Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 juli 2014, kenmerk 641412-123384 PG, houdende regels voor de subsidiëring van abortusklinieken (Subsidieregeling abortusklinieken)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-12-31
State In force
Source BWB
artikelen 33
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van deze regeling wordt onder zwangerschapsafbreking tevens verstaan overtijdbehandeling.

Artikel 2

1.

De minister kan op aanvraag aan een abortuskliniek als bedoeld in artikel 1 van de Wet afbreking zwangerschap subsidie verlenen voor het verrichten van de in artikel 4 genoemde activiteiten.

2.

De subsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van een abortuskliniek met een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet afbreking zwangerschap.

3.

Zwangerschapsafbrekingen komen slechts voor subsidie in aanmerking indien deze worden verleend aan personen die overeenkomstig de Wet langdurige zorg zijn verzekerd.

4.

Zwangerschapsafbrekingen komen voorts slechts voor subsidie in aanmerking indien deze worden verricht:

Artikel 3

1.

Subsidie wordt slechts verleend indien:

2.

Het eerste lid, onderdelen b en c, zijn niet van toepassing op rechtspersonen krachtens publiekrecht ingesteld.

Artikel 4

1.

De subsidie voor een activiteit als hieronder vermeld, bedraagt maximaal:

2.

De in het eerste lid, onder b tot en met j, vermelde bedragen omvatten mede de kosten van gesprekken, nazorg en nacontrole.

Artikel 5

1.

De subsidie wordt voor de periode van een boekjaar verleend.

2.

De subsidieontvanger stelt het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar, tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald.

Paragraaf 2. Aanvraag tot verlening

Artikel 6

1.

De aanvraag tot verlening van de subsidie wordt ingediend uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

2.

De minister kan vrijstelling en ontheffing verlenen van het eerste lid.

3.

Voor een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

4.

Het aanvraagformulier wordt ondertekend door de aanvrager of door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

5.

De aanvraag tot verlening van de subsidie gaat vergezeld van:

Artikel 7

1.

Indien de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt ingediend door een privaatrechtelijke rechtspersoon waaraan de minister geen subsidie heeft verstrekt ten behoeve van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, gaat de aanvraag voorts vergezeld van:

2.

De minister kan vrijstelling en ontheffing verlenen van het eerste lid.

Paragraaf 3. Verlening en bevoorschotting

Artikel 8

De minister besluit binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag over de verlening van de subsidie.

Artikel 9

De minister bepaalt bij het besluit tot verlening van de subsidie:

Artikel 10

1.

De minister verleent bij het besluit tot verlening van een subsidie ambtshalve tevens de volgende voorschotten: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het bedrag van de verleende subsidie.

2.

Op verzoek van de subsidieontvanger of indien een aanvraag van een subsidie later is ingediend dan in artikel 6 is bepaald, kan de minister van het eerste lid afwijken.

Artikel 11

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Paragraaf 4. Verplichtingen

Artikel 12

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat geen betalingen van verzekerden als bedoeld in artikel 2, derde lid, worden gevraagd voor de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 13

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

Artikel 14

1.

De subsidieontvanger neemt het volgende op in zijn administratie:

2.

De administratie wordt op overzichtelijke, controleerbare en doelmatige wijze ingericht.

3.

De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaren bewaard.

Artikel 15

1.

De subsidieontvanger meldt meteen aan de minister als:

2.

De melding wordt schriftelijk gedaan. De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 16

De subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.

Artikel 17

De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen:

Artikel 18

1.

De subsidieontvanger verzekert haar roerende en onroerende zaken op afdoende wijze tegen het risico van diefstal en brand alsmede tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden.

2.

De subsidieontvanger verzekert de wettelijke aansprakelijkheid van vrijwilligers die werkzaamheden verrichten in het kader van de gesubsidieerde activiteiten.

3.

Op verzoek van de subsidieontvanger kan de minister ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid.

Artikel 19

Artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b, c, d, e, g, h, i en j.

Artikel 20

Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt geheel of gedeeltelijk worden beëindigd of indien de subsidie wordt beëindigd, verstrekt de subsidieontvanger aan de minister op diens verzoek alle gegevens, bescheiden, informatie, medewerking en gebruiksrechten op auteursrechten die redelijkerwijs verlangd kan worden of kunnen worden voor de continuïteit van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt.

Artikel 21

1.

In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is de subsidieontvanger aan de minister een door de minister te bepalen vergoeding verschuldigd.

2.

De subsidieontvanger meldt meteen aan de minister als zich een geval, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, onder a, b, c en e, van de Algemene wet bestuursrecht, voordoet.

3.

Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de zaken en andere vermogensbestanddelen, waaronder de egalisatiereserve, op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat:

4.

De vergoeding aan de minister voor goederen en andere vermogensbestanddelen, waaronder de egalisatiereserve, die geheel zijn gevormd met de subsidie, is gelijk aan hun waarde. De vergoeding aan de minister voor goederen en andere vermogensbestanddelen, die gedeeltelijk zijn gevormd met de subsidie, is gelijk aan de waarde waarmee de subsidiëring door de minister in verhouding tot andere middelen aan de vorming van dat vermogen heeft bijgedragen.

5.

De minister kan de vergoeding in afwijking van het vierde lid op een lager bedrag bepalen.

Artikel 22

De minister kan bij de verlening van de subsidie verplichtingen opleggen als bedoeld in de artikelen 4:38 en 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht.

Paragraaf 5. Aanvraag tot vaststelling

Artikel 23

1.

De subsidieontvanger dient binnen tweeëntwintig weken na afloop van het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

2.

De minister kan vrijstelling en ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 24

1.

Voor een aanvraag van de vaststelling van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

2.

Het aanvraagformulier wordt ondertekend door de aanvrager of door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

3.

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een jaarverantwoording van de subsidieontvanger, bestaande uit:

4.

Op de jaarverantwoording van de subsidieontvanger isTitel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de afdelingen 1, 10, 11, 12, 14, 15 en 16, een en ander voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

Paragraaf 6. Vaststelling

Artikel 25

1.

Binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie neemt de minister een besluit op de aanvraag.

2.

De subsidie wordt vastgesteld op de bedragen per activiteit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor het aantal activiteiten dat is verricht in het jaar waarvoor de subsidie is verleend, verminderd met de eventuele overschrijding van de maximaal toegestane toevoeging aan de egalisatiereserve als bedoeld in artikel 28, tweede lid.

Paragraaf 6. Vaststelling

Artikel 26

1.

De subsidieontvanger vormt in de jaarrekening als onderdeel van het eigen vermogen een egalisatiereserve.

2.

De egalisatiereserve bedraagt ten minste € 0 en ten hoogste 10% van het bij het besluit tot vaststelling bepaalde bedrag van de subsidie.

3.

Voor een periode van drie jaar na aanvang van het boekjaar waarvoor de subsidie voor het eerst is verstrekt bedraagt de egalisatiereserve ten hoogste 20% van het bij het besluit tot vaststelling bepaalde bedrag van de subsidie.

Artikel 27

1.

De egalisatiereserve wordt in een boekjaar uitsluitend besteed aan activiteiten waarvoor de subsidie in dat boekjaar is verleend.

2.

De besteding van de egalisatiereserve wordt verantwoord in de jaarrekening.

Artikel 28

1.

De maximale toevoeging aan de egalisatiereserve is het bedrag dat aan de egalisatiereserve kan worden toegevoegd zonder de maximale omvang daarvan te overschrijden. De maximale onttrekking aan de egalisatiereserve is het bedrag van de egalisatiereserve.

2.

Voor zover het voor de toevoeging beschikbare bedrag hoger is dan de maximale toevoeging, wordt dat bedrag bij de vaststelling in mindering gebracht op de subsidie.

3.

Voor de toepassing van de vorige leden worden uitsluitend in aanmerking genomen de kosten en opbrengsten uit gesubsidieerde abortushulpverlening.

4.

Kosten die worden veroorzaakt door toevoegingen aan voorzieningen zijn geen onderdeel van het resultaat uit gesubsidieerde abortushulpverlening, tenzij de minister met deze toevoegingen schriftelijk heeft ingestemd.

Artikel 29

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Paragraaf 2. Aanvraag tot verlening

Paragraaf 3. Verlening en bevoorschotting

Paragraaf 4. Verplichtingen

Paragraaf 5. Aanvraag tot vaststelling

Paragraaf 6. Vaststelling

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1b

1.

Het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, wordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

2.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de aanvrager met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat hem belast met en hij zich verplicht tot het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang, bedoeld in het eerste lid.

Paragraaf 2. Aanvraag tot verlening

Paragraaf 3. Verlening en bevoorschotting

Paragraaf 4. Verplichtingen

Paragraaf 5. Aanvraag tot vaststelling

Paragraaf 7. Egalisatiereserve

Paragraaf 8. Slotbepalingen

Artikel 30

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021 en vervalt met ingang van 1 januari 2031.

Artikel 31

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling abortusklinieken.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)