Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 december 2014, kenmerk 694624-130150-WJZ, houdende nadere regels op grond van de Jeugdwet (Regeling Jeugdwet)
4.1.3. Datum einde kinderbeschermingsmaatregel
Toelichting:
4.1. Uitgezonderde categorieën
3.7. Reden beëindiging jeugdhulp
4.1. Uitgezonderde categorieën
De reden waarom de jeugdhulp is beëindigd, waarbij de volgende opties gelden:
Voortijdig afgesloten: in overeenstemming (02).
Dit kan gaan om cliënten die ineens niet meer op afspraken verschijnen maar ook in een overleg aangeven te willen stoppen. Als de aanbieder nog wel mogelijkheden ziet om de client te helpen, is de afsluiting eenzijdig door de cliënt. Dit brengt in beeld hoe vaak je cliënten verliest waarmee je dacht nog vooruitgang te kunnen boeken, uitval.
5. Gegevens over jeugdbescherming en jeugdreclassering
Toelichting: externe omstandigheden zijn bijvoorbeeld:
4. Gegevens over outcome jeugdhulp
In dit hoofdstuk zijn de gegevens opgenomen die worden uitgevraagd over de outcomecriteria jeugdhulp. Met deze gegevens wordt de outcome van de ingezette jeugdhulp in kaart gebracht. In deze paragraaf is nader uitgewerkt om welke gegevens het precies gaat.
Het aanleveren van gegevens over outcome jeugdhulp aan het CBS is verplicht voor alle jeugdhulpaanbieders, ook voor solistisch werkende jeugdhulpverleners. Deze verplichting geldt dus ook voor aanbieders die andere afspraken hebben met de gemeente.
4.4. De mate waarin de cliënt zonder hulp verder kan (nr. 3.1)
Twee van bovenstaande outcomecriteria kunnen al afgeleid worden uit de verplichte gegevens die over jeugdhulp uitgevraagd worden. Dit betreft het outcomecriterium ‘uitval van cliënten’ (op basis van reden beëindiging jeugdhulp, zie paragraaf 3.7) en dit betreft het outcomecriterium ‘mate waarin er na beëindiging geen nieuwe start jeugdhulp plaatsvindt’.
Dit outcomecriterium is gebaseerd op de volgende vraag: Geef met een rapportcijfer van 1 tot 10 aan hoe nuttig deze hulp voor u / jou was?
5. Gegevens over jeugdbescherming en jeugdreclassering
4.4. De mate waarin de cliënt zonder hulp verder kan (nr. 3.1)
Bij ieder jeugdhulprecord dat aan het CBS wordt geleverd, kunnen de outcomecriteria worden meegeleverd. Daarbij kan er worden gescoord door de jeugdige zelf én door een ouder/ opvoeder. Hierdoor kunnen per jeugdhulprecord maximaal 2 metingen aan het CBS worden aangeleverd.
5.1. Kinderbeschermingsmaatregelen
5. Gegevens over jeugdbescherming en jeugdreclassering
De datum van de aanvang wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als eerste met de uitvoering van de maatregel start. Als tussentijds de uitvoering van de maatregel wordt overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling, dan geeft de ‘nieuwe’ instelling deze datum niet meer door.
5.1.2. Datum aanvang kinderbeschermingsmaatregel
De datum van de eerste dag waarop de beschermingsmaatregel geldt. De datum staat in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.
De datum van de laatste dag waarop de kinderbeschermingsmaatregel wordt toegepast. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.
Toelichting:
5.3.1. Reden beëindiging maatregel
5.1.5. Datum aanvang machtiging uithuisplaatsing
Er zijn twee verschillende machtigingen uithuisplaatsing. Het betreft:
5.3.1. Reden beëindiging maatregel
5.3.1. Reden beëindiging maatregel
De datum van de eerste dag waarop de machtiging uithuisplaatsing geldt. De datum staat in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.
De datum van de aanvang wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als eerste met de uitvoering van de maatregel start. Als tussentijds de uitvoering van de maatregel wordt overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling, dan geeft de ‘nieuwe’ instelling deze datum niet meer door.
5.1.6. Datum einde machtiging uithuisplaatsing
Toelichting:
De datum einde machtiging uithuisplaatsing wordt pas aan het CBS geleverd nadat de machtiging uithuisplaatsing daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter.
5.3.2. Datum overgedragen
De datum einde machtiging uithuisplaatsing wordt pas aan het CBS geleverd nadat de machtiging uithuisplaatsing daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter.
Deel 2. Aanleverproces
Reclasseringswerkzaamheden, genoemd in artikel 77hh, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, begeleiding, genoemd in artikel 77hh, tweede lid, van dat wetboek en het begeleiden van en toezicht houden op jeugdigen die deel nemen aan een scholings- en trainingsprogramma als bedoeld in artikel 3 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, het geven van de aanwijzingen, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van die wet, of de overige taken die bij of krachtens de wet aan de gecertificeerde instellingen zijn opgedragen.
Conform artikel 1.1 van de Jeugdwet is jeugdreclassering:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 6b.1
Het college verricht materiële controle op de in de artikelen 6b.2 tot en met 6b.6 bepaalde wijze.
Het college verricht fraude-onderzoek op de in de artikel 6b.7 bepaalde wijze.
Aanbieders zijn verplicht medewerking te verlenen aan overeenkomstig het eerste of tweede lid uitgevoerde controles of onderzoeken.
Artikel 6b.2
Het college stelt voorafgaand aan de uitvoering van de materiële controle het doel ervan vast door te bepalen wanneer voldoende zekerheid is verkregen dat de door de aanbieder in rekening gebrachte prestatie is geleverd en, indien het college de materiële controle daar ook toe wenst uit te strekken, of die prestatie:
- a. aansluit bij een door of namens het college afgegeven beschikking, inhoudende dat recht bestaat op preventie of jeugdhulp,
- b. indien het college een aanbieder heeft gemandateerd om namens hem preventie of jeugdhulp te verstrekken, binnen dat mandaat valt,
- c. past binnen een verwijzing door een huisarts, medisch specialist of jeugdarts,
- d. aansluit op een door de gecertificeerde instelling genomen beschikking als bedoeld in artikel 3.5 van de wet, inhoudende dat jeugdhulp aangewezen is;
- e. aansluit op een rechterlijke uitspraak, inhoudende dat de jeugdige is aangewezen op een kinderbeschermingsmaatregel of op jeugdreclassering; of
- f. aansluit bij een verrekening als bedoeld in artikel 8.2.1, derde lid, van de wet.
Artikel 6b.3
Het college voert een algemene risicoanalyse uit op basis van gegevens waarover deze in verband met de uitvoering van de Jeugdwet beschikt.
Het college stelt op basis van de in het eerste lid uitgevoerde algemene risicoanalyse een algemeen controleplan vast, waarin de objecten van materiële controle en de in te zetten controle-instrumenten zijn opgenomen.
Het naar aanleiding van de algemene risicoanalyse opgestelde algemene controleplan voorziet niet in de inzet van detailcontrole.
Indien uit het uitgevoerde algemene controleplan blijkt dat het controledoel, bedoeld in artikel 6b.2, is bereikt, kan slechts detailcontrole worden uitgevoerd als er van een ander dan het college afkomstige of uit de uitgevoerde controle voortvloeiende aanwijzingen zijn waaruit blijkt dat er sprake is van onvoldoende zekerheid.
Artikel 6b.4
Het college maakt informatie openbaar over het ingevolge artikel 6b.2 vastgestelde controledoel en het ingevolge artikel 6b.3 vastgestelde algemene controleplan op een zodanige wijze dat die informatie voor jeugdigen of degenen die het gezag over hen uitoefenen alsmede voor aanbieders gemakkelijk verkrijgbaar is.
Artikel 6b.5
Het college voert geen detailcontrole uit dan nadat is voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a. het college heeft een specifieke risicoanalyse verricht op de bevindingen uit het uitgevoerde algemene controleplan, bedoeld in artikel 6b.3, tweede lid;
- b. het college heeft naar aanleiding van de specifieke risicoanalyse een specifiek controleplan en specifiek controledoel opgesteld, waarin de objecten van materiële controle en de methoden van detailcontrole zijn opgenomen;
- c. het overeenkomstig onderdeel b vastgestelde specifieke doel van de materiële controle kan zonder detailcontrole niet worden bereikt;
- d. uit het specifieke controleplan blijkt dat in het kader van de detailcontrole niet meer persoonsgegevens worden verwerkt dan gelet op het met het onderzoeksdoel en de omstandigheden van het te onderzoeken geval noodzakelijk is;
- e. het college heeft de aanbieder voorafgaand aan de uitvoering van de detailcontrole toereikende en – op verzoek van de aanbieder schriftelijke – informatie verstrekt waarin wordt gemotiveerd hoe is voldaan aan de in dit lid genoemde voorwaarden.
Indien bij de uitvoering van detailcontrole persoonsgegevens van de jeugdige of degene die het gezag over hem uitoefent worden verwerkt, geschiedt dit in opdracht van het college:
- a. in geval van aan een jeugdige verleende geestelijke gezondheidszorg: door of onder verantwoordelijkheid van een persoon op wie het medisch beroepsgeheim van toepassing is, of
- b. in geval van aan een jeugdige verleende andere jeugdhulp, preventie, een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering: door of onder verantwoordelijkheid van een persoon als bedoeld in onderdeel a, een persoon die op grond van artikel 7.3.11 van de wet een geheimhoudingsplicht heeft of een persoon die op grond van artikel 88 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg een geheimhoudingsplicht heeft.
Op voorafgaand verzoek van de aanbieder is de persoon, bedoeld in onderdeel a of b, aanwezig bij dit deel van de controle.
In afwijking van het eerste lid kan het college met betrekking tot een aan een individuele jeugdige verleende hulp, preventie, kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering detailcontrole uitvoeren zonder dat de in dat lid genoemde voorwaarden van toepassing zijn, indien deze jeugdige of, indien de jeugdige jonger is dan twaalf jaar dan wel niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, degene die het gezag over hem uitoefent of zijn curator of mentor ten behoeve van de materiële controle schriftelijk toestemming aan de aanbieder heeft gegeven voor verstrekking van gegevens over de gezondheid van de jeugdige aan het college. Het college verwerkt bij de detailcontrole niet meer gegevens dan gelet op het onderzoeksdoel en de omstandigheden van het geval noodzakelijk is.
Het college informeert de aanbieder over de zakelijke inhoud van de voorgenomen uitkomsten van de detailcontrole en stelt hem in de gelegenheid daarop binnen een redelijke termijn te reageren. Het college betrekt de reactie van de aanbieder bij de vaststelling van de definitieve uitkomsten van de detailcontrole en bericht deze uitkomsten aan de aanbieder.
Artikel 6b.6
Het college legt de specifieke risicoanalyse en de uitvoering van detailcontrole in zijn administratie vast om toetsing door en verantwoording aan toezichthouders mogelijk te maken. Daarbij worden niet meer persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, verwerkt dan voor dit doel noodzakelijk is.
Het college bewaart na detailcontrole de daarbij verwerkte persoonsgegevens niet langer dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor zij zijn verkregen.
Het college verwerkt bij de detailcontrole verkregen persoonsgegevens slechts verder voor zover dat noodzakelijk is voor:
- a. het verrichten van werkzaamheden die uit de detailcontrole voortvloeien, of
- b. het verrichten van fraude-onderzoek.
Artikel 6b.7
Bij fraude-onderzoek zijn de voorwaarden, bedoeld in artikel 6b.5, eerste lid, onderdelen b en d, van overeenkomstige toepassing, en is de in onderdeel e bedoelde voorwaarde van overeenkomstige toepassing voor zover het onderzoeksbelang of het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige of degene die het gezag over hem uitoefent zich hier niet tegen verzet.
In afwijking van het eerste lid kan het college met betrekking tot een individuele jeugdige detailcontrole uitvoeren zonder dat de in dat lid genoemde voorwaarden van toepassing zijn, indien die jeugdige of, indien de jeugdige jonger is dan twaalf jaar dan wel niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, degene die het gezag over hem uitoefent of zijn curator of mentor ten behoeve van het fraude-onderzoek schriftelijk toestemming heeft gegeven voor verstrekking van persoonsgegevens, waaronder gegevens met betrekking tot zijn gezondheid, aan het college. Het college verwerkt ten behoeve van de detailcontrole niet meer gegevens dan gelet op het onderzoeksdoel en de omstandigheden van het geval noodzakelijk is.
Het college verwerkt bij het fraude-onderzoek verkregen persoonsgegevens slechts verder voor zover dat noodzakelijk is voor het verrichten van werkzaamheden die uit dat onderzoek voortvloeien
§ 7. Beleidsinformatie
§ 6c. Beperking uitvoeringslasten Jeugdwet
§ 8. Persoonsgebonden budget
Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet
Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet
Bijlage 1a. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet
Ondergetekenden:
| [patiënt: Naam] | ..................................... |
| [patiënt: Geboortedatum] | ..................................... |
| [patiënt: BSN] | ..................................... |
| [patiënt: Naam ouder, andere gezagsdrager, curator of mentor indien patiënt jonger is dan 12 jaar of niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen] | ..................................... |
| en | |
| [jeugdhulpaanbieder: Naam praktijk/instelling] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: Naam uitvoerder] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: Adres] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: AGB-code praktijk/instelling] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: AGB-code uitvoerder] | ................................... |
verklaren:
-
- dat tussen partijen een behandelrelatie is aangegaan, waarvoor de jeugdhulpaanbieder overeenkomstig de met of namens het college van burgemeester en wethouders gemaakte afspraken een bedrag in rekening wenst te brengen;
-
- dat de patiënt of degene die het gezag over hem uitoefent er uit het oogpunt van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt bezwaar tegen heeft, dat gegevens die te herleiden zijn tot een door de jeugdhulpaanbieder met betrekking tot de patiënt gestelde diagnose, bij de declaratie worden vermeld;
-
- dat de jeugdhulpaanbieder, in overeenstemming met artikel 6a.2, tweede lid, van de Regeling Jeugdwet vermelding van de onder 2 vermelde gegevens achterwege zal laten.
PLAATS: .........................
DATUM: .........................
Handtekening patiënt
Handtekening gezagsdrager
Handtekening zorgaanbieder
verklaren:
Bijlage 1a*. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet
Informatieprotocol
Versie 7
1.2. Doel en beheer
1.2. Doel en beheer
1.4. Opbouw informatieprotocol
2.1. Jeugdige
1.3. Wie dienen beleidsinformatie aan te leveren?
Het informatieprotocol bestaat uit drie delen:
Deel 1. Gegevensdefinities
2.5. Postcode/gemeente ter duiding van de woonplaats
PGB
Zoals in paragraaf 1.3 reeds is opgenomen, betreft het alleen de jeugdhulp die in natura wordt geleverd. Over jeugdhulp die wordt gefinancierd met een PGB dienen geen gegevens aan het CBS te worden verstrekt. Deze gegevens worden integraal door de SVB aan het CBS geleverd.
3.4. Gestart met crisis
3.6. Datum einde jeugdhulp
3.7. Reden beëindiging jeugdhulp
4. Gegevens over outcome jeugdhulp
4. Gegevens over outcome jeugdhulp
4. Gegevens over outcome jeugdhulp
5.1. Kinderbeschermingsmaatregelen
4.1. Wie dient outcome jeugdhulp gegevens aan te leveren?
Voor deze indicator gelden de volgende opties: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
De datum van de eerste dag waarop de beschermingsmaatregel geldt. De datum staat in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.
4.4.1. Datum aanvang activiteiten in het preventief justitieel kader
5.2.4. Inzet erkende interventie bij jeugdreclassering
De datum einde kinderbeschermingsmaatregel wordt pas aan het CBS geleverd nadat de kinderbeschermingsmaatregel daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter. De datum einde kinderbeschermingsmaatregel wordt doorgegeven door gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de maatregel is belast.
5.1.4. Type machtiging uithuisplaatsing
5.3. Overige gegevens kinderbescherming en jeugdreclassering
Toelichting: Het betreft hier de machtiging uithuisplaatsing zoals bedoeld in artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (machtiging uithuisplaatsing) en artikel 6.1.2 Jeugdwet (machtiging gesloten plaatsing).
5.1.5. Datum aanvang machtiging uithuisplaatsing
5.1.6. Datum einde machtiging uithuisplaatsing
De datum van de laatste dag waarop machtiging uithuisplaatsing geldt. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.
5.3.3. Datum overgedragen gekregen
De datum einde machtiging uithuisplaatsing wordt doorgegeven door gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de machtiging is belast.
5.4.1. Datum aanvang activiteiten in het preventief justitieel kader
5.2.2. Datum aanvang jeugdreclassering
5.2.3. Datum einde jeugdreclassering
Toelichting:
De datum van de aanvang wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als eerste met de uitvoering van de maatregel start. Als tussentijds de uitvoering van de maatregel wordt overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling, dan geeft de ‘nieuwe’ instellingen deze datum niet meer door.
Toelichting:
De datum van de laatste dag waarop de maatregel jeugdreclassering geldt. De datum is vastgelegd in het document waarin het besluit tot het inzetten van de maatregel is vastgelegd. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.
Toelichting:
Deel 2. Aanleverproces
De datum einde jeugdreclassering wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de maatregel is belast.
De datum einde jeugdreclassering wordt pas aan het CBS geleverd nadat de jeugdreclassering daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de betekende beschikking die onherroepelijk is geworden.
7. Wijze waarop de aanlevering van gegevens dient plaats te vinden
Toelichting:
5.3. Overige gegevens kinderbescherming en jeugdreclassering
Hierbij gelden de volgende opties
Het betreft hier interventies die zijn erkend door de deelcommissie justitiële interventies. Voor meer informatie zie: www.justitieleinterventies.nl/erkende-interventies
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Inhoudsopgave
1.2. Doel en beheer
Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding
Beleidsinformatie Jeugd
In het Besluit Jeugdwet ligt vast welke gegevens de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verstrekken aan het CBS ten behoeve van de beleidsinformatie voor gemeenten, VWS en JenV. In onderstaande tabel is aangegeven om welke gegevens het gaat. Tussen haakjes is aangegeven in welke paragraaf de gegevens worden uitgewerkt.
1. Inleiding
Deel 1. Gegevensdefinities
1.4. Opbouw informatieprotocol
3.1. Jeugdhulp
2.4. Geslacht
3.1. Jeugdhulp
3.3. Type jeugdhulp
3.2. Verwijzer
3.3. Hulpvorm
4.1.1. Type kinderbeschermingsmaatregel
3.5. Datum aanvang jeugdhulp
(06) Afhankelijk van de gemeentelijke verordening is het ook mogelijk dat jeugdhulp gestart wordt zonder een verleningbeslissing of een verwijzing; dit betreft dan vrij toegankelijke jeugdhulp. Als de jeugdhulp is uitgevoerd door het wijk- of buurtteam (zie paragraaf 3.3 over de hulpvorm), dan is deze per definitie vrij toegankelijk en dient gekozen te worden voor deze optie -06 geen verwijzer.
3.6. Datum einde jeugdhulp
Toelichting
5.1.1. Type kinderbeschermingsmaatregel
4.1. Uitgezonderde categorieën
4.5. ype informant
5.1.3. Datum einde kinderbeschermingsmaatregel
5. Gegevens over jeugdbescherming en jeugdreclassering
Hierbij gelden de volgende opties:
5.2.2. Datum aanvang jeugdreclassering
5.1.2. Datum aanvang kinderbeschermingsmaatregel
6.5. Inhoud van het gegevensbestand
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
PRIVACYVERKLARING gespecialiseerde jeugd-ggz
1.1. Aanleiding
1.4. Opbouw informatieprotocol
2.5. Postcode/gemeente ter duiding van de woonplaats
2.3. Geboortedatum
4. Gegevens over jeugdbescherming en jeugdreclassering
3.3. Hulpvorm
3.7. Datum einde jeugdhulp
3.5. Datum aanvang jeugdhulp
3.6. Datum einde jeugdhulp
3.7. Reden beëindiging jeugdhulp
4.5. ype informant
5.2. Jeugdreclassering
Conform artikel 1.1 van de Jeugdwet is jeugdreclassering:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Beleidsinformatie Jeugd
1.1. Aanleiding
1.4. Opbouw informatieprotocol
2.3. Geboortedatum
2. Gegevens over de jeugdige
3.4. Gestart met crisis
3.4. Gestart met crisis
5.2.3. Datum einde jeugdreclassering
5.3.2. Datum overgedragen
5.2. Jeugdreclassering
5.2.1. Type jeugdreclassering
De datum van de eerste dag waarop de maatregel jeugdreclassering geldt. De datum is vastgelegd in het document waarin het besluit tot het inzetten van de maatregel is vastgelegd. Het gaat om de betekende beschikking die onherroepelijk is geworden. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.
5.2.3. Datum einde jeugdreclassering
De datum einde jeugdreclassering wordt pas aan het CBS geleverd nadat de jeugdreclassering daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de betekende beschikking die onherroepelijk is geworden.
5.2.4. Inzet erkende interventie bij jeugdreclassering
In het dossier van de jeugdige waarvoor een gecertificeerde instelling jeugdreclassering uitvoert, neemt de gecertificeerde instelling op of er gedurende de uitvoering van de jeugdreclassering en in het kader van de uitvoering van de jeugdreclassering één of meer erkende interventies zijn ingezet.
5.2.4. Inzet erkende interventie bij jeugdreclassering
Het gaat er niet om, om aan te geven welke interventies zijn ingezet of hoeveel of wanneer. Alleen de notie of er een erkende interventie is ingezet (ja of nee) is voldoende.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 6a.8
Vervallen
§ 6b. Verwerking persoonsgegevens ten behoeve van materiële controle en fraudebestrijding
§ 7. Beleidsinformatie
§ 6b. Verwerking persoonsgegevens ten behoeve van materiële controle en fraudebestrijding
§ 6b. Verwerking persoonsgegevens ten behoeve van materiële controle en fraudebestrijding
Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet
Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet
Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet
Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding
- a. Basisbedrag, bedoeld in artikel 5.1, per leeftijdscategorie, per pleegkind
| Leeftijd pleegkind | Bedrag per maand | Bedrag per dag |
|---|---|---|
| 0 t/m 8 jaar | € 575,00 | € 18,89 |
| 9 t/m 11 jaar | € 582,00 | € 19,15 |
| 12 t/m 15 jaar | € 634,00 | € 20,85 |
| 16 t/m 17 jaar | € 700,00 | € 23,02 |
| 18 jaar en ouder | € 707,00 | € 23,26 |
- b. Toeslag, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid De in artikel 5.2, eerste lid, bedoelde toeslag bedraagt € 3,77 per dag.
- c. Toeslag, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid De in artikel 5.2, tweede lid, bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste € 3,77 per dag.
- d. Indexering, bedoeld in artikel 5.4 Bij de aanvang van ieder kalenderjaar worden het basisbedrag en de in artikel 5.2 bedoelde toeslagen geïndexeerd met het procentuele verschil tussen de door het Centraal bureau voor de statistiek bekendgemaakte consumentenprijsindex ‘alle huishoudens’, over de julimaanden van de twee direct aan het betreffende jaar voorafgaande jaren.
PRIVACYVERKLARING gespecialiseerde jeugd-ggz
1. Inleiding
Artikel 8a
De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt sluit een schriftelijke arbeidsovereenkomst, overeenkomst van opdracht of overeenkomst voor vervoer met iedere derde die hij ten laste van zijn persoonsgebonden budget jeugdhulp laat verlenen, behalve voor zover reeds vervoer van een derde is betrokken of een hulp uit het sociaal netwerk jeugdhulp zal verlenen.
Overeenkomsten als bedoeld in het eerste lid worden opgesteld volgens de meest recente door de Sociale verzekeringsbank vigerende vastgestelde toepasselijke modelovereenkomsten, die beschikbaar waren gesteld ten tijde van het afsluiten van die overeenkomst, en bevatten bovendien ten minste:
- a. een weergave van de wijze waarop de derde zal voorzien in de behoefte aan jeugdhulp van degene ten behoeve van wie het budget is verstrekt;
- b. de verplichting dat een declaratie de vereiste gegevens, bedoeld in artikel 8b, vierde lid, bevat of, indien van toepassing, dat wordt gebruikgemaakt van periodiek maandbetalingen;
- c. een beding, inhoudende dat de gemeente een vordering heeft op de persoon die ten laste van het persoonsgebonden budget jeugdhulp levert, indien het persoonsgebonden budget naar aanleiding van toerekenbaar handelen van die persoon is ingetrokken of herzien, ter hoogte van het bedrag dat gelijk is aan het door die persoon vanwege dat toerekenbaar handelen ten laste van het persoonsgebonden budget ten onrechte ontvangen bedrag;
- d. indien de uitkering van vakantiebijslag als bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag van toepassing is, een beding, inhoudende dat in het te betalen bruto loon het vakantiegeld is verdisconteerd.
De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van het college en de Sociale verzekeringsbank.
Het college kan de goedkeuring slechts geven indien de overeenkomst voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid.
De Sociale verzekeringsbank kan haar goedkeuring slechts onthouden wegens strijd met het recht, of in het belang van de uitvoerbaarheid van het persoonsgebonden budget of van het budgetbeheer, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, van de wet.
Een wijziging van een goedgekeurde overeenkomst wordt onmiddellijk aan de Sociale verzekeringsbank kenbaar gemaakt door middel van invulling van een daartoe door de Sociale verzekeringsbank beschikbaar gesteld modelformulier.
Op verzoek van een college kan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bepalen dat dat college, voor zover het de goedkeuring van de overeenkomst van personen aan wie het college een persoonsgebonden budget verstrekt en het kenbaar maken van een wijziging van de overeenkomst betreft, voor de toepassing van het derde, vijfde en zesde lid in de plaats treedt van de Sociale verzekeringsbank. Indien de vorige zin is toegepast bericht het college de Sociale verzekeringsbank onmiddellijk van wijzigingen als bedoeld in het zesde lid.
§ 6b. Verwerking persoonsgegevens ten behoeve van materiële controle en fraudebestrijding
Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet
Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding
Bijlage 2. behorende bij artikel 7 van de Regeling Jeugdwet
Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding
§ 9. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet
Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet
Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding
- a. Basisbedrag, bedoeld in artikel 5.1, per leeftijdscategorie, per pleegkind
| Leeftijd pleegkind | Bedrag per maand | Bedrag per dag |
|---|---|---|
| 0 t/m 8 jaar | € 585,00 | € 19,23 |
| 9 t/m 11 jaar | € 593,00 | € 19,49 |
| 12 t/m 15 jaar | € 645,00 | € 21,22 |
| 16 en 17 jaar | € 713,00 | € 23,43 |
| 18 jaar en ouder | € 720,00 | € 23,68 |
- b. Toeslag, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid De in artikel 5.2, eerste lid, bedoelde toeslag bedraagt € 3,84 per dag.
- c. Toeslag, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid De in artikel 5.2, tweede lid, bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste € 3,84 per dag.
- d. Indexering, bedoeld in artikel 5.4 Bij de aanvang van ieder kalenderjaar worden het basisbedrag en de in artikel 5.2 bedoelde toeslagen geïndexeerd met het procentuele verschil tussen de door het Centraal bureau voor de statistiek bekendgemaakte consumentenprijsindex ‘alle huishoudens’, over de julimaanden van de twee direct aan het betreffende jaar voorafgaande jaren.
Beleidsinformatie Jeugd
2. Gegevens over de jeugdige
3.1. Jeugdhulp
3.7. Reden beëindiging jeugdhulp
4. Gegevens over outcome jeugdhulp
4.2. Landelijke set outcomecriteria
4.2. Landelijke set outcomecriteria
4.2.3. Datum einde jeugdreclassering
5.1.3. Datum einde kinderbeschermingsmaatregel
5.2. Jeugdreclassering
De volgende typen jeugdreclassering worden onderscheiden:
5.2.2. Datum aanvang jeugdreclassering
7. Wijze waarop de aanlevering van gegevens dient plaats te vinden
5.3.1. Reden of wijze beëindiging maatregel
Hierbij gelden de volgende opties
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
3.4. Gestart met crisis
De datum van de aanvang wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als eerste met de uitvoering van de maatregel start. Als tussentijds de uitvoering van de maatregel wordt overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling, dan geeft de ‘nieuwe’ instellingen deze datum niet meer door.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2.3. Geboortedatum
3.4. Datum aanvang jeugdhulp
3.3. Hulpvorm
4.2. Landelijke set outcomecriteria
5.4.2. Datum einde activiteiten in het preventief justitieel kader
5.2.3. Datum einde jeugdreclassering
5.3. Overige gegevens kinderbescherming en jeugdreclassering
Het betreft hier interventies die zijn erkend door de deelcommissie justitiële interventies. Voor meer informatie zie: www.justitieleinterventies.nl/erkende-interventies
Bij de reden of wijze waarop de maatregel voor de jeugdige is beëindigd, gelden per type maatregel andere opties.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 8b
De Sociale verzekeringsbank voert het budgetbeheer, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, van de wet, uit:
- a. overeenkomstig de beschikking tot verlening van het persoonsgebonden budget, bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet; en
- b. overeenkomstig een door de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt met een derde gesloten overeenkomst of een verklaring als bedoeld in artikel 8ab, die respectievelijk overeenkomstig de artikelen 8a of 8ab is goedgekeurd.
In het kader van het budgetbeheer draagt de Sociale verzekeringsbank voor zover deze verschuldigd zijn loonbelasting, premies voor de sociale verzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in de Zorgverzekeringswet af, tenzij het gaat om tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 8ab.
De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen uit het persoonsgebonden budget voor overeengekomen jeugdhulp die voortvloeit uit een arbeidsovereenkomst, een overeenkomst van opdracht of een overeenkomst voor vervoer, uitsluitend aan de derde aan de hand van:
- a. een declaratie voor geleverde jeugdhulp;
- b. een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bij overeengekomen periodieke maandbetalingen;
- c. een declaratie of overeenkomst, bedoeld in de onderdelen a en b, indien de overeengekomen jeugdhulp, in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 juni 2020, of, voor zover het sociaal-recreatief vervoer betreft, in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2020, als gevolg van de maatregelen in verband met Covid-19, door de desbetreffende derde, niet is verleend;
- d. een declaratie of overeenkomst, bedoeld in de onderdelen a en b, indien de overeengekomen jeugdhulp, in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2021, niet is verleend in verband met:
- 1°. een besmetting van de budgethouder of desbetreffende derde, werkzaam op basis van een overeenkomst van opdracht, met Covid-19;
- 2°. een noodzakelijke quarantaine van de budgethouder of desbetreffende derde in verband met Covid-19;
- 3°. een besmetting met Covid-19 op de dagbesteding;
- 4°. de door een dagbesteding overeenkomstig de bij of krachtens de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 genomen maatregelen;
- 5°. het niet kunnen verlenen overeenkomstig de maatregelen in verband met Covid-19 vanwege een beperking bij de budgethouder als bedoeld in artikel 6.6, tweede lid, onderdelen d en e, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19; of
- e. een declaratie of overeenkomst, bedoeld in de onderdelen a en b, indien de overeengekomen jeugdhulp, als gevolg van het ontvangen van een vaccinatie voor Covid-19 voor ten hoogste twee uur niet is verleend.
Een declaratie als bedoeld in het derde lid, derde lid, onderdelen a, c, d en e, bevat:
- a. de naam van de derde, en
- 1°. het nummer waarmee de derde staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, of,
- 2°. indien de derde niet over dat nummer kan beschikken, de geboortedatum of het burgerservicenummer van de derde;
- b. de naam van de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt en zijn adres of burgerservicenummer of klantnummer bij de Sociale verzekeringsbank;
- c. het tarief;
- d. een verantwoording van de overeengekomen resultaten dan wel een overzicht van het aantal te betalen uren en dagdelen of, indien de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag niet van toepassing is op de verbintenis waarvoor een vergoeding wordt uitbetaald, etmalen; en
- e. een handtekening van de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt of, voor zover van toepassing, diens vertegenwoordiger, indien het een schriftelijke declaratie betreft.
Indien voor de geleverde jeugdhulp een goedgekeurde verklaring bestaat, betaalt de Sociale verzekeringsbank de hulp uit het sociaal netwerk op aanvraag van de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 8ab, eerste lid, uit. De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen indien het verzoek is opgesteld met gebruikmaking van een model dat door de Sociale verzekeringsbank daartoe beschikbaar is gesteld.
De Sociale verzekeringsbank kan een betaling uit het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk beëindigen, weigeren of opschorten:
- a. bij het intrekken of herzien van een beslissing op een of meer van de gronden, bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, van de wet;
- b. indien een declaratie niet voldoet aan de voorwaarden van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of aan de overeenkomst of verklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
- c. wegens strijd met het recht, waaronder het recht dat van toepassing is op de arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht, of het belang van de uitvoerbaarheid van het verrichten van de betalingen uit het persoonsgebonden budget door de Sociale verzekeringsbank;
- d. indien de derde een declaratie niet binnen zes weken na de maand waarin de prestatie is verleend, heeft ingediend bij de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt;
- e. indien de Sociale verzekeringsbank een declaratie niet heeft ontvangen binnen vier weken nadat de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt, deze heeft ontvangen;
- f. indien de Sociale verzekeringsbank een verzoek als bedoeld in het vierde lid, niet heeft ontvangen binnen tien weken na de kalendermaand waarop een verzoek betrekking heeft;
- g. indien het college bij de toepassing van de bij verordening gestelde regels, bedoeld in artikel 2.9, onderdeel d, van de wet, de Sociale verzekeringsbank daarom verzoekt.
De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen uit het persoonsgebonden budget zonder dat dit bij beschikking wordt vastgesteld, binnen dertig dagen na ontvangst van de declaratie of van het verzoek, bedoeld in het vijfde lid, tenzij de declaratie of verzoek onjuist of onvolledig is ingediend. Indien een declaratie niet overeenkomstig het vierde lid of vijfde lid is ingediend, en betalingen niet zijn beëindigd, geweigerd of opgeschort, nodigt de Sociale verzekeringsbank de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verleend uit tot herstel van de declaratie of het verzoek. Na herstel wordt de betaling binnen dertig dagen verricht. De Sociale verzekeringsbank weigert de betaling geheel of gedeeltelijk indien de declaratie of het verzoek niet binnen een door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn is hersteld. Indien de Sociale verzekeringsbank naar aanleiding van een declaratie werkzaamheden verricht als bedoeld in het tweede lid, wordt de termijn, bedoeld in de eerste zin, verlengd met tien dagen.
Sociale verzekeringsbank verricht periodieke maandbetalingen uit het persoonsgebonden budget zonder dat dit bij beschikking wordt vastgesteld, uiterlijk binnen dertig dagen na afloop van de maand waarin de zorg geleverd is. Indien de Sociale verzekeringsbank naar aanleiding van de periodieke maandbetaling werkzaamheden verricht als bedoeld in het tweede lid wordt de termijn, bedoeld in de eerste zin, verlengd met tien dagen.
Indien de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt in aanvulling op de bij de beschikking, bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet toegekende jeugdhulp aanvullende jeugdhulp heeft gecontracteerd, betaalt de Sociale verzekeringsbank deze indien daartoe voldoende geld is gestort. De Sociale verzekeringsbank stort na de betaling van de aanvullende jeugdhulp binnen redelijke termijn de onbestede gelden terug aan degene die hiervoor het geld heeft gestort.
De Sociale verzekeringsbank ondersteunt de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt bij zijn werkgeverstaken of opdrachtgeverschap waaronder ten aanzien van arbeidsomstandighedenregelgeving, zaakschade en aansprakelijkheid.
De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt, houdt een administratie bij van het totaal aan niet-geleverde jeugdhulp per derde aan wie betalingen zijn verricht op grond van het derde lid, onderdelen c, d en e. Deze administratie bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
- a. de naam van de derde;
- b. het overeengekomen tarief; en
- c. een overzicht van het aantal te betalen uren en dagdelen of, indien de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag niet van toepassing is op de verbintenis waarvoor een vergoeding wordt uitbetaald, etmalen.
De persoon bedoeld in het elfde lid, verstrekt op verzoek van het college voor elke derde het op grond van het derde lid, onderdelen c, d en e, totaal aantal betaalde uren inclusief het bijbehorende totaalbedrag door middel van een daartoe beschikbaar gesteld formulier aan de Sociale verzekeringsbank.
Artikel 8c
In afwijking van artikel 8b, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het vierde en vijfde lid van dat artikel, kan de Sociale verzekeringsbank rechtstreeks aan de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt, betalen:
- a. door die persoon gemaakte vervoerskosten; of
- b. een verantwoordingsvrij bedrag voor jeugdhulp.
In afwijking van artikel 8b, tweede, vierde lid, en zesde lid, onderdelen d en e, ontvangt de Sociale verzekeringsbank een verzoek om een verantwoordingsvrij bedrag voor jeugdhulp voor het eindigen van de beschikking, bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet, van de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt.
De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen, indien de declaratie voor vervoerskosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of het verzoek, bedoeld in het tweede lid, is opgesteld met gebruikmaking van een model dat door de Sociale verzekeringsbank daartoe beschikbaar is gesteld.
§ 9. Slotbepalingen
Bijlage 1a. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet
Ondergetekenden:
| [patiënt: Naam] | ..................................... |
| [patiënt: Geboortedatum] | ..................................... |
| [patiënt: BSN] | ..................................... |
| [patiënt: Naam ouder, andere gezagsdrager, curator of mentor indien patiënt jonger is dan 12 jaar of niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen] | ..................................... |
| en | |
| [jeugdhulpaanbieder: Naam praktijk/instelling] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: Naam uitvoerder] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: Adres] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: AGB-code praktijk/instelling] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: AGB-code uitvoerder] | ................................... |
verklaren:
-
- dat tussen partijen een behandelrelatie is aangegaan, waarvoor de jeugdhulpaanbieder overeenkomstig de met of namens het college van burgemeester en wethouders gemaakte afspraken een bedrag in rekening wenst te brengen;
-
- dat de patiënt of degene die het gezag over hem uitoefent er uit het oogpunt van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt bezwaar tegen heeft, dat gegevens die te herleiden zijn tot een door de jeugdhulpaanbieder met betrekking tot de patiënt gestelde diagnose, bij de declaratie worden vermeld;
-
- dat de jeugdhulpaanbieder, in overeenstemming met artikel 6a.2, tweede lid, van de Regeling Jeugdwet vermelding van de onder 2 vermelde gegevens achterwege zal laten.
PLAATS: .........................
DATUM: .........................
Handtekening patiënt
Handtekening gezagsdrager
Handtekening zorgaanbieder
Bijlage 2. behorende bij artikel 7 van de Regeling Jeugdwet
Informatieprotocol
2.1. Jeugdige
5.4.1. Datum aanvang activiteiten in het preventief justitieel kader
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
§ 7. Beleidsinformatie
Bijlage 1a. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet
Ondergetekenden:
| [patiënt: Naam] | ..................................... |
| [patiënt: Geboortedatum] | ..................................... |
| [patiënt: BSN] | ..................................... |
| [patiënt: Naam ouder, andere gezagsdrager, curator of mentor indien patiënt jonger is dan 12 jaar of niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen] | ..................................... |
| en | |
| [jeugdhulpaanbieder: Naam praktijk/instelling] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: Naam uitvoerder] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: Adres] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: AGB-code praktijk/instelling] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: AGB-code uitvoerder] | ................................... |
verklaren:
-
- dat tussen partijen een behandelrelatie is aangegaan, waarvoor de jeugdhulpaanbieder overeenkomstig de met of namens het college van burgemeester en wethouders gemaakte afspraken een bedrag in rekening wenst te brengen;
-
- dat de patiënt of degene die het gezag over hem uitoefent er uit het oogpunt van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt bezwaar tegen heeft, dat gegevens die te herleiden zijn tot een door de jeugdhulpaanbieder met betrekking tot de patiënt gestelde diagnose, bij de declaratie worden vermeld;
-
- dat de jeugdhulpaanbieder, in overeenstemming met artikel 6a.2, tweede lid, van de Regeling Jeugdwet vermelding van de onder 2 vermelde gegevens achterwege zal laten.
PLAATS: .........................
DATUM: .........................
Handtekening patiënt
Handtekening gezagsdrager
Handtekening zorgaanbieder
Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet
Bijlage 1a*. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet
Vervallen
6. Gegevens van de jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling
5.3. Overige gegevens kinderbescherming en jeugdreclassering
Reden beëindiging bij (voorlopige) ondertoezichtstelling:
Reden beëindiging bij (tijdelijke/voorlopige) voogdij:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 5.5
Vervallen
§ 6. Beveiligingseisen gegevensverwerking
§ 6a. Verwerking persoonsgegevens ten behoeve van bekostiging
§ 9. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet
Bijlage 1. behorende bij paragraaf 5 van de Regeling Jeugdwet
Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding
- a. Basisbedrag, bedoeld in artikel 5.1, per leeftijdscategorie, per pleegkind
| Leeftijd pleegkind | Bedrag per maand | Bedrag per dag |
|---|---|---|
| 0 t/m 8 jaar | € 678,00 | € 22,29 |
| 9 t/m 11 jaar | € 687,00 | € 22,59 |
| 12 t/m 15 jaar | € 748,00 | € 24,60 |
| 16 en 17 jaar | € 826,00 | € 27,16 |
| 18 jaar en ouder | € 835,00 | € 27,44 |
- b. Toeslag, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid De in artikel 5.2, eerste lid, bedoelde toeslag bedraagt € 4,45 per dag.
- c. Toeslag, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid De in artikel 5.2, tweede lid, bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste € 4,45 per dag.
- d. Indexering, bedoeld in artikel 5.4 Bij de aanvang van ieder kalenderjaar worden het basisbedrag en de in artikel 5.2 bedoelde toeslagen geïndexeerd met het procentuele verschil tussen de door het Centraal bureau voor de statistiek bekendgemaakte consumentenprijsindex ‘alle huishoudens’, over de julimaanden van de twee direct aan het betreffende jaar voorafgaande jaren.
1.2. Doel en beheer
2.2. Burgerservicenummer
2.5. Postcode/gemeente ter duiding van de woonplaats
4.4. De mate waarin de cliënt zonder hulp verder kan (nr. 3.1)
5.3.1. Reden of wijze beëindiging maatregel
5.3.1. Reden of wijze beëindiging maatregel
Wijze beëindiging bij jeugdreclassering:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Optie bij activiteiten in het preventief justitieel kader (zie ook paragraaf 5.4.):
5.3.2. Datum overgedragen
De reden of wijze beëindiging wordt doorgegeven door gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de maatregel is belast.
Bij de wijze van beëindiging bij de jeugdreclassering wordt gebruik gemaakt van de uitkomsten van het landelijk instrumentarium jeugdstrafrechtketen (LIJ).
5.3.2. Datum overgedragen
De dag waarop de gecertificeerde instelling de uitvoering voor een maatregel kinderbescherming of jeugdreclassering heeft overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling. De datum van deze dag wordt weergegevens als JJJJMMDD.
5.3.2. Datum overgedragen
Het betreft de laatste dag waarop de ‘vorige’ gecertificeerde instelling nog verantwoordelijk was voor de uitvoering van de maatregel.
5.3.3. Datum overgedragen gekregen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 8d
De persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt, doet aan de Sociale verzekeringsbank op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van gegevens waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van het budgetbeheer, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, van de wet, of het uitvoeren van betalingen ten laste van het persoonsgebonden budget.
Artikel 8e
In het belang van een gecoördineerde uitvoering van het persoonsgebonden budget ondersteunt de Sociale verzekeringsbank het college bij de uitoefening van diens taken als de verstrekker van dat budget.
De Sociale verzekeringsbank en het college werken samen aan de digitalisering en standaardisering van de uitvoering van het persoonsgebonden budget.
§ 6c. Beperking uitvoeringslasten Jeugdwet
Bijlage 1a. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet
Ondergetekenden:
| [patiënt: Naam] | ..................................... |
| [patiënt: Geboortedatum] | ..................................... |
| [patiënt: BSN] | ..................................... |
| [patiënt: Naam ouder, andere gezagsdrager, curator of mentor indien patiënt jonger is dan 12 jaar of niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen] | ..................................... |
| en | |
| [jeugdhulpaanbieder: Naam praktijk/instelling] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: Naam uitvoerder] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: Adres] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: AGB-code praktijk/instelling] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: AGB-code uitvoerder] | ................................... |
verklaren:
-
- dat tussen partijen een behandelrelatie is aangegaan, waarvoor de jeugdhulpaanbieder overeenkomstig de met of namens het college van burgemeester en wethouders gemaakte afspraken een bedrag in rekening wenst te brengen;
-
- dat de patiënt of degene die het gezag over hem uitoefent er uit het oogpunt van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt bezwaar tegen heeft, dat gegevens die te herleiden zijn tot een door de jeugdhulpaanbieder met betrekking tot de patiënt gestelde diagnose, bij de declaratie worden vermeld;
-
- dat de jeugdhulpaanbieder, in overeenstemming met artikel 6a.2, tweede lid, van de Regeling Jeugdwet vermelding van de onder 2 vermelde gegevens achterwege zal laten.
PLAATS: .........................
DATUM: .........................
Handtekening patiënt
Handtekening gezagsdrager
Handtekening zorgaanbieder
Bijlage 1a. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet
Ondergetekenden:
| [patiënt: Naam] | ..................................... |
| [patiënt: Geboortedatum] | ..................................... |
| [patiënt: BSN] | ..................................... |
| [patiënt: Naam ouder, andere gezagsdrager, curator of mentor indien patiënt jonger is dan 12 jaar of niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen] | ..................................... |
| en | |
| [jeugdhulpaanbieder: Naam praktijk/instelling] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: Naam uitvoerder] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: Adres] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: AGB-code praktijk/instelling] | ................................... |
| [jeugdhulpaanbieder: AGB-code uitvoerder] | ................................... |
verklaren:
-
- dat tussen partijen een behandelrelatie is aangegaan, waarvoor de jeugdhulpaanbieder overeenkomstig de met of namens het college van burgemeester en wethouders gemaakte afspraken een bedrag in rekening wenst te brengen;
-
- dat de patiënt of degene die het gezag over hem uitoefent er uit het oogpunt van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt bezwaar tegen heeft, dat gegevens die te herleiden zijn tot een door de jeugdhulpaanbieder met betrekking tot de patiënt gestelde diagnose, bij de declaratie worden vermeld;
-
- dat de jeugdhulpaanbieder, in overeenstemming met artikel 6a.2, tweede lid, van de Regeling Jeugdwet vermelding van de onder 2 vermelde gegevens achterwege zal laten.
PLAATS: .........................
DATUM: .........................
Handtekening patiënt
Handtekening gezagsdrager
Handtekening zorgaanbieder
Bijlage 1a*. behorende bij artikel 6a.2 van de Regeling Jeugdwet
Vervallen
7.2. Privacybescherming
7.4. Aanlevertermijnen
Toelichting:
7.5. Inhoud van het gegevensbestand
De reden of wijze beëindiging wordt doorgegeven door gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de maatregel is belast.
De dag waarop de gecertificeerde instellingen de uitvoering van een maatregel kinderbescherming of jeugdreclassering heeft overgedragen gekregen van de ‘vorige’ gecertificeerde instelling. De datum van deze dag wordt weergegevens als JJJJMMDD.
5.3.3. Datum overgedragen gekregen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
7.2. Privacybescherming
Toelichting:
Deel 3. Technische eisen
Toelichting:
Het betreft de eerste dag waarop de ‘nieuwe’ gecertificeerde instelling verantwoordelijk is geworden voor de uitvoering van de maatregel. Deze dag is één dag later dan de datum overgedragen (zie 5.3.2).
Toelichting:
5.4.1. Datum aanvang activiteiten in het preventief justitieel kader
5.4. Activiteiten in het preventief justitieel kader
5.4.2. Datum einde activiteiten in het preventief justitieel kader
Toelichting:
De eerste dag waarop de gecertificeerde instelling de activiteiten in het preventief justitieel kader inzet. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.
Om de gegevens voor de beleidsinformatie jeugd aan het CBS te kunnen verstrekken en controleren is een aantal gegevens van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling nodig. Gemeenten dienen deze gegevens aan het CBS te verstrekken voor alle jeugdhulpaan- bieders en gecertificeerde instellingen waar zij afspraken mee hebben gemaakt over het leveren van jeugdhulp, jeugdbescherming en/of jeugdreclassering.
De laatste dag waarop de gecertificeerde instellingen de activiteiten in het preventief justitieel kader inzet. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.
6. Gegevens van de jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling
Om de gegevens voor de beleidsinformatie jeugd aan het CBS te kunnen verstrekken en controleren is een aantal gegevens van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling nodig. Gemeenten dienen deze gegevens aan het CBS te verstrekken voor alle jeugdhulpaan- bieders en gecertificeerde instellingen waar zij afspraken mee hebben gemaakt over het leveren van jeugdhulp, jeugdbescherming en/of jeugdreclassering.
Het betreft de volgende gegevens per organisatie:
7.1. Aanleverproces
Het betreft de volgende gegevens per organisatie:
7. Wijze waarop de aanlevering van gegevens dient plaats te vinden
Er wordt gebruik gemaakt van de upload-voorzieningen en webformulieren die het CBS daarvoor ter beschikking stelt. Meer informatie hierover is opgenomen in deel 3 van dit informatieprotocol.
7. Wijze waarop de aanlevering van gegevens dient plaats te vinden
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 8ab
Indien van toepassing kan een persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt ten laste van zijn persoonsgebonden budget een hulp uit het sociaal netwerk voor jeugdhulp, die zonder dienstbetrekking wordt verleend, laten betalen:
- a. een tegemoetkoming van maximaal € 141 per kalendermaand;
- b. een door het college vastgestelde tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding en reiskosten ten behoeve van de hulp.
Daartoe draagt hij zorg voor een verklaring. De verklaring wordt ingediend bij de Sociale verzekeringsbank. De Sociale verzekeringsbank stelt onmiddellijk het college daarvan in kennis.
Een persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt kan niet een overeenkomst als bedoeld in artikel 8b, eerste lid, onderdeel b, en de hiergenoemde verklaring met betrekking tot dezelfde derde, die ten laste van het persoonsgebonden budget betalingen zou ontvangen, indienen.
Een verklaring wordt opgesteld volgens het vigerende, door de Sociale verzekeringsbank vastgestelde model en bevat ten minste:
- a. de naam, de geboortedatum en het burgerservicenummer van de hulp uit het sociaal netwerk;
- b. de ingangsdatum vanaf wanneer op verzoek een tegemoetkoming kan worden verstrekt;
- c. de mededelingen dat de hulp uit het sociaal netwerk zonder dienstbetrekking jeugdhulp zal verlenen aan de persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt en of een bedrag per kalendermaand en of door het college vastgestelde bedragen worden aangevraagd;
- d. de handtekening van de persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt, waarmee die persoon aangeeft dat hij inderdaad jeugdhulp uit het sociaal netwerk zal ontvangen, alsmede de handtekening van de hulp uit het sociaal netwerk.
De verklaring, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van het college.
Het college kan de goedkeuring slechts geven indien de verklaring voldoet aan de eisen, bedoeld in het derde lid.
Een wijziging van een goedgekeurde verklaring wordt onmiddellijk met een formulier aan de Sociale verzekeringsbank kenbaar gemaakt door middel van invulling van een daartoe door de Sociale verzekeringsbank beschikbaar gesteld modelformulier.
§ 9. Slotbepalingen
Bijlage 2. behorende bij artikel 7 van de Regeling Jeugdwet
2.5. Postcode/gemeente ter duiding van de woonplaats
3.4. Gestart met crisis
8.1. Gebruik uploadvoorziening
5.4. Activiteiten in het preventief justitieel kader
Dit betreft activiteiten van de gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Deze specifieke preventieve- en nazorgactiviteiten die zich in het veld van de vrijwillige hulpverlening afspelen betreffen geen jeugdhulp, maar activiteiten die uitgaan van de inzet van de specifieke expertise van de gecertificeerde instelling om (opnieuw) een maatregel te voorkomen.
Toelichting:
Indien er sprake is van activiteiten in het preventief justitieel kader, dan wordt dit middels de code (31) weergegeven in het veld ‘type maatregel’.
6. Gegevens van de jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling
6. Gegevens van de jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling
Het CBS is verantwoordelijk voor het actueel houden van het bestand. Het CBS zal gemeenten periodiek vragen om een actuele lijst en dan zal het CBS deze doornemen. Gemeenten nemen in hun contracten met aanbieders op dat zij zich melden als nieuwe aanbieder bij het CBS, zodat zij de verplichte gegevens over het jeugdhulpgebruik gaan leveren.
Deel 2. Aanleverproces
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 6c.1
Bij de bekostiging van aanbieders of gekwalificeerde gedragswetenschappers, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, onderdeel a, van de wet kan het college gebruik maken van een:
- a. inspanningsgerichte uitvoeringsvariant, of
- b. outputgerichte uitvoeringsvariant.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)