Model Uitvoeringsverslag en financiële verantwoording 2014
Als een concessiehouder financieel rendement heeft behaald op tijdelijk overtollige voorschotten pgb dient hij het financieel rendement op grond van artikel 1.10.3 van de Regeling subsidies AWBZ als baten in de subsidieverantwoording op te nemen. De concessiehouder vermeldt het bedrag van het in het boekjaar gerealiseerde financieel rendement op tijdelijk overtollige middelen pgb en vermeldt onder welke post hij dit bedrag heeft verantwoord in de exploitatierekening.
De concessiehouder neemt in de bestuurlijke verantwoording de volgende kengetallen op over de uitvoering van het pgb.
Bron: NZa
Bron: NZa
4.6. Het bewaken van de continuïteit van zorgverlening (taak 11)
In dit onderdeel van de bestuurlijke verantwoording gaat de concessiehouder in op de uitvoering van zijn taak om de financiële positie van gecontracteerde zorgaanbieders te volgen, met het doel tijdig actie te ondernemen als de continuïteit van zorgverlening aan cliënten in het geding komt. Deze taak wordt nader ingevuld in artikel 11 van de Regeling controle en administratie AWBZ-verzekeraars.
Het zorgkantoor volgt bij de zorgaanbieders ontwikkelingen op het gebied van zorg- en financiële continuïteit. Ook stelt hij zich op de hoogte van de mate waarin gecontracteerde zorgaanbieders zorg uitbesteden (bijvoorbeeld aan andere zorgaanbieders of zelfstandigen zonder personeel) en mogelijk risicovolle ontwikkelingen (fusies, samenwerking tussen zorgaanbieders en andere constructies). Dit kan ook van belang zijn voor de kwaliteit van zorg en de rechtmatige en doelmatige aanwending van AWBZ-middelen door de zorgaanbieders.
De concessiehouder behandelt in dit deel van de bestuurlijke verantwoording de volgende onderwerpen:
4.7. Het uitvoeren van materiële controles (taak 12)
De concessiehouder beschrijft in dit onderdeel van de bestuurlijke verantwoording hoe hij uitvoering geeft aan de materiële controle op grond van artikel 3 sub d van de Aanwijzing zorgkantoren 2014. Artikel 9 van de Regeling controle en administratie AWBZ-verzekeraars VA/NR-100.048 geeft invulling aan het uitvoeren van de formele en materiële controles.
De concessiehouder moet de materiële controle richten op de vraag of de gedeclareerde zorg daadwerkelijk is geleverd, of aan de geleverde zorg een indicatiebesluit ten grondslag ligt en of de geleverde zorg voor de verzekerde gelet op het indicatiebesluit passend is.
De concessiehouder stelt hiertoe een controleplan op dat onder meer ingaat op de bepaling van het controledoel, de selectiemethodiek van zorgaanbieders die in de materiële controle worden betrokken, de hiertoe gebruikte risicoanalyse en de procedurele waarborgen. Het controleplan wordt opgesteld met inachtneming van de Regeling persoonsgegevens zorgverzekeraars AWBZ (Staatscourant 2011 nr. 10301 d.d. 15 juni 2011) en de Regeling zorgverzekering (Staatscourant 2010 nr 10581 d.d. 8 juli 2010).
De concessiehouder behandelt de volgende onderwerpen:
4.8. Het bestrijden van misbruik en oneigenlijk van AWBZ-gelden (taak 13)
De concessiehouder beschrijft in deze paragraaf van de bestuurlijke verantwoording zijn beleid voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik in de AWBZ. De concessiehouder besteedt hierbij aandacht aan de volgende aspecten:
Ook licht de concessiehouder toe welke acties hij heeft ondernomen bij geconstateerd misbruik en oneigenlijk gebruik. Hij licht toe of hij de coördinator fraudebestrijding heeft ingeschakeld. Ook rapporteert de concessiehouder over de volgende acties, die bij geconstateerd misbruik en oneigenlijk gebruik van belang zijn:
Het Protocol Verzekeraars & Criminaliteit vereist dat implementatie en toepassing ervan eens per twee jaar door middel van een audit door de interne of externe accountant worden getoetst. De concessiehouder geeft aan:
4.9. Het onderhouden van een adequate administratieve organisatie en interne beheersing (taak 14)
De concessiehouder beschrijft in de bestuurlijke verantwoording de organisatorische maatregelen die gedurende het jaar hebben gefunctioneerd om de rechtmatige uitvoering van de wettelijke taken te waarborgen. Hierbij moet hij in elk geval aan de volgende drie punten aandacht besteden:
Hierbij moet de concessiehouder behandelen:
Hierbij moet de concessiehouder behandelen:
Hierbij moet de concessiehouder behandelen:
4.10. Het betalen van zorgaanspraken AWBZ (taak 15)
In deze paragraaf van de bestuurlijke verantwoording geeft de concessiehouder aan of de verantwoorde betalingen van de schaden AWBZ in de financiële verantwoording volledig, juist en tijdig zijn uitgevoerd.
Het zorgkantoor voert deze taak rechtmatig uit als het de bepalingen van artikel 9 van de Regeling controle en administratie AWBZ-verzekeraars op dit punt naleeft, daarbij rekening houdend met zijn specifieke verantwoordelijkheden. De betaling van zorgaanspraken is rechtmatig indien:
In de bestuurlijke verantwoording geeft de concessiehouder aan:
De overige wet- en regelgeving heeft uitsluitend effect op de rechtmatigheid van de betaling van zorgaanspraken als de niet-naleving daarvan financiële consequenties heeft. Het niet tijdig of niet volledig betalen van zorgaanspraken heeft geen gevolgen voor de financiële rechtmatigheid, tenzij dit duidt op materiële tekortkomingen in de betalingsorganisatie. Dit kan betekenen dat hierdoor niet aan de geldende wet- en regelgeving wordt voldaan of dat posten in de verantwoording onjuist zijn weergegeven.
4.11. Het bij het Zorginstituut Nederland in rekening brengen van schaden AWBZ (taak 16)
In dit deel van de bestuurlijke verantwoording geeft de concessiehouder aan of, en zo ja in hoeverre, het zorgkantoor uitvoering heeft gegeven aan de rechtmatige uitvoering van het doorbelastingsproces. Door het niet tijdig of niet volledig doorbelasten van de betalingen kunnen posten in de verantwoording onjuist zijn weergegeven. De concessiehouder geeft aan wat de aard en de omvang van de tekortkomingen is en welke verbeteracties hij heeft ondernomen. Niet gecorrigeerde, ten onrechte of foutief doorbelaste betalingen worden gekwantificeerd. De omvang daarvan is van belang voor het rechtmatigheidsoordeel.
4.12. Het vaststellen van de volledigheid en juistheid van de renteopbrengsten AFBZ (taak 17)
In dit deel van de bestuurlijke verantwoording geeft de concessiehouder aan of hij de rentevergoeding op financieringsoverschotten volledig aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten AFBZ heeft afgedragen en of de rentevergoeding in overeenstemming met relevante wet- en regelgeving is verantwoord. De concessiehouder kwantificeert onrechtmatigheden of onzekerheden. De onrechtmatigheden en onzekerheden kunnen invloed hebben op het af te geven rechtmatigheidsoordeel.
4.13. Het toerekenen van beheerskosten AWBZ (taak 18)
In de bestuurlijke verantwoording geeft de concessiehouder aan volgens welke grondslagen hij de directe en indirecte beheerskosten aan de activiteiten van de zorgkantoren heeft toegerekend. De beheerskosten zijn rechtmatig als deze juist, volgens een bestendige gedragslijn9Met bestendige gedragslijn wordt de grondregel bedoeld, dat gelijksoortige posten op gelijke wijze worden toegerekend binnen één boekingsperiode, alsook van periode tot periode. en op basis van consistente verdeelsleutels zijn toegerekend aan het zorgkantoor. De concessiehouder geeft aan of het verantwoorde budget beheerskosten AWBZ overeenstemt met de beschikkingen van het Zorginstituut. De concessiehouder moet onrechtmatigheden of onzekerheden kwantificeren. Deze kunnen invloed hebben op het rechtmatigheidsoordeel.
4.14. Outcome-indicatoren bestuurlijke verantwoording
De NZa gaat zorgkantoren in 2014 meer beoordelen op behaalde resultaten en minder op de processen. Doel hiervan is beter inzicht te krijgen hoe zorgkantoren scoren in relatie tot de doelen die bij de maatschappelijke AWBZ-taken horen. Voor 2014 zijn hiertoe de eerste stappen gezet met de ontwikkeling van een aantal outcome – indicatoren, in nauwe samenwerking met en op initiatief van de concessiehouders. Het proces naar een meer resultaatgericht toezicht zal de komende jaren worden voortgezet op basis van de ervaringen die nu hiermee worden opgedaan, binnen de context van het wetsvoorstel Langdurige zorg.
Bij de beoordeling van de uitvoering van taken waarvoor outcome-indicatoren zijn ontwikkeld, kijkt de NZa minder naar de processen van de concessiehouder en méér naar concrete resultaten. Voor de zorgkantoren levert dit informatie op om te sturen op verbetering.
In de paragrafen 4.4 (taak 9) en 4.6 (taak 11) van dit hoofdstuk is al globaal aangegeven dat voor deze taken in de bestuurlijke verantwoording outcome-indicatoren gelden. Deze worden hieronder behandeld. Outcome-indicatoren, behorend bij taken, waarover de concessiehouder zich in het uitvoeringsverslag moet verantwoorden, zijn in hoofdstuk 3 al aan de orde gekomen.
De concessiehouder kan overmachtssituaties, die de uitkomsten in negatieve zin beïnvloeden, in de bestuurlijke verantwoording toelichten bij de uitkomsten van de betreffende outcome-indicator. Zoveel mogelijk moeten dergelijke effecten ook gekwantificeerd worden. Ook geeft de concessiehouder aan wat hij in het verslagjaar al ondernomen heeft en/of gaat ondernemen, om overmachtssituaties het hoofd te bieden of te voorkomen.
4.14.1. Outcome-indicatoren: Het voeren van een administratie op verzekerdenniveau voor zorg in natura (taak 9)
4.14.1.1. Indicator tijdige aanbieding declaraties (behoort bij taak 9):
Percentage van het aantal zorgaanbieders die over periode t de declaratie op cliëntniveau tijdig indienden ten opzichte van het totale aantal zorgaanbieders die over periode t de declaratie op cliëntniveau indienden.
Randvoorwaarde:
Gecontracteerde ZZP-ers worden buiten beschouwing gelaten.
Definities:
Periodiciteit:
De meting vindt maandelijks op twee manieren plaats over alle zorgaanbieders die over de betreffende maand bij de concessiehouder declaraties op cliëntniveau hebben ingediend:
4.14.1.2. Indicator juiste aanbieding declaraties (behoort bij taak 9):
Percentage van het aantal zorgaanbieders die over periode t de declaratie op cliëntniveau correct indienden ten opzichte van het totale aantal zorgaanbieders die over periode t de declaratie op cliëntniveau indienden.
Randvoorwaarden:
Definities:
Periodiciteit:
De meting vindt maandelijks op twee manieren plaats over alle zorgaanbieders die over de betreffende maand bij de concessiehouder declaraties op cliëntniveau hebben ingediend:
4.14.1.3. Indicator tijdige afhandeling declaraties (behoort bij taak 9):
Percentage van het aantal door de concessiehouder tijdig afgehandelde declaraties op cliëntniveau ten opzichte van het totale aantal declaraties op cliëntniveau, die in het betreffende tijdvak via VECOZO aan de concessiehouder zijn aangeboden.
Randvoorwaarden:
Definities: Onder tijdige afhandeling wordt verstaan:
Periodiciteit:
De meting vindt maandelijks op twee manieren plaats over alle in de betreffende maand via VECOZO ontvangen declaraties op cliëntniveau:
4.14.1.4. Indicator juiste afhandeling declaraties (behoort bij taak 9):
Percentage van het aantal door de concessiehouder juist afgehandelde declaraties op cliëntniveau ten opzichte van het totale aantal declaraties op cliëntniveau, die in het betreffende tijdvak door de concessiehouder zijn afgehandeld.
Randvoorwaarde:
Facultatieve controles (waaronder MAZ/MEZ/Bandbreedte) binnen N7-set in de AW319 vallen buiten de scope van deze norm.
Definities:
Onder juiste afhandeling wordt verstaan:
Periodiciteit:
De meting vindt maandelijks op twee manieren plaats over alle in de betreffende maand door de concessiehouder afgehandelde declaraties op cliëntniveau:
4.14.1.5. Indicator volledige afhandeling declaraties (behoort bij taak 9):
Percentage van het aantal door de concessiehouder afgehandelde declaraties op cliëntniveau ten opzichte van het totale aantal declaraties op cliëntniveau, die in het betreffende tijdvak via VECOZO aan de concessiehouder zijn aangeboden.
Definities:
Onder afhandeling wordt verstaan:
Periodiciteit:
De meting vindt maandelijks op twee manieren plaats over alle in de betreffende maand via VECOZO ontvangen declaraties op cliëntniveau:
Bron: NZa
Bron: NZa
4.14.2. Outcome-indicator: Het bewaken van de continuïteit van zorgverlening (taak 11)
4.14.2.1. Indicator continuïteit van zorgverlening (behoort bij taak 11), inventariserend:
Randvoorwaarden:
Periodiciteit:
De meting vindt eenmaal per jaar plaats over het gehele jaar.
Bron: NZa
Bron: NZa
5. Financiële verantwoording
5.1. Inleiding
Het financieel verslag bestaat uit een balans met toelichting, exploitatierekening met toelichting en de bestuurlijke verantwoording. Zie artikel 2 Regeling verslaglegging AWBZ. In hoofdstuk 4 zijn de voorschriften voor de bestuurlijke verantwoording behandeld. In dit hoofdstuk gaat de NZa in op de voorschriften voor de balans met toelichting en de exploitatierekening met toelichting, hierna aangeduid met de term financiële verantwoording.
In de financiële verantwoording verantwoordt de concessiehouder zowel de geldstromen die rechtstreeks via het zorgkantoor lopen, als de geldstromen die via andere rechtspersonen gaan, zoals de betaling van zorgaanspraken via het CAK. In de Regeling verslaglegging AWBZ zijn voorschriften opgenomen voor de inrichting van het financieel verslag. Dit model vormt een nadere uitwerking van deze voorschriften.
5.2. Bestuursverklaring bij de financiële verantwoording
Het bestuur van de concessiehouder ondertekent de financiële verantwoording en neemt expliciet verantwoordelijkheid voor de betrouwbaarheid van de gevraagde en aangeleverde gegevens in de financiële verantwoording. In de bestuursverklaring kan desgewenst uitgebreider worden ingegaan op belangrijke zaken die met de uitvoering van de AWBZ te maken hebben. De NZa heeft voor de bestuursverklaring de in onderstaande tabel opgenomen standaardtekst geformuleerd.
Bron: NZa
De onder paragraaf 2.5 genoemde foutentabel maakt deel uit van de bestuursverklaring bij de financiële verantwoording.
5.3. Inrichtingsvoorschriften
5.3.1. Titel 9 Boek 2 Burgerlijk Wetboek (BW)
De financiële verantwoording van de concessiehouder moet voldoen aan de eisen van de Regeling verslaglegging AWBZ. In overeenstemming met artikel 2 van deze regeling is de indeling van de financiële verantwoording als volgt:
Als uitgangspunt voor de inrichtingsvoorschriften geldt dat de financiële verantwoording zoveel mogelijk aansluit bij de voorschriften van Titel 9 Boek 2 BW. Wanneer de NZa van deze voorschriften afwijkt, zal zij dit motiveren.
De financiële verantwoording wordt in de Nederlandse taal gesteld en de bedragen worden in euro’s (x € 1.000) vermeld. De concessiehouder is wettelijk niet verplicht om de International Financial Reporting Standards (IFRS) toe te passen.
5.3.2. Baten en lasten
In de exploitatierekening worden de volgende baten en lasten opgenomen, conform artikel 2 lid 3 Regeling verslaglegging AWBZ:
5.3.3. Te hanteren modellen
De concessiehouder stelt de financiële verantwoording op volgens de modellen in bijlage 1. De modellen sommen de posten en de toelichtingen op die minimaal in de financiële verantwoording moeten worden opgenomen. De concessiehouder stelt de balans op met inachtneming van de bepalingen van model I. Voor de exploitatierekening is model II van toepassing en voor de toelichting op de balans en exploitatierekening gelden de modellen III, IV en V.
6. Aanleverprocedure en vertrouwelijkheid gegevens
6.1. Aanleverprocedure
Bij de aanleverprocedure gaat het om de manier waarop de concessiehouder het uitvoeringsverslag, de door de externe accountant gewaarmerkte financiële verantwoording, de bestuurlijke verantwoording en het indicatorenbestand over 2014 aan de NZa moeten toesturen. Behalve het fysiek insturen is de concessiehouder verplicht om het uitvoeringsverslag, de financiële verantwoording en de bestuurlijke verantwoording over 2014 ook in elektronische vorm aan te leveren.
Zowel de fysieke als de elektronische versie van de verantwoording moet de concessiehouder vóór 1 juli 2015 indienen bij de NZa.
De NZa zorgt voor het doorsturen van het uitvoeringsverslag, de financiële verantwoording en de bestuurlijke verantwoording over 2014 aan het Zorginstituut.
De fysieke inzending van de door de externe accountant gewaarmerkte financiële verantwoording, de bestuurlijke verantwoording en het uitvoeringsverslag dient vergezeld te gaan van de accountantsproducten. Voor de fysieke inzending over het verantwoordingsjaar 2014 verzoekt de NZa de concessiehouder gebruik te maken van de volgende adressering:
Nederlandse Zorgautoriteit
Ter attentie van de heer drs. M.A. Maaten
Postbus 3017
3502 GA Utrecht
De concessiehouder moet het uitvoeringsverslag, de financiële verantwoording en de bestuurlijke verantwoording over 2014 ook in elektronische vorm aanleveren. De inhoud van de elektronische verantwoordingsdocumenten moet exact overeenkomen met de inhoud van de fysieke verantwoordingsdocumenten. De NZa stelt voor de elektronische aanlevering van de financiële verantwoording een elektronisch format beschikbaar. Voor het uitvoeringsverslag stelt de NZa geen format beschikbaar.
De financiële verantwoording moet worden aangeleverd in het elektronisch format dat de NZa beschikbaar stelt. Dit is belangrijk in verband met de cijferanalyses die de NZa op deze bestanden uitvoert. De concessiehouder wordt vriendelijk verzocht hierbij het NZa format te hanteren. Hiermee voorkomt de concessiehouder dat de NZa de concessiehouder mogelijk moet verzoeken het bestand alsnog in het gevraagde format om te zetten.
De concessiehouders moeten de elektronische versies van de gevraagde documenten over 2014 beschikbaar stellen via de web-portal van de NZa.
Een concessiehouder kan op eigen initiatief of op uitnodiging van de NZa over het uitvoeringsverslag of de financiële verantwoording aanvullende informatie verstrekken. De aanlevering daarvan kan eveneens op bovenstaande manieren plaatsvinden.
Voor alle vragen over het aanleveren van de uitvoeringsverslagen, de financiële verantwoordingen en de aanvullingen daarop kunnen concessiehouders zich wenden tot de telefonische helpdesk verantwoording concessiehouders:
6.2. Vertrouwelijkheid van bedrijfsgegevens
De NZa, het Zorginstituut en ZN hebben afspraken gemaakt over het uitvoeringsverslag en de financiële verantwoording. In overeenstemming hiermee hanteren de NZa en het Zorginstituut de gedragslijn dat wettelijke informatie die in de financiële verantwoording (financieel verslag, het uitvoeringsverslag, de bestuurlijke verantwoording en het indicatorenbestand is opgenomen, in principe openbare informatie is. Voor het overige geldt dat bedrijfsgegevens die concessiehouders in vertrouwen hebben verstrekt, in beginsel niet openbaar worden gemaakt.
Bijlage 1. Modellen financiële verantwoording 2014
Model 1. : Balans
Als de zorgkantoren geen afzonderlijke rechtspersoon vormen nemen zij de volgende verplichte tekst op bij de balans:
De zorgkantoren (naam zorgkantoren) bezitten geen rechtspersoonlijkheid. De zorgkantoren maken deel uit van XXX (statutaire naam van de rechtspersoon die is aangewezen als concessiehouder). De balansposten zoals weergegeven in deze financiële verantwoording zijn opgenomen in de betreffende posten in de financiële verantwoording van XXX (statutaire naam van de rechtspersoon die is aangewezen als concessiehouder).
1Als de post ‘via het Zorginstituut Nederland met het AFBZ te verrekenen’ per saldo een vordering vertegenwoordigd, wordt deze aan de activazijde van de balans verantwoord.
2De post via het CAK met het AFBZ te verrekenen is in strikte zin geen vordering.
3Als de post ‘via het Zorginstituut Nederland met het AFBZ te verrekenen’ per saldo een schuld vertegenwoordigd, wordt deze post aan de passiefzijde van de balans verantwoord.
Model II. : Exploitatierekening
Model III. : Algemene toelichting op de balans en exploitatierekening
De algemene toelichting op de balans en exploitatierekening bestaat uit de volgende toelichtingen:
Model IV. : Toelichting op de balans
1. Vorderingen en overige activa
1a. Via het Zorginstituut Nederland met het AFBZ te verrekenen
Bij de verantwoording van de post Budget beheerskosten AWBZ moet uitgegaan worden van de laatste, in het betreffende verslagjaar van het Zorginstituut ontvangen beschikking.
De verantwoording van de kosten van subsidieregelingen is gelijk aan de verantwoording, zoals die is opgenomen onder de schaden AWBZ.
1b. Overige vorderingen en overlopende activa
De integrale controle op de pgb’s leidt vanaf 2013 tot een hoger bedrag aan fouten/onregelmatigheden dan voorheen jaarlijks het geval was.
De NZa heeft voor de pgb-gerelateerde posten in de financiële verantwoording geen specifieke voorschriften opgenomen. Voor de verantwoording van deze posten in de financiële verantwoording moet de concessiehouder de Regeling verslaglegging AWBZ en – zoveel mogelijk – Titel 9 Boek 2 BW volgen. De externe accountant moet op basis van deze wet- en regelgeving en de specifieke situatie bepalen of de posten voldoen aan de criteria voor opname en vermelding van gegevens. Het is van belang dat alle gegevens verstrekt worden die voor een juiste interpretatie van de verantwoorde posten noodzakelijk zijn.
Van de vorderingen op budgethouders pgb bedraagt de ouderdom per 31 december 2014:
1c. Liquide middelen
2. Via het CAK met het AFBZ te verrekenen
De post via het CAK met het AFBZ te verrekenen is gelijk aan de bedragen die onder de post technische voorziening zijn opgenomen voor door het CAK uit te voeren betalingsopdrachten, te versturen betalingsopdrachten en eventuele correcties en aanvullingen op ingediende nacalculaties.
3a. Geplaatst kapitaal
De concessiehouder licht de mutaties toe. Hij omschrijft de mutatie en vermeldt op welke jaren de mutatie betrekking heeft.
3b. Wettelijke reserve AWBZ
Het budgetresultaat beheerskosten is gelijk aan het door het Zorginstituut toegekende budget voor 2014 (respectievelijk 2013) verminderd met de totale bedrijfskosten 2014 (respectievelijk 2013).
De concessiehouder licht de mutaties over voorgaande jaren toe. Hij omschrijft de mutaties en vermeldt op welke jaren de mutaties betrekking hebben.
Afstorting aan het AFBZ komt in beeld als het eigen vermogen van de concessiehouder de toegestane grens van 20% overschrijdt. Deze overschrijding moet in bovenstaand verloopoverzicht op de regel ‘Af te storten aan het AFBZ (meerdere boven de 20%-grens)’ worden aangegeven.
4. Voorzieningen
De toelichting vermeldt de totstandkoming en berekening van deze post.
Deze post betreft de aan het CAK verstrekte betalingsopdrachten die per balansdatum nog door het CAK moeten worden uitgevoerd. Of een betalingsopdracht is uitgevoerd door het CAK, blijkt uit de rekening-courant overzichten van het zorgkantoor met het CAK.
Deze post betreft de per balansdatum nog aan het CAK te verstrekken betalingsopdrachten. Deze post heeft betrekking op het verschil tussen de budgetten volgens de NZa-beschikkingen (rekenstaten zorgaanbieders) en aan het CAK verstuurde betalingsopdrachten met betrekking tot voorschotbetalingen.
NZa-beschikkingen met terugwerkende kracht worden verwerkt in het jaar dat de beschikking door het zorgkantoor is ontvangen.
Als de effecten van onder andere correcties, aanvullingen en nacalculaties die nog door het zorgkantoor aan het CAK moeten worden doorgegeven – maar niet zijn opgenomen in een nieuwe beschikking – kwantificeerbaar zijn, kunnen deze in de technische voorziening per 31 december worden meegenomen. Voor zover de effecten van correcties, aanvullingen en nacalculaties niet kwantificeerbaar zijn, worden deze toegelicht als niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen. Het voorgaande geldt ook voor de effecten van herschikking van budgetten door het zorgkantoor.
De rechtstreeks aan zorgaanbieders te betalen bedragen uit hoofde van zorgaanspraken bestaan uit per balansdatum nog te betalen bedragen uit hoofde van in het boekjaar verleende AWBZ-zorg die niet via het CAK wordt betaald.
De beheers-/afwikkelingskosten hebben betrekking op per balansdatum nog te betalen beheerskosten in verband met de afwikkeling van AWBZ-zorg die in het boekjaar is verleend.
5a. Via het Zorginstituut Nederland met het AFBZ te verrekenen
Bij de verantwoording van de post ‘Budget beheerskosten AWBZ’ moet uitgegaan worden van de laatste in het betreffende verslagjaar, van het Zorginstituut, ontvangen beschikking.
De verantwoording van de kosten van subsidieregelingen is gelijk aan de verantwoording, zoals die is opgenomen onder de schaden AWBZ.
5b. Te betalen uit hoofde subsidieregelingen
5c. Overige schulden en overlopende passiva
Model V. : Toelichting op de exploitatierekening
6a. Bijdragen Zorginstituut Nederland
De post ‘Vergoeding zorgaanspraken via het CAK’ is gelijk aan de in de exploitatierekening opgenomen kosten van zorgaanspraken waarvoor de betalingen via het CAK lopen.
De post ‘Overige renteopbrengsten’ betreft renteopbrengsten die niet rechtstreeks verrekend worden met het AFBZ, maar die via het resultaat wel leiden tot een mutatie in de wettelijke reserve AWBZ.
De post ‘Subsidies AWBZ’ is gelijk aan de subsidieverlening door het Zorginstituut. In het geval van het pgb moet de verlening gelijk worden gesteld aan de voorschotverlening door het Zorginstituut.
De post ‘Vergoeding AFBZ rechtstreeks met het Zorginstituut te verrekenen kosten en baten (saldo)’ bestaat uit de volgende posten:
6b. Vergoeding AFBZ rechtstreeks met het Zorginstituut te verrekenen kosten en baten
De post ‘Vergoeding AFBZ rechtstreeks met het Zorginstituut Nederland te verrekenen kosten en baten (saldo)’ is gelijk aan de regel ‘Rechtstreeks met het AFBZ te verrekenen kosten/baten’ van de post ‘Met het Zorginstituut Nederland te verrekenen’ op de balans, inclusief de te innen eigen bijdragen (nevenincasso).
De post ‘Kosten in bruikleen verstrekken van verpleegartikelen door een instelling die uitsluitend voor deze functie is toegelaten’ in tabellen 6 en 8 betreft in 2013 alleen de uitleen van verpleegartikelen, die vóór 1 januari 2013 gestart is, maar doorloopt in 2013 met een maximum van 26 weken. In 2014 is deze prestatie uit de uitvraag verdwenen, in verband met de overheveling naar de Zorgverzekeringswet per 1 januari 2013.
7. Overige opbrengsten
8. Bruto schaden AWBZ
De kosten van zorgaanspraken, betaald via het CAK, zijn gelijk aan het totaal van de meest recent ontvangen NZa beschikkingen. NZa beschikkingen met terugwerkende kracht worden verwerkt in het jaar waarin de beschikking door het zorgkantoor is ontvangen.
Zorg met verblijf moet, voor zover de financiering via het CAK loopt, gespecificeerd worden naar verpleging en verzorging, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg.
De zorg zonder verblijf moet, voor zover de financiering via het CAK loopt, gespecificeerd worden naar verpleging en verzorging, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg, volledig pakket thuis en dagbesteding en vervoer. Zorg zonder verblijf is inclusief dagactiviteiten voor ouderen, gehandicapten en GGZ. In de financiële verantwoording moet worden uitgegaan van de gerealiseerde productie.
De onder zorg zonder verblijf begrepen kosten van het in bruikleen verstrekken van verpleegartikelen betreft in 2013 alleen de uitleen van verpleegartikelen, die vóór 1 januari 2013 gestart is, maar doorloopt in 2013 met een maximum van 26 weken. In 2014 vallen de kosten van uitleen helemaal niet meer onder de AWBZ, in verband met de overheveling naar de Zorgverzekeringswet per 1 januari 2013.
De kosten niet via het CAK worden rechtstreeks met het AFBZ verrekend.
De kosten van subsidieregelingen AWBZ zijn gelijk aan de subsidieverleningen door het zorgkantoor. Voor het pgb en de VPZ zijn de op te nemen kosten gelijk aan de netto-pgb/VPZ toekenningen aan budgethouders (dus na aftrek van de eigen bijdragen). Afboekingen in verband met het pgb en de VPZ worden verantwoord als schade en verhogen de kosten.
9. Schaden AWBZ voorgaande jaren
10. Bedrijfskosten
Op grond van bijlage 3 bij artikel 1.4, eerste lid, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) moet de zorgverzekeraar die zich overeenkomstig artikel 33 van de AWBZ als zodanig heeft aangemeld voldoen aan de verplichtingen, genoemd in de paragrafen 3 en 4 van de WNT.
De WNT bepaalt in paragraaf 3 dat de Minister een sectorale bezoldigingsnorm vaststelt voor topfunctionarissen van zorgverzekeraars, en dat geen bezoldiging overeengekomen wordt die deze norm overschrijdt. Deze norm ligt aanzienlijk boven de WNT-norm (die 130% van het gemiddeld belastbaar loon van ministers bedraagt). Verder wordt de ontslagvergoeding gemaximeerd.
Paragraaf 4 van de WNT bepaalt dat de verzekeraar van een ieder, van wie de som van de beloning, sociale verzekeringspremies, onkostenvergoedingen en de voorzieningen voor beloningen betaalbaar op termijn de WNT norm overschrijdt, in de financiële verslaggeving vermeldt:
Ook moeten van een ieder, die als topfunctionaris werkzaam is, maar minder verdient dan de (WNT-)norm, bovenstaande gegevens worden verstrekt.
Na afstemming met het Ministerie van VWS wordt de volgende lijn gehanteerd voor de verantwoording door de concessiehouder in het kader van de WNT:
De concessiehouder en elke andere WNT plichtige entiteit binnen dezelfde groep/holding moeten steeds:
Bijlage 2. Overzicht van kengetallen en outcome-indicatoren
In deze bijlage is een overzicht opgenomen van alle kengetallen en daarnaast een overzicht van alle outcome-indicatoren die in het uitvoeringsverslag en bestuurlijke verantwoording moeten worden opgenomen. De kengetallen en outcome- indicatoren zijn vooral in de hoofdstukken 3 en 4 behandeld.
Overzicht van kengetallen
Overzicht van outcome-indicatoren
Bijlage 3. Lijst met circulaires en wet- en regelgeving
Bijlage 3 geeft een kader voor de uitwerking van het rechtmatigheidsbegrip.
1. Verslaggeving
2. Beheerskosten
3. Schaden AWBZ
Algemeen
Algemeen (vervolg)
Verpleging en verzorging
Zorg bijzondere omstandigheden
Subsidies
4. Baten/Bedrijfsopbrengsten
Eigen bijdragen
Rentevergoeding Algemeen Fonds
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)