Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 25 juni 2014, houdende uitvoering van de Algemene Kinderbijslagwet (Besluit uitvoering kinderbijslag)

21 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 22, 15
2025-03-29
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 22, 15
2025-01-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 8, 22 y 3 más
2024-07-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 22, 15
2024-01-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 22, 15
2023-01-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 22, 15
2022-02-12
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 22, 15

Wijzigingen op 2022-02-12

@@ -58,13 +58,13 @@
##### Artikel 7. Forfaitaire onderhoudsbijdrage
1. In het bedrag van de door de verzekerde minimaal aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage om voor kinderbijslag in aanmerking te komen, bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdeel b, en het zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368&artikel=7) wordt in ieder geval geacht te zijn begrepen een bedrag van € 10 per dag dat het kind bij de verzekerde verblijft of de verzekerde bij het kind verblijft.
1. In het bedrag van de door de verzekerde minimaal aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage om voor kinderbijslag in aanmerking te komen, bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdeel b, en het zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368&artikel=7) wordt in ieder geval geacht te zijn begrepen een bedrag van € 11 per dag dat het kind bij de verzekerde verblijft of de verzekerde bij het kind verblijft.
2. Indien het bedrag, genoemd in [artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012031&artikel=40) wordt gewijzigd, wordt het bedrag genoemd in het eerste lid, overeenkomstig en met ingang van hetzelfde tijdstip gewijzigd. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.
##### Artikel 8. Optellen bijdragen onderhoud van het kind
Voor het vaststellen van de hoogte van de bijdrage die de verzekerde per kalenderkwartaal levert aan het onderhoud van het kind, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2022-02-09&g=2022-02-09) en [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=3&artikel=6&z=2022-02-09&g=2022-02-09), mogen de bijdragen aan het onderhoud van dat kind van personen die rechthebbenden zijn op grond van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368) bij elkaar worden opgeteld, en mogen tevens als die personen geen gezamenlijk huishouden vormen, de bijdragen aan het onderhoud van dat kind van degene met wie zij een gezamenlijk huishouden vormen, daarbij worden opgeteld.
Voor het vaststellen van de hoogte van de bijdrage die de verzekerde per kalenderkwartaal levert aan het onderhoud van het kind, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2022-02-12&g=2022-02-12) en [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=3&artikel=6&z=2022-02-12&g=2022-02-12), mogen de bijdragen aan het onderhoud van dat kind van personen die rechthebbenden zijn op grond van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368) bij elkaar worden opgeteld, en mogen tevens als die personen geen gezamenlijk huishouden vormen, de bijdragen aan het onderhoud van dat kind van degene met wie zij een gezamenlijk huishouden vormen, daarbij worden opgeteld.
### Hoofdstuk 4. Samenloop
@@ -128,13 +128,13 @@
1. Indien het bij koninklijke boodschap van 2 september 2013 ingediende [voorstel van wet tot wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet op het kindgebonden budget, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet studiefinanciering 2000 en enige andere wetten in verband met hervorming en versobering van de kindregelingen (Wet hervorming kindregelingen)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035259)(33 716) tot wet is verheven en in werking treedt, treden de artikelen van dit besluit in werking op het tijdstip waarop [artikel I, onderdeel A, voor wat betreft artikel 7, eerste tot en met vijfde, achtste en negende lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035259&artikel=I) in werking treedt.
2. In afwijking van het eerste lid treedt [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=5&z=2022-02-09&g=2022-02-09) en [artikel 21, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=8&artikel=21&z=2022-02-09&g=2022-02-09), in werking op het tijdstip waarop [artikel I, onderdeel B, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035259&artikel=I) tot wet is verheven en in werking treedt.
2. In afwijking van het eerste lid treedt [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=5&z=2022-02-12&g=2022-02-12) en [artikel 21, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=8&artikel=21&z=2022-02-12&g=2022-02-12), in werking op het tijdstip waarop [artikel I, onderdeel B, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035259&artikel=I) tot wet is verheven en in werking treedt.
3. In afwijking van het eerste lid treedt [hoofdstuk 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=6&z=2022-02-09&g=2022-02-09) in werking op het tijdstip waarop [artikel I, onderdeel A, voor wat betreft artikel 7, zesde lid van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035259&artikel=I) tot wet is verheven en in werking treedt.
3. In afwijking van het eerste lid treedt [hoofdstuk 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=6&z=2022-02-12&g=2022-02-12) in werking op het tijdstip waarop [artikel I, onderdeel A, voor wat betreft artikel 7, zesde lid van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035259&artikel=I) tot wet is verheven en in werking treedt.
4. In afwijking van het eerste lid treedt [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=7&artikel=16&z=2022-02-09&g=2022-02-09) in werking op het tijdstip waarop [artikel III, onderdeel A, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035259&artikel=III) tot wet is verheven en in werking treedt.
4. In afwijking van het eerste lid treedt [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=7&artikel=16&z=2022-02-12&g=2022-02-12) in werking op het tijdstip waarop [artikel III, onderdeel A, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035259&artikel=III) tot wet is verheven en in werking treedt.
5. In afwijking van het eerste lid treedt [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=7&artikel=17&z=2022-02-09&g=2022-02-09) in werking op het tijdstip waarop [artikel VIII, onderdeel B, tweede subonderdeel, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035259&artikel=VIII) tot wet is verheven en in werking treedt.
5. In afwijking van het eerste lid treedt [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=7&artikel=17&z=2022-02-12&g=2022-02-12) in werking op het tijdstip waarop [artikel VIII, onderdeel B, tweede subonderdeel, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035259&artikel=VIII) tot wet is verheven en in werking treedt.
##### Artikel 23. Citeertitel
@@ -158,7 +158,7 @@
##### Artikel 15. Aanwijzing beroep en woonplaats verzekerde
1. Onder beroep als bedoeld in [artikel 7, zesde lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368&artikel=7) wordt verstaan: het beroep dat wordt uitgeoefend door de personen, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdelen b, c en d, van de Subsidieregeling opvang kinderen van ouders met trekkend/varend bestaan](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026965&artikel=1), alsmede het beroep dat wordt uitgeoefend door een persoon die op grond van artikel 1, tweede lid, van genoemde subsidieregeling is gelijkgesteld met een in [artikel 1, eerste lid, onderdelen b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2022-02-09&g=2022-02-09), van de genoemde subsidieregeling genoemde persoon.
1. Onder beroep als bedoeld in [artikel 7, zesde lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368&artikel=7) wordt verstaan: het beroep dat wordt uitgeoefend door de personen, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdelen b, c en d, van de Subsidieregeling opvang kinderen van ouders met trekkend/varend bestaan](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026965&artikel=1), alsmede het beroep dat wordt uitgeoefend door een persoon die op grond van artikel 1, tweede lid, van genoemde subsidieregeling is gelijkgesteld met een in [artikel 1, eerste lid, onderdelen b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2022-02-12&g=2022-02-12), van de genoemde subsidieregeling genoemde persoon.
2. Onder deel van Nederland als bedoeld in [artikel 7, zesde lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368&artikel=7) wordt verstaan: Ameland, Vlieland, Terschelling of Schiermonnikoog.
@@ -166,7 +166,7 @@
##### Artikel 20a. Geldigheid oude indicatiebesluiten
1. De artikelen van [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=5&z=2022-02-09&g=2022-02-09) zoals die luidden voor de datum van inwerkingtreding van het besluit van 11 december 2014, Stb. 556 tot wijziging van het Besluit uitvoering kinderbijslag in verband met de aanpassing aanwijzing intensieve zorg blijven van toepassing voor een indicatiebesluit dat is afgegeven voor 1 januari 2015.
1. De artikelen van [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035261&hoofdstuk=5&z=2022-02-12&g=2022-02-12) zoals die luidden voor de datum van inwerkingtreding van het besluit van 11 december 2014, Stb. 556 tot wijziging van het Besluit uitvoering kinderbijslag in verband met de aanpassing aanwijzing intensieve zorg blijven van toepassing voor een indicatiebesluit dat is afgegeven voor 1 januari 2015.
2. In geval van toepassing van het eerste lid blijven indicatiebesluiten waarvan de geldigheidsduur eindigt in 2015 gedurende zes maanden na de datum van het einde van de geldigheidsduur van het indicatiebesluit van kracht.
2022-02-09
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 8, 22 y 3 más
2022-01-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 8, 8 y 6 más
2021-01-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 8, 22 y 3 más
2020-01-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 8, 22 y 3 más
2019-01-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 22, 15
2018-11-14
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 22, 15
2018-01-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 22, 15
2017-01-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 22, 15
2016-07-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 18, 19 y 2 más
2016-01-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 20, 22, 15
2015-03-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 8, 22, 15
2015-01-01
Besluit uitvoering kinderbijslag
2014-07-01
Besluit uitvoering kinderbijslag — arts. 18, 1, 1 y 27 más
2014-07-01
Besluit uitvoering kinderbijslag
original version Tekst op deze datum