Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2014

Type ZBO-regeling
Publication 2013-10-17
State In force
Source BWB
artikelen 46
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
14.

Bij samenloop van FKG’s GGZ deelt het college de verzekerde bij alle toepasselijke FKG’s GGZ in met inachtneming van de volgende uitzonderingen:

15.

Als een verzekerde niet in een FKG GGZ klasse 1 tot en met 7 valt, deelt het college deze verzekerde in bij FKG GGZ klasse ‘Geen FKG GGZ psychische aandoeningen’.

16.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium DKG’s GGZ per zorgverzekeraar op:

17.

Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het zestiende lid, onderdeel b en het VPPKB per verzekerde in welke DKG GGZ klasse 1 tot en met 5 de verzekerde valt en betrekt daarbij de opgave bedoeld in het vorige lid onderdeel c.

18.

Als een verzekerde niet in een DKG GGZ klasse 1 tot en met 5 is ingedeeld, deelt het college deze verzekerde in bij DKG GGZ klasse 0.

19.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot:

20.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres per zorgverzekeraar met betrekking tot:

21.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2015 bij het college hebben aangeleverd.

22.

Het college bepaalt door middel van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave uit het vorige lid en het VPPKB per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt.

23.

Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde in bij GGZ-kosten lage drempelklasse 0.

24.

Het college deelt verzekerden van achttien jaar en ouder zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en regio.

25.

Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG GGZ, DKG GGZ, aard van het inkomen en GGZ-kosten lage drempelklasse. Overeenkomstig artikel 7 van de Regeling risicoverevening 2014 deelt het college alle verzekerden woonachtig in het buitenland voor het criterium FKG GGZ in in de klasse 'Geen FKG GGZ psychische aandoeningen' en voor het criterium DKG GGZ in de klasse ‘DKG GGZ 0’.

Artikel 17. Bepaling van de verzekerdenaantallen 2014 voor de normatieve eigen risico opbrengst

1.

Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2014 voor de normatieve eigen risico opbrengst per criterium met inachtneming van het bepaalde in dit artikel.

2.

Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2014, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2015 bij het college hebben aangeleverd.

3.

Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2014 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.

4.

Het college bepaalt het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder die ingedeeld zijn in een FKG 1 tot en met 23, ingedeeld zijn in een DKG 1 tot en met 15, of ingedeeld zijn in een MHK 1 tot en met 6, per zorgverzekeraar met inachtneming van artikel 15, dertiende, zestiende en eenentwintigste lid.

5.

Het college bepaalt het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt per zorgverzekeraar met inachtneming van artikel 15, dertiende respectievelijk zestiende en eenentwintigste lid.

6.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ is ingedeeld voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op:

7.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ is ingedeeld voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

8.

Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid van deze beleidsregels.

9.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

10.

Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en regio.

11.

Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en aard van het inkomen.

Artikel 18. De voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014

1.

Op basis van de opgave jaarstaat 2014 per 1 mei 2015 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 14 van de Regeling risicoverevening 2014 bepaalt het college de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2.

Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de DKG klasse ‘0’ door het totaal aantal verzekerden per DKG klasse 1 tot en met 15 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden DKG klasse ‘0’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3.

Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de HKG klasse ‘Geen HKG’ door het totaal aantal verzekerden per HKG klasse 1 tot en met 4 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden HKG klasse ‘Geen HKG’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

4.

Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de MHK klasse ‘Geen MHK’ door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse ‘Geen MHK’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

5.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 15 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2014 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 7.

6.

Het college berekent de schalingsfactor voor variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 door de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het derde lid herberekende normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 voor het totaal van de verzekerden 2014 van alle zorgverzekeraars.

7.

Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 uit het vijfde lid met de schalingsfactor berekend in het zesde lid.

8.

Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het zevende lid en het herberekende normatieve bedrag uit het vijfde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

9.

Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het achtste lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

10.

Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het negende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014.

11.

Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 en de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

Artikel 19. De voorlopige herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2014

1.

Op basis van de opgave jaarstaat 2014 per 1 mei 2015 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 15 van de Regeling risicoverevening 2014 bepaalt het college de vaste zorgkosten 2014 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk.

2.

Het college herberekent het voorlopig deelbedrag vaste zorgkosten 2014 per zorgverzekeraar als volgt:

3.

Het college calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na op het verschil tussen de vaste zorgkosten 2014, verkregen in het eerste lid, en het deelbedrag vaste zorgkosten, verkregen in het tweede lid.

4.

De som van het resultaat van het tweede en het derde lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2014.

Artikel 20. De voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014

1.

Op basis van de opgave jaarstaat 2014 per 1 mei 2015 en met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling risicoverevening 2014, bepaalt het college de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 voor verzekerden van achttien jaar en ouder voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2.

Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder per verzekerde voor de risicoklasse DKG GGZ 0 2014 door het totaal aantal verzekerden per DKG GGZ 1 tot en met 5 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden DKG GGZ 0 2014, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3.

Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder per verzekerde voor de risicoklasse GGZ kosten lage drempelklasse ‘Niet’ 2014 en voor de risicoklasse GGZ kosten lage drempel ‘Wel en DKG psychische aandoeningen is niet ‘0’’ door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten lage drempelklasse ‘Wel en DKG psychische aandoeningen is ‘0’’ te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door de som van het aantal verzekerden GGZ kosten lage drempelklasse ’Niet’ en het aantal verzekerden GGZ kosten lage drempelklasse ‘Wel en DKG psychische aandoeningen is niet ‘0’’ 2014, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

4.

Het college herberekent met inachtneming van het op grond van artikel 16 bepaalde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar en ouder 2014 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 9.

5.

Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 voor verzekerden van achttien jaar en ouder 2014 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het vierde lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar en ouder 2014 van alle zorgverzekeraars.

6.

Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige gezondheidszorg 2014 uit het vierde lid met de schalingsfactor berekend in het vijfde lid.

7.

Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het zesde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het vierde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

8.

Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het zevende lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

9.

Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zesde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het achtste lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014.

10.

Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder 2014 en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder 2014 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

Artikel 21. De voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties 2014

1.

Op basis van de opgave jaarstaat 2014 per 1 mei 2015 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 17 van de Regeling risicoverevening 2014, bepaalt het college de kosten van overige prestaties 2014 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2.

Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de DKG klasse ‘0’ door het totaal aantal verzekerden per DKG klasse 1 tot en met 15 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden DKG klasse ‘0’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3.

Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de HKG klasse ‘Geen HKG’ door het totaal aantal verzekerden per HKG klasse 1 tot en met 4 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden HKG klasse ‘Geen HKG’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

4.

Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de MHK klasse ‘Geen MHK’ door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse ‘Geen MHK’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

5.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 15 berekende verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2014 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2014 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 10.

6.

Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van overige prestaties 2014 door de kosten van overige prestaties 2014 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het vijfde lid herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties voor het totaal van de verzekerden 2014 van alle zorgverzekeraars.

7.

Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2014 uit het vijfde lid met de schalingsfactor berekend in het zesde lid.

8.

Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het zevende lid en het herberekende normatieve bedrag uit het vijfde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

9.

Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het achtste lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

10.

Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het negende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2014.

Artikel 22. De voorlopige herberekening van de normatieve opbrengst van het eigen risico 2014

1.

Uitgangspunt voor de herberekening van de normatieve opbrengst van het eigen risico zijn de opgaven, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de verzekerdenaantallen van de zorgverzekeraar.

2.

Het college herberekent overeenkomstig artikel 11 de normatieve eigen risico opbrengst 2014 op basis van de verzekerdenaantallen 2014 van achttien jaar en ouder zoals bepaald in artikel 17.

3.

In afwijking van het tweede lid bepaalt het college de gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder voor wie op grond van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen, op basis van de opgave jaarstaat 2014 per 1 mei 2015.

Artikel 23. De voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2014 en de voorlopige herberekening en voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2014

1.

Het college herberekent het normatieve bedrag 2014 voorlopig als de som van het voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014, het voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2014, het voorlopig herberekende deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 en het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2014.

4.

Het college bepaalt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder 2014 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2014.

5.

Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2014 per 1 mei 2015 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen.

6.

Het college herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar 2014 te vermenigvuldigen met EUR 50.

7.

Het college herberekent de vereveningsbijdrage 2014 voorlopig door de som van het herberekende normatieve bedrag 2014 bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede en derde lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in het zesde lid, te verminderen met de voorlopig herberekende normatieve eigen risico opbrengst bedoeld in artikel 24 en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het vijfde lid.

8.

Het college stelt de vereveningsbijdrage 2014 in september 2015 voorlopig vast ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.

Hoofdstuk IV. De tweede voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2014 voor een zorgverzekeraar

Artikel 24. Algemene bepaling

Het college herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met inachtneming van de opgave hogekostencompensatie 2014, de kosten 2014 uit de opgave jaarstaat 2016 per 1 mei 2017, de opbrengstresultaten 2014 en de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast.

Artikel 25. Bepaling van de verzekerdenaantallen 2014

1.

Het college betrekt de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast over 2014 bij de verzekerdenaantallen zoals berekend op grond van de artikelen 15, 16 en 17.

2.

Voor het criterium SES betrekt het college voor het inkomen de opgave van de Belastingdienst over 2014 bij de verzekerdenaantallen. Indien een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2014, maakt het college gebruik van de opgave over 2013.

3.

Voor het criterium MHK betrekt het college bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2015, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het college hebben aangeleverd.

4.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2015, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het college hebben aangeleverd.

Artikel 26. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014

1.

Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 14 van de Regeling risicoverevening 2014, de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2.

Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de DKG klasse ‘0’ door het totaal aantal verzekerden per DKG klasse 1 tot en met 15 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden DKG klasse ‘0’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3.

Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de HKG klasse ‘Geen HKG’ door het totaal aantal verzekerden per HKG klasse 1 tot en met 4 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden HKG klasse ‘Geen HKG’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

4.

Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de MHK klasse ‘Geen MHK’ door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse ‘Geen MHK’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

5.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 25 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2014 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 7.

6.

Het college berekent de schalingsfactor voor variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 door de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het vijfde lid herberekende normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 voor het totaal van de verzekerden 2014 van alle zorgverzekeraars.

7.

Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 uit het vijfde lid met de schalingsfactor berekend in het zesde lid.

8.

Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het zevende lid en het herberekende normatieve bedrag uit het vijfde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

9.

Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het achtste lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

10.

Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het negende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014.

11.

Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 en de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

Artikel 27. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2014

Het college herberekent voor de tweede keer voorlopig het deelbedrag vaste zorgkosten 2014 overeenkomstig artikel 19, met inachtneming van artikel 24 en 25.

Artikel 28. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014

1.

Het college hanteert als uitgangspunten voor de verzekerden van achttien jaar en ouder:

2.

Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling risicoverevening 2014, de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 voor verzekerden van achttien jaar en ouder voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

3.

Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder per verzekerde voor de klasse DKG GGZ 0 2014 door het totaal aantal verzekerden per DKG GGZ 1 tot en met 5 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden DKG GGZ 0 2014, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

4.

Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder per verzekerde voor de risicoklasse GGZ kosten lage drempelklasse ‘Niet’ 2014 en voor de risicoklasse GGZ kosten lage drempel ‘Wel en DKG psychische aandoeningen is niet ‘0’’ door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten lage drempelklasse ‘Wel en DKG psychische aandoeningen is ‘0’’ te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door de som van het aantal verzekerden GGZ kosten lage drempelklasse ’Niet’ en het aantal verzekerden GGZ kosten lage drempelklasse ‘Wel en DKG psychische aandoeningen is niet ‘0’’ 2014, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

5.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 25 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar en ouder 2014 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 9.

6.

Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 voor verzekerden van achttien jaar en ouder 2014 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het tweede lid, te delen door het in het vijfde lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar en ouder 2014 van alle zorgverzekeraars.

7.

Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder uit het vijfde lid met de schalingsfactor berekend in het zesde lid.

8.

Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het zevende lid en het herberekende normatieve bedrag uit het vijfde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

9.

Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het achtste lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

10.

Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het negende lid.

11.

Het college past een hogekostencompensatie toe overeenkomstig artikel 16 van de Regeling risicoverevening 2014 en verrekent dit met de uitkomst van het tiende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014.

12.

Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder 2014 en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder 2014 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

Artikel 29. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties 2014

1.

Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 17 van de Regeling risicoverevening 2014, de kosten van overige prestaties 2014 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2.

Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de DKG klasse ‘0’ door het totaal aantal verzekerden per DKG klasse 1 tot en met 15 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden DKG klasse ‘0’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3.

Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de HKG klasse ‘Geen HKG’ door het totaal aantal verzekerden per HKG klasse 1 tot en met 4 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden HKG klasse ‘Geen HKG’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

4.

Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de MHK klasse ‘Geen MHK’ door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse ‘Geen MHK’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

5.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 25 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2014 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2014 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 10.

6.

Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van overige prestaties 2014 door de kosten van overige prestaties 2014 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het vijfde lid herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2014 voor het totaal van de verzekerden 2014 van alle zorgverzekeraars.

7.

Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2014 uit het vijfde lid met de schalingsfactor berekend in het zesde lid.

8.

Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het zevende lid en het herberekende normatieve bedrag uit het vijfde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

9.

Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het achtste lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

10.

Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het negende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2014.

Artikel 30. De tweede voorlopige herberekening van de normatieve eigen risico opbrengst 2014

Het college herberekent voor de tweede keer voorlopig de normatieve eigen risico opbrengst 2014 overeenkomstig artikel 11, met inachtneming van artikel 22 en artikel 25.

Artikel 31. De tweede voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2014 en de tweede voorlopige herberekening en de vaststelling van de vereveningsbijdrage 2014

1.

Het college herberekent het normatieve bedrag 2014 voor de tweede keer voorlopig als de som van het tweede voorlopige deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014, het tweede voorlopige deelbedrag vaste zorgkosten 2014, het tweede voorlopige deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 en het tweede voorlopige deelbedrag kosten van overige prestaties 2014.

4.

Het college bepaalt de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2014.

5.

Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2014 per 1 mei 2015 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen.

6.

Het college berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar te vermenigvuldigen met EUR 50.

7.

Het college berekent de vereveningsbijdrage 2014 voor de tweede keer voorlopig door de som van het tweede voorlopige normatieve bedrag 2014 bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar als bedoeld in artikel 23, zesde lid, te verminderen met de tweede voorlopige normatieve eigen risico opbrengst bedoeld in artikel 30, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 23, vijfde lid.

8.

Het college stelt de vereveningsbijdrage 2014 voor de tweede keer voorlopig vast in september 2017 ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.

Hoofdstuk V. De vaststelling van de vereveningsbijdrage 2014 voor een zorgverzekeraar

Artikel 32. Algemene bepaling

Het college herberekent de vereveningsbijdrage definitief met inachtneming van de correcties die voortkomen uit de reviewrapportages die de Nederlandse Zorgautoriteit uitbrengt over de declaraties 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer en kosten 2014 uit de jaarstaat 2016.

Artikel 33. De definitieve herberekening van het deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014

Het college herberekent definitief het deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 overeenkomstig artikel 26, met inachtneming van artikel 32.

Artikel 34. De definitieve herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2014

Het college herberekent definitief het deelbedrag vaste zorgkosten 2014 overeenkomstig artikel 27, met inachtneming van artikel 32.

Artikel 35. De definitieve herberekening van het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014

Het college herberekent definitief het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 overeenkomstig artikel 28, met inachtneming van artikel 32.

Artikel 36. De definitieve herberekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties 2014

Het college herberekent definitief het deelbedrag kosten van overige prestaties 2014 overeenkomstig artikel 29, met inachtneming van artikel 32.

Artikel 37. De definitieve herberekening van de normatieve eigen risico opbrengst 2014

Het college herberekent definitief het deelbedrag normatieve eigen risico opbrengst overeenkomstig artikel 30, met inachtneming van artikel 32.

Artikel 38. De definitieve herberekening van het normatieve bedrag 2014 en de definitieve herberekening en de vaststelling van de bijdrage 2014

1.

Het college herberekent definitief het normatieve bedrag 2014 overeenkomstig artikel 31, met inachtneming van artikel 32.

2.

Het college stelt de bijdrage 2014 vast in april 2018 ter hoogte van de in het vorige lid definitief berekende bijdrage.

Hoofdstuk VI. De uitkering voor de kosten van prestaties die door het college naar het werkelijk bedrag worden vergoed

Artikel 39

1.

Bij gelegenheid van de vaststelling van de bijdrage 2014, bedoeld in artikel 38, stelt het college per zorgverzekeraar ook de uitkering 2014 vast voor de kosten die op grond van de wet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed.

2.

In afwachting van de vaststelling van de uitkering 2014 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, stelt het college bij de voorlopige vaststelling van de bijdrage 2014, bedoeld in artikel 23, ook de voorlopige uitkering 2014 voor de kosten die op grond van de wet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, vast.

3.

In afwachting van de vaststelling van de uitkering 2014 voor de kosten die op grond van de wet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, stelt het college bij de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage 2014, bedoeld in artikel 31, ook de tweede voorlopige uitkering 2014 voor de kosten die op grond van de wet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, vast.

Hoofdstuk VII. De betalingen aan de zorgverzekeraars

Artikel 40

1.

Het college betaalt de zorgverzekeraars de vereveningsbijdrage, bedoeld in artikel 12, vierde lid, uit. Het college maakt bij de betaling onderscheid naar de volgende bestanddelen:

2.

Het college betaalt de zorgverzekeraars de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, gelijktijdig met de betaling genoemd in het eerste lid uit.

3.

Voor de betaling van de kosten, die op grond van de wet naar werkelijke kosten worden vergoed, kan het college ambtshalve een bedrag vaststellen, waarmee de betaling aan de zorgverzekeraars wordt verhoogd.

4.

Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste en het tweede lid resulteert in een negatief saldo voor de zorgverzekeraar, schort het college de betalingen aan de zorgverzekeraar op, tot het negatieve saldo is verrekend.

Artikel 41. Betaling

1.

Het college bepaalt de som van de bestanddelen genoemd in artikel 40, eerste lid, onder a tot en met c en de uitkering genoemd in artikel 40, tweede lid.

2.

Het college deelt het resultaat van artikel 12, zesde lid, door het resultaat van het eerste lid.

3.

Het college vermenigvuldigt ieder van de bestanddelen genoemd in artikel 40, eerste lid, onder a tot en met c en de uitkering bedoeld in artikel 40, tweede lid, met het percentage dat het resultaat is van het tweede lid.

4.

De resultaten van het derde lid worden respectievelijk genoemd als volgt:

5.

Het college betaalt de netto te betalen bedragen, bedoeld in het vierde lid, onder a tot en met d, in termijnen op de eerste werkdag van de maand, overeenkomstig onderstaand betalingsschema:

Bestanddelen betalingen
Betaalmoment Artikel 41 vierde lid, onder a Artikel 41 vierde lid, onder b Artikel 41 vierde lid, onder c Artikel 41 vierde lid, onder d
januari 2014 0,5200%
februari 2014 0,9195% 2,0800% 8,3333%
maart 2014 2,6437% 4,1700% 8,3333% 8,3333%
april 2014 4,3678% 6,2500% 8,3334% 8,3334%
mei 2014 6,0920% 7,8100% 8,3333% 8,3333%
juni 2014 7,6435% 8,3400% 8,3333% 8,3333%
juli 2014 8,3333% 8,3300% 8,3334% 8,3334%
augustus 2014 8,3333% 8,3300% 8,3333% 8,3333%
september 2014 8,3333% 8,3400% 8,3333% 8,3333%
oktober 2014 8,3333% 8,3300% 8,3334% 8,3334%
november 2014 8,3333% 8,3300% 8,3333% 8,3333%
december 2014 8,3333% 8,3400% 8,3333% 8,3333%
januari 2015 8,3333% 7,8100% 8,3334% 8,3334%
februari 2015 7,4139% 6,2500% 8,3333%
maart 2015 5,6897% 4,1700%
april 2015 3,9656% 2,0800%
mei 2015 2,2414% 0,5200%
juni 2015 0,6898%
6.

Voor een zorgverzekeraar die zich op grond van artikel 25 van de wet aanmeldt bij de Nederlandse Zorgautoriteit nadat het college de bijdragen voor de zorgverzekeraars heeft toegekend, kan het college voor die zorgverzekeraar afwijken van de vorige leden.

7.

Het college kan, indien naar zijn oordeel uit nieuwe informatie blijkt dat de verwachting is dat bij de eerstvolgende herberekening of herziening van de vereveningsbijdrage, de vereveningsbijdrage meer dan 5 procent hoger zal zijn dan bij de laatst toegekende of voorlopig vastgestelde vereveningsbijdrage, afwijken van de vorige leden en de betalingen aan een zorgverzekeraar aanpassen.

Artikel 42

1.

Bij de herberekening en herziening van de toegekende vereveningsbijdrage 2014 op grond van artikel 14 herziet het college de te betalen termijnen overeenkomstig artikel 41 voor de eerste keer. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de eerste keer herziene termijnen.

2.

Bij gelegenheid van de eerste voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk III, herziet het college voor de tweede keer de te betalen termijnen overeenkomstig artikel 41. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de tweede keer herziene termijnen.

3.

Bij gelegenheid van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk IV, herziet het college de te betalen termijnen voor de derde keer overeenkomstig artikel 41. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de derde maal herziene termijnen.

4.

Bij gelegenheid van de definitieve vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk V, stelt het college de te betalen termijnen definitief vast overeenkomstig artikel 41.

Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de definitief te betalen termijnen.

5.

Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een positief saldo voor de zorgverzekeraar, betaalt het college dat saldo ineens aan de zorgverzekeraar, behoudens een eventuele verrekening met een vordering op de zorgverzekeraar uit hoofde van de wet dan wel de AWBZ.

6.

Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een negatief saldo voor de zorgverzekeraar, de betreffende zorgverzekeraar dat saldo in een keer terug aan het college, behoudens voor zover het college het bedrag heeft verrekend met enige vordering op de zorgverzekeraar op grond van de wet dan wel de AWBZ.

Artikel 43

1.

De zorgverzekeraar en het college zijn over en weer rente verschuldigd en hebben over en weer aanspraak op rente over de verschillen, bedoeld in artikel 42.

2.

De rente, bedoeld in het eerste lid, wordt bij de eerste voorlopige, tweede voorlopige en de definitieve vaststelling van de uitkering door het college verwerkt en zo mogelijk verrekend met andere betalingen die uit deze vaststellingen voortvloeien.

Artikel 44

1.

Bij de verrekening van verschillen, bedoeld in artikel 42, tweede, derde en vierde lid, berekent het college rente over het verschil vanaf de datum waarop het verschil is ontstaan tot de datum waarop de verschillen worden verrekend.

2.

Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 42, tweede lid, berekent het college rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 41 en artikel 42, eerste en tweede lid tot de datum van de voorlopige vaststelling van de bijdrage.

3.

Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 42, derde lid, berekent het college rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 41 en artikel 42, eerste, tweede en derde lid tot de datum van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage.

4.

Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 42, vierde lid, berekent het college rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 41 en artikel 42 eerste, tweede, derde en vierde lid tot de datum van de definitieve vaststelling van de bijdrage.

5.

Voor een zorgverzekeraar waarvoor krachtens artikel 41, zesde en zevende lid, afwijkende betalingen hebben plaatsgevonden, kan het college bij de renteberekening afwijken van de vorige leden.

6.

Het college deelt het bedrag dat de zorgverzekeraar heeft terugbetaald op grond van artikel 42, zesde lid, voor de renteberekening naar rato toe aan de eerste dag van de maand waarin is terugbetaald en de eerste dag van de daaropvolgende maand, waarbij het uitgangspunt is de dag van terugbetaling.

7.

Voor het rentepercentage gaat het college uit van het gemiddelde van de maandrentes van het Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijngelden zonder onderpand over de periodes, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid. Voor de laatste kalendermaand vóór de betaling gaat het college uit van de rente over de voorafgaande kalendermaand.

8.

De rente betreft een samengestelde rente en wordt op maandbasis berekend.

Bij de berekening wordt een maand op 30 en een jaar op 360 dagen gesteld.

9.

Indien de situatie zich voordoet dat het in deze paragraaf bedoelde Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) niet meer kan worden toegepast, zal een zoveel als mogelijk overeenkomstig tarief worden gehanteerd.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Artikel 45

Deze beleidregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst en werken terug tot en met 1 oktober 2013.

Artikel 46

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2014.

Bijlage 1. Toewijzing FKG’s diabetes 2014 op basis van farmaciegebruik voor diabetes en hypertensie

Bron: College voor zorgverzekeringen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)