste lid, worden niet in behandeling genomen, tenzij de termijnoverschrijding redelijkerwijs niet aan de aanvrager kan worden verweten.
Artikel 10a:17. (vaststelling bestaan en hoogte deposito)
De Nederlandsche Bank stelt aan de hand van de op het deposito toepasselijke wettelijke bepalingen en contractuele voorwaarden en de boekhouding van de betalingsonmachtige kredietinstelling vast of een deposito ingevolge het depositogarantiestelsel is gegarandeerd.
Indien de Nederlandsche Bank aan de hand van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet kan vaststellen of een deposito ingevolge het depositogarantiestelsel is gegarandeerd, komt een deposito slechts voor vergoeding in aanmerking voor zover de depositohouder het bestaan en de hoogte ervan genoegzaam bewijst.
Bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, ten aanzien van deposito’s in andere valuta dan de US dollar, gelden de referentiekoersen van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, zoals deze golden op de dag waarop ten aanzien van de betrokken kredietinstelling het depositogarantiestelsel in werking werd gesteld.
Artikel 10a:18. (uitkering vergoeding)
Tenzij contractueel is bepaald dat personen als bedoeld in artikel 10A:2, tweede lid, onderdeel b, in een andere verhouding gerechtigd zijn tot de deposito’s, ontvangen zij ieder een vergoeding ter grootte van een evenredig deel van het totaal van de gegarandeerde deposito’s.
De Nederlandsche Bank besluit zo spoedig mogelijk over het beschikbaar stellen van een vergoeding, doch in elk geval binnen 20 werkdagen na het tijdstip waarop de aanvraag tot vergoeding is ingediend. De vergoeding wordt beschikbaar gesteld in US dollar.
De Nederlandsche Bank kent de vergoedingen toe ten laste van de Stichting.
De Stichting maakt de toegekende vergoedingen onverwijld beschikbaar voor uitkering.
Uitkering vindt plaats op een door de Nederlandsche Bank te bepalen wijze.
Toegekende vergoedingen worden beschikbaar gesteld mits depositohouders geen gebruik hebben gemaakt en verklaren af te zien van het gebruik van hun bevoegdheden om hun vorderingen, voor zover deze voor vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel in aanmerking komen, te verrekenen.
De Nederlandsche Bank kan in gevallen waarin toepassing van de artikelen 10A:16, 10A:17 of 10A:18 leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, zo spoedig mogelijk na indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 10A:16 ten laste van het depositogarantiefonds besluiten tot het toekennen van een voorschot van ten hoogste USD 1000 aan een depositohouder die aannemelijk maakt een gegarandeerd deposito van ten minste het als voorschot gevraagde bedrag bij de betalingsonmachtige kredietinstelling te hebben.
Artikel 10a:19. (opschorting termijn in geval van strafrechtelijke vervolging)
De Nederlandsche Bank kan de termijn, bedoeld in artikel 10A:18, tweede lid, opschorten indien:
- a. een aanvrager strafrechtelijk wordt vervolgd ter zake van een misdrijf dat voortvloeit uit of verband houdt met het witwassen van geld;
- b. het deposito onderwerp is van beperkende maatregelen die zijn opgelegd door nationale regeringen of internationale organen;
- c. het onzeker is of een persoon gerechtigd is een terugbetaling te ontvangen, of het deposito onderwerp is van een rechtsgeschil.
De opschorting bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, eindigt zodra de vervolging is beëindigd of de beslissing van de strafrechter onherroepelijk is.
Artikel 10a:20. (overdracht verbintenissen ex artikel 8:10 van de wet)
Indien een overdracht door de Nederlandsche Bank met toepassing van een machtiging als bedoeld in artikel 8:10, eerste lid, van de wet, van de verbintenissen van een kredietinstelling welke zij in de uitoefening van haar bedrijf als kredietinstelling tot het ter beschikking verkrijgen van gelden heeft aangegaan of van een deel daarvan, ertoe strekt dat depositohouders toegang houden tot hun deposito’s, kan ten laste van de Stichting een bedrag beschikbaar worden gesteld ten behoeve van die overdracht.
Het beschikbaar te stellen bedrag bedraagt het bedrag van het deposito of ten hoogste het bedrag van de ingevolge het depositogarantiestelsel gegarandeerde deposito’s die worden aangehouden bij de kredietinstelling.
Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, verkrijgt de Stichting een vordering op de kredietinstelling in kwestie ter grootte van het beschikbaar gestelde bedrag.
Ingeval deposito’s met toepassing van een machtiging als bedoeld in artikel 8:10, eerste lid, van de wet worden overgedragen, hebben de depositohouders geen aanspraak op het depositogarantiestelsel met betrekking tot enigerlei deel van hun deposito’s bij de kredietinstelling in kwestie die niet zijn overgedragen, mits het bedrag van de overgedragen middelen gelijk is aan of groter is dan het totale dekkingsniveau waarin is voorzien in artikel 10A:2, eerste lid.
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
§ 1. Overgangsrecht
Artikel 11:1. (overgangsrecht in verband met Bazel II)
Een kredietinstelling met zetel in de openbare lichamen beschikt in afwijking van de bij of krachtens artikel 4:3 of 4:29 gestelde regels, tot 1 januari 2014 over voldoende solvabiliteit en liquiditeit, indien zij voldoet aan de artikelen 2.2 tot en met 2.5 van de Regeling financiële markten BES 2010, zoals deze regeling luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit.
§ 2. Wijziging van andere besluiten
Artikel 11:2. (Besluit bestuursorganen WNo en Wob)
Wijzigt het Besluit bestuursorganen WNo en Wob.
§ 3. Inwerkingtreding en citeertitel
Bijlage 1. In aanmerking te nemen antecedenten
Wet van 20 april 1932, betreffende botsing, aan- of overrijding met motorrijtuigen en ontzegging van de rijbevoegdheid BES:
Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht BES gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.
Onder al dan niet voorwaardelijk sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging worden ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen in het buitenland ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
4.1. Toezichtantecedenten
4.2. Andere feiten of omstandigheden
Aan betrokkene is op grond van de Belastingwet BES een straf opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:
5.2. Zakelijk
Aan de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is op grond van de Belastingwet BES een straf opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:
5.3. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen op fiscaal gebied die redelijkerwijs voor de toezichtautoriteit van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
6. Zakelijk financiële antecedenten
7. Overige antecedenten
Bijlage 2. Voorwaarden van beleggingsinstellingen
Bijlage als bedoeld in artikel 6:4, tweede lid
- I. In de voorwaarden van de beleggingsinstelling worden vermeld:
- 1.1. de regels voor de berekening van de koers bij emissie, verkoop of inkoop van dan wel terugbetaling op de rechten van deelneming;
- 1.2. de regels die gelden voor de inkoop en verkoop van, alsmede de terugbetaling op, deelnemingsrechten door de beleggingsinstelling, waaronder, in voorkomend geval, de regels die gelden wanneer de beleggingsinstelling een derde bij overeenkomst met taken inzake de administratie, inkoop, verkoop of bewaarneming van door haar uitgegeven deelnemingsrechten heeft belast;
- 1.3. door de beleggingsinstelling die de plicht heeft om deelnemingsrechten in te kopen, voor zover redelijkerwijs voorzienbaar: de gevallen waarin in het belang van de deelnemers de inkoop van de rechten van deelneming of de terugbetaling van de waarde van de deelnemingsrechten kunnen worden opgeschort;
- 1.4. voor zover van toepassing, de effectenbeurzen en de andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markten waar de effecten worden verhandeld waarin de beleggingsinstelling belegt;
- 1.5. de regels voor de waardering van de activa;
- 1.6. de vergoedingen en de uitgaven welke de beheerder van een beleggingsfonds ten laste van het fonds mag inhouden, alsmede de wijze van berekening van deze vergoedingen;
- 1.7. de aard van de voor rekening van de beleggingsmaatschappij komende kosten;
- 1.8. de wijze waarop wordt bepaald of de opbrengsten van de beleggingsinstelling worden uitgekeerd of herbelegd;
- 1.9. de gevallen waarin vergaderingen van deelnemers kunnen of moeten worden gehouden, de regelingen voor het oproepen van deze vergaderingen en de wijze waarop het stemrecht is geregeld;
- 1.10. de wijze waarop in de voorwaarden van de beleggingsinstelling wijzigingen kunnen worden aangebracht en in hoeverre hierbij de vergadering van deelnemers betrokken wordt;
- 1.11. de regels en de voorwaarden die gelden bij een vervanging van de beheerder van het beleggingsfonds;
- 1.12. vermelding van de regels en de voorwaarden die gelden bij een vervanging van de bewaarder.
- II. In de voorwaarden van de beleggingsinstelling wordt bepaald dat:
- 2.1. elk recht van deelneming van dezelfde soort recht geeft op een evenredig aandeel in het vermogen van de beleggingsinstelling voor zover dit aan de deelgerechtigden toekomt;
- 2.2. voor de beleggingsinstelling waarvan de deelnemingsrechten op verzoek van de deelnemers door haar vrij ingekocht en verkocht worden, voldoende waarborgen aanwezig dienen te zijn opdat, behoudens wettelijke bepalingen en de hierboven onder I.1.3. genoemde gevallen, aan de verplichting om in te kopen en te verkopen kan worden voldaan;
- 2.3. behalve ingeval van gratis verstrekking, deelnemingsrechten slechts worden uitgegeven indien de netto-uitgifteprijs binnen de vastgestelde termijnen in het vermogen van de beleggingsinstelling is gestort;
- 2.4. ingeval bewijzen van rechten van deelneming worden afgegeven, deze bewijzen door de beleggingsinstelling worden ondertekend;
- 2.5. de betaalbaarstelling van uitkeringen aan deelnemers, de samenstelling van de uitkeringen alsmede de wijze van betaalbaarstelling worden bekendgemaakt aan het adres van iedere deelnemer, of, indien deze adresgegevens onbekend zijn, op de website van de beleggingsinstelling, of, indien de beleggingsinstelling geen website heeft, in een advertentie in een prijscourant van de effectenbeurs waaraan de deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling zijn genoteerd;
- 2.6. een oproeping voor een vergadering van deelnemers geschiedt tenminste veertien dagen voor de aanvang van die vergadering, aan het adres van iedere deelnemer, of, indien deze adresgegevens onbekend zijn, op de website van de beleggingsinstelling, of, indien de beleggingsinstelling geen website heeft, in een advertentie in een prijscourant van de effectenbeurs waaraan de deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling zijn genoteerd;
- 2.7. een voorstel tot wijziging van de voorwaarden van de beleggingsinstelling wordt medegedeeld aan het adres van iedere deelnemer, of, indien deze adresgegevens onbekend zijn, op de website van de beleggingsinstelling, of, indien de beleggingsinstelling geen website heeft, in een advertentie in een prijscourant van de effectenbeurs waaraan de deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling zijn genoteerd;
- 2.8. wijziging van de voorwaarden van de beleggingsinstelling slechts met medeweten van de vergadering van deelnemers kan worden aangebracht;
- 2.9. wijziging van de voorwaarden van de beleggingsinstelling, waardoor rechten of zekerheden van de deelnemers worden verminderd of lasten aan hen worden opgelegd, eerst van kracht wordt drie maanden na de instemming door de Autoriteit Financiële Markten en dat binnen deze periode de deelnemers hun rechten van deelneming tegen de gebruikelijke voorwaarden kunnen royeren;
- 2.10. een voorstel tot opheffing van de beleggingsinstelling kenbaar moet worden gemaakt aan de vergadering van deelnemers;
- 2.11. mededeling wordt gedaan van een verzoek aan de toezichthoudende autoriteit ingevolge artikel 2:14, aanhef, van de wet, tot intrekking van de vergunning, of, indien deze adresgegevens onbekend zijn, op de website van de beleggingsinstelling, of, indien de beleggingsinstelling geen website heeft, in een advertentie in een prijscourant van de effectenbeurs waaraan de deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling zijn genoteerd;
- 2.12. de beheerder van het beleggingsfonds bij het beheren uitsluitend in het belang van de deelnemers optreedt;
- 2.13. indien de beheerder zijn voornemen te kennen geeft zijn functie neer te leggen, binnen een termijn van vier weken een vergadering van deelnemers wordt gehouden om in de benoeming van een nieuwe beheerder te voorzien;
- 2.14. bij de vereffening van het vermogen, bedoeld artikel 6:4, eerste lid, onderdeel d, in de beheerder van het beleggingsfonds aan de deelnemers rekening en verantwoording aflegt alvorens tot uitkering aan de deelnemers over te gaan.
Bijlage 2a. Onder depositogarantiestelsel uitgezonderde vorderingen uit deposito's
(Bijlage als bedoeld in artikel 10A:3, tweede lid)
Het depositogarantiestelsel is niet van toepassing op:
-
- Deposito's van:
- a. bestuurders van de betalingsonmachtige kredietinstelling;
- b. leden van het orgaan dat binnen de betalingsonmachtige kredietinstelling is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken binnen de onderneming;
- c. personen die voor ten minste tien procent in het kapitaal van de betalingsonmachtige kredietinstelling deelnemen;
- d. rechtspersonen die deel uitmaken van dezelfde groep als waartoe de betalingsonmachtige kredietinstelling behoort;
- e. bestuurders van rechtspersonen als bedoeld in onderdeel d, leden van organen die binnen die rechtspersonen zijn belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken binnen de onderneming, en personen die voor ten minste tien procent deelnemen in het kapitaal van een tot de groep, bedoeld in onderdeel d, behorende rechtspersoon;
- f. echtgenoten, geregistreerde partners en minderjarige kinderen van de in onderdelen a tot en met c en e bedoelde personen.
-
- Vorderingen uit door derden ten behoeve van personen als bedoeld onder 1 aangehouden deposito's.
-
- Deposito's van andere financiële ondernemingen.
-
- Deposito's van centrale en decentrale overheden of krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen.
-
- Deposito's waarvoor de schuldeiser van de betalingsonmachtige kredietinstelling zodanige rentetarieven of financiële voordelen heeft gekregen, dat die hebben bijgedragen tot de betalingsonmacht van de kredietinstelling.
-
- Deposito's uit hoofde van transacties in verband waarmee een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken wegens het witwassen van geld of het financieren van terrorisme.
-
- Schulden die voortvloeien uit accepten of promessen van de betalingsonmachtige kredietinstelling.
-
- Deposito's aangehouden bij een vestiging gelegen buiten de openbare lichamen.
Bijlage 2b. Berekening van bijdragen
1. Berekening van de bijdragen, bedoeld in artikel 10A:7, vierde lid, zolang geen uitkeringen, bedoeld in artikel 10A:18, of beschikbaarstelling van bedragen, bedoeld in artikel 10A:20, ten laste van Stichting hebben plaatsgevonden
De bijdragen, bedoeld in artikel 10A:7, vierde lid bestaan uit een basisbijdrage en een suppletiebijdrage.
De door een kredietinstelling (i) verschuldigde basisbijdrage wordt berekend met behulp van de volgende formule, met dien verstande dat deze bijdrage niet groter is dan nodig is om de doelomvang van het individueel saldo van de bank te bereiken:
bb(i,t) = 1/T * 0,05 x db(i,t)
waarin:
bb(i,t) = de door kredietinstelling i op basis van de gegevens per toetsmoment t verschuldigde basisbijdrage;
T = het aantal toetsmomenten tot de datum waarop ingevolge artikel 10A:7, vierde lid, de doelomvang voor het depositogarantiefonds moet zijn bereikt, gerekend vanaf het eerste toetsmoment;
db(i,t) = de depositobasis van kredietinstelling i op toetsmoment t;
De door een kredietinstelling verschuldigde suppletie wordt berekend met behulp van de volgende formule, met dien verstande dat de uitkomst niet lager is dan nul:
sb(i,t) = (t-1)/T x 0,05 x db(i,t) - is(i,t)
waarin:
sb(i,t) = de door kredietinstelling i op basis van de gegevens per toetsmoment t verschuldigde suppletie;
t = het tussen 1 en T gelegen nummer van het toetsmoment, waarbij T = het aantal toetsmomenten tot de datum waarop ingevolge artikel 10a:8 de doelomvang moet zijn bereikt, gerekend vanaf het eerste toetsmoment en t is niet hoger dan T;
db(i,t) = de depositobasis van kredietinstelling i op toetsmoment t;
is(i,t) = het individueel saldo van bank i op toetsmoment t.
2. Berekening van de bijdragen, bedoeld in artikel 10A:7, vijfde lid, wanneer een uitkering, bedoeld in artikel 10A:18, of een beschikbaarstelling van een bedrag, bedoeld in artikel 10A:20, ten laste van de Stichting heeft plaatsgevonden
Wanneer een uitkering of een beschikbaarstelling van een bedrag ten laste het depositogarantiefonds heeft plaatsgevonden, wordt de door een kredietinstelling verschuldigde bijdrage berekend met behulp van de onder 1 opgenomen formules, met dien verstande dat de bijdrage niet groter is dan nodig is om de doelomvang van het individueel saldo van de bank te bereiken, de uitkomst niet lager is dan nul en dat:
Indien, nadat de uitkering, bedoeld in artikel 10A:18, of beschikbaarstelling van een bedrag, bedoeld in artikel 10A:20, heeft plaatsgevonden, het individuele saldo van een bank nog een positief tegoed laat zien, wordt ten behoeve van de bedoelde berekening zowel de doelomvang van het individuele saldo (0,05 x db(i,t)) als de feitelijke omvang ervan (is(i,t)) verlaagd met dat positieve tegoed.
Met inachtneming van het voorgaande, zijn de formules voor de basisbijdrage en de suppletiebijdrage:
bb(i,t) = 1/T x (0,05 x db(i,t) - is(i,t=1))
sb(i,t) = (t-1)/T x (0,05 x db(i,t) - is(i,t=1)) - (is(i,t) - is(i,t=1))
3. Berekening van de buitengewone bijdrage
De door een kredietinstelling (i) verschuldigde buitengewone bijdrage, bedoeld in artikel 10A:11, wordt berekend met behulp van de volgende formule:
epb(i,t) = db(i,t)/Σi db(i,t) x tek(t)
waarin:
epb(i,t) = de door kredietinstelling i verschuldigde buitengewone bijdrage;
db(i,t) = de depositobasis van kredietinstelling i op heffingsmoment t;
t = het heffingsmoment, dat niet gelijk hoeft te zijn aan het jaarlijkse toetsmoment, waarop het depositogarantiefonds een tekort heeft in de financiële middelen aangehouden ten behoeve van het depositogarantiestelsel;
tek = het tekort in het depositogarantiefonds dat met behulp van buitengewone bijdragen wordt gefinancierd.
De in een kalenderjaar in rekening te brengen verschuldigde buitengewone bijdrage kan niet groter zijn dan 0,5% van het totaal van de gegarandeerde deposito’s van een kredietinstelling die deelneemt aan het depositogarantiestelsel. Boedeluitkeringen kunnen in mindering worden gebracht op nog niet in rekening gebrachte verschuldigde bijdragen.
Bijlage 3. Boetetabel
Bijlage als bedoeld in artikel 9:2
A. Wet financiële markten BES
B. Besluit financiële markten BES
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)