Besluit van 24 augustus 2016, houdende regels voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten (Besluit slachtoffers van strafbare feiten)

Type AMvB
Publication 2022-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 21
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 6 juni 2016, nr. 768965, directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 51aa, derde lid, 51ab, tweede lid en 51h, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 juli 2016, nr. W03.16.0144/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 12 augustus 2016, nr. 791601;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Instellingen voor slachtofferhulp

Artikel 2

1.

Het slachtoffer heeft, rekening houdend met zijn behoeften, voor, tijdens en gedurende een passende termijn na het strafproces kosteloos toegang tot slachtofferhulporganisaties.

2.

De slachtofferhulporganisaties handelen in het belang van het slachtoffer, met inachtneming van passende bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

3.

De familieleden van het slachtoffer hebben toegang tot slachtofferhulporganisaties, rekening houdend met hun behoeften en de mate waarin zij schade hebben geleden als gevolg van het tegen het slachtoffer gepleegde strafbare feit.

4.

De beschikbaarheid van slachtofferhulp, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is niet afhankelijk van het doen van aangifte door het slachtoffer van een strafbaar feit.

Artikel 3

1.

De slachtofferhulporganisaties zorgen ten minste voor:

2.

De slachtofferhulporganisaties schenken bijzondere aandacht aan de specifieke behoeften van slachtoffers die aanzienlijke schade hebben geleden als gevolg van de ernst van het strafbare feit.

3.

De slachtofferhulporganisaties voeren de taken uit overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 2 en 3 van dit besluit.

Artikel 4

Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven betreffende de toegang bedoeld in artikel 2, eerste lid van slachtoffers en hun familieleden tot instellingen voor slachtofferhulp, de voorwaarden voor deze toegang, organisatie en werkzaamheden van instellingen voor slachtofferhulp.

Hoofdstuk 3. Informatie over rechten en voorzieningen

Artikel 5

De opsporingsambtenaar of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, verstrekt het slachtoffer bij zijn eerste contact met de betrokken opsporingsambtenaar onverwijld informatie betreffende:

Artikel 6

1.

De omvang en gedetailleerdheid van de informatie, bedoeld in artikel 5, kan verschillen afhankelijk van de specifieke behoeften en persoonlijke omstandigheden van het slachtoffer en de aard van het strafbare feit.

2.

Afhankelijk van de behoeften van het slachtoffer en het belang van dergelijke informatie in iedere fase van het strafproces, kan de opsporingsambtenaar in een later stadium meer gedetailleerde informatie dan genoemd in artikel 5, aan het slachtoffer verstrekken.

Artikel 7

1.

Er worden passende maatregelen genomen om het slachtoffer bij zijn contacten met autoriteiten in het kader van het strafproces, indien nodig, te helpen om deze autoriteiten te begrijpen en zelf als slachtoffer te worden begrepen.

2.

Indien de informatie als bedoeld in artikel 5 wordt verstrekt en het slachtoffer de Nederlandse taal niet of onvoldoende begrijpt, dan wordt op verzoek van het slachtoffer deze informatie verstrekt in een taal die het slachtoffer begrijpt of wordt hem de nodige taalkundige bijstand geboden.

Artikel 8

Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven betreffende de inhoud en wijze van verstrekking van de informatie, bedoeld in artikel 5, de omvang en gedetailleerdheid van de informatie, bedoeld in artikel 6 en de maatregelen, bedoeld in artikel 7.

Hoofdstuk 4. Maatregelen tot bescherming

Artikel 9

1.

Tijdens het voorbereidend onderzoek en het onderzoek ter terechtzitting:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven betreffende:

Hoofdstuk 5. Individuele beoordeling, specifieke beschermingsbehoeften, bijzondere maatregelen en minderjarigen

Artikel 10

1.

De opsporingsambtenaar, of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, zorgt ervoor dat het slachtoffer, tijdens of zo spoedig mogelijk na het eerste contact, een tijdige en individuele beoordeling krijgt om specifieke beschermingsbehoeften te onderkennen en om te bepalen of en in welke mate het slachtoffer tijdens het strafproces en de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen van bijzondere maatregelen gebruik moet kunnen maken, gelet op zijn bijzondere kwetsbaarheid voor secundaire en herhaalde victimisatie, voor intimidatie en voor vergelding.

2.

De individuele beoordeling houdt in het bijzonder rekening met:

3.

Bij de individuele beoordeling wordt bijzondere aandacht besteed aan:

4.

De omvang en gedetailleerdheid van de individuele beoordeling is afhankelijk van de ernst van het strafbare feit en de schade die het slachtoffer kennelijk heeft geleden.

5.

Het slachtoffer wordt nauw bij de individuele beoordeling betrokken. Tevens worden zijn wensen in overweging genomen, waaronder de wens om geen aanspraak te maken op bijzondere maatregelen, als bedoeld in artikel 11, 12 en 14.

6.

De individuele beoordeling wordt gedurende het strafproces en de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen zo nodig aangepast aan de actuele situatie.

7.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven betreffende de toepassing van de individuele beoordeling.

Artikel 11

Tijdens het voorbereidend onderzoek en het onderzoek ter terechtzitting kunnen de volgende maatregelen worden genomen voor het overeenkomstig artikel 10, eerste lid, geïdentificeerde slachtoffer met specifieke beschermingsbehoeften:

Artikel 12

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting kunnen de volgende maatregelen worden genomen voor het overeenkomstig artikel 10, eerste lid, geïdentificeerde slachtoffer met specifieke beschermingsbehoeften:

Artikel 13

1.

Minderjarige slachtoffers worden beschouwd als slachtoffers met specifieke beschermingsbehoeften. Zij krijgen een individuele beoordeling als bedoeld in artikel 10, eerste lid, teneinde te bepalen of en in welke mate zij in aanmerking komen voor bijzondere maatregelen, als bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14.

2.

Indien er onzekerheid bestaat over de leeftijd van een slachtoffer en er voldoende reden is om aan te nemen dat het slachtoffer minderjarig is, dan wordt het slachtoffer voor de toepassing van dit besluit verondersteld minderjarig te zijn.

Artikel 14

Als het slachtoffer minderjarig is dan kunnen, naast de maatregelen bedoeld in artikel 11, de volgende maatregelen worden getroffen, voor het voorbereidend onderzoek en het onderzoek ter terechtzitting:

Artikel 15

1.

Bij het horen van een minderjarig slachtoffer worden de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de minderjarige op passende wijze in aanmerking genomen.

2.

Het minderjarige slachtoffer of zijn wettelijk vertegenwoordiger of bijzondere curator, als bedoeld in artikel 250 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, worden geïnformeerd over alle rechten en maatregelen die specifiek verband houden met het minderjarige slachtoffer.

Artikel 16

1.

De maatregelen bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14 worden alleen genomen indien hierdoor de rechten van de verdediging niet worden geschaad.

2.

Van een maatregel bedoeld in de artikelen 11 en 12, onder a en b, kan worden afgezien als:

het slachtoffer zelf of een derde schade kan lijden of afbreuk kan worden gedaan aan de rechtsgang, indien het ondervragen wordt uitgesteld of achterwege blijft.

3.

De maatregelen bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14 kunnen worden genomen, naast andere beschikbare maatregelen.

Hoofdstuk 6. Herstelrechtvoorzieningen

Artikel 17

Bij de toepassing van herstelrechtvoorzieningen, bedoeld in artikel 51h van de wet, worden maatregelen getroffen om slachtoffers te vrijwaren van secundaire en herhaalde victimisatie, van intimidatie en van vergelding.

Artikel 18

1.

De herstelrechtvoorzieningen, bedoeld in artikel 51h van de wet, worden toegepast onder de volgende voorwaarden:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de toepassing van herstelrechtvoorzieningen.

Hoofdstuk 7. Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 19

Deze regeling treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 20

Deze regeling wordt aangehaald als: Besluit slachtoffers van strafbare feiten.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 5a

De ambtenaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid, verstrekt aan een slachtoffer van een strafbaar feit dat is gepleegd door middel van misbruik van zijn persoonsgegevens informatie over manieren om zichzelf tegen de negatieve gevolgen daarvan te beschermen en instellingen die zich met verschillende aspecten van dergelijke misdrijven en ondersteuning aan slachtoffers bezighouden.

Hoofdstuk 4. Maatregelen tot bescherming

Hoofdstuk 5. Individuele beoordeling, specifieke beschermingsbehoeften, bijzondere maatregelen en minderjarigen

Hoofdstuk 6. Herstelrechtvoorzieningen

Hoofdstuk 7. Inwerkingtreding en citeertitel

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)