Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 april 2014, nr. 540459 inzake de toelating tot het hoger onderwijs

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-09-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-31
State In force
Source BWB
artikelen 60
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen artikel 7.25, eerste, tweede, derde en vierde lid, 7,26 eerste en tweede lid, 7.26a eerste lid, 7.28, 7.31a, eerste lid, 7.31b, tweede lid, 7. 57a, vierde lid, 7.57b, vijfde lid, 7.57c, vierde lid, 7.57c, vierde lid, 7.57e, vijfde lid7.57f, tweede lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aspirant-student: degene die zich wil aanmelden of laten inschrijven voor de eerste peridode van een associate degree-opleiding met een studielast van 60 studiepunten, voor een propedeutische fase van een bepaalde bacheloropleiding, of indien die fase niet is ingesteld, de eerste periode in een bacheloropleiding met een studielast van 60 studiepunten;
  • bewijs van toelating: op naam gesteld document, afgegeven door de instelling, dat aantoont dat een aspirant-student de selectie heeft doorlopen en geplaatst is binnen de door het instellingsbestuur vastgestelde onderwijscapaciteit;
  • bijzondere nadere vooropleidingseisen opleiding tot leraar basisonderwijs: eisen als bedoeld in artikel 7.25a van de wet;
  • diploma:
  • fixustraject: traject binnen een opleiding waarvoor een beperkt aantal studenten kan worden ingeschreven;
  • minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • rangnummer: uniek nummer dat door de instelling toegekend wordt aan een aspirant-student die de selectie heeft doorlopen, waaruit blijkt hoe hij ten opzichte van de andere deelnemers aan de selectie is beoordeeld;
  • studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daarop volgende jaar;
  • Studielink: gemeenschappelijke aanmeld- en inschrijfapplicatie van de hogescholen en de universiteiten;
  • traject: een programma binnen een associate degree-opleiding of een bacheloropleiding waarvan de studielast en de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden die een student bij de beëindiging van de opleiding moet hebben verworven, gelijk zijn aan die van de opleiding;
  • universiteit:
    1. levensbeschouwelijke universiteit als bedoeld in onderdeel i, van de bijlage bij de wet;
  • variant: de voltijdse, deeltijdse of duale inrichting van de opleiding;
Artikel 1.2. Identificatie opleidingen

Voor de toepassing van deze regeling gelden door instellingen verzorgde opleidingen met dezelfde naam als dezelfde opleidingen, met uitzondering van artikel 3.2, tweede lid.

Artikel 1.3. Data

De data in deze regeling vallen steeds in het studiejaar dat voorafgaat aan het studiejaar waarvoor de aspirant-student zich wil aanmelden of wil inschrijven, tenzij anders is bepaald en met dien verstande dat de data tussen 31 augustus en 1 oktober telkens vallen in het studiejaar.

Artikel 1.4. Gelijkwaardig diploma

De volgende diploma’s zijn tenminste gelijkwaardig als bedoeld in artikel 7.28, tweede lid, van de wet aan een diploma als bedoeld in artikel 7.24 van de wet:

  • c. het diploma behaald in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Suriname op grond van de in die landen geldende wetgeving dat overeenkomt met het equivalent van een diploma als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs BES dat aangemerkt is als opleidingseis voor een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs of het hoger beroepsonderwijs;
  • d. het diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school als bedoeld in artikel 17 van de Toegevoegde Overeenkomst bij het Statuut van de Europese School houdende vaststelling van een regeling voor het Europese Baccalaureaat voor zover dat diploma het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat.
Artikel 1.5. Aanwijzingsprocedure aanvullende eisen
1.

Het instellingsbestuur kan een aanvraag indienen voor de aanwijzing van een opleiding of groep van opleidingen in deze regeling als bedoeld in artikelen 7.26 en 7.26a van de wet.

2.

De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt elektronisch of per post ingediend.

3.

Voor de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van het formulier, zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.

Hoofdstuk 2. Nadere vooropleidingseisen

§ 1. Nadere vooropleidingseisen vo-ho

Artikel 2.1. Nadere vooropleidingseisen per opleiding
1.

Voor opleidingen aan universiteiten kan het instellingsbestuur bepalen dat slechts aspirant-studenten worden ingeschreven die voldoen aan de nadere vooropleidingseisen die zijn opgenomen in bijlage A.

2.

Voor opleidingen aan hogescholen kan het instellingsbestuur bepalen dat slechts aspirant-studenten worden ingeschreven die voldoen aan de nadere vooropleidingseisen die zijn opgenomen in bijlage B.

3.

Als de naam van een opleiding wordt gewijzigd, blijven de nadere vooropleidingseisen gelden zoals die golden voor het tijdstip van de naamswijziging.

4.

Bij samenvoeging van bestaande opleidingen blijven voor de samengevoegde opleidingen de nadere vooropleidingseisen gelden, totdat voor de samengevoegde opleidingen nieuwe nadere vooropleidingseisen zijn vastgesteld.

§ 2. Aanwijzing opleidingen inzake toelating deficiënte studenten

Artikel 2.2. Aanwijzing opleidingen inzake toelating deficiënte studenten in het wetenschappelijk onderwijs

Vervallen

Artikel 2.3. Wijziging naam opleiding

Als de naam van een opleiding wordt gewijzigd, blijft de toelatingsmogelijkheid voor die opleiding gelden.

§ 3. Nadere vooropleidingseisen mbo-hbo

Artikel 2.4. Nadere vooropleidingseisen mbo

Vervallen

§ 4. Bijzondere nadere vooropleidingseisen opleiding tot leraar basisonderwijs

Artikel 2.5. Vereiste kennisniveaus
1.

Voor wat betreft het kennisgebied aardrijkskunde, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het primair onderwijs, beschikt een aspirant-student over voldoende kennis, indien die kennis voldoet aan het niveau dat is vastgesteld in bijlage F, onderdeel I.

2.

Voor wat betreft het kennisgebied geschiedenis, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het primair onderwijs, beschikt een aspirant-student over voldoende kennis, indien die kennis voldoet aan het niveau dat is vastgesteld in bijlage F, onderdeel II.

3.

Voor wat betreft het kennisgebied de natuur, waaronder biologie, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op het primair onderwijs, beschikt een aspirant-student over voldoende kennis, indien die kennis voldoet aan het niveau dat is vastgesteld in bijlage F, onderdeel III.

Artikel 2.6. Examenvakken die zonder meer tot toelating leiden
1.

Een aspirant-student voldoet in ieder geval aan de bijzondere nadere vooropleidingseisen op het kennisgebied aardrijkskunde, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het primair onderwijs, indien het vak aardrijkskunde deel heeft uitgemaakt van het examen ter verkrijging van het diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 2.5 van de WVO 2020.

2.

Een aspirant-student voldoet in ieder geval aan de bijzondere nadere vooropleidingseisen op het kennisgebied geschiedenis, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het primair onderwijs, indien het vak geschiedenis deel heeft uitgemaakt van het examen ter verkrijging van het diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 2.5 van de WVO 2020.

3.

Een aspirant-student voldoet in ieder geval aan de bijzondere nadere vooropleidingseisen op het kennisgebied de natuur, waaronder biologie, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op het primair onderwijs, indien het vak natuurkunde, biologie of nlt (natuur, leven en technologie) deel heeft uitgemaakt van het examen ter verkrijging van het diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 2.5 van de WVO 2020.

Hoofdstuk 3. Aanvullende eisen voor opleidingen, opleidingen op het gebied van de kunst en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst

Artikel 3.1. Aanvullende eisen in verband met de uitoefening van een beroep of beroepen
1.

De opleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden, die verband houden met de uitoefening van een beroep of de beroepen waarop zij voorbereiden, zijn opgenomen in bijlage D.

2.

De minister neemt, al dan niet op een aanvraag, een opleiding op in de in het eerste lid bedoelde bijlage, als:

  • a. objectieve gronden in verband met de toekomstige beroepsuitoefening het stellen van de aanvullende eisen voor toelating tot deze opleiding rechtvaardigen,
  • b. de aanvullende eisen geen betrekking hebben op een bepaald vakgebied of discipline, en
  • c. het stellen van de aanvullende eisen geen afbreuk doet aan de toegankelijkheid van het betreffende hoger onderwijs.
3.

De gronden bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, worden in bijlage D bij de betreffende opleiding vermeld.

4.

Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid kan worden ingediend door het instellingsbestuur of, indien het een opleiding betreft die door meerdere instellingen wordt verzorgd, de betreffende instellingsbesturen gezamenlijk. In de aanvraag wordt gemotiveerd aangevoerd waarom wordt voldaan aan de in het tweede lid opgesomde voorwaarden.

5.

Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 1 mei van het kalenderjaar voorafgaand aan het studiejaar waarvoor de aanvullende eisen voor het eerst zullen gelden.

6.

Het instellingsbestuur maakt tijdig de criteria bekend, die op basis van de gronden bedoeld in het tweede lid, onderdeel a zijn vastgesteld, alsmede de procedure voor selectie van de aspirant-studenten.

Artikel 3.2. Aanvullende eisen in verband met de organisatie en inrichting van het onderwijs
1.

De opleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden, die verband houden met de organisatie en inrichting van het onderwijs zijn opgenomen in bijlage E.

2.

De minister neemt op een aanvraag van het betreffende instellingsbestuur, of de betreffende instellingsbesturen gezamenlijk als het betreft alle opleidingen met dezelfde naam, een opleiding op in bijlage E, indien met de aanvraag is aangetoond, dat:

  • a. de opleiding zich onderscheidt door een specifiek onderwijsconcept,
  • b. objectieve gronden het stellen van aanvullende eisen voor toelating tot de opleiding noodzakelijk maken in verband met het tot zijn recht komen van het onderwijsconcept,
  • c. de aanvullende eisen geen betrekking hebben op een bepaald vakgebied of discipline, en
  • d. het stellen van de aanvullende eisen geen afbreuk doet aan de toegankelijkheid van het betreffende hoger onderwijs.
3.

De gronden bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden in bijlage E bij de opleiding vermeld.

4.

Bij de aanvraag legt het instellingsbestuur een door de NVAO opgesteld advies met betrekking tot de in het tweede lid, onderdeel a tot en met c genoemde voorwaarden over.

5.

Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 1 mei van het kalenderjaar voorafgaand aan het studiejaar waarvoor de aanvullende eisen voor het eerst zullen gelden.

6.

Het instellingsbestuur maakt tijdig de criteria bekend die op basis van de gronden bedoeld in het tweede lid, onderdeel b zijn vastgesteld, alsmede de procedure voor selectie van de kandidaten.

Artikel 3.3. Verwijdering van de bijlage en informatieplicht
1.

De minister kan een opleiding uit bijlage D, respectievelijk bijlage E verwijderen, als de omstandigheden op grond waarvan is besloten de opleiding in de bijlage te vermelden, zijn komen te vervallen.

2.

Het instellingsbestuur stelt de minister op de hoogte van een wijziging in de omstandigheden, die aanleiding kan zijn voor toepassing van de bevoegdheid genoemd in het eerste lid.

Hoofdstuk 4. Aanmelding, selectie en inschrijving

§ 1. Algemene bepalingen aanmelding

Artikel 4.1. Elektronische aanmelding (verzoek tot inschrijving)
1.

De aspirant-student die zich overeenkomstig artikel 7.31a, eerste lid, van de wet aanmeldt, doet dat met behulp van DigiD via Studielink.

2.

Onverminderd de artikelen 4.3 en 4.8 kan de in het eerste lid bedoelde aanmelding betrekking hebben op ten hoogste vier trajecten of varianten binnen ten hoogste drie opleidingen.

3.

De minister verifieert de persoonsgegevens van de aspirant-student aan de hand van de over de aspirant-student in de basisregistratie personen, bedoeld in de Wet basisregistratie personen opgenomen gegevens.

4.

Als de aspirant-student buiten Nederland woonachtig is, verstrekt hij gegevens die tenminste betrekking hebben op de naam, de geboortedatum, het adres, de nationaliteit en de vooropleiding. Tevens verstrekt de aspirant-student een fotokopie van de persoonsgegevens uit zijn paspoort of (Europees) identiteitsbewijs, een uittreksel uit het bevolkingsregister of een daarmee overeenkomend register, dan wel een uittreksel uit of een fotokopie van de geboorteakte. Het instellingsbestuur verifieert de gegevens.

5.

Als de aanmelding betrekking heeft op een fixusopleiding of een fixustraject, vindt de verificatie van de gegevens, bedoeld in het vierde lid plaats voor 15 juni.

Artikel 4.2. Bevestiging aanmelding (verzoek tot inschrijving)
1.

De minister zendt de aspirant-student die zich overeenkomstig artikel 4.1 heeft aangemeld, een elektronische bevestiging.

2.

De minister maakt aan de aspirant-student tevens zo spoedig mogelijk bekend:

  • a. of de opleiding of het traject waarvoor hij zich aanmeldt, een fixusopleiding of een fixustraject is,
  • b. of de instelling voor die fixusopleiding of een fixustraject decentrale selectie zal toepassen.

§ 2. Aanmelding voor opleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden

Artikel 4.3. Aanmelding onderzoek
1.

De aspirant-student die wenst te worden ingeschreven voor een opleiding waarvoor krachtens artikel 7.26a van de wet aanvullende eisen zijn gesteld, meldt zich voor 15 januari aan bij de desbetreffende instelling voor het onderzoek dienaangaande.

2.

De aspirant-student die aan de aanvullende eisen voldoet en aan de desbetreffende opleiding wil worden ingeschreven, meldt zich overeenkomstig artikel 4.1, aan bij de minister.

3.

In afwijking van het eerste lid kan het instellingsbestuur van een opleiding waarvan de organisatie en inrichting van het onderwijs als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, uitgaat van een internationale studentenpopulatie, een uiterste datum voor aanmelding na 15 januari vaststellen.

§ 3. Bepalingen voor fixusopleidingen en fixustrajecten

Artikel 4.4. Mededeling

Het instellingsbestuur doet de mededeling, bedoeld in artikel 7.53, zesde lid, van de wet, aan de minister.

Artikel 4.5. Aanmelding voor fixusopleiding of fixustraject
1.

Een aspirant-student kan per fixusopleiding maximaal drie keer deelnemen aan de selectieprocedure.

2.

Onverminderd het eerste lid, kan het instellingsbestuur per fixusopleiding vaststellen hoeveel keer een aspirant-student kan deelnemen aan de selectie voor de opleiding aan de instelling.

2a. Het instellingsbestuur dat binnen een opleiding één of meerdere fixustrajecten heeft vastgesteld, kan bepalen dat de aspirant-student zich slechts voor één of enkele van die fixustrajecten kan aanmelden.

3.

Een aspirant-student kan zich voor een studiejaar voor ten hoogste twee fixusopleidingen aanmelden, met uitzondering van de in het vierde lid genoemde opleidingen.

4.

Voor de opleiding Geneeskunde, Tandheelkunde, Fysiotherapie, Mondzorgkunde en Verloskunde kan een aspirant-student zich voor een studiejaar bij niet meer dan een instelling aanmelden voor eenzelfde opleiding.

5.

Een aanmelding als bedoeld in het eerste lid vervalt als de aspirant-student deze uiterlijk 15 januari intrekt.

6.

Een aspirant-student kan een verzoek bij het instellingsbestuur indienen om zijn deelname aan selectie niet mee te laten tellen voor het maximum aantal deelnames bedoeld in het eerste lid, als hij er in dat jaar niet in slaagt te voldoen aan de vooropleidingseisen, bedoeld in artikel 7.24 van de wet, dan wel aan nadere vooropleidingseisen vo-ho, de nadere vooropleidingseisen mbo-hbo of de bijzondere nadere vooropleidingseisen, bedoeld in de artikelen 7.25a en 7.25b van de wet.

7.

Het instellingsbestuur laat de aanmelding van een aspirant-student vervallen, als de aspirant-student voor 1 september bij het instellingsbestuur daartoe een verzoek indient als bedoeld in het zesde lid. Het instellingsbestuur handelt het verzoek voor 1 oktober af.

Artikel 4.6. Aanmelding aspirant-studenten
1.

De aspirant-student die wil deelnemen aan de selectie meldt zich in de periode van 1 oktober tot en met 15 januari, via Studielink, aan bij de instelling die de fixusopleiding of het fixustraject verzorgt.

2.

In afwijking van het vorige lid laat het instellingsbestuur de aspirant-student deelnemen aan de selectie als deze zich na 15 januari aanmeldt, als het vaststelt dat er bij weigering van deelname sprake zou zijn van onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 4.7. Selectie
1.

Het instellingsbestuur draagt er zorg voor dat de selectieprocedure uiterlijk 14 april is afgerond.

2.

Het instellingsbestuur kan voor 15 januari beginnen met de selectie, mits alle aspirant-studenten die zich uiterlijk 15 januari hebben aangemeld, kunnen deelnemen aan de volledige selectie.

3.

Als het aantal aanmeldingen lager is dan of gelijk is aan het aantal beschikbare plaatsen, vindt geen selectie plaats.

Artikel 4.7a. Loting
1.

Het instellingsbestuur maakt tijdig bekend:

  • a. onder welke voorwaarden een aspirant-student op basis van tenminste twee kwalitatieve selectiecriteria meteen wordt toegelaten tot de opleiding; en
2.

Indien een instelling gewicht toekent aan de loting op basis van de kwalitatieve selectiecriteria zoals bedoeld in artikel 7.53 tweede lid, onderdeel c, onder 2, van de wet, dan maakt zij tijdig voorafgaand aan de selectieprocedure bekend hoe dit gewicht wordt bepaald;

3.

Indien een instelling werkt met lotingsklassen, dan maakt zij tijdig voorafgaand aan de selectieprocedure bekend wat de verhouding in toelatingskans is tussen de verschillende lotingsklassen.

4.

De loting wordt verricht in het bijzijn van een door het instellingsbestuur aan te wijzen notaris.

Artikel 4.7b. Herkansingsmogelijkheid

Het instellingsbestuur kan in het reglement, bedoeld in artikel 7.53, derde lid, van de wet, bepalen dat de instelling een herkansingsmogelijkheid biedt aan een aspirant-student die niet heeft kunnen deelnemen aan de selectieprocedure, zodat alsnog aan de kwalitatieve selectiecriteria kan worden voldaan, indien zonder deze herkansingsmogelijkheid sprake zou zijn van een onbillijkheid van overwegende aard. Het aanbieden van een dergelijke herkansingsmogelijkheid is uitsluitend mogelijk in het geval dat:

Artikel 4.8. Rangnummers en bewijzen van toelating
1.

Het aantal bewijzen van toelating is gelijk aan het aantal beschikbare plaatsen voor een opleiding of traject.

2.

Als het aantal beschikbare plaatsen kleiner is dan het aantal aspirant-studenten dat een rangummmer heeft ontvangen, wordt een bewijs van toelating uitgereikt aan de aspirant-studenten met de laagste rangummmers.

3.

De instelling reikt enkel aan de aspirant-student van wie is aangetoond dat hij of zij aan de aanvullende eisen als bedoeld in artikel 7.26 van de wet heeft voldaan een rangummmer of een bewijs van toelating uit.

4.

De instelling bericht via Studielink op 15 april de aspirant-student over de uitkomst van de selectie voor de opleiding of opleidingen waaraan hij heeft deelgenomen en reikt daarbij tevens een rangummmer of een bewijs van toelating uit.

5.

De aspirant-student accepteert een bewijs van toelating binnen twee weken na ontvangst op de daartoe voorgeschreven wijze. Een bewijs van toelating dat niet binnen twee weken is geaccepteerd, vervalt.

6.

Een aspirant-student kan op enig moment niet meer dan een bewijs van toelating op geaccepteerd hebben staan.

7.

In afwijking van het vierde lid verstrekt het instellingsbestuur een bewijs van toelating als het vaststelt dat er sprake is van onbillijkheid van overwegende aard als geen bewijs van toelating wordt verstrekt.

8.

Als een aspirant-student een bewijs van toelating niet tijdig accepteert, reikt de instelling een bewijs van toelating uit aan de aspirant-student met het laagste rangummmer, die nog geen bewijs van toelating heeft ontvangen.

9.

Het instellingsbestuur stelt een uiterste datum vast waarna geen bewijzen van toelating worden uitgereikt, met dien verstande dat deze datum niet voor 1 augustus ligt.

10.

Voor de uiterste datum, bedoeld in het negende lid, dienen alle bewijzen van toelating uitgereikt te zijn.

Artikel 4.9. Vooropleidingseisen en nadere vooropleidingseisen
1.

De bezitter van een bewijs van toelating toont voor een door het instellingsbestuur vastgestelde datum aan dat hij voldoet aan de vooropleidingseisen of de nadere vooropleidingseisen vo-ho, de nadere vooropleidingseisen mbo-hbo of bijzondere nadere vooropleidingseisen.

2.

Als de aspirant-student niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, vervalt zijn bewijs van toelating.

3.

Als een aspirant-student voor de door het instellingsbestuur vastgestelde datum niet kan voldoen aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, kan hij het instellingsbestuur om uitstel verzoeken.

4.

Het instellingsbestuur voldoet aan het verzoek, bedoeld in het derde lid, en stelt het een nieuwe termijn vast, waarbinnen de aspirant-student aan de verplichting moet voldoen.

Artikel 4.10. Noodprocedure

Vervallen

Artikel 4.11. Tweede instroom
1.

Als voor een opleiding of traject gedurende het eerste studiejaar een tweede instroommoment bestaat, en er gedurende het studiejaar plaatsen opengevallen zijn, kan het instellingsbestuur bepalen dat aspirant-studenten die na de selectie voor dat studiejaar, op basis van artikel 4.8 wel een rangnummer, maar geen bewijs van toelating hebben ontvangen, een bewijs van toelating voor het tweede instroommoment ontvangen.

2.

Indien de instelling gebruik maakt van het tweede instroommoment, bedoeld in het eerste lid, stelt het instellingsbestuur een procedure in voor het uitreiken en accepteren van bewijzen van toelating en maakt deze bekend.

Artikel 4.12. Selectie van kandidaten uit Curaçao, Sint Maarten, Aruba en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Vervallen

Artikel 4.13. Directe plaatsing

Vervallen

Artikel 4.14. De loting

Vervallen

Artikel 4.15. Indeling gegadigden in lotingsklassen

Vervallen

Artikel 4.16. Verdeling plaatsen over lotingsklassen

Vervallen

Artikel 4.17. Toewijzing plaatsen aan kandidaten

Vervallen

Artikel 4.18. Nadere regeling toewijzing plaatsen voor dezelfde opleiding bij verschillende universiteiten

Vervallen

Artikel 4.19. Procedure verstrekking bewijzen van toelating

Vervallen

Artikel 4.20. Tweede loting

Vervallen

Artikel 4.21. Opvullen open plaatsen

Vervallen

Artikel 4.22. Procedure inschrijving

Vervallen

Artikel 4.23. Hardheidsclausule ingelote kandidaten

Vervallen

Artikel 4.24. Hardheidsclausule uitgelote kandidaten

Vervallen

Artikel 4.25. Tweede instroom

Vervallen

Artikel 4.26. Invoering decentrale selectie door instelling

Vervallen

Artikel 4.27. Bekendmaking gegadigden door de minister

Vervallen

Artikel 4.28. Uitvoering decentrale selectie

Vervallen

Artikel 4.29. Toekenning bewijzen van toelating na decentrale selectie

Vervallen

Hoofdstuk 5. Slot- en overgangsbepalingen

5.0.1. Overgangsbepaling nadere vooropleidingseisen instroom met havo-diploma

Voor een student die ingeschreven is geweest voor een opleiding met toepassing van de artikelen 5.0.1, eerste lid, 5.0.2, eerste lid, 5.0.3, eerste lid, 5.0.4 of 5.0.5, eerste lid, zoals deze luidden onmiddellijk voor 1 september 2021, geldt in afwijking van de in bijlage B opgenomen tabel Economie (instroom met havo-diploma) en de tabel Landbouw en natuurlijke omgeving (instroom met havo-diploma), gedurende de gehele duur van die opleiding hetgeen in de genoemde artikelen is bepaald ten aanzien van de nadere vooropleidingseisen.

Artikel 5.0.2. Overgangsbepaling nadere vooropleidingseisen instroom met vwo-diploma

Voor een student die ingeschreven is geweest voor een opleiding met toepassing van de artikelen 5.0.1, tweede lid, 5.0.2, tweede lid, 5.0.3, tweede lid of 5.0.5, tweede lid, zoals deze luidden onmiddellijk voor 1 september 2021, geldt in afwijking van de in bijlage B opgenomen tabel Economie (instroom met vwo-diploma), gedurende de gehele duur van die opleiding hetgeen in de genoemde artikelen is bepaald ten aanzien van de nadere vooropleidingseisen.

Artikel 5.0.3. Overgangsbepalingen nadere vooropleidingseisen opleiding Business Innovation

Vervallen

Artikel 5.0.4. Overgangsbepalingen nadere vooropleidingseisen opleiding International Business

Vervallen

Artikel 5.0.5. Overgangsbepalingen nadere vooropleidingseisen opleiding Tourism Management van de HZ University of Applied Sciences

Vervallen

Artikel 5.1. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt met uitzondering van de artikelen 2.1 en 2.4 in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Artikel 2.1 treedt in werking met ingang van 1 september 2014, met uitzondering van de wijzigingen van de nadere vooropleidingseisen van de in bijlage A opgenomen opleiding Technische Aardwetenschappen en van de in bijlage B opgenomen opleidingen Media & Entertainment Management, Creative Media and Game Technology. Deze treden in werking met ingang van 1 september 2017.

3.

Artikel 2.4 treedt in werking met ingang van 1 september 2015.

Artikel 5.2. Intrekken oude regelingen
2.

De Regeling nadere vooropleidingseisen wordt ingetrokken met ingang van 1 september 2014.

Artikel 5.3. Overgangsbepalingen in verband met de Wet kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs
1.

De deelname aan loting in het verleden, telt vanaf het studiejaar 2000/2001 mee voor het maximale aantal aanmeldingen, bedoeld in artikel 4.5, eerste lid.

2.

Aspirant-studenten die in het studiejaar 2016/2017, een succesvol beroep hebben gedaan op de hardheidsclausule uitgelote aspirant-studenten, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, ontvangen een bewijs van toelating voor het studiejaar 2017/2018.

3.

Aspirant-studenten op wie voor het studiejaar 2016/2017, artikel 4.19, tweede lid, van toepassing is, ontvangen een bewijs van toelating voor het studiejaar 2017/2018.

4.

Aspirant-studenten wiens verzoek als bedoeld in artikel 4.19, derde lid, in het studiejaar 2016/2017, gehonoreerd wordt, ontvangen een bewijs van toelating voor het studiejaar 2017/2018.

5.

Het instellingsbestuur draagt er zorg voor dat een aspirant-student die op grond van de leden 2 tot en met 5 een bewijs van toelating heeft ontvangen, wordt ingeschreven voor de betreffende opleiding.

6.

Bezwaar- en beroepschriften die zijn ingediend naar aanleiding van het studiejaar 2016–2017 worden volgens het recht, zoals het in dat studiejaar gold, behandeld.

Artikel 5.4. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanmelding en toelating hoger onderwijs.

Bijlage A. Nadere vooropleidingseisen voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs

    1. In deze bijlage wordt verstaan onder:
NT: profiel natuur en techniek
NG: profiel natuur en gezondheid
EM: profiel economie en maatschappij
CM: profiel cultuur en maatschappij
ak: aardrijkskunde
biol: biologie
econ: economie
grtl: Griekse taal en cultuur
latl: Latijnse taal en cultuur
nat: natuurkunde
nlt: natuur, leven & technologie
o&o: onderzoek & ontwerpen
schk: scheikunde
wisA: wiskunde A
wisB: wiskunde B
wisC: wiskunde C
2emvt: tweede moderne ‘vreemde’ taal
Ad: Associate degree
    1. Verklaring van de in deze bijlage gebruikte symbolen: *: dit profiel geeft toelatingsrecht tot de betreffende opleiding #: dit profiel geeft geen toelatingsrecht tot de betreffende opleiding, maar het instellingsbestuur kan bepalen dat de aspirant-student die niet voldoet aan de nadere vooropleidingseisen, toch wordt ingeschreven, onder de voorwaarde dat blijkens een onderzoek wordt voldaan aan inhoudelijk daarmee vergelijkbare eisen
Opleidingen NT NG EM CM
Actuariële Wetenschappen * wisB wisB wisB
Bedrijfseconomie * * * wisA of wisB
Bedrijfskunde * * * wisA of wisB
Business Administration * * * wisA of wisB
Business Analytics * wisB wisB wisB
Econometrics and Data Science wisB wisB wisB wisB
Econometrie en Operationele Research * wisB wisB wisB
Economics and Business Economics * * * wisA of wisB
Economie * * * wisA of wisB
Economie en Bedrijfseconomie * * * wisA of wisB
Economie & Samenleving * * * wisA of wisB
Fiscale Economie * * * wisA of wisB
International Business * * * wisA of wisB
International Business Administration * * * wisA of wisB
Opleidingen NT NG EM CM
--- --- --- --- ---
Spatial Planning and Design * * * wisA of wisB
Opleidingen NT NG EM CM
--- --- --- --- ---
Bewegingswetenschappen biol nat # #
Biomedical Sciences biol nat # #
Biomedische Wetenschappen biol nat # #
Diergeneeskunde biol nat # #
Geneeskunde biol nat # #
Gezondheid en Leven biol * biol + schk #
Klinische Technologie biol nat + wisB # #
Klinische Technologie (joint degree) biol nat + wisB biol + nat + wisB biol + nat + wisB
Medische Informatiekunde * nat nat nat + (wisA of wisB)
Regenerative Medicine and Technology biol nat + wisB # #
Tandheelkunde biol nat # #
Zorg, Gezondheid & Samenleving biol nat # #
Opleidingen NT NG EM CM
--- --- --- --- ---
Agrotechnologie * nat nat + schk nat + schk + (wisA of wisB)
Animal Sciences biol * biol + schk biol + schk + (wisA of wisB)
Bedrijfs- en Consumentenwetenschappen * * * wisA of wisB
Biologie biol nat # #
Biotechnologie * wisB (biol of nat) + schk + wisB (biol of nat) + schk + wisB
Bos- en Natuurbeheer ak of biol * ak of biol (ak of biol) + (wisA of wisB)
Data Science for Global Challenges * * biol of nat of schk #
Economie en Beleid * * * wisA of wisB
Environmental Sciences * nat nat + schk nat + schk + (wisA of wisB)
Food Technology * * (biol of nat) + schk (biol of nat) + schk + (wisA of wisB)
Gezondheid en Maatschappij * * * wisA of wisB
International Land and Water Management * nat nat nat + (wisA of wisB)
Internationale Ontwikkelingsstudies * * * wisA of wisB
Landschapsarchitectuur en ruimtelijke planning ak of biol * ak of biol of ak (ak of biol) + (wisA of wisB)
Marine Sciences biol * biol + schk biol + schk + (wisA of wisB)
Moleculaire Levenswetenschappen * (nat of nlt) + wisB (nat of nlt) + schk + wisB (nat of nlt) + schk + wisB
Plantenwetenschappen * * (biol of nat) + schk (biol of nat) + schk + (wisA of wisB)
Soil, Water, Atmosphere * nat nat + schk nat + schk + (wisA of wisB)
Voeding en Gezondheid * * (biol of nat) + schk (biol of nat) + schk + (wisA of wisB)
Opleidingen NT NG EM CM
--- --- --- --- ---
Aarde, Economie en Duurzaamheid * * * wisA of wisB
Aardwetenschappen * nat nat + schk nat + schk + (wisA of wisB)
Artificial Intelligence * * * wisA of wisB
Bèta-gamma * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
BioFarmaceutische Wetenschappen biol nat + wisB biol + nat + schk + wisB #
Biologie biol nat # #
Biology biol nat # #
Brain Science biol nat # #
Business Analytics * wisB wisB wisB
Business Engineering * wisB wisB wisB
Chemistry * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Cognitive Science and Artificial Intelligence * * * wisA of wisB
Computing Science * wisB wisB wisB
Data Science and Artificial Intelligence * wisB wisB wisB
Data Science and Society * * * wisA of wisB
Farmaceutische Wetenschappen * nat nat + schk nat + schk + (wisA of wisB)
Farmacie * nat nat + schk nat + schk + (wisA of wisB)
Informatica * wisB wisB wisB
Informatiekunde * * * wisA of wisB
Kunstmatige Intelligentie * * * wisA of wisB
Life Science and Technology * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Mathematics * wisB wisB wisB
Medische Natuurwetenschappen * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Molecular and Biophysical Life Sciences biol nat + wisB biol + nat + schk + wisB biol + nat + schk + wisB
Molecular Life Sciences * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Natuur- en Sterrenkunde * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Natuur- en Sterrenkunde (joint degree) * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Natuurkunde * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Natuurwetenschap en Innovatiemanagement * * (Minimaal) twee van de volgende vakken: biol, nat, en/of schk (wisA of wisB) + (minimaal) twee van de volgende vakken: biol, nat, en/of schk
Psychobiologie biol nat # #
Scheikunde * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Scheikunde (joint degree) * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Science * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Science, Business & Innovation * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Sterrenkunde * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Wiskunde * wisB wisB wisB
Opleidingen NT NG EM CM
--- --- --- --- ---
Griekse en Latijnse Taal en Cultuur grtl of latl grtl of latl grtl of latl grtl of latl
Opleidingen NT NG1 EM CM
--- --- --- --- ---
Advanced Technology * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Applied Mathematics * wisB wisB wisB
Biomedische Technologie * wisB + nat wisB + nat + schk wisB + nat + schk
Bouwkunde * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Business Information Technology * wisB wisB wisB
Circular Engineering * nat + wisB # #
Civiele Techniek2 * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Civil Engineering * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Data Science (joint degree) * wisB wisB wisB
Electrical Engineering * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Industrial Design * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Industrial Design Engineering * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Industrieel Ontwerpen * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Maritieme Techniek * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Mechanical Engineering * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Nanobiologie (joint degree) biol nat + wisB # #
Psychology & Technology * wisB wisB wisB
Scheikundige Technologie * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Technical Computer Science * wisB wisB wisB
Technische Aardwetenschappen * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Technische Bedrijfskunde * wisB wisB wisB
Technische Bestuurskunde * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Technische Informatica * wisB wisB wisB
Technische Innovatiewetenschappen * wisB wisB wisB
Technische Natuurkunde * nat + wisB nat + wisB nat + wisB
Technische Wiskunde * wisB wisB wisB
Werktuigbouwkunde2 * nat + wisB nat + wisB nat + wisB

1 Voor alle opleidingen geldt dat de instelling aan de student met het profiel NG de gelegenheid kan geven om aan de eisen ‘nat’ en ‘wisB’ uiterlijk bij afronding van de propedeutische fase te voldoen.

2 Voor deze opleiding geldt dat de instelling aan de student met het profiel EM of CM de gelegenheid kán geven om aan de eisen ‘nat’ en ‘wisB’ uiterlijk bij afronding van de propedeutische fase te voldoen.

Opleidingen NT NG EM CM
Computational Social Science * * * wisA of wisB
Cybersecurity & Cybercrime * * * wisA of wisB
Future Planet Studies * * ak of biol of nat of schk (wisA of wisB) + (minimaal) twee van de volgende vakken: ak, biol. econ, nat en/of schk
Global Sustainability Science * * biol of nat of schk (wisA of wisB) + (minimaal) twee van de volgende vakken: biol, nat, schk, en/of (econ of ak)
Life Science and Technology (joint degree) * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Molecular Science and Technology (joint degree) * nat + wisB nat + schk + wisB nat + schk + wisB
Philosophy, Politics and Economics * * * wisA of wisB
Philosophy, Politics & Economics * * * wisA of wisB
Politics, Psychology, Law and Economics * * * wisA of wisB
Science for Sustainable Societies * * ak of biol of nat of schk (wisA of wisB) + (ak of biol of econ of nat of schk)

Bijlage B. Nadere vooropleidingseisen voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs

1. Associate degree-instroom met havo-diploma

2. Associate degree-instroom met vwo-diploma

3. Bachelorinstroom met havo-diploma

1 Voor deze opleiding gelden aanvullende eisen ex artikel 7.26 dan wel artikel 7.26a van de wet.

1 Voor deze opleiding gelden aanvullende eisen ex artikel 7.26 dan wel artikel 7.26a van de wet.

1 Voor deze opleiding gelden aanvullende eisen ex artikel 7.26 dan wel artikel 7.26a van de wet.

4. Bachelorinstroom met vwo-diploma

1 Voor deze opleiding gelden aanvullende eisen ex artikel 7.26 dan wel artikel 7.26a van de wet.

1 Voor deze opleiding gelden aanvullende eisen ex artikel 7.26 dan wel artikel 7.26a van de wet.

1 Voor deze opleiding gelden aanvullende eisen ex artikel 7.26 dan wel artikel 7.26a van de wet.

Bijlage C. Nadere vooropleidingseisen MBO-HBO

Vervallen

Bijlage D. Opleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden vanwege beroepsprofiel

1. Associate degree-opleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden

2. Associate degree-opleidingen op het gebied van de kunst waarvoor aanvullende eisen gelden

3. Bacheloropleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden

4. Lerarenopleidingen en bacheloropleidingen op het gebied van de kunst waarvoor aanvullende eisen gelden

Bijlage E. Opleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden vanwege onderwijsconcept

Opleiding Instelling(en) Aanvullende eisen
Economie en Bedrijfseconomie Universiteit Maastricht Voldoende geschiktheid, ervaring en motivatie voor de opleiding om te kunnen participeren in het onderwijsconcept probleemgestuurd onderwijs met een international classroom, hetgeen voor een aanzienlijk deel medebepalend is voor het behalen van de beoogde eindkwalificaties en de daartoe benodigde organisatie en inrichting van het onderwijs
Hotel Management Hotelschool The Hague; Breda University of Applied Sciences; Saxion Hogeschool; NHL-Stenden Hogeschool; Zuyd Hogeschool Voldoende aanleg en geschiktheid voor de opleiding, gelet op de organisatie en inrichting van het onderwijs
International Bachelor's Programme in Communication and Media Erasmus Universiteit Rotterdam Voldoende aanleg, geschiktheid en motivatie voor de opleiding, gelet op de beoogde interculturele en internationale eindkwalificaties en in lijn met de vereisten van het onderwijsconcept van een multiculturele internationale classroom
International Business Universiteit Maastricht Voldoende geschiktheid, ervaring en motivatie voor de opleiding om te kunnen participeren in het onderwijsconcept probleemgestuurd onderwijs met een internationaal classroom, hetgeen voor een aanzienlijk deel medebepalend is voor het behalen van de beoogde eindkwalificaties en de daartoe benodigde organisatie en inrichting van het onderwijs
Law in Society Vrije Universiteit Amsterdam Voldoende geschiktheid en motivatie voor de opleiding, gelet op de beoogde leerresultaten en in lijn met de vereisten van het onderwijsconcept van de mixed classroom.

Bijlage F. Bijzondere nadere vooropleidingseisen opleiding tot leraar basisonderwijs; vereiste kennisniveaus

I. Aardrijkskunde

A. Acht kernthema's aardrijkskunde

II. Geschiedenis

B. Tien tijdvakken geschiedenis

III. Natuur en techniek

C. Tien kernconcepten natuur & techniek

Bijlage G. Aanvraagformulier aanvullende eisen

1. Welke opleiding betreft het? Opleidingsnaam en CROHO-nummer – (1 opleiding per verzoek)
2. Welke instellingen bieden deze CROHO-opleiding aan?
3. Is dit verzoek ondertekend namens al deze instellingen? Dit is een voorwaarde voor behandeling van het verzoek bij aanvullende eisen i.v.m. de uitoefening van een beroep of beroepen, indien meerdere instellingen dezelfde opleiding aanbieden.
4. Wat zijn de aanvullende eisen? Gelieve de objectieve gronden voor het stellen van aanvullende eisen in bijlage D of bijlage E te vermelden.
5. Wilt u dat een opleiding met aanvullende eisen uit bijlage D of bijlage E wordt verwijderd? Per wanneer moet de verwijdering in werking treden?
6. Wat zijn de overwegingen voor het stellen van de aanvullende eisen? Gelieve de specifieke vereisten van artikel 3.1, tweede lid of artikel 3.2, tweede lid, van deze regeling gemotiveerd weergeven. Indien het een opleiding met aanvullende eisen in verband met de organisatie en inrichting van het onderwijs betreft, dient het instellingsbestuur een door NVAO opgesteld advies mee te sturen.
7. Wie is de contactpersoon van de aanvragende instelling(en) en wat zijn de contactgegevens?
8. Indien de opleiding door meerdere instellingen wordt aangeboden dienen hieronder de handtekeningen van de betreffende CvB’s te worden ingevuld.
Instelling: Naam: Handtekening: Instelling: Naam: Handtekening: Instelling: Naam: Handtekening: Instelling: Naam: Handtekening: Instelling: Naam: Handtekening:
Zijn alle criteria (voor zover van toepassing) beschreven? Is alle relevante informatie ingevuld? Zijn alle relevante bijlagen toegevoegd? Dan kan het aanvraagformulier aanvullende eisen uiterlijk 1 mei (schriftelijk of per e-mail) worden verstuurd naar: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Directie Hoger Onderwijs en Studiefinanciering Postbus 16375 2500 BJ Den Haag dienstpostbus.ratho@minocw.nl Mocht u vragen hebben over de procedure dan kunt u contact opnemen met het secretariaat van HO&S: dienstpostbus.ratho@minocw.nl/ 070-4122059.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)