Wet van 7 november 2018, houdende regels met betrekking tot het verlenen van trustdiensten en het toezicht daarop (Wet toezicht trustkantoren 2018)
Bij een overtreding die beboetbaar is met een boete gerangschikt in de tweede of derde boetecategorie, bedoeld in artikel 49, tweede lid, kan de Nederlandsche Bank de overtreder, dan wel, indien de overtreding is begaan door een rechtspersoon, de natuurlijke personen die tot de betrokken gedraging opdracht hebben gegeven of daar feitelijk leiding aan hebben gegeven, de bevoegdheid ontzeggen om bij een trustkantoor of een andere instelling als bedoeld in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme beleidsbepalende functies uit te oefenen.
Een ontzegging als bedoeld in het eerste lid kan worden opgelegd voor de duur van ten hoogste een jaar en eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd. Ingeval van zwaarwegende omstandigheden kan van de termijnen, genoemd in de eerste zin, worden afgeweken.
Artikel 54. Curator
De Nederlandsche Bank kan één of meer personen benoemen als curator ten aanzien van alle of bepaalde organen of vertegenwoordigers van een trustkantoor indien dat trustkantoor niet voldoet aan hetgeen ingevolge deze wet is bepaald.
Het benoemingsbesluit wordt slechts genomen:
- a. nadat door het trustkantoor niet of niet volledig binnen de gestelde termijn aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 47 gevolg is gegeven; of
- b. indien een overtreding ingevolge deze wet een adequate functionering van het trustkantoor ernstig in gevaar brengt en dat trustkantoor voorafgaand in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen over het voorgenomen besluit.
Het benoemingsbesluit bevat in ieder geval een beschrijving van de belangen waardoor de curator zich dient te laten leiden. De Nederlandsche Bank benoemt de curator voor ten hoogste twee jaren, met de mogelijkheid om deze termijn telkens voor ten hoogste een jaar te verlengen. De verlenging wordt terstond van kracht. Met ingang van het tijdstip waarop het besluit tot benoeming van de curator aan het trustkantoor is bekendgemaakt mogen de desbetreffende organen of vertegenwoordigers hun bevoegdheden slechts uitoefenen na goedkeuring door de curator en met inachtneming van de opdrachten van de curator.
Na de benoeming van een curator:
- a. verlenen de organen en de vertegenwoordigers van het trustkantoor de curator alle medewerking;
- b. kan de Nederlandsche Bank de betrokken organen of vertegenwoordigers van het trustkantoor toestaan bepaalde rechtshandelingen zonder goedkeuring te verrichten;
- c. kan de Nederlandsche Bank te allen tijde de door hem aangewezen curator vervangen;
- d. is voor schade ten gevolge van handelingen, die zijn verricht in strijd met een besluit als bedoeld in het eerste lid, elke persoon die deel uitmaakt van het orgaan van het trustkantoor dat deze handelingen verrichtte, hoofdelijk aansprakelijk tegenover het trustkantoor, tenzij het verrichten van deze handelingen niet aan hem is te verwijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden;
- e. zijn de handelingen, bedoeld in onderdeel d, voor zover deze rechtshandelingen zijn, vernietigbaar, indien de wederpartij wist of behoorde te weten dat de vereiste goedkeuring ontbrak.
Zodra de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, niet langer aanwezig is, trekt de Nederlandsche Bank het besluit tot benoeming van de curator in. De Nederlandsche Bank maakt het besluit tot intrekking onverwijld bekend aan het trustkantoor.
De kosten van de in het eerste lid bedoelde maatregel komen voor rekening van het betrokken trustkantoor.
De curator is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een handelen of nalaten in de uitoefening van de taak op grond van dit artikel, tenzij deze schade in belangrijke mate het gevolg is van een opzettelijk onbehoorlijke taakuitoefening of een opzettelijk onbehoorlijke uitoefening van bevoegdheden of in belangrijke mate te wijten is aan grove schuld.
Hoofdstuk 7. Geheimhouding en publicatie
§ 7.1. Geheimhoudingsplicht
Artikel 55. Geheimhouding
Het is een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van ingevolge deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld, verboden van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen die ingevolge deze wet dan wel ingevolge titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn verstrekt of verkregen of van een persoon of instantie als bedoeld in artikel 56 zijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitvoering van zijn taak noodzakelijk is of tenzij deze wet anders bepaalt.
De Nederlandsche Bank kan met gebruikmaking van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de uitvoering van zijn taak op grond van deze wet, mededelingen doen, indien deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke personen.
Het eerste en tweede lid laten ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
Artikel 56. Informatieuitwisseling
De Nederlandsche Bank kan gegevens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties, alsmede aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die zijn belast met het toezicht op trustkantoren, financiële markten of op natuurlijke personen, rechtspersonen, of vennootschappen die op die markten werkzaam zijn, tenzij:
- a. de verstrekking van gegevens of inlichtingen in internationaal verband niet kan plaatsvinden op basis van wederkerigheid;
- b. de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap waaraan of aan wie het trustkantoor diensten verleent, onverlet de toepasselijkheid van de Sanctiewet 1977, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, de Nederlandse belastingwetgeving, de bilaterale belastingverdragen en verdragen tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen dan wel de toepasselijkheid van bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties met betrekking tot het toezicht op de financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn;
- c. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende is bepaald;
- d. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op trustkantoren, financiële markten of op natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen die op die markten werkzaam zijn;
- e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde;
- f. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd;
- g. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of
- h. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
Voor zover de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn verkregen van een buitenlandse overheidsinstantie dan wel van een buitenlandse van overheidswege aangewezen instantie, die is belast met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen die op die markten werkzaam zijn, verstrekt de Nederlandsche Bank deze niet aan een Nederlandse of buitenlandse instantie als bedoeld in het eerste lid, tenzij de buitenlandse instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt.
Indien een buitenlandse instantie als bedoeld in het eerste of tweede lid aan de Nederlandsche Bank verzoekt om de gegevens of inlichtingen die op grond van dat lid zijn verstrekt te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, wordt dat verzoek slechts ingewilligd indien:
- a. het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste lid; en
- b. die buitenlandse instantie niet op een andere wijze dan in deze wet voorzien vanuit Nederland met inachtneming van de daarvoor geldende procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen.
Indien het in het derde lid bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten, wordt dit niet ingewilligd dan na toestemming van Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
Artikel 57. Informatieuitwisseling Sanctiewet 1977
De Nederlandsche Bank kan gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan de instantie die is belast met de uitvoering van ingevolge een sanctiebesluit of sanctieregeling in de zin van artikel 1, onderdelen a en b, van de Sanctiewet 1977 vastgestelde regels, voor zover de gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitvoering van die regels.
De Nederlandsche Bank verstrekt geen gegevens of inlichtingen die zijn verkregen van de Europese Centrale Bank of een toezichthoudende instantie, indien deze niet uitdrukkelijk instemt met het verstrekken van de gegevens of inlichtingen.
Artikel 58. Informatieuitwisseling AFM
De Nederlandsche Bank verstrekt aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten de gegevens of inlichtingen die zij heeft verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de betrouwbaarheid van de personen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, voor zover deze naar het oordeel van de Nederlandsche Bank van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door de Stichting Autoriteit Financiële Markten wordt uitgeoefend op grond van de Wet op het financieel toezicht.
De Nederlandsche Bank verstrekt geen gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid, indien deze zijn verkregen van een buitenlandse overheidsinstantie of van een buitenlandse van overheidswege aangewezen instantie als bedoeld in artikel 56, tenzij die buitenlandse instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt.
§ 7.2. Publicatie
Artikel 59. Openbaarmaking overtreding
De Nederlandsche Bank kan met een verklaring een overtreding van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, die met de tweede of derde boetecategorie, bedoeld in artikel 49, tweede lid, beboetbaar is gesteld en de naam van de overtreder openbaar maken.
De Nederlandsche Bank kan met een waarschuwing een overtreding van de bij of krachtens deze wet gestelde regels en de naam van de overtreder openbaar maken, indien het naar het oordeel van de Nederlandsche Bank nodig is om het publiek snel en effectief te informeren teneinde schade te voorkomen of te beperken.
Artikel 60. Belangenafweging openbaarmaking
De Nederlandsche Bank maakt op grond van artikel 59 geen gegevens openbaar, voor zover:
- a. die gegevens herleidbaar zijn tot een natuurlijk persoon en bekendmaking van zijn persoonsgegevens onevenredig zou zijn;
- b. betrokken partijen in onevenredige mate schade zou worden berokkend;
- c. een lopend strafrechtelijk onderzoek of een lopend onderzoek door de Nederlandsche Bank naar mogelijke overtredingen zou worden ondermijnd;
- d. de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou worden gebracht; of
- e. openbaarmaking in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen.
Artikel 61. Publicatie formele maatregel
De Nederlandsche Bank maakt een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie ingevolge deze wet of artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht openbaar. De openbaarmaking geschiedt zodra het besluit onherroepelijk is geworden.
Indien tegen een besluit als bedoeld in het eerste lid bezwaar, beroep of hoger beroep is ingesteld, wordt de uitkomst daarvan tezamen met het besluit openbaar gemaakt.
In aanvulling op artikel 5:2, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder bestuurlijke sanctie mede verstaan: het door de Nederlandsche Bank wegens een overtreding intrekken of beperken van een vergunning alsmede het opleggen van een verbod als bedoeld in artikel 53.
In afwijking van het eerste lid maakt de Nederlandsche Bank een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete zo spoedig mogelijk openbaar, indien het een bestuurlijke boete betreft ter zake van een overtreding van een voorschrift dat op grond van artikel 49, tweede lid, is gerangschikt in de derde categorie.
De Nederlandsche Bank maakt in afwijking van het eerste lid een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom ingevolge deze wet of artikel 5:20, derde lid, juncto artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zo spoedig mogelijk openbaar, indien een dwangsom wordt verbeurd.
De Nederlandsche Bank maakt de indiening van een bezwaar of de instelling van een beroep of hoger beroep tegen een besluit als bedoeld in het vierde of vijfde lid, alsmede de beslissing op bezwaar en de uitkomst van dat beroep of hoger beroep, zo spoedig mogelijk openbaar, tenzij het besluit op grond van artikel 62 niet openbaar is gemaakt.
Een besluit dat ingevolge het eerste, vierde of vijfde lid openbaar is gemaakt, blijft gedurende een periode van vijf jaar na bekendmaking beschikbaar op de website van de Nederlandsche Bank, met uitzondering van de persoonsgegevens die deel uitmaken van het besluit voor zover enig wettelijk voorschrift aan de openbaarmaking van de persoonsgegevens in de weg staat.
Artikel 62. Uitzonderingen publicatieplicht
Openbaarmaking op grond van artikel 61 wordt uitgesteld of geschiedt in zodanige vorm dat de openbaar te maken gegevens niet herleidbaar zijn tot afzonderlijke personen, voor zover:
- a. die gegevens herleidbaar zijn tot een natuurlijke persoon en bekendmaking van zijn persoonsgegevens onevenredig zou zijn;
- b. betrokken partijen in onevenredige mate schade zou worden berokkend;
- c. een lopend strafrechtelijk onderzoek of een lopend onderzoek door de Nederlandsche Bank naar mogelijke overtredingen zou worden ondermijnd;
- d. de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou worden gebracht.
Openbaarmaking op grond van artikel 61 blijft achterwege, indien openbaarmaking overeenkomstig het eerste lid:
- a. onevenredig zou zijn gezien de geringe ernst van de overtreding, tenzij het een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete betreft;
- b. niet in overeenstemming is met het doel van de opgelegde bestuurlijke sanctie, tenzij het een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete betreft; of
- c. de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou brengen.
Artikel 63. Besluit tot openbaarmaking
Alvorens over te gaan tot openbaarmaking van gegevens die tot afzonderlijke personen herleidbaar zijn op grond van deze paragraaf, neemt de Nederlandsche bank een besluit tot openbaarmaking. Dit besluit bevat de openbaar te maken gegevens en de wijze en termijn waarop de openbaarmaking zal plaatsvinden.
Onverminderd artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Nederlandsche Bank bij het nemen van een besluit op grond van artikel 59 de toepassing van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht achterwege laten, indien van de belanghebbende geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.
Artikel 64. Regels omtrent openbaarmaking
De Nederlandsche Bank gaat pas over tot openbaarmaking op grond van deze afdeling, nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit tot openbaarmaking aan de belanghebbende is bekendgemaakt.
In afwijking van het eerste lid gaat de Nederlandsche Bank pas over tot openbaarmaking op grond van artikel 59, eerste lid, nadat het besluit tot openbaarmaking onherroepelijk is.
Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht om openbaarmaking op grond van deze afdeling te voorkomen, gaat de toezichthouder niet over tot openbaarmaking totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.
De toezichthouder beëindigt het openbaar beschikbaar houden van gegevens die tot afzonderlijke personen herleidbaar zijn op grond van deze paragraaf onverwijld indien en voor zover:
- a. het besluit tot openbaarmaking wordt ingetrokken; of
- b. het besluit tot openbaarmaking door de bestuursrechter onherroepelijk is vernietigd.
In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, biedt de toezichthouder de belanghebbende aan de intrekking of de vernietiging openbaar te maken.
In afwijking van artikel 61, zesde en zevende lid, zijn het vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing op een besluit tot openbaarmaking op grond van artikel 61, vierde of vijfde lid, voor zover de openbaarmaking in strijd met artikel 62 heeft plaatsgevonden.
Artikel 65. Vroegtijdige openbaarmaking
In afwijking van artikel 64, eerste lid, kan de Nederlandsche Bank op een kortere termijn en zo nodig onverwijld overgaan tot openbaarmaking op grond van deze paragraaf, voor zover:
- a. bescherming van de belangen die deze wet beoogt te beschermen, geen verder uitstel toelaat; of
- b. de overtreder zelf informatie openbaar heeft gemaakt over de overtreding of het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie waarop de openbaarmaking betrekking heeft, en versnelde openbaarmaking in het belang van het publiek noodzakelijk is ter bescherming van het vertrouwen in het toezicht op de integriteit van het financiële stelsel.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid kan de Nederlandsche Bank tevens besluiten dat artikel 64, tweede lid, buiten toepassing blijft.
De Nederlandsche Bank verricht een redelijke inspanning om de betrokkene voorafgaand aan de openbaarmaking in kennis te stellen van de voorgenomen openbaarmaking.
Bij openbaarmaking van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie is artikel 61, zesde lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 66. Voorlopige voorziening
Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht om openbaarmaking op grond van deze paragraaf te voorkomen, vindt het onderzoek ter zitting plaats met gesloten deuren.
Indien de voorzieningenrechter openbaarmaking op grond van deze paragraaf heeft verboden, of indien op grond van artikel 62 nog geen tot personen herleidbare openbaarmaking heeft plaatsgevonden, vindt het horen van belanghebbenden ter zake van het bezwaar tegen het besluit tot openbaarmaking of het besluit tot het opleggen van de bestuurlijke sanctie niet in het openbaar plaats.
Indien de voorzieningenrechter openbaarmaking op grond van deze paragraaf heeft verboden, of indien op grond van artikel 62 nog geen tot afzonderlijke personen herleidbare openbaarmaking heeft plaatsgevonden, en beroep of hoger beroep wordt ingesteld tegen de beslissing op het bezwaar tegen het besluit tot openbaarmaking of het besluit tot het opleggen van de bestuurlijke sanctie, vindt het onderzoek ter zitting plaats met gesloten deuren.
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
Artikel 67. Opleiding
Een trustkantoor draagt er zorg voor dat alle personen die werkzaamheden voor het trustkantoor verrichten, voor zover relevant voor de uitoefening van hun taken en rekening houdend met de risico’s, aard en omvang van het trustkantoor, bekend zijn met de bij of krachtens deze wet gestelde regels en periodiek opleidingen genieten die hen in staat stellen de verplichtingen ingevolge deze wet volledig uit te voeren.
Een trustkantoor stelt ieder kalenderjaar voor de in het eerste lid bedoelde personen een opleidingsprogramma samen en legt dit vast.
Artikel 68. Informatie uitwisseling trustkantoren
Een trustkantoor onderzoekt of een ander trustkantoor diensten verleent of heeft verleend aan de cliënt of de doelvennootschap.
Indien een ander trustkantoor diensten verleent of heeft verleend aan de cliënt of de doelvennootschap, doet het trustkantoor bij dat andere trustkantoor navraag naar gebleken integriteitrisico’s.
Een trustkantoor dat een verzoek ontvangt als bedoeld in het tweede lid, informeert het verzoekende trustkantoor onverwijld. Voor zover noodzakelijk om te voldoen aan het verzoek, verstrekt een trustkantoor persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.
Een trustkantoor verstrekt, alvorens een zakelijke relatie aan te gaan of een trustdienst te verlenen, informatie aan een cliënt over de krachtens dit artikel op het trustkantoor rustende verplichtingen met betrekking tot het verstrekken van informatie aan een ander trustkantoor.
Een trustkantoor verstrekt op grond van dit artikel geen informatie over integriteitrisico’s die voor inwerkingtreding van deze wet zijn gebleken.
Artikel 69. Evaluatie
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
§ 9.1. Overgangsbepalingen
Artikel 70. Vergunningen
Een vergunning voor het werkzaam zijn als trustkantoor, verleend op grond van artikel 4 van de Wet toezicht trustkantoren, wordt na de inwerkingtreding van deze wet gelijkgesteld met een vergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid.
Op aanvragen om een vergunning op grond van artikel 4 van de Wet toezicht trustkantoren waarop op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze wet beslist. De beslistermijn, bedoeld in artikel 6, vierde lid, vangt aan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
Artikel 71. Ontheffingen
Een ontheffing, verleend op grond van artikel 2a, tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren, wordt na de inwerkingtreding van deze wet gelijkgesteld aan een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid.
Op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren waarop op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze wet beslist.
Artikel 72. Toetsingen
Indien de Nederlandsche Bank op grond van artikel 4, onderdeel a, van de Wet toezicht trustkantoren de betrouwbaarheid heeft vastgesteld van een persoon als bedoeld in artikel 10, tweede lid, staat de betrouwbaarheid van die persoon voor de toepassing van artikel 10, tweede lid, van deze wet buiten twijfel, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
Indien een persoon als bedoeld in artikel 10, eerste lid, op grond van artikel 4, onderdeel b, van de Wet toezicht trustkantoren geschikt is bevonden, wordt hij voor de toepassing van artikel 10, eerste lid, van deze wet eveneens geschikt geacht, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
Artikel 73. Omzetting rechtsvorm
Trustkantoren met zetel in Nederland, die over een vergunning als bedoeld in artikel 70, eerste lid, beschikken, voldoen binnen zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan artikel 13.
Artikel 74. Cliëntenonderzoek
Ten aanzien van cliënten waarnaar reeds cliëntenonderzoek is verricht op grond van de Wet toezicht trustkantoren, verricht een trustkantoor het cliëntenonderzoek, bedoeld in hoofdstuk 4, op het eerste moment dat door de cliënt contact wordt opgenomen met het trustkantoor of zoveel eerder als het trustkantoor, met inachtneming van de aan het type cliënt, doelvennootschap, zakelijke relatie, of trustdienst verbonden integriteitrisico, aanleiding vindt om het cliëntenonderzoek te doen plaatsvinden.
Artikel 75. Overtredingen
Op overtredingen die hebben plaatsgevonden en zijn beëindigd voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijven de hoofdstukken 7, 7a en 8 van de Wet toezicht trustkantoren van toepassing zoals die luidden onmiddellijk voor het in werking treden van deze wet. Paragraaf 7.2 van deze wet is niet van toepassing op die overtredingen.
Artikel 76. Wijziging van de vierde anti-witwasrichtlijn
Een wijziging van de vierde anti-witwasrichtlijn gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij besluit van Onze Minister van Financiën, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
§ 9.2. Wijziging andere wetten
Artikel 77. Wijziging Algemene wet bestuursrecht
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 78. Wijziging Sanctiewet 1977
Wijzigt de Sanctiewet 1977.
Artikel 79. Wijziging Wet bekostiging financieel toezicht
Wijzigt de Wet bekostiging financieel toezicht.
Artikel 80. Wijziging Wet op de economische delicten
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Artikel 81. Wijziging Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
§ 9.3. Slotbepalingen
Artikel 82. Intrekking Wet toezicht trustkantoren
De Wet toezicht trustkantoren wordt ingetrokken.
Artikel 83. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 84. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht trustkantoren 2018.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 58a. Informatie-uitwisseling opsporing, parlement en Algemene Rekenkamer
De Nederlandsche Bank kan gegevens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan:
- a. de Belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, de Nationale Politie, de Financiële Inlichtingen Eenheid of het Openbaar Ministerie, voor zover de gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken;
- b. een tijdelijke enquêtecommissie van het Europees Parlement, bedoeld in artikel 226 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- c. een commissie, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet op de parlementaire enquête 2008, voor zover de gegevens of inlichtingen naar het oordeel van die commissie noodzakelijk zijn voor de vervulling van haar taak;
- d. de Algemene Rekenkamer, voor zover de gegevens of inlichtingen naar het oordeel van de Algemene Rekenkamer noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar wettelijke taak op grond van artikel 7.24 van de Comptabiliteitswet 2016.
Artikel 56, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
De partijen bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, zijn verplicht tot geheimhouding van de op grond van het eerste lid ontvangen vertrouwelijke gegevens of inlichtingen en maken die slechts openbaar indien deze niet herleid kunnen worden tot afzonderlijke personen.
§ 7.2. Publicatie
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
§ 9.1. Overgangsbepalingen
§ 9.2. Wijziging andere wetten
§ 9.3. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 23a. Verbod op dienstverlening bij betrokkenheid bepaalde landen
Het is een trustkantoor verboden een trustdienst te verlenen indien cliënten, doelvennootschappen, uiteindelijk belanghebbenden van cliënten en uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen woonachtig of gevestigd zijn of hun zetel hebben in:
- a. de Russische Federatie;
- b. de Republiek Belarus;
- c. staten die op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn, in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie, zijn aangewezen als staten met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme; of
- d. staten die door de Raad van de Europese Unie, op grond van de Conclusies van de Raad over de criteria en het proces voor de opstelling van de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (PbEU 2016, C 461), zijn aangewezen als jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de identiteit van een cliënt, doelvennootschap, uiteindelijk belanghebbende van de cliënt of uiteindelijk belanghebbende van doelvennootschap overeenkomt met een rechtspersoon of natuurlijk persoon als bedoeld in de Sanctiewet 1977 en de op grond van de Sanctiewet 1977 vastgestelde regelingen en besluiten met betrekking tot het financieel verkeer. Na beëindiging van de omstandigheid, bedoeld in de eerste volzin, voldoet een trustkantoor binnen drie maanden aan het eerste lid, gerekend vanaf de datum dat de omstandigheid is beëindigd.
Het eerste lid is niet van toepassing indien de cliënt of uiteindelijk belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, een natuurlijk persoon is die de nationaliteit bezit van een lidstaat van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland, of die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor een van deze staten.
Een trustkantoor voldoet binnen drie maanden aan het eerste lid, gerekend vanaf het moment waarop een land is toegevoegd aan een lijst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d.
§ 4.2. Cliëntenonderzoek per trustdienst
§ 4.3. Cliëntenonderzoek bij trusts of personenvennootschappen
§ 4.4. Cliëntenonderzoek bij hoger risico
Hoofdstuk 5. Vastlegging
Hoofdstuk 6. Toezicht en handhaving
§ 6.1. Toezicht op de naleving en inlichtingenbevoegdheid van de Nederlandsche Bank
§ 6.2. Handhavingsbevoegdheden
Hoofdstuk 7. Geheimhouding en publicatie
§ 7.1. Geheimhoudingsplicht
§ 7.2. Publicatie
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
§ 9.1. Overgangsbepalingen
§ 9.2. Wijziging andere wetten
§ 9.3. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 3a. Verbod optreden als doorstroomvennootschap
Het is eenieder met zetel in Nederland verboden om beroeps- of bedrijfsmatig gebruik te maken van doorstroomvennootschappen ten behoeve van een cliënt.
Onder doorstroomvennootschap wordt verstaan een rechtspersoon of vennootschap die tot dezelfde groep behoort als degene die gebruik maakt van deze rechtspersoon of vennootschap ten behoeve van een cliënt.
Hoofdstuk 3. Integere en beheerste bedrijfsvoering
Hoofdstuk 4. Cliëntenonderzoek
§ 4.1. Algemene bepalingen cliëntenonderzoek
§ 4.2. Cliëntenonderzoek per trustdienst
Artikel 56a
De Nederlandsche Bank verstrekt, indien zij deelneemt aan een samenwerkingsverband als bedoeld in de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, aan het samenwerkingsverband gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, en behorend tot de in hoofdstuk 2 van die wet of bij algemene maatregel van bestuur op grond van die wet aangewezen categorieën, voor zover dat noodzakelijk is voor het doel van dat samenwerkingsverband, tenzij naar het oordeel van De Nederlandsche Bank zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten.
Indien voor de verstrekking aan bepaalde partijen op grond van de artikelen 56, 57 en 58 bijzondere regels gelden, geschiedt de in het eerste lid bedoelde verstrekking steeds met inachtneming van die regels.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld aan de verstrekkingen op grond van dit artikel.
§ 7.2. Publicatie
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
§ 9.1. Overgangsbepalingen
§ 9.2. Wijziging andere wetten
§ 9.3. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)