Wet van 1 maart 2014 inzake regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet)
Onze Ministers plegen geregeld overleg met de daarvoor in aanmerking komende belangenorganisaties van jeugdigen over aangelegenheden van algemeen belang voor jeugdigen.
Hoofdstuk 2. Gemeente
§ 4.1. Kwaliteit jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen
§ 4.2. Rechtspositie jeugdigen en ouders
§ 4.2.b. Medezeggenschap
§ 4.3. Maatschappelijke verantwoording
Artikel 4.4.1
De jeugdhulpaanbieder die met meer dan tien jeugdhulpverleners jeugdhulp met verblijf verleent of doet verlenen, de jeugdhulpaanbieder die met meer dan vijfentwintig jeugdhulpverleners jeugdhulp verleent of doet verlenen en de gecertificeerde instelling voldoen aan de volgende eisen omtrent de bestuursstructuur:
- a. er is een interne toezichthouder die toezicht houdt op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling en de algemene gang van zaken binnen de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling en die de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling met raad ter zijde staat;
- b. een persoon maakt niet tegelijk deel uit van de interne toezichthouder en de dagelijkse of algemene leiding van een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling;
- c. Een lid van de interne toezichthouder is niet tevens burgemeester of wethouder die verantwoordelijk is voor het beleid betreffende jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering;
- d. de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling bevorderen dat ten minste één van de leden van de interne toezichthouder:
- 1°. een persoon is aan wie jeugdhulp is verleend dan wel ten aanzien van wie een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering is uitgevoerd;
- 2°. de ouder is van een persoon aan wie jeugdhulp is verleend dan wel ten aanzien van wie een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering is uitgevoerd; of
- 3°. werkzaam is of is geweest als jeugdarts, jeugdhulpverlener of medewerker van een gecertificeerde instelling;
- e. de interne toezichthouder is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar, de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling en welk deelbelang dan ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren, en
- f. de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling leggen op inzichtelijke wijze de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de interne toezichthouder en de dagelijkse of algemene leiding vast, alsmede de wijze waarop interne conflicten tussen de interne toezichthouder en de dagelijkse of algemene leiding worden geregeld.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere eisen gesteld betreffende de bestuursstructuur waaraan de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling moeten voldoen. Deze nadere eisen kunnen per categorie van jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen verschillen en hebben in ieder geval betrekking op:
- a. de waarborging van de onafhankelijke taakvervulling door de interne toezichthouder;
- b. de samenstelling van de interne toezichthouder;
- c. de verstrekking van inlichtingen en gegevens aan de interne toezichthouder, en
- d. de taken of bevoegdheden van de interne toezichthouder.
De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling leggen schriftelijk vast op welke wijze zij voldoen aan het bepaalde bij of krachtens het eerste en tweede lid. Hierover kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld die per categorie van jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen kunnen verschillen.
Een jeugdhulpaanbieder zorgt er binnen zes maanden nadat het aantal jeugdhulpverleners, bedoeld in het eerste lid, meer dan tien is gaan bedragen, voor dat hij aan de bij en krachtens dit artikel gestelde eisen voldoet.
Indien de jeugdhulpaanbieder tevens een instelling is als bedoeld in de Wet toetreding zorgaanbieders, worden voor die instelling werkende zorgverleners voor de toepassing van het eerste en vierde lid beschouwd als jeugdhulpverleners.
Bij algemene maatregel van bestuur worden categorieën van jeugdhulpaanbieders aangewezen waarop dit artikel niet van toepassing is.
Artikel 4.5.1
De jeugdhulpaanbieder, niet zijnde een solistisch werkende jeugdhulpverlener, en de gecertificeerde instelling dragen zorg voor een eenduidige verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot de financiële bedrijfsvoering en leggen die verdeling schriftelijke vast.
De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling onderscheiden in ieder geval in financiële zin hun activiteiten op het gebied van de verlening van jeugdhulp, respectievelijk de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering en hun andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke financiële derivaten een jeugdhulpaanbieder en een gecertificeerde instelling voor welke doeleinden en onder welke voorwaarden kunnen aantrekken.
In de financiële administratie van de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling zijn ontvangsten, betalingen en de aangetrokken financiële derivaten traceerbaar naar bron en bestemming en is duidelijk wie op welk moment welke verplichtingen voor of namens de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling is aangegaan.
Dit artikel is niet van toepassing op een jeugdhulpaanbieder die tevens een zorgaanbieder is waarop artikel 40a van de Wet marktordening gezondheidszorg van toepassing is.
Bij algemene maatregel van bestuur worden andere categorieën van jeugdhulpaanbieders aangewezen waarop dit artikel of onderdelen daarvan niet van toepassing is.
Artikel 4.5.2
De jeugdhulpaanbieder, niet zijnde een solistisch werkende jeugdhulpverlener, en de gecertificeerde instelling stellen jaarlijks over het voorafgaande kalenderjaar een jaarverantwoording op en maken die openbaar.
De jaarverantwoording bestaat uit:
- a. een financiële verantwoording;
- b. de op grond van een ministeriële regeling bij de financiële verantwoording te voegen informatie, en
- c. de op grond van een ministeriële regeling te vermelden andere informatie betreffende de bedrijfsvoering van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
- a. de inhoud en inrichting van de financiële verantwoording waaronder de op te nemen toelichting omtrent de door de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling aangetrokken financiële derivaten;
- b. het door een registeraccountant of een Accountant- Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep, uit te voeren onderzoek van de financiële verantwoording;
- c. de wijze en het tijdstip waarop de jaarverantwoording openbaar wordt gemaakt.
In de ministeriële regelingen, bedoeld in het tweede en derde lid, kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën van jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen.
Dit artikel is niet van toepassing op een jeugdhulpaanbieder die tevens een zorgaanbieder is waarop artikel 40b van de Wet marktordening gezondheidszorg van toepassing is.
Bij algemene maatregel van bestuur worden categorieën van jeugdhulpaanbieders aangewezen waarop het eerste lid of het derde lid, onderdeel b, niet van toepassing is.
Hoofdstuk 6. Gesloten jeugdhulp bij ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen
§ 6.1. Machtiging
§ 6.2. Tenuitvoerlegging van de machtiging
Hoofdstuk 7. Gegevensverwerking, privacy en toestemming
§ 7.1.2. Inrichting, beheer en verantwoordelijkheid
§ 7.1.3. Gebruik van de verwijsindex
§ 7.1.5. Informatieverstrekking aan en rechten van de betrokkene
§ 8.1. Algemeen
§ 8.2. Betaal-, onderzoeks- en informatieplicht
§ 8.3. Financiële verantwoording
§ 8.4. Verwerking van persoonsgegevens
Hoofdstuk 9a. Stelselonderzoek, vroegsignalering en toezicht door de zorgautoriteit
Artikel 9a.1
De zorgautoriteit onderzoekt in algemene zin of het aanbod van jeugdhulp aansluit op de vraag, het aanbod van gecertificeerde instellingen aansluit op de uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en in welke mate de colleges, Jeugdregio’s, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen erin slagen jeugdigen en hun ouders de noodzakelijke jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering te verschaffen.
Het onderzoek kan zich onder meer richten op:
- a. het aanbod van jeugdhulp en gecertificeerde instellingen, alsmede de te verwachten ontwikkelingen daarin;
- b. de vraag naar jeugdhulp en de uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, alsmede de te verwachten ontwikkelingen daarin;
- c. de mate waarin het aanbod van jeugdhulp aansluit of naar verwachting zal aansluiten op de vraag naar jeugdhulp, alsmede de risicofactoren voor een goede aansluiting;
- d. de mate waarin het aanbod van gecertificeerde instellingen aansluit of naar verwachting zal aansluiten op de uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, alsmede de risicofactoren voor een goede aansluiting;
- e. de wijze van totstandkoming van overeenkomsten tussen colleges of Jeugdregio’s enerzijds en jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen anderzijds en de in die overeenkomsten opgenomen prestaties, de prijzen daarvoor en overige voorwaarden, alsmede de totstandkoming van door colleges of Jeugdregio’s aan jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verstrekte subsidies en de subsidievoorwaarden;
- f. de wijze van totstandkoming van overeenkomsten van opdracht waarmee jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen andere jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen bij de verlening van jeugdhulp of het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering inschakelen, de daarin opgenomen prestaties, de prijzen daarvoor en overige voorwaarden;
- g. de ontwikkeling van de kosten voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering;
- h. de invloed van de inrichting van de toegang tot de jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering op de snelheid waarmee benodigde hulp of maatregelen kunnen worden ingezet, en
- i. de wijze waarop en de mate waarin de continuïteit van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering voor jeugdigen of hun ouders wordt gewaarborgd indien nieuwe jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen oude opvolgen.
Artikel 9a.2
De zorgautoriteit heeft tot taak zo vroeg mogelijk te signaleren dat er:
- a. risico’s zijn die ertoe kunnen leiden dat colleges niet kunnen voorzien in een toereikend aanbod van:
- 1°. vormen van jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, om aan de taken, bedoeld in de artikelen 2.3 en 2.4, tweede lid, onderdeel b, te kunnen voldoen;
- 2°. gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, en
- 3°. in geval toepassing is gegeven aan artikel 2.21, eerste lid, vormen van jeugdhulp als bedoeld in dat lid, om aan de taken, bedoeld in de artikelen 2.3 en 2.4, tweede lid, onderdeel b, te kunnen voldoen;
- b. sprake is van een ontoereikend aanbod van de vormen van jeugdhulp, bedoeld in onderdeel a, of gecertificeerde instellingen.
Ter uitvoering van het eerste lid:
- a. zorgt de zorgautoriteit ervoor dat eenieder aan haar ontwikkelingen bij gemeenten, Jeugdregio’s, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen kan melden die de aanwezigheid van een toereikend aanbod van jeugdhulp en gecertificeerde instellingen in gevaar kunnen brengen of meldingen over een ontoereikend aanbod kan doen;
- b. analyseert de zorgautoriteit in ieder geval:
- 1°. de meldingen, bedoeld in onderdeel a;
- 2°. gegevens en inlichtingen van de inspecties, bedoeld in artikel 9.1, eerste en tweede lid, die kunnen duiden op een risico als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
- 3°. bij haar op grond van artikel 71b van de Wet marktordening gezondheidszorg aan te leveren gegevens met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, alsmede met betrekking tot de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die deze diensten leveren;
- 4°. informatie die tot haar beschikking is gekomen in het kader van het onderzoek, bedoeld in artikel 9a.1;
- 5°. informatie die tot haar beschikking is gekomen bij de uitvoering van haar in de Wet marktordening gezondheidszorg geregelde taken; en
- 6°. openbare informatie.
De zorgautoriteit verstrekt colleges en Jeugdregio’s bij ministeriële regeling te bepalen gegevens om zelf zo vroeg mogelijk een risico of ontoereikend aanbod als bedoeld in het eerste lid in hun eigen gemeente of regio te kunnen signaleren.
Jeugdhulpaanbieders die vormen van jeugdhulp als bedoeld in het eerste lid verlenen of doen verlenen, gecertificeerde instellingen, colleges, Jeugdregio’s en, voor zover het om landelijk gecontracteerde of te contracteren jeugdhulp gaat, de door gemeenten gezamenlijk in stand gehouden landelijk werkende organisatie belast met de contractering:
- a. leveren de zorgautoriteit desgevraagd de aanvullende informatie die zij nodig heeft om te kunnen bepalen of sprake is van een risico of ontoereikend aanbod als bedoeld in het eerste lid;
- b. doen een melding aan de zorgautoriteit zodra zij voorzien dat de diensten, bedoeld in het eerste lid, op afzienbare termijn niet meer geleverd zullen kunnen worden en zodra deze daadwerkelijk niet meer geleverd worden.
Zodra de zorgautoriteit tot de overtuiging is gekomen dat een risico of ontoereikend aanbod als bedoeld in het eerste lid bestaat, waarschuwt zij de betrokken jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, colleges, Jeugdregio’s en, indien het om landelijk gecontracteerde of te contracteren jeugdhulp gaat, de door gemeenten gezamenlijk in stand gehouden landelijk werkende organisatie belast met de contractering.
Artikel 9a.3
De zorgautoriteit bevordert dat partijen waaraan zij een signaal als bedoeld in artikel 9a.2, vijfde lid, heeft afgegeven, voldoende maatregelen treffen om een toereikend aanbod van de in haar signaal genoemde jeugdhulp of een toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen zoveel mogelijk te waarborgen.
Partijen betrekken de zorgautoriteit zowel op eigen initiatief als op haar verzoek bij hun planning om te komen tot maatregelen als bedoeld in het eerste lid, alsmede bij de inhoud van die maatregelen en bij de invoering ervan.
De zorgautoriteit adviseert partijen over de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, en kan hen ook voor het overige met raad terzijde staan om het doel, bedoeld in het eerste lid, te bereiken.
De zorgautoriteit informeert Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of Onze Minister van Justitie en Veiligheid indien:
- a. de diensten als bedoeld in artikel 9a.2, eerste lid, niet meer geleverd worden of de zorgautoriteit voorziet dat zij op afzienbare termijn niet meer geleverd zullen kunnen worden; of
- b. zij van mening is dat een of meer colleges of Jeugdregio’s onvoldoende inspanningen verrichten om het door haar gesignaleerde risico af te wenden.
Artikel 9a.4
De zorgautoriteit houdt toezicht op de naleving door jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.5.1 en 4.5.2.
Hoofdstuk 11. Wijziging van andere wetten
Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)