Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 13 februari 2019, nr. WJZ / 18319237, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het voorjaar van 2019 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2019)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 91
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

In afwijking van de fasebedragen genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in de artikelen 4, 6, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 14, 24, eerste lid, 26, 28, 30, eerste lid, 32, eerste lid, 34, eerste lid, 36, eerste lid, 38, eerste lid, 40, eerste lid, 42, eerste lid, en 44, eerste lid, het fasebedrag in euro per kWh in drie decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is.

3.

In afwijking van de fasebedragen genoemd in de vierde kolom van de tabel in het eerste lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in de artikelen 16, 18, eerste lid, 20, en 22, eerste lid, het fasebedrag in euro per kWh in drie decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag, genoemd in de vierde kolom van de tabel in het eerste lid dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is.

4.

Voor de vergelijking van de fasebedragen, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van het besluit bedraagt het fasebedrag voor de productie van hernieuwbaar gas het fasebedrag gedeeld door een correctiefactor van 0,706 en afgerond op drie decimalen, tenzij het fasebedrag gelijk is aan het fasebedrag in de vierde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel, in welk geval het fasebedrag van de derde kolom geldt.

§ 5. Maximaal aantal vollasturen, basiselektriciteits- en basisenergieprijzen, basisbedragen en correctiebedragen

§ 5.1. Hernieuwbare elektriciteit

Artikel 47

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

  • b. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren;
  • c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en
  • d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2019 vastgesteld op:
1 2 3 4 5 6
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in euro/kWh Voorlopig correctiebedrag 2019 in euro/kWh
Artikel 4, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm waaronder vrije stroming en golfenergie 0,130 3.700 0,031 0,046
Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,130 5.700 0,031 0,046
Artikel 4, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,103 2.600 0,031 0,046
Artikel 6 Osmose 0,130 8.000 0,031 0,046
Artikel 8, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,0 m/s 0,054 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039
Artikel 8, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,058 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039
Artikel 8, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,064 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039
Artikel 8, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,067 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039
Artikel 8, eerste lid, onderdeel e Wind op land, < 6,75 m/s 0,071 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039
Artikel 10, eerste lid, onderdeel a Wind op waterkeringen, ≥ 8,0 m/s 0,059 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039
Artikel 10, eerste lid, onderdeel b Wind op waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,064 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039
Artikel 10, eerste lid, onderdeel c Wind op waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,070 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039
Artikel 10, eerste lid, onderdeel d Wind op waterkeringen, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,073 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039
Artikel 10, eerste lid, onderdeel e Wind op waterkeringen, < 6,75 m/s 0,078 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039
Artikel 12, eerste lid Wind in meer, water ≥ 1 km2 0,086 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,039
Artikel 14, onderdeel a Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp, aansluiting 3*80A 0,101 950 Netlevering: 0,025 Netlevering: 0,041
Artikel 14, onderdeel a Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp, aansluiting 3*80A 0,101 950 Niet netlevering: 0,053 Niet netlevering: 0,069
Artikel 14, onderdeel b Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, gebouwgebonden systeem 0,095 950 Netlevering: 0,025 Netlevering: 0,041
Artikel 14, onderdeel b Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, gebouwgebonden systeem 0,095 950 Niet netlevering: 0,044 Niet netlevering: 0,060
Artikel 14, onderdeel c Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, niet gebouwgebonden systeem 0,093 950 Netlevering: 0,025 Netlevering: 0,041
Artikel 14, onderdeel c Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, niet gebouwgebonden systeem 0,093 950 Niet netlevering: 0,044 Niet netlevering: 0,060
Artikel 14, onderdeel d Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend niet gebouwgebonden systeem 0,093 1.190 Netlevering: 0,025 Netlevering: 0,041
Artikel 14, onderdeel d Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend niet gebouwgebonden systeem 0,093 1.190 Niet netlevering: 0,044 Niet netlevering: 0,060

§ 5.2. Hernieuwbaar gas

Artikel 48
1.

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

  • a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
  • b. voor de productie van hernieuwbaar gas het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren;
  • d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2019 vastgesteld op:
1 2 3 4 5 6
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in eur/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in eur/kWh Voorlopig correctiebedrag 2019 in eur/kWh
Artikel 16, onderdeel a Allesvergisting 0,062 8.000 0,013 0,019
Artikel 16, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW 0,071 8.000 0,013 0,019
Artikel 16, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW 0,087 8.000 0,013 0,019
Artikel 18, eerste lid Verbeterde slibgisting bij rioolwater-zuiverings-installaties 0,048 8.000 0,013 0,019
Artikel 20 Rioolwaterzuiveringsinstallaties bestaande slibgisting 0,032 8.000 0,013 0,019
Artikel 22, eerste lid Biomassavergassing (≥95% biogeen) 0,086 7.500 0,013 0,019
2.

Het basisbedrag wordt voor de toepassing van artikel 58, tweede lid, van het besluit, voor een productie-installatie als bedoeld in de artikelen 16, 18, eerste lid, 20 en 22, eerste lid, vastgesteld op het in de derde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel genoemde bedrag, gedeeld door een correctiefactor van 0,706 en afgerond op drie decimalen.

§ 5.3. Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

Artikel 49

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

  • a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
  • b. voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren;
  • c. de basisenergie- of basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, of artikel 45, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en
  • d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2019 vastgesteld op:
1 2 3 4 5 6
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopig correctiebedrag 2019 in euro/kWh
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kW en < 1 MW 0,098 700 0,025 0,032
Artikel 24, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MW 0,085 700 0,019 0,026
Artikel 26, onderdelen a en b Geothermie warmte, diepte ≥ 500 meter 0,052 6.000 0,013 0,019
Artikel 26, onderdeel c Geothermie warmte aanvullende put, diepte ≥ 500 meter 0,032 6.000 0,013 0,019
Artikel 26, onderdeel d Geothermie warmte, diepte ≥ 4.000 meter 0,067 7.000 0,013 0,019
Artikel 28,onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,062 7.000 0,019 0,026
Artikel 28,onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,070 7.622 0,025 0,036
Artikel 28,onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,065 7.000 0,019 0,026
Artikel 28, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,077 7.353 0,025 0,036
Artikel 28, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,103 7.000 0,052 0,059
Artikel 28, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,127 6.374 0,041 0,053
Artikel 30, eerste lid, onderdeel a Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties, warmte 0,034 7.000 0,019 0,026
Artikel 30, eerste lid, onderdeel b Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties, gecombineerde opwekking 0,051 5.729 0,028 0,041
Artikel 32, eerste lid Ketel vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,072 7.000 0,019 0,026
Artikel 34, eerste lid Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,053 3.000 0,019 0,026
Artikel 36, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,049 4.500 0,013 0,019
Artikel 36, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,048 5.000 0,013 0,019
Artikel 36, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,048 5.500 0,013 0,019
Artikel 36, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,047 6.000 0,013 0,019
Artikel 36, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,047 6.500 0,013 0,019
Artikel 36, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,047 7.000 0,013 0,019
Artikel 36, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,046 7.500 0,013 0,019
Artikel 36, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,046 8.000 0,013 0,019
Artikel 36, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking 0,046 8.500 0,013 0,019
Artikel 38, eerste lid Grote ketel op B-hout voor warmte en gecombineerde opwekking 0,030 7.000 0,013 0,019
Artikel 40, eerste lid Ketel stadsverwarming op houtpellets voor warmte en gecombineerde opwekking 0,065 6.000 0,010 0,014
Artikel 42, eerste lid Stoomketel op houtpellets, warmte en gecombineerde opwekking 0,062 8.500 0,013 0,019
Artikel 44, eerste lid Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen voor warmte en gecombineerde opwekking 0,051 3.000 0,017 0,024

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 50

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2019.

Artikel 51

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2019.

Bijlage 1. behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2019

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2019

1.

De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken en Klimaat; en

2.

............, gevestigd te..... (hierna te noemen: Ondernemer);

.....

(hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Artikel 1. Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Artikel 2. Inhoud en omvang van de garantie

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen vier weken nadat de Beschikking is afgegeven ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

Artikel 3. Vrijval van de garantie

Artikel 4. Boetes

Artikel 5. Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

Artikel 6. Domiciliekeuze en berichtgevingen

Artikel 7. Rechtskeuze

Artikel 8. Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te.....

Ondernemer

te 's-Gravenhage op.....

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

....., gevestigd te....., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

VERKLAART ALS VOLGT

Getekend te

op

De Bank

Bijlage 2. behorende bij de artikelen 8 en 10 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2019

Lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling per 31 december 2018

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)