Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2014–2015 versie 2

Type ZBO-regeling
Publication 2015-10-17
State In force
Source BWB
artikelen 591
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Artikel 5:62:9. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.

2.

De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:

  • a. minstens € 3.000,-- bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar;
  • b. minstens € 4.000,-- bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar;
  • c. minstens € 5.000,-- bij een dienstverband van 20 jaar of langer.
3.

Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.

4.

De werkgever overlegt daartoe:

  • a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
  • b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
5.

Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.

Paragraaf 5.6. beëindigingsgronden passend onderwijs bij tijdelijk dienstverband

Artikel 5:63. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, als gevolg van de invoering van passend onderwijs

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO hanteert, en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering van passend onderwijs, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 4.6 eerste lid, CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:63:1 tot en met 5:63:8 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel 5:63:1. Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol.

1.

De werkgever toont aan met ter zake overtuigende documenten dat hij volgens de strekking van het tripartiet convenant over de personele gevolgen overleg heeft gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol.

Artikel 5:63:2. Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

1.

De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald.

2.

De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld;
  • b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen;
  • d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht.
3.

Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan 2013–2014 als bedoeld in artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO en een afschrift van de passage van het ondersteuningsplan 2014–2015 als bedoeld in artikel 18a, achtste lid, onder b van de WPO, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband.

4.

Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op.

5.

Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014–2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013–2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt.

Artikel 5:63:3. Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

1.

De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, waarvan het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet, op jaarbasis gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in artikel 5:63.1.

2.

De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 5:63.1 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.

3.

Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan:

  • a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen.
  • b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst.
  • c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking.

Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht.

Artikel 5:63:4. Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.

Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden.

Artikel 5:63:5. Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel 5:63:6. Vergelijking per onderwijssoort

Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 5:63:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.

Artikel 5:63:7. Toetsingsdatum

1.

Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar.

2.

Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband.

3.

Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.

Artikel 5:63:8. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:

  • a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
  • b. minstens € 1.000,-- bij een dienstverband van 6 maanden of langer.
3.

Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.

4.

De werkgever legt daartoe over:

  • a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
  • b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
5.

Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.

Artikel 5:64. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn

Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van de invoering van passend onderwijs, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 4.6, tweede lid, van de CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:64:1 tot en met 5:64:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel 5:64:1. Sociaal Plan in geval daling bekostiging als gevolg van de invoering passend onderwijs

1.

De werkgever toont aan dat hij met de vakcentrales in het DGO het sociaal plan is overeengekomen omdat hij wegens daling van de financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon garanderen.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Daling financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs’ waaruit blijkt dat:

  • I. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling van de financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en
  • II. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de financiële bijdragen van derden.

Artikel 5:64:2. Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd

1.

De werkgever toont aan dat:

  • a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan, en
  • b. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is.
2.

De werkgever legt daartoe over het sociaal plan.

3.

Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem nog niet door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, volledig was opgelost op de datum van het ontslag.

Artikel 5:64:3. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.

2.

De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken.

Artikel 5:65. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid CAO PO) vanwege met name genoemde redenenvan gewichtige aard (artikel 4.7, onder k, CAO PO te weten kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat er sprake is van met name genoemde redenen van gewichtige aard zoals bedoeld in artikel 4.7, onder k, van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs, omdat naar het oordeel van de werkgever het anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikelen 5:65:1 tot en met 5:65:7 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 5:65:1. Meedelen reden niet voortzetten aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten.

Artikel 5:65:2. Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol.

De werkgever toont aan met ter zake overtuigende documenten dat hij volgens de strekking van het tripartiet convenant over de personele gevolgen overleg heeft gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol.

Artikel 5:65:3. Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

1.

De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald.

2.

De werkgever overlegt daartoe de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld;
  • b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen;
  • c. de bedragen die gemoeid gaan met de Regeling prestatiebox primair onderwijs worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen;
  • d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht.
3.

Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op.

4.

Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014–2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013–2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt.

Artikel 5:65:4. Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

1.

De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 5:65:1 op jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in artikel 5:65:2.

2.

De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 5:65:2 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.

3.

Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan:

  • a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen.
  • b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst.
  • c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking.

Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht.

Artikel 5:65:5. Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend

1.

Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van:

  • i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft;
  • ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd;
  • iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad;
  • iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden;
  • v. een vacature op de datum van ontslag.

Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd in artikel 5:65:2 verminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v., is benoemd.

Artikel 5:65:6. Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel 5:65:7. Vergelijking per onderwijssoort

Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 5:65:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.

Artikel 5:65:8. Toetsingsdatum

1.

Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.

Artikel 5:65:9. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.

2.

De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:

  • a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
  • b. minstens € 1.000,-- bij een dienstverband van 6 maanden of langer.
3.

Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.

4.

De werkgever overlegt daartoe:

  • a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
  • b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
5.

Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 6:1. Citeerregel

Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2014–2015’.

Artikel 6:2. Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die, waarop het in de Staatscourant is gepubliceerd en heeft betrekking op alle dienstverbanden die zijn of worden beëindigd dan wel niet worden voortgezet in de periode van 1 februari 2015 tot en met 31 juli 2015, evenals op alle dienstverbanden die niet worden voortgezet omdat functie van de werknemer per 1 februari 2015 wordt opgeheven.

Artikel 6:3. bekendmaking

1.

Dit reglement wordt bekendgemaakt middels publicatie in de Staatscourant.

2.

Het Participatiefonds plaatst dit reglement tevens op de internetsite van het Participatiefonds www.participatiefonds.nl

Artikel 6:4. Wijziging of afwijking van het reglement

Het bestuur van het Participatiefonds is gerechtigd dit reglement op ieder moment aan te passen indien daar aanleiding toe is. Om zwaarwegende redenen kan het bestuur van het Participatiefonds afwijken van hetgeen in het reglement gesteld is.

Artikel 6:5. Onvoorziene omstandigheden

In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het bestuur van het Participatiefonds.

Artikel 6:6. Toelichting en bestuursvoorschriften

1.

Een toelichting op het reglement maakt deel uit van het reglement.

2.

Het Participatiefonds stelt bestuursvoorschriften vast waarin de uitvoeringstechnische verplichtingen voor werkgevers zijn neergelegd.

3.

De werkgever houdt zich aan die bestuursvoorschriften.

Artikel 6:7. Wijziging voorgaand reglement

Wijzigt het Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2014–2015.

Bijlage 1. Modelverklaring gesprekkencyclus

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

Naam werknemer:

BSN:

Werkgever en werknemer verklaren dat ze meerdere gesprekken met elkaar hebben gevoerd.

Tijdens de gesprekken zijn tenminste de volgende onderwerpen aan de orde geweest:

  • •. de door de werkgever geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer;
  • •. de door de werkgever noodzakelijke geachte verbetering in het functioneren van de werknemer;
  • •. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning de genoemde verbetering van zijn functioneren moest bereiken en de periode waarbinnen hij deze verbetering gerealiseerd moest hebben;
  • •. de mededeling van de werkgever aan de werknemer dat hij tot de conclusie is gekomen dat het verbetertraject niet of onvoldoende heeft geleid tot de noodzakelijke verbetering in het functioneren.
Datum :
Plaats :
Werkgever werknemer
Naam : Naam :
Handtekening : Handtekening :

Bijlage 2. Modelverklaring gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

Naam werknemer:

BSN:

Werkgever en werknemer verklaren dat ze meerdere gesprekken met elkaar hebben gevoerd.

Tijdens de gesprekken zijn tenminste de volgende onderwerpen aan de orde geweest:

  • •. Welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie;
  • •. De mogelijkheden die zijn onderzocht om zijn functie aan diens beperkingen aan te passen;
  • •. De conclusie van de werkgever dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen.
Datum :
Plaats :
Werkgever Werknemer
Naam : Naam :
Handtekening : Handtekening :

Bijlage 3. Modelverklaring herplaatsingsonderzoek

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

Naam werknemer:

BSN:

De werkgever en werknemer hebben met elkaar de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie besproken. De werkgever heeft de werknemer tenminste geïnformeerd over:

  • •. de wijze waarop de werkgever herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft onderzocht;
  • •. de conclusie van werkgever dat herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.
Datum :
Plaats :
Werkgever Werknemer
Naam : Naam :
Handtekening : Handtekening :

Bijlage 4. Modelverklaring herplaatsingsonderzoek ziekte en arbeidsongeschiktheid

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

Naam werknemer:

BSN:

De werkgever en werknemer hebben met elkaar gesproken over herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie. De werkgever heeft de werknemer er tenminste over geïnformeerd dat:

  • •. uit zorgvuldig onderzoek is gebleken dat voor de werknemer geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn;
  • •. de werkgever bij het onderzoek ook het resultaat van de WIA-claimbeoordeling heeft betrokken en indien er deskundigenoordeel van het UWV is aangevraagd, ook het deskundigenoordeel.
Datum :
Plaats :
Werkgever Werknemer
Naam : Naam :
Handtekening : Handtekening :

Bijlage 5. Modelverklaring aanbod ondersteuning extern

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

Naam werknemer:

BSN:

De werkgever verklaart de volgende activiteiten te hebben ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk:

Activiteit Bedrag
Sollicitatietraining Ja/nee
Netwerktraining Ja/nee
Coaching Ja/nee
Jobhunting Ja/nee
Capaciteitenonderzoek zelfstandig ondernemerschap Ja/nee
CV- en sollicitatiebriefcheck Ja/nee
Begeleiding gericht op zelfstandig ondernemerschap Ja/nee
Omscholing Ja/nee
Outplacement Ja/nee
Andere begeleiding gericht op het vinden van een baan elders Ja/nee
Totaalbedrag
Datum :
--- --- ---
Plaats :
Werkgever Werknemer
Naam : Naam
Handtekening : Handtekening

1 De waarde is afhankelijk van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigen: bij een vast dienstverband, een bedrag van:

  • a. tenminste € 3.000,-- bij een dienstverband van minder dan 10 jaar;
  • b. tenminste € 4.000,-- bij een dienstverband van tenminste 10 jaar maar minder dan 20 jaren;
  • c. tenminste € 5.000,-- bij een dienstverband van tenminste 20 jaren.

bij een tijdelijke dienstverband:

  • a. tenminste € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
  • b. tenminste € 1.000,-- bij een dienstverband van tenminste 6 maanden.

Bijlage 6. Modelbrief verlengd aanbod ondersteuning extern

Geachte ......,

Op (Vul in: datum einde dienstverband) wordt uw dienstverband als (Vul in: functie) bij (Vul in: naam van de school), een van de scholen van (vul in: naam werkgever) beëindigd.

Op (Vul in: datum schriftelijk aanbod ondersteuning) hebben wij u schriftelijk ondersteuning aangeboden bij het verwerven van een werkkring buiten onze organisatie.

Tot op heden heeft u nog geen gebruik gemaakt van ons aanbod.

Hierbij bieden wij u wederom ondersteuning aan bij het verwerven van een werkkring buiten onze organisatie. Als u aanspraak maakt op een WW-uitkering dan blijft ons eerder aanbod voor de ondersteuning van kracht gedurende de eerste drie maanden na de eerste WW-dag. Voor informatie over ons aanbod verwijzen wij u naar de bijlage (Als bijlage toevoegen: schriftelijk aanbod externe ondersteuning).

Wij wijzen u er op dat, indien u een recht op een WW-uitkering wordt toegekend, u verplicht bent mee te werken aan uw re-integratie op de arbeidsmarkt. Indien u niet meewerkt aan uw re-integratie dan kan het UWV hier consequenties aan verbinden in de vorm van een financiële sanctie.

Hoogachtend,

...

Bijlage 7. Modelverklaring daling bekostiging bij werkgelegenheidsbeleid

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

De werkgever verklaart dat:

  • a. zich in één of meer achterliggende schooljaren, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden heeft voorgedaan en
  • b. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en
  • c. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden.
Datum :
Plaats :
Werkgever
Naam :
Handtekening :

Bijlage 8. Modelverklaring daling financiele bijdrage van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

De werkgever verklaart dat:

  • a. direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling van financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs heeft voorgedaan en
  • b. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze financiële bijdrage van derden werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en
  • c. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van financiële bijdragen van derden.
Datum :
Plaats :
Werkgever
Naam :
Handtekening :

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)