Besluit van 14 oktober 2015, houdende samenvoeging van de algemene maatregelen van bestuur op basis van de Tabakswet tot één besluit (Besluit uitvoering Tabakswet)

Type AMvB
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 65
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 7 juli 2015, kenmerk 767940-136602-WJZ;

Gelet op de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3d, 7, eerste en tweede lid, 9, vierde lid en 10, eerste en tweede lid, van de Tabakswet;

Gelet op richtlijn 2015/1139/EU tot wijziging van Richtlijn 2012/9/EU wat de datum van omzetting en de uiterste datum van de overgangsperiode betreft (PbEU 2015, L 185);

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 26 augustus 2015, No.W13.15.0233/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 9 oktober 2015, kenmerk 767933-136602-WJZ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§ 2. Producteisen

Artikel 2.1

1.

De maximumemissieniveaus van een in de handel gebrachte of geproduceerde sigaret voldoen aan artikel 3, eerste lid, van de tabaksproductenrichtlijn.

2.

De maximumemissieniveaus van shagtabak zijn zodanig dat het niveau in een sjekkie van 750 mg niet meer bedraagt dan:

3.

Bij ministeriële regeling worden methoden van onderzoek aangewezen die bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot shagtabak of een sigaret aan de in het eerste en tweede lid gestelde eisen is voldaan.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen andere maximumemissieniveaus voor tabaksproducten worden vastgesteld ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de tabaksproductenrichtlijn.

Artikel 2.2

1.

Tot het verrichten van metingen en onderzoekingen als bedoeld in artikel 3c, eerste en tweede lid, van de wet zijn uitsluitend bevoegd de laboratoria die als zodanig zijn aangewezen of erkend door Onze Minister.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de erkenning van laboratoria als bedoeld in artikel 3c, tweede lid, van de wet.

3.

Onze Minister deelt de lijst van erkende laboratoria met de Europese Commissie. De Europese Commissie maakt deze lijst openbaar.

4.

Laboratoria die door de bevoegde autoriteiten van een andere staat van de Europese Economische Ruimte zijn erkend om verificatie van metingen, als bedoeld in artikel 4 van de tabaksproductenrichtlijn te verrichten, worden gelijkgesteld met laboratoria die krachtens dit artikel zijn aangewezen of erkend.

Artikel 2.3

Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld met betrekking tot de ingrediënten en de presentatie van tabaksproducten. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten tabaksproducten.

Artikel 2.4

1.

Bij ministeriële regeling worden ter bescherming van de volksgezondheid of ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld aan het ontwerp van een elektronische sigaret en een elektronische sigaret zonder nicotine en aan een navulverpakking, navulverpakking zonder nicotine, patroon zonder nicotine en de ingrediënten van nicotinehoudende en niet-nicotinehoudende vloeistof.

2.

Het is verboden andere smaakbepalende additieven te gebruiken als ingrediënten van nicotinehoudende en niet-nicotinehoudende vloeistoffen en van andere onderdelen van elektronische dampwaar dan die zijn aangewezen bij ministeriële regeling.

3.

Aan de smaakbepalende additieven kan bij ministeriële regeling een minimum- of een maximumaantal te combineren smaakbepalende additieven en een minimum- of een maximumhoeveelheid van smaakbepalende additieven worden gesteld.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen methoden van onderzoek worden aangewezen die bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot nicotinehoudende en niet-nicotinehoudende vloeistoffen en andere onderdelen van elektronische dampwaar al dan niet aan de krachtens het tweede of derde lid gestelde eisen is voldaan.

Artikel 2.5

Bij ministeriële regeling kunnen ter bescherming van de volksgezondheid eisen gesteld worden aan het ontwerp van een nicotineproduct zonder tabak of een nicotineapparaat en de ingrediënten van een nicotineproduct zonder tabak.

§ 3. Verpakkingseisen

Artikel 3.1

Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld met betrekking tot de presentatie, verschijningsvorm en inhoud van een verpakkingseenheid en een buitenverpakking van tabaksproducten. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen verschillende tabaksproducten.

Artikel 3.2

1.

Een verpakkingseenheid en een buitenverpakking van voor roken bestemde tabaksproducten bevatten een algemene waarschuwing, een informatieve boodschap en een gecombineerde gezondheidswaarschuwing.

2.

Het eerste lid geldt niet voor een verpakkingseenheid en een buitenverpakking van een sigaar niet zijnde een cigarillo, indien deze onmiddellijk vóór 20 mei 2016 in de handel was, dit product vóór 20 mei 2016 bij Onze Minister is aangemeld en de buitenverpakking en verpakkingseenheid daarvan een algemene waarschuwing en de waarschuwende tekst en een verwijzing naar de informatie over het stoppen met roken van een gecombineerde gezondheidswaarschuwing bevatten.

3.

Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn nadere regels gesteld over de aanduidingen op een verpakkingseenheid en een buitenverpakking van voor roken bestemde tabaksproducten, waarbij voor verschillende voor roken bestemde tabaksproducten verschillende eisen kunnen worden gesteld met betrekking tot de aanduidingen, de grootte en de positie van de gezondheidswaarschuwing.

4.

Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld aan een verpakkingseenheid en een buitenverpakking van shagtabak en een sigaret met betrekking tot geur, smaak en de intensiteit van de rook. Ter uitvoering van het bij of krachtens de tabaksproductenrichtlijn bepaalde kunnen deze eisen bij ministeriële regeling van toepassing worden verklaard op andere tabaksproducten dan sigaretten en shagtabak.

Artikel 3.3

Bij ministeriële regeling worden ter bescherming van de volksgezondheid of ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld met betrekking tot aanduidingen op een verpakkingseenheid en een buitenverpakking van rookloze tabaksproducten en aanverwante producten.

§ 3a. Merkgebruik

§ 3a. Merkgebruik

Artikel 5.1

Het verbod op bedrijfsmatige verstrekking van tabaksproducten en aanverwante producten aan particulieren voor de instellingen, diensten en bedrijven, die door de Staat of andere openbare lichamen worden beheerd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet geldt niet in justitiële inrichtingen als bedoeld in:

Artikel 5.2

1.

Als categorieën van inrichtingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet worden met uitzondering van verpleeghuizen, revalidatiecentra, psychiatrische ziekenhuizen, zwakzinnigeninrichtingen, gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten en verzorgingshuizen aangewezen:

2.

Als categorieën van bedrijven en organisaties als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet, worden aangewezen:

3.

Als categorieën van bedrijven en organisaties als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet, worden niet aangewezen:

Artikel 5.3

1.

Elke methode voor het in de handel brengen van tabaksproducten en aanverwante producten zonder ter handstelling door tussenkomst van een verstrekkende persoon is verboden.

2.

Het in het eerste lid bepaalde verbod geldt niet in een speciaalzaak als bedoeld in artikel 5.9:

Artikel 5.4

1.

Tabaksautomaten bevinden zich niet in de buitenlucht.

2.

Tabaksautomaten bevinden zich in het zicht van degene voor wiens rekening en risico de automaat werkt of van zijn personeel, dan wel van de exploitant van de inrichting waar de automaat zich bevindt of van zijn personeel.

§ 6. Rookverbod en uitzondering op het rookverbod

Artikel 6.1

Degene die – anders dan in een hoedanigheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a of b van de wet – het beheer heeft over een van de volgende gebouwen of ruimten, is verplicht daarin een rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven:

Artikel 6.2

1.

De verplichting, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet en in artikel 6.1 van dit besluit, geldt niet:

2.

Vervallen.

Artikel 6.3

Vervallen

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 7.1

Voor elektronische sigaretten zonder nicotine, navulverpakkingen zonder nicotine en patronen zonder nicotine die voor inwerkingtreding van dit artikel in de handel zijn gebracht, worden de in artikel 4.6, eerste lid, bedoelde gegevens en bescheiden uiterlijk zes maanden na het moment waarop dit artikel in werking is getreden aan Onze Minister verstrekt.

Artikel 7.2

Een wijziging van de tabaksproductenrichtlijn en besluiten vastgesteld ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn gaan voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging van de tabaksproductenrichtlijn of besluiten vastgesteld ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 7.3

Artikel 6.2, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van het Besluit van 14 januari 2021 houdende wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit om de uitzondering op het rookverbod in de vorm van rookruimtes af te schaffen en enkele technische wijzigingen (Stb. 2021, 25) blijft tot 1 januari 2022 van toepassing op een ruimte, gebouw of inrichting als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet indien de hoedanigheid van werkgever, bedoeld in dat onderdeel, niet samenvalt met een andere hoedanigheid als bedoeld in artikel 10 van de wet of artikel 6.1 van dit besluit.

Artikel 7.4

Dit besluit wordt aangehaald als: Tabaks- en rookwarenbesluit.

Artikel 7.5

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 3. Verpakkingseisen

§ 3a. Merkgebruik

Artikel 3a.1

Vervallen

Artikel 4.1

1.

Producenten en importeurs van tabaksproducten stellen Onze Minister een redelijke termijn vóór de beoogde datum van het in Nederland in de handel brengen van een nieuw of gewijzigd tabaksproduct, hiervan in kennis.

2.

Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van de Tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld aan de bij te voegen gegevens en bescheiden en de wijze waarop de gegevens en bescheiden worden verstrekt.

Artikel 4.2

1.

Producenten en importeurs van tabaksproducten verstrekken aan Onze Minister jaarlijks gegevens en bescheiden met betrekking tot de markt voor hun producten en eventueel op de markt te brengen nieuwe producten.

2.

Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld aan de gegevens en bescheiden die worden verstrekt en het tijdstip en de wijze waarop dit gebeurt.

Artikel 4.3

1.

Producenten en importeurs van sigaretten en shagtabak die een additief bevatten dat is aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, van de tabaksproductenrichtlijn, voeren met betrekking tot die additieven diepgaande studies uit en verstrekken het verslag daarvan aan de Europese Commissie en Onze Minister.

2.

Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld aan de diepgaande studies, het verslag en de wijze en het moment waarop het verslag aan Onze Minister en de Europese Commissie wordt verstrekt.

3.

Het verslag wordt beoordeeld door een bij ministeriële regeling aan te wijzen instantie of instanties, met name wat betreft begrijpelijkheid, methodiek en conclusies.

4.

Kleine en middelgrote ondernemingen als bedoeld in de Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124) worden vrijgesteld van de eisen gesteld bij of krachtens dit artikel indien een andere producent of importeur de studie heeft uitgevoerd en daarover een verslag heeft opgesteld en dit aan de Europese Commissie en Onze Minister is verstrekt.

Artikel 4.4

1.

Bij ministeriële regeling wordt een sjabloon vastgesteld waarin de gegevens en bescheiden bedoeld in de artikelen 4.1, 4.2 en 4.3 worden verstrekt.

2.

Onze Minister geeft de Europese Commissie en de andere staten van de Europese Economische Ruimte toegang tot de gegevens en bescheiden bedoeld in de artikelen 4.1, 4.2 en 4.3.

Artikel 4.5

1.

Producenten en importeurs van een nieuwsoortig tabaksproduct stellen Onze Minister zes maanden voor de beoogde datum van het in Nederland in de handel brengen van een nieuwsoortig tabaksproduct, hiervan in kennis.

2.

Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld met betrekking tot de gegevens en bescheiden die bij deze kennisgeving worden verstrekt, het verstrekken van nieuwe of bijgewerkte informatie en de wijze waarop dit gebeurt.

3.

Onze Minister kan in het belang van de volksgezondheid eisen dat producenten en importeurs van nieuwsoortige tabaksproducten proeven verrichten en gegevens en bescheiden verstrekken in aanvulling op de in het tweede lid bedoelde gegevens en bescheiden.

4.

Onze Minister geeft de Europese Commissie toegang tot de gegevens en bescheiden die bij of krachtens dit artikel worden verstrekt.

Artikel 4.6

1.

Producenten en importeurs van elektronische dampwaar stellen Onze Minister zes maanden voor de beoogde datum van het in Nederland in de handel brengen van een nieuwe of substantieel gewijzigde elektronische sigaret of navulverpakking, hiervan in kennis.

2.

Bij ministeriële regeling worden ter bescherming van de volksgezondheid of ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld aan de gegevens en bescheiden die bij deze kennisgeving worden verstrekt en de wijze waarop dit gebeurt. Bij ministeriële regeling wordt hiertoe een sjabloon vastgesteld.

Artikel 4.7

1.

Producenten en importeurs van elektronische dampwaar verstrekken Onze Minister jaarlijks gegevens en bescheiden met betrekking tot de markt voor hun producten.

2.

Bij ministeriële regeling worden ter bescherming van de volksgezondheid of ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld aan de gegevens en bescheiden die worden verstrekt en de wijze en het tijdstip waarop dit gebeurt.

3.

Onze Minister deelt de bij of krachtens dit artikel en artikel 4.6 ontvangen gegevens en bescheiden met betrekking tot een elektronische sigaret en een navulverpakking op verzoek met de Europese Commissie en de andere staten van de Europese Economische Ruimte.

Artikel 4.8

1.

Producenten en importeurs van een voor roken bestemd kruidenproduct stellen Onze Minister een redelijke termijn voor de beoogde datum van het in Nederland in de handel brengen van een nieuw of gewijzigd voor roken bestemd kruidenproduct, hiervan in kennis.

2.

Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld aan de gegevens en bescheiden die bij deze kennisgeving worden verstrekt en de wijze waarop dit gebeurt.

Artikel 4.9

1.

Onze Minister draagt op een door hem te bepalen wijze zorg voor de openbaarmaking van de gegevens en bescheiden die worden verstrekt bij of krachtens de artikelen 4.1, 4.3, 4.6 en 4.8. Producenten en importeurs verstrekken deze gegevens en bescheiden in de Nederlandse taal.

2.

Producenten en importeurs van tabaksproducten en aanverwante producten geven bij het verstrekken van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, nauwkeurig aan welke informatie zij als bedrijfsgeheim beschouwen.

3.

Onze Minister kan met inachtneming van artikel 3b, derde lid, tweede volzin, van de wet, besluiten gegevens en bescheiden waarvan producenten of importeurs hebben aangeven dat zij die als bedrijfsgeheim beschouwen, alsnog openbaar te maken.

§ 5. Verkoopbeperkingen

Artikel 5.5

Binnenlandse verkoop op afstand en grensoverschrijdende verkoop op afstand van tabaksproducten en aanverwante producten is verboden.

Artikel 5.6

Vervallen

Artikel 5.7

Vervallen

Artikel 5.8

Vervallen

§ 6. Rookverbod en uitzondering op het rookverbod

§ 6. Rookverbod en uitzondering op het rookverbod

Artikel 7.1a

Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot voor roken bestemde tabaksproducten tot 20 mei 2019 andere regels gesteld over de positie van de gecombineerde gezondheidswaarschuwing en merknamen en logo’s in verband met de positie van de accijnszegel, bedoeld in de Wet op de accijns, waarbij voor verschillende voor roken bestemde tabaksproducten verschillende regels kunnen worden gesteld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.4

1.

In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 3.1 tot en met 3.3 worden bij ministeriële regeling eisen gesteld met betrekking tot de ruimte op en in de verpakkingseenheid en de buitenverpakking van:

2.

De eisen hebben betrekking op:

§ 4. Rapportageverplichtingen

§ 5. Verkoopbeperkingen

§ 5a. Reclamebeperkingen

§ 6. Rookverbod en uitzondering op het rookverbod

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 5a. Reclamebeperkingen

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 7.3a

Op een tabaksautomaat waarmee tabaksproducten of aanverwante producten in de handel werden gebracht reeds voor de datum waarop artikel I, onderdeel A, van het besluit van ..., houdende wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit ter regeling van een uitzondering voor verkooppunten op het verbod te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten te tonen, verbod op verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten zonder ter handstelling door tussenkomst van een verstrekkende persoon, en faciliteiten in aangewezen rookruimtes (Stb. 2019, XXX ), in werking is getreden, blijft tot 1 januari 2022, artikel 5.3 zoals dat luidde voor dat tijdstip van inwerkingtreding, van toepassing.

Artikel 7.3b

1.

Tot 1 juli 2020 geldt het in artikel 5, derde lid, van de wet bedoelde verbod niet in supermarkten.

2.

Tot 1 januari 2021 geldt het in artikel 5, derde lid, van de wet bedoelde verbod niet in andere verkooppunten dan supermarkten.

3.

Artikel 5, vijfde lid, aanhef en onderdeel b, van de wet betreffende de reguliere presentatie van te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, onderdeel 3, van de Wet van 10 februari 2017 tot wijziging van de wet ter regeling van de elektronische sigaret zonder nicotine en nadere regeling van voor roken bestemde kruidenproducten blijft van toepassing op de supermarkten en andere verkooppunten dan supermarkten tot de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid genoemde datum.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 5.9

1.

Het in artikel 5, derde lid, van de wet bedoelde verbod om te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten te tonen, geldt niet in een speciaalzaak:

2.

Het in artikel 5, derde lid, van de wet bedoelde verbod om te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten te tonen, geldt ook niet in een speciaalzaak:

3.

Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op een speciaalzaak die een onderdeel van een andere winkel is, of waarin een ander verkooppunt is gevestigd.

Artikel 5.10

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld aan de wijze waarop tabaksproducten en aanverwante producten aan het zicht worden onttrokken, de wijze waarop de registratie, bedoeld in artikel 5.9, plaatsvindt en de gegevens en bescheiden die daarbij worden verstrekt.

§ 7. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 6.4

1.

Degene die over een gebouw dat, of inrichting die in gebruik is bij een school of een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, het beheer heeft, is verplicht tot het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod op het bijbehorende terrein voor zover:

2.

De verplichting een rookverbod te handhaven geldt niet op tijdstippen waarop noch het gebouw of de inrichting, noch het bijbehorende terrein in gebruik is.

3.

Artikel 6.2 eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op de open lucht in een gebouw of inrichting als bedoeld in het eerste lid.

§ 7. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 4. Rapportageverplichtingen

§ 5. Verkoopbeperkingen

§ 7. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)