Regeling van de Minister van Financiën van 18 december 2019 tot vaststelling van het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-22
State In force
Source BWB
artikelen 68
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

In opdracht van de algemene leiding of van de directeuren onderzoekt de directeur ADR, respectievelijk de certificerend accountant van de ministeries, de beleids- en bedrijfsvoering en rapporteert daarover aan de opdrachtgever en aan het Audit Committee.

3.

De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur ADR zijn vastgelegd in het Besluit taak DAD.

Artikel 46. Audit Committee

1.

Er is een Audit Committee.

2.

Het Audit Committee is samengesteld uit vier externe leden, de gehele bestuursraad, de Auditdienst Rijk (ADR) en de Algemene Rekenkamer. De SG is de voorzitter van de Audit Committee. DFEZ voert het secretariaat.

3.

De externe leden van het Audit Committee kunnen hun bevindingen separaat aan de minister kenbaar maken.

Hoofdstuk 8A. Inspectie belastingen, toeslagen en douane

Artikel 47. Aanpassing organisatie

1.

Een voornemen tot aanpassing van de organisatie zoals deze is weergegeven in dit besluit, wordt genomen door de secretaris-generaal, gehoord de bestuursraad.

2.

De directeur CDMO adviseert de secretaris-generaal alvorens een beslissing omtrent instemming wordt genomen.

Artikel 48. Organisatie- en formatierapport

1.

Elk onderdeel dat ressorteert onder de in artikel 10 genoemde dienstonderdelen ontwerpt en onderhoudt een organisatierapport en een formatierapport.

2.

Voor zover een document als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een dienstonderdeel, genoemd in artikel 5, tweede lid, is de plaatsvervangend secretaris-generaal bevoegd het document namens de bewindspersoon vast te stellen.

3.

Voor zover een document als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op de IBTD is de IG bevoegd het document vast te stellen.

4.

Alvorens een document als bedoeld in het eerste lid, kan worden vastgesteld, behoeft dit de instemming van de bestuursraad, indien er sprake is van financiële meeruitgaven of een uitbreiding van de personele formatie. De directeur CDMO adviseert de bestuursraad alvorens een beslissing omtrent instemming wordt genomen.

5.

Het vierde lid is niet van toepassing indien er sprake is van een uitbreiding van de personele formatie van de IBTD, voor zover die uitbreiding past binnen het budget van de IBTD.

Hoofdstuk 8A. Inspectie belastingen, toeslagen en douane

Artikel 49. Vaste verandermomenten

Wijzigingen van dit besluit treden in werking per 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober, behoudens spoedeisende gevallen.

Artikel 50. Intrekking andere regelingen

De volgende regelingen worden ingetrokken: Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015 en bijlagen 1a, 1b, 1c, 1d, 1e, 2, 3 en 4 en het Besluit d.d. 15 februari 2019 (2019-25152 M) betreffende de vervangingsregeling van de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën.

Artikel 51. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand na de datum van uitgifte in de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 52. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 23a. Directeur-generaal Toeslagen

1.

De directeur-generaal Toeslagen is verantwoordelijk voor de taken en verantwoordelijkheden van de organisatieonderdelen genoemd in artikel 7 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021.

2.

De directeur-generaal Toeslagen geeft leiding aan de onder hem ressorterende directeuren en voorziet daartoe in de nodige ondermandaten van die directeuren zoals geregeld in het Mandaatbesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021.

3.

De directeur-generaal Toeslagen vervult de rol van opdrachtnemer in het driehoeksmodel dat van toepassing is.

Hoofdstuk 5A. Directoraat-generaal toeslagen

Artikel 23b. Directeur-generaal Douane

1.

De directeur-generaal Douane is verantwoordelijk voor de taken en verantwoordelijkheden van de organisatieonderdelen genoemd in artikel 9 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021.

2.

De directeur-generaal Douane geeft leiding aan de onder hem ressorterende directeuren en voorziet daartoe in de nodige ondermandaten van die directeuren zoals geregeld in het Mandaatbesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021.

3.

De directeur-generaal Douane vervult de rol van opdrachtnemer in het driehoeksmodel dat van toepassing is.

Hoofdstuk 5A. Directoraat-generaal toeslagen

Hoofdstuk 7. Directoraat-generaal rijksbegroting

Hoofdstuk 8. Generale thesaurie

Hoofdstuk 9. Verantwoording

Hoofdstuk 8A. Inspectie belastingen, toeslagen en douane

Hoofdstuk 8B. Het bureau van de belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 19a. Tijdelijke programmadirectie Informatie op Orde (IOO)

1.

De (tijdelijke) programmadirectie Informatie op Orde heeft de volgende taken:

  • a. het definiëren van verbetermaatregelen voor het op orde brengen van de informatiehuishouding en -voorziening voor het ministerie;
  • b. het opstellen van een verander- en communicatieplan om kennis, houding en gedrag onderdeel te laten zijn van het programma Informatie Op Orde;
  • c. het maken van een stakeholderanalyse en bekijken welke verbinding er gezocht moet worden op het vlak van informatiemanagement;
  • d. het maken van een actieplan voor het op orde brengen van de informatiehuishouding en -voorziening, waarbij de uitvoerende directoraten-generaal verantwoordelijk zijn voor het opstellen van de actieplannen en planningen voor de primaire processen, waarover zij rapporteren aan de programmadirectie;
  • e. het stellen van kaders voor informatiehuishouding en -voorziening en het inrichten van een pdca-cyclus hiervoor;
  • f. het creëren van een organisatie waarbij archivering, transparantie en het juist delen van informatie geen optie is, maar een gegeven;
  • g. het realiseren van een governance van de informatiehuishouding en -voorziening, waarbij de taken en verantwoordelijkheden binnen het ministerie verder zijn uitgewerkt;
  • h. het inrichten van een verplicht te gebruiken Document Management Systeem voor het ministerie.
2.

De (tijdelijke) programmadirectie is ingedeeld naar de Rijksbrede actielijnen zoals deze door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn onderscheiden.

Paragraaf 4.3. Rijksbrede organisatieonderdelen SG-cluster

Hoofdstuk 5. Directoraat-generaal belastingdienst

Hoofdstuk 5. Directoraat-generaal belastingdienst

Hoofdstuk 5A. Directoraat-generaal toeslagen

Hoofdstuk 5B. Directoraat-generaal douane

Hoofdstuk 7. Directoraat-generaal rijksbegroting

Hoofdstuk 8. Generale thesaurie

Hoofdstuk 8A. Inspectie belastingen, toeslagen en douane

Hoofdstuk 9. Verantwoording

Hoofdstuk 8B. Het bureau van de belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 41a. Structuur IBTD

1.

De IBTD staat onder leiding van de inspecteur-generaal belastingen, toeslagen en douane (IG).

2.

De IBTD ressorteert rechtstreeks onder de SG.

3.

De IG rapporteert over zijn bevindingen, oordelen, adviezen en andere relevante gegevens rechtstreeks aan de minister.

4.

De IG stelt de organisatie van de IBTD nader vast in een organisatiebesluit.

Artikel 41b. Taken IBTD

De IBTD heeft de volgende taken:

  • a. het ter beoordeling van de inspecteur-generaal signaleren, onderzoeken en agenderen van structurele en incidentele problemen in de kwaliteit van de uitvoering door de directoraten-generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane. De inspectie houdt toezicht vanuit het perspectief van de rechtsstatelijkheid en kijkt daarbij naar het volledige proces van wet- en regelgeving, uitvoering inclusief rechtsbescherming en rechtspraak;
  • b. het toezicht houden op de directoraten-generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane, zowel op de taakuitvoering door die directoraten-generaal, als op de aansturing en de samenwerkingsrelaties in het kader van de uitvoering, en
  • c. het delen van bevindingen en adviezen met de bewindspersonen over onderwerpen die hen aangaan, voor zover het het werkterrein van de IBTD betreft.

Artikel 41c. Nadere regeling

De minister stelt nadere regels omtrent de taakuitoefening en bevoegdheden van de IBTD.

Hoofdstuk 10. Overige bepalingen

Hoofdstuk 8C. Regeringscommissarissen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 41.0a. Programmadirectie Herstel- en Veerkrachtplan

De programmadirectie Herstel- en Veerkrachtplan heeft de volgende taken:

  • a. het schrijven, uitwerken en afstemmen van de onderdelen van het Nederlands Herstel- en Veerkrachtplan;
  • b. het begeleiden en coördineren van de parlementaire behandeling van het Nederlands Herstel- en Veerkrachtplan;
  • c. het indienen van het Nederlands Herstel- en Veerkrachtplan bij de Europese Commissie;
  • d. het monitoren van de voortgang van de implementatie en het coördineren van de periodieke voortgangsrapportages aan de Europese Commissie over het Nederlands Herstel- en Veerkrachtplan gedurende de implementatiefase;
  • e. het, in samenwerking met de betrokken departementen en bouwend op aanbevelingen van de Auditdienst Rijk, regie houden over het monitorings-, controle- en auditsysteem en het begeleiden van de betrokken departementen en beleidsdirecties bij de implementatie van het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan;
  • f. het namens de Nederlandse regering indienen van de betalingsverzoeken en bijbehorende Rijksbrede beheersverklaring en auditrapportages aan de Europese Commissie gedurende de implementatiefase (2023 – 2026).

Hoofdstuk 10. Overige bepalingen

Hoofdstuk 10. Overige bepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 32a. Bureau Directeur-Generaal

1.

Het Bureau Directeur-Generaal (BDG) staat onder leiding van de DG-secretaris.

2.

Het Bureau Directeur-Generaal heeft de volgende hoofdtaken:

  • a. Bestuursadvisering;
  • b. Procescoördinatie;
  • c. Bestuursondersteuning.

Hoofdstuk 8. Generale thesaurie

Hoofdstuk 8A. Inspectie belastingen, toeslagen en douane

Hoofdstuk 8C. Regeringscommissarissen

Hoofdstuk 9. Verantwoording

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 19b. Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking (CDIO)

1.

De concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking heeft de volgende taken:

  • a. het uitvoeren van de taken van de dCIO conform artikel 6 van dit besluit;
  • c. het onderhouden van diverse (externe) contacten waaronder de contacten met de CIO-Rijk, de Algemeen Rijksarchivaris, de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed en het Adviescollege ICT toetsing en deze gevraagd en ongevraagd adviseren en/of voorzien van informatie die noodzakelijk is voor hun taakuitoefening;
  • d. adviseren van alle directies en bewindspersonen over het beleid ten aanzien van informatievoorziening, digitalisering en informatiehuishouding en implicaties van (voorgenomen) wet- en regelgeving, beleids- en uitvoeringstrajecten en investeringen van het kernministerie;
  • e. zorgdragen voor de advisering, (beleids)kaders en de naleving hiervan op het terrein van de informatievoorziening en ICT, alsmede voor het bevorderen van informatiebewustzijn en het gebruik van ICT-middelen van het kernministerie;
  • f. zorgdragen voor advisering, (beleids)kaders, uitgangspunten en de naleving hiervan op het terrein van informatiehuishouding van het kernministerie;
  • g. zorgdragen voor specifieke en gemeenschappelijke ICT-diensten gericht op de ondersteuning van het kernministerie;
  • h. adviseren over en besluiten op verzoeken op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG);
  • j. het departementaal adviseren over en het voorbereiden en nemen van besluiten op grond van de Wet open overheid.
2.

De concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking bestaat uit een afdeling Openbaarmaking en Transparantie, een afdeling Informatiehuishouding, een afdeling Informatiebeleid en een afdeling Dienstverlening.

Paragraaf 4.3. Rijksbrede organisatieonderdelen SG-cluster

Hoofdstuk 5. Directoraat-generaal belastingdienst

Hoofdstuk 5B. Directoraat-generaal douane

Hoofdstuk 8. Generale thesaurie

Hoofdstuk 8A. Inspectie belastingen, toeslagen en douane

Hoofdstuk 9. Verantwoording

Hoofdstuk 9. Verantwoording

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 19c. Concerndirectie Mens en Organisatie (CDMO)

1.

De concerndirectie Mens en Organisatie heeft de volgende taken:

  • a. het vervullen van een kaderstellende en controlerende rol binnen de M&O-lijn van het Ministerie van Financiën, gericht op het continu verbeteren van de dienstverlening binnen de rijksbrede kaders op het terrein van personeel en organisatie en het verbeteren van de concernbrede samenwerking;
  • b. interne advisering van de leiding en het management van het Ministerie van Financiën over de uitvoering van het personeelsmanagement, het personeelsbeleid en de ontwikkeling van de organisatie;
  • c. het coördineren en verbinden op DG- en departementoverstijgende onderwerpen op het gebied van personeel en organisatie;
  • d. het inspelen op interne en externe ontwikkelingen en bijdragen aan het waarborgen van de personeelscontinuïteit van het Ministerie van Financiën;
  • e. het zorgdragen voor een samenhangend, integraal beleid sociale veiligheid en integriteit en het initiëren, regisseren en het toezien op een adequate uitvoering van dit beleid binnen het Ministerie van Financiën;
  • f. het beheersen van doelstellingen en administratieve processen op het terrein van organisatie en personeel ten behoeve van de SG en pSG als eigenaar;
  • g. regie voeren op taken en opdrachten op het gebied van organisatie en personeel die zijn belegd bij SSC’s, en in voorkomende gevallen externe partijen;
  • h. het voeren of begeleiden van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke procedures op het gebied van het (collectieve) arbeidsrecht en medezeggenschapsrecht voor alle organisatieonderdelen binnen het Ministerie van Financiën;
  • i. het vertegenwoordigen van het Ministerie van Financiën in interdepartementale gremia en fora op het gebied van personeel en organisatie;
  • j. uitvoeren van het personeelsbeheer.
2.

De concerndirectie Mens en Organisatie bestaat uit een staf en de volgende afdelingen:

  • a. Afdeling Strategie en Realisatie (S&R), verantwoordelijk voor het stimuleren van een inclusieve, diverse, gelijkwaardige, vitale en ontwikkelgerichte organisatie;
  • b. Afdeling Werkgeverszaken en Integriteit (W&I), verantwoordelijk voor het invullen van het goed, modern werkgeverschap binnen het Ministerie van Financiën en het stimuleren van een integere organisatie met een positieve en veilige werkomgeving;
  • c. Afdeling Analyse en Beheersing (A&B), verantwoordelijk voor de analyse en beheersing van departementale doelstellingen en strategische kaders op het terrein van personeel en organisatie;
  • d. Afdeling M&O Advies en Ondersteuning (A&O), verantwoordelijk voor de advisering en ondersteuning van het kernministerie bij de uitvoering van beleid, processen en instrumenten op het terrein van personeel en organisatie.

Paragraaf 4.3. Rijksbrede organisatieonderdelen SG-cluster

Hoofdstuk 7. Directoraat-generaal rijksbegroting

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 41d. Structuur bureau BBT

1.

Het bureau BBT staat onder leiding van de belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden (BBT).

2.

Het bureau BBT bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

  • a. de afdeling Triage en Relatiebeheer;
  • b. de afdeling Casusbehandeling;
  • c. de afdeling Strategie, Communicatie en Onderzoek.
3.

Het bureau BBT ressorteert rechtstreeks onder de SG. De BBT kan over algemene bevindingen rechtstreeks rapporteren aan de bewindspersoon.

Artikel 41e. Taken bureau BBT

Het bureau BBT heeft de volgende taken:

  • a. het doorgeleiden van aangedragen individuele casuïstiek naar het best passende kanaal voor hulp en ondersteuning binnen en buiten het directoraat-generaal Belastingdienst en het directoraat-generaal Toeslagen;
  • b. het adviseren over aangedragen individuele casuïstiek van een belanghebbende;
  • c. het verzamelen van algemene signalen over aangedragen individuele casuïstiek en het delen van die signalen met de bewindspersoon, de IBTD en met een of beide Kamers der Staten-Generaal.

Artikel 41f. Nadere regeling

De minister stelt nadere regels omtrent de taakuitoefening en bevoegdheden van de BBT en het bureau BBT.

Hoofdstuk 10. Overige bepalingen

Hoofdstuk 10. Overige bepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 41g. Algemeen

1.

Rechtstreeks onder de SG ressorteert de volgende regeringscommissaris:

  • a. de Bestuurlijk regisseur integrale ondersteuning, die tot taak heeft:
  • i. het begeleiden van een verantwoorde en breed gedragen transitie van de gemeentelijke hersteltaken naar het regulier sociaal domein;
  • ii. het regisseren van het proces om te komen tot nadere kaderstelling en harmonisatie van de brede ondersteuning;
  • iii. het bevorderen van een effectievere uitvoering van de integrale ondersteuning.
2.

Een regeringscommissaris rapporteert over zijn bevindingen, oordelen, adviezen en andere relevante gegevens rechtstreeks aan de verantwoordelijke bewindspersoon van het Ministerie van Financiën.

Artikel 41h. Taakuitoefening door regeringscommissarissen

Bij besluit van de verantwoordelijke bewindspersoon van het Ministerie van Financiën kunnen aanvullende regels worden gesteld over de taakuitoefening van een regeringscommissaris die het betreft.

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 21a. Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI)

1.

De Dienst Financieel-Economische Integriteit heeft de volgende hoofdtaken:

  • a. Het voorkomen en bestrijden van witwassen, terrorismefinanciering en overtreding van sanctiemaatregelen via niet-financiële en niet-juridische poortwachters door bestuursrechtelijk toezicht;
  • b. Het bevorderen van transparantie van eigenaarsstructuren door handhaving van wet- en regelgeving inzake het Ultimate Beneficial Owner (UBO) en UBO Trust Register;
  • c. Het bevorderen van transparantie in het financiële verkeer door strafrechtelijke opsporing van overtredingen van de administratieplicht en diverse registratieplichten van de Handelsregisterwet en bestuurs- en strafrechtelijke handhaving van overtredingen van specifieke economische ordeningswetgeving.
2.

De Dienst Financieel-Economische Integriteit bestaat uit drie afdelingen: de afdeling Toezicht Wet ter voorkoming witwassen en financieren terrorisme, de afdeling UBO & Economische Handhaving en de afdeling Vaktechniek, Bedrijfsvoering en Strategie.

Hoofdstuk 6. Directoraat-generaal Fiscale Zaken

Hoofdstuk 7. Directoraat-generaal rijksbegroting

Hoofdstuk 8. Generale thesaurie

Hoofdstuk 10. Overige bepalingen

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)