Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 3 december 2013, nr. 2013-0000731182, DCB/CZW/S&B, houdende regels ter uitvoering van de Wet basisregistratie personen en het Besluit basisregistratie personen (Regeling basisregistratie personen)
Gelet op richtlijn nr. 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PbEG L 281), de artikelen 1.12, derde en vierde lid, 1.15, derde lid, 2.21, vijfde lid, 2.40, derde lid, en 4.7, tweede lid, van de Wet basisregistratie personen en de artikelen 3, eerste lid, 6, vierde lid, 9, tweede lid, 15, tweede en zevende lid, 16, derde lid, 17, derde lid, 20, 23, tweede lid, 32, tweede lid, 38, 47, tweede, vierde en zesde lid, 48, tweede lid, 49 en 52 van het Besluit basisregistratie personen;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie personen in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
§ 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. de Wet BRP: de Wet basisregistratie personen;
- b. het Besluit BRP: het Besluit basisregistratie personen;
- c. de minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- d. huisgezin: de ingeschrevenen op het adres die ofwel echtgenoot, geregistreerde partner dan wel bloed- of aanverwanten in de eerste graad van elkaar zijn, ofwel dezelfde geslachtsnaam hebben, ofwel dezelfde inschrijvingsdatum op het adres hebben.
§ 2. De systeembeschrijving
Artikel 2
De systeembeschrijving wordt gevormd door de niet als toelichting gemarkeerde delen van het Logisch Ontwerp BRP, versie 2026.Q2, bedoeld in artikel 3.
Artikel 3
Het Logisch Ontwerp BRP, versie 2026.Q2, is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.
§ 3. De bewaring van geschriften en andere bescheiden
Artikel 4
De te bewaren geschriften en andere bescheiden, ongeacht hun vorm, die de verwerkingsverantwoordelijke heeft gebruikt in verband met de verwerking van gegevens in de basisregistratie, zijn vermeld in de lijst die als bijlage 6 bij deze regeling is gevoegd.
De in het eerste lid bedoelde geschriften en andere bescheiden worden met het oog op het gebruik daarvan bij de uitvoering van de Wet BRP bewaard gedurende de in de lijst vermelde termijnen.
§ 4. De bewerker
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
§ 5. Het onderzoek
Artikel 7
Een overheidsorgaan of een derde als bedoeld in artikel 1.12, eerste onderscheidenlijk vierde lid, van de Wet BRP, stelt de door de minister hiertoe aangewezen personen in staat gegevens te verzamelen ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.12, eerste lid, van de Wet BRP.
§ 6. Kosten in verband met de uitvoering van de Wet BRP
Artikel 8
Voor de toepassing van artikel 15 van het Besluit BRP worden als afstemmingsbericht aangemerkt:
- a. ieder eerste verzoek tot een eenmalige verstrekking als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit BRP, betreffende een geregistreerde persoon als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit BRP, en
- b. iedere eerste eenmalige verstrekking als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit BRP, betreffende een geregistreerde persoon als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit BRP, indien de verzending en de ontvangst van het bericht geschieden op een wijze die op grond van artikel 4 van het Besluit BRP is beschreven in de systeembeschrijving.
In afwijking van het eerste lid worden niet als afstemmingsbericht aangemerkt de berichten die door het overheidsorgaan of de derde over het stelsel van berichtuitwisseling worden verzonden en ontvangen, voor zover deze berichten het aantal afstemmingsberichten, bedoeld in artikel 15, achtste lid, van het Besluit BRP, te boven gaan.
Artikel 9
Het tarief, bedoeld in artikel 15, zevende lid, van het Besluit BRP, bedraagt per overheidsorgaan of derde:
- a. bij verzending en ontvangst van afstemmingsberichten over het stelsel van berichtuitwisseling: € 0,16 per geregistreerde persoon;
- b. bij verzending en ontvangst van afstemmingsberichten met behulp van alternatieve media het bedrag, genoemd onder a, vermeerderd met € 166.
Artikel 10
De bijdrage die op grond van artikel 16 van het Besluit BRP ten hoogste in rekening kan worden gebracht, bedraagt € 166.
De bijdrage die op grond van artikel 17 van het Besluit BRP ten hoogste in rekening kan worden gebracht, bedraagt € 7,50.
Artikel 11
Onverminderd de kosten waaraan door de betrokkene al wordt bijgedragen op grond van artikel 14 van het Besluit BRP, worden de kosten op basis waarvan een bijdrage kan worden vastgesteld op grond van artikel 18 van het Besluit BRP bepaald door het aantal uren dat wordt gewerkt aan de verstrekking, vermenigvuldigd met een uurtarief van € 98.
Onverminderd het bepaalde in artikel 19 van het Besluit BRP, worden de kosten op basis waarvan een bijdrage wordt vastgesteld op grond van artikel 19 van het Besluit BRP bepaald door het aantal uren dat wordt gewerkt aan de verstrekking, vermenigvuldigd met een uurtarief van € 98.
Bij verstrekking met behulp van alternatieve media wordt de bijdrage, bedoeld in het eerste en tweede lid, vermeerderd met € 166.
§ 7. Het overleg
Artikel 12
De representatieve vertegenwoordigingen van de gemeenten, van de aangewezen bestuursorganen als bedoeld in artikel 2.65 van de Wet BRP en van de overheidsorganen waaraan en derden aan wie op grond van artikel 3.2, 3.3 of 3.13 van de Wet BRP gegevens uit de basisregistratie worden verstrekt, bedoeld in artikel 1.15, eerste lid, van de Wet BRP, bestaan gezamenlijk uit ten hoogste twaalf personen.
Het overleg wordt ten minste vier keer per jaar gevoerd.
Op verzoek van de minister of een van de vertegenwoordigers kan ook tussentijds overleg plaatsvinden.
Artikel 13
Het overleg wordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter die, na overleg met de vertegenwoordigers, wordt benoemd door de minister.
De minister draagt zorg voor het ambtelijk secretariaat van het overleg.
Hoofdstuk 2. De bijhouding van de basisregistratie
Artikel 14
De in de tabel in bijlage 1 bij de artikelen 23, tweede lid, en 32, tweede lid, van het Besluit BRP bedoelde gegevens in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling zijn nader bepaald in bijlage 7 bij deze regeling.
Artikel 15
De administratieve gegevens, bedoeld in de artikelen 23, tweede lid,32, tweede lid, en 36a, tweede lid, van het Besluit BRP, zijn nader bepaald in bijlage 8 bij deze regeling.
Artikel 16
Het model van het verhuisbericht, bedoeld in artikel 2.21, vijfde lid, van de Wet BRP, is opgenomen in bijlage 9 bij deze regeling.
Artikel 17
Als instellingen voor gezondheidszorg als bedoeld in artikel 2.40, derde lid, onderdeel a, van de Wet BRP, worden aangewezen: de instellingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen, voor zover het gaat om instellingen voor behandeling van gedragswetenschappelijke aard in verband met een psychiatrische aandoening en instellingen voor verpleging.
Artikel 18
Als instellingen op het gebied van de kinderbescherming als bedoeld in artikel 2.40, derde lid, onderdeel b, van de Wet BRP, worden aangewezen: de justitiële jeugdinrichtingen, bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, en gesloten accommodaties als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Artikel 19
Als penitentiaire instellingen als bedoeld in artikel 2.40, derde lid, onderdeel c, van de Wet BRP, worden aangewezen: de inrichtingen die door de Minister van Justitie en Veiligheid zijn bestemd voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsbeneming, niet zijnde inrichtingen als bedoeld in artikel 18.
Hoofdstuk 2a. Ondersteuning bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de basisregistratie op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven alsmede naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de basisregistratie
Artikel 20
Het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 38 van het Besluit BRP, is opgenomen in bijlage 10 bij deze regeling.
Het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 38 van het Besluit BRP, voor autorisatiebesluiten op grond van artikel 2.4 en 2.5 van het Besluit experiment dataminimalisatie basisregistratie personen, is opgenomen in bijlage 11 bij deze regeling.
Hoofdstuk 4. Toezicht, overgangs- en slotbepalingen
§ 1. Toezicht
Artikel 21
De gegevens in het uittreksel, bedoeld in artikel 4.3, tweede lid, van de Wet BRP, dat door het college van burgemeester en wethouders aan de Autoriteit persoonsgegevens wordt gezonden, zijn geaggregeerd zodanig:
- a. dat het aantal correcte persoonslijsten ten opzichte van het totale aantal persoonslijsten wordt weergegeven en de afwijkingen worden ingedeeld in drie groepen, te weten:
- 1°. de afwijkingen betreffende de algemene gegevens, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet BRP over de burgerlijke staat en het adres;
- 2°. de afwijkingen betreffende de overige algemene gegevens, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, en artikel 4.9, eerste lid, van de Wet BRP;
- 3°. de afwijkingen betreffende de administratieve gegevens, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel b, van de Wet BRP.
- b. dat het aantal malen wordt weergegeven dat in de verslagperiode een aantekening omtrent een onderzoek als bedoeld in artikel 2.26 van de Wet BRP is geplaatst.
De gegevens in het uittreksel, bedoeld in artikel 4.3, tweede lid, van de Wet BRP, dat door de minister aan de Autoriteit persoonsgegevens wordt gezonden, zijn geaggregeerd zodanig:
- a. dat het aantal correcte persoonslijsten ten opzichte van het totale aantal persoonslijsten wordt weergegeven en de afwijkingen worden ingedeeld in twee groepen, te weten:
- 1°. de afwijkingen betreffende de algemene gegevens, bedoeld in de artikelen 2.69, eerste lid, onderdeel a, 2.84, eerste lid, onderdeel a, en 4.9, tweede en derde lid, van de Wet BRP; of
- 2°. de afwijkingen betreffende de administratieve gegevens, bedoeld in de artikelen 2.69, eerste lid, onderdeel b, en 2.84, eerste lid, onderdeel b, van de Wet BRP.
- b. dat het aantal malen wordt weergegeven dat in de verslagperiode een aantekening omtrent een onderzoek als bedoeld in artikel 2.76 van de Wet BRP is geplaatst.
De gegevens in het uittreksel, bedoeld in artikel 4.3, vierde lid, van de Wet BRP, dat door het college van burgemeester en wethouders aan de minister wordt gezonden, zijn geaggregeerd zodanig:
- a. dat het aantal correcte persoonslijsten ten opzichte van het totale aantal persoonslijsten wordt weergegeven en de afwijkingen worden ingedeeld in drie groepen, te weten:
- 1°. de afwijkingen betreffende de algemene gegevens, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet BRP over de burgerlijke staat en het adres;
- 2°. de afwijkingen betreffende de overige algemene gegevens, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, en artikel 4.9, eerste lid, van de Wet BRP;
- 3°. de afwijkingen betreffende de administratieve gegevens, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel b, van de Wet BRP.
- b. dat het aantal malen wordt weergegeven dat in de verslagperiode een aantekening omtrent een onderzoek als bedoeld in artikel 2.26 van de Wet BRP is geplaatst.
Onverminderd het derde lid, omvatten de gegevens in het uittreksel, bedoeld in artikel 4.3, vierde lid, van de Wet BRP, dat door het college van burgemeester en wethouders aan de minister wordt gezonden, de antwoorden op de vragen van de vragenlijsten die deel uitmaken van het evaluatie-instrument.
§ 2. De oude registers
Artikel 22
Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten het persoonsregister, bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding, op een andere wijze dan in de vorm van persoonskaarten als bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding aan te houden. Indien het college hiertoe besluit, regelt het tevens de vernietiging van de persoonskaarten.
Op een besluit als bedoeld in het eerste lid is artikel 7 van de Archiefwet 1995 van toepassing.
Artikel 23
Het schakelregister wordt aangehouden in de vorm van microfoto’s. De inhoud van het register is vervangen door een afschrift in dubbel.
Het dubbel van het schakelregister is in bewaring bij het Nationaal Archief. Bij de overbrenging zijn met betrekking tot verstrekkingen uit het register beperkingen aan de openbaarheid gesteld in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de daarin opgenomen personen.
Artikel 24
Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage heeft de zorg over het persoonskaartenarchief en het schakelregister.
Artikel 25
Indien het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage voor een doelmatige dagelijkse uitvoering van de taak ten aanzien van het schakelregister gebruikmaakt van een op basis van het oorspronkelijke register vervaardigd elektronisch hulpregister, worden uit dat hulpregister geen gegevens verstrekt.
Artikel 26
Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage treft ter beveiliging van het persoonskaartenarchief en het schakelregister de maatregelen, bedoeld in artikel 6 van het Besluit BRP.
Artikel 27
Hoofdstuk III van de Archiefwet 1995 blijft met betrekking tot het persoonskaartenarchief, het schakelregister en de daarbij behorende bescheiden onverkort van kracht.
Artikel 28
De minister wijst personen aan die rechtstreeks toegang hebben tot het centraal archief van overledenen.
De minister draagt zorg dat onbevoegden geen toegang hebben tot het centraal archief van overledenen.
Indien de minister het centraal archief van overledenen in feitelijk beheer overdraagt,
- a. kan, onverminderd de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid van de minister, de beheerder personen aanwijzen die rechtstreeks toegang hebben tot het centraal archief van overledenen;
- b. rust de zorgplicht, bedoeld in het tweede lid, op de beheerder.
Artikel 29
Het doel van het centraal archief van overledenen is het verstrekken van gegevens ten behoeve van ambtelijk, wetenschappelijk en historisch onderzoek. Onder historisch onderzoek wordt in ieder geval verstaan genealogisch onderzoek.
Artikel 30
Ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 29 kunnen uit het centraal archief van overledenen op schriftelijk verzoek gegevens worden verstrekt aan:
- a. een derde, indien deze bij de verstrekking een gerechtvaardigd belang heeft en voor zover de persoonlijke levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad;
- b. een overheidsorgaan, voor zover de gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn taak.
Het verzoek bevat de gronden voor de verstrekking.
De gegevens over het adres worden aan een derde niet verstrekt gedurende 20 jaar na de datum van overlijden van betrokkene, tenzij de verzoeker aantoont bij de verstrekking een zwaarwegend belang te hebben.
Gegevens voor zover daarmee aangegeven wordt dat betrokkene tot een kerkgenootschap, vereniging met godsdienstig doel of levensbeschouwelijke groepering heeft behoord, worden niet verstrekt.
Het administratienummer wordt niet verstrekt aan derden.
De gegevens over de oorzaak van overlijden en de naam van de geneeskundige of de lijkschouwer worden slechts verstrekt aan:
- a. een overheidsorgaan;
- b. een derde in verband met de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift of indien de verstrekking noodzakelijk is voor wetenschappelijk onderzoek.
De gegevens vermeld in de vakken 23, 24 en 35 van de persoonskaart worden slechts verstrekt:
- a. indien het betreft vervolggegevens die behoren tot gegevens uit een ander vak van de persoonskaart die op grond van dit artikel kunnen worden verstrekt, of
- b. met overeenkomstige toepassing van het vijfde lid.
Artikel 31
Eenieder omtrent wie gegevens zijn opgenomen in het centraal archief van overledenen kan de minister schriftelijk verzoeken, geen gegevens die hem betreffen aan een derde te verstrekken. Artikel 2.55, tweede en vierde lid, van de Wet BRP is van overeenkomstige toepassing.
De verzoeker verstrekt de benodigde inlichtingen om aan het verzoek te kunnen voldoen.
De minister geeft aan het verzoek binnen vier weken gevolg en doet daarvan terstond schriftelijk mededeling aan de verzoeker.
In afwijking van het eerste lid kunnen gegevens omtrent de verzoeker aan een derde worden verstrekt, indien de verstrekking noodzakelijk is in verband met de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift en de persoonlijke levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
De minister maakt een beschikking om niet te voldoen aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na het verzoek bekend aan de verzoeker.
De minister maakt een beschikking om krachtens het vierde lid gegevens omtrent een levende persoon te verstrekken terstond bekend aan de betrokkene. Hij geeft geen uitvoering aan de beschikking binnen een bij die beschikking gestelde termijn.
Artikel 32
Eenieder omtrent wie gegevens zijn opgenomen in het centraal archief van overledenen wordt op diens verzoek binnen vier weken kosteloos inzage verleend in die gegevens. Artikel 2.55, tweede en vierde lid, van de Wet BRP is van overeenkomstige toepassing.
De verzoeker verstrekt de benodigde inlichtingen om aan het verzoek te kunnen voldoen.
De minister verstrekt de verzoeker binnen vier weken een afschrift van de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 33
In verband met de verstrekking van gegevens uit het persoonskaartenarchief, het schakelregister en het centraal archief van overledenen, bedoeld in artikel 49 van het Besluit BRP, wordt een vergoeding in rekening gebracht aan een derde, behoudens in verband met verstrekkingen overeenkomstig artikel 3.3 van de Wet BRP en verstrekkingen aan de betrokkene van hem betreffende gegevens.
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt in het geval van verstrekking uit het centraal archief van overledenen ten hoogste € 4,65 per persoon op wie het verzoek betrekking heeft.
§ 3. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 34
Artikel 26 van het Besluit BRP is niet van toepassing in de gevallen dat de in dat artikel bedoelde gegevens, bescheiden of inlichtingen worden verstrekt of mededelingen worden gedaan aan een college van burgemeester en wethouders dat gebruikmaakt van een oude gemeentelijke voorziening als bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, van de Wet BRP.
Artikel 35
Een besluit tot wijziging van de inhoud van een in de systeembeschrijving beschreven tabel voor de ordening en de codering van de gegevens in de basisregistratie of voor de verstrekking van gegevens op grond van een autorisatiebesluit wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.
Van de inhoud van de tabellen, bedoeld in het eerste lid, wordt voorts mededeling gedaan door verstrekking ervan op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 36
Bij de inwerkingtreding van deze regeling gelden als tabellen als bedoeld in artikel 35, eerste lid, de tabellen zoals deze laatstelijk zijn vastgesteld op grond van de artikelen 13 en 14 van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling.
Artikel 37
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet BRP in werking treedt.
Artikel 38
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling basisregistratie personen.
Bijlage 1. Logisch Ontwerp BRP, versie 4.2.0
Bijlage bij artikel 3
Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.
Bijlage 2. De onderdelen van het Logisch Ontwerp RNI, versie 2.15, die deel uitmaken van de systeembeschrijving
Vervallen
Bijlage bij artikel 2, onderdeel b
De onderdelen van het Logisch Ontwerp RNI, versie 2.15, die deel uitmaken van de systeembeschrijving:
Bijlage 5. Logisch Ontwerp RNI, versie 2.15
Vervallen
Bijlage bij artikel 2, onderdeel c
Bijlage bij artikel 4
In deze bijlage wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop de systeembeschrijving BRP moet worden toegepast. Die beschrijving is noodzakelijk omdat er nog geen Logisch Ontwerp BRP beschikbaar is dat specifiek is toegesneden op de uitvoering van de Wet BRP. De nieuwe regelgeving wordt daarom voorlopig uitgevoerd op basis van een systeembeschrijving waarin onderdelen zijn aangewezen van het bestaande Logisch Ontwerp GBA (LO GBA) en van het nieuwe Logisch Ontwerp RNI (LO RNI). Het LO RNI is weliswaar nieuw, maar sluit wat betreft opzet en inhoud zeer nauw aan bij het LO GBA. In veel gevallen wordt in het LO RNI volstaan met een verwijzing naar het LO GBA.
In het LO GBA zijn voorzieningen opgenomen die op grond van de Wet BRP deels als gemeentelijke voorziening en deels als centrale voorzieningen moeten worden aangemerkt. De bestaande gemeentelijke GBA systemen zijn onder de Wet BRP aan te merken als de oude gemeentelijke voorziening, waarmee door de gemeenten uitvoering wordt gegeven aan de Wet BRP. Het LO GBA bevat tevens een beschrijving van de voorziening GBA Verstrekkingen (GBA-V), die in technisch opzicht op de bestaande gemeentelijke systemen aansluit. De GBA-V moet onder de Wet BRP worden aangemerkt als centrale voorziening, waarvoor de minister verantwoordelijk is. Voorts is in het LO GBA de terugmeldvoorziening beschreven, die onder de Wet BRP eveneens als een centrale voorziening moet worden aangemerkt die functioneert onder de verantwoordelijkheid van de minister.
De aantekeningen in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling:
Deze beschrijving geeft, in aanvulling op de aanwijzing van de onderdelen van de hiervoor genoemde Logisch Ontwerpen, aan hoe deze verschillende onderdelen in onderlinge samenhang en in het licht van de nieuwe regelgeving moeten worden toegepast. Daartoe wordt enerzijds in een concordantietabel de in de aangewezen onderdelen gehanteerde terminologie en inhoud van sommige begrippen, die nog naar de Wet GBA verwijzen, zoveel mogelijk vertaald naar het nieuwe begrippenkader van de Wet BRP. Anderzijds wordt op hoofdlijnen beschreven in hoeverre de in de systeembeschrijving BRP aangewezen onderdelen van toepassing zijn als gevolg van de aanwijzing of de niet aanwijzing van andere onderdelen van de Logisch Ontwerpen.
Bijlage bij artikel 4
In de onderstaande tabel worden termen en begrippen zoals die voorkomen in de aangewezen onderdelen van het LO GBA en het LO RNI voor zover mogelijk vertaald naar het nieuwe begrippenkader van de Wet BRP. Het is niet doenlijk om daarbij volledig te zijn, omdat dit zou neerkomen op het geheel herschrijven van de desbetreffende onderdelen. Er wordt daarom volstaan met een concordantietabel waarin de belangrijkste en meest voorkomende termen en begrippen zijn opgenomen. Gezien het feit dat de Wet BRP voorshands met de bestaande voorzieningen wordt uitgevoerd, waarbij in een aantal gevallen van de nieuwe regelgeving wordt afgeweken, is het van belang de bestaande termen en begrippen in hun technische context binnen de systeembeschrijving te blijven zien, ondanks het feit dat zij onder de Wet BRP een nieuwe aanduiding of inhoud hebben gekregen of daarin zelfs niet terugkeren.
Bijlage bij artikel 14
Model verhuisbericht als bedoeld in artikel 2.21, vijfde lid, van de Wet BRP
Het verhuisbericht dat moet worden verstrekt aan een persoon die in de aangifte van vertrek heeft gemeld te gaan verblijven in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, bevat de volgende gegevens:
Bijlage bij artikel 15
Alle passages in de onderdelen die betrekking hebben op de adresgeoriënteerde verstrekking van gegevens zijn niet meer van toepassing.
Bijlage bij artikel 16
De LRD-voorziening, die bedoeld was als tijdelijke centrale voorziening in het GBA-stelsel, is beëindigd. Er zijn functionaliteiten van de LRD overgenomen door de GBA-V. In verschillende aangewezen onderdelen met betrekking tot de GBA-V wordt nog regelmatig verwezen naar de LRD. Het betreft verwijzingen naar de niet meer bestaande LRD, GBA-V online LRD service en GBA-V LRD-emulator. De daarop betrekking hebbende passages in de aangewezen onderdelen zijn niet meer van toepassing.
d. Gba verstrekkingen (gba-v)
De in de systeembeschrijving aangewezen bijlage C van het LO GBA, die betrekking heeft op de GBA-V, verwijst in sommige gevallen naar andere onderdelen van het LO GBA die grotendeels hun betekenis hebben verloren. Die onderdelen zijn niettemin aangewezen vanwege het feit dat zij passages bevatten die in functionele zin van belang zijn voor de GBA-V. Die aanwijzing geldt dan uitsluitend die passages.
Bijlage. bij artikel 19a, tweede lid
Het gebruik van alternatieve media door gemeenten is onder de werking van de Wet BRP niet meer aan de orde. Dit houdt in dat alle passages in de onderdelen die betrekking hebben op alternatieve media, voor zover die betrekking hebben op het gebruik daarvan door gemeenten, niet meer van toepassing zijn.
Bijlage. bij artikel 19b
In alle passages in de onderdelen die betrekking hebben op het versturen van kennisgevingen aan afnemers bij infrastructurele wijzigingen dient voor ‘gemeente’ of ‘gemeentebestuur’ te worden gelezen: de minister.
Bijlage. bij artikel 19c
Alle passages in de onderdelen die betrekking hebben op afnemersindicaties zijn slechts van toepassing voor zover het betreft de afnemersindicaties in de GBA-V.
Bijlage. bij artikel 19d
De passages in de onderdelen die het voldoen aan deze verzoeken beperken tot de gegevens die één jaar voorafgaand aan het verzoek zijn verstrekt, blijven buiten toepassing.
Bijlage bij artikel 20, eerste lid
Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.
Wat betreft het ARS, dat in het LO RNI van toepassing is verklaard, houdt het voorgaande in dat het ARS de hiervoor in hoofdstuk 3, onder a, beschreven rol in het LO GBA ook vervult in het LO RNI bij de berichtuitwisseling tussen het RNI-systeem en de gemeenten, het RNI-systeem en GBA-V, het RNI-systeem en het Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (in verband met de tabelberichten) en het RNI-systeem en de IND (de berichtuitwisseling in verband met de levering van verblijfstitels).
Bijlage 4. Logisch Ontwerp GBA, versie 3.14
Bijlage bij artikel 3, eerste lid
Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.
Bijlage 5. Logisch Ontwerp RNI, versie 2.15
Bijlage bij artikel 3, tweede lid
Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.
Bijlage 6. Bewaring van geschriften en andere bescheiden
Bijlage bij artikel 4
Bijlage 7. De aantekeningen in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling
Bijlage bij artikel 14
De aantekeningen in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling:
Bijlage 8. De administratieve gegevens
Bijlage bij artikel 15
Bijlage 9. Het verhuisbericht
Bijlage bij artikel 16
Model verhuisbericht, bedoeld in artikel 2.21, vijfde lid, van de Wet basisregistratie personen
Het verhuisbericht dat moet worden verstrekt aan een persoon die in de aangifte van vertrek heeft gemeld te gaan verblijven in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, bevat de volgende gegevens:
Bijlage 10. Het autorisatie-aanvraagformulier
Bijlage bij artikel 20
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 4 en 5, die ter inzage worden gelegd bij het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Turfmarkt 147, 2511 DP Den Haag.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 4 en 5, die ter inzage worden gelegd bij het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Turfmarkt 147, 2511 DP Den Haag.
Bijlage 3. De beschrijving van de wijze waarop de in de bijlagen 1 en 2 bedoelde onderdelen worden toegepast
Vervallen
Bijlage 1. Logisch Ontwerp BRP, versie 2026.Q2
Bijlage 6. Bewaring van geschriften en andere bescheiden
Bijlage 3. De beschrijving van de wijze waarop de in de bijlagen 1 en 2 bedoelde onderdelen worden toegepast
Vervallen
Bijlage bij artikel 14
Bijlage 6. Bewaring van geschriften en andere bescheiden
Bijlage 7. De aantekeningen in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling
Bijlage 10. Het autorisatieaanvraagformulier
Bijlage bij artikel 20
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 4 en 5, die ter inzage worden gelegd bij het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Turfmarkt 147, 2511 DP Den Haag.
Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 4 en 5, die ter inzage worden gelegd bij het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Turfmarkt 147, 2511 DP Den Haag.
Artikel 19a
Bestuursorganen als bedoeld in artikel 2.37b, eerste lid, van de Wet BRP zijn:
- a. de Belastingdienst;
- b. de Dienst Toeslagen;
- c. het Centraal Justitieel Incassobureau.
De in artikel 28b, derde lid, van het Besluit BRP bedoelde gegevens zijn als zodanig nader bepaald in de tabel die als bijlage 9a bij deze regeling is gevoegd.
Artikel 19b
De selectiefactoren, bedoeld in artikel 28c, derde lid, van het Besluit BRP, zijn opgenomen in bijlage 9b bij deze regeling.
Artikel 19c
De in artikel 28e, eerste lid, onderdeel a en b, van het Besluit BRP bedoelde gegevens zijn als zodanig nader bepaald in de tabel die als bijlage 9c bij deze regeling is gevoegd.
Artikel 19d
De in artikel 28e, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit BRP bedoelde gegevens zijn als zodanig nader bepaald in de tabel die als bijlage 9d bij deze regeling is gevoegd.
Hoofdstuk 3. De verstrekking van gegevens uit de basisregistratie
Hoofdstuk 4. Toezicht, overgangs- en slotbepalingen
§ 1. Toezicht
§ 2. De oude registers
§ 3. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage bij artikel 3
Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.
Bijlage 2. De onderdelen van het Logisch Ontwerp RNI, versie 2.15, die deel uitmaken van de systeembeschrijving
Vervallen
Bijlage 4. Logisch Ontwerp GBA, versie 3.14
Vervallen
Bijlage 5. Logisch Ontwerp RNI, versie 2.15
Vervallen
De aantekeningen in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling:
Bijlage 8. De administratieve gegevens
Bijlage 9. Het verhuisbericht
Model verhuisbericht als bedoeld in artikel 2.21, vijfde lid, van de Wet BRP
Het verhuisbericht dat moet worden verstrekt aan een persoon die in de aangifte van vertrek heeft gemeld te gaan verblijven in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, bevat de volgende gegevens:
Bijlage 9a. Gegevens als bedoeld in artikel 28b, tweede lid, van het Besluit BRP
Bijlage 9b. Selectiefactoren profielen adreskwaliteit
Bijlage 9c. Gegevens als bedoeld in artikel 28e, eerste lid, onderdeel a en b, van het Besluit BRP
Bijlage 9d. Gegevens als bedoeld in artikel 28e, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit BRP
Bijlage 10. Het autorisatieaanvraagformulier
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 4 en 5, die ter inzage worden gelegd bij het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Turfmarkt 147, 2511 DP Den Haag.
Bijlage 11. Het autorisatieaanvraagformulier experiment dataminimalisatie
Bijlage. bij artikel 20, tweede lid
Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 4 en 5, die ter inzage worden gelegd bij het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Turfmarkt 147, 2511 DP Den Haag.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)