Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 4 september 2013, nr. WJZ/ 13132689, houdende uitvoering van het Warmtebesluit en de Warmtewet (Warmteregeling)

10 versions · 2025-01-01
2025-01-01
Warmteregeling — arts. 5, 6, 4 y 2 más
2024-01-01
Warmteregeling — art. 3
2023-04-01
2022-10-26
2020-01-01

Wijzigingen op 2020-01-01

@@ -26,53 +26,61 @@
- –. **wet:** [Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729).
#### § 2. Vaste kosten
#### § 2. Tariefregulering
##### Artikel 2
1. Voor het vaststellen van de maximumprijs wordt bij het berekenen van het verschil in gebruikskosten uitgegaan van;
- a. een aanschafwaarde van een cv-ketel van: € 2.284,50,
- b. een gemiddelde levensduur van een cv-ketel van 15 jaar,
- c. een gemiddelde resterende levensduur van een cv-ketel van 7,5 jaar,
- d. jaarlijkse onderhoudskosten van een cv-ketel van € 139,
- e. een aanschafwaarde van een warmtewisselaar van: € 1.925,
- f. een reële vermogenskostenvoet gebaseerd op de laatst bekende heffingsrente die door het Ministerie van Financiën is vastgesteld,
- g. een gemiddelde levensduur van een warmtewisselaar van 15 jaar,
- h. een gemiddelde resterende levensduur van een warmtewisselaar van 7,5 jaar,
- i. jaarlijkse onderhoudskosten van een warmtewisselaar van € 44,77,
- j. de meetkosten op basis van het gewogen gemiddelde van de meettarieven voor G6 aansluitingen van de gasmeter van de netbeheerders van de gastransportnetten niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t.
- k. jaarlijkse meerkosten van elektrisch koken van € 20,68.
2. Voor de in dit artikel genoemde bedragen geldt het jaar 2014 als referentiejaar en worden deze bedragen voor latere jaren gecorrigeerd voor de relatieve wijziging van de consumentenprijsindex.
1. Voor het vaststellen van het gebruiksonafhankelijke deel van de maximumprijs voor levering van warmte, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=3), wordt bij het berekenen van het verschil in gebruikskosten uitgegaan van:
- a. door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde gemiddelde jaarlijkse kapitaals- en operationele kosten van een cv-ketel voor de levering van ruimteverwarming en tapwater;
- b. door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde gemiddelde jaarlijkse kapitaals- en operationele kosten van een afleverset voor de levering van ruimteverwarming en tapwater;
- c. een door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde vermogenskostenvoet, waarbij wordt uitgegaan van een redelijk rendement dat in het economisch verkeer gebruikelijk is.
2. Voor het vaststellen van het gebruiksonafhankelijk deel van de maximumprijs voor levering van warmte, bedoeld in [artikel 3, derde lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=3), wordt uitgegaan van:
- a. een basistarief voor aansluitingen voor levering van warmte met een vermogen tot 3 kilowatt (BTw) van € 245,27 inclusief BTW;
- b. een opslag per kilowatt extra vermogen van de aansluiting voor de levering van warmte (Ow >3 kW) van € 62,06 inclusief BTW per kilowatt extra vermogen van de aansluiting.
3. Bij het berekenen van de opslag aan een verbruiker met een centrale aansluiting voor de levering van warmte met een vermogen van meer dan 100 kilowatt, bedoeld in [artikel 3, vierde lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=3), wordt uitgegaan van:
- a. gemiddelde jaarlijkse vaste kosten van het transport, de levering en de aansluiting van gas van een aansluiting voor gas met een vermogen van 1.000 kilowatt (VKg) en de meetkosten van een G100 aansluiting van € 3874,00 exclusief BTW;
- b. door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde gemiddelde jaarlijkse kapitaals- en operationele kosten van een cv-ketel met een vermogen van 1.000 kilowatt voor de levering van ruimteverwarming en tapwater uitgaande van:
- i. onderhoudskosten van een cv-ketel van 3 procent van de investeringskosten, en
- ii. een door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde vermogenskostenvoet gelijk aan de vermogenskostenvoet, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;
- c. meetkosten voor een G100 gasaansluiting die zijn opgenomen in het bedrag, genoemd in onderdeel a;
- d. door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde gemiddelde jaarlijkse kapitaals- en operationele kosten van een afleverset voor een vermogen van 1.000 kilowatt voor de levering van ruimteverwarming en tapwater uitgaande van:
- i. onderhoudskosten van een afleverset van 2 procent van de investeringskosten, en
- ii. een door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde vermogenskostenvoet gelijk aan de vermogenskostenvoet, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;
- e. door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde meetkosten voor het gebruik van warmte op basis van het gewogen gemiddelde van de meettarieven voor G6 aansluitingen van de gasmeter van de netbeheerders van de gastransportnetten, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=3) onder GKg.
4. De in dit artikel genoemde bedragen worden jaarlijks gecorrigeerd op basis van de relatieve wijziging van de consumentenprijsindex waarbij het jaar 2017 geldt als referentiejaar.
#### § 3. Informatie over tarieven en voorwaarden voor een aanbod als bedoeld in [artikel 5a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=5a)
##### Artikel 3
Bij de bepaling van de energetische waarde van aardgasgebruik in de gaswoning wordt gebruik gemaakt van de volgende factoren:
1. Voor het vaststellen van het gebruiksafhankelijk deel van de maximumprijs voor levering van warmte, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=4), wordt bij de bepaling van het brandstofrendement van de warmteproductie gebruik gemaakt van de volgende factoren:
- a. warmtevraag voor ruimteverwarming als deel van de totale warmtevraag (VR), dat wordt vastgesteld op 0,79;
- b. warmtevraag voor warm tapwater als deel van de totale warmtevraag (VT), dat wordt vastgesteld op 0,21;
- c. leidingverlies bij ruimteverwarming (LVR), dat wordt vastgesteld op 0,05;
- d. leidingverlies bij tapwater (LVT), dat wordt vastgesteld op 0,10;
- e. gemiddeld opwekrendement voor ruimteverwarming (ηruimte), dat wordt vastgesteld op 0,94;
- f. gemiddeld warm tapwater rendement (ηtap), dat wordt vastgesteld op 0,65.
- c. gemiddeld opwekrendement voor ruimteverwarming (ηruimte), dat wordt vastgesteld op 0,94;
- d. gemiddeld warm tapwater rendement (ηtap), dat wordt vastgesteld op 0,68.
2. Voor het vaststellen van het gebruiksafhankelijk deel van de maximumprijs voor levering van warmte, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=4), wordt gebruik gemaakt van een bovenwaarde van de verbrandingswaarde van aardgas van 0,03517 GJ/Nm3 (CVg).
#### § 4. Compensatie bij ernstige storingen en afsluitbeleid
@@ -122,7 +130,7 @@
- b. biedt bij de herinnering aan met schriftelijke toestemming van de verbruiker de contactgegevens van de verbruiker, diens klantnummer, en informatie over de hoogte van diens schuld aan een instantie ten behoeve van schuldhulpverlening te verstrekken, tenzij de verbruiker geen natuurlijk persoon is;
- c. vermeldt bij de herinnering dat de verbruiker niet wordt afgesloten indien de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033862&paragraaf=4&artikel=6&z=2019-07-01&g=2019-07-01) of [7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033862&paragraaf=4&artikel=7&z=2019-07-01&g=2019-07-01), van toepassing zijn.
- c. vermeldt bij de herinnering dat de verbruiker niet wordt afgesloten indien de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033862&paragraaf=4&artikel=6&z=2020-01-01&g=2020-01-01) of [7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033862&paragraaf=4&artikel=7&z=2020-01-01&g=2020-01-01), van toepassing zijn.
4. De leverancier spant zich in om in persoonlijk contact te treden met de verbruiker teneinde deze te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te beëindigen.
@@ -146,7 +154,7 @@
##### Artikel 7
1. Onverminderd de [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033862&paragraaf=4&artikel=5&z=2019-07-01&g=2019-07-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033862&paragraaf=4&artikel=6&z=2019-07-01&g=2019-07-01), is dit artikel van toepassing in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar.
1. Onverminderd de [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033862&paragraaf=4&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033862&paragraaf=4&artikel=6&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is dit artikel van toepassing in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar.
2. Een leverancier beëindigt de levering van warmte aan een kleinverbruiker niet, tenzij:
@@ -162,11 +170,11 @@
3. Een leverancier kan de levering van warmte aan een verbruiker beëindigen wegens wanbetaling, tenzij:
- a. de verbruiker binnen een door de leverancier vast te stellen redelijke termijn na de herinnering, bedoeld in [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033862&paragraaf=4&artikel=5&z=2019-07-01&g=2019-07-01), een bewijs overlegt dat hij heeft verzocht om schuldhulpverlening, totdat op dat verzoek negatief is beslist;
- a. de verbruiker binnen een door de leverancier vast te stellen redelijke termijn na de herinnering, bedoeld in [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033862&paragraaf=4&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01), een bewijs overlegt dat hij heeft verzocht om schuldhulpverlening, totdat op dat verzoek negatief is beslist;
- b. de vordering van de leverancier binnen een redelijke termijn betrokken wordt bij een lopend traject van schuldhulpverlening aan de verbruiker;
- c. toepassing dient te worden gegeven aan [artikel 5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033862&paragraaf=4&artikel=5&z=2019-07-01&g=2019-07-01), en binnen een redelijke termijn nadat toepassing is gegeven aan dat lid de vordering van de leverancier is betrokken bij een traject van schuldhulpverlening.
- c. toepassing dient te worden gegeven aan [artikel 5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033862&paragraaf=4&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en binnen een redelijke termijn nadat toepassing is gegeven aan dat lid de vordering van de leverancier is betrokken bij een traject van schuldhulpverlening.
4. Een leverancier draagt er zorg voor dat de levering van warmte aan een verbruiker die wegens wanbetaling is beëindigd, wordt hervat indien de verbruiker een bewijs overlegt:
@@ -176,123 +184,215 @@
5. De uitzonderingsgronden, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, zijn niet van toepassing indien de schuldhulpverlening aan de verbruiker eindigt of indien de verbruiker de verplichtingen ten aanzien van de schuldhulpverlening niet nakomt.
#### § 3. Informatie over tarieven en voorwaarden voor een aanbod als bedoeld in [artikel 5a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=5a)
##### Artikel 8
De vergoeding die verschuldigd is op grond van [artikel 20, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=20) voor het verlenen van een vergunning is € 500,– en voor het verkrijgen van toestemming is € 500,–.
##### Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.
##### Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Warmteregeling.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 3c
De transparante informatie over de omschrijving van hetgeen wordt geleverd, bedoeld in [artikel 5c, derde lid, onderdeel b, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=5c), omvat in ieder geval informatie over:
- a. de temperatuur van de geleverde warmte waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen warmte ten behoeve van:
- i. ruimteverwarming, en
- ii. verwarming van tapwater;
- b. indien de minimale temperatuur van de geleverde warmte kan verschillen, wanneer de verbruiker welke temperatuur warmte geleverd krijgt;
- c. indien warmte wordt geleverd van een temperatuur lager dan 70°C, wat de gevolgen zijn voor het comfortniveau voor de verbruiker, waaronder onder andere:
- i. of de geleverde warmte op basis van de door de verbruiker opgegeven kenmerken van de woon-of bedrijfsruimte en de binneninstallatie direct geschikt is voor het verwarmen van tapwater tot een temperatuur die voldoet aan de norm bedoeld in [artikel 6.13, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030461&artikel=6.13), en
- ii. indien de geleverde warmte niet direct geschikt is voor ruimteverwarming of het verwarmen van tapwater tot een temperatuur die voldoet aan de norm bedoeld in [artikel 6.13, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030461&artikel=6.13), een indicatie van de kosten die de verbruiker extra moet maken ten behoeve van ruimteverwarming of de verwarming van tapwater tot deze temperatuur;
- d. de opwekkingsbron van de warmte die geleverd zal worden, wanneer dit bij de wijze van aanprijzing en de keuze die de verbruiker zou maken, van belang is, en
- e. de diensten verbonden aan de levering van warmte.
##### Artikel 3d
1. De transparante informatie over de prijs waarvoor geleverd zal worden, bedoeld in [artikel 5c, derde lid, onderdeel c, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=5c), omvat in ieder geval op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie over:
- a. de opbouw van het tarief, inclusief alle toeslagen en belastingen, waarin in ieder geval wordt weergegeven:
- i. wat het gebruiksafhankelijk deel is;
- ii. wat het gebruiksonafhankelijk deel is, en
- iii. indien in de prijs kortingen zijn verwerkt:
- 1°. voor ieder jaar van de looptijd van de overeenkomst op welke wijze de korting in het jaarbedrag tot uitdrukking komt;
- 2°. wat er gebeurt met het jaarbedrag wanneer de kortingsactie afloopt, en
- 3°. de voorwaarden waaronder van de korting gebruik kan worden gemaakt, en
- b. het soort tarief, en
- i. indien er sprake is van een vast tarief:
- 1°. wat de looptijd is van het tarief, en
- 2°. wat er gebeurt met het tarief na afloop van de looptijd van het vaste tarief, en
- ii. indien er sprake is van een variabel tarief:
- 1°. in welke gevallen het tarief kan worden aangepast;
- 2°. hoe vaak een wijziging kan plaatsvinden gedurende de looptijd van de overeenkomst, en
- 3°. wat de gevolgen van de prijswijziging, op basis van het persoonlijk verbruik van de verbruiker, zijn voor de het geschatte jaarbedrag en het te betalen voorschot.
2. Indien een leverancier de prijs waarvoor geleverd wordt, bedoeld in [artikel 5c, derde lid, onderdeel c, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=5c), wijzigt, informeert hij de verbruiker hier uiterlijk 1 maand voordat de tariefwijziging wordt geëffectueerd persoonlijk en schriftelijk over.
##### Artikel 3e
1. De transparante informatie over het opzeggen van de overeenkomst, bedoeld in [artikel 5c, derde lid, onderdeel d, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=5c), bevat in ieder geval:
- a. de voorwaarden waaronder de overeenkomst door de verbruiker of leverancier kan worden beëindigd, en
- b. indien er bij een tussentijdse opzegging van een overeenkomst voor bepaalde tijd een opzegvergoeding verschuldigd is, de hoogte van deze opzegvergoeding.
2. Een leverancier informeert een verbruiker schriftelijk en uiterlijk 2 maanden voor het aflopen van de overeenkomst over het opzeggen van een overeenkomst of het aflopen van een overeenkomst voor bepaalde tijd.
##### Artikel 3f
1. De persoonlijke situatie van de verbruiker, bedoeld in [artikel 5c, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=5c), is gebaseerd op het meest recent beschikbare verbruik van de verbruiker.
2. Indien de leverancier deze gegevens niet kan achterhalen en de verbruiker deze informatie niet kan of wil verstrekken maakt de leverancier een schatting op basis van door de verbruiker ingevulde kenmerken.
#### § 4. Compensatie bij ernstige storingen en afsluitbeleid
##### Artikel 4a
Met een extreme situatie die niet aan de leverancier of netbeheerder kan worden toegerekend wordt bedoeld een niet te voorziene gebeurtenis of situatie die:
- a. redelijkerwijs buiten de controle van een netbeheerder of leverancier ligt en niet te wijten is aan een fout van een netbeheerder of leverancier;
- b. zo weinig voorkomt dat het oneconomisch zou zijn om daarmee rekening te houden in de reguleringssystematiek, en
- c. niet beïnvloed kan worden door de netbeheerder of leverancier.
##### Artikel 7b
In het leveringsprofiel, bedoeld in [artikel 10a, eerste lid, onderdeel d, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=10a), wordt in ieder geval vermeld:
- a. hoeveel GJ warmte een producent maandelijks en jaarlijks verwacht te kunnen invoeden op een warmtenet;
- b. een onderbouwing van het onder a bedoelde aantal GJ;
- c. de temperatuur van de warmte die de producent verwacht te kunnen invoeden op een warmtenet;
- d. indien de verwachte leveringstemperatuur varieert, wanneer welke temperatuur geleverd kan worden;
- e. de warmtebron waarmee de te leveren warmte wordt opgewekt, en
- f. de verwachte duurzaamheid van de warmtebron waarmee de te leveren warmte wordt opgewekt.
#### § 5. Slotbepalingen
##### Artikel 8
De vergoeding die verschuldigd is op grond van [artikel 20, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=20) voor het verlenen van een vergunning is € 500,– en voor het verkrijgen van toestemming is € 500,–.
##### Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.
##### Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Warmteregeling.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 3c
De transparante informatie over de omschrijving van hetgeen wordt geleverd, bedoeld in [artikel 5c, derde lid, onderdeel b, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=5c), omvat in ieder geval informatie over:
- a. de temperatuur van de geleverde warmte waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen warmte ten behoeve van:
- i. ruimteverwarming, en
- ii. verwarming van tapwater;
- b. indien de minimale temperatuur van de geleverde warmte kan verschillen, wanneer de verbruiker welke temperatuur warmte geleverd krijgt;
- c. indien warmte wordt geleverd van een temperatuur lager dan 70°C, wat de gevolgen zijn voor het comfortniveau voor de verbruiker, waaronder onder andere:
- i. of de geleverde warmte op basis van de door de verbruiker opgegeven kenmerken van de woon-of bedrijfsruimte en de binneninstallatie direct geschikt is voor het verwarmen van tapwater tot een temperatuur die voldoet aan de norm bedoeld in [artikel 6.13, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030461&artikel=6.13), en
- ii. indien de geleverde warmte niet direct geschikt is voor ruimteverwarming of het verwarmen van tapwater tot een temperatuur die voldoet aan de norm bedoeld in [artikel 6.13, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030461&artikel=6.13), een indicatie van de kosten die de verbruiker extra moet maken ten behoeve van ruimteverwarming of de verwarming van tapwater tot deze temperatuur;
- d. de opwekkingsbron van de warmte die geleverd zal worden, wanneer dit bij de wijze van aanprijzing en de keuze die de verbruiker zou maken, van belang is, en
- e. de diensten verbonden aan de levering van warmte.
##### Artikel 3d
1. De transparante informatie over de prijs waarvoor geleverd zal worden, bedoeld in [artikel 5c, derde lid, onderdeel c, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=5c), omvat in ieder geval op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie over:
- a. de opbouw van het tarief, inclusief alle toeslagen en belastingen, waarin in ieder geval wordt weergegeven:
- i. wat het gebruiksafhankelijk deel is;
- ii. wat het gebruiksonafhankelijk deel is, en
- iii. indien in de prijs kortingen zijn verwerkt:
- 1°. voor ieder jaar van de looptijd van de overeenkomst op welke wijze de korting in het jaarbedrag tot uitdrukking komt;
- 2°. wat er gebeurt met het jaarbedrag wanneer de kortingsactie afloopt, en
- 3°. de voorwaarden waaronder van de korting gebruik kan worden gemaakt, en
- b. het soort tarief, en
- i. indien er sprake is van een vast tarief:
- 1°. wat de looptijd is van het tarief, en
- 2°. wat er gebeurt met het tarief na afloop van de looptijd van het vaste tarief, en
- ii. indien er sprake is van een variabel tarief:
- 1°. in welke gevallen het tarief kan worden aangepast;
- 2°. hoe vaak een wijziging kan plaatsvinden gedurende de looptijd van de overeenkomst, en
- 3°. wat de gevolgen van de prijswijziging, op basis van het persoonlijk verbruik van de verbruiker, zijn voor de het geschatte jaarbedrag en het te betalen voorschot.
2. Indien een leverancier de prijs waarvoor geleverd wordt, bedoeld in [artikel 5c, derde lid, onderdeel c, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=5c), wijzigt, informeert hij de verbruiker hier uiterlijk 1 maand voordat de tariefwijziging wordt geëffectueerd persoonlijk en schriftelijk over.
##### Artikel 3e
1. De transparante informatie over het opzeggen van de overeenkomst, bedoeld in [artikel 5c, derde lid, onderdeel d, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=5c), bevat in ieder geval:
- a. de voorwaarden waaronder de overeenkomst door de verbruiker of leverancier kan worden beëindigd, en
- b. indien er bij een tussentijdse opzegging van een overeenkomst voor bepaalde tijd een opzegvergoeding verschuldigd is, de hoogte van deze opzegvergoeding.
2. Een leverancier informeert een verbruiker schriftelijk en uiterlijk 2 maanden voor het aflopen van de overeenkomst over het opzeggen van een overeenkomst of het aflopen van een overeenkomst voor bepaalde tijd.
##### Artikel 3f
1. De persoonlijke situatie van de verbruiker, bedoeld in [artikel 5c, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=5c), is gebaseerd op het meest recent beschikbare verbruik van de verbruiker.
2. Indien de leverancier deze gegevens niet kan achterhalen en de verbruiker deze informatie niet kan of wil verstrekken maakt de leverancier een schatting op basis van door de verbruiker ingevulde kenmerken.
#### § 2.1. Vaste kosten van levering van warmte
#### § 2.2. Variabele kosten van levering van warmte
#### § 2.3. Vaste kosten van levering van koude met behulp van systemen als bedoeld in [artikel 5, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=5)
##### Artikel 3a
1. Voor het vaststellen van de maximumprijs die door een leverancier aan een verbruiker in rekening mag worden gebracht voor de levering van koude, bedoeld in [artikel 4a, eerste lid, onderdeel b, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=4a), wordt uitgegaan van:
- a. een basistarief voor aansluitingen voor de levering van koude (BTk) van € 222,50 inclusief BTW, en
- b. een opslag per kilowatt extra vermogen van de aansluiting voor de levering van koude (Ok>2kW) van € 54,11 inclusief BTW.
2. De in dit artikel genoemde bedragen worden jaarlijks gecorrigeerd op basis van de relatieve wijziging van de consumentenprijsindex waarbij het jaar 2017 geldt als referentiejaar.
#### § 2.4. Kosten van de afleverset
##### Artikel 3b
1. De kenmerkende functionaliteiten van de categorieën afleversets, bedoeld in [artikel 5b, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=5b), zijn:
- a. een individuele afleverset voor warmte voor alleen ruimteverwarming heeft een vermogen van 25 kilowatt en geen warmtewisselaar;
- b. een collectieve afleverset voor warmte voor alleen ruimteverwarming heeft een vermogen van 100 kilowatt en geen warmtewisselaar;
- c. een individuele afleverset voor warmte voor alleen verwarming van tapwater heeft een CW-waarde van 4 en geen elektronische regeling van de temperatuur van het tapwater;
- d. een collectieve afleverset voor warmte voor alleen verwarming van tapwater heeft geen elektronische regeling van de temperatuur van het tapwater en kan een hoeveelheid tapwater leveren die overeenkomt met een CW-waarde van 4, waarbij ervan uitgegaan wordt dat niet alle verbruikers gelijktijdig een hoeveelheid tapwater nodig hebben die overeenkomt met CW-waarde 4;
- e. een individuele gecombineerde afleverset voor warmte voor ruimteverwarming en verwarming van tapwater heeft een vermogen van 25 kilowatt, geen warmtewisselaar voor de ruimteverwarming, een CW-waarde van 4 en geen elektronische regeling van de temperatuur van het tapwater;
- f. een collectieve gecombineerde afleverset voor warmte voor ruimteverwarming en verwarming van tapwater heeft een vermogen van 100 kilowatt, geen warmtewisselaar voor de ruimteverwarming, geen elektronische regeling van de temperatuur van het tapwater en kan een hoeveelheid tapwater leveren die overeenkomt met een CW-waarde van 4, waarbij ervan uitgegaan wordt dat niet alle verbruikers gelijktijdig een hoeveelheid tapwater nodig hebben die overeenkomt met CW-waarde 4.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan de aanvullende functionaliteiten van afleversets, bedoeld in [artikel 5b, tweede lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=5b), uitsluitend vaststellen op basis van de volgende elementen:
- a. de mate waarin het vermogen van de afleverset afwijkt van het vermogen, genoemd in het eerste lid;
- b. de mate waarin de CW-waarde bij een individuele afleverset afwijkt van de CW-waarde, genoemd in het eerste lid;
- c. de mate waarin de hoeveelheid geleverde tapwater bij een collectieve afleverset afwijkt van de hoeveelheid die overeen komt met een CW-waarde van 4, waarbij ervan uitgegaan wordt dat niet alle verbruikers gelijktijdig een hoeveelheid tapwater nodig hebben die overeenkomt met CW-waarde 4;
- d. de aanwezigheid van een warmtewisselaar voor de ruimteverwarming;
- e. de aanwezigheid van een elektronische regeling van de temperatuur van het tapwater.
#### § 4. Compensatie bij ernstige storingen en afsluitbeleid
##### Artikel 4a
Met een extreme situatie die niet aan de leverancier of netbeheerder kan worden toegerekend wordt bedoeld een niet te voorziene gebeurtenis of situatie die:
- a. redelijkerwijs buiten de controle van een netbeheerder of leverancier ligt en niet te wijten is aan een fout van een netbeheerder of leverancier;
- b. zo weinig voorkomt dat het oneconomisch zou zijn om daarmee rekening te houden in de reguleringssystematiek, en
- c. niet beïnvloed kan worden door de netbeheerder of leverancier.
##### Artikel 7b
In het leveringsprofiel, bedoeld in [artikel 10a, eerste lid, onderdeel d, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=10a), wordt in ieder geval vermeld:
- a. hoeveel GJ warmte een producent maandelijks en jaarlijks verwacht te kunnen invoeden op een warmtenet;
- b. een onderbouwing van het onder a bedoelde aantal GJ;
- c. de temperatuur van de warmte die de producent verwacht te kunnen invoeden op een warmtenet;
- d. indien de verwachte leveringstemperatuur varieert, wanneer welke temperatuur geleverd kan worden;
- e. de warmtebron waarmee de te leveren warmte wordt opgewekt, en
- f. de verwachte duurzaamheid van de warmtebron waarmee de te leveren warmte wordt opgewekt.
#### § 4a. Rapportage duurzaamheid
##### Artikel 7a
1. De beschrijving van het warmtenet, bedoeld in [artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=7), omvat voor ieder warmtenet tenminste informatie over:
- a. de gebiedsafbakening voor het warmtenet;
- b. het aantal en type warmtebronnen waarmee het warmtenet wordt gevoed, en
- c. het aantal en type verbruikers aangesloten op het warmtenet.
2. De informatie over de energieprestatie en de CO2-prestaties van de geleverde warmte over het verslagjaar, bedoeld in [artikel 7, tweede lid, onderdeel b, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=7), bevat tenminste informatie over:
- a. de CO2 emissie in kg per eenheid geleverde warmte in GJ;
- b. de primaire fossiele energie-inzet per eenheid geleverde warmte;
- c. het aandeel hernieuwbare warmte in de geleverde warmte, en
- d. de mate waarin het warmtenet voldoet aan de definitie voor efficiënte stadsverwarming en -koeling volgend uit artikel 2, lid 41, van [Richtlijn 2012/27](32012L0027)/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van [Richtlijnen 2009/125/EG](32009L0125) en [2010/30](32010L0030)/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen [2004/8/EG](32004L0008) en [2006/32/EG](32006L0032) (PB L 315).
3. De informatie over de energiebalans, bedoeld in [artikel 7, tweede lid, onderdeel c, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033940&artikel=7), bevat tenminste informatie over:
- a. de omvang van de primaire fossiele energie die wordt ingezet ten behoeve van de productie en levering van warmte;
- b. de omvang van de hernieuwbare energie die wordt ingezet ten behoeve van de productie en levering van warmte;
- c. de omvang van de restwarmte die wordt ingezet ten behoeve van de productie en levering van warmte; de omvang van de hulpenergie die wordt ingezet ten behoeve van de productie en levering van warmte;
- d. de omvang van de warmteproductie;
- e. de omvang van de warmtelevering, en
- f. de omvang van het warmteverlies.
4. De informatie over de energieprestatie en de CO2-prestaties van de geleverde warmte en de energiebalans wordt vastgesteld met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld model.
#### § 4b. Overleg over toegang voor producenten tot warmtenetten
#### § 5. Slotbepalingen
2019-07-01
2018-05-01
Warmteregeling — arts. 5, 7
2015-01-01
Warmteregeling — arts. 5, 7
2014-01-01
Warmteregeling — arts. 1, 1, 2 y 12 más
2014-01-01
Warmteregeling
original version Tekst op deze datum