Besluit van het college van afgevaardigden van 4 december 2014 tot vaststelling van de verordening op de advocatuur (Verordening op de advocatuur)

Type Pbo
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 182
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Het is de advocaat niet toegestaan de praktijk uit te oefenen, al dan niet in dienst, in een vorm waardoor de vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van zijn beroep, met inbegrip van de behartiging van het partijbelang en de daarmee samenhangende vertrouwensrelatie tussen de advocaat en zijn cliënt, in gevaar kunnen worden gebracht.

Artikel 5.2. Wijzen van uitoefening van de praktijk

De advocaat oefent de praktijk uit op een of meer van de volgende wijzen:

Afdeling 5.2. Samenwerking

Artikel 5.3. Samenwerkingsverband

Van een samenwerkingsverband is uitsluitend sprake indien een advocaat met een andere natuurlijk persoon, een samenwerkingsverband of een rechtspersoon:

Artikel 5.4. Toegestane samenwerkingsverbanden

1.

Een advocaat kan uitsluitend een samenwerkingsverband aangaan met:

2.

De algemene raad kan beroepsorganisaties in het buitenland als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, erkennen indien de buitenlandse beroepsbeoefenaren in vrijheid en onafhankelijkheid hun beroep uitoefenen en onderworpen zijn aan tuchtrecht vergelijkbaar met het Nederlandse tuchtrecht. De algemene raad weegt bij zijn besluit mee of advocaten die op het Nederlandse tableau ingeschreven staan, naar het recht van het andere land een samenwerkingsverband kunnen aangaan met de leden van die beroepsorganisaties.

Artikel 5.5. Naamgeving

Het is de advocaat niet toegestaan om met andere dan de in artikel 5.4, eerste lid, genoemde beroepsbeoefenaren, samenwerkingsverbanden en praktijkrechtspersonen onder een gemeenschappelijke naam naar buiten op te treden.

Afdeling 5.3. Bestuurders

Artikel 5.6. Bestuurders van samenwerkingsverbanden en rechtspersonen

1.

Indien het samenwerkingsverband of de praktijkrechtspersoon een bestuur heeft is de meerderheid van het bestuur en de voorzitter ervan advocaat of beoefenaar van een toegelaten vrij beroep.

2.

Een bestuurder, die niet een advocaat of beoefenaar van een toegelaten vrij beroep is:

3.

Een bestuurder meldt een voorgenomen benoeming tot bestuurder van een niet-advocaat of iemand die geen beoefenaar is van een toegelaten vrij beroep aan de raad van de orde, waarbij wordt meegezonden een door de beoogde bestuurder ondertekende verklaring dat voldaan is aan de vereisten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, en de verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.

Afdeling 4.2. Vakbekwaamheidseisen cassatie

Artikel 5.7. Oprichten van praktijkrechtspersoon

1.

De statuten van een praktijkrechtspersoon voldoen aan de volgende eisen:

2.

De statuten van een houdster-rechtspersoon voldoen aan de volgende eisen:

3.

Indien de praktijkrechtspersoon een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een naamloze vennootschap is, geldt dat de statuten en de ter zake geldende regelingen tevens bepalen dat er uitsluitend aandelen en certificaten op naam worden uitgegeven.

4.

Indien de praktijkrechtspersoon uit leden bestaat en geen aandeelhouders heeft, geldt dat waar in het eerste en tweede lid over aandeelhouders wordt gesproken, gelezen moet worden: de leden.

5.

Indien de rechtspersoon geen statuten heeft, is het eerste lid, respectievelijk tweede lid, van toepassing op de overeenkomst die het doel en de wijze van samenwerking bepaalt.

Artikel 5.8. Aandeelhouderschap en stemrecht

1.

Alle aandelen van een praktijkrechtspersoon en een houdster-rechtspersoon met een in aandelen verdeeld kapitaal en de daarmee verbonden stemrechten of certificaten ervan zijn in handen van:

2.

Tot zes maanden na het defungeren of overlijden van een aandeelhouder is het eerste lid, niet van toepassing met betrekking tot die aandelen.

3.

In afwijking van het eerste lid, kunnen personen die werkzaam zijn in een praktijkrechtspersoon, maar geen advocaat of beoefenaar van een toegelaten vrij beroep zijn, gezamenlijk tot ten hoogste tien procent van de winst van de praktijkrechtspersoon economische gerechtigdheid verkrijgen in die praktijkrechtspersoon.

Afdeling 5.5. Praktijkuitoefening in dienst

Artikel 5.9. Toegestane dienstverbanden

Een advocaat kan uitsluitend de praktijk uitoefenen in dienst van:

Artikel 5.10. Toegestane organisaties met ideële doelstelling

1.

Een organisatie met een ideële doelstelling als bedoeld in artikel 5.9, onderdeel f:

2.

De uitoefening van de praktijk in dienst van een organisatie met een ideële doelstelling als bedoeld in artikel 5.9, onderdeel f, is bovendien slechts toegestaan wanneer zij geschiedt ten behoeve van die werkgever of diens leden als zodanig, in het laatste geval echter uitsluitend zolang de door de advocaat verleende rechtsbijstand zich beperkt tot:

Artikel 5.11. Verzekerde rechtsbijstand

1.

De advocaat in dienst van een werkgever als bedoeld in artikel 5.9, onderdeel e, kan uitsluitend optreden in die hoedanigheid ten behoeve van de werkgever of bij die werkgever verzekerden.

2.

Indien de advocaat, bedoeld in het eerste lid, wordt verzocht de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen biedt hij de verzekerde de keuze de behartiging van zijn belangen toe te vertrouwen aan een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige van zijn keuze.

Artikel 5.12. Professioneel statuut

1.

Een advocaat kan de praktijk uitsluitend in dienst uitoefenen van een werkgever als bedoeld in artikel 5.9, onderdelen e, f en g, indien hij een door hem en zijn werkgever ondertekend professioneel statuut heeft, gelijk aan het model, bedoeld in het derde lid.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een advocaat in dienst bij een werkgever als bedoeld in artikel 5.9, onderdelen c en d, in geval de zeggenschap over de praktijkrechtspersoon of het samenwerkingsverband in meerderheid bij niet-advocaten is belegd.

3.

De algemene raad stelt een model van het professioneel statuut vast en kan bij wijzigingen in dat model bepalen wanneer een bestaand professioneel statuut moet worden aangepast.

Artikel 5.13. Voorkomen tegenstrijdige belangen

1.

Het is de advocaat die de praktijk in dienst uitoefent niet toegestaan in enige zaak voor een of meer cliënten op te treden, wanneer hij daarbij uit hoofde van het dienstverband belangen in acht zou moeten nemen die strijden met het belang van die cliënt of cliënten of wanneer een daarop uitlopende ontwikkeling aannemelijk is.

2.

De praktijkuitoefening van een advocaat in dienst van een werkgever is te verenigen met een door hem buiten dat dienstverband uitgeoefende rechtspraktijk, mits de advocaat in afdoende mate ervoor zorgdraagt dat geen belangenverstrengeling kan ontstaan, dat verwarring omtrent de hoedanigheid waarin hij optreedt is uitgesloten en hij van deze rechtspraktijk bij de deken melding maakt.

Artikel 5.14. Kenbare hoedanigheid

De advocaat in dienst van een werkgever behoudt bij alle binnen het dienstverband voorkomende werkzaamheden de hoedanigheid van advocaat en maakt die hoedanigheid tegenover derden steeds duidelijk kenbaar.

Artikel 5.15. Informeren deken bij praktijkuitoefening in dienst

1.

De advocaat, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, verstrekt de deken een kopie van het door hem en zijn werkgever ondertekende professioneel statuut voorafgaand aan zijn praktijkuitoefening in dienst.

2.

De advocaat, bedoeld in artikel 5.12, tweede lid, verstrekt de deken een kopie van het door hem en zijn werkgever ondertekende professioneel statuut binnen een week nadat de in dat lid bedoelde situatie zich voordoet.

Hoofdstuk 6. Kantoororganisatie

Afdeling 6.1. Interne organisatie en beschrijving werkwijze

Artikel 6.1. Reikwijdte

Deze afdeling is niet van toepassing op advocaat-stagiaires, uitgezonderd stagiaire-ondernemers en buitenstagiaires.

Artikel 6.2. Inrichten organisatie en dienstverlening

1.

De advocaat richt de organisatie van zijn kantoor, alsmede de dienstverlening aan de cliënt adequaat in.

2.

De algemene raad kan, gehoord het college van afgevaardigden, over het bepaalde in het eerste lid nadere regels stellen.

Artikel 6.3. Aannemen zaken

Een advocaat neemt alleen zaken aan die hij gelet op zijn kantoororganisatie adequaat kan behandelen.

Artikel 6.4. Beschrijving werkwijze

1.

De advocaat beschrijft de wijze waarop hij voldoet aan de voor hem geldende regels betreffende:

2.

De algemene raad kan nadere regels stellen betreffende de beschrijving, bedoeld in het eerste lid.

Afdeling 5.4. Rechtspersonen

Artikel 6.5. Administratieplicht

1.

Voor zover niet reeds bepaald in artikel 10 van Boek 2, respectievelijk artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek:

2.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme voert de advocaat de administratie zodanig dat blijkt dat hij voldoet aan die wet.

Afdeling 6.3. Geheimhoudernummers

Paragraaf 6.3.1. Doel registreren geheimhoudernummers

Artikel 6.6. Doel registratie

De secretaris van de algemene raad registreert geheimhoudernummers met het oog op de verstrekking ervan aan de in de artikelen 6.7 en 6.8 bedoelde partijen ter waarborging van de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen advocaat en cliënt.

Paragraaf 6.3.2. Verstrekking geheimhoudernummers

Artikel 6.7. Verstrekking aan instanties

1.

De secretaris van de algemene raad kan geheimhoudernummers verstrekken met het oog op het in artikel 6.6 genoemde doel aan:

2.

De Nederlandse orde van advocaten sluit daartoe, gehoord het college van afgevaardigden, met de in het eerste lid bedoelde partijen een overeenkomst.

Artikel 6.8. Verstrekken aan derden

1.

De secretaris van de algemene raad kan op verzoek van een advocaat zijn geheimhoudernummers aan anderen dan de in artikel 6.7, eerste lid, bedoelde partijen verstrekken met het oog op het in artikel 6.6 genoemde doel.

2.

De Nederlandse orde van advocaten sluit daartoe, gehoord het college van afgevaardigden, met deze anderen een overeenkomst.

Artikel 6.9. Verwerking kennisgevingen geheimhoudernummers

De secretaris van de algemene raad verwerkt kennisgevingen ten aanzien van geheimhoudernummers zo snel mogelijk in het register van geheimhoudernummers.

Paragraaf 6.3.3. Opgave geheimhoudernummers

Artikel 6.10. Opgave geheimhoudernummers

1.

De advocaat doet aan de secretaris van de algemene raad opgave van zijn geheimhoudernummers en van die van personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht.

2.

De algemene raad stelt nadere regels over de nummers die de advocaat opgeeft afhankelijk van soort praktijk, soorten geheimhouders of samenwerkingsvormen.

3.

De advocaat geeft onverwijld alle wijzigingen betreffende een of meer van zijn geheimhoudernummers door aan de secretaris van de algemene raad.

Artikel 6.11. Zorgplicht geheimhoudernummers

1.

Een advocaat maakt gebruik van een ingevolge artikel 6.10 opgegeven geheimhoudernummer voor de vertrouwelijke communicatie, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten.

2.

De advocaat draagt er zorg voor dat een persoon met een van hem afgeleid verschoningsrecht gebruik maakt van een ingevolge artikel 6.10 opgegeven geheimhoudernummer voor diens vertrouwelijke communicatie.

3.

De advocaat draagt er zorg voor dat een persoon zonder verschoningsrecht of zonder een van hem afgeleid verschoningsrecht geen gebruik maakt van zijn geheimhoudernummer.

4.

De advocaat draagt er zorg voor dat een persoon met een van hem afgeleid verschoningsrecht zijn telefoon of faxapparaat met geheimhoudernummer niet laat gebruiken door een persoon zonder verschoningsrecht.

Artikel 6.12. Misbruik of verlies opgegeven geheimhoudernummers

1.

De advocaat die zijn telefoon of faxapparaat met geheimhoudernummer laat gebruiken of heeft laten gebruiken onder dwang meldt dat zo spoedig mogelijk aan de secretaris van de algemene raad.

2.

Bij verlies of diefstal van een mobiele telefoon met geheimhoudernummer laat de advocaat het nummer zo spoedig mogelijk blokkeren en meldt hij dit zo snel mogelijk aan de secretaris van de algemene raad.

3.

De advocaat draagt er zorg voor dat een persoon met een van hem afgeleid verschoningsrecht die zijn telefoon of faxapparaat met geheimhoudernummer laat gebruiken of heeft laten gebruiken onder dwang of doordat het toestel niet meer in zijn macht is door verlies of diefstal, dat zo spoedig mogelijk aan hem meldt. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 6.4. Advocatenpas en authenticatiemiddel

Artikel 6.13. Advocatenpas

Een advocaat beschikt over een geldige advocatenpas, uitgegeven door een leverancier die door de algemene raad is geselecteerd op grond van artikel 6.16.

Artikel 6.14. Gemachtigden

1.

Een advocaat kan één advocatenpas aanvragen per door hem gemachtigde persoon.

2.

Een advocaat kan uitsluitend een advocatenpas aanvragen voor personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn.

3.

Een advocaat draagt er zorg voor dat de gemachtigde de advocatenpas gebruikt conform zijn opdracht en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling.

Artikel 6.15. Informeren bij vermissing, diefstal of schade

De advocaat informeert de leverancier van de advocatenpas onverwijld in geval van vermissing, diefstal of beschadiging van de eigen advocatenpas of van een onder zijn verantwoordelijkheid aangeschafte advocatenpas.

Artikel 6.16. Selectie leveranciers en nadere regels

1.

De algemene raad selecteert de leveranciers van de advocatenpas.

2.

De algemene raad kan nadere regels stellen over de advocatenpas, onder meer met betrekking tot de aanvraag, uitgifte en de geldigheid ervan.

Artikel 6.17. Informatie door secretaris van de algemene raad

De secretaris van de algemene raad informeert de leverancier van de advocatenpas onverwijld over schrapping of doorhaling van het tableau of schorsing in de uitoefening van de praktijk van een advocaat opdat de advocatenpas wordt geblokkeerd.

Afdeling 6.1. Interne organisatie en beschrijving werkwijze

Paragraaf 6.3.1. Doel registreren geheimhoudernummers

Artikel 6.18. Reikwijdte derdengelden

Afdeling 6.5 is niet van toepassing op de advocaat die optreedt in een hoedanigheid die het gevolg is van een rechterlijke benoeming, indien en voor zover daarbij voorzien is in een regeling voor het beheer van derdengelden.

Artikel 6.19. Derdengelden

1.

Een advocaat draagt er zorg voor dat derdengelden worden overgemaakt hetzij rechtstreeks naar de rechthebbende, hetzij naar de bankrekening van de stichting derdengelden die hem ter beschikking staat.

2.

Een advocaat die derdengelden onder zich heeft, maakt de gelden zodra de gelegenheid zich voordoet over naar de bankrekening van de stichting derdengelden of van de rechthebbende, en administreert het bedrag, de datum en wijze van ontvangst, de datum van overmaking, de begunstigde en de naam van de behandelend advocaat.

3.

Een advocaat doet derdengelden niet tot zekerheid strekken van hemzelf, zijn praktijk of enige derde.

4.

Een advocaat kan met de rechthebbende schriftelijk overeenkomen dat derdengelden worden aangewend ter voldoening van een eigen declaratie. Indien de rechthebbende de declaratie binnen een redelijke termijn betwist, vervalt het recht om derdengelden aan te wenden ter voldoening van deze declaratie.

5.

Indien derdengelden zijn aangewend ter voldoening van een eigen declaratie, bevestigt de advocaat dit schriftelijk aan de rechthebbende.

Artikel 6.20. Waardepapieren en kostbaarheden

1.

Artikel 6.19 is, zo mogelijk, van overeenkomstige toepassing op waardepapieren en kostbaarheden die de advocaat bij wijze van derdengelden ontvangt.

2.

De advocaat mag slechts gelden, geldswaardige papieren, kostbaarheden of andere zaken aannemen of bewaren, indien hij zich ervan heeft vergewist welke gelden, geldswaardige papieren, kostbaarheden of andere zaken het betreft en zich ervan heeft overtuigd dat dit in het kader van een door hem behandelde zaak een redelijk doel dient.

Paragraaf 5.5.2. Experiment rechtsbijstandsverzekeraars

Artikel 6.21. Beschikbaarheid stichting derdengelden

1.

Een advocaat heeft een stichting derdengelden ter beschikking, die voldoet aan de eisen opgenomen in artikel 6.22.

2.

In afwijking van het eerste lid, is een advocaat die in de uitoefening van zijn praktijk geen derdengelden ontvangt, vrijgesteld van de verplichting een stichting derdengelden ter beschikking te hebben.

3.

Een advocaat stelt de deken schriftelijk op de hoogte van:

Artikel 6.22. Eisen stichting derdengelden

1.

De stichting derdengelden heeft statuten overeenkomstig het model, bedoeld in het tiende lid; de naam van de stichting bevat ten minste de woorden 'stichting', 'beheer' en 'derdengelden'.

2.

De stichting derdengelden strekt tot een goede uitvoering van artikel 6.19.

3.

De stichting derdengelden wordt voor geen ander doel gebruikt dan voor het beheer van derdengelden.

4.

Indien de stichting derdengelden ontvangt, heeft de stichting daarvoor een bankrekening beschikbaar. Een stichting derdengelden die ter beschikking staat van meerdere kantoren, opent voor elk kantoor een afzonderlijke bankrekening, indien voor een kantoor derdengelden worden ontvangen.

5.

Tot bestuurder van de stichting kunnen worden benoemd:

6.

Tot bestuurder van een stichting kunnen niet worden benoemd:

7.

De stichting verbindt zich ertoe om de deken desgevraagd de informatie te verschaffen die op grond van de Advocatenwet of deze verordening wordt verlangd van advocaten.

8.

De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende bestuursleden, van wie er ten minste een advocaat is.

9.

Tussen de stichting en de advocaat of zijn kantoor is een overeenkomst gesloten overeenkomstig het model, bedoeld in het tiende lid.

10.

De algemene raad kan modellen voor de statuten van de stichting derdengelden en voor de overeenkomst tussen de stichting en de advocaat of zijn kantoor vaststellen en kan bij wijzigingen van deze modellen bepalen wanneer bestaande statuten en overeenkomsten tussen de stichting en de advocaat of zijn kantoor moeten worden aangepast.

Artikel 6.23. Bestuurder stichting derdengelden

1.

Een advocaat die bestuurder is van een stichting derdengelden is gehouden de bepalingen van deze afdeling na te leven.

2.

Een advocaat die bestuurder is van een stichting derdengelden verleent geen medewerking aan handelingen die strijdig zijn met de bepalingen van deze afdeling.

3.

Een advocaat die bestuurder is van een stichting derdengelden maakt derdengelden onmiddellijk over aan de rechthebbende, zodra daartoe door of namens de behandelend advocaat opdracht is gegeven, met inachtneming van artikel 6.22, achtste lid.

Afdeling 6.1. Interne organisatie en beschrijving werkwijze

Artikel 6.24. Beroepsaansprakelijkheidsverzekering

1.

De advocaat is adequaat verzekerd ter zake van het risico van zijn beroepsaansprakelijkheid.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het risico dat een advocaat die de praktijk in dienst uitoefent schade toebrengt aan zijn werkgever of in de groep met de werkgever verbonden rechtspersonen, voor zover de werkgever of in de groep met de werkgever verbonden rechtspersonen hem voor deze schade op voorhand schriftelijk vrijwaart. In dat geval blijft voor de advocaat die de praktijk in dienst uitoefent de verplichting bestaan een aansprakelijkheidsverzekering te sluiten voor schade, als advocaat toegebracht aan derden.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het risico dat een advocaat die de praktijk in dienst uitoefent schade toebrengt aan derden, indien de werkgever de Staat is en deze de advocaat hiervoor op voorhand schriftelijk vrijwaart conform het model, bedoeld in het vijfde lid.

4.

De advocaat gaat de verzekering aan met een verzekeraar van wie aannemelijk is dat deze voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van solvabiliteit.

5.

De algemene raad stelt een model van de vrijwaring vast en kan bij wijzigingen van dat model bepalen wanneer bestaande vrijwaringen moeten worden aangepast.

Artikel 6.25. Dekking van verzekering

De in artikel 6.24, eerste lid, bedoelde verzekering:

Artikel 6.26. Beperking aansprakelijkheid

Een advocaat kan schriftelijk met de cliënt overeenkomen dat de beroepsaansprakelijkheid, buiten het bedrag van het eigen risico, wordt beperkt tot het bedrag waarop de verzekering aanspraak op uitkering geeft, indien:

Afdeling 6.7. Betalingen aan en door advocaat

Artikel 6.27. Betalingen aan en door advocaat

1.

De advocaat verricht of aanvaardt in het kader van zijn praktijkuitoefening betalingen slechts giraal behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid.

2.

De advocaat kan betalingen in het kader van zijn praktijkuitoefening alleen dan in contanten verrichten of aanvaarden, indien er feiten of omstandigheden zijn die dat rechtvaardigen en met inachtneming van het bepaalde in het derde lid.

3.

Indien de advocaat in een zaak of in een periode van ten hoogste een jaar ten behoeve van dezelfde cliënt een of meer contante betalingen zal verrichten of aanvaarden met een gezamenlijke waarde van € 5.000 of meer, overlegt de advocaat hierover voorafgaand aan die verrichting of aanvaarding met de deken. Indien dit voorafgaand overleg redelijkerwijs niet mogelijk is, vindt dit overleg plaats onverwijld na de verrichting of aanvaarding van die betaling.

Afdeling 6.8. Klachten en geschillen

Artikel 6.28. Kantoorklachtenregeling

1.

De advocaat beschikt over een kantoorklachtenregeling die voldoet aan het bepaalde in het tweede lid. De advocaat draagt er zorg voor dat klachten conform de kantoorklachtenregeling worden behandeld.

2.

De in het eerste lid bedoelde kantoorklachtenregeling regelt in ieder geval:

3.

De advocaat, de praktijkrechtspersoon of het samenwerkingsverband verklaart de kantoorklachtenregeling, bedoeld in het eerste lid, van toepassing op iedere overeenkomst van opdracht die met de cliënt wordt aangegaan.

4.

Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op een advocaat die de praktijk uitoefent in dienst van een werkgever als bedoeld in artikel 5.9, aanhef en onderdeel e, f of g, en uitsluitend voor de werkgever optreedt.

Artikel 6.29. Geschilbeslechting

1.

Een advocaat, de praktijkrechtspersoon of het samenwerkingsverband komt een forumkeuze met de cliënt overeen voor geschillen over de totstandkoming en de uitvoering van de overeenkomst van opdracht, de kwaliteit van de dienstverlening en de hoogte van de declaratie. De eerste volzin is niet van toepassing op een advocaat die de praktijk uitoefent in dienst van een werkgever als bedoeld in artikel 5.9, aanhef en onderdeel e, f of g, en uitsluitend voor de werkgever optreedt.

2.

Indien een advocaat, praktijkrechtspersoon of samenwerkingsverband in de overeenkomst van opdracht opneemt dat geschillen over de totstandkoming en de uitvoering van deze overeenkomst, de kwaliteit van de dienstverlening en de hoogte van de declaratie ter beslechting worden voorgelegd aan een ander dan de bevoegde rechter, dan vindt deze geschilbeslechting in ieder geval plaats door middel van een overeenkomst tot arbitrage als bedoeld in artikel 1020 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering of door middel van een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 900 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 6.30. Klachtregistratie

De klachtenfunctionaris houdt een overzicht bij van alle binnengekomen klachten met daarbij het onderwerp van de klacht.

Hoofdstuk 7. Relatie advocaat – cliënt

Afdeling 7.1. Controle door advocaat

Artikel 7.1. Controle identiteit cliënt en wettigheid opdracht

1.

Bij aanvaarding van de opdracht vergewist de advocaat zich van de identiteit van de cliënt en in voorkomend geval tevens van de identiteit van de tussenpersoon die de opdracht namens de cliënt verstrekt, tenzij de aard of de omstandigheden van de zaak dit onmogelijk maken.

2.

Bij de aanvaarding van de opdracht gaat de advocaat na of in redelijkheid aanwijzingen bestaan dat de opdracht strekt tot voorbereiding, ondersteuning of afscherming van onwettige activiteiten.

Artikel 7.2. Twijfel identiteit cliënt

1.

De advocaat mag afgaan op de juistheid van de hem door de cliënt verstrekte gegevens zolang in redelijkheid aanwijzingen van het tegendeel ontbreken.

2.

Indien de advocaat gerede twijfel heeft, dan wel indien er omstandigheden zijn die gerede twijfel rechtvaardigen, over de juistheid van de door of namens de cliënt verschafte gegevens of de identiteit van de cliënt of de tussenpersoon, stelt de advocaat een onderzoek in naar de juistheid van de verschafte gegevens, de achtergrond van de cliënt, de tussenpersoon onderscheidenlijk het doel van de opdracht, tenzij de aard of omstandigheden van de zaak dit onmogelijk maken.

Artikel 7.3. Weigeren dienstverlening

De advocaat onthoudt zich van de verlening van diensten of legt een opdracht neer, indien hij in redelijkheid niet in voldoende mate de gegevens, bedoeld in artikel 7.1 en artikel 7.2 heeft verkregen, of indien in redelijkheid aanwijzingen bestaan dat de opgedragen diensten strekken tot de voorbereiding, ondersteuning of afscherming van onwettige activiteiten.

Afdeling 7.2. Communicatie algemeen

Artikel 7.4. Informatieverstrekking

1.

De advocaat vermijdt in zijn optreden naar buiten dat een onjuiste, misleidende of onvolledige voorstelling van zaken wordt gegeven omtrent de wijze van praktijkuitoefening en omtrent enige vorm van samenwerking.

2.

De advocaat, die optreedt voor een of meer cliënten niet zijnde zijn werkgever, maakt in aanvulling op de artikelen 230b tot en met 230e van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekend:

Artikel 7.5. Opdrachtbevestiging

1.

De advocaat informeert zijn cliënt over de persoon, het samenwerkingsverband of de rechtspersoon met wie de cliënt de overeenkomst van opdracht sluit.

2.

De advocaat informeert de cliënt wie betrokken is bij de uitvoering van de opdracht.

Afdeling 6.4. Advocatenpas en authenticatiemiddel

Artikel 7.6. Adviseren cliënt inzake civiele cassatie

De advocaat bij de Hoge Raad adviseert de cliënt of, indien van toepassing, de advocaat die opdrachtgever is, tijdig en schriftelijk over:

Afdeling 7.4. Resultaatgerelateerd honorarium

Paragraaf 6.5.2. Stichting derdengelden

Artikel 7.7. Verbod op resultaatgerelateerd honorarium

1.

Het staat de advocaat niet vrij overeen te komen, dat:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing in de gevallen waarin voldaan wordt aan paragraaf 7.4.2 of paragraaf 7.4.3.

Paragraaf 7.4.2. Incassotarief

Artikel 7.8. Uitzondering incassotarief

Een advocaat kan gebruik maken van een binnen de advocatuur gebruikelijk en aanvaard incassotarief.

Paragraaf 7.4.3. Experiment letsel- en overlijdensschadezaken

Artikel 7.9. Voorwaarden letsel- en overlijdensschadezaken

Een advocaat kan de bepalingen van deze paragraaf toepassen bij letsel- en overlijdensschadezaken, indien:

Artikel 7.10. Vergoeding advocaat

De advocaat kan met zijn cliënt overeenkomen dat hij geen honorarium in rekening brengt indien het financiële resultaat voor de cliënt minder is dan of gelijk is aan nihil, en

Artikel 7.11. Bijzondere normen advocaat

1.

De advocaat informeert de cliënt schriftelijk voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst ten minste over:

2.

De advocaat verstrekt de cliënt een risico-inschatting met schriftelijke informatie betreffende de verwachting ten aanzien van de door de advocaat te verrichten arbeid en de te maken kosten.

3.

De advocaat kan de rechtsbijstand slechts tussentijds beëindigen op grond van gewichtige redenen en met inachtneming van de daartoe noodzakelijke zorgvuldigheid.

4.

De advocaat kan uitsluitend na schriftelijke aanvaarding door de cliënt een schikkingsovereenkomst met de wederpartij sluiten of een gerechtelijke procedure aanhangig maken of beëindigen.

5.

De advocaat legt de omstandigheden van het geval vast, op grond waarvan iedere zaak voldoet aan artikel 7.9.

Artikel 7.12. Inhoud overeenkomst

Een overeenkomst die afspraken aangaande het honorarium bevat wordt door beide partijen ondertekend en bevat in ieder geval:

Artikel 7.13. Informeren deken over resultaatgerelateerd honorarium

Vervallen

Hoofdstuk 8. Besluitvorming en rechtsbescherming

Artikel 8.1. Beschikkingen onder voorwaarden

De raad van de orde kan voorwaarden verbinden aan:

Artikel 8.2. Uitsluiten toepassing lex silencio positivo

Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de volgende beschikkingen:

Artikel 8.3. Administratief beroep

1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 9b, zesde lid, van de Advocatenwet kan een belanghebbende administratief beroep instellen bij de algemene raad tegen de volgende beschikkingen van de raad van de orde of de daaraan verbonden voorwaarden:

2.

Een belanghebbende kan administratief beroep instellen bij de algemene raad tegen een beschikking van de raad van de orde op grond van artikel 4.6, tweede en derde lid, en artikel 4.7, vijfde lid.

Artikel 8.4. Adviescommissie civiele cassatie bij bezwaar

Vervallen

Hoofdstuk 7. Relatie advocaat – cliënt

Afdeling 7.1. Controle door advocaat

Artikel 9.1. Overgangsrecht Stageverordening

1.

Voor stagiaires die beschikken over een op grond van de Stageverordening 2005 afgegeven bewijs dat het in artikel 9c van de Advocatenwet bedoelde examen met gunstig gevolg is afgelegd en voor stagiaires die beëdigd zijn voor 1 maart 2013, ingeschreven zijn voor de beroepsopleiding en vanaf inwerkingtreding van dit artikel zonder onderbreking op het tableau staan ingeschreven, blijven de Stageverordening 2005 en de daarop berustende bepalingen van toepassing totdat de stagiaire aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.

2.

Indien de in het eerste lid bedoelde stagiaire op 1 september 2014 niet in het bezit is van het in het eerste lid genoemde bewijs kan de algemene raad, in afwijking van het eerste lid, aan de stagiaire alternatieve maatregelen opleggen ter afronding van de beroepsopleiding.

3.

Indien de in het eerste lid bedoelde stagiaire er niet in slaagt de stage voor 1 maart 2016 af te ronden, kan de raad van de orde, respectievelijk de algemene raad, hem in de gelegenheid stellen de opleidingsmaatregelen, bedoeld in artikel 11 van de Stageverordening 2005, anderszins te voltooien.

4.

Een andere dan de in het eerste lid bedoelde stagiaire kan de algemene raad verzoeken om toegelaten te worden tot de beroepsopleiding, op grond van de Stageverordening 2005, indien hij

5.

De algemene raad kan, op verzoek van de stagiaire, bedoeld in het vierde lid, besluiten dat op hem de bepalingen van de Stageverordening 2005 van toepassing zijn, indien de stagiaire beëdigd is voorafgaand aan het te volgen onderwijs of het af te leggen examen dat ingevolge de Stageverordening 2005 nog wordt gegeven of wordt afgenomen.

Artikel 9.2. Omhangbepaling Stageverordening 2012

Besluiten genomen op grond van Stageverordening 2012 worden aangemerkt als besluiten op grond van deze verordening.

Afdeling 6.8. Klachten en geschillen

Artikel 9.3. Overgangsrecht bestuurders en statuten

1.

Op een samenwerkingsverband dat of praktijkrechtspersoon die voor het moment van inwerkingtreding van artikel 5.6 een bestuurder heeft die niet voldoet aan artikel 5.6, tweede lid, aanhef en onderdeel b, is artikel 5.6, tweede lid, van toepassing een jaar na inwerkingtreding van dat artikel.

2.

Artikel 5.7 is van toepassing op statuten van praktijk- en houdster-rechtspersonen die bestaan op het moment van inwerkingtreding van dat artikel indien deze na dat moment worden aangepast of nadat vijf jaar zijn verstreken na inwerkingtreding van dat artikel.

Afdeling 9.3. Samenwerking

Artikel 9.4. Overgangsrecht bestuurders en statuten

1.

Op een samenwerkingsverband dat of praktijkrechtspersoon die voor het moment van inwerkingtreding van artikel 5.6 een bestuurder heeft die niet voldoet aan artikel 5.6, tweede lid, aanhef en onderdeel b, is artikel 5.6, tweede lid, van toepassing een jaar na inwerkingtreding van dat artikel.

2.

Artikel 5.7 is van toepassing op statuten van praktijk- en houdster-rechtspersonen die bestaan op het moment van inwerkingtreding van dat artikel indien deze na dat moment worden aangepast of nadat vijf jaar zijn verstreken na inwerkingtreding van dat artikel.

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Artikel 10.1. Intrekken van bestaande verordeningen

De volgende verordeningen worden ingetrokken:

Artikel 10.2. Intrekken van bestaande regelingen

De volgende regelingen worden ingetrokken:

Artikel 10.3. Einde experiment letsel- en overlijdensschadezaken

Vervallen

Artikel 10.4. Einde experiment rechtsbijstandsverzekeraars

De volgende wijzigingen treden in werking met ingang van 1 januari 2028:

Artikel 10.5. Inwerkingtreding

De artikelen in deze verordening treden in werking op een door de algemene raad te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 10.6. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de advocatuur.

Artikel 2.23a. Leden commissie disciplinaire rechtspraak

1.

Er is een commissie disciplinaire rechtspraak die uit drie tot zes personen bestaat, waarvan de meerderheid advocaat is.

2.

Een lid van de commissie disciplinaire rechtspraak is geen lid of niet werkzaam bij:

Artikel 2.23b. Taakomschrijving commissie disciplinaire rechtspraak

De commissie disciplinaire rechtspraak heeft tot taak tuchtrechtelijke beslissingen te selecteren en te annoteren voor publicatie.

Artikel 2.23c. Benoeming leden commissie disciplinaire rechtspraak

1.

De algemene raad benoemt de leden van de commissie disciplinaire rechtspraak voor een periode van ten hoogste vier jaar.

2.

Een lid kan tweemaal worden herbenoemd.

Artikel 2.23d. Werkwijze commissie disciplinaire rechtspraak

1.

De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan.

2.

De commissie disciplinaire rechtspraak stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad.

Paragraaf 2.1.6a. Commissie disciplinaire rechtspraak

Afdeling 2.2. Inkomsten en uitgaven

Paragraaf 2.2.1. Bijdragen aan de Nederlandse orde van advocaten

Paragraaf 2.2.2. Cursus- en examengelden

Paragraaf 2.2.3. Vacatiegelden en kostenvergoedingen

Paragraaf 2.2.4. Subsidie ondersteuning tuchtcolleges

Artikel 2.36a. Reikwijdte

Deze paragraaf is van toepassing op het verlenen van subsidie voor activiteiten die door de stichting ondersteuning tuchtcolleges advocatuur worden uitgevoerd en welke passen binnen de statutaire doelstellingen van de stichting.

Artikel 2.36b. Overeenkomstige toepassing

1.

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op alle per boekjaar verstrekte subsidies.

2.

Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing, indien de subsidie-ontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie.

Artikel 2.36c. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

1.

De algemene raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten tot het instellen van een subsidieplafond.

2.

De algemene raad wijst bij de bekendmaking van een subsidieplafond op de mogelijkheid dat dit subsidieplafond kan worden verlaagd en betrekt daarbij de gevolgen voor de reeds ingediende aanvragen.

3.

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar worden gesteld.

Artikel 2.36d. Subsidieaanvraag

1.

De aanvraag tot subsidieverlening wordt schriftelijk ingediend bij de algemene raad.

2.

Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

Artikel 2.36e. Egalisatiereserve

De stichting ondersteuning tuchtcolleges advocatuur vormt een egalisatiereserve met inachtneming van artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2.36f. Subsidieverlening

1.

De algemene raad kan besluiten tot het verstrekken van subsidie met inachtneming van de in de begroting van de Nederlandse orde van advocaten opgenomen financiële middelen en het subsidieplafond.

2.

De algemene raad besluit op een volledige aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk vóór 31 december van het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend.

3.

De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de subsidieverlening.

4.

De algemene raad geeft in het besluit tot subsidieverlening aan op welke wijze de verantwoording van de subsidie door de verkrijger plaatsvindt.

5.

Indien een subsidie wordt verstrekt vindt eenmalige betaling plaats door overmaking van de gehele subsidie.

Artikel 2.36g. Verplichtingen en toestemming

1.

De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichtingen genoemd in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht opleggen.

2.

De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichting opleggen van voorafgaande toestemming voor handelingen als genoemd in artikel 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

3.

Onverminderd het eerste en tweede lid kan de algemene raad verplichtingen opleggen met betrekking tot:

Artikel 2.36h. Verantwoording en subsidievaststelling

1.

De aanvraag tot subsidievaststelling wordt schriftelijk ingediend bij de algemene raad uiterlijk dertien weken na het verrichten van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.

2.

De aanvraag wordt in ieder geval vergezeld van:

3.

De algemene raad kan afwijken van het bepaalde in het tweede lid of andere gegevens opvragen die voor de subsidievaststelling van belang zijn.

4.

De algemene raad besluit op een aanvraag tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

Afdeling 2.3. Arbeidsvoorwaarden medewerkers college van toezicht

Hoofdstuk 3. Stage

Afdeling 3.1. Stage

Paragraaf 3.1.1. Algemeen

Paragraaf 3.1.1. Algemeen

Paragraaf 3.1.3. Verplichtingen stagiaire

Paragraaf 3.1.3. Verplichtingen stagiaire

Afdeling 3.2. Beroepsopleiding advocaten

Afdeling 3.3. Organisatie beroepsopleiding advocaten

Afdeling 3.2a. Kwaliteits- en accreditatiekader beroepsopleiding advocaten

Hoofdstuk 4. Vakbekwaamheid van de advocaat

Afdeling 4.1. Vakbekwaamheid

Paragraaf 4.1.1. Algemeen

Paragraaf 4.1.2. Professionele kennis en kunde

Artikel 4.3a. Kwaliteitstoetsen

1.

Een advocaat is verplicht ieder kalenderjaar, en voor het eerst het kalenderjaar volgend op de onvoorwaardelijke inschrijving op het tableau, deel te nemen aan kwaliteitstoetsen door:

2.

De algemene raad stelt nadere regels over:

Artikel 4.3b. Gestructureerd intercollegiaal overleg

1.

In plaats van de in artikel 4.3a, eerste lid, bedoelde verplichting kan een advocaat deelnemen aan gestructureerd intercollegiaal overleg onder begeleiding van een begeleider, gedurende ten minste acht uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag.

2.

De algemene raad stelt nadere regels over:

Afdeling 4.2. Vakbekwaamheidseisen cassatie

Paragraaf 4.2.1. Verkrijgen hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken

Artikel 4.7a. Bekwaamheid cassatie

Vervallen

Paragraaf 4.2.1. Verkrijgen hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken

Hoofdstuk 5. Praktijkstructuren

Afdeling 5.1. Algemeen

Afdeling 5.1. Algemeen

Afdeling 5.1. Algemeen

Afdeling 5.1. Algemeen

Hoofdstuk 6. Kantoororganisatie

Afdeling 5.4. Rechtspersonen

Afdeling 6.2. Administratie

Paragraaf 6.3.2. Verstrekking geheimhoudernummers

Paragraaf 6.3.3. Opgave geheimhoudernummers

Afdeling 6.4. Advocatenpas en authenticatiemiddel

Afdeling 6.5. Derdengelden

Paragraaf 6.5.1. Derdengelden

Paragraaf 6.5.1. Derdengelden

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)