Regeling van de Minister van Economische Zaken van 12 februari 2016, nr. WJZ/15182455, houdende de aanwijzing van categorieën radio-elektrische zend- en ontvanginrichtingen waarvoor een machtiging niet is vereist en de aanwijzing van de frequenties waar de aangewezen categorieën zendinrichtingen gebruik van mogen maken (Regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging BES 2016)
Gelet op artikel 15, tweede lid, onder a, van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES en de artikelen 48 en 67 van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. actieve medische implantaten: het radiodeel van actieve implanteerbare medische apparatuur dat is ontworpen om, volledig of gedeeltelijk, op operatieve of medische wijze in het menselijk lichaam of in het lichaam van een dier te worden geïmplanteerd en, indien van toepassing, de bijbehorende buiten het lichaam bestaande apparatuur;
- b. apparatuur voor modelbesturing: radiozendapparatuur voor afstandsbesturing en telemetrie die gebruikt wordt om de beweging van modellen te besturen in de lucht, op het land of in het water;
- c. bodemradar: apparaat voor de opsporing of het verkrijgen van beelden objecten onder de grond of het bepalen van de fysische eigenschappen van de grond;
- d. radiozendapparaten bestemd voor inductieve systemen: radiozendapparatuur die gebruik maakt van magnetische velden met systemen met een inductieve lus voor nabije veldcommunicatie;
- e. muur: een fysieke structuur die massief en dik genoeg is om het grootste deel van het signaal dat door de muur indringende radar wordt uitgezonden te absorberen;
- f. muur indringende radar: apparaat voor het opsporen van de locatie van objecten binnen een muur of om de fysieke eigenschappen te bepalen binnen de muur;
- g. level probing radar (LPR): korte afstand radar, gebruikt om verscheidene substanties, te kunnen meten.
- h. RFID-apparaten: radiocommunicatiesystemen, bestaande uit radiozendapparatuur bevestigd aan levende wezens of levenloze objecten en zender- of ontvangereenheden die de radiozendapparatuur activeren en de gegevens weer ontvangen;
- i. sociale alarmsystemen: radiocommunicatiesystemen waarmee een persoon in nood door een eenvoudige beweging een verzoek om hulp kan uitzenden;
- j. radiozendapparaten bestemd voor wegtransport en verkeerstelematica: radiozendapparatuur die wordt gebruikt op het gebied van vervoer, verkeersbeheer, navigatie, mobiliteitsbeheer en in intelligente vervoerssystemen.
Artikel 2
Geen machtiging is vereist voor het aanleggen, aanwezig hebben of gebruiken van zend- en ontvanginrichtingen, indien daarbij gebruik wordt gemaakt van de in het tweede lid aangewezen categorieën van inrichtingen.
Als categorieën zend- en ontvanginrichtingen waar op grond van het eerste lid een machtiging niet is vereist, worden aangewezen:
- a. apparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een mobiele telecommunicatie-infrastructuur, als voor het gebruik van de door het netwerk gebruikte frequentieruimte een concessie is verleend;
- b. randapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een openbaar satellietsysteem voor mobiele communicatie, met uitzondering van maritiem mobiele communicatie en het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer;
- c. draadloze telefoons die bestemd zijn voor aansluiting op een vaste telecommunicatie-infrastructuur, mits de in bijlage 1 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
- d. radiozendapparaten voor algemene radiocommunicatie in de 27 MHz-frequentieband (Citizens Band), mits de in bijlage 2 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
- e. randapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een mobiele of vaste telecommunicatie-infrastructuur voor plaatsbepaling;
- f. mobiele VHF/UHF radiozendapparaten voor landmobielgebruik die daadwerkelijk en op grond van een met dat doel gesloten overeenkomst onderdeel zijn van een besloten netwerk dat deel uitmaakt van een radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing waarvoor een machtiging is verleend voor het gebruik van frequentieruimte (trunking-installatie);
- g. mobiele radiozendapparaten die daadwerkelijk en krachtens een met dat doel gesloten overeenkomst aangesloten worden op een digitaal radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing van een machtiginghouder, mits de in bijlage 3 aangegeven frequentieband en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
- h. mobiele UHF radiozendapparaten die werken in de frequentieband 446 MHz, 462 MHz en 467 MHz en bedoeld zijn voor algemeen gebruik voor communicatie over korte afstand (PMR 446 en Family Radio), mits de in bijlage 4 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
- i. radiozendapparaten die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op een basisstation aan boord van vaartuigen, mits de in bijlage 5 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
- j. radiozendapparaten die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op een basisstation aan boord van luchtvaartuigen, mits de in bijlage 6 aangegeven frequentiebanden in acht worden genomen;
- k. de in bijlage 7 genoemde categorieën radiozendapparaten, mits de in die bijlage aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
- l. radiozendapparaten die gebruik maken van ultrawidebandtechnologie, mits de in bijlage 8 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
- m. apparaten die als onderdeel van een satelliet grondstation bedoeld zijn voor de ontvangst van satelliet televisie.
De aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, heeft alleen betrekking op zend- en ontvanginrichtingen die voldoen aan het bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES en het Besluit randapparatuur BES bepaalde.
Artikel 3
De Regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging BES wordt ingetrokken.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 5
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging BES 2016.
Bijlage 1. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016
Draadloze telefoons
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Bijlage 2. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016
CB-apparatuur
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Bijlage 3. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel g, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016
Tetra apparatuur
1 Direct Mode Operation dient uitsluitend plaats te vinden op de door de machtiginghouder aangegeven frequentie(s) die ook in deze band toegekend dien(en) te zijn.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Bijlage 4. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel h, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016
PMR 446-apparatuur (Europees Familie Radio Systeem)
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Familie radio apparatuur (Amerikaans)
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Bijlage 5. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel i, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016
Radiozendapparaten die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op een basisstation aan boord van vaartuigen.
Mobiel communicatienetwerk aan boord van vaartuigen (basisstations)
1 Basisstations dienen te worden uitgeschakeld op een afstand van minder dan twee zeemijl van de basislijn zoals gedefinieerd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee.
2 Voor basisstations aan boord van vaartuigen, de maximale vermogensdichtheid gemeten in externe zones van het vaartuig, gecorrigeerd voor een meetantenne met een antennewinst van 0 dBi.
3 In het bereik tussen twee en twaalf zeemijl van de basislijn mogen alleen binnenantenne(s) bij basisstations aan boord van vaartuigen worden gebruikt.
Bijlage 6. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel j, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016
Radiozendapparaten die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op een basisstation aan boord van luchtvaartuigen.
Mobiel communicatienetwerk aan boord van luchtvaartuigen (basisstations)
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel k, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016
Categorie 1. Radiozendapparaten bestemd voor telemetrie, telecommand, alarmering, data in het algemeen, en andere soortgelijke toepassingen
1 Telecommand apparatuur
2 Besturingssignalen met korte duty cycle (Intermittent Control Signals)
3 Gehoor hulpmiddelen (Auditory Assistance Devices)
4 Periodieke signalen (Periodic Transmissions)
5 Algemeen (Any)
6 Voor breedband kanalen is de vermogensdichtheid begrensd op –13 dBm/10 kHz.
7 Een maximum zendvermogen van 10 dBm en een maximum e.i.r.p. spectrum vermogensdichtheid van 13 dBm/MHz.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 2. Radiozendapparaten bestemd voor breedband datasystemen
1 100 mW e.i.r.p. en 100 mW/100 kHz e.i.r.p. dichtheid is van toepassing wanneer gebruik wordt gemaakt van frequency-hoppingmodulatie, 10 mW/MHz e.i.r.p. dichtheid is van toepassing wanneer gebruik wordt gemaakt van andere soorten modulatie.
Categorie 3. Radiozendapparaten bestemd voor breedband toegangssystemen (data) inclusief Local Area Netwerken, RLANs
Tabel 3
1 Alleen het gebruik binnenshuis is toegestaan, dat wil zeggen het gebruik in een gebouw met inbegrip van hiermee gelijk te stellen ruimten, zoals vliegtuigen, waarbinnen een signaal normaliter dermate wordt afgeschermd dat in de nodige mitigatie wordt voorzien om frequentiedeling met andere diensten mogelijk te maken.
2 Dit is het maximum gemiddelde e.i.r.p., hiermee wordt het e.i.r.p. bedoeld van een burst uitzending met de hoogste instelling van het uitgangsvermogen van de zender indien een vorm van Transmitter Power Control is geïmplementeerd.
3 Het zendvermogen wordt met TPC (Transmitter Power Control) geregeld, waardoor er gemiddeld een mitigatiefactor wordt verkregen van ten minste 3 dB op het maximale toegestane outputvermogen van een systeem. Indien er geen gebruik van TPC wordt gemaakt, wordt de maximaal toegestane gemiddelde e.i.r.p. en de corresponderende maximale dichtheid van de gemiddelde e.i.r.p. met 3 dB gereduceerd. Er dienen mitigatietechnieken te worden gehanteerd die ten minste dezelfde mate van bescherming geven als de detectie-, operationele- en responsvereisten zoals beschreven in de norm EN 301 893, ten einde een werking te verzekeren die met radiodeterminatiesystemen verenigbaar is.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 4. Radiozendapparaten bestemd voor wegtransport en verkeerstelematica
1 Beschikbaar voor ‘voertuig naar voertuig’, ‘voertuig naar infrastructuur’ en ‘infrastructuur naar voertuig’ systemen.
2 Beschikbaar voor voertuig- en infrastructuursystemen.
3 Het gemiddelde vermogen mag maximaal 100 W (50 dBm) e.i.r.p. bedragen en voor een pulserende radar mag het gemiddelde vermogen maximaal 223 mW (23,5 dBm) bedragen.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 5. Radiozendapparaten bestemd voor bewegingsdetectie en signalering
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 6. Radiozendapparaten bestemd voor alarmering
Alarmering voor beveiliging en veiligheid
Sociale Alarmering
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 7. Radiozendapparaten bestemd voor actieve medische implantaten met een extreem laag vermogen
1 Deze frequentieband is alleen bestemd voor dierimplantaten.
2 Deze frequentieband is bestemd voor medische implantaten om de bloeddruk te meten.
3 Individuele zenders kunnen aangrenzende kanalen combineren voor meer bandbreedte tot maximaal 100 kHz.
4 Technieken om toegang te krijgen tot spectrum en om interferentie te onderdrukken conform internationale standaarden. Eventueel kan ook een maximale duty cycle van 0,1% worden gebruikt.
5 Individuele zenders kunnen aangrenzende kanalen combineren voor meer bandbreedte tot maximaal 300 kHz. Andere technieken om toegang te krijgen tot spectrum of om interferentie te onderdrukken, met inbegrip van bandbreedtes van meer dan 300kHz, kunnen worden gebruikt mits zij een vermogen hebben dat conform International standaarden verenigbaar zijn met andere gebruikers en met name met meteorologische radiosondes.
6 Deze gebruiksbepalingen zijn van toepassing op het radio gedeelte van het actieve medische implantaat.
7 Alleen voor laag vermogen actieve medische implantaten en bijbehorende randapparatuur.
8 Periferie apparatuur mag alleen binnen worden gebruikt.
9 De hele frequentieband mag ook dynamisch worden gebruik als één kanaal voor hoge snelheid data transmissie.
10 Technieken om toegang te krijgen tot spectrum en om interferentie te onderdrukken conform Internationale standaarden Eventueel kan ook een maximale duty cycle van 10% worden gebruikt.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 8. Radiozendapparaten bestemd voor draadloze audio-overdracht
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 9. Radiozendapparaten bestemd voor oproepsystemen
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 10. Radiozendapparaten bestemd voor laagvermogen draadloze audioverbindingen
1 Voor deze frequentieband geldt een maximale kanaalbreedte van 50 kHz.
2 Frequentie Modulatie (FM) of een vergelijkbare modulatietechniek met een constante draaggolf zoals Gaussian Filtered Minimum Shift Keying (GMSK) of Generalized Tamed Frequency Modulation (GTFM).
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Microfoons voor hulpbehoevenden
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 11. Radiozendapparaten bestemd voor modelbesturing
1 Het gebruik van deze frequentieband is exclusief voorbehouden aan de besturing van vliegende modellen.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 12. Radiozendapparaten bestemd voor inductieve systemen
1 Het vermogen moet worden gereduceerd tot 42 dBµA/m op 10 meter afstand van het radiozendapparaat op de volgende frequenties:
60 kHz +/- 250 Hz
77,5 kHz +/- 250 Hz
129,1 kHz +/- 500 Hz
2 De maximaal toelaatbare veldsterkte voor toepassingen met een bandbreedte groter dan 10 kHz is –5 dBµA/m op een afstand van 10 meter van het radiozendapparaat.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 13. Radiozendapparaten bestemd voor identificatie toepassingen (RFID)
1 Alleen binnenshuis. De veldsterkte op 10 m afstand van het gebouw mag niet groter zijn dan de veldsterkte die geproduceerd zou worden door een zendapparaat met 500 mW e.i.r.p. gemonteerd buiten op het gebouw en eveneens gemeten op 10 m afstand. Indien het gebouw bestaat uit diverse panden zoals bijvoorbeeld een winkelcentrum dan wordt de referentie veldsterkte bepaald buiten het pand van de gebruiker.
2 Gemeten over een periode van 200 ms (30 ms aan/170 ms uit).
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 14. Radiozendapparaten bestemd voor kortbereikradarapparatuur voor motorvoertuigen
1 Dit is de maximum gemiddelde spectrale vermogensdichtheid.
2 De maximum gemiddelde spectrale vermogensdichtheid van 1 korte afstandsradarsysteem is buiten het voertuig begrensd op –9 dBm/MHz e.i.r.p.
3 Uitsluitend bestemd voor het gebruik van het ultrabreedbanddeel van kortbereikradarapparatuur in motorvoertuigen waarin die apparatuur origineel was geïnstalleerd of origineel geïnstalleerde apparatuur vervangt, mits dat voertuig vóór 30 juni 2013 is geregistreerd, op de markt is gebracht of in dienst is gesteld.
4 De piekvermogensdichtheid is maximaal 0 dBm/50 MHz e.i.r.p.
5 In de band 23,6–24 GHz moet het signaalniveau 30 graden boven horizontale vlak minimaal 25 dB onderdrukt zijn voor apparatuur die voor 2010 op de markt is gebracht. Voor apparatuur die later op de markt is gebracht geldt een onderdrukking van 30 dB.
6 Het ultrabreedbanddeel van kortbereikradarapparatuur wordt uitsluitend gebruikt in de voertuigen, bedoeld in voetnoot 3.
7 Voor piekvermogens groter dan –10 dBm e.i.r.p. is de duty cycle beperkt tot maximaal 10%.
8 Uitsluitend bestemd voor het gebruik van het ultrabreedbanddeel van kortbereikradarapparatuur in motorvoertuigen waarin die apparatuur origineel was geïnstalleerd of origineel geïnstalleerde apparatuur vervangt, mits dat voertuig vóór 1 januari 2018 is geregistreerd, op de markt is gebracht of in dienst is gesteld.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 15. Radiozendapparaten bestemd voor toezicht, meting en besturing van nutssystemen
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 16. Radiozendapparaten bestemd voor opsporing- en goederenvolgsystemen
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Categorie 17. Radiozendapparaten bestemd voor veiligheidsgerelateerde toepassingen van intelligente vervoerssystemen (ITS)
1 Technieken om interferentie te onderdrukken conform internationale standaarden. Hiervoor is een transmitter power control (TPC) nodig met een bereik van ten minste 30 dB.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Bijlage 8. behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel l, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016
Radiozendapparaten die binnen- en buitenshuis gebruik maken van ultrawidebandtechnologie (UWB)
Radiozendapparaten die binnenshuis gebruik maken van ultrawidebandtechnologie (UWB), buitenshuis in voertuigen of buitenshuis op voorwaarde dat zij niet zijn bevestigd aan een vaste installatie, een vaste infrastructuur of een vaste buitenantenne. De apparatuur voldoet daarnaast aan de in de tabel vermelde voorwaarden.
Generiek UWB-gebruik
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Passende mitigatietechnieken
Apparatuur die gebruik maakt van de ultrawidebandtechnologie mag ook radiospectrum gebruiken met hogere e.i.r.p.-grenswaarden dan de in de tabel 1 vermelde e.i.r.p.-grenswaarden voor zover aanvullende mitigatietechnieken worden toegepast op voorwaarde dat de apparatuur een beschermingsniveau bereikt dat minstens gelijkwaardig is aan het niveau dat door de grenswaarden in de tabel 1 wordt geboden.
Bij de volgende mitigatietechnieken wordt ervan uitgegaan dat zij een dergelijke bescherming bieden:
Specifiek UWB-gebruik
Signalen die in de omgeving worden uitgestraald1 en de in onderstaande tabel vermelde grenswaarden niet overschrijden, zijn toegestaan.
Bouwmateriaal Analyse apparatuur (BMA-apparatuur)2
BMA-apparatuur die gebruik maakt van mitigatietechnieken die een niveau bereiken conform internationale standaarden, is toegestaan in de banden 1,215 tot 1,73 GHz, met een maximale gemiddelde e.i.r.p.-dichtheid van – 70 dBm/MHz, en in de banden 2,5 tot 2,69 GHz en 2,7 tot 3,4 GHz, met een maximale gemiddelde e.i.r.p.-dichtheid van – 50 dBm/MHz, op voorwaarde dat een bescherming wordt geboden die minstens gelijkwaardig is aan die van de in bovenstaande tabel vermelde grenswaarden.
Om de radioastronomiediensten te beschermen in de banden 2,69 tot 2,70 GHz en 4,8 tot 5,0 GHz, moet de totale uitgestraalde vermogensdichtheid lager zijn dan – 65 dBm/MHz
1 Dit zijn delen van het signaal die door specifieke toepassingen van ultrawidebandtechnologie worden uitgezonden en die niet geabsorbeerd worden door hun afscherming of door het onderzochte materiaal.
2 Een sensor waarmee storingen in een veld kunnen worden gedetecteerd en die tot doel heeft voorwerpen op te sporen in een gebouwenstructuur of waarmee de fysische kenmerken van een bouwmateriaal kunnen worden bepaald.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Tankniveau-sondering radar1
1 Het maximale vermogen geldt in een afgesloten tank en komt overeen met een spectrale dichtheid van – 41,3 dBm/MHz e.i.r.p. buiten een testtank met een inhoud van 500 l.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Grond- en muur penetrerende radar1
Het uitgestraalde vermogen is gelijk aan het in de lucht uitgestraalde vermogen als gevolg van de door de apparatuur uitgezonden signalen die niet werden geabsorbeerd door het bestudeerde materiaal.
1 GPR/WPR beeldvormende systemen worden als volgt gedefinieerd:
– Bodemradar (GPR) beeldvormend systeem. Een veldverstoringsensor die is ontworpen om alleen te werken wanneer ze in contact is met, of binnen een meter van de grond, voor de opsporing van of het verkrijgen van de beelden van begraven voorwerpen of het bepalen van de fysische eigenschappen in de grond. De energie van de GPR is met opzet naar beneden in de grond gericht voor dit doel.
– Muur indringende radar (WPR) beeldvormend systeem. Een veld verstoring sensor die is ontworpen om de locatie van objecten binnen een ‘muur’ op te sporen of om de fysieke eigenschappen te bepalen binnen de ‘muur’. De ‘muur’ is een betonnen structuur, de zijkant van een brug, de muur van een mijn of een andere fysieke structuur die massief en dik genoeg is om het grootste deel van het signaal dat door de radar wordt uitgezonden te absorberen.
2 Er geldt een aanvullende beperking van de maximale gemiddelde e.i.r.p.-dichtheid van –75dBm/kHz in geval er sprake is van spectraallijnen in de frequentiebanden tussen 1.164 en 1.215 MHz en tussen 1.559 en 1.610 MHz.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Industriële niveau meetradar (Level Probing Radar: LPR)
1 De technische specificaties in dit onderdeel moeten onder alle omstandigheden worden gerealiseerd. Dit betekent in het bijzonder dat LPR apparatuur alleen mag worden gebruikt met een door de fabrikant aangegeven antenne, die overeenstemt met de specificaties voor de maximum openingshoek van de hoofdstraalrichting zoals gespecificeerd in tabel 5 (kolom C).
2 Uitzendingen van LPR apparatuur moet overeenstemmen met de gemiddelde e.i.r.p. spectrum dichtheid en piek e.i.r.p. niveaus, zoals gespecificeerd in de tabel 5 (kolom A, B en D).
3 De LPR antennes moeten zodanig zijn geïnstalleerd dat onder alle gebruiksomstandigheden een stabiele neerwaartse oriëntatie is gewaarborgd.
4 LPR apparaten die machtigingvrij gebruikt mogen worden moeten zijn voorzien van een technische voorziening om de uitstraling in alle richtingen te beperken ongeacht de hoogte van de installatie of het reflecterende materiaal onder de LPR installatie. Een praktische technische oplossing om dit te bereiken is Automatische Vermogens Controle (Automatic Power Control – APC) met een dynamisch bereik van tenminste 20 dB of een vergelijkbare mitigatie techniek.
Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk
Limieten van ongewenste straling in de frequentieband 6,0 – 8,5 GHz van apparatuur bedoeld in tabel 5 (LPR)
1 Gemiddelde e.i.r.p. spectrum dichtheid in de hoofdlob van de LPR antenne is het gemiddelde vermogen per eenheid bandbreedte die wordt uitgestraald in de richting van het maximum niveau.
2 Piek e.i.r.p. in de hoofdlob is het vermogen binnen 50 MHz bandbreedte van de frequentie waarop het hoogste gemiddelde vermogen wordt uitgestraald. Als de bandbreedte wordt gemeten in x MHz, moet dit vermogen naar rato worden omgerekend met een factor 20log(50/x) dB.
3 Gedefinieerd bij de –3 dB punten ten opzicht van de maximum antennewinst. De LPR antennewinst in elevatie hoeken boven 60 graden van de richting van de hoofdlob moeten voldoen aan een maximum waarde van –10 dBi.
4 De maximale gemiddelde e.i.r.p. spectrum dichtheid beperkingen op halve bol rond LPR installatie is gebaseerd op zowel de LPR-antenne zij-lob emissies en eventuele reflecties van het gemeten materiaal/voorwerp. De naleving van deze limieten wordt aangenomen in het geval LPR apparaten voldoen aan gemeten maximale gemiddelde e.i.r.p. spectrum dichtheid en de maximale piek e.i.r.p. grenzen in de hoofd-lob (tabel 5, kolommen A en B) en gebruik van de voorgeschreven antenne (zie voetnoot 3).
5 De door de LPR uitgezonden ongewenste straling is gelimiteerd tot de waardes in tabel 6 voor LPR apparatuur die werkt in de band 6,0 – 8,5 GHz. Voor LPR die in ander banden werken gelden de limieten voor ongewenste straling die tenminste 20 dB minder zijn dan de in-band limieten die zijn gespecificeerd in tabel 5. Voor LPR die in de band 24,05 – 26,5 GHz werkt, zijn de ongewenste uitzendingen in de band 23,6 – 24,0 GHz ‘passieve band’ tenminste 30 dB minder dan de in-band limiet die is gespecificeerd in tabel 5.
Aanhangsel. bij de bijlagen 1 tot en met 8
Toelichting bij de tabellen
e.r.p. (Effective Radiated Power): effectief uitgestraald vermogen van de zendinrichting ten opzichte van een halve golf dipool,
e.i.r.p. (Equivalent Isotropically Radiated Power): effectief uitgestraald vermogen van de zendinrichting ten opzichte van een isotrope straler.
Kanaalraster
Kanaalbreedte
Duty cycle
De duty cycle is gedefinieerd als de verhouding, uitgedrukt in een percentage, tussen de maximale uitzendtijd op een of meer frequenties relatief ten opzichte van een periode van 1 uur. Indien geen duty cycle is genoemd, dan is iedere duty cycle mogelijk.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)