Besluit van 5 november 2014, houdende regels ter uitvoering van de Jeugdwet (Besluit Jeugdwet)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
Laatst bijgewerkt 2026-05-08
State In force
Source BWB
artikelen 207
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg blijft van toepassing op de financiële verantwoording, vaststelling, inning of uitbetaling van op grond van dat besluit verleende subsidies en uitkeringen en bijdragen in de kosten voor jeugdzorg.

3.

In wettelijke procedures en rechtsgedingen tegen besluiten die op grond van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg zijn genomen, dan wel op tegen deze besluiten in te stellen of ingestelde beroepen, blijven, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie, de regels van toepassing, die golden voor de intrekking van dat besluit.

Artikel 9.25

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 10.5a

Dit besluit berust mede op artikel 46, tweede lid, van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4.0.1

De meldplicht, bedoeld in artikel 4.0.1, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op de volgende categorieën van jeugdhulpaanbieders:

  • b. gemeenten.

§ 3.2. Het certificaat

§ 4.0.a. Bestuursstructuur

Hoofdstuk 5. Professionalisering

§ 5.1. Geregistreerde professionals

§ 5.2. Erkenning als kwaliteitsregister jeugd

§ 5.3. Het bestuur en de organen van de registerstichting

§ 5.1. Geregistreerde professionals

§ 5.2. Erkenning als kwaliteitsregister jeugd

Hoofdstuk 6. Gesloten jeugdhulp bij ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen

§ 5.4. Het beroepsregister

Hoofdstuk 7. Verwijsindex en beleidsinformatie

§ 5.5. Overige bepalingen

§ 6.3. Klachtrecht bij vrijheidsbeperkende maatregelen

§ 7.4. Gebruik burgerservicenummer

Subparagraaf 7.4.1. De autorisatielijst

Subparagraaf 7.4.2. Toegangsmiddelen SBV-Z

§ 7.4. Gebruik burgerservicenummer

Hoofdstuk 8. Financiën en verantwoording

§ 7.2. Inrichting en beheer van de verwijsindex

§ 8.2. Financiële verantwoording

§ 8.3. Overige bepalingen

Hoofdstuk 9. Wijziging in andere algemene maatregelen van bestuur

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 6.1.2

1.

De jeugdhulpaanbieder draagt er zorg voor dat een gesloten accommodatie voor de daar verblijvende jeugdigen en werkzame jeugdhulpverleners een veilige en beschermde omgeving is die voldoende privacy biedt.

2.

De jeugdhulpaanbieder stelt voor een gesloten accommodatie een veiligheidsplan vast dat gericht is op het borgen van de fysieke en sociale veiligheid en wijst een veiligheidscoördinator aan die zorgdraagt voor de uitvoering van het veiligheidsplan.

§ 6.2. Toepassing vrijheidsbeperkende maatregelen

Artikel 6.2.4

1.

Indien een jeugdige is ingesloten als bedoeld in artikel 6.3.2.2, eerste lid, onderdeel f, van de wet, beoordeelt een gekwalificeerde gedragswetenschapper binnen drie uur of de insluiting noodzakelijk en geschikt is om de noodsituatie af te wenden.

2.

De jeugdhulpverantwoordelijke draagt er zorg voor dat een jeugdhulpverlener gedurende een insluiting ten minste eenmaal per kwartier de toestand van de jeugdige controleert en, indien de jeugdige dat wenst, rechtstreeks contact heeft met de jeugdige.

3.

De gekwalificeerde gedragswetenschapper en de jeugdhulpverantwoordelijke stellen zich regelmatig op de hoogte van de toestand van de jeugdige gedurende een insluiting.

Artikel 6.2.5

1.

De verblijfsruimte, bedoeld in de artikelen 6.2.6, tweede lid, en 6.3.2.2, eerste lid, onderdeel f, van de wet, is voorzien van goede daglichttoetreding, verlichting, een temperatuurregelaar, een ventilatiesysteem en een klok.

2.

De jeugdige die in de verblijfsruimte verblijft, kan de daglichttoetreding, de verlichting, de temperatuur en de ventilatie in de verblijfsruimte reguleren en kan gebruikmaken van in die ruimte aanwezige media.

3.

De wanden, deuren, vloer en het meubilair in de verblijfsruimte zijn letselvoorkomend.

4.

De jeugdige wordt in de gelegenheid gesteld persoonlijke eigendommen bij zich te hebben in de verblijfsruimte, tenzij deze een gevaar kunnen vormen voor de gezondheid of de veiligheid van de jeugdige.

Artikel 6.2.6

1.

De jeugdige die in de verblijfsruimte, bedoeld in de artikelen 6.2.6, tweede lid, en 6.3.2.2, eerste lid, onderdeel f, van de wet, verblijft, kan rechtstreeks contact hebben met een jeugdhulpverlener op elk moment dat de jeugdige dat wenst.

2.

Vanuit de verblijfsruimte kan de jeugdige een sanitaire gelegenheid betreden zonder tussenkomst van medewerkers van de jeugdhulpaanbieder.

Artikel 6.2.7

1.

Een beperking van het brief- en telefoonverkeer of van het gebruik van andere communicatiemiddelen als bedoeld in artikel 6.3.2.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, kan uitsluitend bestaan uit:

  • a. het verbod om gedurende een in het hulpverleningsplan opgenomen periode contact op te nemen met bepaalde, in het hulpverleningsplan genoemde personen; of
  • b. het verbod om gebruik te maken van bepaalde communicatiemiddelen op in het hulpverleningsplan opgenomen tijdstippen of gedurende een in het hulpverleningsplan opgenomen periode.
2.

De tijdstippen en perioden, bedoeld in het eerste lid, worden gemotiveerd in het hulpverleningsplan van de jeugdige.

3.

Toezicht op telefoongesprekken als bedoeld in artikel 6.3.2.4, eerste lid, onderdeel c, van de wet, bestaat uitsluitend uit het meeluisteren met het telefoongesprek in de ruimte waar het gesprek plaatsvindt.

4.

Toezicht op het gebruik van andere communicatiemiddelen als bedoeld in artikel 6.3.2.4, eerste lid, onderdeel c, van de wet, bestaat uitsluitend uit het meekijken tijdens het gebruik van die communicatiemiddelen of het door de jeugdige laten tonen van de gecommuniceerde berichten nadat de jeugdige deze communicatiemiddelen heeft gebruikt.

Artikel 6.2.8

1.

Het onderzoek aan het lichaam, de kleding of van urine wordt uitgevoerd door de jeugdhulpverantwoordelijke samen met een andere jeugdhulpverlener of door twee jeugdhulpverleners.

2.

Het onderzoek vindt plaats in een besloten ruimte die gedurende het onderzoek niet toegankelijk is voor anderen dan de betrokken jeugdige en de personen die het onderzoek uitvoeren.

3.

Het onderzoek wordt uitsluitend uitgevoerd door personen die opgeleid zijn in het proportioneel en op verantwoorde wijze uitvoeren ervan.

Artikel 6.2.9

1.

Bij het onderzoek aan het lichaam en de kleding kan de jeugdige worden verzocht kledingstukken uit te trekken met uitzondering van ondergoed indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van het onderzoek.

2.

Indien gedragsbeïnvloedende middelen of voorwerpen die de jeugdige niet in bezit mag hebben, worden aangetroffen bij het onderzoek aan het lichaam of van de kleding wordt de jeugdige de gelegenheid geboden die middelen of voorwerpen te overhandigen.

3.

Ingeval de jeugdige de gedragsbeïnvloedende middelen of niet toegestane voorwerpen weigert te overhandigen, worden die middelen of voorwerpen verwijderd.

Artikel 6.2.10

1.

Bij een onderzoek van urine wordt de urine in het bijzijn van de jeugdige over twee daartoe bestemde goed af te sluiten urinehouders verdeeld, waarna een registratienummer wordt aangebracht op de twee urinehouders.

2.

De jeugdhulpverantwoordelijke draagt er zorg voor dat één urinehouder ten behoeve van een onderzoek op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen naar een laboratorium wordt gezonden.

3.

De jeugdhulpverantwoordelijke verzoekt het laboratorium het onderzoek binnen tien dagen uit te voeren.

4.

De tweede urinehouder wordt in een voor onbevoegden niet toegankelijke diepvries of koelkast bewaard dan wel naar een laboratorium verstuurd waar de urinehouder in een voor onbevoegden niet toegankelijke diepvries of koelkast wordt bewaard.

Artikel 6.2.11

1.

De jeugdhulpverantwoordelijke draagt er zorg voor dat de jeugdige wiens urine is onderzocht op de kortst mogelijke termijn nadat de uitslag van het onderzoek bekend is over de uitslag wordt geïnformeerd.

2.

Indien de uitslag van het onderzoek op mogelijk gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen duidt, bespreekt de jeugdhulpverantwoordelijke de uitslag met de jeugdige en kan de jeugdige binnen uiterlijk achtenveertig uur na kennisneming van de uitslag verzoeken dat het onderzoek wordt herhaald.

3.

Een herhalingsonderzoek als bedoeld in het tweede lid wordt uitgevoerd op de eerder bewaarde urine, bedoeld in artikel 6.2.10, vierde lid. Het eerste lid en artikel 6.2.10, tweede en derde lid, zijn van toepassing.

4.

Indien geen herhalingsonderzoek plaatsvindt, draagt de jeugdhulpaanbieder er zorg voor dat de eerder bewaarde urine wordt vernietigd.

Artikel 6.3.1

Een klager kan bij de klachtencommissie een verzoek om bemiddeling doen. De klachtencommissie kan de mogelijkheid van bemiddeling ook ambtshalve voorstellen.

Artikel 6.3.2

Van de klachtencommissie maken in ieder geval deel uit:

  • a. een jurist;
  • b. een gekwalificeerde gedragswetenschapper; en
  • c. een arts, indien het een klacht betreft tegen een geneeskundige behandelingsmethode als bedoeld in artikel 6.3.2.3, onderdeel b, van de wet, niet zijnde een behandeling van een psychische stoornis; of
  • d. een psychiater, indien het een klacht betreft tegen een geneeskundige behandelingsmethode als bedoeld in artikel 6.3.2.3, onderdeel b, van de wet, indien het gaat om een behandeling van een psychische stoornis.

Hoofdstuk 7. Verwijsindex en beleidsinformatie

§ 7.2. Inrichting en beheer van de verwijsindex

§ 7.3. Verwijsindexservicenummer

§ 7.4. Gebruik burgerservicenummer

Subparagraaf 7.4.1. De autorisatielijst

Subparagraaf 7.4.2. Toegangsmiddelen SBV-Z

§ 7.4. Gebruik burgerservicenummer

Hoofdstuk 8. Financiën en verantwoording

§ 8.2. Financiële verantwoording

§ 8.3. Overige bepalingen

Hoofdstuk 9. Wijziging in andere algemene maatregelen van bestuur

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.3

1.

Bij verordening als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, van de wet wordt aandacht besteed aan de wijze waarop tariefdifferentiatie wordt bevorderd en wordt geregeld dat de prijs voor een dienst ten minste wordt gebaseerd op de volgende kostprijselementen:

  • a. kosten van beroepskrachten (cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden);
  • b. cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten;
  • c. overheadkosten, en
  • d. kosten voor indexering.
2.

Bij ministeriële regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over de indexering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.

3.

Een verordening als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, van de wet verplicht het college om bij door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen te bedingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden indien zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen, bedoeld in het eerste lid.

4.

Het eerste tot en met derde lid gelden voor een subsidie slechts voor zover zij wordt verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouders en met de subsidie wordt beoogd de te subsidiëren diensten volledig te bekostigen.

Hoofdstuk 3. De certificering

§ 3.1. De certificerende instelling

§ 3.2. Het certificaat

Hoofdstuk 4. Verplichtingen voor jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en het college

§ 4.0. Uitzondering op de meldplicht voor jeugdhulpaanbieders

§ 4.1. De vertrouwenspersoon

§ 4.2. Uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen

Hoofdstuk 5. Professionalisering

§ 5.1. Geregistreerde professionals

§ 4.2. Uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen

§ 5.3. Het bestuur en de organen van de registerstichting

§ 5.4. Het beroepsregister

§ 5.5. Overige bepalingen

Hoofdstuk 6. Gesloten jeugdhulp bij ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen

§ 6.1. Eisen aan gesloten accommodaties

§ 6.2. Toepassing vrijheidsbeperkende maatregelen

§ 6.2. Toepassing vrijheidsbeperkende maatregelen

Hoofdstuk 7. Verwijsindex en beleidsinformatie

§ 7.1. Categorieën van instanties en functionarissen

§ 6.3. Klachtrecht bij vrijheidsbeperkende maatregelen

Subparagraaf 7.4.1. De autorisatielijst

Subparagraaf 7.4.2. Toegangsmiddelen SBV-Z

Hoofdstuk 8. Financiën en verantwoording

§ 8.1. Ouderbijdrage

§ 8.2. Financiële verantwoording

§ 8.3. Overige bepalingen

Hoofdstuk 9. Wijziging in andere algemene maatregelen van bestuur

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 2.2. Samenwerking

Artikel 2.2.1

In de regiovisie wordt in ieder geval opgenomen:

  • a. de wijze waarop de gemeenten in de regio samen met jeugdhulpaanbieders en professionals in algemene zin afstemmen over schaarste van de vormen van jeugdhulp bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a;
  • b. de aanpak van wachttijden en de wijze waarop de gemeenten in de regio samen met jeugdhulpaanbieders maximaal aanvaardbare wachttijden formuleren;
  • c. een voorziening waarmee inspraak mogelijk wordt gemaakt voor jeugdigen en diens wettelijk vertegenwoordigers;
  • e. de wijze waarop de afstemming en verbinding wordt geborgd tussen de op grond van artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, van de wet gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulp en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en
  • 1°. de vormen van jeugdhulp die zijn gecontracteerd door een door alle gemeenten gezamenlijk in stand gehouden landelijk werkende organisatie en waarbij alle gemeenten in de regio uitsluitend gebruikmaken van dat landelijk gecontracteerde aanbod;
  • 2°. de vormen van jeugdhulp die door de colleges worden gecontracteerd of gesubsidieerd;
  • f. de wijze waarop de verbinding wordt geborgd tussen de op grond van artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, van de wet gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulp en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en
  • g. de wijze waarop wordt voorzien in regionale expertteams.

Artikel 2.2.2

1.

De regio’s, bedoeld in artikel 2.17 van de wet, zijn:

  • –. Achterhoek;
  • –. Alkmaar;
  • –. Amsterdam-Amstelland;
  • –. Centraal Gelderland;
  • –. Drenthe;
  • –. Eemland;
  • –. Een 10 voor de jeugd;
  • –. Flevoland;
  • –. Friesland;
  • –. Gooi- en Vechtstreek;
  • –. Groningen;
  • –. Haaglanden;
  • –. Haarlemmermeer;
  • –. Hart van Brabant;
  • –. Holland-Rijnland;
  • –. IJsselland;
  • –. JeugdFV;
  • –. Kop van Noord-Holland;
  • –. Lekstroom;
  • –. Midden-Holland;
  • –. Midden IJssel/Oost Veluwe;
  • –. Midden-Limburg;
  • –. Noord Limburg;
  • –. Noord Veluwe;
  • –. Noordoost Brabant;
  • –. Rijk van Nijmegen;
  • –. Rijnmond;
  • –. Rivierenland;
  • –. Samen voor Jeugd;
  • –. Twente;
  • –. Utrecht Stad;
  • –. Utrecht West;
  • –. West Brabant Oost;
  • –. West Brabant West;
  • –. West Friesland;
  • –. Zaanstreek-Waterland;
  • –. Zeeland;
  • –. Zuid Holland Zuid;
  • –. Zuid-Kennemerland IJmond;
  • –. Zuid Limburg; en
  • –. Zuidoost-Utrecht.
2.

In de bijlage behorende bij dit besluit is opgenomen welke gemeenten tot welke regio behoren.

Artikel 2.2.3

De vormen van jeugdhulp, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet zijn:

  • a. jeugdhulp met verblijf;
  • c. multidisciplinaire specialistische jeugdhulp in verband met meervoudige of complexe problemen, waarbij:
  • 1°. de jeugdige als gevolg van de betreffende problemen aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren ervaart;
  • 2°. sprake is van:
  • –. een hoog risico voor de jeugdige of diens omgeving;
  • –. ernstige ontwikkelingsproblemen;
  • –. ernstige opvoedproblemen; of
  • –. crimineel gedrag dan wel een vermoeden daarvan; en
  • 3°. in het geval van multidisciplinaire specialistische jeugdhulp mede bestaande uit geestelijke gezondheidszorg tevens:
  • –. sprake is van een psychische aandoening of een vermoeden daarvan; en
  • –. onvoldoende resultaat wordt verwacht of is gebleken van jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of monodisciplinaire specialistische geestelijke gezondheidszorg;
  • d. jeugdhulp die wordt verleend door een forensische jeugdhulpaanbieder, mede is gericht op het voorkomen van recidive en is gesteld als bijzondere voorwaarde als bedoeld in artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht of wordt verleend ter uitvoering van jeugdreclassering;
  • e. jeugdhulp in verband met een zintuiglijke beperking;
  • f. jeugdhulp bestaande uit crisishulp die gezien de ernst van de problemen 7 x 24 uur beschikbaar is;
  • g. multidisciplinaire jeugdhulp bestaande uit dagbehandeling in groepsverband aan jeugdigen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, ernstige psychische problemen, opvoedproblemen dan wel een vermoeden daarvan of ernstige gedragsproblemen;
  • h. jeugdhulp bestaande uit hoogspecialistische geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen die onvoldoende baat hebben gehad of naar verwachting zullen hebben bij jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of specialistische geestelijke gezondheidszorg en waarbij sprake is van één of meer ernstige, complexe of zeldzame aandoeningen dan wel van een voorspelbaar ernstig beloop van klachten;
  • i. specialistische jeugdhulp in verband met seksueel misbruik, geweld in afhankelijkheidsrelaties of eergerelateerd geweld;
  • j. jeugdhulp in verband met ernstige problemen op het gebied van onzindelijkheid.

Artikel 2.2.3a

1.

De vormen van jeugdhulp, bedoeld in artikel 10.3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, zijn:

  • a. jeugdhulp met verblijf;
  • c. multidisciplinaire specialistische jeugdhulp in verband met meervoudige of complexe problemen, waarbij:
  • 1°. de jeugdige als gevolg van de betreffende problemen aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren ervaart;
  • 2°. sprake is van:
  • –. een hoog risico voor de jeugdige of diens omgeving;
  • –. ernstige ontwikkelingsproblemen;
  • –. ernstige opvoedproblemen; of
  • –. crimineel gedrag dan wel een vermoeden daarvan; en
  • 3°. in het geval van multidisciplinaire specialistische jeugdhulp mede bestaande uit geestelijke gezondheidszorg tevens:
  • –. sprake is van een psychische aandoening of een vermoeden daarvan; en
  • –. onvoldoende resultaat wordt verwacht of is gebleken van jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of monodisciplinaire specialistische geestelijke gezondheidszorg;
  • d. jeugdhulp die wordt verleend door een forensische jeugdhulpaanbieder, mede is gericht op het voorkomen van recidive en is gesteld als bijzondere voorwaarde als bedoeld in artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht of wordt verleend ter uitvoering van jeugdreclassering;
  • e. jeugdhulp in verband met een zintuiglijke beperking;
  • f. jeugdhulp bestaande uit crisishulp die gezien de ernst van de problemen 7 x 24 uur beschikbaar is;
  • g. multidisciplinaire jeugdhulp bestaande uit dagbehandeling in groepsverband aan jeugdigen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, ernstige psychische problemen, opvoedproblemen dan wel een vermoeden daarvan of ernstige gedragsproblemen;
  • h. jeugdhulp bestaande uit hoogspecialistische geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen die onvoldoende baat hebben gehad of naar verwachting zullen hebben bij jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of specialistische geestelijke gezondheidszorg en waarbij sprake is van één of meer ernstige, complexe of zeldzame aandoeningen dan wel van een voorspelbaar ernstig beloop van klachten;
  • i. specialistische jeugdhulp in verband met seksueel misbruik, geweld in afhankelijkheidsrelaties of eergerelateerd geweld;
  • j. jeugdhulp in verband met ernstige problemen op het gebied van onzindelijkheid.
2.

Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 2.2.4

De vormen van jeugdhulp, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, van de wet zijn:

  • a. jeugdhulp met verblijf voor zover:
  • 2°. deze jeugdhulp mede is gericht op de drie milieus wonen, onderwijs en vrije tijd;
  • b. jeugdhulp die wordt verleend door een forensische jeugdhulpaanbieder, mede is gericht op het voorkomen van recidive en:
  • 2°. geen sprake is van jeugdhulp met verblijf;
  • c. jeugdhulp bestaande uit crisishulp die gezien de ernst van de problematiek 7 x 24 uur beschikbaar is;
  • d. multidisciplinaire specialistische jeugdhulp bestaande uit geestelijke gezondheidszorg in verband met complexe verslavingsproblematiek.

Hoofdstuk 4. Verplichtingen voor jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en het college

Artikel 4.0.a1

Artikel 4.4.1 van de wet is niet van toepassing op de volgende categorieën van jeugdhulpaanbieders:

  • b. gemeenten.

Artikel 4.0.a2

1.

De interne toezichthouder bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen.

2.

Een persoon wordt voor ten hoogste vier jaar aangesteld als lid van de interne toezichthouder van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling. Deze periode kan eenmaal met ten hoogste vier jaar worden verlengd. De al dan niet aaneengesloten totale periode waarin een persoon lid is van de interne toezichthouder van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is ten hoogste acht jaar.

Artikel 4.0.a3

1.

De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling borgt de onafhankelijke taakvervulling door de interne toezichthouder. Dit betekent in ieder geval dat:

  • a. een lid van de interne toezichthouder geen andere financiële vergoeding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling ontvangt dan een passende vergoeding voor de als lid van de interne toezichthouder verrichte werkzaamheden;
  • b. een lid van de interne toezichthouder, diens echtgenoot of andere levensgezel, pleegkind of bloed- of aanverwant tot in de tweede graad:
  • 1°. tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen lid is van de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling;
  • 2°. in de periode van een jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder niet tijdelijk heeft voorzien in de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling bij belet of ontstentenis van een of meer leden van de dagelijkse of algemene leiding;
  • 3°. tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen werknemer van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is dan wel krachtens een overeenkomst van opdracht werkzaamheden voor de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling heeft verricht;
  • 4°. tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen zakelijke relatie onderhoudt met de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling die de onafhankelijkheid van het lid van de interne toezichthouder dan wel het vertrouwen in die onafhankelijkheid in gevaar brengt;
  • 5°. geen lid is van de dagelijkse of algemene leiding van een andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling indien een lid van de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde lid is van de interne toezichthouder van die andere jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling;
  • 6°. geen aandelen in de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling houdt;
  • 7°. geen lid is van de dagelijkse of algemene leiding van een rechtspersoon die aandelen in de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling houdt dan wel van een andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling die binnen het verzorgingsgebied van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden verricht;
  • 8°. geen lid is van de interne toezichthouder van een andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling die binnen het verzorgingsgebied van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden verricht, tenzij die andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling een dochtermaatschappij van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling is als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of die andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling met de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is verbonden in een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
  • 9°. geen lid is van de interne toezichthouder van een rechtspersoon die aandelen in de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling houdt, tenzij die rechtspersoon met de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is verbonden in een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2.

Met jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt gelijkgesteld een dochtermaatschappij van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek alsmede met de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling in een groep verbonden rechtspersonen of vennootschappen als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

3.

Onder lid van de dagelijkse of algemene leiding als bedoeld in de subonderdelen 1°, 5° en 7° van onderdeel b van het eerste lid, wordt mede verstaan de natuurlijke persoon die het beleid van de instelling heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij lid van de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling.

Artikel 4.0.a4

1.

De interne toezichthouder richt zich bij de vervulling van zijn taak naar het belang van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling, het te behartigen maatschappelijke belang en het belang van de betrokken belanghebbenden.

2.

De interne toezichthouder stelt een profielschets op voor de leden van de interne toezichthouder rekening houdend met de aard van de instelling, diens activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de interne toezichthouder.

Artikel 4.0.a5

1.

De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling verschaft de interne toezichthouder tijdig, en desgevraagd schriftelijk, de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens.

2.

De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde stelt de interne toezichthouder voorts ten minste eenmaal per jaar schriftelijk op de hoogte van in ieder geval:

  • a. de hoofdlijnen van het strategisch beleid;
  • b. de algemene en financiële risico’s; en
  • c. het beheers- en controlesysteem.

§ 4.1. De vertrouwenspersoon

Hoofdstuk 5. Professionalisering

Hoofdstuk 6. Gesloten jeugdhulp bij ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen

Hoofdstuk 7. Verwijsindex en beleidsinformatie

§ 7.3. Verwijsindexservicenummer

Subparagraaf 7.4.1. De autorisatielijst

Subparagraaf 7.4.2. Toegangsmiddelen SBV-Z

§ 7.5. Beleidsinformatie

Hoofdstuk 8. Financiën en verantwoording

§ 8.1. Ouderbijdrage

§ 8.2. Financiële verantwoording

§ 8.3. Overige bepalingen

Hoofdstuk 9. Wijziging in andere algemene maatregelen van bestuur

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)