Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 december 2014, nr. 2014-0000 104920, houdende regels over de bezoldiging en de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband in de zin van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Uitvoeringsregeling WNT)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 13
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 1.9, onderdelen a tot en met c, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder ‘wet’: de Wet normering topinkomens.

Artikel 2. De componenten van de bezoldiging van de functionaris in dienstbetrekking

1.

Ten aanzien van de functionaris in dienstbetrekking wordt, voor zover niet in het tweede lid uitgezonderd, in ieder geval tot de bezoldiging in de zin van de wet gerekend:

2.

Ten aanzien van de functionaris in dienstbetrekking wordt in ieder geval niet tot de bezoldiging in de zin van de wet gerekend:

3.

Indien een functionaris deelneemt aan een collectieve pensioenregeling die uitgaat van een individueel actuarieel juiste premie kan voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel q, tot de bezoldiging worden gerekend het werkgeversdeel van een fictieve premie die blijkens een berekening van de pensioenuitvoerder voor de functionaris zou zijn betaald indien de pensioenregeling gebaseerd zou zijn op een doorsneepremie. Het werkgeversdeel van de fictieve doorsneepremie wordt berekend aan de hand van de formule:

y= ((a / b) x c) – d

waarin:

4.

Indien een topfunctionaris deelneemt aan een collectieve pensioenregeling die een gelijke premie kent en die met toepassing van het in artikel 220e van de Pensioenwet geregelde overgangsrecht voor de topfunctionaris uitgaat van een met de leeftijd oplopend percentage van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen, kan voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel q, tot de bezoldiging worden gerekend: het werkgeversdeel van de gelijke premie die voor de functionaris zou zijn betaald indien voor hem geen overgangsrecht op grond van artikel 220e van de Pensioenwet van toepassing zou zijn. Het werkgeversdeel van de gelijke premie wordt berekend als de gelijke premie toegepast op het pensioengevend inkomen van de topfunctionaris minus het werknemersdeel van de reële pensioenpremie van de functionaris. Indien de collectieve pensioenregeling geen gelijke premie kent, wordt voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel q, in afwijking van de eerste en tweede volzin, de berekeningswijze van het derde lid op overeenkomstige wijze toegepast, met dien verstande dat voor ‘fictieve doorsneepremie’ wordt gelezen ‘fictieve gelijke premie’.

Artikel 3. De toerekening van componenten van de bezoldiging aan enig kalenderjaar

1.

Een component van de bezoldiging wordt toegerekend aan de bezoldiging van het kalenderjaar waarin deze component in de salarisadministratie wordt verwerkt of, indien de component niet in de salarisadministratie wordt opgenomen, in het jaar waarin de component ten laste van het resultaat van de rechtspersoon of instelling komt.

2.

Voor de toetsing aan het toepasselijk bezoldigingsmaximum kan, in afwijking van het eerste lid, een component van de bezoldiging die betrekking heeft op een eerder kalenderjaar dan waarin deze in de salarisadministratie wordt verwerkt, onderscheidenlijk ten laste van het resultaat van de rechtspersoon of instelling komt, toegerekend worden aan het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft.

Artikel 4. De uitkeringen wegens beëindiging dienstverband

1.

Tot de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband in de zin van de wet wordt, voor zover niet in het tweede en derde lid uitgezonderd, in ieder geval gerekend:

2.

Tot de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband wordt niet gerekend de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband die voortvloeit uit een algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst of van een van toepassing zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met verenigingen van werknemers of ambtenaren die bevoegd zijn afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden, of uit een wettelijk voorschrift, doch slechts voor zover de uitkering rechtstreeks, dwingend en eenduidig daaruit voortvloeit.

3.

Tot uitkering wegens beëindiging van een dienstverband wordt niet gerekend de vergoeding van kosten van een outplacement traject, van juridische bijstand of van financieel of pensioenadvies in het kader van de beëindiging van een dienstverband indien:

Artikel 5. Openbaarmaking gegevens topfunctionarissen

1.

De verantwoordelijke vermeldt per boekjaar in het financieel verslaggevingsdocument van iedere topfunctionaris van wie de totale bezoldiging meer bedraagt dan € 2.200:

2.

In aanvulling op het eerste lid vermeldt de verantwoordelijke in het financieel verslaggevingsdocument tevens de in het eerste lid genoemde gegevens over het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarop de verplichting in het eerste lid betrekking heeft.

3.

De verantwoordelijke vermeldt per boekjaar in het financieel verslaggevingsdocument van iedere topfunctionaris van wie de totale bezoldiging € 2.200 of minder bedraagt, de naam en de functie of functies, alsmede in voorkomend geval de naam van de rechtspersoon of instelling bij wie de leidinggevende topfunctionaris gelijktijdig een functie als leidinggevende topfunctionaris in dienstbetrekking vervult als bedoeld in het eerste lid, onderdeel n.

4.

Indien een topfunctionaris, niet zijnde lid van het hoogste toezichthoudende orgaan, van wie de totale bezoldiging meer bedraagt dan € 2.200 een functie vervult anders dan op grond van een dienstbetrekking, vermeldt de verantwoordelijke in afwijking van het eerste lid voor de periode van functievervulling tot en met twaalf maanden:

5.

De verantwoordelijke vermeldt in het financieel verslaggevingsdocument van iedere topfunctionaris die een uitkering wegens beëindiging dienstverband heeft ontvangen:

6.

Ingeval van een overschrijding van de voor de topfunctionaris bij of krachtens de wet bepaalde maximale bezoldiging of het totaal van de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband, bedoeld in de artikelen 2.10, eerste lid, of 3.7, eerste lid, van de wet, vermeldt de verantwoordelijke in het financieel verslaggevingsdocument:

7.

De in het eerste tot en met zesde lid bedoelde gegevens van een functionaris die op grond van artikel 1.1, onderdeel b, onder 6°, WNT wordt aangemerkt als topfunctionaris van de rechtspersoon Staat der Nederlanden, worden in het financieel verslaggevingsdocument vermeld door de verantwoordelijke voor het orgaan of onderdeel van deze rechtspersoon waar betrokkene laatstelijk in het betreffende kalenderjaar zijn of haar functie vervulde. Voor zover de in de eerste volzin genoemde functionaris eerder in het betreffende kalenderjaar bij een ander orgaan of onderdeel van de rechtspersoon Staat der Nederlanden een functie als topfunctionaris vervulde, vraagt de in de eerste volzin bedoelde verantwoordelijke bij dat orgaan of onderdeel tijdig de in het eerste tot en met zesde lid bedoelde gegevens over de periode van functievervulling bij dat orgaan of onderdeel op die nodig zijn om de gegevens van deze functionaris voor het volledige kalenderjaar te kunnen vermelden in het financieel verslaggevingsdocument.

8.

Het orgaan of onderdeel van de rechtspersoon Staat der Nederlanden waar de in het zevende lid bedoelde betrokkene eerder in het betreffende kalenderjaar zijn of haar functie vervulde, draagt de gegevens van betrokkene uit eigen beweging of op eerste verzoek, onverwijld, over aan het in het zevende lid bedoelde orgaan of onderdeel van de rechtspersoon Staat der Nederlanden.

9.

De verantwoordelijke van het in het achtste lid bedoelde orgaan of onderdeel van de rechtspersoon Staat der Nederlanden waar de in het zevende lid bedoelde betrokkene eerder in het betreffende kalenderjaar zijn of haar functie vervulde zoals bedoeld in het achtste lid, vermeldt in het financieel verslaggevingsdocument de naam en functie van betrokkene en de aanvangs- en einddatum van de functievervulling, en verwijst voor de overige in het eerste tot en met zesde lid bedoelde gegevens door naar het financieel verslaggevingsdocument van het in het zevende lid bedoelde orgaan of onderdeel.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 7. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling WNT.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2a. De componenten van de bezoldiging van de topfunctionaris zonder dienstbetrekking

1.

Ten aanzien van de topfunctionaris zonder dienstbetrekking wordt, voor zover niet in het tweede lid uitgezonderd, in ieder geval tot de bezoldiging in de zin van de wet gerekend:

2.

Ten aanzien van de topfunctionaris zonder dienstbetrekking wordt in ieder geval niet tot de bezoldiging in de zin van de wet gerekend:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5a. Openbaarmaking gegevens niet-topfunctionarissen

1.

De verantwoordelijke vermeldt in het financieel verslaggevingsdocument van eenieder in dienstbetrekking van wie de bezoldiging niet reeds op grond van artikel 5 in het financieel verslaggevingdocument is opgenomen en van wie de bezoldiging van zijn functie of functies de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, te boven is gegaan, de volgende gegevens:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing wanneer een dienstbetrekking een kleinere omvang heeft dan het bij de verantwoordelijke gebruikelijke voltijds dienstverband, terwijl de bezoldiging meer bedraagt dan de maximale bezoldiging bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet, vermenigvuldigd met het aantal uren waarop de dienstbetrekking betrekking heeft en gedeeld door het aantal uren van een voltijds dienstverband.

3.

In aanvulling op het eerste lid vermeldt de verantwoordelijke in het financieel verslaggevingsdocument tevens de in het eerste lid genoemde gegevens over het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de verplichting in het eerste en tweede lid betrekking heeft.

4.

In de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid motiveert de verantwoordelijke in het financieel verslaggevingsdocument de overschrijding van de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3 van de wet.

5.

In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel e, kan het totale bedrag worden vermeld van de premies of bijdragen van de werkgever, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen q en r, die bij wijze van uitgestelde financiering voldaan worden in de vorm van inkoop van pensioenafspraken als bedoeld in artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten sociaal akkoord 2004, alsmede het aantal niet-topfunctionarissen dat het betreft.

Artikel 5b. Vrijstelling van openbaarmakingsverplichtingen

1.

De artikelen 5 en 5a zijn niet van toepassing op rechtspersonen, niet zijnde rechtspersonen als bedoeld in artikel 1.2 van de wet, en instellingen waarbij:

2.

Een rechtspersoon of instelling als bedoeld in het eerste lid vermeldt in het financieel verslaggevingsdocument en openbaar via internet op de in artikel 5c, tweede dan wel derde lid, bepaalde wijze dat de openbaarmaking van de in de artikelen 5 en 5a bedoelde gegevens achterwege is gelaten in het boekjaar waarop het financieel verslaggevingsdocument betrekking heeft. Artikel 1.7 van de wet is niet van toepassing op de in de eerste volzin genoemde vermelding.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5c. Wijze van openbaarmaking

1.

Indien het boekjaar van de verantwoordelijke niet overeenkomt met een kalenderjaar heeft de vermelding, bedoeld in de artikelen 5 en 5a, betrekking op de gegevens van het kalenderjaar voorafgaande aan het boekjaar.

2.

Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar waar het financieel verslaggevingsdocument betrekking op heeft maakt de verantwoordelijke de gegevens bedoeld in de artikelen 5 en 5a openbaar via internet op een algemeen toegankelijke wijze gedurende ten minste zeven jaar. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.

3.

In afwijking van het tweede lid, maakt de verantwoordelijke van een rechtspersoon als bedoeld in de artikelen 1.2, eerste lid, 1.3, eerste lid, onderdeel a, b of c, en 1.3, eerste lid, onderdeel d, jo. bijlage 1 van de wet waarvan het toezicht op de naleving van de wet op grond van artikel 5.1 van de wet door Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat is opgedragen aan de ambtenaren van de Eenheid toezicht WNT van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het kalenderjaar waar het financieel verslaggevingsdocument betrekking op heeft de in de artikelen 5 en 5a bedoelde gegevens openbaar via internet op een door Onze Minister aangewezen website van de rijksoverheid gedurende ten minste zeven jaar. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking. De van echtheidskenmerken voorziene gegevens, bedoeld in de artikelen 5 en 5a, alsmede de van echtheidskenmerken voorziene controleverklaring van de accountant over de gegevens, bedoeld in de artikelen 5 en 5a, worden door de in de eerste volzin bedoelde verantwoordelijke via elektronische weg aangeleverd bij Onze Minister. De openbaarmaking op grond van dit lid geldt voor de gegevens over het kalenderjaar 2026 en volgende kalenderjaren.

4.

Bij een groep van rechtspersonen zijn de verantwoordelijken van de rechtspersonen binnen de groep vrij om te kiezen of de gegevens, bedoeld in de artikelen 5 en 5a, worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening, in de enkelvoudige jaarrekening van de betreffende rechtspersoon of in de enkelvoudige jaarrekening van een van de andere rechtspersonen in de groep, voor zover dit op grond van andere op de rechtspersonen van toepassing zijnde regelgeving is toegestaan. Uitsluitende vermelding in de geconsolideerde jaarrekening of de enkelvoudige jaarrekening van een van de andere rechtspersonen binnen de groep is voldoende indien:

5.

Bij toepassing van artikel 32d van de Wet op de loonbelasting 1964 worden de gegevens, bedoeld in de artikelen 5 en 5a, opgenomen in het financieel verslaggevingsdocument van:

Artikel 5d. Herstel van fouten die na vaststelling van het financieel verslaggevingsdocument worden geconstateerd

1.

De verantwoordelijke herstelt een fout in de gegevens die op grond van de artikelen 5 en 5a openbaar moeten worden gemaakt die na vaststelling van het financieel verslaggevingsdocument over het betreffende boekjaar worden geconstateerd, voor zover het een fout betreft:

2.

De verantwoordelijke corrigeert de in het eerste lid bedoelde fout in het eerstvolgende financieel verslaggevingsdocument en licht de verschillen met het eerder vastgestelde financieel verslaggevingsdocument alsmede de oorzaak van de fout toe.

3.

In het geval de fout niet leidt tot (wijzigingen in) een onverschuldigde betaling vermeldt de verantwoordelijke dat in de in het tweede lid bedoelde toelichting.

4.

In het geval de fout leidt tot (wijzigingen in) een onverschuldigde betaling vermeldt de verantwoordelijke de op het moment van vaststellen van het verantwoordingsdocument de nog niet aan de instelling terugbetaalde bedragen, of, indien op het moment van vaststellen van het financieel verslaggevingsdocument volledige terugbetaling aan de instelling heeft plaatsgevonden, het feit dat deze terugbetaling volledig heeft plaatsgevonden. In het geval de fout leidt tot een verlaging van een onverschuldigde betaling mag een nadere toelichting achterwege blijven.

Artikel 5e. Openbaarmaking gegevens gewezen topfunctionaris

Ten aanzien van het financieel verslaggevingsdocument dat betrekking heeft op het kalenderjaar 2017 is artikel 5, eerste lid, onderdelen a tot en met j, tweede tot en met vijfde lid, zesde lid, aanhef en onderdeel a, van overeenkomstige toepassing op de gewezen topfunctionaris als bedoeld in artikel 4.1, eerste tot en met vierde lid, van de wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)