Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 18 december 2019 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2020)

6 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Overige fiscale maatregelen 2020
2024-01-01
Overige fiscale maatregelen 2020

Wijzigingen op 2024-01-01

@@ -70,7 +70,7 @@
##### Artikel XVIIa
1. Vanaf de datum waarop [artikel II, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=II&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [artikel XI, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XI&z=2021-01-01&g=2021-01-01), en [artikel XII, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XII&z=2021-01-01&g=2021-01-01), in werking treden, worden met betrekking tot de belanghebbende, belastingplichtige, inhoudingsplichtige of belastingschuldige die:
1. Vanaf de datum waarop [artikel II, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=II&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [artikel XI, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XI&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en [artikel XII, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XII&z=2024-01-01&g=2024-01-01), in werking treden, worden met betrekking tot de belanghebbende, belastingplichtige, inhoudingsplichtige of belastingschuldige die:
- a. geen geactiveerde Berichtenbox heeft; of
@@ -78,23 +78,23 @@
alle berichten uitsluitend anders dan langs elektronische weg verzonden totdat die belanghebbende, belastingplichtige, inhoudingsplichtige of belastingschuldige een keuze heeft gemaakt voor verzending van alle berichten langs elektronische weg.
2. Ten behoeve van de verzending van alle berichten uitsluitend anders dan langs elektronische weg in gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan de Belastingdienst/Toeslagen, de inspecteur, het bestuur van ’s Rijks belastingen, de ontvanger, de directeur of de belastingdeurwaarder bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties burgerservicenummers opvragen en verstrekt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die burgerservicenummers.
2. Ten behoeve van de verzending van alle berichten uitsluitend anders dan langs elektronische weg in gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan de Dienst Toeslagen, de inspecteur, het bestuur van ’s Rijks belastingen, de ontvanger, de directeur of de belastingdeurwaarder bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties burgerservicenummers opvragen en verstrekt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die burgerservicenummers.
3. Ten behoeve van de verzending van alle berichten uitsluitend anders dan langs elektronische weg in gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan de Belastingdienst/Toeslagen, de inspecteur, het bestuur van ’s Rijks belastingen, de ontvanger, de directeur of de belastingdeurwaarder aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de burgerservicenummers verstrekken van de personen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. Ten behoeve van de verzending van alle berichten uitsluitend anders dan langs elektronische weg in gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan de Dienst Toeslagen, de inspecteur, het bestuur van ’s Rijks belastingen, de ontvanger, de directeur of de belastingdeurwaarder aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de burgerservicenummers verstrekken van de personen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
4. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwerkt in de Berichtenbox van de belanghebbende, belastingplichtige, inhoudingsplichtige of belastingschuldige, bedoeld in het eerste lid, dat alle berichten uitsluitend anders dan langs elektronische weg worden verzonden.
##### Artikel XVIII
1. Voor de toepassing van de keuzeregeling, bedoeld in het in [artikel II, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=II&z=2021-01-01&g=2021-01-01), opgenomen [artikel 13, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=13), het in [artikel XI, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XI&z=2021-01-01&g=2021-01-01), opgenomen [artikel 3a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=3a) en het in [artikel XII, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XII&z=2021-01-01&g=2021-01-01), opgenomen [artikel 7c, eerste lid, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7c), bepaalt de Belastingdienst/Toeslagen, de inspecteur, het bestuur van ’s Rijks belastingen, de ontvanger, de directeur of de belastingdeurwaarder een standaardwaarde voor de belanghebbende, belastingplichtige, inhoudingsplichtige en belastingschuldige die na de datum waarop artikel II, onderdeel A, artikel XI, onderdeel A, en artikel XII, onderdeel A, in werking zijn getreden, niet binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een keuze heeft gemaakt. De standaardwaarde is de voor die belanghebbende, belastingplichtige, inhoudingsplichtige of belastingschuldige ingevolge de eerste zin bepaalde keuze voor hetzij verzending van alle berichten langs elektronische weg, hetzij verzending van alle berichten anders dan langs elektronische weg.
1. Voor de toepassing van de keuzeregeling, bedoeld in het in [artikel II, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=II&z=2024-01-01&g=2024-01-01), opgenomen [artikel 13, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=13), het in [artikel XI, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XI&z=2024-01-01&g=2024-01-01), opgenomen [artikel 3a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=3a) en het in [artikel XII, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XII&z=2024-01-01&g=2024-01-01), opgenomen [artikel 7c, eerste lid, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7c), bepaalt de Dienst Toeslagen, de inspecteur, het bestuur van ’s Rijks belastingen, de ontvanger, de directeur of de belastingdeurwaarder een standaardwaarde voor de belanghebbende, belastingplichtige, inhoudingsplichtige en belastingschuldige die na de datum waarop artikel II, onderdeel A, artikel XI, onderdeel A, en artikel XII, onderdeel A, in werking zijn getreden, niet binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een keuze heeft gemaakt. De standaardwaarde is de voor die belanghebbende, belastingplichtige, inhoudingsplichtige of belastingschuldige ingevolge de eerste zin bepaalde keuze voor hetzij verzending van alle berichten langs elektronische weg, hetzij verzending van alle berichten anders dan langs elektronische weg.
2. Ten behoeve van het bepalen van de standaardwaarde, bedoeld in het eerste lid, kan de Belastingdienst/Toeslagen, de inspecteur, het bestuur van ’s Rijks belastingen, de ontvanger, de directeur of de belastingdeurwaarder bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties burgerservicenummers opvragen en verstrekt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die burgerservicenummers. Bij ministeriële regeling wordt bepaald aan welke voorwaarden die burgerservicenummers moeten voldoen om te worden opgevraagd en verstrekt.
2. Ten behoeve van het bepalen van de standaardwaarde, bedoeld in het eerste lid, kan de Dienst Toeslagen, de inspecteur, het bestuur van ’s Rijks belastingen, de ontvanger, de directeur of de belastingdeurwaarder bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties burgerservicenummers opvragen en verstrekt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die burgerservicenummers. Bij ministeriële regeling wordt bepaald aan welke voorwaarden die burgerservicenummers moeten voldoen om te worden opgevraagd en verstrekt.
3. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwerkt de standaardwaarde, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel XIX
[Artikel II, onderdelen C en E](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=II&z=2021-01-01&g=2021-01-01), en [artikel XI, onderdelen F tot en met I en N](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XI&z=2021-01-01&g=2021-01-01), vinden voor het eerst toepassing op besluiten tot oplegging van een bestuurlijke boete die betrekking heeft op een overtreding die is begaan op of na 1 januari 2020.
[Artikel II, onderdelen C en E](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=II&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en [artikel XI, onderdelen F tot en met I en N](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XI&z=2024-01-01&g=2024-01-01), vinden voor het eerst toepassing op besluiten tot oplegging van een bestuurlijke boete die betrekking heeft op een overtreding die is begaan op of na 1 januari 2020.
##### Artikel XX
@@ -104,19 +104,19 @@
1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat:
- a. [artikel I, onderdelen B en C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=I&z=2021-01-01&g=2021-01-01), voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2020;
- a. [artikel I, onderdelen B en C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=I&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2020;
- b. [artikel V, onderdeel B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=V&z=2021-01-01&g=2021-01-01), terugwerkt tot en met 1 januari 2018;
- b. [artikel V, onderdeel B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=V&z=2024-01-01&g=2024-01-01), terugwerkt tot en met 1 januari 2018;
- c. [artikel X, onderdeel B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=X&z=2021-01-01&g=2021-01-01), en [artikel XV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XV&z=2021-01-01&g=2021-01-01) terugwerken tot en met 1 oktober 2016;
- c. [artikel X, onderdeel B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=X&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en [artikel XV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XV&z=2024-01-01&g=2024-01-01) terugwerken tot en met 1 oktober 2016;
- d. [artikel XI, onderdelen J en K](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XI&z=2021-01-01&g=2021-01-01), voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot belastingaanslagen die betrekking hebben op belastingtijdvakken die zijn aangevangen op of na 1 januari 2019.
- d. [artikel XI, onderdelen J en K](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XI&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot belastingaanslagen die betrekking hebben op belastingtijdvakken die zijn aangevangen op of na 1 januari 2019.
2. In afwijking van het eerste lid treden [artikel II, onderdelen A en B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=II&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [artikel XI, onderdelen A en B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XI&z=2021-01-01&g=2021-01-01), en [artikel XII, onderdelen A en B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XII&z=2021-01-01&g=2021-01-01), in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2. In afwijking van het eerste lid treden [artikel II, onderdelen A en B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=II&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [artikel XI, onderdelen A en B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XI&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en [artikel XII, onderdelen A en B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XII&z=2024-01-01&g=2024-01-01), in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
3. In afwijking van het eerste lid treedt [artikel VIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=VIII&z=2021-01-01&g=2021-01-01) in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, waarbij in het in [artikel VIII, onder 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=VIII&z=2021-01-01&g=2021-01-01), opgenomen [artikel 23b, derde lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006324&artikel=23b) «datum X» wordt vervangen door de datum van inwerkingtreding van artikel VIII.
3. In afwijking van het eerste lid treedt [artikel VIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=VIII&z=2024-01-01&g=2024-01-01) in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, waarbij in het in [artikel VIII, onder 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=VIII&z=2024-01-01&g=2024-01-01), opgenomen [artikel 23b, derde lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006324&artikel=23b) «datum X» wordt vervangen door de datum van inwerkingtreding van artikel VIII.
4. In afwijking van het eerste lid treedt [artikel XI, onderdeel Na](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XI&z=2021-01-01&g=2021-01-01), in werking met ingang van 1 januari 2021.
4. In afwijking van het eerste lid treedt [artikel XI, onderdeel Na](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042938&artikel=XI&z=2024-01-01&g=2024-01-01), in werking met ingang van 1 januari 2021.
##### Artikel XXII
2021-01-01
Overige fiscale maatregelen 2020
2020-01-01
Overige fiscale maatregelen 2020
2018-01-01
Overige fiscale maatregelen 2020
2016-10-01
Overige fiscale maatregelen 2020
original version Tekst op deze datum