Wet van 3 december 2014, houdende regels inzake de verzekering van zorg aan mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg (Wet langdurige zorg)
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het bezwaarschrift betrekking heeft op een ingevolge het bepaalde krachtens deze wet verschuldigde bijdrage, waarvan de hoogte niet afhankelijk is van een medisch oordeel.
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
- a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is,
- b. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen, of
- c. het Zorginstituut geen advies heeft uitgebracht binnen de in het vierde lid genoemde termijn of heeft medegedeeld geen advies te zullen uitbrengen.
Het Zorginstituut brengt een advies als bedoeld in het eerste lid uit binnen tien weken na ontvangst van alle gegevens en bescheiden die voor de beoordeling van het verzoek noodzakelijk zijn, en zendt gelijktijdig afschrift daarvan aan de belanghebbende.
Indien het Zorginstituut is verzocht advies uit te brengen, wordt de beslissing op bezwaar in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht genomen binnen eenentwintig weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
Artikel 10.3.2
Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens een der artikelen 1.1.2, eerste lid, 1.2.1, 1.2.2 en 2.1.1.
Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.
§ 3. Bezwaar en beroep
Artikel 10.4.1
De ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd zijn belast met het toezicht op de naleving door zorgaanbieders van de verplichtingen die voor hen uit het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 8 voortvloeien.
De aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren toekomende bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:16 en 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht, hebben mede betrekking op dossiers van verzekerden.
Voor zover de betrokken zorgverlener uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift tot geheimhouding van het dossier verplicht is, kan de zorgverlener deze verplichting, in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet inroepen tegenover de in het eerste lid bedoelde ambtenaren. Op deze ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de betrokken zorgverlener.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd het niet naleven door een zorgaanbieder van een verplichting die voor hem uit het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 8 voortvloeit, buiten behandeling te laten, tenzij sprake is van een situatie die voor de veiligheid van verzekerden of de zorg een ernstige bedreiging kan betekenen, of het belang van goede zorg anderszins daaraan redelijkerwijs in de weg staat.
Artikel 10.4.2
Indien Onze Minister van oordeel is dat het bepaalde bij of krachtens de artikelen 8.1.1, 8.1.2 of 8.1.3 niet wordt nageleefd, kan hij, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, de zorgaanbieder een schriftelijke aanwijzing geven.
In de aanwijzing geeft Onze Minister met redenen omkleed aan op welke punten het bepaalde bij of krachtens artikel 8.1.1, 8.1.2 of 8.1.3 niet wordt nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen.
Een aanwijzing bevat de termijn waarbinnen de zorgaanbieder er aan moet voldoen.
Indien het nemen van maatregelen in verband met gevaar voor de veiligheid of de gezondheid redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de ingevolge artikel 10.4.1 met het toezicht belaste ambtenaar een schriftelijk bevel geven. In voorkomend geval wordt daarvan onverwijld mededeling gedaan aan Onze Minister wie het mede aangaat. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door Onze Minister, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, kan worden verlengd.
De zorgaanbieder is verplicht binnen de daarbij gestelde termijn aan de aanwijzing onderscheidenlijk onmiddellijk aan het bevel te voldoen.
De bevoegdheid tot het verlengen van de geldigheidsduur van een bevel wordt niet gemandateerd aan een ambtenaar van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
Artikel 10.4.3
Onze Minister is, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van een krachtens artikel 10.4.2 gegeven aanwijzing of bevel.
Artikel 10.4.4
Onze Minister is bevoegd een zorgaanbieder een aanwijzing te geven indien de zorgaanbieder niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens 9.1.2, eerste lid.
Indien een zorgaanbieder niet binnen vier weken aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid voldoet, is Onze Minister bevoegd een last onder dwangsom op te leggen.
Hoofdstuk 11. Invoeringsbepalingen en overgangsrecht
§ 1. Overgangsrecht verzekerden
§ 2. Overgangsrecht uitvoerders en afwikkeling Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Artikel 11.2.1
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt ingetrokken.
De zorgautoriteit kan het een Wlz-uitvoerder die behoort tot een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarvan ook een zorgverzekeraar deel uitmaakt die de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten op de dag voor de intrekking van die wet uitvoerde, op diens verzoek voor een periode van ten hoogste twaalf maanden na die intrekking toestaan de Wet langdurige zorg uit te voeren zonder dat de vaststelling, bedoeld in artikel 4.1.1, vierde lid, heeft plaatsgevonden.
Artikel 11.2.2
Ten aanzien van aanspraken, rechten en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten zijn ontstaan voor het tijdstip van intrekking van die wet, dan wel na dat tijdstip zijn ontstaan ter zake van de afwikkeling van die wet, blijft het recht van toepassing zoals dat gold voorafgaand aan dat tijdstip, behoudens voor zover ter zake bij of krachtens deze wet afwijkende regels zijn gesteld.
In deze paragraaf wordt verstaan onder zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zoals dat onderdeel luidde op de dag voor intrekking van die wet.
De bestuursorganen die op grond van het bepaalde bij of krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een taak hadden bij de uitvoering van die wet en de rechtspersonen, bedoeld in artikel 40 van die wet, dragen overeenkomstig de bepalingen van deze wet zorg voor een zorgvuldige afwikkeling van die taak.
Artikel 11.2.3
In artikel 11.2.2, eerste lid, bedoelde rechten en verplichtingen van een zorgverzekeraar gaan van rechtswege over op de Wlz-uitvoerder waarbij de verzekerde is ingeschreven ingevolge artikel 2.2.1. De Wlz-uitvoerder, bedoeld in de vorige volzin, heeft de hoedanigheid van zorgverzekeraar ter zake van de afwikkeling van de in die volzin bedoelde rechten en verplichtingen.
In artikel 11.2.2, eerste lid, bedoelde rechten en verplichtingen van een op grond van artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten aangewezen rechtspersoon gaan van rechtswege over het zorgkantoor dat werkzaam is in de regio waarvoor eerstgenoemde rechtspersoon was aangewezen. Dit zorgkantoor heeft ter zake van de afwikkeling van de in de vorige volzin bedoelde rechten en verplichtingen de hoedanigheid van de op grond van artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten aangewezen rechtspersoon.
In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij een zorgverzekeraar respectievelijk een krachtens artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten aangewezen rechtspersoon is betrokken, treedt vanaf de intrekking van die wet, voor die zorgverzekeraar respectievelijk die rechtspersoon in de plaats:
- a. de Wlz-uitvoerder op welke op grond van het eerste lid de rechten en verplichtingen van de zorgverzekeraar zijn overgegaan, respectievelijk;
- b. het zorgkantoor op welke op grond van het tweede lid de krachtens artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten ontstane rechten en verplichtingen zijn overgegaan.
In zaken waarin voor de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen, dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kon worden toegerekend aan een zorgverzekeraar of die krachtens artikel 44 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten kon worden toegerekend aan een rechtspersoon die is aangewezen krachtens artikel 40, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, treedt na de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten in de plaats van die zorgverzekeraar of die rechtspersoon de Wlz-uitvoerder dan wel het zorgkantoor op, op welke ingevolge dit artikel de rechten en verplichtingen van de zorgverzekeraar of van die rechtspersoon zijn overgegaan.
De archiefbescheiden van zorgverzekeraars en rechtspersonen, aangewezen krachtens artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, die betrekking hebben op de voor de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten bij of krachtens die wet door hen uitgevoerde taken, worden zonder dat daarvoor de toestemming van de verzekerden is vereist en voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats:
- a. in de gevallen, bedoeld in het eerste lid: door die zorgverzekeraars overgedragen aan de Wlz-uitvoerder waarbij de verzekerde is ingeschreven ingevolge artikel 2.2.1,
- b. in de gevallen, bedoeld in het tweede lid: door de rechtspersoon, aangewezen krachtens artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten overgedragen aan de door Onze Minister krachtens artikel 4.2.4, tweede lid, aangewezen Wlz-uitvoerders die de werkzaamheden in hun regio overnemen.
Artikel 11.2.4
De bij en krachtens de Wet financiering sociale verzekeringen opgebouwde reserve voor de uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten die een krachtens artikel 40, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten aangewezen rechtspersoon voor een regio had op de dag voor de intrekking van die wet, komt ten behoeve van de uitvoering van de Wet langdurige zorg toe aan het zorgkantoor dat met ingang van de inwerkingtreding van deze wet in de desbetreffende regio werkt.
In afwijking van het eerste lid brengt het zorgkantoor, bedoeld in het eerste lid, ook zijn beheerskosten die gepaard gaan met de afwikkeling van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten ten laste van de in het eerste lid bedoelde reserve. Uitgaven waarvan de zorgautoriteit heeft vastgesteld dat deze niet verantwoord zijn, blijven daarbij buiten beschouwing, tenzij de zorgautoriteit anders heeft besloten.
Artikel 11.2.5
In afwijking van hetgeen is overeengekomen, kunnen overeenkomsten als bedoeld in artikel 15 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten door beide partijen met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste twee maanden worden opgezegd.
Een zorgaanbieder die uit hoofde van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid een vordering heeft voor zorg die hij voor intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten heeft verleend, zendt op straffe van verval van zijn vorderingsrecht uiterlijk twee jaar na de intrekking van die wet een nota aan het zorgkantoor dat ingevolge artikel 11.2.3, tweede lid, de opvolger is van zijn contractspartij.
Een zorgaanbieder die anders dan uit hoofde van een overeenkomst als bedoeld in het tweede lid of in artikel 11.2.6, een vordering heeft voor op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerde zorg die hij voor de intrekking van die wet heeft verleend, zendt op straffe van verval van zijn vorderingsrecht uiterlijk twee maanden na die intrekking een nota aan de verzekerde dan wel het zorgkantoor dat werkzaam is in de regio waarin de verzekerde woont.
Een verzekerde die ingevolge het derde lid een nota heeft ontvangen, zendt deze op straffe van verval van zijn vorderingsrecht binnen een jaar aan het zorgkantoor dat werkzaam is in de regio waar hij woont.
Binnen drie maanden na ontvangst van een nota als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid, beslist de Wlz-uitvoerder of, en in welke mate deze betaalbaar dient te worden gesteld en zendt hij naar aanleiding daarvan een betaal- of terugvorderingsopdracht aan het CAK.
Het CAK voert een opdracht als bedoeld in het vijfde lid binnen drie maanden na ontvangst ervan uit.
Artikel 11.2.6
Een zorgaanbieder die uit hoofde van een overeenkomst met een verzekerde, gesloten in het kader van een persoonsgebonden budget, een vordering heeft voor zorg die hij voor de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten heeft verleend, zendt op straffe van verval van zijn vorderingsrecht uiterlijk twee maanden na die intrekking een nota aan de verzekerde.
De verzekerde die over een persoonsgebonden budget in de vorm van een trekkingsrecht beschikt, zendt, op straffe van verval van de mogelijkheid om deze ten laste van zijn persoonsgebonden budget te betalen, de nota uiterlijk twee maanden na de ontvangst ervan ter betaling door aan de Sociale verzekeringsbank.
Artikel 11.2.7
Het CAK brengt uiterlijk twee jaar na de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verschuldigde eigen bijdragen over de jaren tot de intrekking in rekening bij de verzekerde.
Artikel 11.2.8
De Wlz-uitvoerders, de zorgkantoren die voor een regio de rechtsopvolgers zijn van de rechtspersonen, bedoeld in artikel 40 van die wet, en het CAK, zenden ieder met betrekking tot de taken die zij ter afwikkeling van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten hebben, voor 1 juli 2021 aan de zorgautoriteit en het Zorginstituut:
- a. een eindverslag over de afwikkeling van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten,
- b. een financieel verslag over de afwikkeling van de uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, dat vergezeld gaat van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een verslag van zijn bevindingen over de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financiële beheer, waarbij de Wlz-uitvoerders en de Wlz-uitvoerders die voor een regio de rechtsopvolgers zijn van de rechtspersonen, bedoeld in artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, onderscheid maken tussen de kosten van de verstrekte zorg en vergoedingen enerzijds en de beheerskosten anderzijds.
Artikel 31, aanhef en onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11.2.9
De zorgautoriteit rapporteert uiterlijk zeven jaar na de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten aan Onze Minister en aan het Zorginstituut per Wlz-uitvoerder over de rechtmatigheid van de afwikkeling van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Daarbij wordt per Wlz-uitvoerder een verklaring gegeven over de rechtmatigheid van de in de financiële verantwoording over de afwikkeling door de Wlz-uitvoerders opgenomen posten. Indien de zorgautoriteit uitgaven of besparingen op beheerskosten van een Wlz-uitvoerder als niet verantwoord heeft aangemerkt, vermeldt zij dat in haar verklaring.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het CAK.
Artikel 11.2.10
Het saldo van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten naar de situatie op 1 januari van het achtste jaar na het jaar waarin de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten werd ingetrokken, komt ten bate of ten laste van 's Rijks schatkist.
Artikel 11.2.11
Het Zorginstituut zendt Onze Minister uiterlijk negen jaar na de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een financieel verslag over de uitgaven en ontvangsten in de periode vanaf de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten tot de datum, bedoeld in artikel 11.2.10.
Het Zorginstituut legt in het financieel verslag, dat zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt ingericht, rekening en verantwoording af over:
- a. de baten en lasten van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten,
- b. de geldstromen inzake de afwikkeling van de taken die het Zorginstituut zelf in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten had,
- c. de rechtmatigheid en doelmatigheid van het beheer van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die bereid is Onze Minister desgevraagd inzicht te geven in zijn controlewerkzaamheden.
De verklaring, bedoeld in het derde lid, heeft mede betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het derde lid, tevens een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid.
Het financieel verslag behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
Na de goedkeuring, bedoeld in het zesde lid, stelt het Zorginstituut het financieel verslag algemeen verkrijgbaar.
Artikel 11.2.12
Baten en lasten die het Zorginstituut na de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten heeft in verband met de uitvoering van die wet, komen ten bate of ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten of, na de datum, bedoeld in artikel 11.2.10, van het Fonds langdurige zorg.
Artikel 11.2.13
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld die voor een goede afwikkeling van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten noodzakelijk zijn.
Artikel 11.2.14
Indien de inspecteur of ontvanger een beschikking heeft gegeven die mede of uitsluitend betrekking heeft op de periode na het tijdstip van intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de in die beschikking gehanteerde terminologie geheel of gedeeltelijk is gebaseerd op de laatstgenoemde wet, geldt voor de periode vanaf het moment van inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg dat die beschikking geacht wordt in zoverre betrekking te hebben op de Wet langdurige zorg.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op beschikkingen over:
- a. het vaststellen van eigen bijdragen als bedoeld in artikel 3.2.5 door het CAK;
- b. het verlenen van ontheffingen door de Sociale verzekeringsbank ter uitvoering van artikel 64, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
- c. het betalen van uitkeringen door de Sociale verzekeringsbank ter uitvoering van de artikelen 57, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet en 20, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet;
- d. het betalen van uitkeringen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ter uitvoering van de artikelen 39, eerste lid, van de Werkloosheidswet, 2:55, eerste lid, en 3:47, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 71, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 40, eerste lid, van de Ziektewet, 57, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 30 van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, en 54, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; en
- e. het afgeven van verklaringen als bedoeld in artikel 21, zesde lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring van verzekerden volksverzekeringen 1999 of het verlenen van ontheffingen als bedoeld in de artikelen 21a, derde lid, en 21b, derde lid, van dat besluit door de Sociale verzekeringsbank.
Artikel 11.2.15
Indien de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten op 1 januari 2015 wordt ingetrokken, wordt, in afwijking van artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, de rijksbijdrage in kosten heffingskortingen ten gunste van het Fonds langdurige zorg voor 2015 vastgesteld op € 3.250 miljoen.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt bij ministeriële regeling gewijzigd indien de heffingskortingen voor de inkomstenbelasting of de premie voor de Wet langdurige zorg, bedoeld in artikel 10 van de Wet financiering sociale verzekeringen, voor het jaar 2015 daartoe aanleiding geven.
Indien de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten op 1 januari 2016 wordt ingetrokken, wordt bij de toepassing van artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, de rijksbijdrage in kosten heffingskortingen ten gunste van het Fonds langdurige zorg voor 2016 berekend volgens de in dat artikel geregeld wijze, waarbij BIKKt-1 = € 3.250 miljoen, dan wel, indien het tweede lid toepassing heeft gevonden, het krachtens dat lid gewijzigde bedrag.
§ 3. Invoeringsbepalingen met betrekking tot het CIZ
Artikel 11.3.1
De personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 7 van deze wet krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht behoren tot het personeel van de stichting Centrum indicatiestelling zorg, en van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister vastgestelde lijst, zijn op dat tijdstip van rechtswege ontslagen en treden in dienst van het CIZ.
De overgang van de in het eerste lid bedoelde personeelsleden vindt plaats met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij de stichting Centrum indicatiestelling zorg.
Artikel 7.1.1, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11.3.2
Alle vermogensbestanddelen van de stichting Centrum indicatiestelling zorg gaan onder algemene titel om niet over op het CIZ zonder dat een besluit, akte of mededeling is vereist.
Ter zake van de overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.
Artikel 11.3.3
Archiefbescheiden van de stichting Centrum indicatiestelling zorg betreffende zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn afgedaan, worden overgedragen aan het CIZ, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
Artikel 11.3.4
Aanvragen gedaan bij en besluiten genomen door de stichting Centrum indicatiestelling zorg met betrekking tot de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor zover de uitvoering van die wet op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet aan de stichting Centrum indicatiestelling zorg was opgedragen, gelden na de inwerkingtreding van deze wet als aanvragen gedaan bij en besluiten genomen door het CIZ.
In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij de stichting Centrum indicatiestelling zorg is betrokken, treedt op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet het CIZ in de plaats van de stichting Centrum indicatiestelling zorg.
In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan de stichting Centrum indicatiestelling zorg, treedt het CIZ op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de Wet Nationale ombudsman in de plaats van de stichting Centrum indicatiestelling zorg.
Artikel 11.3.5
Vervallen
§ 3. Invoeringsbepalingen met betrekking tot het CIZ
Artikel 11.4.1
Vervallen
Artikel 11.4.2
Vervallen
Hoofdstuk 12. Wijziging van andere wetten
§ 4. Tijdelijke subsidies voor zorginfrastructuur en kapitaallasten
Artikel 12.1.1
Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg.
Artikel 12.1.2
Wijzigt de Zorgverzekeringswet.
Artikel 12.1.3
Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet.
Artikel 12.1.4
Wijzigt de Jeugdwet.
Artikel 12.1.5
Wijzigt de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Artikel 12.1.6
Wijzigt de Wet toelating zorginstellingen.
Artikel 12.1.7
Wijzigt de Kwaliteitswet zorginstellingen.
Artikel 12.1.8
Wijzigt de Wet klachtrecht cliënten zorgsector.
Artikel 12.1.9
Wijzigt de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen.
Artikel 12.1.10
Wijzigt de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg.
Artikel 12.1.11
Vervallen
Artikel 12.1.12
Wijzigt de Wet publieke gezondheid.
Artikel 12.1.13
Wijzigt de Geneesmiddelenwet.
Artikel 12.1.14
Wijzigt de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
Artikel 12.1.15
Wijzigt de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
Artikel 12.1.16
Wijzigt de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.
Artikel 12.1.17
Wijzigt deze wet.
Artikel 12.1.18
Wijzigt de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg.
Artikel 12.1.19
Wijzigt de Wet toelating zorginstellingen.
Artikel 12.1.20
Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg.
Artikel 12.1.21
Wijzigt de Wijzigingswet Wet toelating zorginstellingen, enz. (voorwaarden voor winstuitkering aanbieders medisch-specialistische zorg).
Artikel 12.1.22
Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg.
Artikel 12.1.23
Wijzigt de Wijzigingswet Wet marktordening gezondheidszorg, enz. (voorkomen dat zorgverzekeraars zelf zorg verlenen of zorg laten aanbieden door zorgaanbieders waarin zij zelf zeggenschap hebben).
§ 2. Financiën
Artikel 12.2.1
Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.
Artikel 12.2.2
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Artikel 12.2.3
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Artikel 12.2.4
Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.
Artikel 12.2.5
Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties.
§ 2. Financiën
Artikel 12.3.1
Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.
Artikel 12.3.2
Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Artikel 12.3.3
Wijzigt de Werkloosheidswet.
Artikel 12.3.4
Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Artikel 12.3.5
Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
Artikel 12.3.6
Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten .
Artikel 12.3.7
Wijzigt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Artikel 12.3.8
Wijzigt de Ziektewet.
Artikel 12.3.9
Wijzigt de Algemene nabestaandenwet.
Artikel 12.3.10
Wijzigt de Algemene Ouderdomswet.
Artikel 12.3.11
Wijzigt de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956.
Artikel 12.3.12
Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
Artikel 12.3.13
Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.
Artikel 12.3.14
Wijzigt de Liquidatiewet ongevallenwetten.
Artikel 12.3.15
Wijzigt de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen.
Artikel 12.3.16
Wijzigt de Participatiewet.
Artikel 12.3.17
Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
§ 4. Veiligheid en Justitie
Artikel 12.4.1
Wijzigt de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.
Artikel 12.4.2
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 6.
Artikel 12.4.3
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.
Artikel 12.4.4
Wijzigt het Wetboek van Koophandel.
Artikel 12.4.5
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 12.4.6
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Artikel 12.4.7
Wijzigt de Wet forensische zorg.
Artikel 12.4.8
Vervallen
§ 4. Veiligheid en Justitie
Artikel 12.5.1
Wijzigt de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.
Artikel 12.5.2
Wijzigt de Ambtenarenwet.
Artikel 12.5.3
Wijzigt de Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps.
Artikel 12.5.4
Wijzigt de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector.
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Artikel 13.1.1
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 5, van de Wet burgerservicenummer in de zorg, artikel 4a van de Wet publieke gezondheid en artikel 90 van de Geneesmiddelenwet vervallen met ingang van 1 januari 2018.
Artikel 11.1.1, zesde lid, werkt terug tot en met 1 oktober 2014.
Artikel 13.1.2
Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 13.1.3
Deze wet wordt aangehaald als: Wet langdurige zorg.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 4. Tijdelijke subsidies voor zorginfrastructuur en kapitaallasten
Artikel 11.5.1
Vervallen
Hoofdstuk 12. Wijziging van andere wetten
§ 4. Tijdelijke subsidies voor zorginfrastructuur en kapitaallasten
§ 2. Financiën
§ 2. Financiën
§ 4. Veiligheid en Justitie
§ 5. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 3.3.6
Indien de verzekerde zijn recht op zorg met verblijf in een instelling tot gelding wil brengen en die zorg tijdelijk niet geboden kan worden, kan de verzekerde ervoor kiezen om zijn recht tot gelding te brengen met een modulair pakket thuis of een volledig pakket thuis, zonder dat wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.3.2, derde tot en met vijfde alsmede zevende lid.
Indien de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk voorafgaand aan het verkrijgen van een indicatiebesluit op grond van deze wet een persoonsgebonden budget ontving op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Jeugdwet of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, kan hij onverminderd het eerste lid ervoor kiezen om zijn recht tot gelding te brengen met een persoonsgebonden budget, zonder dat wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.3.3, tweede tot en met vierde lid.
Indien de zorg, bedoeld in het eerste en tweede lid, beschikbaar is en er zicht op is dat binnen afzienbare tijd zorg geboden kan worden in de instelling van de voorkeur van de verzekerde, kan de Wlz-uitvoerder of het zorgkantoor na overleg met de verzekerde de toepassing van het eerste en tweede lid verlengen tot het moment dat de verzekerde zijn recht op zorg met verblijf in die instelling tot gelding kan brengen.
De Wlz-uitvoerder of het zorgkantoor verleent ambtshalve een volledig pakket thuis of modulair pakket thuis als bedoeld in het eerste lid respectievelijk een persoonsgebonden budget als bedoeld in het tweede lid.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder toepassing kan worden gegeven aan dit artikel.
Artikel 3.3.6a
De Wlz-uitvoerder kan op verzoek van de verzekerde, bedoeld in artikel 3.3.6, eerste lid, die onmiddellijk voorafgaand aan het indicatiebesluit aanspraak had op zorg op grond van een zorgverzekering of een maatwerkvoorziening als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ontving, voor de duur van de termijn, bedoeld in artikel 3.3.6, eerste lid en derde lid, en zolang die zorg of de in de maatwerkvoorziening besloten liggende zorg noodzakelijk en verantwoord is, in geval daar nog niet in is voorzien een schriftelijke overeenkomst sluiten met de aanbieder die deze zorg verleende of deze maatwerkvoorziening bood.
Gedurende de tijdelijke voortzetting van de zorg dan wel maatwerkvoorziening, bedoeld in het eerste lid, gelden tussen de Wlz-uitvoerder en de desbetreffende aanbieder de voorwaarden van de overeenkomst waaronder de zorg dan wel maatwerkvoorziening aan de in het eerste lid bedoelde verzekerde is aangevangen, behoudens voor zover bij ministeriële regeling anders wordt bepaald.
De verzekerde behoudt onverminderd het eerste lid jegens de Wlz-uitvoerder recht op zorg waarop hij naar aard, inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.
Hoofdstuk 4. De Wlz-uitvoerders
§ 1. De aan- en afmelding en de statuten
§ 2. De taken van de Wlz-uitvoerder
§ 3. Verslaglegging
§ 4. Overig
Hoofdstuk 5. Het Zorginstituut
§ 1. Taken
§ 2. Planning, financiering en verslaglegging
Hoofdstuk 6. Het CAK
§ 1. Instelling en taak
§ 2. Planning, financiering en verslaglegging
Hoofdstuk 7. Het CIZ
§ 1. Instelling en taak
§ 2. Planning, financiering en verslaglegging
Hoofdstuk 8. Zeggenschap van de verzekerde over zijn leven
Hoofdstuk 9. Informatiebepalingen
§ 1. Verwerking van gegevens, waaronder bijzondere categorieën van persoonsgegevens
§ 2. Beleidsinformatie
Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
§ 1. Innovatie, zorg voor bedreigde personen en ADL-assistentie
§ 2. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
§ 3. Bezwaar en beroep
§ 3. Bezwaar en beroep
Hoofdstuk 11. Invoeringsbepalingen en overgangsrecht
§ 5. Gedwongen verblijf in een instelling
§ 2. Overgangsrecht uitvoerders en afwikkeling Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
§ 3. Invoeringsbepalingen met betrekking tot het CIZ
§ 3. Invoeringsbepalingen met betrekking tot het CIZ
§ 4. Tijdelijke subsidies voor zorginfrastructuur en kapitaallasten
Hoofdstuk 12. Wijziging van andere wetten
§ 4. Tijdelijke subsidies voor zorginfrastructuur en kapitaallasten
§ 2. Financiën
§ 2. Financiën
§ 4. Veiligheid en Justitie
§ 5. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 11.1.9
Tot een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip heeft de verzekerde die zijn recht op zorg tot gelding brengt met een modulair pakket thuis geen recht op het schoonhouden van de woonruimte, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een verzekerde als bedoeld in artikel 11.1.1, zesde lid.
§ 2. Overgangsrecht uitvoerders en afwikkeling Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
§ 3. Invoeringsbepalingen met betrekking tot het CIZ
Hoofdstuk 12. Wijziging van andere wetten
§ 5. Tijdelijke subsidie orthocommunicatieve behandeling
§ 2. Financiën
§ 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
§ 4. Veiligheid en Justitie
§ 5. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 5. Gedwongen verblijf in een instelling
Hoofdstuk 11. Invoeringsbepalingen en overgangsrecht
§ 5. Gedwongen verblijf in een instelling
§ 2. Overgangsrecht uitvoerders en afwikkeling Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
§ 3. Invoeringsbepalingen met betrekking tot het CIZ
§ 4. Tijdelijke subsidies voor zorginfrastructuur en kapitaallasten
Hoofdstuk 12. Wijziging van andere wetten
§ 5. Tijdelijke subsidie orthocommunicatieve behandeling
§ 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
§ 4. Veiligheid en Justitie
§ 5. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 5.1.3a
Het Zorginstituut verwerkt de persoonsgegevens waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn in de artikelen 5.1.1, tweede lid, 5.1.2 of 5.1.3 opgedragen taken.
Het Zorginstituut verwerkt op grond van het eerste lid slechts persoonsgegevens indien daarop pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming, is toegepast en vervolgens onafgebroken is gecontinueerd.
Artikel 21, eerste lid, tweede volzin van de Algemene verordening gegevensbescherming, is bij de verwerking door het Zorginstituut niet van toepassing.
§ 2. Planning, financiering en verslaglegging
Hoofdstuk 6. Het CAK
§ 1. Instelling en taak
§ 2. Planning, financiering en verslaglegging
Hoofdstuk 7. Het CIZ
§ 1. Instelling en taak
§ 2. Planning, financiering en verslaglegging
Hoofdstuk 8. Zeggenschap van de verzekerde over zijn leven
Hoofdstuk 9. Informatiebepalingen
§ 1. Verwerking van gegevens, waaronder bijzondere categorieën van persoonsgegevens
Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
§ 1. Innovatie, zorg voor bedreigde personen en ADL-assistentie
§ 2. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
§ 4. Toezicht en handhaving
Hoofdstuk 11. Invoeringsbepalingen en overgangsrecht
§ 5. Gedwongen verblijf in een instelling
§ 2. Overgangsrecht uitvoerders en afwikkeling Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
§ 3. Invoeringsbepalingen met betrekking tot het CIZ
Hoofdstuk 12. Wijziging van andere wetten
§ 5. Tijdelijke subsidie orthocommunicatieve behandeling
§ 2. Financiën
§ 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
§ 4. Veiligheid en Justitie
§ 5. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 10.5.1
Een persoon die door middel van een rechterlijke machtiging als bedoeld in artikel 24 of 28a van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten is aangewezen op verblijf in een instelling heeft gedurende de geldigheidsduur van die machtiging doch ten hoogste gedurende het verblijf in een instelling recht op zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, voor zover deze persoon geen toepassing geeft aan artikel 3.2.3 of het verblijf niet wordt bekostigd op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, op grond van de Jeugdwet of op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Bij de toepassing van het eerste lid zijn de artikelen 3.1.2, 3.1.3, 3.2.1, 3.2.3, 3.2.4, 3.2.6, 3.3.1 tot en met 3.3.4, 3.3.6, 3.3.6a en 4.2.1, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, niet van toepassing.
Het recht op zorg als bedoeld in het eerste lid wordt ambtshalve vastgesteld door het CIZ.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de vaststelling van een indicatiebesluit indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid.
Hoofdstuk 11. Invoeringsbepalingen en overgangsrecht
§ 1. Overgangsrecht verzekerden
§ 2. Overgangsrecht uitvoerders en afwikkeling Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Hoofdstuk 12. Wijziging van andere wetten
§ 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
§ 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
§ 4. Veiligheid en Justitie
§ 5. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 9.1.3a
Het CIZ verstrekt ambtshalve of op verzoek, kosteloos, de volgende persoonsgegevens aan de Sociale verzekeringsbank, welke gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van diens taak tot vaststelling of een recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, bestaat of eindigt:
- a. het gegeven dat het CIZ het recht op zorg heeft vastgesteld van een verzekerde die de leeftijd heeft, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet;
- b. de ingangsdatum en de einddatum van dit besluit;
- c. de geboortedatum van die verzekerde; en
- d. het burgerservicenummer van die verzekerde.
De ambtshalve verstrekking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet eerder dan nadat het CIZ de vertegenwoordiger van de verzekerde, ten aanzien van wie een indicatiebesluit is genomen, in het indicatiebesluit gedurende een termijn van ten minste twee weken in de gelegenheid heeft gesteld niet in te stemmen met deze verstrekking.
§ 2. Beleidsinformatie
Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
§ 1. Innovatie, zorg voor bedreigde personen en ADL-assistentie
§ 2. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
§ 3. Bezwaar en beroep
§ 4. Toezicht en handhaving
Hoofdstuk 11. Invoeringsbepalingen en overgangsrecht
§ 1. Overgangsrecht verzekerden
§ 2. Overgangsrecht uitvoerders en afwikkeling Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
§ 3. Invoeringsbepalingen met betrekking tot het CIZ
Hoofdstuk 12. Wijziging van andere wetten
§ 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
§ 2. Financiën
§ 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
§ 5. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 9.2.2
Een Wlz-uitvoerder verstrekt aan Onze Minister de door hem verzochte informatie ten behoeve van het te voeren beleid op het gebied van de volksgezondheid.
Een Wlz-uitvoerder verwerkt ten behoeve van de verstrekking op grond van het eerste lid geen andere persoonsgegevens dan hij op grond van de artikelen 9.1.1 en 9.1.2 heeft verwerkt, waaronder verwerkte gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming.
De aan Onze Minister op grond van het eerste lid te verstrekken informatie bevat geen gegevens waarmee hij een natuurlijk persoon direct of indirect kan identificeren.
Onze Minister verwerkt geen andere gegevens waarmee hij op basis van de op grond van het eerste lid te verstrekken informatie een natuurlijk persoon direct dan wel indirect kan identificeren.
Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
§ 2. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
§ 4. Toezicht en handhaving
Hoofdstuk 11. Invoeringsbepalingen en overgangsrecht
§ 1. Overgangsrecht verzekerden
§ 2. Overgangsrecht uitvoerders en afwikkeling Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Hoofdstuk 12. Wijziging van andere wetten
§ 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
§ 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
§ 4. Veiligheid en Justitie
§ 5. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)