Wet van 8 april 2020, houdende regels met betrekking tot de openbare registers voor registergoederen en de kadasters op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Kadasterwet BES)

Type Wet Bes
Publication 2024-12-11
State In force
Source BWB
artikelen 97
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Naast feiten die voor de rechtstoestand van registergoederen van belang zijn, kunnen in de openbare registers tevens algemene voorwaarden, modelreglementen en andere stukken, die niet op een bepaald registergoed betrekking hebben, worden ingeschreven, met het uitsluitend doel dat daarnaar in later ter inschrijving aangeboden stukken kan worden verwezen. De artikelen 18, 19, 20, eerste lid, eerste zin, en 22 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

Ter inschrijving van de in het eerste lid bedoelde stukken is naast het stuk zelf vereist een afschrift van dat stuk, gesteld op een door de bewaarder verstrekt formulier en voorzien van een verklaring van eensluidendheid. Artikel 16, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

De artikelen 24 tot en met 29 zijn niet van toepassing. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld waaraan ter inschrijving aangeboden stukken als bedoeld in het eerste lid moeten voldoen. Het bestuur van de Dienst stelt regels vast omtrent de wijze waarop de verwijzing in de latere stukken geschiedt.

4.

In een ter inschrijving aangeboden stuk kan slechts worden verwezen naar een eerder ingeschreven stuk, indien de inschrijving van het later ter inschrijving aangeboden stuk plaatsvindt in het openbaar lichaam waar het stuk waarnaar wordt verwezen, reeds is ingeschreven.

5.

Een verwijzing naar een stuk als bedoeld in het eerste lid, eerste zin, heeft tot gevolg dat het stuk waarnaar in een ter inschrijving aangeboden stuk wordt verwezen, geacht wordt deel uit te maken van de inschrijving die op grond van het aangeboden stuk plaatsvindt.

Artikel 53

1.

Een verandering van een in een ingeschreven stuk gekozen woonplaats, een alsnog ter zake van een inschrijving gedane keuze van woonplaats en de opheffing van een gekozen woonplaats kunnen worden ingeschreven. Ter inschrijving van de verandering, keuze of opheffing wordt een door of namens de belanghebbende ondertekende verklaring aangeboden die de nieuwe en de vorige gekozen of wettelijke woonplaats vermeldt, alsmede de datum van ingang.

2.

Een krachtens artikel 24, vijfde lid, van deze wet of de artikelen 260, eerste lid, van Boek 3 of 252, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES gekozen woonplaats, heeft, ongeacht of die met het oorspronkelijke stuk of krachtens het eerste lid is ingeschreven, geen ander gevolg dan dat:

  • a. daar exploten kunnen worden uitgebracht die de inschrijving betreffen, ter zake waarvan woonplaats werd gekozen;
  • b. daar de bij of krachtens de wet voorgeschreven mededelingen en kennisgevingen van de bewaarder en de Kadasters kunnen worden gedaan.
3.

Bij of krachtens deze wet voorgeschreven mededelingen en kennisgevingen worden in elk geval gedaan aan de laatste bij de Kadasters bekende woonplaats van de belanghebbende. In geval van overlijden van een persoon die tot een registergoed gerechtigd was, worden zodanige mededelingen en kennisgevingen aan zijn rechtsopvolgers gedaan aan het laatste bij de Kadasters bekende adres van de boedel of, als deze onbekend is, aan de laatst bekende woonplaats van de overleden persoon, alsmede aan de boedelnotaris, als deze bekend is.

Hoofdstuk 3. Registratie onroerende zaken en beperkte rechten

Artikel 54

1.

De gebouwde en ongebouwde eigendommen worden aangeduid door de opgave van de kadastrale afdeling, de sectie en het nummer, waaronder zij in de registers van de Kadasters bekend zijn en worden kadastrale percelen genaamd.

2.

In de kadastrale aanduiding wordt de afkorting van het openbaar lichaam vermeld, waar de onroerende zaak is gelegen. Het bestuur van de Dienst kan nadere regels stellen met betrekking tot de kadastrale aanduiding. Bij die regeling kan de kadastrale aanduiding per openbaar lichaam verschillend worden geregeld.

Artikel 55

1.

De kadastrale registratie, bestaande uit een verzameling administratieve gegeven met betrekking tot onroerende zaken, ontsluit de openbare registers door middel van:

  • a. de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak en van een appartementsrecht; en
  • b. de naam van de eigenaar van, of beperkt gerechtigde met betrekking tot een onroerende zaak, met uitzondering van de rechthebbende op een erfdienstbaarheid.
2.

Het bestuur van de Dienst kan regels stellen omtrent de in de kadastrale registratie op te nemen gegevens. De kadastrale registratie kan geen andere gegevens bevatten dan:

  • a. de kadastrale aanduiding van onroerende zaken en van appartementsrechten;
  • b. naam, voornamen, adres, geboortedatum en burgerlijke staat van de eigenaar van, beperkt gerechtigde met betrekking tot, of beslaglegger op, een onroerende zaak of, ingeval die eigenaar, gerechtigde of beslaglegger een rechtspersoon is, de rechtsvorm;
  • c. de wettelijke benaming van de beperkte rechten waaraan een onroerende zaak is onderworpen, en van de beslagen die op die zaak of dat beperkte recht zijn gelegd, als ook, of die zaak of dat beperkte recht onder bewind staat of ten aanzien daarvan een beding als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES is ingeschreven;
  • d. de kadastrale grootte, zijnde de indicatieve omvang van een perceel, berekend door de Kadasters;
  • e. gegevens die krachtens een andere wet aan de Kadasters ter inschrijving in de openbare registers, respectievelijk ter opneming in de kadastrale registratie, worden aangeboden;
  • f. ten aanzien van een eigenaar en beperkt gerechtigde als bedoeld onder b: een verwijzing naar alle in de openbare registers ingeschreven of geboekte stukken, voor zover die stukken betreffen onroerende zaken en rechten waaraan die zaken zijn onderworpen;
  • g. ten aanzien van een onroerende zaak en een appartementsrecht: een verwijzing naar alle daarop betrekking hebbende, in de openbare registers ingeschreven of geboekte stukken;
  • h. voor zover op een onroerende zaak een recht van hypotheek rust, het bedrag waarvoor de hypotheek is gevestigd, of indien dit bedrag nog niet vaststaat, het maximumbedrag dat uit hoofde van een hypotheek op het goed kan worden verhaald;
  • i. feitelijke gegevens met betrekking tot een onroerende zaak, een beperkt recht met betrekking tot die zaak of een appartementsrecht, voor zover die een nadere omschrijving, een beperking, een begunstiging of een kenmerk bevatten, die voor het rechtsverkeer of de landelijke kadastrale kaart van belang zijn, of voor zover die betrekking hebben op het beheer, de domicilie of de beschikkingsbevoegdheid van de eigenaar van, beperkt gerechtigde met betrekking tot, of de beslaglegger op, een onroerende zaak, een beperkt recht of een appartementsrecht;
  • j. het aandeel van een eigenaar of beperkt gerechtigde als bedoeld onder b in geval van een gemeenschap.
3.

De kadastrale registratie bevat een kadastrale kaart. Die kaart is toegankelijk door middel van een coördinaat in het net van coördinaatpunten of de kadastrale aanduiding van een perceel. De kadastrale kaart bevat:

  • a. de afbeelding van de op basis van inlichtingen van belanghebbenden en met gebruikmaking van de aan de kadastrale kaart ten grondslag liggende bescheiden door de Kadasters vastgestelde grens tussen percelen, weergegeven in het net van coördinaatpunten;
  • b. de kadastrale aanduiding van een perceel;
  • c. een voorstelling van de omtrek van een hoofd- of bijgebouw op een perceel, met dien verstande dat de omtrek van een bijgebouw uitsluitend wordt weergegeven indien die weergave naar het oordeel van de Dienst nodig is voor een goede oriëntatie op de kadastrale kaart.

Hoofdstuk 4. Registratie voor schepen

Artikel 56

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 57

De eigenaar, de beperkt gerechtigde en de gebruiker van een privéschip zijn verplicht te gedogen dat daarop een brandmerk als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder c, wordt aangebracht ter uitvoering van aan de Kadasters opgedragen taken.

Hoofdstuk 5. Registratie voor luchtvaartuigen

Artikel 58

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk 6. Bijwerking van de registraties

Titel 1. Algemene bepalingen

Artikel 59

1.

Bijwerking vindt plaats als bijhouding.

2.

Bijwerking van de kadastrale registratie vindt tevens plaats als vernieuwing.

3.

Het bestuur van de Dienst kan regels stellen omtrent de bijhouding van de in de kadastrale registratie, de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen op te nemen gegevens.

Artikel 60

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 61

Een belanghebbende kan bezwaar of beroep instellen tegen een beschikking inzake de bijhouding nadat die bijhouding is voltooid.

Titel 2. Bijhouding van de kadastrale registratie

Artikel 62

1.

De metingen en andere werkzaamheden, nodig voor het inrichten en in stand houden van de kadastrale registraties, worden door of onder verantwoordelijkheid van de ambtenaren of de ambtenaren van de Dienst verricht.

2.

Het bestuur van de Dienst kan andere diensten, belast met het bijhouden van kadasters binnen het Koninkrijk, mandateren tot het verrichten van de metingen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 63

1.

Personen die door de Kadasters of een daartoe op grond van een wettelijk voorschrift bevoegde functionaris zijn belast met aan de uitvoering van de aan de Kadasters opgedragen taken verbonden werkzaamheden, zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur en andere hulpmiddelen, elke plaats te betreden, onverminderd de artikelen 155 tot en met 163 van het Wetboek van Strafvordering BES, en daar een waarneming, meting of graving te verrichten en daarop of daarin een teken te stellen, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van hun taak ter uitvoering van aan de Kadasters opgedragen taken.

2.

De eigenaar, de beperkt gerechtigde en de gebruiker van een registergoed zijn verplicht aan een persoon als bedoeld in het eerste lid binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden, genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat de toegang slechts wordt verleend tussen zeven uur ’s morgens en zes uur ’s avonds en dat die niet behoeft te worden verleend op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.

3.

De eigenaar, de beperkt gerechtigde en de gebruiker van een gebouw en grond zijn verplicht te gedogen dat daarop of daarin een teken wordt gesteld ter uitvoering van aan de Kadasters opgedragen taken. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op het aanbrengen van een brandmerk op een privéschip als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder c.

4.

Indien de toegang wordt geweigerd, verschaffen de personen, bedoeld in het eerste lid, zich zo nodig toegang met behulp van de sterke arm. Indien het verrichten van de handelingen, bedoeld in het eerste lid, niet wordt toegestaan of de medewerking, bedoeld in het tweede lid, niet wordt verleend, zijn de personen, bedoeld in het eerste lid, bevoegd het verrichten van de handelingen, bedoeld in het eerste lid, zo nodig met behulp van de sterke arm mogelijk te maken.

Artikel 64

1.

Een persoon als bedoeld in artikel 63, eerste lid, draagt bij het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in dat artikel een legitimatiebewijs bij zich, dat is uitgegeven door het bestuur van de Dienst, en toont zijn legitimatiebewijs desgevraagd terstond.

2.

Het legitimatiebewijs bevat een foto van de betrokken persoon en vermeldt in elk geval zijn naam en hoedanigheid.

3.

Het model van het legitimatiebewijs wordt vastgesteld bij regeling van het bestuur van de Dienst.

Artikel 65

1.

De percelen grond, welke op aanvraag van belanghebbenden zijn opgemeten, worden op hun kosten, ten genoegen van de Kadasters, van duurzame officiële grenstekens voorzien.

2.

De percelen grond, welke ten behoeve van de inrichting van de kadastrale registratie zijn opgemeten, worden op kosten van de Kadasters van gelijke grenstekens voorzien.

3.

Verplaatsing van eenmaal aangebrachte grenstekens, zonder toestemming van de Kadasters, is verboden.

4.

Bij ministeriële regeling worden de eisen opgenomen waaraan de te plaatsen grenstekens moeten voldoen.

Artikel 66

1.

Hij die handelt in strijd met het bepaalde bij artikel 65, derde lid, wordt, gestraft met een geldboete van de tweede categorie.

2.

Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opdracht heeft gegeven tot verplaatsing van eenmaal aangebrachte grenstekens zonder toestemming van de Kadasters, indien de verplaatsing ingevolge die opdracht is geschied.

3.

De in dit artikel strafbaar gestelde feiten, worden beschouwd als overtredingen.

Artikel 67

1.

De rechthebbende op de grond is verplicht de grenstekens in behoorlijke staat, ter beoordeling van de Kadasters, te onderhouden.

2.

Door de Kadasters wordt, indien na schriftelijke aanmaning op een termijn van een maand niet het nodig geoordeelde bijzonderlijk omschreven onderhoud is geschied, op kosten van de nalatige daarin voorzien.

Titel 3. Kadastrale vernieuwing

Artikel 68

Vernieuwing vindt plaats op grond van veranderingen, voor zover deze blijken uit in de openbare registers ingeschreven akten van vernieuwing als bedoeld in artikel 73.

Artikel 69

Het voorstel van vernieuwing als bedoeld in artikel 72, derde lid, geldt als een beschikking als bedoeld in artikel 3 van de Wet administratieve rechtspraak BES.

Artikel 70

In bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen is de Dienst bevoegd te onderzoeken of de gegevens betreffende de rechtstoestand, de grootte en feitelijke gesteldheid van onroerende zaken, alsmede de gegevens betreffende de rechtstoestand van de rechten waaraan deze onroerende zaken onderworpen zijn, die zijn weergegeven in de kadastrale registratie en de aan de kadastrale kaart ten grondslag liggende bescheiden juist en volledig zijn.

Artikel 71

1.

Vóór de aanvang van een onderzoek van vernieuwing als bedoeld in artikel 70 maakt het bestuur van de Dienst het voornemen daartoe openbaar volgens bij ministeriële regeling gegeven regels. Bij algemene maatregel van bestuur kan voor daarin omschreven gevallen worden bepaald dat openbaarmaking achterwege kan blijven op de grond dat het bereiken van alle belanghebbenden door het bepaalde in het tweede lid voldoende gewaarborgd is.

2.

De Dienst doet in elk geval van een voornemen tot een onderzoek van vernieuwing schriftelijk mededeling aan de eigenaar en beperkt gerechtigde met betrekking tot de onroerende zaak, waarop de vernieuwing betrekking heeft, alsmede aan de personen die bij de Kadasters of de Dienst anderszins als belanghebbenden bij de vernieuwing bekend zijn. De mededeling houdt in elk geval in de dag en het uur waarop de aanwijzing die de grondslag vormt voor de meting, zal plaatsvinden.

3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de mededeling, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan.

4.

Een voornemen tot een onderzoek van vernieuwing wordt bij het desbetreffende perceel in de kadastrale registratie vermeld volgens door het bestuur van de Dienst vast te stellen regels.

5.

In de mededeling, bedoeld in het tweede lid, wordt gewezen op de in I, genoemde gevolgen die de wet aan de vernieuwing verbindt.

Artikel 72

1.

De met het onderzoek van vernieuwing belaste ambtenaar wint, zo nodig ter plaatse, inlichtingen in, verzoekt zo nodig om overlegging of openlegging van bescheiden en doet de nodige waarnemingen. De belanghebbenden, bedoeld in artikel 71, tweede lid, dienen, indien naar het oordeel van de ambtenaar nodig door aanwijzing ter plaatse, de door de ambtenaar voor de vernieuwing benodigde inlichtingen te verschaffen en daartoe zo nodig bescheiden over te leggen of open te leggen.

2.

De ambtenaar maakt een relaas van zijn bevindingen. Indien ten behoeve van het onderzoek een meting plaatsvindt, worden de daardoor verkregen gegevens eveneens opgenomen in het relaas van bevindingen.

3.

Op de grondslag van het relaas van bevindingen worden voorstellen van vernieuwing gemaakt. Alvorens daartoe wordt overgegaan, wordt nagegaan of na het onderzoek van vernieuwing met betrekking tot de onroerende zaak waarop het voorstel betrekking heeft, nog bijhoudingen hebben plaatsgevonden. Is dat het geval, dan wordt in het voorstel afzonderlijk melding gemaakt van die bijhoudingen, overeenkomstig door het bestuur van de Dienst vast te stellen regels. Elk voorstel bevat in elk geval de gegevens omtrent de rechten, de rechthebbenden, de grootte en de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak waarop het betrekking heeft, zoals deze luiden op de dag waarop het voorstel is opgemaakt.

4.

Bij het maken van een voorstel van vernieuwing wordt geen acht geslagen op niet-ingeschreven feiten waarvan het rechtsgevolg slechts kan intreden door inschrijving daarvan in de openbare registers.

5.

In het voorstel worden de gegevens omtrent rechten van hypotheek en inbeslagnemingen, zoals deze blijken uit de in de openbare registers ingeschreven stukken, ongewijzigd overgenomen. Indien tijdens het onderzoek is gebleken dat de omvang van de onroerende zaak waarop het recht van hypotheek is gevestigd of waarop beslag is gelegd, wijziging heeft ondergaan, wordt bij het opmaken van het voorstel op die wijziging acht geslagen.

6.

In het voorstel worden slechts gegevens omtrent die erfdienstbaarheden vermeld welke in de kadastrale registratie zijn vermeld, of, indien niet daarin vermeld, waarvan het bestaan aannemelijk is geworden op grond van inlichtingen, bescheiden of waarnemingen als bedoeld in het eerste lid.

7.

Het voorstel van vernieuwing wordt bekendgemaakt aan belanghebbenden door toezending of uitreiking. De verzending vindt plaats op dezelfde dag als de bekendmaking overeenkomstig het negende lid.

8.

Indien overeenkomstig paragraaf 1 of 2 van hoofdstuk 4 van de Wet administratieve rechtspraak BES een heroverweging plaatsvindt van het voorstel van vernieuwing, bevat de beschikking in heroverweging alle gegevens uit het voorstel van vernieuwing omtrent de rechten, de rechthebbenden, de kadastrale aanduiding en de grootte van de onroerende zaak, waarop de vernieuwing betrekking heeft, ook die waarvan de juistheid door belanghebbenden niet is betwist.

9.

Het bestuur van de Dienst doet mededeling van het voorstel van vernieuwing in de Staatscourant. Van de indiening van bezwaarschriften en het instellen van beroep, alsmede van daarop gegeven beslissingen wordt bij het voorstel melding gemaakt overeenkomstig door het bestuur van de Dienst vast te stellen regels.

Artikel 73

1.

Voor zover tegen een voorstel van vernieuwing geen, of niet tijdig, bezwaren zijn ingediend, de beschikking in heroverweging onherroepelijk is geworden of het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitspraak heeft gedaan, wordt door een daartoe door de Dienst aangewezen notaris een akte van vernieuwing opgemaakt. De akte wordt door de Dienst ondertekend.

2.

Een akte van vernieuwing kan op een of meer voorstellen van vernieuwing betrekking hebben. De akte bevat ten aanzien van elke onroerende zaak waarop de vernieuwing betrekking heeft, het relaas van bevindingen, de inhoud van het voorstel van vernieuwingen en, ingeval er onherroepelijk in heroverweging is beschikt of door het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitspraak is gedaan, die beslissing of uitspraak. Bescheiden die tijdens het onderzoek aan de met het onderzoek van vernieuwing belaste ambtenaar worden overgelegd, worden in de akte vermeld en daaraan in afschrift gehecht.

3.

Tevens worden overeenkomstig door het bestuur van de Dienst vast te stellen regels aan de voet van de akte van vernieuwing ten aanzien van elke onroerende zaak waarop de vernieuwing betrekking heeft, afzonderlijk vermeld de in artikel 72, derde lid, bedoelde bijhoudingen alsmede die bijhoudingen, als die hebben plaatsgevonden, welke zich hebben voorgedaan tussen het tijdstip van de dagtekening van het voorstel van vernieuwing en dat van de dagtekening van de akte van vernieuwing.

4.

Een bezwaar of beroep ter zake van een bijhouding als bedoeld in het derde lid kan op verzoek van de belanghebbende gevoegd worden behandeld met bezwaren of beroepen ter zake van een voorstel van vernieuwing. De behandeling kan op verzoek van de belanghebbende ook worden aangehouden tot na het verlijden van de akte van vernieuwing.

5.

De akte van vernieuwing wordt ingeschreven in de openbare registers.

Artikel 74

1.

Na de inschrijving, bedoeld in artikel 73, vijfde lid, wordt de kadastrale registratie met bekwame spoed vernieuwd op de voet van de akte van vernieuwing.

2.

Zij die volgens de akte van vernieuwing rechthebbende zijn op een daarin opgenomen onroerende zaak of recht dat geen recht van hypotheek is, gelden voor de toepassing van de verjaring, bedoeld in artikel 99 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES, met ingang van de dag van de inschrijving als bezitter te goeder trouw van die zaak of dat recht zoals zij in de akte worden omschreven.

3.

De in artikel 106 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES bedoelde rechtsvordering van een beperkt gerechtigde, wiens recht niet in de akte van vernieuwing is opgenomen, verjaart in elk geval door verloop van tien jaren na de dag van de inschrijving van deze akte.

Hoofdstuk 7. Verstrekking van inlichtingen

Artikel 75

1.

Desgevraagd verleent de bewaarder inzage van de openbare registers, de kadastrale registratie, de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen en geeft hij af of zendt toe voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels van de in deze registers ingeschreven of geboekte stukken, alsmede getuigschriften omtrent het al dan niet bestaan van inschrijvingen of voorlopige aantekeningen betreffende een registergoed of een persoon.

2.

Het bestuur van de Dienst stelt de vorm van de afschriften, uittreksels en getuigschriften vast, alsmede regels omtrent de wijze van raadplegen van de in het eerste lid bedoelde registers.

Artikel 76

1.

Indien met betrekking tot een registergoed inschrijvingen ter zake van hypotheken en beslagen in de openbare registers, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder a tot en met c, zijn doorgehaald, wordt op de getuigschriften inzake dat registergoed ten aanzien van hypotheken en beslagen melding gemaakt van het feit dat doorhaling heeft plaatsgevonden.

2.

Indien met betrekking tot een registergoed in het register van voorlopige aantekeningen, bedoeld in artikel 12 eerste lid, onder d, voorlopige aantekeningen zijn gesteld die nog niet zijn doorgehaald, wordt op de getuigschriften inzake dat registergoed melding gemaakt van die nog niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen.

Artikel 77

1.

Desgevraagd verstrekken de Kadasters inlichtingen over het net van coördinaatpunten.

2.

Desgevraagd verstrekken de Kadasters inlichtingen over de geografische gegevens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder d, en verlenen de Kadasters inzage van de daaraan ten grondslag liggende bescheiden.

Artikel 78

Het bestuur van de Dienst stelt vast:

  • a. de vorm van de afschriften, uittreksels en getuigschriften, bedoeld in de artikelen 75 tot en met 77, alsmede de gevallen waarin de Kadasters getuigschriften opmaken;
  • b. de wijze en plaats van raadpleging van de openbare registers, de kadastrale registratie en de aan de kadastrale kaart ten grondslag liggende bescheiden, de registratie voor schepen en andere documenten betreffende privéschepen, de registratie voor luchtvaartuigen en andere documenten betreffende luchtvaartuigen, de geografische gegevens en de aan die gegevens ten grondslag liggende bescheiden;
  • c. de wijze waarop de waarmerking, bedoeld in artikel 75, eerste lid, van in papieren vorm te verstrekken afschriften, uittreksels en getuigschriften als bedoeld in dat artikel plaatsvindt;
  • d. de wijze waarop in elektronische vorm te verstrekken afschriften, uittreksels en getuigschriften als bedoeld in artikel 75, eerste lid, worden gewaarmerkt, waartoe zij ten minste worden voorzien van een elektronische handtekening van de bewaarder en welke waarmerking wat betreft afschriften en uittreksels mede omvat de waarmerking voor eensluidendheid;
  • e. de wijze waarop inlichtingen over het net van coördinaatpunten worden verstrekt, en
  • f. de wijze waarop inlichtingen over geografische gegevens worden verstrekt en de wijze waarop inzage wordt verleend van de aan die geografische gegevens ten grondslag liggende bescheiden.

Artikel 79

Het bestuur van de Dienst stelt regels vast omtrent de wijze waarop vergissingen, verzuimen of andere onregelmatigheden, begaan door de bewaarder bij de inschrijving van stukken in de openbare registers, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder a tot en met c, bij het stellen daarin van aantekeningen, daaronder begrepen doorhalingen van inschrijvingen in die registers, bij de boeking van stukken in de registers van voorlopige aantekeningen, of bij de doorhaling van voorlopige aantekeningen, worden hersteld.

Artikel 80

Artikel 27 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES is niet van toepassing ingeval de verstrekking van inlichtingen ingevolge dit hoofdstuk persoonsgegevens betreft.

Artikel 81

Ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen die in de kadastrale registratie, de registratie voor schepen en in de registratie voor luchtvaartuigen vermeld staan, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor een daarbij aangewezen soort of daarbij aangewezen soorten van persoonsgegevens beperkingen worden gesteld ten aanzien van de verstrekking van inlichtingen als bedoeld in de artikelen 75 tot en met 79. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld voor de behandeling van verzoeken tot afscherming van persoonsgegevens.

Hoofdstuk 8. Vergoedingen

Artikel 82

1.

Betrokkenen zijn aan de Kadasters wegens het krachtens deze wet verrichten van diensten door de bewaarder of de Kadasters vergoedingen verschuldigd overeenkomstig de door het bestuur van de Dienst vastgestelde regels.

2.

De vergoedingen worden tot geen hoger bedrag vastgesteld dan wordt vereist tot dekking van de ten laste van de Kadasters komende kosten van het verrichten van diensten, bedoeld in het eerste lid.

3.

Het bestuur van de Dienst stelt regels vast omtrent de wijze waarop een vergoeding wordt voldaan of verrekend.

4.

Het bestuur van de Dienst kan regels stellen met betrekking tot de gevallen waarin en de verrichtingen ten aanzien waarvan in die gevallen geen vergoeding is verschuldigd.

5.

Het bestuur van de Dienst is bevoegd om in bijzondere gevallen vrijstelling, vermindering of teruggaaf van de vergoeding te verlenen.

Artikel 83

1.

Het bestuur van de Dienst stelt de regels met betrekking tot de hoogte van de vergoedingen, bedoeld in artikel 82, eerste lid, niet vast dan nadat de bestuurscolleges van de openbare lichamen de gelegenheid is geboden om binnen acht weken na toezending van een voorstel met betrekking tot de hoogte van de vergoedingen zienswijzen kenbaar te maken.

2.

Bij het aanbieden ter goedkeuring, als bedoeld in artikel 17 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, vermeldt het bestuur van de Dienst over de voorgestelde vergoedingen de zienswijze van de raad van toezicht, bedoeld in artikel 3 van de Organisatiewet Kadaster en de zienswijzen, bedoeld in het eerste lid dan wel het feit dat niet binnen de termijn, bedoeld in dat lid, zienswijzen kenbaar zijn gemaakt, alsmede de wijze waarop het bestuur met de zienswijzen van de raad van toezicht respectievelijk de bestuurscolleges is omgegaan.

3.

Het bepaalde krachtens artikel 11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 9. Overige bepalingen

Artikel 84

1.

De Dienst is jegens belanghebbenden aansprakelijk voor de schade die zij lijden doordat in strijd met de wet een inschrijving is geweigerd of geschied.

2.

De Dienst is eveneens aansprakelijk voor alle verdere vergissingen, verzuimen, vertragingen of andere onregelmatigheden van zijn ambtenaren, gepleegd bij het houden van de openbare registers of bij het opmaken of afgeven van afschriften, uittreksels en getuigschriften.

3.

De Dienst is jegens belanghebbenden aansprakelijk voor vergissingen, verzuimen of andere onregelmatigheden door de Dienst begaan bij het bijwerken van en het verstrekken van inlichtingen uit de kadastrale registratie en de aan de kadastrale kaart ten grondslag liggende bescheiden, alsmede de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen.

4.

De Dienst is aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door een vergissing, verzuim of een andere onregelmatigheid door hem begaan bij:

  • b. het in papieren vorm en in elektronische vorm verstrekken van inlichtingen omtrent de geografische gegevens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder d.
5.

Het bestuur van de Dienst kan regels stellen met betrekking tot de aansprakelijkheid voor de gevolgen van storingen in de middelen die de Dienst gebruikt bij elektronische gegevensuitwisseling als bedoeld in deze wet.

Artikel 85

1.

Door het bestuur van de Dienst te nemen beslissingen en te stellen regels als bedoeld in deze wet worden geplaatst in de Staatscourant.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de beslissingen, bedoeld in de artikelen 9, 10, tweede en derde lid, 12, vierde en vijfde lid, 16, derde tot en met zevende lid, 23 en 75, tweede lid, 82, vijfde lid.

Hoofdstuk 10. Wijziging van andere wetten

Artikel 86

Wijzigt de Organisatiewet Kadaster.

Artikel 87

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek BES Boek 3.

Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen

Artikel 88

De kadastrale registratie omvat mede het kadaster, bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet, voor zover zij betrekking heeft op gebouwde en ongebouwde eigendommen in het betreffende openbaar lichaam.

Artikel 89

1.

Artikel 30 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES, zoals het luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing met betrekking tot aansprakelijkheid en schadevergoeding ter zake van in dat artikel bedoelde feiten die zich hebben voorgedaan vóór dat tijdstip.

2.

Het desbetreffende openbare lichaam blijft aansprakelijk voor schade veroorzaakt door vergissingen, verzuimen of andere onregelmatigheden die zich hebben voorgedaan vóór de inwerkingtreding van deze wet met betrekking tot het verrichten van de taken door het Kadaster, bedoeld in artikel 2 van de Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 90

1.

De bewaarder haalt ambtshalve de teboekstelling van andere schepen dan privéschepen in de openbare registers door, indien deze schepen niet binnen zes maanden na inwerkingtreding van deze wet te boek zijn gesteld in de openbare registers, bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

2.

Teboekstelling in de openbare registers, bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, als bedoeld in het eerste lid, is kosteloos.

Artikel 91

De tarieven, bedoeld in artikel 3 van de Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES en artikel 117 van de Wet openbare registers BES, zoals die luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven van kracht tot het tijdstip waarop de vergoedingen, bedoeld in artikel 82, overeenkomstig artikel 83 zijn vastgesteld.

Artikel 92

De handelingen van het Kadaster, bedoeld in artikel 1 van de Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, met betrekking tot het verrichten van de taken, bedoeld in artikel 2 van die wet, en de handelingen van de bewaarder, bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare registers BES, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, met betrekking tot het inschrijven van stukken in de openbare registers op grond van artikel 8 van die wet, die hebben plaatsgevonden tussen 10 oktober 2010 en het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet, worden geacht rechtsgeldig verricht te zijn indien het niet rechtsgeldig zijn van deze handelingen gelegen is in het enkele feit dat deze handelingen zijn verricht door personen die niet werkzaam waren voor het Kadaster, bedoeld in artikel 1 van de Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, maar wel belast waren met de taken, bedoeld in artikel 2 van die wet of artikel 8 van de Wet openbare registers BES, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 93

1.

Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn de personeelsleden van de Rijksdienst Caribisch Nederland of het Kadaster, bedoeld in artikel 1 van de Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld in dienst van de Dienst als ambtenaar als bedoeld in artikel 4.

2.

De personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht behoren tot het personeel van de Rijksdienst Caribisch Nederland of het Kadaster, bedoeld in artikel 1 van de Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, en van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister vastgestelde lijst, zijn op dat tijdstip van rechtswege ontslagen en aangesteld in dienst van de Dienst als ambtenaar als bedoeld in artikel 4.

3.

De overgang van de in het eerste en tweede lid bedoelde personeelsleden vindt plaats met een rechtspositie die in totaliteit ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij de Rijksdienst Caribisch Nederland of het Kadaster, bedoeld in artikel 1 van de Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 94

1.

Onze Minister bepaalt welke vermogensbestanddelen van de openbare lichamen of het Kadaster, bedoeld in artikel 1 van de Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, worden toebedeeld aan de Dienst.

2.

De in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen gaan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet onder algemene titel over op de Dienst tegen een door Onze Minister te bepalen waarde.

3.

Ingeval krachtens het eerste en het tweede lid registergoederen overgaan, doet Onze Minister de overgang van die registergoederen onverwijld inschrijven in de openbare registers, bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES is niet van toepassing.

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Artikel 95

De Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES en de Wet openbare registers BES worden ingetrokken.

Artikel 96

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 97

Deze wet wordt aangehaald als: Kadasterwet BES.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)