Wet van 10 juli 2013, houdende regels over de aanleg, het beheer, het gebruik en de veiligheid van lokale spoorwegen (Wet lokaal spoor)

Type Wet
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 71
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur gebruiken de gegevens of inlichtingen uitsluitend voor de uitvoering van hun taken en bevoegdheden krachtens deze wet of hun taken en bevoegdheden op het gebied van lokale spoorwegen krachtens de Omgevingswet.

Artikel 50

Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet gaat een wijziging van de spoorwegveiligheidsrichtlijn gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 51

Het dagelijks bestuur kan de kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvragen in verband met documenten die bij of krachtens deze wet worden afgegeven ten laste brengen van de aanvrager.

Hoofdstuk 9. Wijziging andere wetten

Artikel 52

Wijzigt de Spoorwegwet.

Artikel 53

Wijzigt de Spoorwegwet 1875.

Artikel 54

Wijzigt de Locaalspoor- en Tramwegwet.

Artikel 55

Wijzigt de Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen.

Artikel 56

Wijzigt de Wet zwerfstromen.

Artikel 57

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Artikel 58

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 8.

Artikel 59

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 60

Wijzigt de Vervoersnoodwet.

Hoofdstuk 10. Overgangsbepalingen

Artikel 61

Artikel 6, tweede tot en met vierde lid, is niet van toepassing op tunnels:

  • a. waarover voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6 een overeenkomst met een ontwerpend adviseur, een geïntegreerde overeenkomst voor ontwerp en realisatie of een overeenkomst tot bouw is gesloten;
  • c. waarvan de bouw voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6 al is begonnen.

Artikel 62

1.

Artikel 9 is niet van toepassing ten aanzien van lokale spoorweginfrastructuur die voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 9 in gebruik is genomen op grond van de Spoorwegwet, de Spoorwegwet 1875, de Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen dan wel de Locaalspoor- en Tramwegwet, en die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 9 als zodanig in gebruik is.

2.

Artikel 10 is onverminderd van toepassing op in gebruik genomen lokale spoorweginfrastructuur als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 63

Een vergunning, toestemming of ontheffing, die betrekking heeft op een lokale spoorweg en die is verleend op grond van artikel 19 van de Spoorwegwet, artikel 39 van de Spoorwegwet 1875, de artikelen 14, derde lid, of 15 van het Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen, de artikelen 5, tweede lid, of 14, derde lid, van het Tramwegreglement, dan wel de artikelen 12, derde lid, of 15 van het Metroreglement, en die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 12 van kracht en onherroepelijk is, wordt gelijkgesteld met een vergunning als bedoeld in artikel 12.

Artikel 64

1.

Artikel 32 is niet van toepassing op een spoorvoertuig dat voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 32 op de lokale spoorweg is toegelaten en waarmee onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 32 verkeer wordt verricht op die lokale spoorweg.

2.

De artikelen 33 en 35 zijn onverminderd van toepassing op een toegelaten spoorvoertuig als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 65

Ten aanzien van degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 37, eerste lid, onderdeel c, een functie uitoefent binnen het lokale spoorwegverkeersysteem die van aanmerkelijke invloed is op de veiligheid van het spoorverkeer over de lokale spoorweg, geldt het bepaalde in artikel 37, eerste lid, onderdeel c, met ingang van de datum na een jaar van inwerkingtreding van artikel 37, eerste lid, onderdeel c.

Artikel 66

De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangige bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten op grond van de Spoorwegwet 1875, de Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen, de Locaalspoor- en Tramwegwet, het Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen, het Tramwegreglement dan wel het Metroreglement worden afgehandeld overeenkomstig het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Artikel 67

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de vierentwintigste kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst met uitzondering van hoofdstuk 1, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 68

Deze wet wordt aangehaald als: Wet lokaal spoor.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 19a

De infrastructuurbeheerder is verantwoordelijk voor zijn eigen beheer, bestuur en interne controle en neemt hierbij het heffings- en toewijzingskader en de specifieke regels die door de lidstaten zijn opgesteld, in acht.

Hoofdstuk 4. Verkeer

Hoofdstuk 5. Vervoer over de lokale spoorwegen

Artikel 29a

Een vervoerder die niet alleen onder de directe of indirecte zeggenschap staat van een onderneming of een andere entiteit die andere spoorvervoerdiensten dan stads-, voorstads- en regionale diensten verricht of integreert, maar die ook direct of indirect eigendom is van of wordt beheerd door de Staat, heeft een onafhankelijke rechtspositie op het vlak van bestuur, administratief beheer en interne administratieve, economische en boekhoudkundige controle, volgens welke hij in het bijzonder beschikt over een vermogen, een begroting en een boekhouding die gescheiden zijn van die van de Staat.

Artikel 29b

1.

Indien een vervoerder onder de directe of indirecte zeggenschap staat van een onderneming of een andere entiteit die andere spoorvervoerdiensten dan stads-, voorstads- en regionale diensten verricht of integreert, worden de winst-en-verliesrekeningen en balansen gescheiden opgesteld en gepubliceerd voor zover het betreft enerzijds activiteiten met betrekking tot de levering van vervoerdiensten door die vervoerder en anderzijds activiteiten met betrekking tot de levering van vervoerdiensten door die onderneming of andere entiteit.

2.

Financiële middelen die door een bestuursorgaan zijn verstrekt met het oog op een van de in het eerste lid bedoelde activiteiten worden niet overgedragen naar de andere activiteit.

3.

De wijze waarop de boekhoudingen van de verschillende bedoelde activiteiten worden gevoerd, maakt het mogelijk toe te zien op het verbod op de overdracht van openbare financiële middelen van het ene activiteitengebied naar het andere.

Hoofdstuk 6. Eisen aan het personeel

Hoofdstuk 7. Toezicht en handhaving

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen

Hoofdstuk 9. Wijziging andere wetten

Hoofdstuk 10. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)