Besluit van 5 juni 2014, houdende regels met betrekking tot houders van dieren (Besluit houders van dieren)

Type AMvB
Publication 2026-07-07
State In force
Source BWB
artikelen 472
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bijlage III. als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, van het besluit

Artikel 2.76o Aantal punten als aan de voorschriften is voldaan
1. Eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, vijfde lid en zesde lid, onderdeel a, voor zover dat betrekking heeft op het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2 10
2. Eerste lid, onderdeel a, aanhef 10
3. Eerste lid, onderdelen b en c 10
4. Zesde lid, voor zover dat lid betrekking heeft op het oppervlak van een kooi als bedoeld in het eerste lid en voor zover het een voorschrift betreft dat niet reeds onder de reikwijdte van punt 1 van deze bijlage valt. 5
5. Tweede lid, onderdeel a 10
6. Tweede lid, onderdeel b 10
7. Zesde lid, onderdelen a en b, voor zover die betrekking hebben op een kooi als bedoeld in de aanhef van het tweede lid 5
8. Vierde lid, aanhef, voor zover die betrekking heeft op het houden van dieren in een groep 5
9. Vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 1 respectievelijk subonderdeel 2 20
10. Vierde lid, onderdeel b, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een kooi zonder plateau 10
11. Zesde lid, onderdelen a en b, voor zover die onderdelen betrekking hebben op een kooi als bedoeld in de aanhef van het vierde lid 5

Bijlage I. als bedoeld in artikel 1.20 van het Besluit houders van dieren

Soorten papegaaiachtigen en de minimum leeftijd die per soort moet worden aangehouden bij het scheiden van kuiken en ouderdier.

Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Scheidingsleeftijd in dagen
Alexanderparkiet Psittacula alexandri 70
Amazoneparkiet Nannopsittaca dachilleae 52
Andespapegaai Hapalopsittaca amazonina 70
Andesparkiet Bolborhynchus orbygnesius 56
Araparkiet Rhynchopsitta pachyrhyncha 77
Australische Koningsparkiet Alisterus scapularis 60
Aymaraparkiet Psilopsiagon aymara 57
Barrabandparkiet Polytelis swainsonii 52
Barrabands Papegaai Pyrilia barrabandi 54
Berglori Oreopsittacus arfaki 59
Bergvlagstaartpapegaai Prioniturus montanus 71
Biakregenbooglori Trichoglossus rosenbergii 83
Biakspechtpapegaai Micropsitta geelvinkiana 60
Bismarckvleermuisparkiet Loriculus tener 46
Blauwbaardamazone Amazona festiva 89
Blauwe Muspapegaai Forpus coelestis 46
Blauw-gele Ara Ara ararauna 139
Blauwgestreepte Lori Eos reticulata 95
Blauwgrijze Ara Anodorhynchus glaucus 146
Blauwhalspapegaai Geoffroyus simplex 75
Blauwkaplori Vini australis 75
Blauwkapvlagstaartpapegaai Prioniturus discurus 73
Blauwkeelara Ara glaucogularis 140
Blauwkeelparkiet Pyrrhura cruentata 72
Blauwkopara Primolius couloni 103
Blauwkoparatinga Thectocercus acuticaudatus 74
Blauwkroontje Loriculus galgulus 46
Blauwnekpapegaai Tanygnathus lucionensis 86
Blauwoogkaketoe Cacatua ophthalmica 102
Blauwoorlori Eos semilarvata 91
Blauwrugpapegaai Psittinus cyanurus 58
Blauwvleugelparkiet Neophema chrysostoma 45
Blauwvoorhoofdamazone Amazona aestiva 89
Blauwwangamazone Amazona dufresniana 88
Bleekkoprosella Platycercus adscitus 53
Bloesemkopparkiet Psittacula roseata 69
Blyths Parkiet Psittacula caniceps 71
Bonte Boertje Poicephalus senegalus 79
Bonte Parkiet Pyrrhura picta 68
Borstelkoppapegaai Psittrichas fulgidus 123
Bourkes Parkiet Neopsephotus bourkii 42
Brehms Tijgerparkiet Psittacella brehmii 70
Bronsvleugelmargrietje Pionus chalcopterus 78
Bruijns Spechtpapegaai Micropsitta bruijnii 60
Bruin Margrietje Pionus fuscus 80
Bruinborstparkiet Pyrrhura calliptera 71
Bruine Raafkaketoe Calyptorhynchus lathami 171
Bruinkoppapegaai Poicephalus cryptoxanthus 80
Bruinkoptijgerparkiet Psittacella picta 65
Bruinnekpapegaai Poicephalus fuscicollis 82
Bruinoorparkiet Pyrrhura frontalis 69
Bruinrugpapegaai Touit melanonotus 58
Bruinschouderpapegaai Touit stictopterus 57
Buffons Ara Ara ambiguus 133
Burulori Charmosyna toxopei 66
Buruvlagstaartpapegaai Prioniturus mada 72
Cactusparkiet Eupsittula cactorum 60
Caicapapegaai Pyrilia caica 58
Camiguinvleermuisparkiet Loriculus camiguinensis 52
Cassins Vlagstaartpapegaai Prioniturus flavicans 72
Ceylonese Vleermuisparkiet Loriculus beryllinus 47
Chiririparkiet Brotogeris chiriri 72
Citroenparkiet Psilopsiagon aurifrons 60
Congopapegaai Poicephalus gulielmi 81
Costaricaanse Papegaai Touit costaricensis 57
Cuba-amazone Amazona leucocephala 88
Cubaanse Aratinga Psittacara euops 59
Desmarests Vijgpapegaai Psittaculirostris desmarestii 69
Devilles Parkiet Pyrrhura devillei 70
Diadeemlori Eos histrio 92
Dikbekpapegaai Tanygnathus megalorynchos 90
Dubbeloogvijgpapegaai Cyclopsitta diophthalma 58
Ducorps’ Kaketoe Cacatua ducorpsii 97
Duyvenbodes Lori Chalcopsitta duivenbodei 83
Dwergara Ara severus 132
Dwerglori Glossopsitta pusilla 66
Dwergvleermuisparkiet Loriculus pusillus 46
Ecuadoraratinga Psittacara erythrogenys 59
Edelpapegaai Eclectus roratus 116
Edwards’ Vijgpapegaai Psittaculirostris edwardsii 68
El-Oroparkiet Pyrrhura orcesi 70
Filippijnse Kaketoe Cacatua haematuropygia 97
Filippijnse Vleermuisparkiet Loriculus philippensis 46
Finsch’ Amazone Amazona finschi 89
Finsch’ Aratinga Psittacara finschi 59
Finsch’ Parkiet Psittacula finschii 69
Finsch’ Spechtpapegaai Micropsitta finschii 60
Fischers Agapornis Agapornis fischeri 54
Floresregenbooglori Trichoglossus weberi 74
Floresvleermuisparkiet Loriculus flosculus 52
Forstens Regenbooglori Trichoglossus forsteni 80
Fuertes’ Andespapegaai Hapalopsittaca fuertesi 72
Gebrilde Muspapegaai Forpus conspicillatus 46
Geelbuikamazone Alipiopsitta xanthops 80
Geelbuikrosella Platycercus caledonicus 53
Geelgroene Lori Trichoglossus flavoviridis 76
Geelkapspechtpapegaai Micropsitta keiensis 60
Geelkopamazone Amazona oratrix 91
Geelkoplori Trichoglossus euteles 76
Geelmaskerpapegaai Poicephalus flavifrons 74
Geelnekamazone Amazona auropalliata 91
Geelnekara Primolius auricollis 99
Geeloograafkaketoe Calyptorhynchus funereus 173
Geeloorparkiet Ognorhynchus icterotis 77
Geelschouderparkiet Psephotus chrysopterygius 47
Geelsnavelamazone Amazona collaria 88
Geelsnavellori Lorius chlorocercus 81
Geelteugelamazone Amazona xantholora 83
Geelvleugelamazone Amazona barbadensis 89
Geelvleugelara Ara macao 140
Geelvoorhoofdamazone Amazona ochrocephala 89
Geelvoorhoofdkarakiri Cyanoramphus auriceps 48
Geelwangamazone Amazona autumnalis 85
Geelwangmuspapegaai Forpus xanthops 47
Gekraagde Lori Phigys solitarius 77
Gierpapegaai Pyrilia vulturina 58
Goffins Kaketoe Cacatua goffiniana 98
Goudkaparatinga Aratinga auricapillus 66
Goudparkiet Guaruba guarouba 78
Goudpluimparkiet Leptosittaca branickii 72
Goudrugvlagstaartpapegaai Prioniturus platurus 75
Goudstaartpapegaai Touit surdus 58
Goudvoorhoofdparkiet Eupsittula aurea 61
Grasparkiet Melopsittacus undulatus 43
Grijsborstparkiet Pyrrhura griseipectus 67
Grijskopagapornis Agapornis canus 54
Grijskopmargrietje Pionus seniloides 78
Grijskopparkiet Psittacula himalayana 67
Grijze Roodstaartpapegaai Psittacus erithacus 103
Groene Aratinga Psittacara holochlorus 60
Groene Karakiri Cyanoramphus unicolor 49
Groene Muspapegaai Forpus passerinus 46
Groene Vlagstaartpapegaai Prioniturus luconensis 72
Groene Vleermuisparkiet Loriculus exilis 47
Groenvleugelara Ara chloropterus 139
Groenvleugelkoningsparkiet Alisterus chloropterus 64
Groenwangamazone Amazona viridigenalis 90
Groenwangparkiet Pyrrhura molinae 68
Grote Alexanderparkiet Psittacula eupatria 71
Grote Amazone Amazona farinosa 89
Grote Araparkiet Rhynchopsitta terrisi 74
Grote Geelkuifkaketoe Cacatua galerita 102
Grote Vasapapegaai Coracopsis vasa 53
Guiabero Bolbopsittacus lunulatus 108
Halsbandparkiet Psittacula krameri 68
Hellmayrs Parkiet Pyrrhura amazonum 68
Helmkaketoe Callocephalon fimbriatum 86
Hemelsblauwe Lori Vini ultramarina 74
Hertoginnenlori Charmosyna margarethae 65
Hispaniola-amazone Amazona ventralis 88
Hispaniola-aratinga Psittacara chloropterus 60
Hoffmanns Parkiet Pyrrhura hoffmanni 73
Holenparkiet Cyanoliseus patagonus 94
Honinglori Charmosyna multistriata 66
Hoornparkiet Eunymphicus cornutus 64
Hyacinthara Anodorhynchus hyacinthinus 178
Illigers Ara Primolius maracana 100
Incakaketoe Lophochroa leadbeateri 108
Indische Vleermuisparkiet Loriculus vernalis 46
Irislori Psitteuteles iris 69
Ivooraratinga Eupsittula canicularis 60
Jamaica-amazone Amazona agilis 85
Jendayaparkiet Aratinga jandaya 68
Johnstones Lori Trichoglossus johnstoniae 66
Josephines Lori Charmosyna josefinae 67
Kaalkoppapegaai Pyrilia aurantiocephala 58
Kaapse Papegaai Poicephalus robustus 81
Kaka Nestor meridionalis 113
Kakapo Strigops habroptila 171
Kandavuparkiet Prosopeia splendens 82
Kapparkiet Psephotus dissimilis 47
Kardinaallori Chalcopsitta cardinalis 83
Karmozijnbuikparkiet Pyrrhura perlata 70
Katharinaparkiet Bolborhynchus lineola 55
Kawalls Amazone Amazona kawalli 84
Kea Nestor notabilis 118
Keizeramazone Amazona imperialis 85
Kleine Geelkuifkaketoe Cacatua sulphurea 99
Kleine Tijgerparkiet Psittacella modesta 64
Kleine Vasapapegaai Coracopsis nigra 50
Kobaltvleugelparkiet Brotogeris cyanoptera 73
Kortsnavelraafkaketoe Calyptorhynchus latirostris 165
Kortstaartpapegaai Graydidascalus brachyurus 75
Kraagpapegaai Deroptyus accipitrinus 96
Kuhls Lori Vini kuhlii 72
Langsnavelparkiet Enicognathus leptorhynchus 77
Langsnavelraafkaketoe Calyptorhynchus baudinii 171
Langstaartparkiet Psittacula longicauda 69
Lears Ara Anodorhynchus leari 174
Lord Derby’s Parkiet Psittacula derbiana 73
Lori van de Blauwe Bergen Trichoglossus moluccanus 81
Maïsparkiet Eupsittula pertinax 60
Madarasz’ Tijgerparkiet Psittacella madaraszi 58
Magelhaenparkiet Enicognathus ferrugineus 74
Malabarparkiet Psittacula columboides 63
Maria-amazone Amazona tresmariae 84
Maskerparkiet Prosopeia personata 79
Mauritiusparkiet Psittacula eques 74
Maximiliaanmargrietje Pionus maximiliani 79
Meeks Lori Charmosyna meeki 65
Meeks Spechtpapegaai Micropsitta meeki 62
Mexicaanse Muspapegaai Forpus cyanopygius 46
Meyers Papegaai Poicephalus meyeri 77
Mindanaovlagstaartpapegaai Prioniturus waterstradti 72
Molukkenkaketoe Cacatua moluccensis 108
Molukkenlori Lorius garrulus 81
Molukse Koningsparkiet Alisterus amboinensis 69
Molukse Vleermuisparkiet Loriculus amabilis 46
Monniksparkiet Myiopsitta monachus 63
Müllers Papegaai Tanygnathus sumatranus 89
Muskusparkiet Glossopsitta concinna 67
Musschenbroeks Lori Neopsittacus musschenbroekii 70
Naaktoogkaketoe Cacatua sanguinea 94
Nachtpapegaai Pezoporus occidentalis 72
Nandayparkiet Aratinga nenday 68
Niam-Niampapegaai Poicephalus crassus 74
Nyasa-agapornis Agapornis lilianae 55
Olijfkeelaratinga Eupsittula nana 61
Oostelijke Grondpapegaai Pezoporus wallicus 38
Oostelijke Langsnavelkaketoe Cacatua pastinator 95
Oranjeborstvijgpapegaai Cyclopsitta gulielmitertii 56
Oranjebuikparkiet Neophema chrysogaster 46
Oranjevleugelamazone Amazona amazonica 89
Oranjevleugelparkiet Brotogeris chrysoptera 71
Oranjevoorhoofdkarakiri Cyanoramphus malherbi 48
Ornaatlori Trichoglossus ornatus 80
Ouvéahoornparkiet Eunymphicus uvaeensis 67
Paarsbuikparkiet Triclaria malachitacea 69
Paarsstaartpapegaai Touit purpuratus 57
Pacifische Aratinga Psittacara strenuus 60
Palawanvlagstaartpapegaai Prioniturus platenae 72
Palmlori Charmosyna palmarum 65
Papoealori Charmosyna papou 68
Paradijsparkiet Psephotus pulcherrimus 47
Parelparkiet Pyrrhura lepida 70
Pennantrosella Platycercus elegans 54
Perzikkopagapornis Agapornis roseicollis 55
Pfrimers Parkiet Pyrrhura pfrimeri 69
Pompadourparkiet Prosopeia tabuensis 83
Ponapélori Trichoglossus rubiginosus 66
Port-Lincolnparkiet Barnardius zonarius 56
Prachtlori Charmosyna placentis 63
Prachtparkiet Neophema elegans 45
Prachtrosella Platycercus eximius 53
Prins Lucians Parkiet Pyrrhura lucianii 69
Prinses-van-Walesparkiet Polytelis alexandrae 48
Pruimkopmargrietje Pionus tumultuosus 78
Pruimkopparkiet Psittacula cyanocephala 68
Puertoricaanse Amazone Amazona vittata 89
Purperbuiklori Lorius hypoinochrous 83
Purperkaplori Glossopsitta porphyrocephala 71
Regenbooglori Trichoglossus haematodus 78
Regenboogparkiet Psephotus varius 45
Regentparkiet Polytelis anthopeplus 53
Reischeks Karakiri Cyanoramphus hochstetteri 49
Rode Lori Eos bornea 89
Roodbrilamazone Amazona pretrei 84
Roodbuikara Orthopsittaca manilatus 94
Roodbuikpapegaai Poicephalus rufiventris 77
Roodbuikparkiet Northiella haematogaster 50
Roodgevlekte Lori Charmosyna rubronotata 64
Roodhalsregenbooglori Trichoglossus rubritorquis 78
Roodkappapegaai Pionopsitta pileata 71
Roodkapparkiet Purpureicephalus spurius 52
Roodkeelamazone Amazona arausiaca 93
Roodkeelaratinga Psittacara rubritorquis 59
Roodkinlori Charmosyna rubrigularis 64
Roodkopparkiet Pyrrhura rhodocephala 71
Roodkroontje Loriculus stigmatus 46
Roodkruinamazone Amazona rhodocorytha 84
Roodkruinparkiet Pyrrhura roseifrons 68
Roodmaskeragapornis Agapornis pullarius 56
Roodmaskeraratinga Psittacara mitratus 62
Roodoorpapegaai Pyrilia haematotis 58
Roodoorparkiet Pyrrhura hoematotis 71
Roodrugparkiet Psephotus haematonotus 46
Roodschouderara Diopsittaca nobilis 77
Roodschouderpapegaai Touit huetii 57
Roodschouderparkiet Pyrrhura egregia 69
Roodsnavelmargrietje Pionus sordidus 79
Roodstaartamazone Amazona brasiliensis 86
Roodstaartraafkaketoe Calyptorhynchus banksii 172
Roodvleugelpapegaai Touit dilectissimus 57
Roodvleugelparkiet Aprosmictus erythropterus 55
Roodvoorhoofdkarakiri Cyanoramphus novaezelandiae 48
Roodwangara Ara rubrogenys 131
Roodwangpapegaai Geoffroyus geoffroyi 73
Rotsparkiet Neophema petrophila 45
Roze Kaketoe Eolophus roseicapilla 92
Rozewangpapegaai Pyrilia pulchra 58
Rüppells Papegaai Poicephalus rueppellii 80
Saffierlori Vini peruviana 76
Saffraankoppapegaai Pyrilia pyrilia 57
Salvadori's Vijgpapegaai Psittaculirostris salvadorii 64
Sangirvleermuisparkiet Loriculus catamene 47
Santa-Martaparkiet Pyrrhura viridicata 71
Schlegels Vleermuisparkiet Loriculus aurantiifrons 51
Schubbenlori Trichoglossus chlorolepidotus 75
Schubnekamazone Amazona mercenarius 84
Sclaters Muspapegaai Forpus modestus 46
Sclaters Spechtpapegaai Micropsitta pusio 60
Sint-Lucia-amazone Amazona versicolor 92
Sint-Vincentamazone Amazona guildingii 92
Smaragdlori Neopsittacus pullicauda 62
Smaragdparkiet Psittacula calthrapae 69
Socorroaratinga Psittacara brevipes 59
Soldatenara Ara militaris 137
Spix’ Ara Cyanopsitta spixii 123
Spix’ Muspapegaai Forpus xanthopterygius 46
Splendidparkiet Neophema splendida 46
Stanleyrosella Platycercus icterotis 53
Stephens Lori Vini stepheni 74
Strepenlori Chalcopsitta scintillata 84
Sulavleermuisparkiet Loriculus sclateri 46
Suluvlagstaartpapegaai Prioniturus verticalis 72
Tepuiparkiet Nannopsittaca panychlora 52
Timorese Roodvleugelparkiet Aprosmictus jonquillaceus 55
Timorregenbooglori Trichoglossus capistratus 79
Tiricaparkiet Brotogeris tirica 71
Tolimaparkiet Bolborhynchus ferrugineifrons 59
Toviparkiet Brotogeris jugularis 68
Tucumánamazone Amazona tucumana 88
Turkooisparkiet Neophema pulchella 45
Tuiparkiet Brotogeris sanctithomae 71
Valkparkiet Nymphicus hollandicus 51
Veelkleurige Lori Psitteuteles versicolor 61
Venezuelaparkiet Pyrrhura emma 67
Violetneklori Eos squamata 91
Viooltjeslori Psitteuteles goldiei 67
Vrouwenlori Lorius domicella 85
Vuuroogandespapegaai Hapalopsittaca pyrrhops 72
Vuurvleugelparkiet Brotogeris pyrrhoptera 72
Waglers Aratinga Psittacara wagleri 60
Weddells Aratinga Aratinga weddellii 66
Westelijke Langsnavelkaketoe Cacatua tenuirostris 96
Wijnborstamazone Amazona vinacea 91
Wilhelmina’s Lori Charmosyna wilhelminae 64
Witbuikcaique Pionites leucogaster 91
Witkopmargrietje Pionus senilis 78
Witneklori Lorius albidinucha 74
Witnekparkiet Pyrrhura albipectus 70
Witoogaratinga Psittacara leucophthalmus 61
Witoorparkiet Pyrrhura leucotis 68
Witruglori Pseudeos fuscata 91
Witte Kaketoe Cacatua alba 105
Witvleugelparkiet Brotogeris versicolurus 73
Witvoorhoofdamazone Amazona albifrons 88
Zangpapegaai Geoffroyus heteroclitus 74
Zevenkleurenpapegaai Touit batavicus 50
Zonparkiet Aratinga solstitialis 66
Zwaluwpapegaai Lathamus discolor 57
Zwarte Kaketoe Probosciger aterrimus 138
Zwarte Lori Chalcopsitta atra 83
Zwartkaplori Lorius lory 82
Zwartkopcaique Pionites melanocephalus 91
Zwartkopparkiet Pyrrhura rupicola 70
Zwartkoprosella Platycercus venustus 55
Zwartkraagagapornis Agapornis swindernianus 55
Zwartmaskeragapornis Agapornis personatus 55
Zwartoormargrietje Pionus menstruus 80
Zwartstaartparkiet Pyrrhura melanura 69
Zwartstuitlori Charmosyna pulchella 67
Zwartteugelpapegaai Tanygnathus gramineus 72
Zwartvleugelagapornis Agapornis taranta 57
Zwartvleugellori Eos cyanogenia 94
Zwartvleugelpapegaai Hapalopsittaca melanotis 72
Zwartwangagapornis Agapornis nigrigenis 54
Zwavelborstparkiet Aratinga maculata 66

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 7. Houden van schapen of geiten voor productie

Artikel 5.10. Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het doden van aal met het oog op de productie van dierlijke producten, tenzij dit doden plaatsvindt voor particulier huishoudelijk verbruik.

Artikel 5.11. Bedwelming aal voorafgaand aan het doden
1.

Alen worden voorafgaand aan het doden bedwelmd.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ten aanzien van de methode waarmee de aal wordt bedwelmd.

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

Artikel 6.10. Overgangsrecht betonroostervloeren

Artikel 2.21, eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op betonroostervloeren indien de gebruiker van de stal kan aantonen dat:

  • a. de betreffende betonroostervloer voor 1 juli 2018 in gebruik is genomen;
  • b. de betreffende betonroostervloer ten tijde van de inwerkingtreding van dat onderdeel voldeed aan artikel 2.21, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit houders van dieren zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van dat onderdeel en nadien is blijven voldoen aan die bepaling; en
  • c. de vloer van de stal niet is verbouwd of vervangen na de inwerkingtreding van dat onderdeel.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage II. als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit houders van dieren

Aangewezen soorten en categorieën van in Nederland te houden dieren met het oog op de productie van van die dieren afkomstige producten.

SOORTEN
Van de klasse Mammalia (Zoogdieren): Van de klasse Mammalia (Zoogdieren):
Oryctolagus cuniculus (Konijn)
Rattus norvegicus (Bruine rat)
Mus musculus (Tamme muis)
Cavia porcellus (Cavia)
Mesocricetus auratus (Goudhamster)
Meriones unguiculatus (Gerbil)
Mustela vison (Nerts)
Equus caballus (Paard)
Equus asinus (Ezel)
Sus scrofa (Varken)
Capra hircus (Geit)
Bos taurus (Rund)
Bubalus bubalis (Waterbuffel)
Cervus dama dama (Damhert)
Cervus elaphus (Middeneuropees edelhert)
Ovis aries (Schaap)
Van de klasse Aves (Vogels): Van de klasse Aves (Vogels):
Struthio camelus (Struisvogel)
Dromaius novaehollandiae (Emoe)
Rhea americana (Nandoe)
Anas platyrhynchos (Peking eend)
Anser cygnoides (Knobbelgans)
Anser anser (Grauwe gans)
Gallus gallus (Kip)
Perdix perdix (Patrijs)
Meleagris gallopavo (Kalkoen)
Phasianus colchicus (Fazant)
Numida meleagris (Helmparelhoen)
Columbia livia (Vleesduif)
Van de superklasse Pisces (Vissen): Van de superklasse Pisces (Vissen):
Osmerus eperlanus (Spiering)
Salmo trutta fario (Beekforel)
Salmo trutta trutta (Zeeforel)
Oncorhynchus mykiss (Regenboogforel)
Salmo salar (Zalm)
Anguilla anguilla (Aal)
Clarias gariepinus (Afrikaanse meerval)
Silurus glanis (Meerval)
Perca fluviatilis (Baars)
Stizostedion lucioperca (Snoekbaars)
Scophthalmus maximus (Tarbot)
Dicentrarchus labrax (Zeebaars)
Pagellus bogaraveo (Zeebrasem)
Esox lucius (Snoek)
Sparus aurata (Goudbrasem)
Oreochromis niloticus. (Nijltilapia)
Oreochromis mossambicus (Mozambique Tilapia)
Hoplosternum litterale (Kwi kwi)
Acipenser spp. (Steur)
Solea spp. (Tong)
Huso Huso (Beluga steur)
Seriola spp. (Geelstaarten)
Van de klasse der Crustacea (Kreeften): Van de klasse der Crustacea (Kreeften):
litopenaeus vannamei (Garnaal)
Homarus gammarus (Europese zeekreeft)
Homarus americanus (Amerikaanse zeekreeft)
Astracus leptodactylus (Turkse zoetwaterkreeft)
Orconectus limosus (Amerikaanse rivierkreeft)
Procambarus clarkii (Louisiana- of Rode rivierkreeft)
Palinurus spec. (Langoest)
Eriocheir sinensis (Chinese wolhandkrab)
Cancer pagurus (Noordzeekrab)
Cladocera (Watervlo)
Copepoda (Roeipootkreeftje)
Balanus spec. (Zeepok)
Artemia salina (Pekelkreeftje)
Artemia franciscana (Zoutkreeftje)
Artemia gracilis (Amerikaans Zoutkreeftje)
Daphnia pulex (Watervlo)
Moina macropoda (Japanse watervlo)
Van de klasse Bivalva (Tweekleppigen): Van de klasse Bivalva (Tweekleppigen):
Mytilus edulis (Gewone mossel)
Ostrea edulis (Gewone oester)
Crassostrea gigas (Japanse oester)
Crassostrea angulata (Portugese oester)
Crassostrea virginica (Amerikaanse oester)
Cerastoderma edule (Kokkel)
Pecten maximus (St. Jacobschelp)
Veneridae (Palourdes, Venusschelp, Praireschelp, Clamschelp en Vernis)
Glycimeris glycimeris (Amandes)
Donax trunculus (Zaagje)
Donax vittatus (Zaagje)
Spisula subtrunculata (Strandschelp)
Van de klasse Gastropoda (Slakken): Van de klasse Gastropoda (Slakken):
Helix pomatia (Wijngaardslak)
Littorina littorea (Gewone alikruik)
Helix aspersa (Segrijnslak)
Achatina fulica (Achaatslak)
Van de klasse Insecta (Insecten): Van de klasse Insecta (Insecten):
Blaberus craniifer (Doodskopkakkerlak)
Blaptica dubia (Argentijnse boskakkerlak)
Periplaneta americana (Amerikaanse kakkerlak)
Acheta domesticus (Huiskrekel)
Gryllus bimaculatus (Tweevlek krekel)
Locusta migratoria (Treksprinkhaan)
Schistocerca gregaria (Woestijn sprinkhaan)
Caruasius morosus (Indische wandelende tak)
Medauroidea extradentata (Annam-wandelende tak)
Pachnoda butana (Gouden tor)
Pachnoda aemula (Gouden tor)
Pachnoda marginata (Gouden tor)
Alphitobius diaperinus (Buffalokever)
Zophobas morio (Reuzenmeeltor)
Sitophilus ganarius (Graanklander)
Sitophilus oryzae (Rijstklander)
Drosophila hydei (Fruitvlieg)
Drosophila melanogaster (Fruitvlieg)
Musca dom. var. (Krulvleugelvlieg)
Galleria mellonella (Grote wasmot)
Achroia grisella (Kleine wasmot)
Sitotroga cerealella (Graanmot)
Plodia interpunctella (Zadenmot, Indische meelmot)
Pyralis farinalis (Meelmot)
Calliphoridae (Vleesvlieg)
Apis mellifera (Honingbij)
Tenebrio molitor (Meeltor)
Chironomidae (Vedermug)
Vespidiae (Wesp)
Van de lagere diersoorten: Van de lagere diersoorten:
Lumbricus rubellus (Rode worm)
Lumbricus terrestris (Dauwpier, Regenworm)
Eisenia foetida (Mestpier)
Arenicola marina (Zeepier)
Dendrobeana veneta (Canadese bosworm)
Polychaetae (Borstelworm)
Brachionus spec. (Raderdier)
Arenicolides ecaudata

Categorieën

  • –. alle kruisingen tussen de in deze bijlage genoemde soorten
  • –. de kruising tussen de Bos indicus en de Bos taurus
  • –. de kruising tussen de Heterobranchus longifilis en de Clarias gariepinus

Bijlage IIa. Diersoorten als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onderdeel a.

  • a. vogelsoorten als bedoeld in artikel 1 van de richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
  • b. diersoorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992 L 206);
  • c. diersoorten, genoemd in bijlage A, B, C of D bij verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG L 61);
  • d. diersoorten als bedoeld in verordening (EG) nr. 1007/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009 betreffende de handel in zeehondenproducten (PbEU L 286);
  • e. diersoorten, genoemd in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 3254/91 van de Raad van 4 november 1991 houdende een verbod op het gebruik van de wildklem in de Gemeenschap en op het binnenbrengen in de Gemeenschap van pelzen en produkten die vervaardigd zijn van bepaalde in het wild levende diersoorten uit landen waar gebruik wordt gemaakt van de wildklem of andere vangmethoden die niet stroken met de internationale normen voor humane vangst met behulp van vallen (PbEG L 308);
  • f. diersoorten, genoemd in bijlage II bij het op 19 september 1979 te Bern tot stand gekomen Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke leefmilieus (Trb. 1980, 60), naar de tekst zoals deze bij dat verdrag is vastgesteld;
  • g. diersoorten, genoemd in bijlage I bij het op 23 juni 1979 te Bonn tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (Trb. 1980, 145) naar de tekst zoals deze bij dat verdrag is vastgesteld;

Bijlage III. als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, van het besluit

Artikel 2.76o Aantal punten als aan de voorschriften is voldaan
1. Eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, vijfde lid en zesde lid, onderdeel a, voor zover dat betrekking heeft op het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2 10
2. Eerste lid, onderdeel a, aanhef 10
3. Eerste lid, onderdelen b en c 10
4. Zesde lid, voor zover dat lid betrekking heeft op het oppervlak van een kooi als bedoeld in het eerste lid en voor zover het een voorschrift betreft dat niet reeds onder de reikwijdte van punt 1 van deze bijlage valt. 5
5. Tweede lid, onderdeel a 10
6. Tweede lid, onderdeel b 10
7. Zesde lid, onderdelen a en b, voor zover die betrekking hebben op een kooi als bedoeld in de aanhef van het tweede lid 5
8. Vierde lid, aanhef, voor zover die betrekking heeft op het houden van dieren in een groep 5
9. Vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 1 respectievelijk subonderdeel 2 20
10. Vierde lid, onderdeel b, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een kooi zonder plateau 10
11. Zesde lid, onderdelen a en b, voor zover die onderdelen betrekking hebben op een kooi als bedoeld in de aanhef van het vierde lid 5

Bijlage IV. als bedoeld in artikel 4.14 van het besluit

Aangewezen soorten van zoogdieren waarmee deelname aan en vervoer ten behoeve van een circus of een ander optreden is toegestaan.

Soorten
Equus asinus (Ezel)
Equus caballus (Paard)
Canis lupus familiaris (Hond)
Felis catus (Kat)
Bos taurus (Rund)
Ovis aries (Schaap)
Capra hircus (Geit)
Sus scrofa (Varken)
Lama glama (Guanaco familiaris) (Lama)
Vicugna pacos (Alpaca)
Camelus bactrianus (Kameel)
Camelus dromedarius (Dromedaris)
Oryctolagus cuniculus (Konijn)
Rattus norvegicus (Bruine rat)
Mus musculus (Tamme muis/huismuis)
Cavia porcellus (Cavia)
Mesocricetus auratus (Goudhamster)
Meriones unguiculatus (Gerbil)

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 7. Melding en bewaking dierziekten en zoönosen

Artikel 1.29. Melding ziekten verordening (EU) nr. 2016/429
1.

Een houder van dieren of een dierenarts die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2016/429 bij een dier aanwezig is, meldt dat onmiddellijk bij een krachtens artikel 5.9, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar.

2.

Een houder van dieren of een dierenarts die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel e, anders dan een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2016/429, bij een dier aanwezig is, meldt dat zo snel als praktisch mogelijk bij een krachtens artikel 5.9, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op eenieder die in het kader van werkzaamheden in een laboratorium gevallen van ziekten als bedoeld in die leden opmerkt.

Artikel 1.30. Melding artikel 5.3-ziekten of andere ziekten
1.

Een houder van dieren of een dierenarts die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een dier besmet is met een dierziekte of zoönose, drager is van een ziekteverwekker of een ziekteverschijnsel vertoont, meldt dat zo snel als praktisch mogelijk bij een krachtens artikel 5.9, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar indien sprake is van:

  • a. een dierziekte of zoönose als bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, van de wet, anders dan een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, of een ziekteverwekker;
  • b. een bij ministeriële regeling aan te wijzen dierziekte, zoönose of ziekteverwekker.
2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op eenieder die in het kader van werkzaamheden in een onderzoeksinstelling gevallen van ziekten als bedoeld in het eerste lid opmerkt.

Artikel 1.31. Melding ziekteverschijnselen
1.

Een houder van dieren of een dierenarts meldt bij een krachtens artikel 5.9, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar:

  • b. bij ministeriële regeling aan te wijzen ziekteverschijnselen.
2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder een melding als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt of achterwege kan blijven.

3.

Bij ministeriële regels kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin een houder een dierenarts consulteert en de informatie die daarover aan Onze Minister wordt verstrekt.

Artikel 1.32. Implementatie richtlijn 2003/99/EG
1.

Onze Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van richtlijn 2003/99/EG.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de implementatie van richtlijn 2003/99/EG over de aanwezigheid van zoönosen en zoönoseverwekkers en antimicrobiële resistentie bij zoönoseverwekkers en andere verwekkers die een gevaar opleveren voor de volksgezondheid, met betrekking tot:

  • a. het doen van onderzoek;
  • b. het bewaren van gegevens, en
  • c. het ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten.
3.

De regels, bedoeld in het tweede lid, worden vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 1.33. Onderzoek zoönosen levensmiddelenbedrijf

Een exploitant van een levensmiddelenbedrijf als bedoeld in artikel 3, derde lid, van verordening (EG) nr. 178/2002, die onderzoek doet naar de aanwezigheid van zoönosen of zoönoseverwekkers die overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van richtlijn 2003/99/EG worden bewaakt:

  • a. houdt de resultaten van dat onderzoek bij:
  • b. bewaart de onderzoeksgegevens en de relevante isolaten gedurende twee jaar, en
  • c. stelt de onderzoeksresultaten of relevante isolaten op verzoek ter beschikking aan Onze Minister.

§ 8.1. Regels over verplaatsing naar andere lidstaten

Artikel 1.34. Verzamelen op vervoermiddel
1.

Het is toegestaan om hoefdieren te verzamelen op een vervoermiddel als bedoeld in artikel 133, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op varkens, met uitzondering van varkens die kennelijk bestemd zijn voor de slacht.

Artikel 1.35. Overladen bij verzamelen op vervoermiddel
1.

Bij het verzamelen, bedoeld in artikel 1.34, is het toegestaan evenhoevigen ten hoogste een keer over te laden van een vervoermiddel op een bij dat vervoermiddel behorende achterwagen, indien:

  • a. bij het overladen alle aanwezige dieren worden verplaatst naar de achterwagen;
  • b. het overladen van dieren plaatsvindt op een inrichting als bedoeld in artikel 2.10a of 2.10c of een andere inrichting die voldoet aan de krachtens artikel 2.10a gestelde regels; en
  • c. het lege vervoermiddel na het overladen wordt gereinigd en ontsmet.
2.

In afwijking van het eerste lid, aanhef is het overladen voor runderen die kennelijk bestemd zijn voor de slacht ten hoogste twee keer toegestaan en is het hierbij, in afwijking van het eerste lid, onderdelen a en c, toegestaan mannelijke runderen die kennelijk bestemd zijn voor de slacht en die ouder zijn dan 12 maanden niet te verplaatsen van de voorwagen naar de achterwagen en enkel de kritische delen van het vervoermiddel te reinigen en ontsmetten.

Artikel 1.36. Melden aanvang verzamelen

De exploitant van een verzamelcentrum meldt de aanvang en het einde van de periode waarin dieren op een verzamelcentrum worden gehouden uiterlijk om 8:00 uur op de werkdag voor aanvang van die periode bij Onze Minister.

Artikel 1.37. Laden en lossen op verschillende adressen
1.

Indien een vervoermiddel waarmee evenhoevigen worden vervoerd op verschillende adressen wordt geladen, onderscheidenlijk gelost, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. het laden, onderscheidenlijk lossen van het vervoermiddel vindt telkens buiten de stal plaats; en
  • b. na het laden, onderscheidenlijk lossen worden telkens de kritische delen van het vervoermiddel gereinigd en ontsmet.
2.

Bij ministeriële regeling kunnen per diercategorie regels worden gesteld over:

  • a. het aantal adressen waarop ten hoogste wordt geladen en gelost;
  • b. de inrichting waar wordt geladen en gelost;
  • c. de aard van het vervoermiddel.
Artikel 1.38. Bewaartermijn gegevens vervoer

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de gegevens die een vervoeder bijhoudt, bedoeld in artikel 104 en de op artikel 106 van verordening (EU) nr. 2016/429 vastgestelde gedelegeerde verordening, met betrekking tot:

  • a. de termijn waarbinnen de vervoerder de gegevens bijhoudt;
  • b. de termijn waarbinnen de vervoerder de gegevens bewaart;
  • c. de wijze waarop de gegevens worden bijgehouden.
Artikel 1.39. Grondslag regels over het verblijf van dieren na het bijeenbrengen
1.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het verblijf van evenhoevigen op een inrichting nadat die dieren of andere dieren op die inrichting zijn aangevoerd.

2.

De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op:

  • a. de aard en indeling van de inrichting;
  • b. de minimale verblijfsduur op een inrichting;
  • c. de soorten of categorieën dieren.

§ 8.2. Bijeenbrengen voor vervoer binnen Nederland

Artikel 1.40. Erkenning verzamelcentra voor Nederlandse markt

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de toepasselijkheid van artikel 97, eerste lid, onderdelen a, b, c, d en e, van verordening (EU) nr. 2016/429 en de krachtens het tweede lid, onderdelen a, c, d en e, van dat artikel vastgestelde gedelegeerde verordening op inrichtingen voor de verzameling van hoefdieren van waaruit slechts dieren worden verplaatst naar een inrichting in Nederland en die slechts dieren ontvangen van een inrichting in Nederland.

Artikel 1.41. Grondslag regels voor verzamelen voor Nederlandse markt
1.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepasselijkheid van de krachtens artikel 135 van verordening (EU) nr. 2016/429 vastgestelde gedelegeerde verordening op het verzamelen van uit Nederland afkomstige dieren die worden vervoerd naar een inrichting in Nederland.

2.

In aanvulling op de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot:

  • a. het verzamelen van bepaalde diersoorten of diercategorieën;
  • b. het aantal toegestane verzamelingen;
  • c. de herkomst, bestemming of eindbestemming van de dieren;
  • d. het melden van bepaalde houderijen bij Onze Minister;
  • e. de registratie van verplaatsing van dieren;
  • f. de aanvang en het einde van de periode waarin dieren op een verzamelcentrum worden gehouden;
  • g. de reiniging en ontsmetting na een verzamelperiode.
Artikel 1.42. Lossen evenhoevigen en pluimvee op plaats van bestemming

Artikel 126 , tweede lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 is van overeenkomstige toepassing op het verplaatsen van evenhoevigen en pluimvee van een inrichting in Nederland naar een andere inrichting in Nederland.

Artikel 1.43. Gegevens vervoer binnen Nederland
1.

In aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 104 van verordening (EU) nr. 2016/429, houdt een vervoerder die hoefdieren of pluimvee telkens uitsluitend binnen Nederland vervoert, over elk vervoermiddel de volgende gegevens bij:

  • a. het kenteken- of registratienummer;
  • b. de data en de tijdstippen waarop de dieren bij de inrichting van oorsprong worden ingeladen;
  • c. de naam, het adres en het unieke registratie- of erkenningsnummer van elke bezochte inrichting;
  • d. de data en tijdstippen waarop de dieren bij de inrichting van bestemming worden uitgeladen;
  • e. de data en plaatsen van de reiniging, ontsmetting en desinfestatie van vervoermiddelen;
  • f. de referentienummers van de documenten die de dieren vergezellen.
2.

Een vervoerder bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, drie jaar.

§ 9. Houden van schapen of geiten

Artikel 1.44. Levenslang fokverbod
1.

Het is verboden schapen of geiten te insemineren of zo te houden dat bevruchting kan plaatsvinden van schapen of geiten die op een inrichting waar een besmetting met Q-koorts is vastgesteld aanwezig zijn geweest tussen het tijdstip waarop die besmetting is vastgesteld en 1 juni 2010.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op vrouwelijke dieren, geboren op of na 1 juli 2009.

Artikel 1.45. Geboorte lammeren
1.

Een houder van schapen of geiten zorgt ervoor dat bezoekers niet met die dieren in contact kunnen komen ten tijde van de geboorte van hun lammeren.

2.

De in het eerste lid bedoelde zorgplicht houdt in ieder geval in dat de houder zorgt dat bezoekers een stal waar lammeren worden geboren niet kunnen betreden.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien het bezoek noodzakelijk is in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf.

Artikel 1.46. Vaccinatie Q-koorts
1.

Een houder van schapen of geiten laat de dieren tegen Q-koorts vaccineren in de volgende gevallen:

  • a. de houder houdt meer dan 50 schapen of geiten op een inrichting ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk of voor de opfok ten behoeve van die productie;
  • b. de houder houdt schapen of geiten op een inrichting die is opengesteld voor het publiek met het oogmerk om direct contact tussen bezoekers en dieren te faciliteren;
  • c. de dieren worden vervoerd naar een inrichting als bedoeld in onderdeel a of b;
  • d. de dieren worden vervoerd naar een tentoonstelling, keuring of ander evenement.
2.

De houder, bedoeld in het eerste lid, laat de dieren vaccineren ten minste drie weken en ten hoogste twaalf maanden voorafgaand aan:

  • a. de openstelling voor het publiek van de inrichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
  • b. het dekken door, onderscheidenlijk gedekt of geïnsemineerd worden van de dieren, indien de dieren worden gehouden op een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b;
  • c. het vervoer van de dieren naar een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b; of
  • d. het vervoer van de dieren naar een tentoonstelling, keuring of ander evenement.
3.

De houder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, laat de dieren opnieuw vaccineren binnen twaalf maanden na de vaccinatie, bedoeld in het tweede lid, en vervolgens elke twaalf maanden.

4.

Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op schapen of geiten die:

  • a. in hun eerste levensjaar worden geslacht en die geen dieren dekken, onderscheidenlijk gedekt of geïnsemineerd worden; of
  • b. jonger zijn dan drie maanden.
Artikel 1.47. Administratie Q-koortsvaccinatie
1.

Een houder meldt Onze Minister binnen een week na elke vaccinatie tegen Q-koorts op welke datum een schaap of geit is gevaccineerd.

2.

De houder administreert:

  • a. de hoeveelheid gebruikt vaccin;
  • b. het aantal gevaccineerde dieren;
  • c. de vaccinatiedatum;
3.

De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden voorzien van een handtekening van de houder en de dierenarts die de vaccinatie heeft uitgevoerd.

4.

De houder doet de melding, bedoeld in het eerste lid, via een door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.

5.

De houder bewaart de gegevens, bedoeld in het tweede lid, twee jaar.

§ 10. Registratie en erkenning van inrichtingen

Artikel 1.48. Termijn wijziging gegevens

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de termijn waarbinnen de gegevens, bedoeld in de artikelen 84, tweede lid, 87, tweede lid, 90, tweede lid, 96, tweede lid, 172, tweede lid, of 180, tweede lid, verordening (EU) nr. 2016/429, worden verstrekt.

§ 11. Identificatie en registratie van dieren

Artikel 1.49. Meststoffenwet en Wet milieubeheer

De paragraaf en de daarop berustende bepalingen berusten mede op de artikelen 34 en 37 van de Meststoffenwet, artikel 12.29, aanhef en onder e en f, van de Wet milieubeheer en artikel 13 van de Landbouwwet.

§ 11.1. Algemeen

Artikel 1.50. Identificatie- en registratiesysteem

De verantwoordelijkheid voor het identificatie- en registratiesysteem, bedoeld in artikel 108, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, berust bij Onze Minister.

Artikel 1.51. Aanvullende gegevens identificatie- en registratiesysteem

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de gegevens die een exploitant ten behoeve van het identificatie- en registratiesysteem, bedoeld in artikel 108 verordening (EU) nr. 2016/429, aan Onze Minister verstrekt, in aanvulling op de artikelen 112 tot en met 115 van verordening (EU) nr. 2016/429, met betrekking tot:

  • a. de door hem gehouden dieren;
  • b. de termijn waarbinnen en de voorwaarden waaronder de gegevens aan Onze Minister worden verstrekt;
  • c. het middel waarmee de gegevens worden verstrekt.
Artikel 1.52. Gegevens identificatie- en registratiesysteem pluimvee
1.

Het identificatie- en registratiesysteem, bedoeld in artikel 108, verordening (EU) nr. 2016/429, bevat gegevens in verband met gehouden kippen, kalkoenen, parelhoenders en eenden.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de gegevens die een exploitant die verantwoordelijk is voor de in het eerste lid bedoelde dieren aan Onze Minister verstrekt met betrekking tot:

  • a. de verplaatsing van door hem gehouden dieren als bedoeld in het eerste lid;
  • b. de inrichting waarin de dieren, bedoeld in het eerste lid, worden gehouden;
  • c. de termijn waarbinnen en de voorwaarden waaronder de gegevens aan Onze Minister worden verstrekt;
  • d. het middel waarmee de gegevens worden verstrekt.
Artikel 1.53. Herstel en intrekking melding

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het herstel of de intrekking van een kennisgeving, bedoeld in de artikelen 1.51 en 1.52, en de voorwaarden waaronder een kennisgeving kan worden hersteld, ingetrokken of alsnog kan worden gedaan.

Artikel 1.54. Bedrijfsadministratie

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over gegevens die een exploitant bijhoudt, in aanvulling op artikel 102 en de op artikel 106 van verordening (EU) nr. 2016/429 gebaseerde gedelegeerde verordening met betrekking tot:

  • a. de door hem gehouden dieren;
  • b. de op de inrichting aanwezige identificatiemiddelen;
  • c. de termijn waarbinnen de exploitant de gegevens bijhoudt;
  • d. de termijn waarbinnen de exploitant de gegevens bewaart;
  • e. de wijze waarop de gegevens worden bijgehouden.
Artikel 1.55. Identificatie- en verplaatsingsdocument

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de identificatiedocumenten, verplaatsingsdocumenten en andere documenten, bedoeld in artikel 110, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, en de op de artikelen 118, eerste lid, onder b, onder ii, tweede lid, onder b, c en d, en 119 van verordening (EU) nr. 2016/429 gebaseerde uitvoerings- of gedelegeerde verordening met betrekking tot:

  • a. de aanvraag en afgifte van een identificatiedocument, een duplicaat of een vervangend identificatiedocument;
  • b. de instantie die identificatiedocumenten voor paardachtigen uitgeeft;
  • c. de termijn waarbinnen aanvraag van een identificatiedocument wordt ingediend;
  • d. de geldigheid van een identificatie- of verplaatsingsdocument.

§ 11.2. Identificatiemiddelen

Artikel 1.56. Goedkeuring identificatiemiddel
1.

Een aanvraag voor een goedkeuring van een identificatiemiddel voor runderen, schapen, geiten, varkens, paardachtigen, kameelachtigen of hertachtigen wordt gedaan met een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.

2.

Het model van het identificatiemiddel waarvoor goedkeuring wordt gevraagd, vergezelt de aanvraag.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen voor de daarin te onderscheiden diersoorten of diercategorieën regels worden gesteld over de gegevens die bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt.

4.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de gevallen waarin een aanvraag als bedoeld in het eerste lid door Onze Minister wordt goedgekeurd of waarin een goedkeuring wordt ingetrokken.

Artikel 1.57. Verstrekking identificatiemiddel
1.

Onze Minister of de leverancier van een goedgekeurd identificatiemiddel verstrekt een identificatiemiddel uitsluitend aan een exploitant die daartoe een bestelling heeft gedaan.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:

  • a. het middel waarmee een bestelling kan worden geplaatst bij Onze Minister;
  • b. de door de leverancier bij te houden administratie over bestelde en geleverde identificatiemiddelen;
  • c. de door de leverancier aan te leveren informatie aan Onze Minister;
  • d. degene aan wie een leverancier identificatiemiddelen verstrekt;
  • e. de identificatiemiddelen die de leverancier verstrekt.
Artikel 1.58. Gebruik identificatiemiddel

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:

  • a. het aanbrengen en het gebruik van een identificatiemiddel;
  • b. de verwijdering, wijziging of vervanging van een identificatiemiddel;
  • c. de vernietiging van een elektronisch identificatiemiddel;
  • d. de termijn waarbinnen en de voorwaarden waaronder een identificatiemiddel wordt aangebracht.

§ 12. Handel

Artikel 1.59. Buiten Nederland brengen van dieren
1.

Ingeval artikel 243, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 van toepassing is en de regelgeving of de bevoegde autoriteit van het derde land waarvoor dieren zijn bestemd, vereist dat de dieren voldoen aan door het derde land gestelde vereisten, wordt een officieel certificaat afgegeven door Onze Minister, waaruit blijkt dat aan deze eisen is voldaan.

2.

Ingeval de regelgeving of de bevoegde autoriteit van een derde land, bedoeld in het eerste lid, een bepaalde gezondheidsstatus vereist van dieren, maar geen eisen stelt aan de laboratoria waarin en de wijze waarop laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses worden uitgevoerd, vinden deze plaats in een daartoe door Onze Minister erkend laboratorium.

3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid ingeval er voor het onderzoek met betrekking tot een bepaalde gezondheidsstatus geen laboratorium is erkend.

Artikel 1.60. Binnen Nederland brengen van dieren

Ingeval artikel 234, derde lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 van toepassing is, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over het binnen Nederland brengen van dieren met betrekking tot:

  • a. de gezondheidsstatus van dieren;
  • b. de begeleidende documenten die dieren vergezellen.

§ 13. Sera en entstoffen

Artikel 1.61. Toepassen sera en entstoffen
1.

Het is verboden om een levende entstof toe te passen bij dieren tegen bij ministeriële regeling aangewezen ziekten.

2.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op het toepassen van een bij ministeriële regeling aangewezen levende entstof tegen een in die regeling aangewezen dierziekte.

3.

Het is verboden om een niet-levende entstof of serum tegen bij ministeriële regeling aangewezen ziekten toe te passen bij dieren.

4.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen het verbod, bedoeld in het derde lid, niet van toepassing is.

Hoofdstuk 2. Houden van dieren voor landbouwdoeleinden

§ 1. Algemeen

§ 13. Sera en entstoffen

§ 2. Algemene huisvestings- en verzorgingsnormen

§ 3a. Reinigen en ontsmetten

Artikel 2.10a. Reinigings- en ontsmettingsplaats houder evenhoevigen
1.

Een houder van tien of meer evenhoevigen beschikt over een reinigings- en ontsmettingsplaats op de inrichting waar die evenhoevigen worden gehouden.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien:

  • a. op die inrichting geen evenhoevigen worden aangevoerd; of
  • b. de inrichting is een weide, perceel of een andere plaats zonder opstal, waar geen voorzieningen aanwezig zijn of redelijkerwijs kunnen worden aangelegd.
3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de aanwezige voorzieningen op een reinigings- en ontsmettingsplaats.

Artikel 2.10b. Medewerking houder bij reiniging en ontsmetting

Een houder als bedoeld in artikel 2.10a verleent na aanvoer van evenhoevigen medewerking aan de reiniging en ontsmetting van het vervoermiddel waarmee die dieren zijn vervoerd.

Artikel 2.10c. Erkenning reinigings- en ontsmettingsplaats
1.

Onze Minister erkent een reinigings- en ontsmettingsplaats, indien:

  • a. die plaats zodanig is ingericht dat deze geschikt is om vervoermiddelen voor evenhoevigen, pluimvee, broedeieren of laadkisten voor deze dieren of broedeieren deugdelijk en efficiënt te reinigen en ontsmetten, ongeacht het type vervoermiddel en onder alle klimatologische omstandigheden;
  • b. de exploitant de wijze van exploitatie en van reiniging en ontsmetting heeft vastgelegd in een protocol, waarin is vermeld of de plaats geschikt is voor de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen als bedoeld in onderdeel a en waarin wordt gewaarborgd dat elk van die vervoermiddelen deugdelijk en efficiënt gereinigd en ontsmet wordt en op zodanige wijze dat de bioveiligheid niet in gevaar komt.
2.

Onze Minister houdt een register bij van erkende reinigings- en ontsmettingsplaatsen.

Artikel 2.10d. Reiniging en ontsmetting op erkende plaats
1.

Een exploitant van een op grond van artikel 2.10c erkende reinigings- en ontsmettingsplaats, een slachthuis, een broederij of een verzamelcentrum zorgt ervoor dat:

  • b. de exploitant of een vertegenwoordiger van die exploitant aanwezig is bij elke reiniging- en ontsmetting.
2.

De exploitant, bedoeld in het eerste lid, registreert per vervoermiddel onmiddellijk:

  • a. datum en tijdstip waarop reiniging en ontsmetting heeft plaatsgevonden;
  • b. het kenteken van het vervoermiddel, of, indien een kenteken ontbreekt, naam, adres en woonplaats van de vervoerder.
3.

De exploitant, bedoeld in het eerste lid, geeft desgevraagd een bewijs van reiniging en ontsmetting af dat is voorzien van de gegevens van:

  • a. respectievelijk de reinigings- en ontsmettingsplaats, het slachthuis of het verzamelcentrum;
  • b. de datum van reiniging en ontsmetting; en
  • c. zijn handtekening.
4.

De exploitant, bedoeld in het eerste lid, bewaart de gegevens, bedoeld in het tweede lid, drie jaar.

Artikel 2.10e. Schorsen en intrekken erkenning
1.

Indien een reinigings- en ontsmettingsplaats niet langer voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikel 2.10c of 2.10d, kan Onze Minister de erkenning schorsen of intrekken.

2.

Onze Minister kan een schorsing beëindigen, als de exploitant heeft aangetoond aan de in het eerste lid bedoelde eisen te voldoen.

Artikel 2.10f. Vervoermiddelen afkomstig uit het buitenland

Vervallen

§ 4. Houden van varkens voor productie

§ 4.1. Begripsbepalingen

§ 4.2. Welzijnsvoorschriften

§ 4.3. Gezondheidsvoorschriften

§ 4.3.1. Vervoer van en naar inrichtingen met varkens

Artikel 2.27a. Begripsbepalingen

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2.27b. Registratie inrichtingen met varkens
1.

Onze Minister registreert op aanvraag een inrichting waar varkens worden gehouden en waar slechts één varkenshouder actief is als:

  • a. A-bedrijf, indien op de inrichting vrouwelijke varkens worden gehouden voor het produceren van biggen en wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels;
  • b. B-bedrijf, indien op de inrichting vrouwelijke varkens worden gehouden voor het produceren van biggen;
  • c. C-bedrijf, indien op de inrichting gespeende varkens of gebruiksvarkens worden opgefokt tot beer of gelt en wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels;
  • d. E-bedrijf, indien op de inrichting gespeende varkens worden opgefokt tot gebruiksvarkens, slechts gespeende varkens worden aangevoerd die uitsluitend afkomstig zijn van hetzelfde A-bedrijf en wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels;
  • e. F-bedrijf, indien op de inrichting gespeende varkens worden opgefokt tot gebruiksvarkens en slechts gespeende varkens worden aangevoerd die uitsluitend afkomstig zijn van hetzelfde B-bedrijf;
  • f. RE-bedrijf, indien op de inrichting op elk moment ten hoogste vier of minder varkens en hun eventuele biggen worden gehouden.
2.

Onze Minister registreert een inrichting waar varkens worden gehouden en waar slechts één varkenshouder actief is als D-bedrijf, indien ten aanzien van die inrichting niet is voldaan aan de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f.

3.

De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, c en d, kunnen betrekking hebben op:

  • a. de ruimte en het terrein waar dieren worden gehouden;
  • b. de aanwezige voorzieningen;
  • c. de te verrichten onderzoeken bij dieren naar de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten of zoönosen en de informatie die daarover aan Onze Minister wordt verstrekt.
4.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid te voegen informatie.

Artikel 2.27c. Uitzonderingen registratieplicht

Artikel 2.27b is niet van toepassing op:

  • a. een onderzoeksinstituut;
  • b. een slachthuis;
  • c. een spermawininrichting;
  • d. een verzamelcentrum in Nederland.
Artikel 2.27d. Cluster C-bedrijven
1.

Ten hoogste drie houders van varkens die zijn geregistreerd als C-bedrijf kunnen zich bij Onze Minister registreren als cluster, indien dat cluster:

  • a. varkens afneemt van telkens hetzelfde A-bedrijf of E-bedrijf, en
  • b. varkens afvoert naar ten hoogste 30 B-bedrijven of D-bedrijven per twaalf maanden.
2.

Bij de registratie melden de houders via een door Onze Minister beschikbaar gesteld middel:

  • a. naam en adresgegevens van de betreffende houders;
  • b. de verdeling van het aantal afleveradressen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3.

De samenstelling van een cluster en de verdeling van het aantal afleveradressen kunnen éénmaal per twaalf maanden worden gewijzigd via een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel 2.27e. Cluster F-bedrijven
1.

Twee houders van varkens die zijn geregistreerd als F-bedrijf kunnen zich bij Onze Minister registreren als cluster, indien dat cluster:

  • a. varkens afneemt van uitsluitend een en hetzelfde B-bedrijf, en
  • b. varkens afvoert naar uitsluitend het B-bedrijf, bedoeld in onderdeel a, of naar ten hoogste:
  • 1°. zes D-bedrijven per periode van zes weken, en
  • 2°. twaalf D-bedrijven per periode van zestien weken.
2.

Bij de registratie melden de houders via een door Onze Minister beschikbaar gesteld middel de naam en adresgegevens van de betreffende houders.

3.

De samenstelling van een cluster kan éénmaal per twaalf maanden worden gewijzigd via een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel 2.27f. Schorsen of intrekken registratie

Onze Minister kan een registratie als bedoeld in artikel 2.27b, eerste lid, schorsen of intrekken, indien de houder:

  • a. niet langer voldoet aan de registratievoorwaarden; of
Artikel 2.27g. Vervoer van en naar geregistreerde inrichtingen
1.

Varkens worden slechts vervoerd vanaf of naar een inrichting die is geregistreerd op grond van artikel 2.27b, indien dat vervoer is toegestaan op grond van de artikelen 2.27h tot en met 2.27n.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing, indien een houder varkens:

  • a. afvoert naar een slachthuis, al dan niet via een verzamelcentrum;
  • b. afvoert naar een spermawininrichting;
  • c. afvoert naar een onderzoeksinstituut;
  • d. afvoert naar een RE-bedrijf;
  • e. aanvoert van of afvoert naar een inrichting in het buitenland, al dan niet via een verzamelcentrum.
Artikel 2.27h. Vervoer A-bedrijven
1.

Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een A-bedrijf, indien:

  • a. het aanvoer betreft van:
  • 1°. gelten of zeugen respectievelijk beren die afkomstig zijn van telkens hetzelfde A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of spermawininrichting; of
  • 2°. gespeende varkens vanaf een E-bedrijf en die varkens oorspronkelijk van dat A-bedrijf afkomstig waren;
  • b. die varkens na aanvoer worden gehouden in een stal, afgescheiden van de overige stallen, totdat onderzoek van bloedmonsters is uitgevoerd waaruit blijkt dat in die monsters geen antilichamen zijn aangetroffen tegen klassieke varkenspest en geen gB-antilichamen tegen de ziekte van Aujeszky; of
  • c. vanaf dat bedrijf in de zes weken na de dag waarop die varkens zijn aangevoerd slechts varkens worden afgevoerd naar een slachthuis, al dan niet via een verzamelcentrum.
2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de stal waarin varkens worden gehouden en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

3.

Het is toegestaan om varkens af te voeren van een A-bedrijf, indien die afvoer plaatsvindt naar:

  • a. een A-bedrijf, B-bedrijf of D-bedrijf;
  • b. telkens hetzelfde C-bedrijf of cluster van C-bedrijven als bedoeld in artikel 2.27d; of
  • c. telkens hetzelfde E-bedrijf.
Artikel 2.27i. Vervoer B-bedrijven
1.

Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een B-bedrijf, indien het aanvoer betreft van:

  • a. gelten of zeugen respectievelijk beren die afkomstig zijn van telkens hetzelfde A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of spermawininrichting, of
  • b. gespeende varkens of gelten vanaf een F-bedrijf en die varkens oorspronkelijk van dat B-bedrijf afkomstig waren.
2.

Het is toegestaan om varkens af te voeren van een B-bedrijf, indien afvoer plaatsvindt naar:

  • a. een D-bedrijf al dan niet via hetzelfde F-bedrijf, waarbij per periode van:
  • 1°. zes weken afvoer is toegestaan naar ten hoogste zes D-bedrijven, en
  • 2°. zestien weken afvoer is toegestaan naar ten hoogste twaalf D-bedrijven;
  • b. uitsluitend hetzelfde cluster van F-bedrijven.
Artikel 2.27j. Vervoer C-bedrijven
1.

Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een C-bedrijf, indien aanvoer plaatsvindt vanaf telkens hetzelfde A-bedrijf of E-bedrijf.

2.

Het is toegestaan om varkens af te voeren van een C-bedrijf, indien die afvoer plaatsvindt naar:

  • a. een A-bedrijf;
  • b. een B-bedrijf of D-bedrijf, waarbij:
  • 1°. per twaalf maanden naar ten hoogste 40 bedrijven wordt afgevoerd; of
  • 2°. voor zover het C-bedrijf onderdeel is van een cluster van C-bedrijven als bedoeld in artikel 2.27d, per twaalf maanden door de bedrijven in dat cluster gezamenlijk naar ten hoogste 30 bedrijven wordt afgevoerd.
Artikel 2.27k. Vervoer D-bedrijven

Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een D-bedrijf, indien die dieren afkomstig zijn van een A-bedrijf, B-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of F-bedrijf, waarbij per periode van zestien weken aanvoer plaatsvindt van ten hoogste zes bedrijven.

Artikel 2.27l. Vervoer E-bedrijven
1.

Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een E-bedrijf, indien aanvoer plaatsvindt vanaf uitsluitend een en hetzelfde A-bedrijf.

2.

Het is toegestaan om varkens af te voeren van een E-bedrijf, indien afvoer plaatsvindt naar:

  • a. een A-bedrijf, B-bedrijf of D-bedrijf; of
  • b. uitsluitend hetzelfde C-bedrijf of cluster van C-bedrijven als bedoeld in artikel 2.27d.
Artikel 2.27m. Vervoer F-bedrijven

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)