Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 mei 2020, nr. WJZ/17860769, houdende regels voor subsidieverstrekking over een periode van tien jaren voor iconische rijksmonumenten (Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten)
Gelet op de artikelen 7.1 en 7.3, tweede lid, juncto 7.7, tweede lid, en 7.5, eerste lid, van de Erfgoedwet, de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
- eigenaar: eigenaar als bedoeld in artikel 3;
- instandhoudingskosten: kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen en andere kosten die in de Leidraad als subsidiabel zijn aangemerkt, met inbegrip van de werkzaamheden, bedoeld in hoofdstuk 1.3, paragraaf 92, van de Leidraad ten aanzien van een groen monument als bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling instandhouding monumenten die in de Leidraad als onderhoud prioriteit 2 of restauratie zijn aangemerkt;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- kosten voor toegankelijkheidsverbetering: kosten als bedoeld in artikel 4, derde lid;
- Leidraad: Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, opgenomen als bijlage bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- verduurzamingsadvies: verduurzamingsadvies dat voldoet aan de eisen die daaraan in bijlage 1 bij deze regeling zijn gesteld;
- rijksmonument: rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;
- verduurzamingskosten: kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen en andere kosten van maatregelen die op grond van bijlage 2bij deze regeling als subsidiabel zijn aangemerkt;
- werkzaamheden: werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verleend.
Artikel 2. Toepassing Kaderregeling
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling. Onderdeel d van de begripsomschrijving van financieel verslag, bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling, de artikelen 3.1 en 3.3 tot en met 3.5, 4.3, tweede lid, alsmede hoofdstuk 7 van de Kaderregeling zijn niet van toepassing.
Artikel 3. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de kalenderjaren 2020 tot en met 2029 voor de genoemde eigenaren ten behoeve van de genoemde rijksmonumenten ten hoogste het genoemde bedrag beschikbaar.
| Eigenaar (m.i.v. erfpachters) | Rijksmonument(en) | Beschikbaar bedrag |
|---|---|---|
| Stichting tot instandhouding van de Diergaarde van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra | Artis, Amsterdam | € 4 miljoen |
| Stichting Koninklijke Rotterdamse Diergaarde | Diergaarde Blijdorp, Rotterdam | € 4 miljoen |
| Bisschoppelijk Centrum Rolduc | Abdijcomplex Rolduc, Kerkrade | € 7 miljoen |
| Rooms Katholieke Parochie Heilige Johannes evangelist | Kathedrale Basiliek Sint Jan Evangelist, ’s-Hertogenbosch | € 5 miljoen |
| Stichting Onroerend Cultureel Erfgoed Portugees-Israëlietische Gemeente | Portugese Synagoge, Amsterdam, begraafplaats Beth Haim, Ouderkerk aan de Amstel | € 2 miljoen |
| Stichting Kasteel Amerongen | Kasteel Amerongen, Amerongen | € 2 miljoen |
| F.W.F.L. Graf zu Ortenburg | Kasteel Middachten, De Steeg | € 2 miljoen |
| Gemeente Rotterdam | Museum Boymans Van Beuningen, Rotterdam | € 7,5 miljoen |
| Vereniging Hendrick de Keyser | Museumhuizen van Vereniging Hendrick de Keyser | € 0,5 miljoen |
| Stichting Oude Groninger Kerken | Kerken van Stichting Oude Groninger Kerken | € 0,5 miljoen |
| Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland | Waterloopbos, Marknesse | € 0,5 miljoen |
| Staatsbosbeheer | Buitenplaats Elswout, Overveen | € 0,5 miljoen |
Artikel 4. Te subsidiëren activiteiten en subsidiabele kosten
De minister kan aan een eigenaar subsidie verstrekken ten behoeve van:
- a. de instandhouding, met inbegrip van verduurzaming, van het rijksmonument; of
- b. de verbetering van de toegankelijkheid van het rijksmonument.
Subsidiabel zijn:
- a. instandhoudingskosten;
- b. verduurzamingskosten en, indien een aanvraag geheel of mede op verduurzamingskosten betrekking heeft, de kosten van een verduurzamingsadvies; en
- c. kosten voor toegankelijkheidsverbetering.
Onder kosten voor toegankelijkheidsverbetering worden verstaan:
- a. de kosten van werkzaamheden die ertoe leiden dat een rijksmonument wordt voorzien van een toegankelijke entree en toegankelijke toiletten voor mensen met een visuele of motorische beperking;
- b. de kosten van werkzaamheden die ertoe leiden dat de goederen of diensten die in het rijksmonument worden aangeboden, toegankelijk zijn voor mensen met een visuele of motorische beperking; en
- c. de kosten van werkzaamheden ten behoeve van een vergroting van de publiekstoegankelijkheid van het rijksmonument, daaronder mede begrepen kosten van materiële voorzieningen voor het ter plaatse informeren van bezoekers over het rijksmonument of voor het digitaal ontsluiten van het rijksmonument.
Op kosten voor toegankelijkheidsverbetering zijn hoofdstuk 1.3, paragrafen 1, 5 en 10, en hoofdstuk 2 van de Leidraad van overeenkomstige toepassing.
De instandhoudingskosten, verduurzamingskosten en kosten van toegankelijkheidsverbetering zijn enkel subsidiabel voor zover zij naar het oordeel van de minister redelijk zijn en voor zover de desbetreffende werkzaamheden naar het oordeel van de minister geen nadelige gevolgen hebben voor het rijksmonument of zijn monumentale waarden.
Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn niet subsidiabel. Hoofdstuk 1.1, onderdeel f, van de Leidraad is niet van toepassing. In afwijking van de eerste volzin en de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling zijn wel subsidiabel de kosten die betrekking hebben op de voorbereiding van de aanvraag, bestaande uit aanbestedingskosten, leges, en kosten van inspectie, onderzoek, planvorming of rapporten.
Artikel 5. Hoogte subsidiebedrag
Het subsidiepercentage bedraagt ten hoogste 70% van de subsidiabele kosten.
Artikel 6. Jaarlijkse subsidieaanvraag
Eigenaren kunnen jaarlijks ten hoogste eenmaal subsidie aanvragen, behoudens indien een aanvraag betrekking heeft op meerwerk of meerkosten die verband houden met werkzaamheden waarvoor de eigenaar eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt.
In 2020 kan een eigenaar vanaf 1 augustus van dat jaar subsidie aanvragen. Een aanvraag die eerder wordt ingediend, wordt afgewezen.
In 2029 kan een eigenaar uiterlijk tot 1 augustus van dat jaar subsidie aanvragen. Een aanvraag die later wordt ingediend, wordt afgewezen.
Ten behoeve van het doen van een subsidieaanvraag wordt een online portaal ingericht, dat is te bereiken via www.cultureelerfgoed.nl. Een aanvraag wordt elektronisch ingediend bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met gebruikmaking van het online aanvraagformulier dat op het portaal beschikbaar is gesteld.
Artikel 7. Eisen subsidieaanvraag
Indien in een aanvraag aanspraak wordt gemaakt op subsidie voor instandhoudingskosten gaat de aanvraag vergezeld van:
- a. een plan met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden, dat bestaat uit:
- 1°. een beschrijving van de technische of fysieke staat van het rijksmonument;
- 2°. tekeningen van de bestaande toestand van het rijksmonument en tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven;
- 3°. overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het rijksmonument en zijn gebreken;
- 4°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
- 5°. een gespecificeerde begroting; en
- 6°. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, decoratieve, materiaaltechnische, preventieve of tuinhistorische aspecten;
- b. een actueel inspectierapport over de technische of fysieke staat van het rijksmonument;
- c. een financieel dekkingsplan waarin naar het oordeel van de minister voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de financiering van het gedeelte van de instandhoudingkosten dat niet door subsidie wordt gedekt voldoende is gewaarborgd; en
- d. een afschrift van de voor de voorgenomen werkzaamheden verleende omgevingsvergunning of een verklaring van het bevoegd gezag dat voor de werkzaamheden op grond van artikel 3a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist.
Indien in een aanvraag aanspraak wordt gemaakt op subsidie voor verduurzamingskosten gaat de aanvraag vergezeld van:
- a. een verduurzamingsadvies als bedoeld in bijlage 1;
- b. een plan met betrekking tot de verduurzamingswerkzaamheden die worden verricht, dat voldoet aan de aan de verschillende werkzaamheden verbonden indieningsvereisten als bedoeld in bijlage 2 en dat bestaat uit;
- 1°. een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden;
- 2°. tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven;
- 3°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
- 4°. een gespecificeerde begroting; en
- 5°. in voorkomende gevallen ondersteunende rapporten;
- c. een financieel dekkingsplan waarin naar het oordeel van de minister voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de financiering van het gedeelte van de verduurzamingskosten dat niet door subsidie wordt gedekt voldoende is gewaarborgd; en
- d. een afschrift van de voor de voorgenomen werkzaamheden verleende omgevingsvergunning of een verklaring van het bevoegd gezag dat voor de werkzaamheden op grond van artikel 3a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist.
Indien in een aanvraag aanspraak wordt gemaakt op subsidie voor kosten voor toegankelijkheidsverbetering gaat de aanvraag vergezeld van:
- a. een plan met betrekking tot de werkzaamheden die worden verricht in het kader van de verbetering van de publiekstoegankelijkheid of de toegankelijkheid voor mensen met een visuele of motorische beperking van het rijksmonument, ten minste bestaande uit:
- 1°. een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden en het daarmee te bereiken doel; en
- 2°. voor zover het fysieke werkzaamheden aan het rijksmonument betreft, tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven en, indien de werkzaamheden betrekking hebben op de verbetering van de toegankelijkheid van het rijksmonument voor mensen met een visuele of motorische beperking, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel a of b, waarop staat aangegeven hoe aan de daar genoemde vereisten wordt voldaan, met inbegrip van de route vanaf de entree;
- 3°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
- 4°. een gespecificeerde begroting; en
- 5°. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, tuinhistorische of toegankelijkheidsaspecten;
- b. een financieel dekkingsplan waarin naar het oordeel van de minister voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de financiering van het gedeelte van de kosten voor toegankelijkheidsverbetering dat niet door subsidie wordt gedekt voldoende is gewaarborgd; en
- c. een afschrift van de voor de voorgenomen werkzaamheden verleende omgevingsvergunning of een verklaring van het bevoegd gezag dat voor de werkzaamheden op grond van artikel 3a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist.
De minister kan een model vaststellen voor het financieel dekkingsplan en de begroting.
Indien een eigenaar op basis van deze regeling een tweede of een daaropvolgende subsidieaanvraag doet, hoeft hij zijn aanvraag niet vergezeld te doen gaan van de stukken, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, die de eigenaar bij een eerdere aanvraag op grond van deze regeling reeds aan de minister gezonden heeft en die inhoudelijk niet zijn gewijzigd.
Artikel 8. Weigeringsgronden
Subsidieverstrekking wordt geweigerd:
- a. voor zover voor de subsidiabele kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds uit anderen hoofde subsidie is verstrekt en subsidieverstrekking ten gevolge zou hebben dat de eigenaar in totaal meer dan 100% subsidie ontvangt voor de subsidiabele kosten; en
- b. voor zover bij schade de subsidiabele kosten op grond van een verzekering worden gedekt of op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht dan wel anderszins niet ten laste van de aanvrager komen.
Artikel 9. Subsidieverplichtingen
Voor zover voor de werkzaamheden een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet is vereist, vangen de werkzaamheden niet aan zonder of in afwijking van de omgevingsvergunning.
Voor zover de werkzaamheden aan het rijksmonument leiden tot een exploitatiewinst die een redelijke winst ontstijgt, wendt de eigenaar die uitsluitend aan ten behoeve van de instandhouding van het rijksmonument.
Onverminderd het eerste lid kan de minister een eigenaar bij de subsidieverlening verplichten om:
- a. mee te werken aan een onderzoek naar de bouw- of ontstaansgeschiedenis van het rijksmonument;
- b. mee te werken aan een onderzoek naar het energieverbruik van het rijksmonument, de bezoekersaantallen en de inzet van vrijwilligers om het rijksmonument toegankelijk te maken;
- c. de minister tussentijds te berichten over de voortgang van de werkzaamheden;
- d. werkzaamheden uit te voeren volgens in de beroepsgroep geldende normen;
- e. het rijksmonument te voorzien van een of meer installaties ter beperking van schade als gevolg van brand of blikseminslag, ter bescherming van de monumentale waarde van het rijksmonument;
- f. advies te vragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alvorens met de voorgenomen werkzaamheden wordt gestart, voor zover de monumentale waarde van het rijksmonument of de werkzaamheden daartoe aanleiding vormen;
- g. de werkzaamheden onder nader door de minister te stellen voorwaarden te doen begeleiden, indien voor de uitvoering van de werkzaamheden specifieke kennis is vereist;
- h. voor de duur van de werkzaamheden een construction allrisks-verzekering af te sluiten; of
- i. vanaf de aanvang van de werkzaamheden op eigen kosten het rijksmonument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de werkzaamheden daartegen verzekerd te houden.
Artikel 10. Verlening subsidie en bevoorschotting
In afwijking van artikel 4.1, eerste lid, van de Kaderregeling besluit de minister binnen 22 weken na ontvangst ervan op een aanvraag als bedoeld in artikel 6, eerste lid.
In aanvulling op artikel 4.2 van de Kaderregeling neemt de minister bij het besluit tot subsidieverlening een datum op, waarop de werkzaamheden uiterlijk worden afgerond.
De minister verleent voorschotten waarvan de hoogte en de termijnen in het besluit tot subsidieverlening worden vermeld. De minister kan aan het verlenen van voorschotten de voorwaarde verbinden dat offertes of facturen worden overgelegd.
Artikel 11. Verantwoording bij subsidies tot € 25.000,-
Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de eigenaar op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij het besluit tot subsidieverlening wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.
Artikel 12. Verantwoording bij subsidies van € 25.000,- tot € 125.000,-
Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000, toont de eigenaar aan de hand van een prestatieverklaring aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Voor zover uit de prestatieverklaring volgt dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd of dat de eigenaar zich niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen heeft gehouden, bevat de prestatieverklaring de redenen hiervoor.
Onverminderd het eerste en tweede lid, toont de eigenaar op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij het besluit tot subsidieverlening wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.
Artikel 13. Verantwoording bij subsidies vanaf € 125.000,-
Indien de subsidie meer dan € 125.000,- bedraagt, legt de eigenaar rekening en verantwoording af aan de hand van een prestatieverklaring en een financieel verslag over de activiteiten waarvoor subsidie is verleend.
Voor zover uit de prestatieverklaring volgt dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd of de eigenaar zich niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen heeft gehouden, bevat de prestatieverklaring de redenen hiervoor.
Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, toont de eigenaar op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij het besluit tot subsidieverlening wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.
Indien de subsidie € 300.000 of meer bedraagt, doet de eigenaar het financieel verslag vergezeld gaan van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
In de verklaring, bedoeld in het vierde lid, verklaart de accountant dat de bedragen in het financieel verslag juist zijn en doet hij tevens een uitspraak over de naleving door de eigenaar van de in het accountantsprotocol genoemde voorschriften.
De eigenaar bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht volgens een door de minister vast te stellen accountantsprotocol.
De minister kan de eigenaar verplichten de desbetreffende originele rekeningen en betalingsbewijzen te overleggen.
Artikel 14. Grondslag vaststellen modellen
De minister kan een model vaststellen voor de prestatieverklaring en voor het financieel verslag.
Artikel 15. Vaststelling subsidie
De eigenaar dient binnen 22 weken na de datum, bedoeld in artikel 10, tweede lid, een aanvraag tot vaststelling in, met gebruikmaking van het formulier dat daartoe door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschikbaar wordt gesteld.
De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
Indien de verleende subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing. In dat geval wordt de verleende subsidie ambtshalve vastgesteld binnen 22 weken na de datum, bedoeld in artikel 10, tweede lid.
Artikel 16. Wijziging bij inwerkingtreding Omgevingswet
Wijzigt deze regeling.
Artikel 17. Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030.
Artikel 18. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten.
Bijlage 1. Eisen verduurzamingsadvies
Deze bijlage behoort bij artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten.
Het verduurzamingsadvies bevat een integrale visie op alle aspecten van verduurzaming van het gebouwde rijksmonument, zoals isolatie, energiebesparing en duurzame energieopwekking, zonder nadelige gevolgen voor het monument (bouwfysisch) of zijn monumentale waarden.
Stappenplan
Voor het opstellen van het verduurzamingsadvies wordt het volgende stappenplan doorlopen:
Nulmetingen
De volgende nulmetingen worden verricht:
Monumentale waarden
Een door een bouw- of architectuurhistoricus opgesteld rapport over de aanwezige monumentale waarden (cultuurhistorische waardering/QuickScan monumentale waarden op basis van een bouwhistorisch rapport.
Technische en bouwfysische conditie
Gebruik
Omgevingsfactoren
Vaststelling installatieleeftijd
Verduurzamingsadvies
Het verduurzamingsadvies volgt de indeling die hieronder is opgenomen, en bevat tenminste de daar genoemde inhoud. Voor het uitwerken van het advies kan worden aangesloten bij de tegen betaling beschikbare (Engelstalige) Europese norm NEN-EN 16883 ‘Behoud van cultureel erfgoed – Richtlijnen voor verbetering van de energieprestatie van historische gebouwen’. Het volgen van de richtlijn is geen verplichting.
Opbouw verduurzamingsadvies
Het verduurzamingsadvies heeft de volgende opbouw en inhoud:
Inleiding
Monumentale waarden
Technische en bouwfysische conditie monument
Gebruik monument
Maatwerkadvies
Pakketten met maatregelen en prognoses
Bijlage 2. Lijst verduurzamingsmaatregelen
Deze bijlage behoort bij artikel 1 van de Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten.
Maatregelenlijst
In onderstaande lijst zijn de meest gangbare energiebesparende maatregelen opgenomen.
1. Kierdichting
Beschrijving:
In monumentale panden zijn kieren en naden vaak een belangrijke oorzaak van warmteverlies.
Naast kierdichting bij deuren en ramen is het nuttig om te kijken of kieren en naden op andere plekken zoals naast kozijnen, bij brievenbussen, in kapconstructies en in vloeren gedicht kunnen worden.
Indieningsvereiste:Op (detail)tekening aangeven hoe de kierdichting wordt gerealiseerd.
Aandachtspunten:Bij kierdichting moet erop gelet worden dat het monument nog wel voldoende kan ventileren ten behoeve van de luchtkwaliteit.
2. Raamluiken
Beschrijving:Raamluiken zijn van oudsher een efficiënte vorm voor vensterisolatie. Luiken verminderen niet alleen het warmteverlies door geleiding, maar ook door convectie en straling. In de zomer houden ze warmte buiten.
Indieningsvereiste:Op tekening aangeven welke raamluiken worden hersteld of teruggebracht.
Aandachtspunten:Punten worden alleen toegekend voor het herstellen of terugbrengen van raamluiken aan of in monumenten die van oudsher al luiken hadden en op plaatsen waar zij vroeger ook zaten of nog steeds aanwezig zijn. Bij raamluiken aan de binnenzijde neemt de kans op condensatie op het glas toe.
3. Schoorsteenballonen of schoorsteenkleppen
Beschrijving:Open schoorsteenkanalen maken veel uit in het energieverbruik van gebouwen. Niet-gebruikte schoorstenen kunnen worden afgesloten met een schoorsteenballon. Voor schoorstenen die nog gebruikt worden zijn schoorsteenkleppen of haardplaten een goede oplossing.
Indieningsvereiste:Op tekening aangeven welke schoorstenen worden afgesloten en op welke wijze.
Aandachtspunten:Sluit historische schoorsteenkanalen nooit volledig af met een 'perfect' passende schoorsteenklep of -ballon. Dit hindert namelijk de noodzakelijke ventilatie van schoorstenen. Om dezelfde reden is het nuttig schoorstenen in de zomer open te laten. Dan voeren zij vochtige binnenlucht af, waardoor ook minder stroom nodig is voor ventilatie met mechanische systemen.
4. Isolatie van leidingen en appendages
Beschrijving: Isolatie rond cv-leidingen in onverwarmde ruimten gaat tegen dat het water teveel afkoelt vóór het de radiatoren bereikt.
Indieningsvereiste: –
Aandachtspunten: –
5. Radiatorfolie
Beschrijving:Radiatorfolie reflecteert de stralingswarmte van de achterkant van de radiator grotendeels terug richting de radiator of zorgt ervoor dat de achterkant van de radiator minder stralingswarmte uitzendt.
Indieningsvereiste:Op tekening aangeven welke radiatoren worden voorzien van folie.
Aandachtspunten: –
6. Inregelen van verwarmingsinstallatie
Beschrijving: Toepassen van een weersafhankelijke regeling, waardoor de stooktemperatuur wordt aangepast aan de buitentemperatuur. Daarnaast waterzijdig inregelen.
Indieningsvereiste:Omschrijving van de werkzaamheden die worden uitgevoerd.
Aandachtspunten: –
7. Verwarmingsregeling
Beschrijving:Bewerkstelligen dat alleen ruimten verwarmd worden waar dat nodig is, door bijvoorbeeld het toepassen van zoneregeling, thermostatische radiatorkranen en/of op afstand bedienbare thermostaten.
Indieningsvereiste:Beschrijving van het systeem dat wordt toegepast (zo mogelijk met vermelding van merk en type) en op tekening aangeven hoe de verwarmingsregeling wordt gerealiseerd.
Aandachtspunten: –
8. Verlichtingsregeling
Beschrijving: Bewerkstelligen dat alleen ruimten verlicht worden waar dat nodig is, door bijvoorbeeld het toepassen van bewegingsmelders en centrale aan- en uitschakelaars.
Indieningsvereiste:Op tekening aangeven hoe de verlichtingsregeling wordt gerealiseerd.
Aandachtspunten: –
9. Vensterisolatie
Beschrijving: Isolatie door glasfolie, achterzetbeglazing of vervanging door monumentenglas of dubbelglas.
Aandachtspunten:Vensterisolatie door middel van glasfolie of achterzetbeglazing heeft de voorkeur, boven het vervangen van bestaand glas door monumentenglas of dubbelglas. Ook met glasfolie kan de gevraagde prestatie (maximale U-waarde van 3,1 W/m²K) worden behaald.
10. Dak- of kapisolatie
Beschrijving: Isolatie van een hellend dak, vlak dak of de zoldervloer daaronder indien de zolder een onverwarmde ruimte is.
Indieningsvereiste:Op tekening aangeven welke daken, kappen of zoldervloeren worden geïsoleerd en met welk materiaal.
Aandachtspunten: –
11. Gevelisolatie
Beschrijving:Isolatie van een massieve muur of spouwmuur
Indieningsvereiste:Op tekening aangeven welke gevels worden geïsoleerd en met welk materiaal. Ook detailtekening van de aansluiting op venster, vloeren, binnenmuren, etc.
Aandachtspunten:Isolatie met een bij de situatie passend materiaal en opbouw.
12. Vloerisolatie/bodemisolatie
Beschrijving: Het aanbrengen van hoogwaardig isolatiemateriaal op de bodem van de kruipruimte op onder, tussen of op de begane grondvloer.
Indieningsvereiste:Op tekening aangeven waar de bodem en/of welke vloeren worden geïsoleerd en met welk materiaal.
Aandachtspunten:Bij bodemisolatie is over het algemeen sprake van een al dan niet geventileerde luchtlaag tussen de isolatie en de begane grondvloer. Hierdoor gaat een deel van de isolatiewaarde verloren, hetgeen tot gevolg heeft dat de isolatielaag beduidend dikker dient te zijn dan bijvoorbeeld isolatie direct onder de vloer. Controleer daarom altijd of van het product een kwaliteitsverklaring beschikbaar is en of in die specifieke toepassing, de vereiste warmteweerstand van 3,5 m2K/W wordt gerealiseerd. De kruipruimte dient ook diep genoeg te zijn om er te mogen/kunnen werken.
13. Hre- of hybride ketel
Beschrijving: Een HRe-ketel of micro-warmtekrachtkoppeling is een installatie waarbij de productie van warmte en elektriciteit vanuit eenzelfde energiebron gelijktijdig plaats vindt.
Een hybride warmtepomp is een moderne, gasgestookte HR-ketel in combinatie met een warmtepomp.
Indieningsvereiste:Informatie over te installeren vermogen en rendement van de installatie. Ook dient de opstelplaats op tekening te worden aangegeven.
Aandachtspunten: –
14. Biomassa gestookte installatie
Beschrijving: Een biomassaketel die bestemd is voor ruimteverwarming en/of de warmtapwatervoorziening van het monument.
Indieningsvereiste:Informatie over te installeren vermogen en rendement van de installatie. Ook moet inzichtelijk worden gemaakt hoe de biomassa (pellets, houtsnippers), wordt aangevoerd. Bij houtsnippers moet ook de bunker op tekening worden aangegeven in verband met de archeologie. Ook dient de opstelplaats op tekening te worden aangegeven.
Aandachtspunten: –
15. Warmtepomp
Beschrijving: Een warmtepomp die is bestemd als hoofd- of basisruimteverwarming van een monument en/of warm tapwater voor een monument en die niet primair gericht is op actieve koeling, waarbij warmte wordt onttrokken aan de bodem, het grondwater, het oppervlaktewater, de buitenlucht of ventilatieafvoerlucht. De bron bepaalt voor een belangrijk deel het rendement.
Indieningsvereiste:Informatie over te installeren vermogen en rendement van de installatie. Ook dient de opstelplaats op tekening te worden aangegeven.
Aandachtspunten: –
16. Warmtekrachtkoppeling
Beschrijving:Installatie waarbij bij de opwekking van elektriciteit de warmte ook wordt benut voor het verwarmen van gebouwen.
Indieningsvereiste:Informatie over te installeren vermogen en rendement van de installatie. Ook dient de opstelplaats op tekening te worden aangegeven.
Aandachtspunten:Energiebesparing met warmtekrachtkoppeling (WKK) is alleen interessant als zowel de warmte als de elektriciteit wordt gebruikt.
17. Warmte-koudeopslag
Beschrijving:Warmte-koude opslag is een seizoensbuffer waarin warmte en koude in een ondergrondse zandlaag wordt opgeslagen.
Indieningsvereiste: In verband met de archeologie op tekening de locatie van de bronnen aangeven. Ook dient de opstelplaats op tekening te worden aangegeven.
Aandachtspunten: –
18. Zonnepanelen en overige systemen op basis van zonne-energie
Beschrijving:
Indieningsvereiste:Opgave van het totale te installeren vermogen en op tekening de plaatsing aangeven.
Aandachtspunten:Het systeem mag niet ten koste gaan van de historische materialen en constructies, het karakter van het monument en het aanzicht van het monument en de omgeving.
19. Aansluiting op warmtenet
Beschrijving: Aansluiting op een warmtenet.
Indieningsvereiste:Korte beschrijving van het warmtenet waarop het monument wordt aangesloten (o.a. warmtebron en het aantal panden dat wordt aangesloten).
Aandachtspunten: –
20. Lagetemperatuurverwarming (LTV)
Beschrijving: Verwarmen van radiatoren, vloer- of wandverwarming met water dat een aanvoertemperatuur heeft van maximaal 55 graden Celsius.
Indieningsvereiste:Informatie waaruit blijkt welke ruimten in het monument LTV verwarmd zullen worden.
Aandachtspunten:Voor het mogelijk maken van LTV is het nodig om na-te isoleren en/of de warmteafgifte elementen te vergroten of er meer te plaatsen.
21. Wtw
Beschrijving: Warmteterugwinning uit ventilatielucht of uit douchewater.
Indieningsvereiste:Informatie over te installeren capaciteit en rendement van de installatie. Daarnaast plaatsing van de installatie op tekening aangeven.
Aandachtspunten: –
22. Vraaggestuurde mechanische ventilatie
Beschrijving: De mate van ventilatie wordt per ruimte afgestemd op de ventilatiebehoefte, gemeten door CO2-sensoren (en eventueel luchtvochtigheidssensoren).
Indieningsvereiste:Informatie waaruit blijkt in welke ruimten vraaggestuurde ventilatie wordt toegepast en het aantal zones hierin.
Aandachtspunten: –
23. Waterbesparende maatregelen
Beschrijving:Voorbeelden van waterbesparende maatregelen zijn het toepassen van waterbesparende kranen en sanitair, druk- en debietbegrenzers, (her)gebruik van drinkwater, hemelwater of grijs water.
Indieningsvereiste:Overzicht van maatregelen en onderbouwing hoe deze maatregelen leiden tot het realiseren van 20% waterbesparing op het totaalverbruik.
Aandachtspunten: –
24. Alternatieve innovatieve maatregelen
Beschrijving:Mogelijk kan de energieprestatie van het rijksmonument ook worden verbeterd met andere maatregelen dan hiervoor genoemd.
Indieningsvereiste: De energieprestatieverbetering van de te nemen alternatieve innovatieve maatregelen moet kwantitatief worden aangetoond. De aanvrager voegt bij de aanvraag documenten (waaronder tekeningen) op basis waarvan de minister kan beoordelen wat de bouwfysische gevolgen zijn van de maatregel, wat de gevolgen van de maatregel zijn voor de monumentale waarden van het rijksmonument en welke energiebesparing door de maatregel wordt gerealiseerd.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)