Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 mei 2020, nr. 2020-0000031778, tot vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling voor de financiering van kinderopvang in Caribisch Nederland (Tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland)

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 22
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel subsidie

Voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2026 worden tijdelijk financiële middelen beschikbaar gesteld voor het verlagen van de kosten van kinderopvang voor ouders van kinderen in Caribisch Nederland om de financiële toegankelijkheid van de kinderopvang en buitenschoolse opvang te verbeteren en tegelijkertijd de kwaliteit van de opvang te verbeteren.

Artikel 3. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing voor zover daar in deze regeling niet van wordt afgeweken.

Artikel 4. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, 09:00 uur tot en met 31 januari 2026, 17:00 uur, lokale tijd.

Hoofdstuk 2. Subsidieverlening

Artikel 5. Subsidieplafond Sint Eustatius kostprijs verlagende subsidie

1.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Sint Eustatius voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021 een bedrag van $ 1.058.400 beschikbaar.

2.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Sint Eustatius voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2022 een bedrag van $ 1.500.000 beschikbaar.

3.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Sint Eustatius voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 een bedrag van $ 1.030.000 beschikbaar.

4.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Sint Eustatius voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 een bedrag van $ 2.100.000 beschikbaar.

5.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Sint Eustatius voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2025 een bedrag van $ 1.560.000 beschikbaar.

6.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Sint Eustatius voor de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 december 2025 een bedrag van $ 1.560.000 beschikbaar.

7.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Sint Eustatius voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026 een bedrag van $ 805.000 beschikbaar.

Artikel 6. Subsidieplafond Bonaire kostprijs verlagende subsidie

1.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Bonaire voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021 een bedrag van $ 5.760.000 beschikbaar.

2.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Bonaire voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2022 een bedrag van $ 10.500.000 beschikbaar.

3.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Bonaire voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 een bedrag van $ 10.380.000 beschikbaar.

4.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Bonaire voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 een bedrag van $ 13.700.000 beschikbaar.

5.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Bonaire voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2025 een bedrag van $ 9.580.000 beschikbaar.

6.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Bonaire voor de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 december 2025 een bedrag van $ 9.580.000 beschikbaar.

7.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Bonaire voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026 een bedrag van $ 4.945.000 beschikbaar.

Artikel 7. Subsidieplafond Saba kostprijs verlagende subsidie

1.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Saba voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020 een bedrag van $ 0 beschikbaar.

2.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Saba voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 een bedrag van $ 350.000 beschikbaar.

3.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Saba voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2022 een bedrag van $ 775.000 beschikbaar.

4.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Saba voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 een bedrag van $ 480.000 beschikbaar.

5.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Saba voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 een bedrag van $ 1.050.000 beschikbaar.

6.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Saba voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2025 een bedrag van $ 850.000 beschikbaar.

7.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Saba voor de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 december 2025 een bedrag van $ 850.000 beschikbaar.

8.

Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Saba voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026 een bedrag van $ 440.000 beschikbaar.

Artikel 8. Wijze van verdeling beschikbare middelen kostprijs verlagende subsidie

1.

Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen een volledige aanvraag in behandeling wordt genomen.

2.

Een subsidieaanvraag is volledig als het aanvraagformulier volledig is ingevuld, is ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de kinderopvangorganisatie en de gevraagde documenten zijn bijgevoegd.

3.

Als tijdstip van ontvangst als bedoeld in het eerste lid geldt het tijdstip waarop de volledige aanvraag is ontvangen.

Artikel 9. Subsidieaanvraag kostprijs verlagende subsidie

1.

Aanvragen voor een kostprijs verlagende subsidie worden ingediend bij de minister door middel van een door de minister vastgesteld aanvraagformulier dat beschikbaar is op www.mijnuitvoeringvanbeleidszw.nl.

2.

Aanvragen die buiten het aanvraagtijdvak zijn ontvangen worden niet in behandeling genomen.

3.

In de aanvraag neemt de kinderopvangorganisatie in ieder geval op:

4.

Door het indienen van een aanvraag stemt de kinderopvangorganisatie er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar wordt gemaakt.

5.

Indien een kinderopvangorganisatie het aantal kindplaatsen wenst uit te breiden dan kan hij voor die uitbreiding een herziene aanvraag indienen.

6.

In de herziene aanvraag geeft de kinderopvangorganisatie het maximale aantal kinderen aan dat de kinderopvangorganisatie mag opvangen conform de meest recente exploitatievergunning en verstrekt hiertoe de meest recente exploitatievergunning.

7.

Indien een kinderopvangorganisatie in afwachting is van een besluit omtrent de exploitatievergunning en de kinderopvangorganisatie wil een herziene aanvraag indienen om het aantal kinderen uit te breiden, dan laat de minister zich adviseren door het openbaar lichaam waar de kinderopvang plaatsvindt over het maximale aantal kinderen dat de kinderopvangorganisatie mag opvangen.

8.

De kinderopvangorganisatie moet op uiterlijk de laatste dag van de eerste maand van het kwartaal een aanvraag hebben ingediend om voor de uitbetaling van de subsidie voor het desbetreffende kwartaal in aanmerking te komen.

Artikel 10. Voorwaarden kostprijs verlagende subsidie

1.

Alleen kinderopvangorganisaties die in het bezit zijn van een exploitatievergunning, dan wel in afwachting zijn van een beslissing omtrent de aanvraag van een exploitatievergunning en in 2019 aantoonbaar kinderen hebben opgevangen komen in aanmerking voor een kostprijs verlagende subsidie.

2.

Indien een kinderopvangorganisatie in afwachting is van een beslissing als bedoeld in het eerste lid en de exploitatievergunning op 1 februari 2021 niet is verleend, stopt de subsidieverlening of zoveel eerder indien het openbaar lichaam een negatief advies op het besluit heeft genomen.

3.

De kinderopvangorganisatie komt alleen in aanmerking voor een kostprijs verlagende subsidie voor kinderen die zijn ingeschreven als ingezetenen bij het openbaar lichaam waar de opvang plaats vindt.

4.

De kinderopvangorganisatie komt alleen in aanmerking voor een kostprijs verlagende subsidie als er sprake is van een schriftelijke overeenkomst betreffende de kinderopvang, tussen de kinderopvangorganisatie en de ouder.

5.

De kinderopvangorganisatie komt alleen in aanmerking voor een kostprijs verlagende subsidie als er sprake is van een door het openbaar lichaam goedgekeurd transitieplan of indien het transitieplan uiterlijk 1 december 2021, of, indien de beschikking tot subsidieverlening is gedateerd op of na 2 augustus 2021, vier maanden na de dag waarop de subsidie is verleend, is goedgekeurd door het openbaar lichaam.

6.

Het vijfde lid is niet van toepassing op kinderopvangorganisaties die op of na 1 januari 2022 kostprijs verlagende subsidie aanvragen.

7.

De kinderopvangorganisatie komt alleen in aanmerking voor een kostprijs verlagende subsidie als er sprake is van kinderopvang zoals in de overeenkomst, bedoeld in het vierde lid, is vastgelegd.

8.

De minister kan indien niet wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, op advies van het openbaar lichaam een uitzondering maken in het belang van het kind.

Artikel 11. Verplichtingen kostprijs verlagende subsidie

1.

Indien er geen sprake is van een kindplaatssubsidie die de ouderbijdrage volledig compenseert, is de kinderopvangorganisatie verplicht een ouderbijdrage aan de ouder in rekening te brengen.

2.

De kinderopvangorganisatie is verplicht zich aan de in het transitieplan gemaakte afspraken te houden, indien artikel 10, vijfde lid, van toepassing is.

3.

De kinderopvangorganisatie werkt mee aan het programma BES(t) 4 kids en kostprijsonderzoeken die in het kader van het programma worden uitgevoerd.

Artikel 12. Hoogte kostprijs verlagende subsidie

1.

De hoogte van de kostprijs verlagende subsidie per dagdeel per kind voor de dagopvang bedraagt voor de periode van:

2.

De hoogte van de kostprijs verlagende subsidie per dagdeel per kind voor de buitenschoolse opvang bedraagt voor de periode van:

3.

De hoogte van de kostprijs verlagende subsidie voor de gastouderopvang per dagdeel per kind voor de dagopvang bedraagt op Bonaire voor de periode van:

4.

De hoogte van de kostprijs verlagende subsidie voor de gastouderopvang per dagdeel per kind voor de buitenschoolse opvang bedraagt op Bonaire voor de periode van:

5.

De subsidie bedraagt voor een kinderopvangorganisatie per locatie maximaal de hoogte van de kostprijs verlagende subsidie vermenigvuldigd met het maximale aantal kinderen dat volgens de exploitatievergunning wordt opgevangen. Het maximale aantal dagdelen per kind is twee dagdelen per dag en 40 dagdelen per maand voor de dagopvang en maximaal één dagdeel per dag en 20 dagdelen per maand voor de buitenschoolse opvang, met uitzondering van schoolvakanties waarbij buitenschoolse opvang maximaal twee dagdelen per dag is.

6.

In afwijking van het eerste tot en met vierde lid kan de minister op aanvraag de kostprijs verlagende subsidie op een openbaar lichaam verhogen met ten hoogste de minimale ouderbijdrage voor de betreffende opvangsoort op dat openbaar lichaam, indien de continuïteit van de kinderopvang anders in het gedrang komt.

7.

Onverminderd het eerste tot en met vierde lid wordt de kostprijs verlagende subsidie per half jaar verhoogd per kind dat de kinderopvangorganisatie opvangt op de peildatum 1 april onderscheidenlijk 1 oktober in dat half jaar en dat jonger is dan de leeftijd, bedoeld in dit lid. De verhoging is aanvullend op de maximale subsidie per locatie, bedoeld in het vijfde lid, en bedraagt voor de periode:

8.

De aanhef van het zevende lid is van overeenkomstige toepassing op de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026, met dien verstande dat de peildatum 1 januari 2026 is. De verhoging bedraagt voor die periode $ 800 op Bonaire, $ 887 op Sint Eustatius en $ 944 op Saba per kind dat op de peildatum jonger is dan een jaar.

Artikel 13. Hoogte ouderbijdrage

1.

Voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021 bedraagt voor de ouders op Bonaire de ouderbijdrage bij het maximale aantal dagdelen per maand, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, voor de:

2.

Voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2022 bedraagt voor de ouders op Bonaire de ouderbijdrage bij het maximale aantal dagdelen per maand, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, voor de:

3.

Voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021 bedraagt voor de ouders op Sint Eustatius de ouderbijdrage bij het maximale aantal dagdelen per maand, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, voor de:

4.

Voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2022 bedraagt voor de ouders op Sint Eustatius de ouderbijdrage bij het maximale aantal dagdelen per maand, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, voor de:

5.

Voor de ouders op Saba bedraagt de ouderbijdrage bij het maximale aantal dagdelen per maand, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, voor de:

6.

Voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2026 bedraagt voor de ouders op Bonaire de ouderbijdrage bij het maximale aantal dagdelen per maand, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, voor de:

7.

Voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2026 bedraagt voor de ouders op Sint Eustatius de ouderbijdrage bij het maximale aantal dagdelen per maand, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, voor de:

8.

Indien de ouderbijdrage die de kinderopvangorganisatie in rekening bij de ouder heeft gebracht voor 1 juli 2020, lager is dan de ouderbijdrage zoals opgenomen in het eerste tot en met zevende lid, kan de minister op advies van het openbaar lichaam afwijken van de bedragen genoemd in deze leden.

9.

Indien de kinderopvangorganisatie een hogere ouderbijdrage in rekening heeft gebracht dan op grond van dit artikel is toegestaan, kan de subsidie worden gekort met het te veel in rekening gebrachte bedrag.

Artikel 14. Kindplaatssubsidie

1.

De kinderopvangorganisatie kan in aanvulling op de kostprijs verlagende subsidie in aanmerking komen voor een kindplaatssubsidie.

2.

De minister laat zich adviseren over de kindplaatssubsidie door het openbaar lichaam waar de kinderopvang plaats vindt.

3.

De aanvraag voor een kindplaatssubsidie wordt door de kinderopvangorganisatie, die in het bezit is van een advies van het openbaar lichaam, bij de minister ingediend.

4.

Dit advies bevat:

Artikel 15. Subsidieverlening en betaling

1.

In de verleningsbeschikking voor de kostprijs verlagende subsidie en kindplaatssubsidie is de hoogte van het subsidiebedrag opgenomen.

2.

De subsidiebedragen worden in dollars verleend, uitgekeerd en vastgesteld.

3.

Het advies van het openbaar lichaam maakt deel uit van de motivering van de verleningsbeschikking.

4.

De minister betaalt de kostprijs verlagende subsidies en de kindplaatssubsidies per kwartaal in de vorm van een voorschot.

5.

Na afloop van ieder halfjaar dat is aangevangen op 1 januari of 1 juli wordt het volgende voorschot opnieuw bepaald op basis van de informatie als bedoeld in artikel 16 en vindt zo nodig verrekening plaats met betrekking tot het voorgaande halfjaar.

6.

Indien het eerste kwartaal waarover kostprijs verlagende subsidie is aangevraagd aanving op 1 april of 1 oktober, wordt het eerstvolgende voorschot in afwijking van het vijfde lid bepaald na afloop van dat kwartaal en vindt zo nodig verrekening plaats met betrekking tot dat kwartaal.

7.

De kinderopvangorganisatie kan bij de minister een aanvraag doen tot een eenmalig voorschot met een maximale hoogte van 35% van het bedrag vastgesteld aan de hand van de informatie, bedoeld in artikel 16, eerste lid. Dit voorschot wordt in het laatste kwartaal voorafgaand aan de vaststelling verrekend.

8.

De kinderopvangorganisatie kan bij de minister in de periode van 15 tot en met 31 maart of van 15 tot en met 30 september een aanvraag doen om het voorschot, bedoeld in het vierde lid, voor het volgende kwartaal te verhogen met ten minste 10% ten opzichte van daaraan voorafgaande kwartaal.

9.

De looptijd van de subsidie wordt bepaald bij verleningsbeschikking maar eindigt in ieder geval op 31 maart 2026.

10.

Na afloop van het eerste kwartaal van 2026 wordt geen volgend voorschot bepaald. Zo nodig vindt na afloop van het eerste kwartaal van 2026 verrekening plaats met betrekking tot dat kwartaal.

11.

Het zevende en achtste lid zijn niet van toepassing op de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026.

Artikel 16. Informatieverplichtingen

1.

Na afloop van ieder halfjaar dat is aangevangen op 1 januari of 1 juli en na afloop van het eerste kwartaal, indien dit is aangevangen op 1 april of 1 oktober, is de kinderopvangorganisatie verplicht om in een door de minister verstrekt formulier de afname van het aantal dagdelen per kind van dat halfjaar, onderscheidenlijk dat eerste kwartaal, op te nemen en aan de minister te verstrekken alsmede een actualisatie van de gegevens met betrekking tot het aantal kinderen dat in het daaropvolgende halfjaar wordt verwacht en het aantal af te nemen dagdelen.

2.

De administratie van een kinderopvangorganisatie is inzichtelijk en controleerbaar ingericht zodat op verzoek van de minister, onverwijld de gegevens of inlichtingen over de gegevens, bedoeld in het derde lid, kunnen worden verstrekt die voor de aanspraak van een kinderopvangorganisatie op en de hoogte van de kostprijs verlagende subsidie en kindplaatssubsidie en het voorschot daarop van belang kunnen zijn.

3.

De administratie van een kinderopvangorganisatie bevat in ieder geval de volgende gegevens:

4.

De kinderopvangorganisatie bewaart de administratie gedurende ten minste vijf jaar na vaststelling van de subsidie.

5.

Indien er vermoedens zijn dat de met ouders overeengekomen schriftelijke overeenkomsten per kind onjuist zijn, kan de minister de kinderopvangorganisatie verzoeken om in contact gebracht te worden met de ouder.

6.

Indien de administratie van een kinderopvangorganisatie niet op zodanige wijze is ingericht dat hij voldoet aan de verplichtingen in dit artikel genoemd, wordt de kinderopvangorganisatie binnen een door de minister te bepalen termijn in de gelegenheid gesteld dit te herstellen. Indien herstel naar het oordeel van de Minister niet mogelijk is, kan de Minister, in afwijking van de vorige zin, de kinderopvangorganisatie binnen een door de Minister te bepalen termijn in de gelegenheid stellen op andere wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht.

7.

De kinderopvangorganisatie is verplicht om wijzigingen in de volgende gegevens onverwijld door te geven aan de minister:

8.

In afwijking van het eerste lid is de kinderopvangorganisatie na afloop van het eerste kwartaal van 2026 verplicht om in een door de minister verstrekt formulier de afname van het aantal dagdelen per kind van dat kwartaal op te nemen en aan te minister te verstrekken. De kinderopvangorganisatie verstrekt geen actualisatie van de gegevens met betrekking tot het aantal kinderen dat in het daaropvolgende halfjaar wordt verwacht en het aantal af te nemen dagdelen.

Artikel 17. Weigeringsgronden

De subsidie wordt in ieder geval niet verleend indien:

Artikel 18. Intrekking subsidie

1.

Indien de exploitatievergunning van de kinderopvangorganisatie wordt ingetrokken stopt de subsidie per datum waarop de exploitatievergunning is ingetrokken en wordt de beschikking ingetrokken.

2.

Onverminderd artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht kan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken, of ten nadele van de kinderopvangorganisatie worden gewijzigd, indien binnen drie maanden na het verlenen van de subsidiebeschikking geen aanvang is gemaakt met het verzorgen van kinderopvang.

3.

Indien niet aan de voorwaarden en verplichtingen die in deze regeling zijn opgenomen is voldaan, kan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken, of ten nadele van de kinderopvangorganisatie worden gewijzigd.

4.

Indien de beschikking tot subsidieverlening wordt ingetrokken of ten nadele van de kinderopvangorganisatie gewijzigd, kan het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd geheel of gedeeltelijk van de kinderopvangorganisatie worden teruggevorderd.

5.

Het vierde lid is niet van toepassing, indien de beschikking tot subsidieverlening wordt ingetrokken omdat niet is voldaan aan artikel 10, vijfde lid.

Artikel 19. Verantwoording en vaststellen subsidie

1.

De ontvanger van een subsidie, toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.

2.

De minister neemt binnen 30 weken na afloop van de datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend, zijn verricht, ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.

3.

De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Artikel 20. Inwerkingtreding en vervaldatum

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2020.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2026, met dien verstande dat de regeling zoals deze luidde op 30 juni 2026 van toepassing blijft op de afwikkeling van subsidieaanvragen en ingestelde gerechtelijke procedures op grond van deze regeling.

Artikel 21. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 19a. Vrijstelling

1.

De minister kan op verzoek van het openbaar lichaam, voor zover het belang van de veiligheid of de gezondheid van de kinderen of het personeel zich daartegen niet verzet, een kinderopvangorganisatie of gastouder voor een periode van ten hoogste drie maanden vrijstelling verlenen van de artikelen 10, zevende lid, of 11, eerste lid, indien die organisatie of gastouder als gevolg van een calamiteit niet aan de in die artikelen genoemde voorwaarden kan voldoen.

2.

De periode, genoemd in het eerste lid, kan eenmalig met drie maanden worden verlengd.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)