Besluit van 16 juni 2015, houdende nieuwe nadere regels betreffende toegelaten instellingen en dochtermaatschappijen en nadere regels betreffende wooncoöperaties (Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015)
De adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden brengt uiterlijk twaalf weken nadat het adviesverzoek, bedoeld in artikel 56a, tweede lid, van de wet bij haar is ingediend advies uit. De adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden kan deze termijn door schriftelijke kennisgeving daarvan aan de verzoekende toegelaten instelling telkens gemotiveerd verlengen met een door haar daarbij te bepalen termijn van ten hoogste vier weken, van welke verlenging zij kennis geeft voor het verstrijken van de beslistermijn.
De adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden draagt zo spoedig mogelijk na het afronden van een advies of, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden voor een advies over aan Onze Minister.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent wijze van verantwoording en ondersteuning van de adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden.
Artikel 110c
Een verzoek waarbij een advies als bedoeld in artikel 56a, tweede lid, van de wet aan de adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden wordt gevraagd, wordt door de verzoekende partij ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. de naam en het adres van de betrokken toegelaten instelling;
- c. een beschrijving van de situatie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, eerste volzin, van de wet van de betrokken toegelaten instelling; en
- d. een beschrijving van de volkshuisvestelijke situatie op de korte, middellange en lange termijn, waaronder in ieder geval de bevolkingssamenstelling en vraag naar typen woningen.
De toegelaten instelling die een verzoek als bedoeld in het eerste lid aan de adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden voorlegt, verschaft voorts de bescheiden die voor het advies van de adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Tot deze gegevens behoren in ieder geval:
- a. de bescheiden, bedoeld in artikel 38, eerste lid en tweede lid, van de wet;
- b. de in de betreffende gemeente geldende woonvisie, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet; en
- c. de bescheiden, bedoeld in artikel 44a, eerste lid en tweede lid, van de wet.
De toegelaten instelling die het verzoek tot advies aan de adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden richt, zendt een afschrift van het verzoek aan toegelaten instellingen die feitelijk werkzaam zijn in hetzelfde gebied, bedoeld in artikel 41b, tweede lid, van de wet als de verzoekende instelling en de partijen genoemd in artikel 110f, onderdelen b, c, d, g, h en i.
Artikel 110d
De adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden betrekt in haar advies ten aanzien van artikel 56a, tweede lid, van de wet in ieder geval:
- a. de zienswijzen van de autoriteit en een organisatie die zich ten doel stelt de belangen van toegelaten instellingen te behartigen over de omvang van de in artikel 56a, tweede lid, onderdeel a, van de wet bedoelde noodzakelijke werkzaamheden alsmede de mogelijkheden, waaronder en de financiële draagkracht om die werkzaamheden binnen een redelijke termijn voort te zetten, van de toegelaten instellingen die feitelijk werkzaam zijn in hetzelfde gebied aangewezen op grond van artikel 41b, eerste lid, als de verzoekende toegelaten instelling;
- b. de zienswijzen van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten waar de verzoekende toegelaten instelling meer dan 5% van het totaal van de diensten bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de wet in die gemeente verricht, over de omvang van de in artikel 56a, tweede lid, onderdeel a, van de wet bedoelde noodzakelijke werkzaamheden;
- c. de zienswijzen van de in het belang van de huurders van de woongelegenheden van de verzoekende toegelaten instelling werkzame huurdersorganisaties en bewonerscommissies over de omvang van de in artikel 56a, tweede lid, onderdeel a, van de wet, bedoelde noodzakelijke werkzaamheden;
- d. de zienswijzen van de toegelaten instellingen die feitelijk werkzaam zijn in hetzelfde gebied aangewezen op grond van in artikel 41b, eerste lid, van de wet als de verzoekende instelling; en
- e. de zienswijze van de borgingsvoorziening over de risico’s voor de borgstelling van het conceptadvies dat de Adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden voornemens is uit te brengen.
De adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden stelt de in het eerste lid bedoelde partijen in de gelegenheid hun zienswijze aan haar kenbaar te maken binnen een termijn van:
- a. vier weken, voor de zienswijzen bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c en d;
- b. twee weken, voor de zienswijze bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
Artikel 110e
De adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden hanteert de volgende uitgangspunten voor de vaststelling van haar advies:
- a. de omvang van de in artikel 56a, tweede lid, onderdeel a, van de wet bedoelde noodzakelijke werkzaamheden is niet groter dan hetgeen in de zienswijzen, bedoeld in artikel 110d, eerste lid, onderdeel b, naar voren is gebracht;
- b. bij het onderzoek naar de in artikel 56a, tweede lid, onderdeel b, van de wetbedoelde mogelijkheden wordt de investeringscapaciteit van toegelaten instellingen vastgesteld aan de hand van informatie uit het overzicht, bedoeld in artikel 44a, eerste lid, onderdeel a, van de wet en de door de autoriteit kenbaar gemaakte financiële normen.
- c. het onderzoek naar de in artikel 56a, tweede lid, onderdeel b, van de wet bedoelde mogelijkheden wordt gericht op toegelaten instellingen die feitelijk werkzaam zijn in hetzelfde gebied aangewezen op grond van artikel 41b, eerste lid, van de wet als de verzoekende toegelaten instelling, waarbij voorts als prioritering geldt, tenzij afwijking daarvan in het belang van de volkshuisvesting is:
- 1°. de toegelaten instellingen die feitelijk werkzaam zijn in dezelfde gemeenten als de verzoekende toegelaten instelling;
- 2°. de toegelaten instellingen die feitelijk werkzaam zijn in gemeenten die grenzen aan de gemeenten waar de verzoekende toegelaten instelling feitelijk werkzaam is;
- 3°. de toegelaten instellingen die feitelijk werkzaam zijn in de nabijheid van de gemeenten waar de verzoekende toegelaten instelling feitelijk werkzaam is.
De adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden betrekt bij haar advies:
- a. de woonvisie, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet van de betrokken gemeente(n); en
- b. de afspraken als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet.
De adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden weegt in ieder geval mee in haar advies:
- a. de financiële en de volkshuisvestelijke gevolgen van de door de adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden verschillende te overwegen scenario’s in het kader van het advies, bedoeld in artikel 56a, tweede lid, van de wet voor alle daarbij betrokken partijen; en
- b. de kwaliteit van de woningen, waaronder de mogelijkheden tot verduurzaming in het kader van het advies bedoeld in artikel 56a, tweede lid, onder c, van de wet.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het eerste en derde lid.
Artikel 110f
De adviezen, bedoeld in artikel 56a, tweede lid, van de wet worden verstrekt aan:
- a. de verzoekende toegelaten instelling, bedoeld in artikel 56a, tweede lid, van de wet;
- b. de gemeenten waar de verzoekende toegelaten instelling feitelijk werkzaam is;
- c. de in het belang van de huurders van de woongelegenheden van de verzoekende toegelaten instelling werkzame huurdersorganisaties;
- d. toegelaten instellingen die feitelijk werkzaam zijn in hetzelfde gebied als bedoeld in artikel 41b, tweede lid, als de verzoekende toegelaten instelling;
- e. de toegelaten instellingen die op grond van het advies van belang zijn om de in artikel 56a, tweede lid, onder a, van de wet bedoelde noodzakelijke werkzaamheden binnen een redelijke termijn voort te zetten;
- f. de toegelaten instellingen die op grond van artikel 56, derde lid, inlichtingen hebben verschaft aan de adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden;
- g. de in het belang van de toegelaten instellingen werkzame organisaties;
- h. de borgingsvoorziening; en
- i. de autoriteit.
§ 5. Aanwijzing tot voortzetten noodzakelijke werkzaamheden
Artikel 110g
Indien de minister een aanwijzing geeft als bedoeld in artikel 56b, eerste lid, van de wet geschiedt de overdracht tegen de getaxeerde marktwaarde.
De minister stelt de borgingsvoorziening in de gelegenheid haar zienswijzen als bedoeld in artikel 56b, eerste lid, onderdeel d, van de wet aan hem kenbaar te maken binnen een termijn van twee weken. Indien de borgingsvoorziening binnen die termijn geen zienswijze heeft verstrekt, wordt zij geacht geen bezwaren te hebben tegen de voorgenomen aanwijzing.
Afdeling 2. De subsidies
§ 1. Subsidies voor financiële sanering
§ 2. Subsidies voor werkzaamheden
Afdeling 3. De bijdrage
Hoofdstuk VII. Toezicht op toegelaten instellingen en dochtermaatschappijen
Hoofdstuk VIII. Verdere bepalingen inzake toegelaten instellingen
Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 2. Intrekking en wijziging van op de Woningwet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur
Afdeling 3. Overgangsbepalingen
Afdeling 4. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)