Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 16 juli 2013, houdende regels tot vaststelling van de vergoeding voor bewindvoerders benoemd in de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering)

19 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2025-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2024-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2023-07-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 23, 23, 3 y 3 m
2023-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2022-07-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2022-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2021-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2020-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2019-02-23
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2019-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 3, 5, 5
2018-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2017-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2016-11-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5

Wijzigingen op 2016-11-01

@@ -36,23 +36,23 @@
2. Het looptijdonafhankelijke deel voor elke afgeronde zaak bedraagt:
- a. € 1.047 indien de schulden niet in belangrijke mate voortvloeien uit beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden; of
- a. € 1.070 indien de schulden niet in belangrijke mate voortvloeien uit beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden; of
- b. € 2.321 indien de schulden in belangrijke mate voortvloeien uit beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden; of
- b. € 2.372 indien de schulden in belangrijke mate voortvloeien uit beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden; of
- c. € 1.257 indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken bij twee personen ten aanzien van wie een algehele gemeenschap van goederen geldt en de schulden niet in belangrijke mate voortvloeien uit beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden; of
- c. € 1.284 indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken bij twee personen ten aanzien van wie een algehele gemeenschap van goederen geldt en de schulden niet in belangrijke mate voortvloeien uit beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden; of
- d. € 2.783 indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken bij twee personen ten aanzien van wie een algehele gemeenschap van goederen geldt en de schulden in belangrijke mate voortvloeien uit beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden.
- d. € 2.844 indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken bij twee personen ten aanzien van wie een algehele gemeenschap van goederen geldt en de schulden in belangrijke mate voortvloeien uit beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden.
3. Het looptijdafhankelijke deel wordt berekend over iedere maand, een gedeelte van een maand daaronder begrepen, gedurende welke de schuldsaneringsregeling in een zaak van toepassing is, en bedraagt voor iedere maand vanaf de maand waarin de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken € 51,50.
3. Het looptijdafhankelijke deel wordt berekend over iedere maand, een gedeelte van een maand daaronder begrepen, gedurende welke de schuldsaneringsregeling in een zaak van toepassing is, en bedraagt voor iedere maand vanaf de maand waarin de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken € 52,50.
4. Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken bij twee personen ten aanzien van wie een algehele gemeenschap van goederen geldt, bedraagt het looptijdafhankelijke deel in een zaak, in afwijking van het derde lid, € 62,50.
4. Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken bij twee personen ten aanzien van wie een algehele gemeenschap van goederen geldt, bedraagt het looptijdafhankelijke deel in een zaak, in afwijking van het derde lid, € 64,00.
5. De in het tweede, derde en vierde lid genoemde bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari bij regeling van Onze Minister gewijzigd met een percentage dat overeenkomt met 0,6 x (A – B) + (0,4 x C), waarbij:
- a. A gelijk is aan het procentuele verschil tussen het indexcijfer van de CAO-lonen per uur, inclusief de bijzondere beloningen van het jaargemiddelde van het jaar t-2 en het daaraan voorafgaande jaargemiddelde, zoals die door het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn bekendgemaakt;
- b. B gelijk is aan het procentuele verschil tussen het indexcijfer van de arbeidsproductiviteit in alle sectoren van het jaargemiddelde van het jaar t-2 en het daaraan voorafgaande jaargemiddelde, zoals die door het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn bekendgemaakt;
- b. B gelijk is aan de percentuele volumemutatie van de toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen) per arbeidsjaar van het jaar t-2, zoals dat door het Centraal Bureau voor de Statistiek is bekendgemaakt;
- c. C gelijk is aan het procentuele verschil tussen de consumentenprijsindexcijfers voor alle huishoudens op de meest recente tijdsbasis van het jaargemiddelde van het jaar t-2 en het daaraan voorafgaande jaargemiddelde, zoals die door het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn bekendgemaakt, en
@@ -62,9 +62,11 @@
7. De vergoeding wordt verhoogd met een vergoeding voor de door de bewindvoerder in een zaak noodzakelijk gemaakte reiskosten.
8. Bij wijzigingen op grond van het vijfde lid worden de in het tweede lid genoemde bedragen afgerond op hele euro’s en de bedragen genoemd in het derde en vierde lid op het naastliggende veelvoud van € 0,50.
##### Artikel 3
1. De rechtbank berekent het bedrag van de vergoeding overeenkomstig [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033711&artikel=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01).
1. De rechtbank berekent het bedrag van de vergoeding overeenkomstig [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033711&artikel=2&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. Indien daartoe gronden zijn, kan de rechtbank in afwijking van het eerste lid de vergoeding op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel ambtshalve, aanpassen.
@@ -78,7 +80,7 @@
1. Onze Minister kan van zijn bevoegdheid tot het verstrekken van een bewindvoerderssubsidie mandaat verlenen aan de raad.
2. De bewindvoerderssubsidie is gelijk aan het bedrag van de vergoeding dat overeenkomstig [artikel 3, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033711&artikel=3&z=2016-01-01&g=2016-01-01), wordt berekend, verminderd met het overeenkomstig artikel 3, derde lid, vastgestelde salaris.
2. De bewindvoerderssubsidie is gelijk aan het bedrag van de vergoeding dat overeenkomstig [artikel 3, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033711&artikel=3&z=2016-11-01&g=2016-11-01), wordt berekend, verminderd met het overeenkomstig artikel 3, derde lid, vastgestelde salaris.
3. Indien overeenkomstig het eerste lid mandaat is verleend, stelt het bestuur van de raad aan de rechtbanken ten minste eenmaal per jaar een actuele opgave ter beschikking van personen die naar zijn oordeel geschikt zijn om voor de bewindvoering in aanmerking te komen.
2016-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2015-02-13
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2015-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 3, 5, 5
2014-01-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering — arts. 3, 5
2013-10-01
Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
original version Tekst op deze datum